Canon i-SENSYS LBP110-serie Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Canon i-SENSYS LBP110-serie (153 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Canon i-SENSYS LBP110-serie of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Canon |
| Categorie: | Printer |
| Model: | i-SENSYS LBP110-serie |
Handleiding Canon i-SENSYS LBP110-serie – volledige tekst
De drumcartridge vervangen. 65De resterende hoeveelheid verbruiksartikelen controleren. 70De machine verplaatsen. 72Aantal afdrukken weergeven. 74Instellijsten afdrukken. 75Verbruiksartikelen. 76Problemen oplossen. 80Veelvoorkomende problemen. 82Installatie-/instellingenproblemen. 83Afdrukproblemen. 84Als u niet goed kunt afdrukken. 86Het afdrukresultaat is niet goed. 88Het papier krult om of is gekreukeld. 97Papier is onjuist ingevoerd. 99Maatregelen bij ieder bericht. 100Papierstoringen oplossen. 106Papierstoringen in het apparaat. 108Wanneer een probleem niet kan worden opgelost. 113Bijlage. 115Software van derden. 116Handige functies. 117Milieubesparing levert geld op. 118Eciënter werken. 119Technische specicaties. 120Hoofdeenheid. 121Geschikt papier. 123Printerfuncties. 125Besturingssystemen. 126Handleidingen en hun inhoud. 127Gebruikershandleiding gebruiken.
Belangrijke veiligheidsinstructies2FU7-000De informatie in dit hoofdstuk is bedoeld om beschadiging van eigendommen te voorkomen, evenals lichamelijk letselvan gebruikers van het apparaat en anderen in de buurt van het apparaat. Lees deze informatie zorgvuldig doorvoordat u het apparaat gaat gebruiken en volg de instructies om het apparaat op de juiste manier te gebruiken. Umag alleen handelingen uitvoeren die in deze handleiding worden beschreven. Canon kan niet aansprakelijk wordengesteld voor eventuele schade die het gevolg is van het gebruiken van het apparaat op een manier die niet wordtbeschreven in deze handleiding, onjuist gebruik of reparaties/aanpassingen die niet zijn uitgevoerd door Canon of eenhiervoor door Canon aangewezen partij.Installatie(P. 3) Elektrische aansluiting(P. 5) Hantering(P. 6) Onderhoud en inspecties(P. 8) Verbruiksartikelen(P.
Installatie2FU7-001U kunt dit apparaat alleen veilig en prettig gebruiken als u de volgende voorschriften volgt en het apparaat op eengeschikte locatie installeert. (In deze handleiding worden de aanduidingen "apparaat" en "machine" door elkaargebruikt om naar het product te verwijzen.)Plaats het apparaat niet op een locatie die brand of een elektrische schok tot gevolgkan hebben●Een plek waar de ventilatieopeningen worden geblokkeerd(te dicht bij muren of op een bed, bank, hoogpolig tapijt of soortgelijke plaatsen)●Een vochtige of stoge locatie●Een locatie die wordt blootgesteld aan direct zonlicht of buiten●Een locatie die wordt blootgesteld aan hoge temperaturen●Een locatie die wordt blootgesteld aan open vuur●In de buurt van alcohol, spiritus of andere brandbare stoffenOverige waarschuwingen●Sluit alleen goedgekeurde kabels op dit apparaat aan.
Als u zich niet aan dit voorschrift houdt, loopt u hetrisico van brand of een elektrische schok.●Plaats geen kettingen of andere metalen voorwerpen of met vloeistof gevulde houders op het apparaat. Alsvreemde voorwerpen in aanraking komen met elektrische onderdelen in het apparaat, kan dit leiden totbrand of een elektrische schok.●Als vreemde voorwerpen in het apparaat vallen, haalt u de stekker uit het stopcontact en neemt u contact opmet uw Canon-dealer.Plaats het apparaat niet op de volgende locaties●Het apparaat kan dan vallen, met beschadiging en/of lichamelijk letselals gevolg.- Een wankel oppervlak- Een plek die wordt blootgesteld aan trillingenAndere belangrijke aandachtspunten●Volg de instructies in deze handleiding wanneer u het apparaat gaat dragen.
