Canon PIXMA TS8750 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon PIXMA TS8750 (613 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Canon PIXMA TS8750 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Printer |
| Model: | PIXMA TS8750 |
Handleiding Canon PIXMA TS8750 – volledige tekst
Geheugenkaarten plaatsen. 103De geheugenkaart uit de sleuf halen. 105Inkttanks vervangen. 106Inkttanks vervangen. 107De inktstatus op het aanraakscherm controleren. 112Beperkingen. 114Dezelfde printernaam wordt gedetecteerd. 116De printerverbinding omschakelen naar netwerk of apparaten. 117Tips voor de netwerkverbinding (Windows/macOS). 119Dezelfde printernaam wordt gedetecteerd. 116De printerverbinding omschakelen naar netwerk of apparaten. 117Wi-Fi Connection Assistant (Windows). 123Wi-Fi Connection Assistant. 124Wi-Fi Connection Assistant starten. 125Diagnose en herstel van de netwerkinstellingen. 126Netwerkinstellingen uitvoeren/wijzigen. 127Canon Wi-Fi Connection Assistant-scherm. 128Netwerkinstellingen uitvoeren. 133Instellingen van de bedrade LAN-verbinding (Ethernet-kabel) uitvoeren/wijzigen. 134Wi-Fi-instellingen uitvoeren/wijzigen. 137Printerinformatie toewijzen.
De printkop uitlijnen. 162De printkop handmatig uitlijnen. 164Onderhoudsfuncties uitvoeren vanaf de computer (macOS). 168Externe UI openen voor onderhoud. 169De printkoppen reinigen. 170De positie van de Printkop aanpassen. 173De inktstatus controleren vanaf uw computer. 174Reiniging. 175Papierinvoerrollen reinigen. 176Binnenkant van de printer reinigen (reiniging onderste plaat). 178Instellingen wijzigen. 181Printerinstellingen vanaf de computer wijzigen (Windows). 182Afdrukopties wijzigen. 183De te gebruiken inkt instellen. 184De bedieningsmodus van de Printer aanpassen. 185Printerinstellingen vanaf de computer wijzigen (macOS). 186De stroomvoorziening van de Printer beheren. 187De bedieningsmodus van de Printer aanpassen. 188Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel. 189Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel. 190Items instellen op het bedieningspaneel. 192Afdrukinstell.
Veiligheid. 214Veiligheidsvoorschriften. 215Informatie over regelgeving. 218WEEE. 219Voorzorgsmaatregelen voor gebruik. 230Juridische beperkingen bij scannen/kopiëren. 231Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van de printer. 232De printer vervoeren. 233De printer repareren, lenen of wegdoen. 235Een hoge afdrukkwaliteit handhaven. 236Inkttips. 237Specificaties. 238Productspecificaties. 239Ondersteunde papierformaten en -dikten. 242Maximaal aantal vellen. 244Ondersteunde mediumtypen. 246Niet-ondersteunde mediumtypen. 248Omgaan met papier. 249Voordat u afdrukt op kunstpapier. 250Afdrukken. 252Foto's en documenten afdrukken. 253Afdrukken vanaf een computer. 254Afdrukken vanuit toepassingssoftware (Windows-printerstuurprogramma). 255Basisinstellingen voor afdrukken. 256Hoofdinstellingen (tabblad Basisinstellingen). 258Beschrijving van het tabblad Algemene instellingen.
259Papierinstellingen in het printerstuurprogramma en op de printer (mediumtype). 268Papierinstellingen in het printerstuurprogramma en op de printer (papierformaat). 271Afdrukken op briefkaarten. 273Instellingen voor het afdrukken van enveloppen. 275Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren. 277Mediumtype, kwaliteit enz. instellen (tabblad Media/kwaliteit). 279Beschrijving van het tabblad Medium/kwaliteit. 280.
De indeling van afgedrukte documenten instellen (tabblad Pagina-instelling). 285Beschrijving van het tabblad Pagina-instelling. 286Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven. 300Afdrukken zonder marges uitvoeren. 302Pagina-indeling afdrukken. 305Dubbelzijdig afdrukken. 306Onderhoud uitvoeren of instellingen wijzigen (tabblad Onderhoud). 308Beschrijving van het tabblad Onderhoud. 309De printkoppen reinigen. 315De positie van de printkop automatisch aanpassen. 317De positie van de printkop handmatig aanpassen. 319Een controleraster voor de spuitopeningen afdrukken. 323Overzicht van het printerstuurprogramma. 324Canon IJ-printerstuurprogramma. 325Het instelvenster van het printerstuurprogramma openen. 326Canon IJ-statusmonitor. 328De inktstatus controleren vanaf uw computer. 329Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma). 330Beschrijving van het tabblad Onderhoud.
309Beschrijving van Canon IJ-statusmonitor. 338Het stuurprogramma bijwerken. 341Afdrukken vanuit toepassingssoftware (macOS AirPrint). 343Afdrukken. 344Afdrukken zonder marges uitvoeren. 348Afdrukken op briefkaarten. 350Printer toevoegen. 351Het instellingenscherm van de printer openen. 352Het scherm met de afdrukstatus weergeven. 353Een ongewenste afdruktaak verwijderen. 354Een printer die niet langer is vereist, verwijderen uit de lijst met printers. 355Afdrukken met Canon-toepassingen. 356Afdrukken vanaf een smartphone/tablet. 357Fotogegevens afdrukken. 358Foto's op een geheugenkaart afdrukken. 359.
