Chevrolet Equinox (2014) Handleiding

Chevrolet Auto Equinox (2014)

Bekijk gratis de handleiding van Chevrolet Equinox (2014) (77 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen. Heb je een vraag over Chevrolet Equinox (2014) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/77
De’Longhi Appliances via Seitz, 47 31100 Treviso Italia www.delonghi.com
5714811321_00 _0820
Carica del gas / Gas charge / Charge de gaz / Gasladung /
Opladen van het gas / Carga de gas / Carga de gás / Φόρτιση
αερίου / Заряд газа / Газды зарядтау / Gaz şarj / Nabíjení
plynu / Nabíjanie plynu

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Chevrolet
Categorie: Auto
Model: Equinox (2014)

Handleiding Chevrolet Equinox (2014) – volledige tekst

19Lees aandachtig de veiligheidswaarschuwingen voordat u het apparaat gebruikt. 1. BESCHRIJVING1. 1 Beschrijving van het apparaat (A)A1. BedieningspaneelA2. CondensopvangreservoirA3. Handgreep voor optillenA4. LuchtinlaatroosterA5. Stolter of zilverionen-luchtlter (alleen op bepaalde modellen)A6. LuchtuitlaatroosterA7. Condensafvoerslang (ongeveer 1 m) A8. Antiallergeenlter (alleen op bepaalde modellen)A9. Wieltjes (alleen op bepaalde modellen)1. 2 Beschrijving van het bedieningspaneel (B)B1. Toets ON/STAND-BYB2. Toets ontvochtigingB3. Toets droogmodusB4. Toets timer1. 3 Beschrijving van het display (C)C1. Ontvochtigingsmodus actiefC2. Droogmodus actief C3. Alarm lage temperatuurC4. Cijfers voor % relatieve vochtigheid/uren timerC5. Alarm vol reservoirC6. Functie timer actief2. CONFIGURATIE VOOR GEBRUIK Plaats het apparaat in de te ontvochtigen omgeving.

Laat voor en boven de ontvochtiger een vrije ruimte van ten minste 50 cm, zodat de luchtinlaat en -uitlaat niet belemmerd worden. Voor een eciënte ventilatie wordt aangeraden om een vrije ruimte van ten minste 5-10 cm rond het apparaat te laten. 3. DE WIELTJES AANBRENGENGa voor de montage van de wieltjes op het apparaat als volgt te werk:1. Zorg ervoor dat het apparaat is losgekoppeld van de elektriciteit en dat het reservoir leeg is. 2. Breng de wieltjes aan zoals aangegeven op afbeelding en 1laat ze verschuiven zoals aangegeven door de pijl, tot ze op hun plaats vastklikken (afbeelding ). 24. AFVOER VAN HET CONDENSWATERDe condens kan op 2 manieren worden afgevoerd:4. 1 Afvoer naar het reservoirDe condens wordt rechtstreeks naar het reservoir (A2) afgevoerd. Wanneer het reservoir vol is, zal het apparaat stoppen en toont het bedieningspaneel (B) een rood alarm reservoir (C5).

Ga, om de werking van het apparaat te herstellen, als volgt te werk:1. Verwijder het reservoir (afb. ) en giet het leeg in een 3wastafel of badkuip. 2.

Plaats het reservoir terug op zijn plek en zorg ervoor dat het correct wordt aangebracht. 4. 2 Continue externe afvoerWanneer het apparaat voor lange periodes gebruikt moet worden en het niet mogelijk is om het reservoir regelmatig te ledigen, wordt aangeraden om de functie voor continue afvoer te gebruiken. Ga als volgt te werk:1. Verwijder de dop voor continue afvoer vanaf het tuitje door hem linksom te draaien; verwijder dan de rubberen dop vanaf de opening (afb. ). (Let op voor mogelijk naar 4buiten stromend water. )2. Breng de condensafvoerslang (A7) aan op de opening (afb. 5). 3. Zorg ervoor dat de slang niet hoger dan de opening wordt geplaatst (afb. 6), anders zal het water terugstromen naar het reservoir van het apparaat. Zorg er ook voor dat er geen knikken in de slang zitten. 5. SELECTIE VAN DE MODUSSluit het apparaat aan op het stopcontact.

