Canon WFT-E9 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon WFT-E9 (205 pagina’s), behorend tot de categorie Fotocamera. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Canon WFT-E9 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Fotocamera |
| Model: | WFT-E9 |
Handleiding Canon WFT-E9 – volledige tekst
InhoudInleiding. 5Wat u kunt doen met de transmitter. 6Over deze handleiding. 7Veiligheidsmaatregelen. 9Voorzorgsmaatregelen bij gebruik. 11Naamgeving. 12De transmitter bevestigen op de camera. 14Basisnetwerkinstellingen. 16Voorbereiding. 17De connectie wizard weergeven. 20Het type toegangspunt controleren. 25Verbinden via WPS (PBC-modus). 26Verbinden via WPS (PIN-modus). 28Handmatig verbinden met een gedetecteerd netwerk. 30Handmatig verbinding maken met een netwerk. 32Verbinding maken via een infrastructuur. 35Verbinden in Camera Access Point-modus. 38Het IP-adres instellen. 49De instellingen voor de communicatiemethode configureren. 54Beelden overbrengen naar een FTP server. 56Verbindingsinstellingen voor FTP server configureren. 57Beelden afzonderlijk overbrengen. 65Groepen beelden overbrengen. 72Beelden met een onderschrift overbrengen.
InleidingLees het volgende voordat u deze transmitter gebruiktOm wereldwijd te voldoen aan lokale radiofrequentievoorschriften biedt Canon vijfregiospecifieke versies van de transmitter (A, B, C, D en E) in verschillende regio'swereldwijd (raadpleeg het aparte vel). Voor het gemak wordt de transmitter in dezehandleiding 'WFT-E9' genoemd, zonder verwijzing naar de varianten A, B, C, D of E. In deze handleiding wordt de term 'toegangspunt' gebruikt als naam voor wireless LAN-toegangspunten en wireless LAN-routers etc. die een LAN-verbinding mogelijk maken. Zorg ervoor dat u uw LAN- en FTP serveromgevingen correct hebt ingesteld voordat udeze instructies volgt. Voor informatie over het instellen van de omgevingen raadpleegtu de documentatie die bij elk apparaat is meegeleverd of neemt u contact op met defabrikant.
Lees de geavanceerde gebruikershandleidingen van uw camera en raak vertrouwd metde bediening voordat u de onderstaande instructies over opties volgt. Deze transmitter kan met sommige CINEMA EOS-camera's worden gebruikt. Neemcontact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde Canon Service Center voor meerinformatie over welke camera's worden ondersteund. Raadpleeg de 'Handleiding voorCanon-camcorders' voor informatie over het gebruik van dit product. OndersteuningBeeldoverdracht, opnamen op afstand of het bekijken van beelden vereist voldoende kennisvan het configureren van uw LAN- en FTP server. Canon biedt geen ondersteuning voor hetconfigureren van LAN's of FTP servers. AansprakelijkheidLet op dat Canon niet aansprakelijk kan worden gesteld voor enig verlies of schade aande transmitter na foutieve instellingen in het netwerk of op de FTP server.
Bovendienkan Canon niet aansprakelijk worden gesteld voor enig ander verlies of schadeveroorzaakt door het gebruik van de transmitter. Als u gebruikmaakt van LAN-functies dient u op eigen risico en naar eigen discretiepassende voorzorgsmaatregelen te treffen.
Canon kan niet aansprakelijk wordengesteld voor enig verlies of schade veroorzaakt door ongeoorloofde toegang of anderebeveiligingsproblemen. • Wat u kunt doen met de transmitter• Over deze handleiding• Veiligheidsmaatregelen• Voorzorgsmaatregelen bij gebruik• Naamgeving• De transmitter bevestigen op de camera5.
Wat u kunt doen met de transmitterDe transmitter is een accessoire voor EOS-camera's die uitbreiding van LAN-functiesmogelijk maakt bij aansluiting op de camera.Dankzij de LAN-functies van de transmitter wordt het volgende mogelijk:FTP-overdracht ( )U kunt opgenomen beelden overbrengen naar een FTP server.U kunt beelden automatisch direct na de opname overbrengen.
U kunt ook later de beeldenselecteren die u wilt overbrengen.EOS Utility ( )U kunt acties uitvoeren zoals het downloaden van opnamen die zijn opgeslagen op decamera of het maken van opnamen op afstand met behulp van EOS Utility (EOS-software)die op een computer is geïnstalleerd.Browser Remote ( )U kunt voor geavanceerde opnamen op afstand kiezen, beelden bekijken die zijnopgeslagen in de camera en instellingen in verband met FTP-overdracht configureren doorhem te verbinden met de camera via een webbrowser op een computer, smartphone of eenander apparaat.
Het is net zo eenvoudig als het openen van een website.Gekoppelde opname ( )Maak opnamen door de zendercamera draadloos te koppelen aan de ontvangercamera.De cameratijd synchroniseren ( )Synchroniseer de tijd tussen de zendercamera en de ontvangercameravan hetzelfde model.VoorzichtigVerouderde firmware zorgt dat u de Browser Remote niet kunt gebruiken. In datgeval dient u de recentste versie van de Canon-website te downloaden en defirmware te updaten.6
Over deze handleidingPictogrammen in deze handleidingUitgangspuntenPictogrammen in deze handleidingGeeft het hoofdinstelwiel aan.Geeft het snelinstelwiel aan.Geeft de multicontroller aan.Geeft de instelknop aan.Naast bovenstaande voorbeelden worden er in deze handleiding ook pictogrammen ensymbolen gebruikt van knoppen en het scherm van de camera bij het bespreken vanrelevante handelingen en functionaliteiten.Geeft een koppeling naar een gerelateerd onderwerp aan.Waarschuwing om mogelijke problemen te voorkomen tijdens het maken van opnamen.Aanvullende informatie.7
WAARSCHUWINGVeiligheidsmaatregelenZorg dat u deze veiligheidsmaatregelen leest om het product veilig te kunnen gebruiken.Houd u aan deze veiligheidsmaatregelen om te voorkomen dat de gebruiker van het productof anderen verwondingen of letsel oplopen.Hiermee wordt gewezen op hetrisico van ernstig letsel oflevensgevaar.Houd het product buiten bereik van jonge kinderen.Het product is gevaarlijk zijn als dit wordt ingeslikt.
Roep onmiddellijk medische hulp in alshet wordt ingeslikt.Gebruik alleen stroombronnen waarvan in deze gebruiksaanwijzing wordt aangegevendat ze bedoeld zijn voor gebruik met dit product.Demonteer of wijzig het product niet.Stel het product niet bloot aan harde schokken of trillingen.Raak geen blootgelegde interne onderdelen aan.Stop onmiddellijk met het gebruik van het product in geval van vreemdeomstandigheden, zoals de aanwezigheid van rook of een vreemde geur.Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals alcohol, wasbenzine of verfverdunner omhet product schoon te maken.Maak het product niet nat.
Stop geen vreemde voorwerpen of vloeistoffen in het product.Gebruik het product niet waar mogelijk ontvlambare gassen aanwezig zijn.Dit kan een elektrische schok, explosie of brand veroorzaken.Zorg ervoor dat het product niet gedurende langere tijd in contact blijft met hetzelfdehuidoppervlak tijdens gebruik.Dit kan leiden tot brandwonden bij lage temperaturen, waaronder roodheid van de huid enblaarvorming, zelfs als het product niet warm aanvoelt. Het gebruik van een statief ofsoortgelijke apparatuur wordt aanbevolen wanneer u het product op een warme plaatsgebruikt en voor mensen met een circulatieprobleem of een gevoelige huid.9
Voorzorgsmaatregelen bij gebruikDe transmitter is een precisie-instrument. Laat het niet vallen en stel het niet bloot aanfysieke schokken.De transmitter is niet waterdicht. Gebruik het apparaat niet onder water.Droog het apparaat af met een droge doek als er waterspatten op zijn gekomen. Als detransmitter is blootgesteld aan zilte lucht, veegt u deze schoon met een schone, goeduitgewrongen vochtige doek.Houd de camera buiten het bereik van apparaten met sterke magnetische velden, zoalsmagneten of elektromotoren.Laat de transmitter niet achter in een extreem warme omgeving, zoals in een auto die indirect zonlicht staat. Door hoge temperaturen kan de transmitter beschadigd raken.Neem de transmitter niet af met schoonmaakmiddelen die organische oplosmiddelenbevatten.
Bij hardnekkig vuil dient u de transmitter mee te nemen naar hetdichtstbijzijnde Canon Service Center (zie apart vel).Plaats de transmitter niet in de buurt van chemicaliën die voor roest en corrosie kunnenzorgen, zoals in een chemisch laboratorium.Raak de terminals niet met uw handen aan om schade door statische elektriciteit tevoorkomen.Raak de terminals niet met uw handen aan. Hierdoor kunnen de terminals gaan roesten.Roest kan ervoor zorgen dat de transmitter niet meer juist functioneert.Als u de transmitter niet gebruikt, dek de terminals dan af met de meegeleverde hetterminalkapje.11
Als de batterijlading lager wordt dan 19%, kuntu de opnamen niet overbrengen.1.Open de terminalklep op de camera.Trek de afdekking van de terminalklep van de systeemuitbreiding naarbuiten en draai deze naar voren.2.Bevestig de transmitter.Voer de transmitterterminal en de bevestigingspen in de transmitter inde terminal van de systeemuitbreiding en het gat van de camera.Duw de onderkant van de transmitter in de camera en draai deborgschroef in de richting van de pijl.Draai de borgschroef aan totdat deze stopt met draaien om detransmitter stevig vast te zetten.De transmitter verwijderenStel de aan/uit-schakelaar van de camera op .Draai de borgschroef los tot de transmitter loskomt.14
Plaats de terminaldeksel op de transmitter zodat er geen stof in de terminal komt. Sluitdaarna de aansluitbus van de camera.VoorzichtigEen externe microfoon tijdens het opnemen van movies gebruikenAls wireless functies worden gebruikt, kan er geluid worden opgenomen, ongeachtof de geïntegreerde microfoon of een externe microfoon in gebruik is. Het isaanbevolen de wireless functies niet te gebruiken bij het opnemen van movies.15
BasisnetwerkinstellingenVoer de basisnetwerkinstellingen in via het menu op het scherm van de camera.• Voorbereiding• De connectie wizard weergeven• Het type toegangspunt controleren• Verbinden via WPS (PBC-modus)• Verbinden via WPS (PIN-modus)• Handmatig verbinden met een gedetecteerd netwerk• Handmatig verbinding maken met een netwerk• Verbinding maken via een infrastructuur• Verbinden in Camera Access Point-modus• Het IP-adres instellen• De instellingen voor de communicatiemethode configureren16
Voorbereiding[Via FTP][EOS Utility][Browserbed.][Gekop.opn.][Sync.tijd tussen camera's]Als verbinding wordt gemaakt via Wireless LAN[Via FTP]Er is een computer met een van de volgende besturingssystemen vereist. Bovendienmoet de computer van tevoren zijn ingesteld als FTP server.• Windows 10 (ver.
1607 of later)• Windows 8.1, Windows 8.1 Pro• Windows 7 (Professional, Enterprise of Ultimate Edition voor 32- of 64-bitssystemen, SP1 of hoger)Voor instructies over het instellen van een computer als FTP server, raadpleegt u dedocumentatie die met elk apparaat is meegeleverd of neemt u contact op met defabrikant.Let op: de volgende besturingssystemen kunnen niet worden gebruikt omdat deze geenFTP serverfunctionaliteit bieden.• Windows 7 Home Premium[EOS Utility]Hiervoor is een computer nodig waarop EOS Utility (EOS-software) geïnstalleerd is.Ga naar de website van Canon voor installatie-instructies voor EOS Utility.17
[Browserbed.]Voor het gebruik van [Browserbed.] is een apparaat vereist waarop een van devolgende browsers is geïnstalleerd.• iOS13: Safari 13• iPadOS13: Safari 13• Android 8, 9, 10: Chrome• macOS: Safari 13• Windows 10: Chrome• Windows 10: Edge* De werking op de hierboven vermelde webbrowsers kan niet worden gegarandeerd voor alleterminals.* Niet beschikbaar tenzij de webbrowser cookies accepteert.* Niet beschikbaar tenzij de webbrowser gebruikmaakt van JavaScript.* Movies kunnen alleen worden afgespeeld als de webbrowser HTML 5 ondersteunt.[Gekop.opn.]U kunt gekoppelde opnamen maken met gebruik van meerdere compatibele camera'smet transmitters uit de WFT-serie.
Met deze functie kunt u maximaal 10ontvangercamera's aansluiten op de zendercamera waarop u op de ontspanknop drukt.Nadat u op de ontspanknop van de zendercamera drukt, duurt het heel even voordat deontvangercamera's de opname maken. Het opnemen van movies wordt nietondersteund.Voor de hierop volgende werkzaamheden, zie Gekoppelde opname.[Sync.tijd tussen camera's]U kunt de tijd van de zendercamera op maximaal 10 ontvangercamera's instellen. Ookna synchroniseren blijft een foutmarge bestaan tussen de tijd van de zendercamera endie van de ontvangercamera.Gebruik meerdere camera's van hetzelfde cameramodel met een transmitter uit deWFT-E9-serie aangesloten.Zie De cameratijd synchroniseren voor verdere bewerkingen.Als verbinding wordt gemaakt via Wireless LANSluit het doelapparaat dat met de camera moet worden verbonden van tevoren aan op hettoegangspunt.18
VoorzichtigOverdracht van movies via wireless LANVanwege de aanzienlijke grootte van afzonderlijke moviebestanden kan eenwireless LAN-bestandsoverdracht enige tijd duren. Stel een omgeving in waarin elkapparaat een stabiele communicatie met het toegangspunt en de transmitter kanbewerkstelligen. Lees hiervoor de informatie in de Opmerkingen m.b.t. draadlozefuncties.19
De connectie wizard weergevenIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u verbindingsinstellingen kunt toevoegen aan de handvan de connectie wizard.Raadpleeg de sectie Problemen oplossen en controleer de instellingen als er een foutberichtverschijnt.Als u op de ontspanknop of andere cameraknoppen drukt tijdens de configuratie metbehulp van de connectie wizard, wordt de connectie wizard afgesloten. Druk daarompas op de ontspanknop of op een andere knop als de configuratie is voltooid.[ : Netwerkinstell.] is alleen beschikbaar als [ : Meerdere opnames] is ingesteldop [Uitschak.].1.Druk op de camera op de knop .2.Selecteer [ : Netwerkinstell.].3.Selecteer [Inschak.].4.Selecteer [Connectie-inst.].20
5.Selecteer [SET*].6.Selecteer [Maken met wizard].Als de camera meerdere geregistreerde communicatie-instellingen enfunctie-instellingen heeft, kunt u verbindingsinstellingen toevoegendoor [Maken vanaf lijst] te selecteren en geregistreerde instellingen tecombineren.U kunt ook verbindingsinstellingen toevoegen door deverbindingsinstellingen die op de kaart zijn opgeslagen te gebruiken.Configureer de instellingen door [Inst. van kaart laden] ( ) teselecteren.7.Selecteer de instelmethode.Selecteer een item en druk op [OK] om naar het volgende scherm tegaan.Selecteer [Configureer online] om de verbindingsinstellingen ennetwerkinstellingen tegelijkertijd te configureren.Selecteer [Configureer offline] om alleen de verbindingsinstellingenvoor [Via FTP] en [Browserbed.] te configureren.21
8.Selecteer de communicatiefunctie.Voor [Configureer online]Voor [Configureer offline]Selecteer de communicatiemethode door te verwijzen naar paginaVoorbereiding.Selecteer een item en druk op [OK] om naar het volgende scherm tegaan.9.Selecteer [WFT].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.22
10.Selecteer [Nieuwe instellingen].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Als de camera communicatie-instellingen heeft vastgelegd, kunt u devastgelegde instellingen toepassen door [Selecteren uit lijst] teselecteren.Voor [Configureer online]• Als u een apparaat via een toegangspunt wilt verbinden, gaat u naarHet type toegangspunt controleren.• Als u een apparaat rechtstreeks op de camera wilt aansluiten, gaat unaar Verbinden in Camera Access Point-modus.23
Het type toegangspunt controlerenOm verbinding te maken met een toegangspunt, controleert u of het toegangspunt WPS*ondersteunt voor een gemakkelijke verbinding tussen Wi-Fi-apparaten.Als u niet weet of het toegangspunt dat u gebruikt WPS-compatibel is, raadpleeg dan deinstructiehandleiding van het toegangspunt of andere documentatie.* Wi-Fi Protected SetupAls WPS wordt ondersteundDe twee volgende verbindingsmethoden zijn beschikbaar. Met WPS (PBC-modus) kaner makkelijker een verbinding tot stand worden gebracht.• Verbinden via WPS (PBC-modus) ( )• Verbinden via WPS (PIN-modus) ( )Als WPS niet wordt ondersteund• Handmatig verbinden met een gedetecteerd netwerk ( )• Handmatig verbinding maken met een netwerk ( )Encryptie toegangspuntDe transmitter ondersteunt de volgende opties voor [Verificatie] en [Encryptieinstellingen].
Wanneer u handmatig verbinding maakt met een gedetecteerd netwerk dienthet toegangspunt een van de volgende encrypties te gebruiken.[Verificatie]: Open systeem, shared key, WPA/WPA2-PSK of WPA/WPA2-Enterprise[Encryptie instellingen]: WEP, TKIP en AESVoorzichtigAls de stealth-functies van het toegangspunt actief zijn, kan de verbindingworden uitgeschakeld. Schakel de stealth-functies uit.Wanneer er verbinding wordt gemaakt met een netwerk met eennetwerkbeheerder, vraagt u de beheerder om de gedetailleerdeinstellingsprocedures.OpmerkingAls het netwerk dat u gebruikt, filtert op MAC-adres, registreer dan het MAC-adresvan de transmitter op het toegangspunt. Het MAC-adres is te vinden op het scherm[MAC-adres] ( ).25
Verbinden via WPS (PBC-modus)Deze instructies worden voortgezet vanaf Het type toegangspunt controleren.Dit is een verbindingsmodus die beschikbaar is bij het gebruik van een toegangspunt datcompatibel is met WPS. In Pushbutton Connection-modus (PBC-modus) kunnen de cameraen het toegangspunt eenvoudig worden verbonden door middel van een simpele druk op deWPS-knop op het toegangspunt.Als er meerdere toegangspunten actief zijn in de omgeving, kan het lastiger zijn omverbinding te maken. Probeer in dat geval verbinding te maken via [WPS (PIN-modus)].Kijk vooraf waar de WPS-knop zich bevindt op het toegangspunt.Het kan ongeveer een minuut duren voordat de verbinding tot stand is gebracht.1.Selecteer [Verbind via WPS].2.Selecteer [WPS (PBC-modus)].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.26
3.Verbinding maken met het toegangspunt.Druk op de WPS-knop op het toegangspunt. Raadpleeg deinstructiehandleiding bij het toegangspunt als u wilt weten waar deknop zich bevindt en hoe lang u deze ingedrukt moet houden.Selecteer [OK] om een verbinding tot stand te brengen met hettoegangspunt.Wanneer er een verbinding met het toegangspunt tot stand is gebracht,wordt het volgende scherm weergegeven.Ga naar Het IP-adres instellen.27
Verbinden via WPS (PIN-modus)Deze instructies worden voortgezet vanaf Het type toegangspunt controleren.Dit is een verbindingsmodus die beschikbaar is bij het gebruik van een toegangspunt datcompatibel is met WPS. In de PIN-codeverbindingsmodus (PIN-modus) maakt u verbindingdoor het 8-cijferige identificatienummer van de camera in te voeren op het toegangspunt.Zelfs als er meerdere toegangspunten actief zijn in de omgeving, is het invoeren vaneen gedeeld identificatienummer een relatief betrouwbare methode om een verbindingtot stand te brengen.Het kan ongeveer een minuut duren voordat de verbinding tot stand is gebracht.1.Selecteer [Verbind via WPS].2.Selecteer [WPS (PIN-modus)].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.28
3.Voer de PIN-code in.Voer de PIN-code van 8 cijfers in op het toegangspunt zoalsweergegeven op het scherm van de camera.Lees de instructiehandleiding van het toegangspunt voor instructiesvoor het instellen van PIN-codes op het toegangspunt.Nadat de PIN-code is ingevoerd, selecteert u [OK].4.Verbinding maken met het toegangspunt.Selecteer [OK] om een verbinding tot stand te brengen met hettoegangspunt.Wanneer er een verbinding met het toegangspunt tot stand is gebracht,wordt het volgende scherm weergegeven.Ga naar Het IP-adres instellen.29
Handmatig verbinden met een gedetecteerd netwerkDeze instructies worden voortgezet vanaf Het type toegangspunt controleren.Maak verbinding via de SSID (of ESS-ID) van het toegangspunt om verbinding te makenmet een lijst van actieve toegangspunten in de buurt.Een toegangspunt selecteren1.Selecteer een toegangspunt.(1)SSID(2)Er wordt een pictogram weergegeven als het toegangspunt voorzien isvan encryptie(3)Gebruikt kanaalGebruik om het toegangspunt te selecteren in de lijst mettoegangspunten.Opmerking[Vernieuwen]Scroll naar beneden op het scherm bij stap 1 om [Vernieuwen] weer te geven.Selecteer [Vernieuwen] om opnieuw naar toegangspunten te zoeken.De encryptiesleutel van het toegangspunt invoerenVoer de encryptiesleutel (wachtwoord) in zoals opgegeven voor het toegangspunt.Raadpleeg de instructiehandleiding van het toegangspunt voor informatie over deencryptiesleutel.Afhankelijk van de verificatie en codering van het toegangspunt kunnen de schermenhieronder bij stappen 2 en 3 er anders uitzien.Ga naar Het IP-adres instellen wanneer het scherm [Inst.
2.Selecteer een key index.Het scherm [Key index] wordt alleen weergegeven als hettoegangspunt WEP-codering gebruikt.Selecteer een nummer voor de key index zoals opgegeven voor hettoegangspunt.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.3.Voer de encryptiesleutel in.Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonen en deencryptiesleutel in te voeren.Selecteer [OK] om een verbinding tot stand te brengen met hettoegangspunt.Wanneer er een verbinding met het toegangspunt tot stand is gebracht,wordt het volgende scherm weergegeven.Ga naar Het IP-adres instellen.31
Handmatig verbinding maken met een netwerkDeze instructies worden voortgezet vanaf Het type toegangspunt controleren.Maak verbinding door de SSID (of ESS-ID) van het toegangspunt waarmee u verbinding wiltmaken te selecteren.De SSID invoeren1.Selecteer [Handmatige instellingen].2.Voer de SSID (netwerknaam) in.Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonen en de SSID inte voeren.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.32
De verificatie voor het toegangspunt opgeven3.Selecteer de verificatie.Selecteer een item en druk op [OK] om naar het volgende scherm tegaan.Als u [Open systeem] selecteert, wordt het scherm [Encryptieinstellingen] weergegeven. Selecteer in dit scherm [Geen] of [WEP].De encryptiesleutel van het toegangspunt invoerenVoer de encryptiesleutel (wachtwoord) in zoals opgegeven voor het toegangspunt.Raadpleeg de instructiehandleiding van het toegangspunt voor informatie over deencryptiesleutel.Afhankelijk van de verificatie en codering van het toegangspunt kunnen de schermenhieronder bij stappen 4 en 5 er anders uitzien.Ga naar Het IP-adres instellen wanneer het scherm [Inst.
IP-adres] wordt weergegevenin plaats van de schermen voor stap 4 en 5.4.Selecteer een key index.Het scherm [Key index] wordt weergegeven wanneer [Shared Key] en[WEP] worden geselecteerd in stap 3.Selecteer een nummer voor de key index zoals opgegeven voor hettoegangspunt.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.33
5.Voer de encryptiesleutel in.Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonen en deencryptiesleutel in te voeren.Selecteer [OK] om een verbinding tot stand te brengen met hettoegangspunt.Wanneer er een verbinding met het toegangspunt tot stand is gebracht,wordt het volgende scherm weergegeven.Ga naar Het IP-adres instellen.34
Verbinding maken via een infrastructuurDeze instructies worden weergegeven vanaf De connectie wizard weergeven.Maak verbinding door de SSID (of ESS-ID) van het toegangspunt waarmee u verbinding wiltmaken te selecteren.De SSID invoeren1.Selecteer [Infrastructure].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.2.Voer de SSID (netwerknaam) in.Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonen en de SSID inte voeren.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.35
De verificatie voor het toegangspunt opgeven3.Selecteer de verificatie.Selecteer een item en druk op [OK] om naar het volgende scherm tegaan.Als u [Open systeem] selecteert, wordt het scherm [Encryptieinstellingen] weergegeven. Selecteer in dit scherm [Geen] of [WEP].De encryptiesleutel van het toegangspunt invoerenVoer de encryptiesleutel (wachtwoord) in zoals opgegeven voor het toegangspunt.Raadpleeg de instructiehandleiding van het toegangspunt voor informatie over deencryptiesleutel.Afhankelijk van de verificatie en codering van het toegangspunt kunnen de schermenhieronder bij stappen 4 en 5 er anders uitzien.Ga naar Het IP-adres instellen wanneer het scherm [Inst.
IP-adres] wordt weergegevenin plaats van de schermen voor stap 4 en 5.4.Selecteer een key index.Het scherm [Key index] wordt weergegeven wanneer [Shared Key] en[WEP] worden geselecteerd in stap 3.Selecteer een nummer voor de key index zoals opgegeven voor hettoegangspunt.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.36
5.Voer de encryptiesleutel in.Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonen en deencryptiesleutel in te voeren.Selecteer [OK] om een verbinding tot stand te brengen met hettoegangspunt.Wanneer er een verbinding met het toegangspunt tot stand is gebracht,wordt het volgende scherm weergegeven.Ga naar Het IP-adres instellen.37
Verbinden in Camera Access Point-modusDeze instructies worden weergegeven vanaf De connectie wizard weergeven.De Camera access point-modus is een verbindingsmodus om de camera rechtstreeksdraadloos te verbinden met elk toestel zonder dat er een toegangspunt nodig is. De tweevolgende verbindingsmethoden zijn beschikbaar.Verbinden met Gemakkelijke verbindingVerbinden met een Handmatige verbindingVerbinden met Gemakkelijke verbindingDe netwerkinstellingen voor de camera access point modus worden automatischgeconfigureerd.Om verbinding te maken, dient u enkele handelingen uit te voeren op de computer ofsmartphone, etc. Raadpleeg de instructiehandleiding bij het apparaat voor meerinformatie.38
3.Selecteer [OK].Het volgende scherm wordt weergegeven.4.Selecteer [OK].Het volgende scherm wordt weergegeven.5.Selecteer [Nieuwe instellingen].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Ga voor [Configureer online] naar stap 6.Ga voor [Configureer offline] naar stap 2 in De instellingen voor decommunicatiemethode configureren.Als de camera communicatiefunctie-instellingen heeft vastgelegd, kuntu de vastgelegde instellingen toepassen door [Selecteren uit lijst] teselecteren.40
Het smartphonescherm (voorbeeld)Schakel de Wi-Fi-functie op het doelapparaat in en selecteervervolgens de SSID (netwerknaam) zoals weergegeven op het schermvan de camera.Voor het wachtwoord voert u de encryptiesleutel (wachtwoord) in zoalsweergegeven op het scherm van de camera.Wanneer een verbinding tot stand is gebracht, wordt hetinstellingenscherm voor de betreffende communicatiefunctieweergegeven.Ga naar stap 2 in De instellingen voor de communicatiemethodeconfigureren.OpmerkingWanneer u verbinding maakt met behulp van [Gemakkelijke verbinding] zal'_Canon0A' worden weergegeven aan het einde van de SSID.42
Verbinden met een Handmatige verbindingDe netwerkinstellingen voor de camera access point modus worden handmatiggeconfigureerd. Stel [SSID], [Kanaal instelling] en [Encryptie instellingen] in op elkweergegeven scherm.1.Selecteer [Handmatige verbinding].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.2.Voer de SSID (netwerknaam) in.Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonen en de SSID inte voeren. Druk op de knop nadat u de SSID hebtingevoerd.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.43
3.Selecteer de gewenste kanaalinstelling.Als u de instellingen handmatig wilt opgeven, selecteert u [Handm.Instellen] en selecteert u de instelling met .Selecteer [OK] om een verbinding tot stand te brengen met hettoegangspunt.4.Selecteer de gewenste encryptie-instelling.Voor encryptie selecteert u [AES].Selecteer [OK] om het volgende scherm weer te geven.Als [AES] is geselecteerd, wordt het scherm [Wachtwoord]weergegeven. Druk op om het virtuele toetsenbord ( ) te tonenen de encryptiesleutel in te voeren. Druk op de knop nadatu de SSID hebt ingevoerd.44
5.Selecteer de IP-adresinstelling.Om het IP-adres automatisch in te stellen, voert u stap 1 in Het IP-adres automatisch instellen uit.Om het IP-adres handmatig in te stellen, voert u stap 1 tot en met 4 inHet IP-adres handmatig instellen uit.Wanneer de instellingen zijn voltooid, wordt het volgende schermweergegeven.6.Selecteer [OK].Het volgende scherm wordt weergegeven.7.Selecteer [OK].Het volgende scherm wordt weergegeven.45
Het smartphonescherm (voorbeeld)Schakel de Wi-Fi-functie op het doelapparaat in en selecteervervolgens de SSID (netwerknaam) zoals weergegeven op het schermvan de camera.Voor het wachtwoord voert u de encryptiesleutel (wachtwoord) in zoalsweergegeven op het scherm van de camera.Wanneer een verbinding tot stand is gebracht, wordt hetinstellingenscherm voor de betreffende communicatiefunctieweergegeven.Ga naar stap 2 in De instellingen voor de communicatiemethodeconfigureren.48
Het IP-adres instellenDeze instructies worden voortgezet vanaf De verbindingsinstellingen configureren voor hetgebruik van een toegangspunt.Selecteer de methode voor het instellen van het IP-adres en stel het IP-adres in op decamera. Bij gebruik van IPv6 kan alleen een verbinding tot stand worden gebracht met IPv6.Er kan geen verbinding tot stand worden gebracht via IPv4.Het IP-adres automatisch instellenHet IP-adres handmatig instellenHet IP-adres automatisch instellenDe instellingen voor het IP-adres worden automatisch geconfigureerd.1.Selecteer [Autom. instellen].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Als [Autom. instellen] tot een fout leidt, configureert u het IP-adreshandmatig ( ).49
2.Selecteer de IPv6-instelling.Selecteer een item en druk op [OK] om naar het volgende scherm tegaan.Als u [Inschak.] selecteert, configureert u de IPv6-instellingen nadat ualle andere instellingen ( ) hebt voltooid.Wanneer de instellingen zijn voltooid, wordt het volgende schermweergegeven.3.Selecteer [OK].Het volgende scherm wordt weergegeven.Ga naar De instellingen voor de communicatiemethode configureren.50
Het IP-adres handmatig instellenDe IP-adresinstellingen worden handmatig geconfigureerd. De weergegeven items zijnafhankelijk van de communicatiefunctie.1.Selecteer [Handm. Instellen].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.2.Selecteer het item dat u wilt instellen.Selecteer een item om het invoerscherm voor cijfers weer te geven.Als u een gateway of DNS adres wilt gebruiken, selecteert u [Inschak.]en vervolgens [Adres].51
3.Voer de gewenste waarden in.Gebruik om de invoerpositie in het bovenste gedeelte teselecteren en gebruik om een nummer te selecteren. Druk op om het geselecteerde nummer in te voeren.Om de ingevoerde waarden in te stellen en terug te keren naar hetscherm van stap 2, drukt u op de knop .4.Selecteer [OK].Wanneer u klaar bent met het instellen van de noodzakelijke items,selecteert u [OK]. Het volgende scherm wordt weergegeven.Als u niet weet wat u moet invoeren, raadpleegt u de sectieNetwerkinstellingen controleren of vraagt u de netwerkbeheerder ofeen vergelijkbare persoon om hulp.52
5.Selecteer de IPv6-instelling.Selecteer een item en druk op [OK] om naar het volgende scherm tegaan.Als u [Inschak.] selecteert, configureert u de IPv6-instellingen nadat ualle andere instellingen ( ) hebt voltooid.Wanneer de instellingen zijn voltooid, wordt het volgende schermweergegeven.6.Selecteer [OK].Het volgende scherm wordt weergegeven.Ga naar De instellingen voor de communicatiemethode configureren.53
Beelden overbrengen naar een FTP serverDoor verbinding te maken met een FTP server, kunt u beelden in de camera overbrengennaar een computer.Met FTP-overdracht kunt u beelden na de opname direct automatisch overbrengen naar deFTP server of in één keer een serie opnamen op de FTP server plaatsen.• Verbindingsinstellingen voor FTP server configureren• Beelden afzonderlijk overbrengen• Groepen beelden overbrengen• Beelden met een onderschrift overbrengen• Automatisch opnieuw proberen als de overdracht is mislukt• Overgebrachte beelden bekijken56
Verbindingsinstellingen voor FTP server configurerenDeze instructies worden voortgezet vanaf De instellingen voor de communicatiemethodeconfigureren.1.Selecteer een FTP-modus.Om een veilige FTP-overdracht met een rootcertificaat uit te voeren,selecteert u [FTPS]. Zie Het importeren van een rootcertificaat voorFTPS voor informatie over instellingen van rootcertificaten.Om een veilige FTP-overdracht met een SSH-verbinding uit te voeren,selecteert u [SFTP]. Configureer de aanmeldingsinstellingen voorgebruik in stap 5.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.2.Selecteer [Adres instelling].Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Als u het IP-adres hebt ingesteld op [Autom. instellen] of het DNSadres hebt ingesteld op [Handm.
3.Voer het IP-adres van de FTP server in.Bij gebruik van het virtuele toetsenbordVoer het IP-adres in met het virtuele toetsenbord ( ). Voer dedomeinnaam in als DNS wordt gebruikt.Om de ingevoerde waarden in te stellen en terug te keren naar hetscherm van stap 2, drukt u op de knop .Bij gebruik van het invoerscherm voor cijfersGebruik om de invoerpositie in het bovenste gedeelte teselecteren en gebruik om een nummer te selecteren. Druk op om het geselecteerde nummer in te voeren.Om de ingevoerde waarden in te stellen en terug te keren naar hetscherm van stap 2, drukt u op de knop .4.Stel het poortnummer in.[Poortnummer instellen] is meestal 00021 (FTP/FTPS) of 00022(SFTP).Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Als u in stap 1 [FTP] of [FTPS] hebt geselecteerd, gaat u naar stap 6.Als u [SFTP] hebt geselecteerd, gaat u naar stap 5.58
5.De instellingen voor SSH-aanmeldingsverificatie configureren.Selecteer [Gebruikersnaam] en [Wachtwoord] en voer degebruikersnaam en het wachtwoord voor SSH-wachtwoordverificatie inmet het weergegeven virtuele toetsenbord ( ).Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.6.Stel de passieve modus in.Dit krijgt u niet te zien als u in stap 1 [SFTP] hebt geselecteerd.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Als "Fout 41: Kan niet verbinden met FTP server" wordtweergegeven in stap 9, kan dit probleem worden verholpen door[Passieve modus] in te stellen op [Inschak.].7.Stel de proxyserver in.Dit krijgt u niet te zien als u in stap 1 [FTPS] of [SFTP] hebtgeselecteerd.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.59
8.Stel de loginmethode in.Dit krijgt u niet te zien als u in stap 1 [SFTP] hebt geselecteerd.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.9.Stel de doelmap in.Selecteer [Rootmap] als u de beelden wilt opslaan in de rootmap die isopgegeven in de FTP serverinstellingen ( ).Selecteer [Selecteer map] als u in de rootmap een doelmap wiltopgeven. Als er geen map bestaat, wordt er automatisch een gemaakt.Selecteer [OK] om door te gaan naar het volgende scherm.Het -lampje op de camera licht groen op.Selecteer wanneer het volgende scherm wordt weergegeven [OK] omde doelserver te vertrouwen.60
10.Selecteer [OK].Dit wordt niet weergegeven voor offline-instellingen.11.Selecteer [OK].12.Selecteer [OK].Het scherm [Netwerkinstell.] wordt opnieuw weergegeven.De instellingen worden opgeslagen in de camera. Ze worden niet in detransmitter opgeslagen.De verbindingsinstellingen voor FTP-overdracht zijn hiermee voltooid.Tijdens de beeldoverdracht knippert het -lampje op de transmitter groen.61
Het importeren van een rootcertificaat voor FTPSAls de FTP-modus is ingesteld op [FTPS] bij het configureren van deverbindingsinstellingen, moet het rootcertificaat dat overeenkomt met de FTP-serverwaarmee verbinding moet worden gemaakt naar de camera worden geïmporteerd.Alleen een rootcertificaat met de bestandsnaam 'ROOT.CER', 'ROOT.CRT' of'ROOT.PEM' kan worden geïmporteerd naar de camera.Er kan slechts één rootcertificaatbestand worden geïmporteerd naar de camera.
Plaatsvan tevoren een kaart met het rootcertificaatbestand.De kaart waaruit een certificaat kan worden geïmporteerd, is de kaart die bij voorkeur isopgegeven in [ : Opn.functie+kaart/map sel.] met de instellingen [Opn./weerg.] of[Weergave].De verbonden server is mogelijk niet betrouwbaar als een FTPS-verbinding tot standwordt gebracht met behulp van een zelfondertekend certificaat.1.Selecteer [ : Netwerkinstell.].2.Selecteer [Verbindingsinstellingen].62
Beelden afzonderlijk overbrengenAutomatische beeldoverdracht na elke opnameHet huidige beeld overbrengenHet formaat en het type beeld dat u wilt overbrengen selecterenAutomatische beeldoverdracht na elke opnameBeelden kunnen direct na de opname automatisch worden overgebracht naar de FTPserver. U kunt tijdens de beeldoverdracht wel gewone foto-opnamen blijven maken.Vergeet niet een kaart in de camera te plaatsen voordat u opnamen maakt. Opnamendie niet zijn vastgelegd, kunnen niet worden overgebracht.De automatische overdracht van movies tijdens het maken van opnamen wordt nietondersteund. Breng de opnamen over na het maken van de opname, met behulp vanGroepen beelden overbrengen of Beelden met een onderschrift overbrengen.1.Selecteer [ : Netwerkinstell.].2.Selecteer [Verbindingsinstellingen].65
3.Selecteer [FTP-overdrachtsinst.].4.Selecteer [Autom. overbr.].5.Selecteer [Inschak.].6.Maak de opname.Het vastgelegde beeld wordt overgebracht naar de FTP server.VoorzichtigBeelden kunnen tijdens een beeldoverdracht niet worden gewist.U kunt geen spraakmemo toevoegen wanneer [Autom. overbr.] is ingesteld op[Inschak.].66
OpmerkingTijdens continue opnamen worden beelden naar de FTPserver overgebracht in devolgorde waarin ze worden vastgelegd.De opnamen worden ook opgeslagen op de kaart.Eventuele beelden waarvoor de overdracht mislukt of wordt onderbroken, wordenautomatisch overgebracht nadat de verbinding is hersteld ( ). Deze beeldenkunnen ook op een later tijdstip opnieuw in groepen worden overgedragen ( ).Als netwerkinstellingen zoals de aangesloten FTP server worden gewijzigd voordatde automatische nieuwe FTP-poging wordt gestart, wordt de automatische nieuweFTP-poging niet uitgevoerd.67
Het huidige beeld overbrengenToon eenvoudigweg beelden en druk op om de overdracht te starten. U kunt tijdensde beeldoverdracht wel gewone foto-opnamen blijven maken.1.Het scherm [FTP-overdrachtsinst.] weergeven.Voer de handelingen uit in stap 1 t/m 3 van Automatischebeeldoverdracht na elke opname.2.Selecteer [Overbrengen met SET].3.Selecteer [Inschak.].4.Selecteer een beeld.Druk op de camera op de knop .Selecteer het gewenste beeld en druk vervolgens op om hetbeeld over te brengen.U kunt een spraakmemo toevoegen aan de afgespeelde opnamevoordat deze wordt overgebracht. Raadpleeg de instructiehandleidingbij EOS-1D X Mark III voor meer informatie.U kunt op deze manier geen movies overbrengen. Als u een movieselecteert en op drukt, verschijnt het afspeelvenster voormovies.68
Het formaat en het type beeld dat u wilt overbrengenselecterenU kunt instellingen configureren voor wanneer opnamen met verschillende formatentegelijkertijd op de CFexpress-kaart zijn opgeslagen, en u kunt opgeven hoe opnamen diezijn gemaakt met de indeling RAW+JPEG of RAW+HEIF moeten worden overgebracht.1.Het scherm [FTP-overdrachtsinst.] weergeven.Voer de handelingen uit in stap 1 t/m 3 van Automatischebeeldoverdracht na elke opname.2.Selecteer [Overbr. type/form.].3.Selecteer het formaat van de beelden die u wilt overbrengen.Selecteer [JPEG form. v trans.] en vervolgens [GroterJPEG] of[KleinerJPEG].Als u kleine JPEG-afbeeldingen wilt overbrengen wanneerafbeeldingen zijn opgegeven als grote JPEG-bestanden op eenCFexpress-kaart en als kleine JPEG-bestanden op een andere kaart,specificeert u [JPEG form. v trans.: KleinerJPEG].69
OpmerkingAls opnamen zijn opgegeven als RAW op een CFexpress-kaart en als JPEG ofHEIF op een andere kaart, bepaalt u de opname die moet worden overgebrachtmet behulp van de instelling [RAW+JPEG-overbr.] of [RAW+HEIF-overbr.].Gebruik deze instelling ook wanneer RAW+JPEG- of RAW+HEIF-beeldentegelijkertijd op één kaart worden opgeslagen.De opnamen worden ook opgeslagen op de kaart.Als beelden van hetzelfde formaat gelijktijdig worden opgenomen op twee kaarten,worden de beelden die zijn opgeslagen op de kaart bij voorkeur opgegeven in [ -opn./weerg.] of [ -weergave] onder [ : Opn.functie+kaart/map sel.]overgedragen.71
Groepen beelden overbrengenNa de opnamen kunt u meerdere beelden selecteren en deze in één keer overbrengen. Ukunt ook niet-verzonden beelden of beelden die eerder niet konden worden verzonden,overbrengen.U kunt tijdens de beeldoverdracht wel gewone foto-opnamen blijven maken.VoorzichtigAls u tijdens de overdracht van een beeld de Live View/Movie-opnameknop van decamera op zet, wordt de beeldoverdracht onderbroken. Als u de knop op zet, zal de beeldoverdracht worden hervat.De beelden selecteren die overgebracht moeten wordenMeerdere beelden selecterenRAW+JPEG-/RAW+HEIF-beelden overbrengenDe beelden selecteren die overgebracht moeten worden1.Selecteer [ : Beeldoverdracht].72
5.Selecteer de beelden die u wilt overbrengen.Selecteer de beelden die u wilt overbrengen met en drukvervolgens op .Geef [ ] weer in de linkerbovenhoek van het scherm met behulp van en druk vervolgens op .Als u op de knop drukt en linksom draait, kunt u eenbeeld selecteren uit een weergave van drie beelden. Om terug te gaannaar de weergave van één beeld, draait u rechtsom.Om andere beelden te selecteren die moeten worden overgedragen,herhaalt u stap 5.Na het selecteren van de beelden drukt u op .6.Selecteer [Via FTP].7.Selecteer [OK].De geselecteerde beelden worden overgebracht naar de FTP server.74
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon WFT-E9 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fotocamera Canon
Handleiding Fotocamera
Nieuwste handleidingen voor Fotocamera