Items instellen voor foto's afdrukken met het bedieningspaneel. 364Hagaki en enveloppen afdrukken. 367Afdrukken op briefkaarten. 273Afdrukken op briefkaarten. 350Instellingen voor het afdrukken van enveloppen. 275Andere verschillende afdrukfuncties. 373Disclabels afdrukken. 374De gelabelde kant van een disc kopiëren. 375Een foto op een geheugenkaart afdrukken op een disclabel. 378Papierinstellingen. 381Kopiëren. 384Kopieën maken. 385Items voor kopiëren instellen. 388Scannen. 391Scannen en opslaan op een computer. 392Scannen in Windows. 393Scannen volgens itemtype of doel (Scan Utility). 394Functies van Scan Utility. 395Eenvoudig scannen (Automatisch scannen). 397Documenten en foto's scannen. 398PDF-bestanden maken/bewerken. 399Scannen met toepassingssoftware (ScanGear). 404Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma). 405ScanGear (scannerstuurprogramma) starten. 407Scannen in de Basismodus.
Scannen volgens itemtype of doel (IJ Scan Utility Lite). 437Functies van IJ Scan Utility Lite. 438Eenvoudig scannen (Automatisch scannen). 440Documenten en foto's scannen. 441Scantips. 442Originelen plaatsen (scannen vanaf een computer). 443Gescande afbeeldingen toevoegen aan te verzenden e-mail. 446Veelgestelde vragen. 447Veelgestelde vragen over netwerk. 450Problemen met netwerkcommunicatie. 452Kan de printer niet vinden in het netwerk (Windows/macOS). 453Kan de printer niet vinden in het netwerk. 454U komt niet verder dan het scherm Printeraansluiting (kan de via USB aangesloten printer nietvinden). 458Problemen met draadloze router. 460Onbekende netwerksleutel (wachtwoord). 461De printer kan niet worden gebruikt nadat een draadloze router is vervangen of routerinstellingenzijn gewijzigd. 463Printerinstellingen/Smartphone-/tabletproblemen voor netwerk.
465Netwerkproblemen oplossen met de diagnostische functies van de printer. 466Netwerkgegevens van printer controleren. 473Netwerkinstellingen afdrukken. 476Standaardwaarden van LAN-instellingen van printer herstellen. 481Standaardnetwerkinstellingen. 482Verbinding maken via Draadloos direct. 484Problemen met afdrukken (scannen) vanaf een smartphone/tablet. 489Kan niet afdrukken (scannen) vanaf een smartphone/tablet. 490Afdrukproblemen. 494De printer drukt niet af. 495De printer kan het papier niet laden/Fout vanwege 'geen papier'. 498Kan niet afdrukken op het disclabel. 501Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. 503Er komt geen inkt uit/onscherp of vaag/onjuiste of uitgelopen kleuren/strepen. 506Lijnen worden onjuist uitgelijnd/vervormd. 509.
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen/Inktvlekken/Gekruld papier. 510Verticale lijn naast afbeelding. 514Afbeeldingen zijn onvolledig/Het afdrukken wordt niet voltooid. 515Lijnen zijn onvolledig of ontbreken (Windows). 517Vegen op de achterzijde van het papier. 518Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen. 519Overschakelen naar offline (Windows). 520Scanproblemen (Windows). 523Scanproblemen. 524De scanner werkt niet. 525ScanGear (scannerstuurprogramma) start niet. 526Scanproblemen (macOS). 527Scanproblemen. 528De scanner werkt niet. 529Scannerstuurprogramma start niet. 530Mechanische problemen. 531De printer wordt niet ingeschakeld. 532De printer wordt onverwacht of herhaaldelijk uitgeschakeld. 533Problemen met de USB-verbinding. 534Verkeerde taal weergegeven op het LCD-scherm. 536Problemen met installeren en downloaden.
537Installatie van MP Drivers (printerstuurprogramma) mislukt (Windows). 538U komt niet verder dan het scherm Printeraansluiting (kan de via USB aangesloten printer niet vinden). 458MP Drivers (printerstuurprogramma) bijwerken in een netwerkomgeving (Windows). 541Fouten en berichten. 542Wanneer er een fout is opgetreden. 543Er wordt een bericht weergegeven. 545Wanneer er een fout is opgetreden. 543Lijst met ondersteuningscodes voor printerfouten. 550Wat u moet doen als het papier is vastgelopen. 552Vastgelopen papier in de printer verwijderen. 557Vastgelopen papier vanaf de achterkant verwijderen. 561.
Symbolen in dit documentWaarschuwingInstructies die u moet volgen om te voorkomen dat er als gevolg van een onjuiste bediening van hetapparaat gevaarlijke situaties ontstaan die mogelijk tot materiële schade, ernstig lichamelijk letsel ofzelfs de dood kunnen leiden. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.Let opInstructies die u moet volgen om lichamelijk letsel of materiële schade als gevolg van een onjuistebediening van het apparaat te voorkomen. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking vanhet apparaat.BelangrijkInstructies met belangrijke informatie die u moet volgen om schade en letsel of een onjuist gebruik vanhet product te voorkomen.
Handelsmerken• Microsoft is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. • Windows is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de VerenigdeStaten en/of andere landen. • Windows Vista is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in deVerenigde Staten en/of andere landen. • Microsoft Edge en Excel zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van MicrosoftCorporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. • Internet Explorer is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in deVerenigde Staten en/of andere landen. • Microsoft Store is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in deVerenigde Staten en/of andere landen. • Dit apparaat bevat exFAT-technologie onder licentie van Microsoft.
• Mac, Mac OS, macOS, OS X, AirPort, App Store, AirPrint, het AirPrint-logo, Safari, Bonjour, iPad, iPadAir, iPad mini, iPadOS iPhone en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc. , gedeponeerd in deVerenigde Staten en andere landen. • IOS is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Cisco in de Verenigde Staten en/of anderelanden, en wordt gebruikt onder licentie. • Google Cloud Print, Google Chrome, Chrome OS, Chromebook, Android, Google Drive, Google Appsen Google Analytics zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Google Inc. Google Playen het Google Play-logo zijn handelsmerken van Google LLC. • Adobe, Acrobat, Flash, Photoshop, Illustrator, Adobe RGB en Adobe RGB (1998) zijn gedeponeerdehandelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/ofandere landen.
• Google, Google Home en Android zijn handelsmerken van Google LLC. • LINE is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van LINE Corporation. • LINE Clova is een gedeponeerd handelsmerk van LINE Corporation. • Google Docs en Google Drive zijn handelsmerken van Google LLC. • App Store is een handelsmerk van Apple Inc. , gedeponeerd in de V. S. en andere landen. • Bluetooth is een handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc. , V. S. en gebruiksrecht van dit product is verleendaan Canon Inc. • QR-code is een gedeponeerd handelsmerk van DENSO WAVE INCORPORATED in Japan en inandere landen. • Het Mopria®-woordmerk en het Mopria®-logo zijn gedeponeerde en/of niet-gedeponeerdehandelsmerken van Mopria Alliance, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. Onbevoegd gebruikis ten strengste verboden.
VooraanzichtA: DocumentklepOpen deze klep als u een origineel op de plaat wilt plaatsen.B: PlaatPlaats het origineel op de glasplaat. Als u inkttanks vervangt, tilt u de scannereenheid met de glasplaatop om deze te openen.C: BedieningspaneelGebruik het bedieningspaneel om de printerinstellingen te wijzigen of de printer te bedienen. Het paneelwordt open geduwd door de papieruitvoerlade voordat het afdrukken wordt gestart.Duw het paneel bij het sluiten voorzichtig in de richting van de printer.Bedieningspaneel44
D: Achterste ladeEr kunnen twee of meer vellen papier van hetzelfde formaat en type tegelijk worden geplaatst. Hetpapier wordt automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.Fotopapier/normaal papier in de achterste lade plaatsenEnveloppen plaatsen in de achterste ladeE: PapiergeleidersSchuif beide geleiders tegen beide zijden van de stapel papier aan.F: Klep van achterste ladeOpen de klep om papier in de achterste lade te plaatsen.G: PapiersteunTrek deze steun uit als u papier in de achterste lade plaatst.H: Klepje over invoersleufVoorkomt dat er iets in de invoersleuf valt.Open de klep om de papiergeleiders te verschuiven en sluit deze voordat u gaat afdrukken.I: PapieruitvoerladeHet bedrukte papier wordt uitgevoerd.
Trek deze uit voordat u gaat afdrukken.J: PapieruitvoersteunOpen het verlengstuk ter ondersteuning van uitgeworpen papier.K: CassetteklepTrek deze uit als u papier in de cassette plaatst.L: PapiergeleidersSchuif de rechter-/linker-/voorkant tegen de papierstapel aan.M: Multifunctionele ladeGebruik deze als u afdrukt op afdrukbare discs enz. Berg de lade op achter de cassette als deze niet ingebruik is.De multifunctionele lade loskoppelen/bevestigenN: CassettePlaats een vel normaal papier van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette en plaats deze in deprinter.Normaal papier in de cassette plaatsen45
AchteraanzichtA: USB-poortSluit hier de USB-kabel aan om de printer op een computer aan te sluiten.B: NetsnoeraansluitingHier kunt u het meegeleverde netsnoer aansluiten.C: AchterklepVerwijder deze klep als u vastgelopen papier verwijdert.D: TransporteenheidOpen deze klep wanneer u vastgelopen papier wilt verwijderen. Wanneer u de eenheid verwijdert, doetu dit nadat u een vinger hebt geplaatst in de uitsparing rechts in het midden.Belangrijk• Raak het metalen omhulsel niet aan.•• De USB-kabel mag niet worden losgekoppeld of aangesloten terwijl de printer bezig is met afdrukken of•scannen met de computer. Dit kan problemen veroorzaken.47
BinnenaanzichtA: Scaneenheid / klepDeze eenheid wordt gebruikt voor het scannen van originelen. Open het bedieningspaneel als u eeninkttank wilt vervangen of vastgelopen papier uit de printer wilt verwijderen.B: PrintkophouderDe printkop is vooraf geïnstalleerd.Opmerking• Zie Inkttanks vervangen voor informatie over het vervangen van een inkttank.•48
BedieningspaneelA: AAN (ON)-lampjeDit lampje knippert en brandt vervolgens wanneer het apparaat wordt aangezet.B: Knop AAN (ON)Hiermee kunt u het apparaat aan- of uitzetten. De documentklep moet gesloten zijn als het apparaatwordt aangezet.De printer in- en uitschakelenC: AanraakschermHierop worden berichten, menu-items en de bewerkingsstatus weergegeven. Raak het scherm licht aanmet uw vinger om een menu-item of knop te selecteren.Aanraakscherm gebruiken49
Aanraakscherm gebruikenHet HOME-scherm op het aanraakscherm wordt weergegeven wanneer de printer wordt ingeschakeld.Raak het HOME-scherm op het aanraakscherm aan met uw vingertop om menu's te selecteren voorkopiëren, scannen en andere functies.Het HOME-schermPictogrammen op het aanraakschermBasishandelingen op het aanraakschermHet HOME-schermA: Schakelen tussen de HOME-schermenEr zijn drie soorten HOME-schermen naast het standaard HOME-scherm. U kunt schakelen tussendeze HOME-schermen.Het pictogram wordt weergegeven als er een wachtwoord is ingesteld voor het HOME-schermen het wordt ontgrendeld.HOME-schermen bewerkenB: BasismenuSelecteer of u wilt kopiëren of scannen met behulp van het bedieningspaneel.C: NetwerkHiermee wordt de huidige netwerkstatus weergegeven.
Selecteer om de basisnetwerkgegevens weerte geven of de netwerkinstellingen te wijzigen.Het weergegeven pictogram is afhankelijk van het gebruikte netwerk of de netwerkstatus. Wi-Fi is ingeschakeld en de printer is verbonden met de draadloze router.Opmerking• Het pictogram wordt gewijzigd afhankelijk van de signaalstatus.• (Signaalsterkte: 81 % of meer): u kunt de printer zonder problemen gebruiken via Wi-Fi.50
(Signaalsterkte: 51% of meer): Er kunnen problemen optreden, bijvoorbeeld dat deprinter niet kan afdrukken, afhankelijk van de netwerkstatus. Wij raden aan de printer in debuurt van de draadloze router te plaatsen. (Signaalsterkte: 50% of minder): Er kunnen problemen optreden, bijvoorbeeld dat deprinter niet kan afdrukken. Plaats de printer in de buurt van de draadloze router. Wi-Fi is ingeschakeld, maar de printer is niet verbonden met de draadloze router. Draadloos direct is ingeschakeld. Wi-Fi en Draadloos direct zijn uitgeschakeld.D: Draadloos verbindenSelecteer om de printer te verbinden met een smartphone/tablet via Wi-Fi via Eenv. draadloosverbinden.Tik op deze knop om een bevestigingsscherm weer te geven voor het starten van een verbinding.Eenv.
draadloos verbindenDe printer staat al in de stand-bymodus voor eenvoudig draadloos verbinden met een smartphonewanneer wordt weergegeven.E: InstallatieHiermee worden de instellingenmenu's of onderhoudsmenu's voor de printer weergegeven. (NEW) wordt weergegeven als er informatie is van PIXMA/MAXIFY Cloud Link.PIXMA/MAXIFY Cloud Link gebruikenF: HintHiermee worden snelgidsen weergegeven over procedures, zoals het plaatsen van papier enprobleemoplossing, en over informatie, zoals het geschatte inktniveau en systeeminformatie.Als u Meldingsinstellingen (Notification settings) instelt op Inschakelen, wordt (NEW)weergegeven wanneer een melding wordt verzonden naar Canon.Meldingsinstellingen (Notification settings)Opmerking•Raadpleeg Instellingen wijzigen vanaf het bedieningspaneel voor meer informatie over het wijzigen•van instellingen.51
Pictogrammen op het aanraakschermBij gebruik van het aanraakscherm worden bepaalde pictogrammen op het aanraakscherm weergegeven. (HOME)Hiermee wordt het HOME-scherm weergegeven. (Terug (Back))Hiermee gaat het aanraakscherm terug naar het vorige scherm. (Zwart (Black))Hiermee start u kopiëren en scannen in zwart-wit. (Kleur (Color))Hiermee start u kopiëren en scannen in kleur. (Stoppen (Stop))Hiermee annuleert u een actieve afdruk-, kopieer- of scantaak.Basishandelingen op het aanraakschermRaak het aanraakscherm licht aan met uw vingertop of beweeg uw vinger om verschillende functies ofinstellingen te openen.52
Belangrijk• Wanneer u het aanraakscherm gebruikt, moet u de volgende handelingen vermijden. Hierdoor kan de•printer defect raken of deze kunnen de printer beschadigen.Hard drukken op het aanraakscherm.Op het aanraakscherm drukken met iets anders dan uw vingers (vooral scherpe punten, zoalsdie van balpennen, potloden of nagels).Het aanraakscherm met natte of vieze handen aanraken.Voorwerpen op het aanraakscherm plaatsen.• Bevestig geen beschermblad op het aanraakscherm.
Wanneer u het verwijdert, kan het•aanraakscherm beschadigd raken.TikkenLicht aanraken met uw vingertop en direct weer loslaten.Hiermee selecteert u een onderdeel of foto op het scherm.AanrakenLicht aanraken met uw vingertop.Als u menu´s of foto´s continu wilt doorlopen (voor- en achterwaarts), laat u het teken voor vooruit of terugniet los.VegenVeeg uw vinger omhoog, omlaag, naar links of naar rechts over het scherm.Hiermee schakelt u over naar een ander menu of bladert u voor- of achterwaarts door foto´s.53
Cijfers, letters en symbolen invoerenOp de printer kunt u de tekens en cijfers invoeren (of corrigeren) wanneer het toetsenbord wordtweergegeven op het scherm.Het teken wordt toegewezen aan elke knop die wordt weergegeven op het scherm. Tik op de knop om hetteken in te voeren.Nadat de invoer is voltooid, tikt u ter bevestiging op het . Schakelen tussen de tekeninvoermodus. Schakelen tussen hoofdletters/kleine letters of symbolen op een toetsenbord. De ervoor ingevoerde tekens verwijderen. Een spatie invoegen. De inhoud van de ingevoerde gegevens bepalen.55
Verplaats de cursor.Als u het teken wilt invoegen, verplaatst u de cursor naar het teken rechts van de positie waar u het tekenwilt invoeren.Als u het teken wilt verwijderen, verplaatst u de cursor naar het teken dat u wilt verwijderen.Opmerking• Op de desbetreffende schermen worden alleen de invoermodi of de beschikbare tekens voor invoer•weergegeven.• U kunt de indeling van het toetsenbord wijzigen.•Andere apparaatinstellingen56
De printer in- en uitschakelenControleren of de printer is ingeschakeldDe printer inschakelenDe printer uitschakelenControleren of de printer is ingeschakeldHet AAN (ON)-lampje brandt wanneer de printer is ingeschakeld.Als het AAN (ON)-lampje brandt, is de printer ingeschakeld, zelfs als het aanraakscherm uit is.Opmerking• Het aanraakscherm wordt uitgeschakeld als de printer ongeveer 10 minuten niet wordt gebruikt.•Als u het scherm wilt weergeven, raakt u het aanraakscherm aan.
Het scherm wordt ook opnieuwgeactiveerd wanneer een origineel vanaf een computer wordt afgedrukt.De printer inschakelenDruk op de knop AAN (ON) om de printer in te schakelen.Het AAN (ON)-lampje knippert en blijft daarna branden.Opmerking• Het kan enige tijd duren voordat de printer met afdrukken begint nadat u de printer hebt•ingeschakeld.• Zie Wanneer er een fout is opgetreden als een foutbericht wordt weergegeven op het•aanraakscherm.58
• U kunt de printer automatisch laten inschakelen wanneer een afdruk- of scanbewerking wordt•uitgevoerd vanaf een computer die met een USB-kabel of via een draadloos netwerk is verbonden.Deze functie is standaard uitgeschakeld.Vanaf de printerECO-instellingenDe printer uitschakelen1.Druk op de knop AAN (ON) om de printer uit te zetten.1.Opmerking• U kunt de printer laten uitschakelen wanneer gedurende een bepaalde periode geen•bewerkingen worden uitgevoerd of geen afdruktaken naar de printer zijn gestuurd. Deze functieis standaard ingeschakeld.2. Controleer of het AAN (ON)-lampje uit is.2.Belangrijk•Wanneer u het netsnoer loskoppelt, drukt u op de knop AAN (ON) en controleert u daarna•of het AAN (ON)-lampje uit is. Wanneer u de stekker uit het stopcontact trekt terwijl hetAAN (ON)-lampje brandt of knippert, kan de printkop uitdrogen of verstopt raken en kan deafdrukkwaliteit minder worden.59
PapierbronnenDe printer heeft twee papierbronnen om papier in te voeren: de achterste lade en de cassette. Wanneernormaal papier is geplaatst in de cassette, kunt u ook papier plaatsen in de achterste lade om af te drukken.Achterste ladeCassetteAchterste ladeU kunt alle ondersteunde papiersoorten, zoals fotopapier en normaal papier in de achterste lade plaatsen.Fotopapier/normaal papier in de achterste lade plaatsenEnveloppen plaatsen in de achterste ladeCassetteU kunt normaal papier van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette plaatsen.62
Normaal papier in de cassette plaatsenOpmerking• Voor details over papier dat met deze printer kan worden gebruikt:•Ondersteunde mediumtypen• Uw model kan afwijken van de naam van een productserie wanneer u deze handleiding opent via•een QR-code. Selecteer een productnaam via de onderstaande koppeling als u de handleiding van uwmodel wilt raadplegen.Papierbronnen63
Fotopapier/normaal papier in de achterste lade plaatsenU kunt fotopapier of normaal plaatsen.U kunt ook enveloppen plaatsen in achterste lade.Enveloppen plaatsen in de achterste lade1. Bereid het papier voor.1.Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.Opmerking• Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het•papier vastlopen.• Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar elkaar•toe totdat het papier plat is.Zie Controle 3 in Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen/Inktvlekken/Gekruldpapier voor meer informatie over het omgaan met gekruld papier.• Als u Photo Paper Plus Halfglans (Photo Paper Plus Semi-gloss) SG-201 gebruikt, plaatst u•telkens één vel papier, ook al is het gekruld.
Als u het papier oprolt om het plat te maken, kan ditscheuren in het oppervlak van het papier veroorzaken en de afdrukkwaliteit verslechteren.2.Open de klep van de achterste lade (A). Trek de papiersteun (B) recht omhoog en vouw2.deze naar achteren.3.Open het klepje over de invoersleuf (C).3.64
Belangrijk• Plaats papier altijd in de lengterichting (E). Wanneer u papier in de breedterichting plaatst (F), kan•het papier vastlopen.6.Verplaats de rechterpapiergeleider en schuif de geleiders tegen beide randen van de6.papierstapel.Schuif de papiergeleiders niet te strak tegen het papier. Dan wordt het papier misschien niet goedingevoerd.Opmerking• Plaats het papier niet hoger dan de markering voor de maximumcapaciteit (G).•66
7. Sluit het klepje over de invoersleuf zachtjes.7.Nadat u het klepje over de invoersleuf hebt gesloten, wordt het bevestigingsscherm voor deenvelopinstellingen voor de achterste lade weergegeven op het aanraakscherm.8.Als het paginaformaat en het mediumtype op het aanraakscherm overeenkomen met het8.formaat en type van het papier in de achterste lade, selecteert u Ja (Yes).Als dit niet het geval is, selecteert u Wijzigen (Change) om de instellingen te wijzigen op basis van hetformaat en type van het geplaatste papier.Opmerking• Zie Papierbreedte detecteren (Detect paper width) wanneer u het scherm voor het bevestigen van•de papierinstelling wilt verbergen.Opmerking• Er zijn verschillende soorten papier, zoals papier met een speciale coating waarop foto’s met•een optimale kwaliteit kunnen worden afgedrukt en papier dat geschikt is voor documenten.
Voorelk mediumtype zijn er vooraf gedefinieerde instellingen (de manier waarop inkt wordt gebruikten gespoten, de afstand vanaf de spuitopeningen enz.), waarmee u afdrukken met een optimalebeeldkwaliteit op dat mediumtype kunt maken. Onjuiste papierinstellingen kunnen ook leiden totafdrukkleuren van slechte kwaliteit of tot krassen op de afdruk. Als de afdruk vlekken of ongelijkmatigekleuren vertoont, verhoogt u de instelling voor de afdrukkwaliteit en probeert u het opnieuw.67
• Om onjuiste afdrukken te voorkomen, biedt deze printer een functie die detecteert of de instellingen•voor het papier in de achterste lade, overeenkomen met de papierinstellingen. Selecteer deafdrukinstellingen in overeenstemming met de papierinstellingen voordat u gaat afdrukken.Verwante informatieOndersteunde mediumtypen68
Normaal papier in de cassette plaatsenU kunt normaal papier van A4-, B5- of A5-formaat in de cassette plaatsen.1. Bereid het papier voor.1.Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.Opmerking•Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het•papier vastlopen.• Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar elkaar•toe totdat het papier plat is.Zie Controle 3 in Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen/Inktvlekken/Gekruldpapier voor meer informatie over het omgaan met gekruld papier.2.Trek de cassette (A) uit de printer.2.3.Verwijder de cassetteklep (B).3.69
Opmerking• Om onjuiste afdrukken te voorkomen, biedt deze printer een functie die detecteert of de instellingen•voor het papier in de cassette overeenkomen met de papierinstellingen. Selecteer de afdrukinstellingenin overeenstemming met de papierinstellingen voordat u gaat afdrukken.Verwante informatieOndersteunde mediumtypen74
Enveloppen plaatsen in de achterste ladeU kunt enveloppen plaatsen in de achterste lade.Het adres wordt automatisch geroteerd en afgedrukt aan de hand van de richting van de envelop, zoalsopgegeven in het printerstuurprogramma.Belangrijk• De volgende enveloppen kunt u niet gebruiken.
De enveloppen kunnen in de printer vast blijven zitten•of ertoe leiden dat de printer niet goed meer functioneert.Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlakEnveloppen met een dubbele klepEnveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken1.Bereid enveloppen voor.1.•Druk de hoeken en randen van de enveloppen omlaag om deze zo plat mogelijk te maken.•• Als de enveloppen gekruld zijn, houdt u de tegenoverliggende hoeken vast en buigt u deze•voorzichtig in de tegengestelde richting.• Als de klep van de envelop is gevouwen, maakt u deze plat.•• Gebruik een pen om de bovenrand van de envelop in de invoerrichting plat te strijken en de vouw•scherper te maken.Hierboven ziet u een zijaanzicht van de bovenrand van de envelop.Belangrijk•De enveloppen kunnen vastlopen in de printer als ze niet plat zijn of als de hoeken niet zijn•uitgelijnd.
Er kunnen maximaal 10 enveloppen tegelijk worden geplaatst.Vouw de klep van de envelop en plaats de envelop in de lengterichting met de adreszijde omhooggericht.6.Verplaats de rechterpapiergeleider en schuif de geleiders tegen beide randen van de6.enveloppen.Schuif de papiergeleiders niet te strak tegen de enveloppen. De enveloppen worden dan misschien nietgoed ingevoerd.Opmerking• Plaats de enveloppen niet hoger dan de markering voor de maximumcapaciteit (E).•77
7. Sluit het klepje over de invoersleuf zachtjes.7.Nadat u het klepje over de invoersleuf hebt gesloten, wordt het bevestigingsscherm voor deenvelopinstellingen voor de achterste lade weergegeven op het aanraakscherm.8.Als het paginaformaat en het mediumtype op het aanraakscherm overeenkomen met het8.formaat en type van de enveloppen in de achterste lade, selecteert u Ja (Yes).Als dit niet het geval is, selecteert u Wijzigen (Change) om de instellingen te wijzigen op basis van hetformaat en type van de geplaatste enveloppen.Opmerking• Zie Papierbreedte detecteren (Detect paper width) wanneer u het scherm voor het bevestigen van•de papierinstelling wilt verbergen.Opmerking• Om onjuiste afdrukken te voorkomen, biedt deze printer een functie die detecteert of de instellingen•voor het papier in de achterste lade, overeenkomen met de papierinstellingen.
Waarschuwingen wanneer u afdrukt met de multifunctioneleladeWaarschuwingen bij het gebruik van de multifunctionele lade• Gebruik alleen de multifunctionele lade die bij deze printer is geleverd.•• Bevestig de multifunctionele lade niet terwijl de printer in bedrijf is.•• Verwijder de multifunctionele lade niet terwijl de printer in bedrijf is. Hierdoor kan de printer, de•multifunctionele lade of de media beschadigd raken.• Zorg dat de multifunctionele lade schoon blijft en dat er geen krassen op de reflectoren komen.•Anders wordt de media mogelijk niet door de printer herkend wanneer de media wordt geladen ofworden de afgedrukte gegevens niet goed uitgelijnd. Als de multifunctionele lade vuil wordt, veegt ude reflector voorzichtig schoon met een zachte en droge doek, waarbij u erop let dat u de reflectorniet bekrast.• Laat het afdrukoppervlak na het afdrukken op natuurlijke wijze drogen.
Gebruik geen haardroger of•direct zonlicht om de inkt van de media te drogen. Raak het bedrukte oppervlak pas aan als de inkthelemaal droog is.Waarschuwingen wanneer u afdrukt op een afdrukbare disc• Verwijder stof of ander vuil uit de multifunctionele lade voordat u een afdrukbare disc in de lade•plaatst. Wanneer een disc in een vuile multifunctionele lade wordt geplaatst, kunnen er krassen ophet opnameoppervlak van de disc ontstaan.• Druk niet af op afdrukbare discs die niet geschikt zijn voor inkjetprinters. De inkt droogt niet en de•inkt kan problemen veroorzaken bij de disc zelf of bij dvd-spelers of andere apparaten waarin de discwordt geplaatst.• Druk niet af op het opnameoppervlak van een afdrukbare disc. Als u dat wel doet, worden de•gegevens onleesbaar die op de disc zijn opgenomen.• Houd afdrukbare discs aan de randen vast.
Raak de labelzijde (afdrukoppervlak) en het•opnameoppervlak niet aan.• De multifunctionele lade kan vuil worden bij gebruik van andere software dan Easy-PhotoPrint Editor.•80
Een afdrukbare disc plaatsen/verwijderen• Voordat u een afdrukbare disc plaatst• Een afdrukbare disc plaatsen• Een afdrukbare disc verwijderenVoordat u een afdrukbare disc plaatstHet verschil tussen een 'afdrukbare disc' en een normale disc (bd/dvd/cd) is dat het labeloppervlak eenspeciale bewerking heeft ondergaan en daardoor kan worden bedrukt met een inkjetprinter.Voor het bedrukken van afdrukbare discs hebt u het volgende nodig.• Multifunctionele lade (wordt bij de printer geleverd)•De multifunctionele lade is opgeborgen in de houder voor de multifunctionele lade van depapieruitvoerlade.De multifunctionele lade loskoppelen• Afdrukbare disc van 12 cm (4,72 inch)•Gebruik een afdrukbare disc met een labeloppervlak dat met een inkjetprinter kan worden bedrukt.Een afdrukbare disc plaatsenAls u wilt afdrukken op een afdrukbare disc, plaatst u deze op de meegeleverde multifunctionele lade enplaatst u de lade in de printer.Deze procedure geldt ook voor afdrukken vanaf een computer.Belangrijk• Bevestig de multifunctionele lade pas wanneer het bericht wordt weergegeven dat u de afdrukbare•disc moet laden.
Opmerking• Als testafdrukken wordt uitgevoerd op papier voor testafdrukken, kan afhankelijk van het papiertype,•de printer mogelijk niet de grootte juist lezen, waardoor de randgebieden niet worden afgedrukt.Papier voor testafdrukken moet worden gebruikt voor het controleren van de bedoelde indeling.1. Wanneer het bericht wordt weergegeven dat u een afdrukbare disc moet plaatsen,1.koppelt u de multifunctionele lade (B) los van de achterzijde van de cassette (A).Plaats de verwijderde cassette terug in de printer.82
2.Plaats de afdrukbare disc in de multifunctionele lade.2.Belangrijk•Controleer of er geen vuil op de multifunctionele lade zit voordat u een afdrukbare disc in de•lade plaatst.• Raak het afdrukoppervlak van de disc en de reflectoren (C) in de multifunctionele lade niet aan•wanneer u een afdrukbare disc in de multifunctionele lade plaatst.1. Plaats de afdrukbare disc MET DE AFDRUKZIJDE OMHOOG en druk de disc tegen de1.vergrendeling (D) onderaan.83
5.Duw de multifunctionele lade recht in horizontale richting totdat de pijl ( ) op de printer5.ongeveer is uitgelijnd met de pijl ( ) op de multifunctionele lade.Belangrijk•Duw de multifunctionele lade niet verder dan de pijl ( ) op de printer.•Opmerking• De multifunctionele lade kan worden uitgeworpen nadat een bepaalde periode is verstreken. Volg in•dat geval de instructies op het scherm om de multifunctionele lade opnieuw te plaatsen.Een afdrukbare disc verwijderen1. Trek de multifunctionele lade uit.1.2.Houd de vergrendeling (A) ingedrukt, haal de afdrukbare disc uit de sleuven (B) van de2.multifunctionele lade en verwijder de disc85
Belangrijk• Raak het afdrukoppervlak van de disc niet aan wanneer u deze uit de multifunctionele lade•verwijdert.Opmerking• Laat het bedrukte oppervlak drogen voordat u de disc verwijdert. Als u op de multifunctionele•lade of op de transparante delen van de binnen- of buitenrand van de afdrukbare discafdrukresten ziet, laat u het afdrukoppervlak drogen en veegt u vervolgens de afdrukrestenschoon.3.Berg de multifunctionele lade op onder de cassette.3.De multifunctionele lade bevestigenVerwante informatieWaarschuwingen wanneer u afdrukt met de multifunctionele ladeAfdrukgebied (afdrukbare discs)86
Belangrijk• Let op het volgende wanneer u het origineel op de plaat legt. Als u het volgende niet in acht•neemt, kan er een storing optreden in de scanner of kan de glasplaat breken.Plaats geen voorwerpen die zwaarder zijn dan 2,0 kg (4,4 lb) op de glasplaat.Oefen geen druk van meer dan 2,0 kg (4,4 lb) uit op de glasplaat, bijvoorbeeld bij hetaandrukken van het origineel.3. Sluit de documentklep voorzichtig.3.92
Als u het origineel nietcorrect plaatst, wordt het mogelijk niet juist gescand.Originelen Functie PlaatsingTijdschriften, kranten en documen-tenKopiëren Het origineel uitgelijnd met depositiemarkering plaatsenScannen door automatisch het type enformaat van het origineel te detecterenAls u scant via het bedieningspaneel,selecteert u Automatische scan (Autoscan) bij Doc.type in Scannen (Scan).Scannen door een standaardformaat(A4, Letter, enzovoort) op te gevenAls u scant via het bedieningspaneel, se-lecteert u Document of Foto (Photo) bijDoc.type in Scannen (Scan) en geeftu een standaardformaat (A4, Letter, enzo-voort) op voor Scanfrmt (Scan size) omoriginelen te scannen.Foto's, ansichtkaarten, visitekaar-tjes en discs (BD's/dvd's/cd's)Eén origineel scannenAls u scant via het bedieningspaneel, volgtu onderstaande instructies.• Selecteer Automatische scan (Au-•to scan) bij Doc.type in Scannen(Scan).• Selecteer Foto (Photo) bij Doc.type•in Scannen (Scan) en geef Auto-matische scan (Auto scan) op bijScanfrmt (Scan size) om originelen tescannen.Slechts één origineel in het mid-den van de plaat plaatsenTwee of meer originelen scannenAls u scant via het bedieningspaneel, volgtu onderstaande instructies.• Selecteer Automatische scan (Au-•to scan) bij Doc.type in Scannen(Scan).• Selecteer Foto (Photo) bij Doc.type•in Scannen (Scan) en geef Autom.multi-scan (Auto multi scan) op bijScanfrmt (Scan size) om twee ofmeer originelen te scannen.Twee of meer originelen plaat-sen op de plaat94
Het origineel uitgelijnd met de positiemarkering plaatsenPlaats het origineel MET DE TE SCANNEN ZIJDE NAAR BENEDEN op de plaat en lijn het uit met depositiemarkering . Delen die op het diagonaal gestreepte gebied zijn geplaatst kunnen niet wordengescand.Belangrijk• De printer kan het gestreepte gedeelte (A) (1 mm (0,04 inch) vanaf de randen van de glasplaat) niet•scannen.Slechts één origineel in het midden van de plaat plaatsenPlaats het origineel MET DE TE SCANNEN ZIJDE NAAR BENEDEN, waarbij u 1 cm (0,40 inch) ofmeer ruimte vrij laat tot de randen (schuin gestreept gebied) van de plaat. Delen die op het diagonaalgestreepte gebied zijn geplaatst kunnen niet worden gescand.95
Twee of meer originelen plaatsen op de plaatPlaats de originelen MET DE TE SCANNEN ZIJDE NAAR BENEDEN. Houd een ruimte van 1 cm (0,40inch) of meer vrij tussen de randen (schuin gestreept gebied) van de plaat en de originelen, en tussen deoriginelen. Delen die op het diagonaal gestreepte gebied zijn geplaatst kunnen niet worden gescand.U kunt maximaal 12 items plaatsen.B: Meer dan 1 cm (0,40 inch)Opmerking• De functie voor het corrigeren van scheve originelen corrigeert automatisch originelen die onder een•hoek van maximaal 10 graden zijn geplaatst. Scheve foto's met een lange zijde van 180 mm (7,1inch) of meer kunnen niet worden gecorrigeerd.• Foto's die niet rechthoekig zijn of een afwijkende vorm hebben (zoals uitgeknipte foto's) worden•mogelijk niet goed gescand.96
Ondersteunde originelenItem DetailsTypen originelen Tekstdocumenten, tijdschriften of krantenAfgedrukte foto, ansichtkaart, visitekaartje of schijf (bd/dvd/cd, enzovoort)Grootte (breedte x hoogte) Maximaal 216 x 297 mm (8,5 x 11,7 inch)Opmerking• Wanneer u een dik origineel zoals een boek op de plaat plaatst, kunt u de documentklep van de printer•verwijderen.De documentklep loskoppelen/bevestigen97
De geheugenkaartis mogelijk niet compatibel met de printer als de kaart is geformatteerd op een computer.Geheugenkaarten waarvoor geen kaartadapter nodig is• SD Secure Digital-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart, SDXC-geheugenkaart•Geheugenkaarten waarvoor een kaartadapter nodig isZorg dat u de speciale kaartadapters aan de volgende geheugenkaarten bevestigt voordat u de kaart inde kaartsleuf plaatst.• miniSD-kaart, miniSDHC-kaart•Gebruik de speciale SD-kaartadapter.• microSD-kaart, microSDHC-kaart, microSDXC-kaart•Gebruik de speciale SD-kaartadapter.Belangrijk• Als u een van de volgende geheugenkaarten zonder de kaartadapter in de kaartsleuf plaatst, kunt u•de geheugenkaart mogelijk niet meer uit de kaartsleuf verwijderen.Geheugenkaart kan niet worden verwijderdAfdrukbare afbeeldingsgegevens• Deze printer accepteert JPEG-gegevens die zijn gemaakt met een camera die voldoet aan de•specificaties voor Design Rule for Camera File System, evenals TIFF-afbeeldingen.
Geheugenkaarten plaatsenBelangrijk• Als u een geheugenkaart in de kaartsleuf plaatst, gaat het Toegang (Access)-lampje branden. Als het•Toegang (Access)-lampje knippert, heeft de printer toegang tot de geheugenkaart. Raak het gebiedrondom de kaartsleuf dan niet aan.Opmerking• Als Lees-/schrijfkenmerk (Read/write attribute) is ingesteld op Beschrijfbaar van USB-pc (Writable•from USB PC), kunt u geen afbeeldingsgegevens vanaf de geheugenkaart afdrukken via hetbedieningspaneel van de printer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon PIXMA TS8750 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Canon
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer