Cateye Q3a Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Cateye Q3a (83 pagina’s), behorend tot de categorie Sporthorloge. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Cateye Q3a of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Cateye |
| Categorie: | Sporthorloge |
| Model: | Q3a |
Handleiding Cateye Q3a – volledige tekst
NL-1VervolgdHartelijk dank voor uw aankoop van de CATEYE Q3a Multi-Sport Computer.De Q3a is een polshorloge met hartslagmonitor met aanvullende fietscomputerfuncties om atleten in staat te stellen hun trainingsgegevens te organiseren en te analyseren.De draadloze digitale technologie met 2,4 GHz frequentie, dezelfde technologie die ge-bruikt wordt voor gewone apparatuur zoals een draadloos netwerk, wordt gebruikt voor zowel de geïntegreerde cadans/snelheidssensor als de hartslagsensor. Deze technologie elimineert interferentie door ruis van buitenaf en overspraak met andere draadloze computergebruikers vrijwel volledig, zodat u kunt genieten van een zorgeloze rit.Lees deze handleiding voor gebruik in zijn geheel aandachtig door om alle functies van het polshorloge goed te leren kennen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing op een veilige plek om hem later wanneer nodig te kunnen raadplegen.BelangrijkVolg altijd de aanwijzingen op die zijn aangeduid met “• Waarschuwing!!!”.Niets uit deze handleiding mag worden gereproduceerd of overgedragen zonder •de voorafgaande schriftelijke toestemming van CatEye Co., Ltd.De inhoud en illustraties in deze handleiding kunnen worden gewijzigd zonder ken-•nisgeving vooraf.Indien u vragen of problemen heeft met betrekking tot deze handleiding, neem •dan contact op met CatEye op www.cateye.com. Inleiding
NL-2Vóór gebruikRaadpleeg dit hoofdstuk voor installatie van het apparaat op de fiets, gebruik van de hartslagsensor, setup van het polshorloge en de basisbediening van het product. Installatie op de fiets•. Zie pagina 10-12Hartslagsensor•. Zie pagina 13Setup polshorloge•. Zie pagina 14-21Basisbediening polshorloge•. Zie pagina 22-23Klokmodus (CLOCK)Raadpleeg dit hoofdstuk om te leren hoe u de functies van de Klokmodus kunt bedienen. Wekker•. Zie pagina 24Sportmodus (SPORTS)Raadpleeg dit hoofdstuk om te leren hoe u de functies van het polshorloge kunt bedienen. Toon gegevens in Sportmodus•. Zie pagina 28-29Optiemodus (OPTION)Raadpleeg dit hoofdstuk om te leren hoe u de trainingsfuncties kunt bedienen die vaak worden gebuikt in de Sportmodus (aftel- en intervalfuncties) en hoe u de HR streef-waarden kunt instellen. Trainingsfuncties•.
Zie pagina 32-35De streefwaarden voor de hartslag instellen•. Zie pagina 37-38Gegevensmodus (DATA)Raadpleeg dit hoofdstuk om de opgenomen bestanden te bekijken en te beheren. Opgenomen Gegevens Bekijken (Bestand bekijken) •. Zie pagina 40-45 “Bestanden bekijken”Download opgenomen gegevens naar PC (PC link) •. Zie pagina 45-47 “PC link”Setupmodus (SETUP)Raadpleeg dit hoofdstuk om de configuratie van het polshorloge te veranderen. De configuratie van het de polshorloge •veranderen. Zie pagina 49-60Over de meegeleverde CD-ROMDe meegeleverde CD-ROM bevat de volgende informatie. Snelstarthandleiding• (PDF-bestand)Het installeren van de computer op de fiets en het instellen van het polshorloge worden beschreven met behulp van de video.
Download software “e-Train Data™ • (Windows versie)”Deze software wordt gebruikt voor het overbrengen van de meetgegevens naar uw computer en gebruik vervolgens verschillende functies op de PC, zoals een grafiekweergave (De optionele “USB-communicatie eenheid” is vereist).
NL-3VervolgdInhoudInleiding. 1Over de handleidingen. 2Correct gebruik van de CatEye Q3a. 5Belangrijk. 6Beschrijving van polshorloge en haar onderdelen. 8Polshorloge. 8Accessoires. 8Schermweergave. 9Installatie op fiets. 10Monteer de snelheidssensor en magneet. 10Monteer het polshorloge op het stuur. 12Hartslagsensor. 13Alvorens de hartslagsensor om te doen. 13De hartslagsensor omdoen. 13Het polshorloge voorbereiden. 14Het isolatiepapier verwijderen. 14Herstarten. 14De klok/datum instellen. 15Overschakelen naar de Setupmodus. 16De wielomtrek instellen. 16De meeteenheid selecteren. 18Overschakelen naar de Sportmodus. 18Functietest. 19Herstel-/herstartprocedure. 21Basiswerking van het polshorloge. 22Wisselen tussen modi. 22Achtergrondverlichting. 23Spaarstand. 23Slaapstand voor overdracht. 23Stroom besparen van het polshorloge. 23Klokmodus (CLOCK). 24Functies in de Klokmodus.
NL-5VervolgdNeem voor veilig gebruik de onderstaande aanwijzingen in acht. Betekenis van de in deze gebruiksaanwijzing gebruikte symbolen: Waarschuwing. : De met dit symbool aangeduide paragrafen zijn van groot belang voor een veilig gebruik van deze fietscomputer. Zorg ervoor dat u deze instructies op volgt. Let op: Belangrijke waarschuwingen over het gebruik en de be-diening van de Q3a. Nuttige tips worden aangeduid met een asterisk. * Betekenis van de in deze gebruiksaanwijzing gebruikte kleuren:Rood: Geeft aan dat de weergegeven gegevens knipperen. Zwart/grijs: Geeft aan dat de weergegeven gegevens aan staan. Waarschuwing. :Mensen met een pacemaker mogen dit apparaat niet gebruiken. •Fietsen kan een gevaarlijke sport zijn. Richt uw aandacht altijd op de weg, het •verkeer en de omgeving. De hoogtegegevens van dit apparaat zijn alleen ter referentie.