Bij het eerste gebruik verschijnt op het display en wordt er gelijktijdig een een puntgeluidssignaal gegeven om aan te geven dat het apparaat zich in de stand-bymodus bevindt. 1. Druk voor de inschakeling van het apparaat op toets (B1). Het apparaat begint te werken met de vooraf ingestelde modus. 2. In geval van een stroomstoring zal het apparaat, na het herstel van de stroomvoorziening, functioneren met de eerder ingestelde bedrijfsmodus. NOTA BENE:• Als het symbool (C5) verschijnt, moet het reservoir (A2) geledigd worden of correct geplaatst worden. (zie paragraaf “4. 1 Lediging van het reservoir”). • Het apparaat is voorzien van een veiligheidsvoorziening (vertraging van 3 minuten) die de compressor beschermd tegen te frequente in- en uitschakelingen. De waarschu-wingslampjes C1 of C2 knipperen. 5. 1 Ontvochtigingsmodus1. Druk op de toets (B2).

Op het display gaat het lampje (C1) branden (afb. 7). 2. Het display toont het eerder ingestelde niveau van relatieve vochtigheid. Wanneer de waarde knippert, is het mogelijk om de instelling te wijzigen door herhaaldelijk te drukken op de toets.

20tot 70% (vochtige omgeving). Afhankelijk van de omgevingsomstandigheden is het mogelijk dat de minimaal instelbare waarde niet door het apparaat bereikt kan worden. In dit geval wordt aangeraden om de omgeving, die men wenst te ontvochtigen, te verwarmen. 3. Wanneer de ingestelde waarde voor relatieve vochtigheid stopt te knipperen, toont het display het percentage van relatieve vochtigheid in de kamer. Het apparaat kan mogelijk enkele seconden nodig hebben om de waarde van de vochtigheid in de kamer weer te geven. 4. Wanneer de kamer het ingestelde vochtigheidsniveau bereikt, stopt het apparaat de ontvochtiging en zal het met een zeer lage ventilatorsnelheid blijven werken. 5. 2 Droogmodus1. Druk op de toets (B3). Het lampje (C2) gaat branden en het display toont het symbool “ ” (afb. 8). 2. Het apparaat functioneert automatisch met het maximale ontvochtigingsvermogen.

Opmerking:De Droogmodus wordt aangeraden voor bijzonder vochtige omgevingen of voor het sneller drogen van de was. 6. FUNCTIE TIMER• De timer kan gebruikt worden voor een vertraagde in- of uitschakeling van het apparaat. Op deze manier wordt verspilling van elektriciteit voorkomen door het apparaat alleen te laten functioneren wanneer dat nodig is. • Als de programmering actief is, zal het lampje branden. De programmering van de vertraagde inschakeling1. Druk, bij apparaat in de stand-bymodus, op de toets (B4). Het lampje (C6) brandt en het display toont de knipperende waarde van de geselecteerde uren (afb. 9);2. Stel het gewenste aantal uren in door herhaaldelijk te drukken op de toets (B4). De mogelijke selecties zijn 1, 2, 4, 6, 8, 12 uur. 3. Na enkele seconden keert het apparaat terug naar de stand-bymodus en blijft op het display het lampje (C6) branden. 4.

Na het verstrijken van de geprogrammeerde tijd wordt het apparaat ingeschakeld met de eerder ingestelde modus. De vertraagde uitschakeling programmeren1.

Druk, bij ingeschakeld apparaat, op de toets (B4): Het lampje brandt en het display toont het knipperende cijfer van de geselecteerde uren (afb. 9);2. Stel het gewenste aantal uren in door herhaaldelijk te drukken op de toets (B4). De mogelijke selecties zijn 1, 2, 4, 6, 8, 12 uur. 3. Na enkele seconden keert het display terug naar de actieve bedrijfsmodus en blijft het lampje (C6) branden. 4. Bij het verstrijken van de geprogrammeerde tijd, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. Opmerking:• Na de programmering van de timer kan de resterende tijd tot de in- of uitschakeling worden weergegeven met één enkele druk op de toets. • Druk, om de functie timer te deactiveren, tweemaal op de toets ; het lampje (C6) op het display gaat uit. 7. REINIGING EN ONDERHOUD• Voordat het apparaat gereinigd wordt, moet het altijd eerst worden losgekoppeld van de netvoeding.

• Om veiligheidsredenen mag de ontvochtiger niet gewassen worden met een waterstraal. 7. 1 Reiniging van de buitenkant van het apparaat• Reinig het apparaat met een vochtige doek en gebruik ver-volgens een droge doek om het af te drogen. • Maak voor de reiniging van het apparaat geen gebruik van benzine, alcohol of oplosmiddelen. • Spuit nooit insecticiden en dergelijke op het apparaat. Dit zou de vervorming van de plastic delen kunnen veroorzaken. 7. 2 Reiniging van het stolter of van het zilverionen-luchtlter (alleen op bepaalde modellen)Als het lter vuil is, is dit van invloed op de luchtcirculatie en zal de eciëntie van de ontvochtiger afnemen. Derhalve wordt aanbevolen om het lter regelmatig te reinigen. De reinigings-frequentie is afhankelijk van de omgeving en de werkingstijd van het apparaat.

Als het apparaat continu en systematisch wordt gebruikt, wordt aanbevolen het lter eenmaal per week te reinigen. • Voor de verwijdering van het luchtlter moet het rooster worden weggenomen en moet het lter worden uitgetrok-ken (zie Afb. 10).

• Gebruik een stofzuiger om het op het lter opgehoopte stof op te zuigen. Als het lter erg vuil is, kan het onder lauw-warm water worden afgespoeld. Het water mag niet warmer zijn dan 40°C. Laat het gewassen lter goed drogen alvorens het weer terug te plaatsen. Het zilverionen-luchtlter, indien aanwezig, zal naast het op-vangen van de stofdeeltjes ook een eectieve antibacteriële werking uitoefenen. Verder zal het irriterende stoen zoals pollen en sporen aanzienlijk verminderen. Het lter is behandeld met kleine zilverdeeltjes (met een grootte van miljoensten van een millimeter), die in staat zijn de vermenigvuldiging te stopen en de bacteriën of sporen, waarmee ze in contact komen, te vernietigen.

217.3 Antiallergeenlter (alleen op bepaalde modellen)Enkele modellen zijn voorzien van een antiallergeenlter dat de door de lucht vervoerde concentratie van allergenen snel en eciënt kan beperken. Voor de installatie moet het lter uit de verpakking worden genomen en geplaatst worden op zijn plek in het rooster op de achterkant van het apparaat; zie Afbeelding 11.Aangeraden wordt om het lter om de 2 jaar te vervangen. 7.4 In geval van lange periodes van niet-gebruik• Koppel het apparaat los van het stopcontact en ledig het reservoir. • Reinig het lter en plaats het terug. • Dek het apparaat af met een plastic zak om het te bescher-men tegen stof. 8.

229. OP HET DISPLAY WEERGEGEVEN ALARMENALARM OORZAAK OPLOSSINGHet reservoir (A2) ontbreekt of is niet cor-rect geplaatstBreng het reservoir correct aan (zie paragraaf “4.1 Afvoer naar het reservoir”)Het reservoir is vol Maak het reservoir leeg (zie paragraaf “4.1 Afvoer in het reservoir”)De omgevingstemperatuur is te laag (zie operationele limieten in hfdst. “8. Techni-sche kenmerken”)Verhoog, indien mogelijk, de temperatuur van de omgevingEen van de sondes is defect Neem contact op met het servicecentrum10. ALS ER IETS NIET WERKTHieronder volgt een lijst met mogelijke storingen. Wanneer het probleem niet op de beschreven manier kan worden opgelost, neem dan contact op met het servicecentrum.PROBLEEM OORZAAK OPLOSSINGHet apparaat functioneert als ontvoch-tiger, maar de vochtigheid neemt niet afHet lter is verstopt Reinig het stolter (par.

“7.2 Reiniging van het stolter”) De temperatuur of de vochtigheid van de omgeving zijn te laagOnder bepaalde omstandigheden zal het apparaat niet ontvochtigen: controleer de operationele limieten van het appa-raat (zie hoofdstuk “8. Technische gege-vens”). In enkele gevallen wordt aange-raden om de te ontvochtigen omgeving te verwarmen.Het ingestelde niveau voor relatieve vochtigheid is te hoogStel een lagere waarde voor vochtigheid in (zie par. “5.1 Ontvochtingingsmodus”).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Chevrolet Equinox (2014) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden