Conrad XQ-140 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Conrad XQ-140 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Conrad XQ-140 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Conrad |
| Categorie: | Receiver |
| Model: | XQ-140 |
Handleiding Conrad XQ-140 – volledige tekst
Autoversterker XQ-140G E B R U I K S A A N W I J Z I N GOmwillevan hetmilieu100% recycling-papierImpressumAlle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag wordenverveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand, of openbaargemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, doorfotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van CONRAD ELECTRONIC NEDERLAND BV.Nadruk, ook als uittreksel is niet toegestaan. Druk- en zetfouten voorbehouden.Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische eisen bij het in druk gaan.Wijzigingen in de techniek en uitvoering voorbehouden.© Copyright 1995 by CONRAD ELECTRONIC NEDERLAND BV Windmolenweg 42, 7548 BM BoekeloInternet: www.conrad.nl E-mail: [email protected].: 36 88 90
IntroductieHartelijk dank voor de aankoop van dit product. Met deze autoversterker heeft u een apparaat volgens de laatste stand vande techniek aangeschaft. Het apparaat is ontstoord. Dit product voldoet aan de eisen van de geldendeEuropese en nationale richtlijnen. De conformiteit is bewezen. De desbetreffendeverklaringen en documenten bevinden zich bij de fabrikant. Om dit zo te houden en gebruik zonder gevaar te garanderen, moet u zichals gebruiker beslist aan deze gebruiksaanwijzing houden. U dient zich beslist te houden aan de aanwijzingen betreffende de veiligheiden het gebruik. Bij vragen kunt u zich wenden tot onze Technische Dienst,Nederland: 053 – 428 54 80Ma. – vr. 09. 00 – 20. 00 uurE-mail: helpdesk@conrad. nlGebruik waarvoor het apparaat bedoeld isDe autoversterker wordt gebruikt voor de bewerking en versterking vanaudiosignalen met klein niveau in de auto.
Als spanningsbron mag alleen de 12 VDC stroomvoorziening in een auto metde negatieve pool van de autoaccu aan de carrosserie toegepast worden. Sluit het apparaat nooit aan op een 230 V-stroomvoorziening. Door de manier van inbouwen dient de gebruiker er voor te zorgen, dat hetapparaat beschermd wordt tegen vochtigheid en natheid. Een andere toepassing dan hierboven beschreven leidt tot beschadiging vanhet apparaat, bovendien zijn hieraan gevaren verbonden, zoals bijv. kort-sluiting, brand, elektrische schok enz. Het totale product mag niet veranderd of omgebouwd en het apparaat magniet geopend worden. 3Belangrijk. Beslist lezen. Deze gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruiknameen het gebruik. Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
Bij schades, dieontstaan door het niet opvolgen van de handleiding, vervalt hetrecht op garantie. Voor volgschades, die hieruit ontstaan zijn wijniet aansprakelijk. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig.
apparaat beslist nooit met een andere spanningsbron. Zorg voor de juiste ingebruikname van het apparaat. Let hierbij op dezebedieningshandleiding. Let er bij het leggen van de bedrading op, dat de draden niet geplet wordenof langs scherpe kanten schuren. Gebruik bij doorvoeringspunten rubberentulen. Stel het apparaat niet bloot aan hoge temperaturen, vochtigheid of sterketrillingen, noch aan mechanische invloeden enz. Wendt u tot een vakman, als u twijfelt aan de werkwijze, de veiligheid of deaansluiting van het product. Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Plastic folie/ -zakken,piepschuim enz. zouden voor kinderen gevaarlijk speelgoed kunnen zijn. Gebruik het apparaat nooit zonder toezicht. Let ook op de veiligheidsbepalingen en bedieningshandleidingen van deoverige apparaten, die op het apparaat aangesloten worden.
Let op de extra vermelde veiligheidsopmerkingen in deze handleiding. Als u nog twijfelt over de juiste aansluiting of u heeft nog vragen die niet inde loop van deze bedieningshandleiding beantwoord worden, neem dana. u. b. contact op met onze Technische dienst of met een andere vakman. FunctiebeschrijvingDe autoversterker XQ-150 is een 4-kanalen versterker met een ingebouwde7-band-equalizer en een subwooferfilter. Het apparaat bezit een extra bedieningspaneel met LC-display en spectrum-analyser. Deze kan op het dashboard bevestigd worden voor het bedienenvan de functies vanuit de bestuurdersplaats. 7Benaming van de onderdelen21. Toets SEL22. Toets STO23. Toets DISP24. Toets UP/DOWN25. Toets RCL26. Toets SRC27. Toets SUB28. Equalizertoetsen29. Geheugentoetsen30. VOL-aanduiding31. FAD-aanduiding32. Weergave voor weergavengevoeligheid33. Weergave voor subwoofer34.
SpectrumweergaveVeiligheidsbepalingenBij schades, die ontstaan door het niet opvolgen van dehandleiding, vervalt het recht op garantie. Voor volg-schades, die hieruit ontstaan zijn wij niet aansprakelijk. Bij letsel van personen of schade aan zaken, die dooronjuist gebruik of het niet naleven van de veiligheids-bepalingen zijn veroorzaakt, zijn wij niet aansprakelijk. Indergelijke gevallen vervalt elk recht op garantie. Om redenen van veiligheid en toelating (CE) is het eigenmachtig ombouwenen/of veranderen van het product niet toegestaan. Als spanningsbron mag alleen een 12 VDC boordspanning (negatieve poolvan de accu aan de carrosserie van de auto) gebruikt worden. Gebruik het6.
Opdat de eindtrap tijdens gebruik warmte produceert, moet de inbouwplekongevoelig zijn voor hitte. Let op voordat u de boorgaten voor de bevestigingen gaat uitvoeren dat ergeen elektrische kabels, remleidingen, benzinetank of dergelijke beschadigdworden. Let bij het gebruik van gereedschappen voor de inbouw van uw auto-Hifi-componenten op de veiligheidsbepalingen van de gereedschapsfabrikant. Houdt bij het inbouwen van de Hifi-installatie rekening met het gevaar dat bijeen ongeluk kan uitgaan van losgeschoten apparaten. Bevestig daarom elkonderdeel zorgvuldig en kies een plaats welke ook voor de inzittenden geengevaar oplevert. Zoek voor de autoversterker en het bedieningspaneel de juiste inbouwplek.
Een geschikte plaats voor het monteren van de autoversterker beschikt overde volgende kenmerken:• droog• indien mogelijk stofvrij• weinig trillingen• goede luchtcirculatie• omgeving die niet gevoelig is voor hitteIdeaal voor de inbouw is de kofferbak en de ruimte onder de zittingen. Leter daarbij op, dat de autoversterker zodanig toegankelijk moet blijven, dat deelektrische aansluiting nog uitgevoerd kan worden. Tip:Een gunstige inbouwplek is de scheidingswand tussen kofferbak en hetgedeelte voor de inzittenden. Monteer daarbij het apparaat zo, dat dekoelribben van de behuizing verticaal staan. Daardoor is een betere lucht-circulatie om de behuizing mogelijk. Voor het bedieningspaneel moet u een plek kiezen, die vanaf debestuurdersplaats makkelijk te bereiken is. 9De autoversterker is uitgerust met 2 dubbele cinch-ingangen, deze zijnomschakelbaar.
Het kan dus extra met de autoradio nog een tweedebronapparaat (bijv. draagbare cd-speler) aangesloten worden. Verder bestaat de mogelijkheid om een subwoofer via de ingebouwdesubwooferfilter en twee eindtrapskanalen aan te sturen of hiervoor desubwoofer-cinch-uitgang te gebruiken. De ingebouwde equalizer biedt 4 geheugenplaatsen voor uw persoonlijkeinstellingen en verder 7 standaardinstellingen.
Het versterkerdeel bezit een MOSFET-schakelnetvoeding voor een hooguitgangsvermogen en is 2-Ohm stabiel. Een inschakelvertraging verbindt de luidspreker pas dan met de luid-sprekeruitgang als alle condensatoren in het apparaat geladen zijn. Hierdoorwordt het kraken van de luidspreker tijdens het inschakelen voorkomen. De veiligheidsschakeling reageert op kortsluiting en te hoge temperatuur. IngebruiknameOm een correcte ingebruikname te garanderen, dient u voor gebruikbeslist deze gebruiksaanwijzing met de veiligheidsbepalingenhelemaal en zorgvuldig door te lezen. Mechanische inbouwVeranderingen aan het voertuig die door het inbouwen van deversterker noodzakelijk zijn, moeten steeds zo uitgevoerd worden,dat daardoor de verkeersveiligheid of de constructieve veiligheidvan de auto niet beïnvloed wordt.
Schuif het bedingingdeel terug op de houder en richt het kogelgewricht naarkeuze uit. Vergrendel het kogelgewricht doordat u de klemschroef vastzet. Het bedingingdeel kan op, voor of onder het dashboard gemonteerd worden. U kunt hiervoor ook de houder van het bedieningsdeel als sjabloon gebruiken. Elektrische aansluitingDe elektrische aansluiting dient door een vakman uitgevoerd teworden. Om kortsluitingen en de daaruit voortkomende beschadigingen vanhet apparaat te vermijden, moet tijdens het aansluiten de minpool(massa) van de autoaccu afgeklemd worden. Sluit de minpool van de accu pas weer aan, als u het apparaatvolledig aangesloten en de aansluiting gecontroleerd heeft.
Gebruik voor het testen van de spanning op boordspannings-draden in de auto alleen een voltmeter of een diodetestlamp,omdat normale testlampen te hoge stromen opnemen en zo deboordelektronica in de auto zouden kunnen beschadigen. Let erop, dat kabels niet langs scherpe randen schuren, gebruik bijdoorvoeringpunten rubberen tulen. Om storende invloeden van de dynamo of een andere elektrischeinstallaties van het voertuig te vermijden, dient de stroomvoor-ziening van het apparaat direct via de boordaccu te lopen. Dit wilzeggen, dat er geen andere verbruikers, zoals bijv. ventilatoren,ruitenwissers enz. via dezelfde kabel als de versterker van spanningvoorzien mogen worden. Gebruik voor de aansluiting van de stroomvoorziening en massaaansluitkabels een zo groot mogelijke kabeldoorsnede.
De nood-zakelijke kabeldoorsnede is afhankelijk van de vermogensbehoefte11Bevestiging van de autoversterkerMonteer op de onderkant van de autoversterker de meegeleverde houderlussen. Markeer op de inbouwplaats de gaten voor de schroeven. Boor nu de gaten voor de bevestigingsschroeven. Schroef het apparaat met de meegeleverde schroeven vast. Gebruik voor de bevestiging alleen de meegeleverde maschineschroefen M4. U kunt het apparaat als sjabloon gebruiken.
Bevestiging van het bedieningspaneelSchuif de houder in de geleider op de achterkant van het bedieningsdeel. Houdt het bedieningsdeel voor de proef op de gekozen plaats. Markeer de gaten voor de schroeven eerst voor. Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven. Schroef de houder voor het bedieningspaneel met de meegeleverdeschroeven vast. 10.
Verbindt de aansluiting voor de stroomvoeding B+ (10) direct met de pluspool van de autoaccu. Verbindt de aansluiting voor de stroomvoeding RMT (11) met de antennestuuruitgang van de autoradio. 13van de aangesloten componenten. Als er kabels met een te kleinedoorsnede gebruikt worden, kan dit in ongunstige gevallen leidentot het doorbranden van een kabel. Bovendien leidt de verhoogdeohmse weerstand van kabels met een te kleine doorsnede totonnodig vermogensverlies.Een extra zekering in de plusleiding is beslist noodzakelijk (bijv. metzekeringhouder bestnr. 32 10 60, niet bij de levering inbegrepen).De zekering moet zo dicht mogelijk bij de accu geplaatst worden.Als zich een kortsluiting voordoet (bijv. aansluitkabel doorgeschuurd)onderbreekt de zekering de plusleiding, beschadiging van de accuof brand in de kabels wordt daardoor verhinderd.
De grootte van dezekering wordt bepaald door het stroomverbruik van de aangeslotenapparaten van de autohifi-installatie.12De versterker wordt via deze ingangingeschakeld, als er een spanningvan +12V aanwezig is. Intussenbezitten praktisch alle autoradio'seen antennestuuruitgang (stuuraan-sluiting voor een motorantenne). Opdeze uitgang staat alleen eenspanning van +12V, als de radioingeschakeld is.Als de radio niet over een dergelijkeaansluiting beschikt, is een extraschakelaar noodzakelijk, die deaansluiting RMT (11) met +12Vverbindt. Kies als stuur-spannings-bron een klem die via het contactslotgeschakeld wordt (klem 15 van deboordspanning), en bij uitgeschakel-de ontsteking ook uitgeschakeld is.Met deze schakelaar kan deversterker dan, bij ingeschakeldeontsteking, in- en uitgeschakeldworden.
Aansluiting van de versterkeringangenDe autoversterker beschikt over twee voorversterkeringangen:Voor het aansluiten van uw autoradio wordt de MAIN-IN (2) ingang benut. Op de ingang AUX-IN (3) kan extra een tweede bronapparaat (bijv. draagbarecd-speler) aangesloten worden. Apparaten met cinch-uitgangen kunnen direct op de ingangsbus aangeslotenworden. Als uw radio alleen over een luidsprekeruitgang beschikt, dient voorhet aansluiten een hiervoor bestemde LF-adapter (bijv. bestnr. 320978)gebruikt worden. Gebruik voor het aansluiten van de ingangen alleen daarvoorgeschikte afgeschermde cinchkabels. Bij gebruik van anderekabels kunnen er storingen optreden. Houd de lengte van de cinchkabels zo kort mogelijk. Leg de cinchkabels niet in de nabijheid van andere kabels. Uvermijdt zo storende invloeden op de versterkeringang.
door gelakte metalen delen hetelektrische geleidingsvermogenbeperkt wordt, is niet elk metalenonderdeel geschikt als massapunt. Steek de ronde aansluitstekker vanhet bedieningsdeel in de desbetreffen-de koppeling van de meegeleverdeaansluitkabel voor het bedieningsdeel. Verbindt de westernstekker van deaansluitkabel voor het bedienings-deel met de aansluiting REMOTECONTROLLER (8) op de autover-sterker. Verbindt de linker voorversterker-uitgang van de autoradio met dewitte cinchbus van de versterker. Verbindt de rechter voorversterker-uitgang van de autoradio met derode cinchbus van de versterker. Verbindt de linker voorversterker-uitgang van de extra audiobron metde witte cinchbus van de versterker. Verbindt de rechter voorversterker-uitgang van de extra audiobron metde rode cinchbus van de versterker.
De aansluitkabels van de luidsprekers zijn normaalgesprokengecodeerd: sommige luidsprekerfabrikanten markeren het (+)-snoer met een extra kleurstrip, anderen gebruiken daarentegeneen geribbeld snoer voor de (+)-pool, voor de (-)-pool daarentegeneen glad snoer. De versterker is ontwikkeld voor gebruik met luidsprekerimpedantiesvan ten minste 2 Ohm (stereo) resp. 4 Ohm (Mono-brugwerking). Sluit in geen geval luidsprekers met een lagere impedantie aan. 4-kanaals-werking:Zet de werkingssoortschakelaarCH 3,4 (1) op de juiste positievoor de aangesloten luidsprekers:Aansluiting van de voorste luid-sprekers op de luidsprekeraan-sluitingen CH 1,2:17Aansluiting van de versterkeruitgangenDe autoversterker beschikt over uitgangen voor 4 luidsprekers (4-kanaal-werking).
Kanaal 3 en 4 kunnen als mono-brugwerking gebruikt worden, zodat eralleen een luidspreker aangestuurd wordt, echter wordt hierdoor eenaanzienlijk hoger uitgangsvermogen bereikt (3-kanaal-werking). Extra kunnen de kanalen 3 en 4 voor de subwooferwerking via deingebouwde actieffilter omgeschakeld worden. Dit gebeurt met dewerkingssoortschakelaar CH 3,4 (1). Bovendien staat er nog een voorversterkeruitgang voor de aansturing van eenactieve-subwoofer resp. een separate subwooferversterker ter beschikking. De bedrading naar de luidsprekers toe moet steeds twee-aderiguitgevoerd worden. Isoleer open verbindingsplekken. Let er op, datkabels niet door scherpe kanten beschadigd kunnen worden. Gebruik alleen luidsprekers met voldoende belastbaarheid (zie"technische gegevens"). Let er op, dat alle luidsprekers juist gepoold zijn - dus dat de plus-en mintekens met elkaar overeenstemmen.
BedieningNadat alles aangesloten is en u de bedrading nogmaals gecontroleerd heeft,kunt u de autoversterker voor de eerste keer in gebruik nemen.- Klem na de controle de minpoolvan de accu weer vast.- Druk op de RESET-toets (7) op deautoversterker.- Schuif de gebruiksschakelaar CH3,4 (1) op de voor uw configuratiejuiste positie.21Aansluiting voor een actievesubwoofer resp. van een sub-wooferversterker:20Verbindt de ingangen van de actievesubwoofer resp. subwooferverster-ker met de uitgang SUBWOOFERLINE-OUT (4).Verbindt de rechter ingang van deactieve subwoofer resp. subwoofer-versterker met de met R gekenmerkterode cinchbus (4)Verbindt de linker ingang van deactieve subwoofer resp.
subwoofer-versterker met de met L gekenmerktewitte cinchbus (4)Hierdoor wordt het volume opminimum gezet en het apparaat opde vanaf fabriek ingestelde waardesteruggezet.FULL RANGE voor normaal gebruik.SUBWOOFER voor gebruik van eensubwoofer aan luidsprekeraan-sluitingen CH 3,4.
- Stel nu het volume met de toetsUP/DOWN (24) aan hetbedieningspaneel in. Instelling van de faderegelaars:- Druk op de toets SEL (21), tot de FAD-weergave (31) knippert. - Met de toets UP/DOWN (24) degewenste volumeverhoudinginstellen tussen voor en achter. 22De groene POWER-LED (6) licht op. Als de rode PROTECT-LED (5) nietuitgaat, is er een fout opgetreden. De versterker moet direct uitge-schakeld worden. Controleer in eendergelijk geval alle aansluitingen enluidsprekers. Als u hierbij geen foutkunt vaststellen, vraag dan een vak-man om raad. Drukken op het bovenste eindeverhoogd het volume, drukken ophet onderste einde verlaagd deze. De VOL-aanduiding (30) op hetbedieningsdisplay veranderd des-betreffend. Met deze instelling wordt een zohoog mogelijke ruisafstand bereikten maakt een beste audiokwaliteitmogelijk.
Let er op, dat het maximum volumeafhangt van de capaciteit van deluidsprekers en van de versterker. Door een te hoog volume kunnenzowel de luidsprekers als deversterker beschadigd worden. Een overbelasting is door optredendevervormingen direct te horen.
Drukken op het bovenste einde ver-hoogd de gevoeligheid, drukken ophet onderste einde verlaagd deze. Drukken op het bovenste eindeschakelt de uitgang in, drukken ophet onderste einde schakelt hemweer uit (weergave SUB ONverdwijnt). De desbetreffende weergave knippertop het display. Drukken op het bovenste eindeverhoogd het niveau, drukken op hetonderste einde verlaagd deze. De weergave verandert als volgt:NORMAAL > PEAK HOLD > MOUTH> CIRCLEDrukken op het bovenste einde ver-mindert het volume voor de luid-sprekers achter, drukken op hetonderste einde verlaagt het volumevan de luidsprekers voor.
Of:Druk op een van de geheugen-toetsen (29) M1-4 om een voorafopgeslagen persoonlijke instelling opte roepen.De weergave voor de desbetreffendegeheugenplaats (35) verschijnt ophet display.Kiezen van een audiobron:- Druk op de toets SRC (26), tot degewenste weergave voor degekozen ingang (34) verschijnt.Instelling van de parameter voor de subwoofer-scheidingsfilter:- Druk op de toets SUB (27).Opslaan van persoonlijke equalizerinstellingen:- Zet de equalizertoets (28) op degewenste instelling.- Sla de instelling op met de 4geheugentoetsen (29).Kiezen van een opgeslagen equalizerinstelling:- Druk op de toets RCL (25).- Druk op de toets UP/DOWN (24),voor het instellen van een van defabrieksinstellingen DISC, POPS,CLAS, JAZZ, VOCA, BGM ofFLAT.- De pijl op het display naast deweergave voor presets (37) laatde instelling zien.24NORMAAL:Het niveau van de weergegevenfrequentie wordt vanaf onder naarboven weergegeven.PEAK HOLD:Het niveau van de weergegevenfrequentie wordt vanaf onder naarboven weergegeven, de puntwaardeblijft voor korte tijd "ingevroren".MOUTH:Het niveau van de weergegevenfrequentie wordt vanaf het middennaar onder en boven weergegeven.CIRCLE:De weergavensoorten (zie boven)wisselen elke 5s.Druk op de toets STO (22) (de weer-gave voor het geheugen knippert) endruk daarna op de gewenstegeheugentoets (29) (de gekozengeheugenplaats M1-4 knippert).DISC: DiscomuziekPOPS: PopmuziekCLAS: klassieke muziekJAZZ: JazzmuziekVOCA: Spraak, voor een betere spraak-kwaliteit (bijv.
HandhavingEen te hoog volume in de auto heeft tot gevolg, dat akoestischewaarschuwingssignalen niet meer waargenomen kunnen worden, daardoorworden u en andere verkeersdeelnemers in gevaar gebracht. Zorg daaromsteeds voor een aangepast volume. Onachtzaamheid in het verkeer kan leiden tot ernstige ongevallen. Hetbedienen van de Hifi-installatie mag daarom steeds alleen gebeuren, als deverkeerssituatie dit toelaat en u door het bedienen van de installatie niet vanhet verkeersgebeuren afgeleid wordt. Let erop, dat het apparaat goed kan ventileren. De koelribben mogen nietafgedekt worden. OnderhoudControleer regelmatig de technische veiligheid van de autoversterker, bijv. op beschadiging van de kabels en van de behuizing.
Als er aangenomen kan worden dat gebruik zonder gevaar niet meermogelijk is, dient u het apparaat buiten werking te stellen en te beschermentegen het per ongeluk in gebruik nemen door derden. Boordspanningafklemmen. U kunt er van uitgaan dat gebruik zonder gevaar niet meer mogelijk is als:- het apparaat zichtbaar beschadigd is- het apparaat niet meer werkt, of- na zware mechanische invloedenVoordat u de autoversterker schoonmaakt moet u beslist denavolgende veiligheidsbepalingen in acht nemen:Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelenkunnen er spanningsvoerende delen blootgelegd worden. Voor een onderhoud of reparatie moet hiervoor het apparaat van despanningsvoorziening losgemaakt worden. 27- Stel met de toets UP/DOWN (24)het volume van de subwoofer in. - Druk nogmaals op de toets SUB(27). - Stel met de toets UP/DOWN (24)de scheidingsfrequentie van desubwoofer in.
Let beslist op de veiligheidsbepalingen. Probleem OplossingGeen functie, o De aansluiting GND (12) heeft geenPOWER-LED (6) verbinding met de massa van de autolicht niet op o De aansluiting RMT (11) heeft geen verbinding met de antennestuuruitgang van de autoradioo De aansluiting B+ (10) wordt niet voorzien van +12Vo De zekeringen FUSE (9) van de versterker of de zekering in de pluskabel defectDe POWER-LED (6) o De volumeregelaar van de autoradio staat op licht op, maar er is minimumgeen geluid te horen o De volumeregelaar van de autoversterker staat op minimum. o De luidsprekers zijn niet correct aangesloteno De veiligheidsschakeling van de versterker is vanwege een fout (kortsluiting in de uitgang, oververhitting) aangesproken, de PROTECT-LED (5) licht opEen kanaal o Controleer de aansluiting van de ingangen functioneert niet MAIN-IN (2) resp.
AUX-IN (3)o Controleer de aansluiting van de luidspreker-uitgangen en de luidsprekerso De balansregelaar op de autoradio staat niet in het middenStorende geluiden o slechte massaverbinding van de massakabel, eventuele roest of verf van contactvlakken verwijdereno De massapunt van de autoradio en die van de versterker liggen niet op het hetzelfde potentiaal, probeer verschillende massapunten uit. 29Condensatoren in het apparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs alshet apparaat van alle spanningsbronnen losgemaakt is. Een reparatie mag alleen een vakman uitvoeren, welke vertrouwd ismet de gevaren en voorschriften hierover. Als er een zekering vervangen moet worden, dient u er op te letten dat eralleen zekeringen van het aangegeven type en nominale stroomsterktegebruikt worden ter vervanging (zie Technische gegevens).
Het repareren van zekeringen of het overbruggen van zekering-houders is niet toegestaan. Nadat u het apparaat losgekoppeld heeft van de stroomvoorziening(accukabel losmaken. ) trekt u voorzichtig de zekeringen (9) uit de zekering-houders. Vervang defecte zekeringen door zekeringen van hetzelfde type.
Pas daarna het apparaat weer met de spanning verbinden en in gebruiknemen. VerwijderingVerwijder het onbruikbare apparaat volgens de geldende wettelijkevoorschriften. Verhelpen van storingenMet de autoversterker XQ-140 heeft u een product aangeschaft, datgebouwd is volgens de laatste inzichten in de techniek en gebruiksveilig is. Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Daarom willen wij hieronder beschrijven, hoe u de mogelijke storingen kuntverhelpen:28.
2 V RMS / 10 kOhm31o De kabels van de versterker liggen te dicht bij de kabels van de ontsteking van de autoo De ontstekingsinstallatie is niet ontstoordo De kabels van de versterkeringang liggen te dicht bij de stroomvoorzieningkabelHet apparaat schakelt o Slecht massacontact van de massa-aansluit-tijdens het kabel, aansluitpunt van de kabel of accuklem gebruik in en uit roestigo Te lage spanning op de stroomvoorziening-aansluiting B+ (10), aansluitpunt van de kabel of de accuklem roestig, te zwakke accuo Los contact op de Remonte-leiding, aansluiting van de stroomvoorziening RMT (11) is los contact of roestigDe weergave o Er is een luidspreker verkeerd gepooldgebeurt zonder o De basregelaar van de autoradio staat op basaandeel minimumo De equalizer is verkeerd ingesteldDe weergave o De werkingsschakelaar CH 3,4 (1) is verkeerd gebeurt zonder ingesteld midden- en hoge tonen o De equalizer is verkeerd ingesteldAndere reparaties dan hierboven beschreven mogenuitsluitend door een geautoriseerde vakman uitgevoerdworden!30
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Conrad XQ-140 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Receiver Conrad
Handleiding Receiver
Nieuwste handleidingen voor Receiver