Gebruik dit ap-•paraat niet als een instrument voor professionele doelen. Laat geen batterij achter binnen het bereik van kinderen en doe ze als ze op zijn •bij het chemisch afval. Raadpleeg onmiddellijk een arts indien een batterij per ongeluk wordt doorgeslikt. Let op:Controleer regelmatig de posities van de magneten en de snelheids-/cadanssensor •en let erop dat ze stevig vast zitten. Indien ze los zijn, draait u ze stevig aan om te voorkomen dat ze vallen en schade veroorzaken. Laat het apparaat niet voor langere tijd in direct zonlicht liggen. •Een temperatuursensor die in het polshorloge is ingebouwd om de hoogte te berekenen, kan beschadigd raken door grote hitte, wat een onjuiste weergave van de temperatuur veroorzaakt. Haal het polshorloge, de hartslagsensor of de snelheidssensor niet zelf uit elkaar.
•Stel het polshorloge, de hartslagsensor of de snelheidsensor niet bloot aan hevige •schokken, zorg er ook voor dat ze niet vallen. Gebruik geen verdunner of alcohol om het toestel te reinigen.
Gebruik een vochtige •doek en gebruik indien noodzakelijk een niet-schurend schoonmaakmiddel. Stop het gebruik van het apparaat als uw huid geïrriteerd raakt door de HR riem of •het elektrodeviltje. Voorkom dat er hard aan de hartslagsensor wordt getrokken of dat hij wordt verwrongen. •De kwaliteit van de hartslagmeter zal na verloop van tijd achteruit gaan. Wanneer de •hartslagmeter regelmatig foutieve metingen doorgeeft, moet hij worden vervangen. Eén van de eigenschappen van LCD-schermen is dat ze moeilijk afleesbaar zijn door •zonnebrillen met gepolariseerd glas. Correct gebruik van de CatEye Q3a.
NL-6Draadloos digitaal systeem van 2,4 GHzZowel de geïntegreerde sensor voor snelheid en cadans als de hartslagsensor maken gebruik van draadloze digitale technologie met een uitzendfrequentie van 2,4 GHz, dezelfde technologie die ook voor draadloze computernetwerken wordt gebruikt. Deze technologie elimineert interferentie door ruis van buitenaf en overspraak met andere draadloze computergebruikers vrijwel volledig, en zorgt ervoor dat gegevens op een betrouwbare manier kunnen worden bewaard. In zeer zeldzame gevallen kunnen voorwerpen en plaatsen echter sterke elektromagnetische golven en storingen veroor-zaken, wat kan resulteren in onjuiste metingen. De volgende situaties kunnen een potentiële bron zijn van storingen: Wees heel voorzichtig met het synchroniseren met de sensor ID. * In de buurt van tv’s, pc’s, radio’s, motors/machines of in auto’s en treinen.
•Bij spoorwegovergangen en naast treinsporen, in de buurt van televisiezenders en •radarstations. Nabij andere draadloze computerapparatuur of digitaal gestuurde verlichting. •Hoogte metingDe hoogte wordt bepaald door het detecteren van de verandering in atmosferische druk door een druksensor te gebruiken die in het polshorloge is ingebouwd, wat daarna wordt omgezet in hoogte. Daarom kan de meting variëren op dezelfde plaats door een verandering in atmosferische druk, veroorzaakt door de weersomstandighe-den. Daarnaast kan een verandering tussen de 30 en 40 m optreden tussen de vroege ochtend en de avond, zelfs wanneer het weer stabiel is. Dit apparaat kan onjuiste metingen weergeven op de volgende locaties en/of omgevingen:Wanneer de atmosferische druk en/of temperatuur aanzienlijk veranderen door een •snelle weersverandering.
Op een locatie waar de druk kunstmatig wordt geregeld, zoals in een vliegtuig. •De meting van de hoogte kan tijdelijk veranderen als de temperatuur plotseling •verandert, zoals bij het verlaten van een overdekte ruimte.
NL-7VervolgdAutomatische herkenning van de snelheidssensor IDDe snelheidssensor heeft zijn eigen ID en het polshorloge meet synchroon met de ID. Twee snelheidssensor ID’s kunnen op één polshorloge worden geregistreerd, die de 2 snelheidssensoren automatisch kan identificeren zodra de ID’s vooraf zijn geregis-treerd. Als een wielomtrek op de snelheidssensor ID is ingesteld, is wielselectie via handmatige bediening niet langer vereist, wat wel noodzakelijk was met conventionele computers. De huidig herkende snelheidssensor wordt aangeduid met een sensorsymbool (* of ) op het scherm. Procedure voor automatische herkenningWanneer het polshorloge met behulp van de energiebesparende functie naar de Klok-modus gaat en vervolgens terugkeert naar de Sportmodus, wordt automatische herken-ning van de snelheidssensor ID door middel van de volgende procedure uitgevoerd.
Het polshorloge zoekt naar een sensorsignaal vanaf de snelheidssensor ID-1. 1. Wanneer het polshorloge een sensorsignaal van ID-1 onvangt, geeft deze 2. sensorsymbool op het scherm weer en start de meting. Wanneer het polshorloge geen sensorsignaal van ID-1 kan ontvangen, zoekt het naar een sensorsignaal vanaf ID-2. Wanneer het polshorloge een sensorsignaal van ID-2 ontvangt, geeft deze 3. sensorsymbool op het scherm weer en start de meting. Wanneer het polshorloge geen sensorsignaal van ID-2 ontvangt, zoekt het opnieuw naar een sensorsignaal vanaf ID-1. Het polshorloge herhaalt synchronisatie door middel van de hierboven beschreven procedure, zelfs als synchronisatie om een of andere reden mislukt, zoals gebrek-kige communicatie. In een dergelijk geval zal herkenning echter enige tijd duren.
Wanneer het polshorloge binnen 5 minuten geen signaal van de snelheidssensor * kan ontvangen, wordt de energiebesparende stand geactiveerd en schakelt het polshorloge naar de Klokmodus.
De ID verwisselen met behulp van handmatige bedieningDe snelheidssensor ID kan worden verwisseld met behulp van handmatige bediening van “De wielkeuze en wielomtrek” in de Setupstand. Gebruik deze procedure in de volgende gevallen. Wanneer het polshorloge het beoogde sensorsignaal niet kan herkennen, aangezien de •2 geregistreerde snelheidssensoren dichtbij zijn en beide een sensorsignaal zenden. Wanneer u onmiddellijk naar de snelheidssensor ID wilt gaan. •Zodra u met behulp van de handmatige bediening naar de snelheidssensor ID gaat, * blijft het polshorloge alleen zoeken naar de snelheidssensor ID die u verwisselde bij het terugkeren naar de Sportmodus. Wanneer het polshorloge binnen 5 minuten geen sensorsignaal kan ontvangen, wordt de energiebesparende modus geactiveerd en gaat het polshorloge naar de Klokmodus.
(pagina 23)StreefwaardenLicht op wanneer de streefwaarden ingeschakeld zijn en knippert wanneer die worden overschreden.Lege batterij-alarmKnippert wanneer de batterij van het polshorloge vervangen moet worden door een nieuwe.bpmHartslageenheidAM PMAM/PM-weergave (licht op wanneer het 12-uurs systeem wordt gebruikt)LAPRonde-indicatorLicht op wanneer de rondetijd worden weergegeven.Automatische START/STOP-functieLicht op wanneer de automatische START/STOP-functie ingeschakeld is.%Hellingshoek, zone, GeheugenpuntgebruikAlarmLicht op wanneer de geluidsfunctie van het HR alarm is ingeschakeld.SSSMODE1MODE2ToetsnavigatieDuidt de beschikbare toetsen aan tijdens het instel-len van het polshorloge, of op het Setupscherm.Tempopijl (bovenste display)De tempopijl laat zien of de huidige snelheid hoger () of lager () ligt dan de gemiddelde snelheid.Hartslagtempopijl (middelste display)De pijl laat zien of de huidige hartslag hoger ( ) of lager ( ) ligt dan de gemiddelde hartslag.Bovenste gegevensdisplayOnderste gegevensdisplayBovenste symbool van geselecteerde modusDuidt de metinggegevens aan die momenteel worden weergegeven op de bovenste gegevensdisplay.Onderste symbool/eenheid van geselecteerde modus Duidt de eenheid aan, samen met de gegevens die momenteel worden weergegeven op de onderste gegevensdisplay.
NL-10Vóór gebruikInstallatie op fietsMonteer de snelheidssensor en magneet1-1.Zet de snelheidssensor lichtjes vastPlaats de snelheidssensor op de linker (niet aangedreven) achtervork als hierboven getoond en zet hem losjes vast met de kabelbindingen.Maak de nylon kabelbinders in deze fase nog * niet volledig vast. Op het moment dat een kabelbinder volledig is vastgezet, kan deze niet meer worden losgehaald.1-2.Monteer de magneetDraai de schroeven los aan zowel de 1. SPEED zijde als de CADENCE zijde van de snelheidssensor en draai de sensor in de hoek die rechts wordt getoond.Maak de wielmagneet tijdelijk vast aan de 2. spaak zodat de magneet naar de sensor-zone aan de SPEED zijde is gericht.Maak de cadansmagneet tijdelijk vast in 3.
NL-11Vóór gebruikVervolgdWanneer de snelheidssensor ten opzichte van de (in de stappen 2 en 3 ge-* plaatste) magneten niet precies goed zit, dan kunt u de snelheidssensor nog iets verschuiven zodat hij op de juiste plaats komt te zitten. Nadat u de snelheidssensor heeft verplaatst, past u de positie aan zodat de twee mag-neten naar de juiste sensorzone zijn gericht.Na deze aanpassing maakt u de nylon kabelbinders stevig vast om de 4. snelheidssensor te bevestigen.1-3.Pas de afstand tot de magneet aanStel de afstand tussen de wielmagneet en 1. de SPEED zijde van de snelheidssensor af op ca. 3 mm. Draai na afstelling de stel-schroef aan de SPEED zijde vast.Stel de afstand tussen de cadansmagneet en 2. de CADENCE zijde van de snelheidssensor af op ca. 3 mm.
Draai na afstelling de stel-schroef aan de CADENCE zijde vast.Indien uw fiets stalen pedaalassen heeft, dan * kan de cadansmagneet aan het uiteinde van de pedaalas worden aangebracht. In dat geval dient u de dubbelzijdige tape van de magneet te verwijderen.1-4.Zet de diverse onderdelen vastMaak de snelheidssensor, de stelschroef en de magneet stevig vast en controleer ze op speling. Nylon kabelbinders snelheids-/cadanssensor Schroeven van snelheids- en cadanssensor Schroef van wielmagneet CadansmagneetWielmagneetCadansmagneetSPEEDCADENCEOngeveer 3 mmOngeveer 3 mmKnip overtollige lengte van de nylon kabelbinders af met een schaar.
12NL-12Vóór gebruikMonteer het polshorloge op het stuurMonteer het polshorloge op het stuur met een houder.Controleer de juiste richting van de houder en plaats hem op het stuur.1. Maak de houder vast in de juiste richting, naar gelang de grootte van het stuur, en bevestig hem dan met de nylon kabelbinders.Bind het polshorloge vast rond de houder.2. Snoer de riem goed vast zodat het polshorloge niet los kan raken.2Knip de overtollige lengte van de nylon kabelbinders af met een schaar.Haal de nylon kabelbinders door de houder * voordat u ze aan het stuur vastmaakt.Standaard fietsstuurBovenmaats stuurNylon kabel-bindersNylon kabelbindersStuurStuurHouderHouderPolshorlogeRiemStuurVoorkantVoorkantVoorkantVoorkant
NL-13Vóór gebruikVervolgdDe hartslag wordt gemeten als de hartslagsensor op de borst gedragen wordt.Alvorens de hartslagsensor om te doen Waarschuwing!!!: Dit product mag NIET worden gebruikt door mensen met een pacemaker.Om foutieve metingen te voorkomen is het raadzaam om de elektrodeviltjes met •water te bevochtigen.Als u een zeer gevoelige huid heeft, dan kan de hartslagmeter zelfs over een dun •onderhemd worden gedragen als het elektrodeviltje met wat water is bevochtigd.Borsthaar kan de meting belemmeren.•De hartslagsensor omdoenHaal het haakje van de HR riem door het gat op de hartslagsensor totdat u een klik 1. hoort.Doe de hartslagsensor om met de HR riem en pas de lengte van deze riem aan 2. totdat het overeenkomt met uw borstomvang (onder de boezem).
Het te strak vastmaken van de riem kan een oncomfortabel gevoel veroorzaken.Haal het haakje van de HR band door het andere gat op de hartslagsensor3. totdat u een klik hoort.Om de hartslagsensor te verwijderen, houdt u het haakje vast bij het gat op de hart-4. slagsensor en draait u het haakje los.Zorg ervoor dat het rubberen deel van het elektrodeviltje in direct contact staat met * het lichaam.Indien u een droge huid heeft of de hartslagmeter over een onderhemd draagt, kunnen er * foutieve metingen ontstaan. Om fouten te vermijden dient u het rubber van het elektrodekus-sen te bevochtigen.HartslagsensorHartslagsensorElektrodeviltjeHaakHartslagsensorHR-riem
NL-14Vóór gebruikHerstartenWanneer de computer na aankoop voor het eerst wordt gebruikt of na het vervan-gen van de batterijen, herstart het polshorloge om deze correct te laten werken. Het polshorloge en beide sensor ID’s zijn in de fabriek gecontroleerd. * Houd tegelijkertijd de 1. MENU, SSS, MODE1 en MODE2 knoppen ongeveer 4 seconden op het polshorloge ingedrukt. “FACTORY DEFAULT” wordt getoond. MODE2MODE1SSSMENU (Druk tegelijkertijd)Als “* FACTORY DEFAULT” niet wordt weergegeven op het scherm is de toetsbediening niet juist uitgevoerd. Houd de 4 toetsen nogmaals tegelijker-tijd ingedrukt, totdat de weergave verandert. 2. Selecteer “NO”. Bevestig met de SSS knop, wanneer “NO” op het scherm wordt weergegeven. De achtergrondverlichting van de display licht op en er klinkt een zoemer. Vervolgens gaat de display naar het klok/datum instellingenscherm.
Ga naar het volgende setupitem, “De klok/datum instellen”. YES ↔ NO : MODE2MODE1(of)Bevestig : SSS1De basisonderdelen van het polshorloge moeten eerst worden ingesteld voordat u er gebruik van gaat maken. Het isolatiepapier verwijderenOpen de batterijdeksel en verwijder het isola-tiepapier, wanneer u na aankoop de computer voor het eerst gebruikt. 1 Open de batterijdeksel van het polshorloge met behulp van een munt, enz. 2 Draai met behulp van een munt de binnendeksel naar de open positie, verwijder het en verwijder het isolatiepapier onder de batterij. Draai niet teveel aan de binnendeksel. * Anders kan de tab beschadigd raken. 3 Vervang de batterij en draai het binnendeksel naar de gesloten positie. Controleer of het uit-gesneden deel van het binnendeksel naar de pin is gericht, waarna de 2 tabs worden vastgezet.
4 Druk op de AC knop naast het binnendeksel met behulp van een puntig object. 5 Controleer of er een O-ring op de groef op het polshor-loge is geïnstalleerd en sluit de batterijdeksel goed af.
NL-15Vóór gebruikVervolgd* Selecteer voor de herstelprocedure “YES” door op de MODE1 of MODE2 knop te drukken. Selecteer “NO” voor de herstart-procedure, aangezien de herstelprocedure alle gegevens verwijdert. Zie “Herstel-/herstartprocedure” op pagina 21 voor de verschillen tussen de herstel- en herstartprocedure. De herstartprocedure zal worden geannuleerd wanneer er * gedurende 3 minuten op geen enkele knop wordt gedrukt en het polshorloge zal dan automatisch naar het Klokscherm gaan. Druk in dat geval gelijkertijd op de 4 knoppen en herstart. De klok/datum instellenStel de huidige tijd en datum in. Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen. 1. Selecteer de tijdsnotering. Selecteer “24h (24 uur)” of “12h (12 uur)” door de MODE1 of MODE2 toets te gebruiken en bevestig door de SSS toets te gebruiken. 24h ↔ 12h : MODE2MODE1(of)Bevestig : SSS2.
Voer de “Uren” en “Minuten” in. Voer de “Uren” in door de MODE1 te gebruiken om te verhogen en MODE2 toets om de knipperende waarde te verlagen; bevestig daarna met de SSS toets en voer ver-volgens de “Minuten” op dezelfde manier in. Bewerk waarde : MODE2MODE1(of)Bevestig : SSS3. Selecteer de datumnotering. Selecteer de datumnotering als YY. MM. DD (Jaar/Maand/Dag), DD. MM. YY (Dag/Maand/Jaar) en MM. DD. YY (Maand/Dag/Jaar) door de MODE1 of MODE2 toetsen te gebruiken en bevestig met de SSS toets. Schakel het beeldscherm : MODE2MODE1(of)Bevestig : SSS4. Voer het “Jaar”, de “Maand” en de “Dag” in. Voer het “Jaar”, de “Maand” en “Dag” in, in de weergavevolg-orde die in Stap 3 werd gekozen door de MODE1 te gebruiken om te verhogen en de MODE2 toets om de knipperende waarde te verlagen; bevestig daarna met de SSS toets. Voor “Jaar” voert u de laatste twee cijfers van het jaar in.
NL-16Vóór gebruikOverschakelen naar de SetupmodusVerwissel het polshorloge van de Klokmodus naar de Setupmodus en stel de wielomtrek en de meeteenheid in.1. Houd de MENU knop in het Klokmenu ingedrukt om “SETUP MENU” op het scherm weer te geven.Het schakelt automatisch naar “CLOCK DATE”.Modus wisselen : MENU(indrukken & vasthouden)Tenzij u binnen 3 minuten een handeling uitvoert, zal er naar Klokmodus worden * teruggekeerd. In dergelijke gevallen zal de verandering niet worden uitgevoerd.De wielomtrek instellenVoer in de Setupmodus “De wielkeuze en wielomtrek” de wielomtrek van de fiets in op (Sensor 1) in millimeters.Zie “Wielomtrek” op de volgende pagina als referentie.* Houd de * MODE1 of MODE2 knop ingedrukt om snel het nummer te verhogen/verlagen.1.
NL-17Vóór gebruikVervolgdWielomtrekU kunt de wielomtrek (L) van uw bandenmaat in de onderstaande wielomtrek referentietabel vinden of u kunt de wielomtrek (L) van uw fiets werkelijk meten. Hoe de wielomtrek (L) te metenVoor de meest nauwkeurige meting rolt u het wiel een volledige omwenteling uit. Breng de banden op de juiste luchtdruk en zet het wiel zo op de grond neer, dat het ventiel onderaan zit. Zet op de plaats van het ventiel een streepje op de grond, plaats uw gewicht op de fiets en rol die fiets met een volledige omwenteling van het wiel in een rechte lijn naar voren (zodat het ventiel weer onderaan zit). Zet op de plaats van het ventiel weer een streepje op de grond en meet de afstand tussen beide streepjes in millimeters. Ter referentie gebruikt u de onderstaande bandomtrektabel. * BandomtrektabelL mmETRTOBandenmaatL (mm)47-203 12 x 1. 75 93554-203 12 x 1. 95 94040-254 14 x 1.
Druk nog-maals op de MENU knop om naar de Klokmodus over te schakelen.Naar de bovenste modus/van modus wisselen : MENUOverschakelen naar de SportmodusSchakel het polshorloge van de Klokmodus naar de Sportmodus voor de bedie-ningstest van de snelheidssensor en hartslagsensor.1. Druk op de MENU knop in de Klokmodus om “SPORTS MENU” op het scherm weer te geven.Het schakelt automatisch over naar het meetscherm.Modus wisselen : MENU56SnelheidseenheidTemperatuurseenheid
NL-19Vóór gebruikVervolgdFunctietestHet kan tot ongeveer 2 minuten duren voordat het scherm wordt weergegeven, * omdat het polshorloge tijdens het overschakelen naar de Sportmodus de sensor controleert.Als het signaalsymbool * of op het meetscherm wordt uitgeschakeld, druk op de MODE1 of MODE2 knop om het in te schakelen.Snelheidssensor (SPEED zijde)1. Til het achterwiel op en draai aan het wiel.2. Als de snelheid op het scherm wordt weergegeven, functioneert de sensor normaal.Snelheidssensor (CADENCE zijde)1. Draai de crank rond.2. Als de cadans op het scherm wordt weergegeven, functioneert de sensor normaal.Hartslagsensor1. Draag de hartslagsensor (pagina 13).2. Als de hartslag op het scherm wordt weergegeven, functioneert de sensor normaal.* De hartslagsensor kan tevens worden geactiveerd door met de duimen constant over beide elektrodevlakken te wrijven.
Deze methode kan niet worden gebruikt voor het nauwkeurig meten van de hartslag, maar wordt gebruikt als een eenvoudige methode voor het testen van de communicatie met de sensor/het polshorloge en het zoeken naar de sensor ID.7Elektrodevlak
NL-20Vóór gebruikBelangrijk: Als de snelheid, cadans en/of hartslag niet worden weergegeven, kunnen de oorzaken als volgt zijn. Snelheid en cadans worden niet weergegeven. Controlepunt OplossingBrandt het symbool voor snelheids- en cadanssensor. Als het symbool uit is, kan het polshorloge geen gegevens ontvangen. Druk op de MODE1 of MODE2 toets om de slaapstand voor overdracht te annuleren (pagina 23). Controleer of de afstand tussen de snelheids-/cadanssensor en de mag-neet niet te groot is. Pas de positie van de snelheids-/cadanssensor en die van de magneet aan. (Zie “Installatie op fiets” op pagina 10. )Is de sensorzone van de snelheids-/cadanssensor gericht op het midden van de magneet. Is de spaarstand geactiveerd, waarmee de Klokmodus is geopend. Druk op de MENU toets om naar de Sportmodus te wis-selen.
Het beeldscherm kan vertraagd zijn, afhankelijk van de draadloze over-drachtsomstandigheden. Controleer of een snelheidssignaal wordt ontvangen door het wiel een tijdje te draaien. Heeft u de herstelprocedure uitge-voerd. De in de fabriek gesynchroniseerde sensor ID wordt met behulp van herstellen geïnitialiseerd. Synchroniseer de snelheidssensor ID volgens de Setupmodus “Zoeken naar sensor ID” (pagina 53). Hartslag wordt niet weergegeven. Controlepunt OplossingBrandt het symbool voor de hartslag-sensor. Als het symbool uit is, kan het polshorloge geen gege-vens ontvangen. Druk op de MODE1 of MODE2 toets om de slaapstand voor overdracht te annuleren (pagina 23). Is de spaarstand geactiveerd, waarmee de Klokmodus is geopend. Druk op de MENU toets om naar de Sportmodus te wis-selen. Is de hartslagsensor goed aan uw li-chaam bevestigd.
Pas het elektrodeviltje met het rubberen oppervlak daarvan aan om een goed contact met het lichaam te maken. Droge huid (vooral in de winter) Maak het elektrodeviltje van de hartslagsensor een beetje vochtig. Heeft u de hartslagsensor wel goed omgedaan.
Om een elektrodeviltje correct te dragen, volgt u de instruc-ties voor het dragen van de hartslagsensor (pagina 13). Heeft u de herstelprocedure uitge-voerd. De in de fabriek gesynchroniseerde sensor ID wordt met behulp van herstellen geïnitialiseerd. Synchroniseer de hartslagsensor ID volgens de Setupmodus “Zoeken naar sensor ID” (pagina 53).
Volg de geschikte procedure, afhankelijk van de situatie.Herstellen : Wanneer u alle gegevens en de setup van het polshorloge wilt verwijderen.Herstarten : Wanneer u de computer voor de eerste keer na aankoop of na het vervan-gen van de batterijen gebruikt of wanneer een fout wordt weergegeven.In de herstartprocedure worden de volgende gegevens opgeslagen.* SPORTS MENU DatumOPTION MENU De streefwaarden instellenDATA MENU• Opgeslagenbestandsgegevens• Ritgegevens• LoggegevensSETUP MENU• Wekkerinstelling• Dehuidiggeselecteerdewielomtrek en sensor• SensorID• Meeteenheid• Opname-interval• AutomatischeSTART/STOP-functie• Trainingsfunctie• Geluidsinstellingen• Hoogte boven zeeni-veauStromen van de herstel- en herstartprocedures De herstel- en herstartprocedures zien er als volgt uit.In het geval van de herstelprocedure kunt u de “wielomtrek” en “meeteenheid” * achtereenvolgend instellen, nadat u de “klok/datum” heeft ingesteld.
Iedere setupprocedure wordt op de refererende pagina beschreven. Zorg dat u na het voltooien van de setup de sensor ID synchroniseert volgens de Setupmodus “Zoeken naar sensor ID” (pagina 53).Voor een herstart:De datum van de laatst uitgevoerde herstart * zal eerst worden weergegeven.Herstartprocedure (pagina 14)De klok/datum instellen (pagina 15)KlokmodusVoor een herstel:Herstelprocedure (pagina 14)De klok/datum instellen (pagina 15)De meeteenheid selecteren (pagina 18)De wielomtrek instellen (pagina 16)
MENUMENUNL-22Vóór gebruikWisselen tussen modiHet polshorloge heeft 4 type modusfuncties en een Setupmodus. “CLOCK MENU”, “SPORTS MENU”, “OPTION MENU” en “DATA MENU” worden om en om op volgorde geselecteerd door de MENU toets in te drukken. Selecteer het scherm van uw keuze om automatisch door te gaan naar het modusscherm.Basiswerking van het polshorlogeSetupmodus (pagina 49)Deze modus wordt ge-bruikt om waarden en de setup te bewerken voor minder vaak gebruikte onderdelen, zoals geluid en wielomtrek.Houd in de Klokmodus of Sportmodus de * MENU knop ingedrukt om naar het “SETUP MENU” over te schakelen.(indrukken & vasthouden)Naar het vorige modusschermKlokmodus (pagina 24)Geeft de klok weer. Deze modus wordt gebruikt voor alledaagse polshorlogefuncties en toont ook hoogte, temperatuur en alarm.
Sportmodus (pagina 25)Dit meetscherm wordt als een fietscomputer en/of hartslagmonitor gebruikt.Optiemodus (pagina 36)Deze modus wordt gebruikt om setu-popties te bewerken die vaak worden gebruikt tijdens het rijden op de fiets, zoals zones en aftellen.Gegevensmodus (pagina 39)Deze modus wordt gebruikt om de opgeslagen gegevens te controleren en/of deze naar uw PC te importeren.
NL-23Vóór gebruikVervolgdAchtergrondverlichtingDoor de MODE1 of MODE2 knop ingedrukt te houden zal de achtergrondverlichting gedurende 3 seconden oplichten (Behalve in de Setupmodus). Door het indrukken van een willekeurige toets terwijl de achtergrondver-* lichting nog aan is, zal de verlichting 3 seconden langer aan blijven. SpaarstandSlaapstand voor overdrachtAls het polshorloge gedurende 5 minuten geen gegevens ontvangt van de snelheidssensor of hartslagsensor zullen de sensoren naar de slaapstand voor overdracht overgaan om batterijstroom te besparen. Er kan geen sensorsignaal worden ontvangen in de slaapstand voor overdracht. Om het meten te herstarten, drukt u op de MODE1 of MODE2 knop om van de slaapstand te herstellen. De status van de signaaloverdracht kan gecontroleerd worden aan de hand van het overeenkom-stige signaalsymbool en de weergave van de numerieke waarde “---”.
• (knippert) : Sensorsignaal wordt ontvangen (in behandeling)• (constant) : Klaar voor sensorsignaal (zoeken naar sensoren)• (uit) : Slaapstand voor overdracht. Toont het symbool “---”. Slaapstand voor overdracht wordt apart ingesteld voor de * snelheidssensor en de hartslagsensor. Wordt de fiets vervolgens langer dan 5 minuten gestopt met een hartslagsensor om dan gaat alleen de snelheidssensor in de overdrachtruststand. Als u weer gaat rijden, moet de snelheids-/cadanssensor worden gereactiveerd om de noodzakelijke gegevens te kunnen tonen. Wanneer de snelheidssensor of de hartslagsensor zich in de * ruststand bevindt, blijft de weergave in de Sportmodus; wanneer echter beide sensoren naar de overdrachtruststand gaan, scha-kelt het polshorloge over naar de energiebesparende modus.
Stroom besparen van het polshorlogeAls het polshorloge gedurende 5 minuten geen gegevens ontvangt van de snelheids- of de hartslagsensor zal het automatisch naar de Klokmodus overschakelen. Druk op de MENU toets om naar Sportmodus terug te keren en door te gaan met meten.
Voor meer gegevens, zie “Wisselen tussen modi” op pagina 22. Zelfs als de stroombesparende modus is geactiveerd, zullen gege-* vens die niet gereset zijn in het polshorloge worden opgeslagen. MODE2MODE1(of)Signaalsymbool snelheidssensor De snelheidssensor is in slaapstand voor overdracht. Toont het symbool “---”. De hartslagsensor is in slaapstand voor overdracht. Toont het symbool “---”. KlokmodusSignaalsymbool hartslagsensor(indrukken & vast-houden).
NL-24KlokmodusOverschakelen naar klokmodusSelecteer “CLOCK MENU” door op de MENU knop te drukken totdat deze naar de Klokmodus overschakelt. Klokmodus is het standaard scherm. Als de modus voor energiebespa-* ring in elke ander modus wordt geactiveerd, schakelt het beeldscherm over naar de Klokmodus. Voor details, zie “Spaarstand” op pagina 23. Functies in de KlokmodusGeeft de huidige tijd, datum en dag van de week weer. Druk op de MODE1 knop om de huidige hoogte op zeeniveau weer te geven. Druk op de MODE2 knop om de hui-dige temperatuur weer te geven of schakel de wekker in/uit. Toon gegevens in de KlokmodusVoor het instellen van de tijd en datum, zie de Setupmodus “De klok/datum instellen” (pagina 50). * Het kan zijn dat de hoogte aan de huidige locatie moet worden aangepast.
Voor details, zie “De hoogte * boven zeeniveau corrigeren” op pagina 60 en “Basiskennis van de hoogtemeting” op pagina 61. Terwijl de huidige hoogte boven zeeniveau op het scherm wordt weergegeven, maakt recht-* streekse bediening (door de MODE1 knop gedurende 3 sec. ingedrukt houden) het mogelijk naar correctiescherm “De hoogte boven zeeniveau corrigeren” (pagina 60) voor snelle hoogteaanpassing te gaan. Deze rechtstreekse bediening werkt echter niet tijdens de meting in de Sportmodus. WekkermodusGeeft een alarmgeluid wanneer de huidige tijd een vooraf ingestelde tijdstip bereikt. Wanneer de vooraf ingestelde tijd is bereikt, schakelt het polshorloge over naar de klokmodus en klinkt er gedurende 20 sec. een alarm, ongeacht de weergegeven modus. Druk op een willekeurige knop van het polshorloge om het alarm stop te zetten. Houd de * MODE1 knop gedurende 3 sec.
ingedrukt in Klokmodus (be-halve wanneer de huidige hoogte boven zeeniveau wordt weergegeven) om de wekker in/uit te schakelen. Het pictogram verschijnt op het scherm terwijl de wekker is ingeschakeld. Voor het instellen van de wekker, zie de Setupmodus “De wekker instel-* len” (pagina 51).
Klokmodus (CLOCK)MODE1Wekker aan/uit(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec. )Wekker pictogramToont de huidige tijd in het 12- of 24-uurs formaat. Toont de huidige datum. Toont de huidige dag van de week. HoogteToont de huidige hoogte. TemperatuurToont de huidige tem-peratuur. Naar het hoogte-correctiescherm (pagina 60)MODE1MODE2MODE1Snelkoppeling(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec. )Wanneer de meting wordt gestopt.
NL-25SportmodusVervolgdSportmodus (SPORTS)Overschakelen naar SportmodusSelecteer “SPORTS MENU” door op de MENU knop te drukken totdat het naar Sportmodus overschakelt.Functie in SportmodusDe Sportmodus is voor het meten met de fietscomputer en de hartslagmonitorfuncties. Er worden 4 type gegevens weergegeven op het scherm, zoals de hartslag, hoogte en helling.
Deze gegevens kunnen worden overgeschakeld door op de MODE1 of MODE2 knop te drukken.De gegevens worden als volgt weergegeven:Zelfs wanneer er naar een andere modus wordt overgeschakeld, blijft de meting gehandhaafd.* Bovenste en middelste gegevensdisplay (Schakel over met behulp van de MODE 1 knop)Bovenste beeldscherm : Toont gegevens die gerelateerd zijn aan de snelheid en hoogte.Middelste beeldscherm (links) : Toont gegevens die gerelateerd zijn aan de hartslag.Middelste beeldscherm (rechts) : Toont gegevens die gerelateerd zijn aan cadans, tempera-tuur en hellinghoek.*1 Wanneer de meting in het hoogte-scherm wordt gestopt, wordt de rechtstreekse bediening (door de MODE1 knop gedurende 3 sec.
NL-26SportmodusOnderste gegevensdisplay (Schakel over met behulp van de MODE 2 knop)Toont aanvullende ritgegevens. *1 Het trainingsfunctiescherm geeft het volgende weer: aftelafstand, afteltijd of interval. Voor details, zie “Trainingsfunctie (aftelfunctie en intervalfunctie)” op pagina 32. *2 Wanneer de meting op het trainingsfunctiescherm wordt gestopt, wordt de rechtstreekse bedie-ning (door de MODE2 knop gedurende 3 sec. ingedrukt te houden) naar de Setupmodus “De trainingsfunctie instellen” (pagina 36) verplaatst. Meting starten/stoppen“km/h (km/u) [mph (mpu)]” of “m [ft (vt)]” symbool knippert tijdens snelheidsmeting. In eerste instantie zal de automatische modus functie, die de meting automatisch start of stopt samen met de fietsbewegingen, ingesteld staan op ON. Automatische meting wordt gewisseld naar handmatige meting en andersom door ON/OFF handeling in de automatische modus.
Voor details, zie de Setup-modus “De automatische START/STOP-functie instellen” (pagina 58). De maximale snelheid, maximale hartslag en maximale cadans worden geupdate, ongeacht het starten/stoppen van de meting. Start/stop de meting met behulp van de * SSS knop in de handmatige meting om deze computer als hartslagmonitor te gebruiken. Wanneer de automa-tische START/STOP-functie is ingeschakeld, kunt u de meting niet starten. Automatische START/STOP-functie (automatische meting)Als de automatische START/STOP-functie is ingeschakeld, zal op het scherm verschijnen. Het polshorloge controleert of het wiel draait en zal de meting auto-matisch starten/stoppen. Als de overdracht is gestopt en de symbolen * en voor sensorsignalen zijn uit, dan zal de meting niet starten, zelfs niet als de fiets begint te rijden.
Als een fiets wordt gestopt voor langer dan 5 minuten of als de hartslagsensor te ver van de fiets of het lichaam is, zal het naar de slaapmodus gaan. Dit vindt normaliter plaats tijdens het nemen van een pauze van de rit.
Om uit de slaapstand voor overdracht te komen, drukt u op de MODE1 of MODE2 toets om de symbolen voor sensorsignalen aan te zetten. Voor details, zie “Slaapstand voor overdracht” op pagina 23. AT-symboolWissel door op de MODE2 knop te drukkenMODE2MODE2MODE2MODE2MODE2MODE2MODE2Snelkoppeling*2(indrukken & vasthouden gedurende 3 sec. )Naar het instellen van het aftelscherm in Optiemodus (pagina 36)Wanneer de meting wordt gestoptVerstreken tijd Rijafstand Trainingsfunctie *1Klok Calorieverbruik Rondetimer.
NL-27SportmodusVervolgdHandmatige metingAls de automatische START/STOP-functie is uitgeschakeld ( is uit), gebruik dan de SSS toets om de meting te starten/stoppen. StopherinneringDe stopherinnering herinnert de fietser met een alarm wanneer wordt vergeten de stopwatch te stoppen na de rit. Als gedu-rende 90 seconden geen signaal wordt ontvangen van de snelheids- of cadanssensor tijdens het tellen van de verstreken tijd, zal een alarm klinken en “STOP” zal op het scherm ver-schijnen. Dit alarmscherm wordt elke 90 seconden driemaal herhaald. Wanneer er een sensorsignaal wordt gedetecteerd, wordt het alarm gestopt. Het vergeten van het stoppen van de meting gebeurt meestal tijdens het rusten van * een rit of na het einde van een rit. In gevallen waarbij u onmiddellijk opnieuw start, zoals bij verkeerslichten of wanneer u deze computer als hartslagmonitor gebruikt, moet u dit negeren.
Deze functie kan niet worden uitgeschakeld. * De meetgegevens herstellen en de bestanden opslaanDruk tegelijkertijd op de SSS + MODE1 of SSS + MODE2 knoppen in ieder willekeurig scherm in de Sportmodus (be-halve interval in het trainingsfunctiescherm) om de meetge-gevens, interval en rondetijd naar 0 te resetten. Door het reset-ten van de meetgegevens worden de puntgegevens die zijn opgenomen tijdens hey interval automatisch in een bestand opgeslagen. Voor het bekijken en verwijderen van de opgesla-gen gegevens, zie Gegevensmodus “Bestanden bekijken” (pagina 40). Het scherm zal gedurende 2 seconden bevriezen na het resetten, * alle metingen zullen echter normaal functioneren. Na het resetten zullen de aftelafstand, afteltijd en het interval terug naar de waarde worden * gezet die u vooraf heeft ingegeven. Kan gedurende 5 seconden niet resetten na het indrukken van de * LAP toets.
Het polshorloge heeft een beperkte geheugencapaciteit. Wanneer de gegevenshoeveelheid * de geheugencapaciteit overschrijdt, worden nieuwe gegevens niet langer opgeslagen.
NL-28SportmodusToon gegevens in Sportmodus (bovenste en middelste display)Schakel over door de MODE1 knop te gebruikenHuidige snelheidToont de huidige snelheid in real time. Wordt iedere seconde geüpdate. HartslagToont de huidige hartslag in real time. Wordt iedere seconde geüpdate. CadansToont het huidige aantal pedaalomwentelingen per minuut. Wordt iedere seconde geüpdate. Gemiddelde snelheid*1Toont de gemiddelde snelheid vanaf de start van de meting. Gemiddelde hartslag*1*2Toont de gemiddelde hartslag vanaf de start van de meting. De tijd zonder gemeten hartslag is niet terug te vinden in de gemiddelde hartslag. Gemiddelde cadans *1*3Toont de gemiddelde cadans vanaf de start van de meting. De tijd zonder te fietsen is niet terug te vinden in de gemiddelde cadans. Maximale snelheid*4Toont de maximale snelheid vanaf de start van de meting.
Maximale hartslag *4Toont de maximale hartslag vanaf de start van de meting. Maximale cadans *4Toont de maximale cadans vanaf de start van de meting. Hoogte boven zeeniveauToont de hoogte boven zeeniveau bij het huidige locatiepunt. TemperatuurToont de huidige temperatuur. Stijgende hoogteToont de geaccumuleerde hoogte vanaf het punt dat u reset naar het huidige punt. * Iedere dalende hoogte wordt niet meegeteld. Hellinghoek*6Toont een ±waarde op basis van het feit dat de hellinghoek van 45° 100% is. *1 Iedere op het scherm weergegeven waarde wordt vervangen door het “E” teken wanneer de verstreken tijd (TM) de 100 uren overschrijdt. Verwijder de gegevens door te resetten (pagina 27). De gemiddelde snelheid wordt op dezelfde wijze als hierboven weergegeven wanneer de rijafstand de 10000 km overschrijdt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Cateye Q3a stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Sporthorloge Cateye
Handleiding Sporthorloge
Nieuwste handleidingen voor Sporthorloge