Als u het apparaat niet op dejuiste manier draagt, kan het vallen en beschadiging of lichamelijk letsel veroorzaken.●Let er bij het installeren van het apparaat op dat uw handen niet bekneld raken tussen het apparaat en devloer of een muur. Dit kan namelijk lichamelijk letsel tot gevolg hebben.Belangrijke veiligheidsinstructies3
Voorkom slecht geventileerde locaties●Dit apparaat genereert bij normaal gebruik een heel kleine hoeveelheid ozon en andere emissies. Dezeemissies zijn niet schadelijk voor de gezondheid. Maar ze kunnen waarneembaar zijn bij langer gebruik oftijdens lange productieruns in slecht geventileerde ruimtes. Het is raadzaam dat de ruimte waarin hetapparaat wordt gebruikt, afdoende wordt geventileerd voor het in stand houden van een comfortabelewerkomgeving.
Vermijd ook plaatsen waar mensen bloot zouden staan aan de emissies van het apparaat.Plaats het apparaat niet op de volgende locaties, aangezien dit gevaarlijke situatieskan opleveren:●Een locatie waar de temperatuur of luchtvochtigheid sterk kanvariëren●Een locatie in de buurt van producten die magnetische ofelektromagnetische golven genereren●Een laboratorium of locatie waar chemische reactiesplaatsvinden●Een locatie die wordt blootgesteld aan bijtende gassen ofgiftige gassen●Een ondergrond die kan verbuigen door het gewicht van hetapparaat of waar het apparaat in kan wegzakken (een tapijt,enz.) Plaats het apparaat niet op een locatie waar sprake is van condensvorming●Wanneer de ruimte waarin het apparaat staat snel wordt verwarmd of wanneer het apparaat verplaatstwordt van een koele en droge plaats naar een hete of vochtige plaats, kunnen er binnen dit apparaatwaterdruppels (condensvorming) ontstaan.
Het gebruik van het apparaat onder deze omstandigheden kanpapierstoringen, een slechte afdrukkwaliteit of beschadiging tot gevolg kunnen hebben. Laat het apparaatminimaal twee uur ongebruikt in de ruimte staan zodat het geleidelijk kan wennen aan deomgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid.Op een hoogte van 3.000 meter of meer boven zeeniveau●Machines met een vaste schijf kunnen op een hoogte van 3.000 meter boven zeeniveau of hoger onjuistfunctioneren.Belangrijke veiligheidsinstructies4
Elektrische aansluiting2FU7-002●Gebruik alleen een voeding die voldoet aan de aangegeven spanningsvereisten. Als u dat niet doet, kan ditbrand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ●Het apparaat moet met het bijgeleverde netsnoer worden aangesloten op een geaard stopcontact. ●Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij het apparaat is geleverd, om brand of een elektrische schok tevoorkomen. ●Het meegeleverde netsnoer is bedoeld voor gebruik met deze machine. Sluit het netsnoer niet op andereapparaten aan. ●Het is niet toegestaan het netsnoer aan te passen, aan het snoer zelf te trekken, het snoer met kracht teverbuigen of andere handelingen uit te voeren waardoor het netsnoer beschadigd kan raken. Plaats geenzware voorwerpen op het netsnoer. Als het netsnoer beschadigd raakt, loopt u het risico van brand of eenelektrische schok.
●Zorg dat u droge handen hebt wanneer u het netsnoer aansluit of loskoppelt. Als uw handen vochtig zijn,loopt u het risico van een elektrische schok. ●Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen met dit apparaat. Als u zich niet aan dit voorschrift houdt,loopt u het risico van brand of een elektrische schok. ●Rol het netsnoer tijdens het gebruik niet op en zorg ervoor dat er geen knopen in komen. Dit kan namelijkbrand of een elektrische schok veroorzaken. ●Steek de stekker van het netsnoer volledig in het stopcontact. Als u dat niet doet, kan dit brand of eenelektrische schok tot gevolg hebben. ●Haal bij onweer de stekker uit het stopcontact. Als u dat niet doet, kan dit brand, een elektrische schok ofbeschadiging van het apparaat tot gevolg hebben.
●Plaats het apparaat op korte afstand van het stopcontact en laat voldoende ruimte rond de stekker, zodat udeze in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kunt trekken. Stroomvoorziening●Sluit het netsnoer niet aan op een noodstroomvoorziening. Hierdoor kan het apparaat bij een stroomstoringdefect of beschadigd raken.
●Als u het apparaat aansluit op een stekkerdoos met meerdere stopcontacten, laat de andere stopcontactendan leeg. ●Steek het netsnoer niet in de gelijkstroom netsnoeraansluiting van een computer. Overige voorzorgsmaatregelen●Elektrische ruis kan tot gevolg hebben dat dit apparaat niet goed werkt of dat er gegevens verloren gaan. Belangrijke veiligheidsinstructies5.
Hantering2FU7-003●Haal direct de stekker uit het stopcontact en neem contact opmet een erkend Canon-dealer als het apparaat vreemdegeluiden maakt, rook of een vreemde geur verspreidt ofextreem heet wordt. Als u het apparaat onder dieomstandigheden blijft gebruiken, kan dit brand of eenelektrische schok tot gevolg hebben. ●Het is niet toegestaan het apparaat te demonteren of aan tepassen. Het binnenwerk van het apparaat bevat onderdelen diezeer warm zijn of onder hoge spanning staan, wat brand of eenelektrische schok tot gevolg kan hebben. ●Kies een locatie waarbij kinderen niet in contact kunnen komen met het netsnoer, andere kabels, debinnenkant of elektrische onderdelen van het apparaat. Als u dat niet doet, bestaat de kans op lichamelijkletsel. ●Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare stoffen in de buurt van het apparaat.
Als deze stoffen inaanraking komen met elektrische onderdelen in het apparaat, kan dit brand of een elektrische schok totgevolg hebben. ●Als u het apparaat gaat verplaatsen, moet u eerst de stroomtoevoer van het apparaat en van uw computeruitschakelen en vervolgens het netsnoer en de aansluitkabels losmaken. Als u dit niet doet, kunnen dekabels of het snoer beschadigd raken, wat kan leiden tot brand of een elektrische schok. ●Als u een USB-kabel aansluit of loskoppelt terwijl de stekker van de machine in een stopcontact zit, mag uhet metalen deel van de USB-poort niet aanraken, aangezien dit een elektrische schok tot gevolg kanhebben. Als u een pacemaker gebruikt●Dit apparaat veroorzaakt een geringe magnetische ux en ultrasone golven. Als u een pacemaker gebruikten u zich niet goed voelt, houd dan afstand tot dit apparaat en neem direct contact op met uw arts.
●Leg geen zware voorwerpen op het apparaat. Het voorwerp of het apparaat kan dan vallen, met mogelijklichamelijk letsel tot gevolg. ●Haal uit veiligheidsoverwegingen de stekker uit het stopcontact als het apparaat langere tijd niet wordtgebruikt.
●Wees voorzichtig bij het openen en sluiten van kleppen en deksels, zodat u uw handen niet bezeert. ●Houd uw handen en kleding uit de buurt van de rollen in het uitvoergebied. Als uw handen of kleding tussende rollen bekneld raken, kunt u verwond raken. ●Tijdens en onmiddellijk na gebruik zijn het binnenwerk van het apparaat en de uitvoersleuf extreem heet. Raak deze gebieden niet aan, om brandwonden te voorkomen. Bedrukt papier kan direct na uitvoer ookheet zijn; ga hiermee dus voorzichtig om. Als u dat niet doet, bestaat de kans op brandwonden. Belangrijke veiligheidsinstructies6.
Laserstraal●Als de laserstraal mocht vrijkomen, kan blootstelling hieraan leiden tot ernstige beschadiging van uw ogen.Bij het transporteren van het apparaat●Voer de volgende stappen uit om te voorkomen dat het apparaat tijdens het vervoer wordt beschadigd.- Verwijder de tonercartridges en de drumcartridges.- Gebruik de originele doos met verpakkingsmaterialen om het apparaat goed in te pakken.Als u last hebt van het geluid van het apparaat●Afhankelijk van het gebruik, de omgeving en de bedrijfsstand, wordt u geadviseerd, als u last hebt het geluidvan het apparaat, het apparaat op een plaats buiten uw kantoor te installeren.Overige voorzorgsmaatregelen●Volg de waarschuwingsinstructies die op etiketten op het apparaat worden vermeld.●Voorkom dat het apparaat wordt blootgesteld aan schudden of schokken.●Gebruik geen kracht om deuren, kleppen en andere onderdelen te openen en te sluiten.
Hierdoor kan hetapparaat beschadigd raken.●Raak de contactpunten ( ) in het apparaat niet aan. Hierdoor kan het apparaat beschadigd raken.●Om papierstoringen te voorkomen, mag u tijdens het afdrukken het apparaat niet uitschakelen, de klep nietopenen/sluiten en geen papier laden/verwijderen.Belangrijke veiligheidsinstructies7
Onderhoud en inspecties2FU7-004Reinig het apparaat regelmatig. Als er sprake is van stofvorming, werkt de machine mogelijk niet goed. Let op devolgende punten als u de machine gaat reinigen. Zie Problemen oplossen(P. 80) als er tijdens het gebruik eenprobleem optreedt. Zie Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P. 113) als u het probleem niet kuntoplossen of wanneer u van mening bent dat de machine moet worden geïnspecteerd. ●Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u gaat reinigen. Als u dat niet doet,kan dit brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ●Koppel het netsnoer regelmatig los en wrijf het snoer schoon met een droge doek. Als er sprake is vanstofophoping, kan er vocht worden opgenomen uit de lucht, met brand als gevolg wanneer dit vocht inaanraking komt met elektriciteit. ●Reinig het apparaat met een vochtige, goed uitgewrongen doek.
Bevochtig reinigingsdoeken alleen metwater. Gebruik geen alcohol, benzeen, spiritus of andere ontvlambare stoffen. Gebruik geen tissues ofkeukenpapier. Als deze materialen in aanraking komen met elektrische onderdelen in het apparaat, kan ditstatische elektriciteit veroorzaken of brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. ●Controleer regelmatig of het netsnoer en de stekker niet beschadigd zijn. Controleer het apparaat op roest,deuken, krassen, scheuren of overmatige warmteontwikkeling. Bij gebruik van slecht onderhoudenapparatuur loopt u het risico van brand of een elektrische schok. ●Het binnenwerk van het apparaat bevat onderdelen die zeer warm zijn of onder hoge spanning staan. Als udeze onderdelen aanraakt, kunt u brandwonden oplopen. Raak geen onderdelen van het apparaat aan dieniet in de handleiding worden beschreven.
Verbruiksartikelen2FU7-005●Gooi lege tonercartridges en dergelijke niet in open vuur. Bewaar tonercartridges, drumcartridges of papierniet op een plek die wordt blootgesteld aan open vuur. Hierdoor kan de toner ontbranden, metbrandwonden of brand als gevolg.●Als u per ongeluk toner morst, ruim het dan op met een zachte, vochtige doek zodat de deeltjes niet wordeningeademd. Gebruik nooit een stofzuiger zonder bescherming tegen stofexplosies om de gemorste toner opte ruimen. Anders kan de stofzuiger kapot gaan of er kan een stofexplosie ontstaan door de statischeontlading.Als u een pacemaker gebruikt●De tonercartridge veroorzaakt een geringe magnetische ux. Als u een pacemaker gebruikt en u zich nietgoed voelt, houd dan afstand van de tonercartridge en neem direct contact op met uw arts.●Voorkom dat u toner inademt.
Als dat toch gebeurt, moet u onmiddellijk een arts raadplegen.●Voorkom dat u toner in uw ogen of uw mond krijgt. Als dat toch gebeurt, moet u uw ogen of mond directspoelen met koud water en een arts raadplegen.●Voorkom dat u toner op uw huid krijgt. Als dat toch gebeurt, moet u de toner verwijderen met zeep en koudwater. Als uw huid gaat jeuken, neem dan direct contact op met een arts.●Zorg ervoor dat tonercartridges en andere verbruiksartikelen buiten het bereik van kinderen wordengehouden. Raadpleeg bij inslikken van toner onmiddellijk een arts of het Nationaal Vergiftigingen InformatieCentrum.●Haal tonercartridges en dergelijke nooit uit elkaar. Het is evenmin toegestaan ze te veranderen.
●Raak het tonerinvoergedeelte ( ), de elektrische contactpunten ( ) of het geheugen van detonercartridge ( ) niet aan.●Tenzij nodig, moet u de tonercartridge niet uit het verpakkingsmateriaal of uit dit apparaat nemen.●De tonercartridge is een magnetisch product. Plaats het niet kort bij producten die gevoelig zijn voormagnetisme zoals oppydisks en schijfstations. Dit kan leiden tot beschadigingen aan de data.Gebruiksinstructies voor drumcartridges●Pak de drumcartridge uitsluitend bij de hendel vast.●Om te voorkomen dat er krassen komen op het oppervlak van de drum binnen in het apparaat of dat ditgedeelte wordt blootgesteld aan licht, mag u het schuifklepje van de drum ( ) niet openen.
Raak deelektrische contactpunten ( ) of het geheugen van de drumcartridge ( ) niet aan.●Tenzij nodig, moet u de drumcartridge niet uit het verpakkingsmateriaal of uit dit apparaat nemen.Tonercartridge en drumcartridges bewaren●Bewaar cartridges onder de volgende omstandigheden om een veilige werking en een goed resultaat tegaranderen.Geschikt temperatuurbereik voor opslag: 0 tot 35°CGeschikt luchtvochtigheidsbereik voor opslag: 35 tot 85% relatieve luchtvochtigheid (geencondensvorming)*Belangrijke veiligheidsinstructies10
●Bewaar tonercartridges of drumcartridges in de verpakking totdat deze in het apparaat worden geplaatst. ●Als u de tonercartridge of drumcartridge verwijdert uit het apparaat en langere tijd niet gaat gebruiken,moet u de verwijderde tonercartridge of drumcartridge in de originele verpakking bewaren. ●Bewaar de tonercartridge niet staand of ondersteboven. De toner wordt dan hard en kan zelfs door teschudden niet meer in de oorspronkelijke toestand worden teruggebracht. *Zelfs als de tonercartridge of drumcartridge wordt bewaard in een ruimte met een acceptabele luchtvochtigheid, kunnener in de cartridge waterdruppels (condensvorming) ontstaan als er binnen en buiten de tonercartridge of drumcartridgesprake is van temperatuurverschil. Condensvorming heeft een nadelig effect op de afdrukkwaliteit van tonercartridges ofdrumcartridges.
Het gebruik vannamaaktoner- of drumcartridges kan leiden tot een slechte afdrukkwaliteit of slechte machineprestaties. Canon is niet verantwoordelijk voor defecten, ongevallen of schade als gevolg van het gebruik van eennamaaktoner- of drumcartridge. Voor meer informatie gaat u naar canon. com/counterfeit.
Beschikbaarheidsperiode van vervangende onderdelen, tonercartridges,drumcartridges en dergelijke●Tot een periode van ten minste zeven (7) jaar nadat dit apparaatmodel uit productie is genomen, zullen ervervangende onderdelen, tonercartridges, drumcartridges en dergelijke leverbaar zijn. Verpakkingsmateriaal voor tonercartridges en drumcartridges●Bewaar het verpakkingsmateriaal van de tonercartridge en de drumcartridge. U hebt het nodig als u hetapparaat gaat vervoeren. ●De verpakkingsmaterialen kunnen worden gewijzigd in vorm of plaatsing, of kunnen zonder kennisgevingworden toegevoegd of verwijderd.
Afvoeren van gebruikte tonercartridges, drumcartridges en dergelijke●Als u een tonercartridge, drumcartridge of dergelijke afvoert, plaats deze dan in het origineleverpakkingsmateriaal om te verhinderen dat toner van binnenuit verspreidt, en voer hem af volgens deplaatselijk geldende milieuvoorschriften. Belangrijke veiligheidsinstructies11.
Stuurprogramma´s installeren2FU7-008Installeer de verschillende stuurprogramma's en bijbehorende software op uw computer.1Realiseer de vereiste voorbereiding voordat u verder gaat met de installatie.●Als bij het apparaat een CD-ROM/DVD-ROM is meegeleverd, plaatst u de CD-ROM/DVD-ROM in het station opde computer.●U kunt stuurprogramma's en software die u gaat gebruiken, ophalen van de Canon website (http://www.canon.com/).●Als er nieuwe versies van stuurprogramma´s en software beschikbaar komen, worden ze op de Canonwebsite geplaatst. U kunt ze naar behoefte ophalen nadat u hun systeemvereisten hebt gecontroleerd.●Afhankelijk van het apparaat of omgevingscondities zijn sommige functies misschien niet beschikbaar.●Sommige besturingssystemen ondersteunen bepaalde stuurprogramma's niet.
Een printserver instellen2FU7-009Het installeren van een printserver (afdrukserver) betekent dat u de computer kunt ontlasten die u gebruikt om af tedrukken. Ook kunt u met behulp van de printserver de stuurprogramma's op iedere computer installeren via hetnetwerk, zodat u niet zo veel werk hebt om de stuurprogramma´s per computer te installeren met behulp van demeegeleverde CD-ROM/DVD-ROM.
Als u een computer in het netwerk wilt instellen als een printserver, moet u deinstellingen voor het delen van de printer congureren.●Om de onderstaande procedure uit te voeren, moet u zich bij de computer aanmelden met eenbeheerdersaccount.●Afhankelijk van het besturingssysteem en de bitarchitectuur (32-bits of 64-bits) van de printserver en declientcomputers, is het misschien niet mogelijk stuurprogramma's via het netwerk te installeren.●Overleg met uw netwerkbeheerder als u een printserver wilt implementeren in een domeinomgeving.1Open de printermap. De printermap weergeven(P.
133) 2Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het printerstuurprogramma voordit apparaat en klik op [Eigenschappen van printer] of [Eigenschappen].3Klik op het tabblad [Delen], selecteer [Deze printer delen] en voer de share-naam vanhet apparaat in.●Klik op de knop [Opties voor delen wijzigen] indien deze wordt weergegeven.4Installeer eventueel aanvullende stuurprogramma's.●Deze bewerking is noodzakelijk als u de stuurprogramma's via de printserver wilt installeren op computersmet een andere bitarchitectuur.1Klik op [Extra stuurprogramma's].2Schakel het selectievakje in van de bitarchitectuur van andere computers en klik op [OK].Instellen16
●Selecteer extra stuurprogramma's uit de volgende opties in overeenstemming met hetbesturingssysteem van de afdrukserver.Afdrukserver Schakel het selectievakje in voor32-bits besturingssystemen [x64]64-bits besturingssystemen [x86] onder [Processor]●Als u niet weet of uw Windows besturingssysteem een 32-bits of 64-bits versie is, raadpleegt u Debitarchitectuur controleren(P.
136) .3Plaats de meegeleverde CD-ROM/DVD-ROM in het dvd-rom-station van de computer, klik op [Bladeren]om de map met de stuurprogramma's op te geven en klik op [OK].●Als de afdrukserver wordt uitgevoerd als een 32-bits besturingssysteem, selecteert u de mappen[UFRII] [dutch] [x64] [Driver] op de meegeleverde CD-ROM/DVD-ROM.●Als de afdrukserver wordt uitgevoerd als een 64-bits besturingssysteem, selecteert u de mappen[UFRII] [dutch] [32BIT] [Driver] op de meegeleverde CD-ROM/DVD-ROM.4Volg de instructies op het scherm om extra stuurprogramma's te installeren.5Klik op [OK].◼De stuurprogramma's via de printserver op een computer installeren1Zoek de gedeelde printer op de printserver. Printers weergeven die wordengedeeld op de printserver(P. 134) 2Dubbelklik op de gedeelde printer.3Volg de instructies op het scherm om de stuurprogramma's te installeren.Instellen17
Basishandelingen2FU7-00AIn dit hoofdstuk worden de onderdelen van het apparaat en basishandelingen beschreven, zoals het plaatsen van hetpapier.◼Onderdelen en de bijbehorende functiesIn dit hoofdstuk worden de namen en functies van de onderdelen aan de buitenkant en de binnenkant van hetapparaat. Onderdelen en de bijbehorende functies(P. 22) ◼PrinterstatusvensterIn dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de functie "Printerstatusvenster" kan worden gebruikt om de status van hetapparaat te controleren en instellingen door te voeren. Printerstatusvenster(P. 27) ◼Het apparaat AAN zettenIn dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u AAN en UIT zet. Het apparaat AAN zetten(P. 30) ◼Papier ladenDit gedeelte beschrijft hoe u papier in de lade plaatst. Papier laden(P. 32) De slaapstand instellenBasishandelingen20
Onderdelen en de bijbehorende functies2FU7-00CIn dit gedeelte worden de onderdelen van het apparaat beschreven (buitenzijde, voorzijde en achterzijde), evenals defunctie die ze hebben. Naast de onderdelen van het apparaat die nodig zijn voor het uitvoeren van basishandelingenzoals het laden van papier en het vervangen van tonercartridges, worden hier ook de functies van de toetsen en destatuslampjes van het apparaat beschreven . Lees dit gedeelte door om bekend te raken met de belangrijkste functiesvan het apparaat.Voorzijde(P. 23) Achterzijde(P. 25) Lade(P. 26) Basishandelingen22
Voorzijde2FU7-00EUitvoerklep●Plaats de uitvoerklep wanneer u het apparaat gebruikt.●Leg geen zware voorwerpen op de uitvoerklep en voorkom dat er zware voorwerpen op vallen.UitvoerladeAfdrukken worden uitgevoerd via de uitvoerlade.AlarmlampjeBrandt of knippert wanneer er een papierstoring of een andere fout optreedt. Los het probleem op aan dehand van het bericht dat in het Printerstatusvenster wordt weergegeven. Maatregelen bij iederbericht(P. 100) OpdrachtlampjeGaat branden wanneer er afdrukgegevens worden afgedrukt of wachten om te worden afgedrukt. Knippertwanneer het afdrukken is geannuleerd.Toets Opdracht annulerenAnnuleert een afdruktaak die op dat moment wordt afgedrukt. Afdrukken annuleren(P. 47) Papierlampje/-toetsKnippert wanneer het papier op is, wanneer het papier het verkeerde formaat heeft en bij andere foutenwaarvoor het papier moet worden gecontroleerd.
Reset het papier en druk op de toets om het afdrukken tehervatten.U kunt de papiertoets ook gebruiken om een lijst met instellingen van het apparaat af te drukken (druk alshet apparaat klaar is om af te drukken de toets 3 seconden in). Instellijsten afdrukken(P. 75) Aan/uit-lampje/hoofdschakelaarSchakel het apparaat ON (Aan) of OFF (Uit) met de Hoofdschakelaar. Indicatielampje gaat branden wanneer uhet apparaat inschakelt.Basishandelingen23
HandgrepenPak het apparaat vast bij deze handgrepen als u het gaat verplaatsen. De machine verplaatsen(P. 72) VentilatieopeningenWarme lucht wordt door deze openingen afgevoerd om de binnenzijde van de machine af te koelen. Eengoede ventilatie is niet mogelijk als u voorwerpen op de ventilatieopeningen plaatst.TonerklepOpen de tonerklep als u de tonercartridge of drumcartridge wilt vervangen.Procedure voor het vervangen van de tonercartridge(P. 62) Procedure voor het vervangen van de drumcartridge(P. 67) PapierstopperOpen de papierstopper als u het nodig vindt om te verhoeden dat het papier uit de uitvoerlade valt.LadePlaats hier het papier waarop u wilt afdrukken. Papier in de papierlade plaatsen(P. 34) Basishandelingen24
Achterzijde2FU7-00FEtiket stroomverbruikDit etiket vermeldt onder andere het serienummer. Dit nummer hebt u nodig als u vragen of problemenhebt. Wanneer een probleem niet kan worden opgelost(P. 113) USB-poortHier kunt u een USB-kabel aansluiten om de machine te verbinden met een computer.NetstroomaansluitingHier sluit u het netsnoer aan.Sleuf voor kabelslot●Het apparaat is voorzien van een sleuf waaraan u een kabelslot ofvergelijkbaar beveiligingsmiddel kunt bevestigen.●De opening van de sleuf is 4,4 mm breed en 8,3 mm hoog.●Neem voor meer informatie over deze sleuf contact op met uw Canon-dealer.Basishandelingen25
Printerstatusvenster2FU7-00JHet printerstatusvenster is een functie waarmee u de status van de machine kunt controleren, fotomeldingen kuntbekijken en instellingen kunt doorvoeren voor het apparaat zoals stroombesparende instellingen. U kunt het ookgebruiken voor taken zoals u annuleren van een afdruktaak of het afdrukken van een lijst met apparaatinstellingen.Het printerstatusvenster wordt op uw computer geïnstalleerd als u het printerstuurprogramma installeert.Het printerstatusvenster weergeven(P. 27) Onderdelen van het scherm en de bijbehorende functies(P.
27) Het printerstatusvenster weergevenSelecteer het apparaat door te klikken te in de systeemlade.Automatische weergave van het printerstatusvensterHet printerstatusvenster wordt automatisch weergegeven wanneer er zich een fout voordoet tijdens hetafdrukken.* U kunt de instelling wijzigen die bepaalt wanneer het printerstatusvenster automatisch wordt weergegeven. Wijzig deinstelling in het menu [Opties] [Voorkeuren (Gebruikers)] of in het dialoogvenster [Voorkeuren (Beheerders)] van hetprinterstatusvenster. Raadpleeg de Help voor details. Menu [Help](P. 28) Als u werkt met Windows 8/Server 2012Open het printerstatusvenster op het bureaublad.Onderdelen van het scherm en de bijbehorende functiesIn dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het hoofdscherm.
Menu [Opdracht]Hiermee kunt u documenten controleren die worden afgedrukt of in de wachtrij staan. U kunt ookdocumenten selecteren en afdrukken annuleren.Menu [Opties]Hiermee kunt u de onderhoudsfuncties uitvoeren zoals instellingenlijsten afdrukken of reiniging van dexeereenheid en om apparaatinstellingen door te voeren zoals stroombesparende instellingen. U kunt ookinformatie controleren zoals het totale aantal afgedrukte pagina's. Menu [Help]Geeft Help weer voor het printerstatusvenster en versie-informatie.U kunt ook de helpfunctie van het printerstatusvenster weergeven door op de toets [Help] te klikken in dediverse dialoogvensters. Sommige dialoogvensters hebben echter geen [Help]-toets.Werkbalk (Afdrukwachtrij)Hiermee geeft u de afdrukwachtrij weer, een functie van Windows. Raadpleeg de Helpfunctie bij Windowsvoor meer informatie over de afdrukwachtrij.
(Vernieuwen)Vernieuwt de inhoud van het printerstatusvenster met de meest recente informatie. (Informatie over verbruikseenheden)U kunt controleren hoeveel toner er nog in de tonercartridge en drumcartridge zit.AnimatiegebiedGeeft animaties en illustraties weer over de status van de machine. Nadat een fout is opgetreden, kan in ditgedeelte ook een eenvoudige uitleg worden gegeven over het omgaan met de fout.Basishandelingen28
PictogramGeeft een pictogram weer dat de status van de machine aanduidt. De normale status is maar als er eenfout optreedt, verandert het display naar / / , afhankelijk van de melding.MeldinggedeelteGeeft meldingen weer over de status van de machine. Indien er een fout of waarschuwing optreedt, staat indit deel een uitleg onder de foutmelding of waarschuwing samen met informatie over het omgaan met hetprobleem. Maatregelen bij ieder bericht(P. 100) [Gegevens voor probleemoplossing]Geeft probleemoplossende informatie weer voor problemen beschreven door meldingen.[Gegevens afdrukopdracht]Geeft informatie over het document dat momenteel wordt afgedrukt. (Opdracht annuleren)Annuleert het afdrukken van het document dat momenteel wordt afgedrukt.
(Doorgaan/opnieuw proberen)Als een fout is opgtreden maar het afdrukken kan worden voortgezet dan kunt u met deze knop de foutwissen en doorgaan met afdrukken. Maar als u de functie Doorgaan/Opnieuw proberen gebruikt om door tegaan met afdrukken dan kan het voorkomen dat de pagina's slechts gedeeltelijk worden afgedrukt of nietgoed worden afgedrukt.[Naar website voor aanschaf gaan]Als u klikt op [Naar website voor aanschaf gaan] selecteert u uw land of regio en klikt u op [OK] om eenwebsite van Canon weer te geven waar u informatie kunt vinden over het bestellen van verbruiksartikelen.StatusbalkGeeft de bestemming van de verbinding (pportnaam) weer van het printerstatusvenster.Basishandelingen29
Het apparaat AAN zetten2FU7-00KIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u de machine aanzet.1Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit.2Druk op de hoofdschakelaar.➠Het aan/uit-lampje gaat branden en het apparaat is klaar voor gebruik.●Het is mogelijk dat er een leeg vel papier wordt uitgevoerd wanneer u het apparaat de allereerste keeraanzet. Dit hoort zo en is dus geen fout.KOPPELINGENDe machine uitzetten(P. 31) Basishandelingen30
De machine uitzetten2FU7-00LIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u de machine uitzet.1Druk op de hoofdschakelaar.●Controleer of het aan/uit-lampje uit is.●Het kan even duren voordat het apparaat helemaal is uitgeschakeld. Haal de stekker pas uit het stopcontactals het aan/uit-lampje niet meer brandt.●Om het apparaat opnieuw te starten, wacht u minimaal 10 seconden nadat het is uitgezet.●Zelfs als het apparaat is uitgeschakeld, blijft het een kleine hoeveelheid stroom verbruiken. Als u hetstroomverbruik helemaal wilt stoppen, haalt u de stekker uit het stopcontact.Basishandelingen31
Papier laden2FU7-00RU kunt papier in de lade plaatsen. Zie Geschikt papier(P. 123) voor de beschikbare papierformaten enpapiersoorten.PapierRichtlijnen voor papier(P. 32) Het door het apparaat bedrukte papier bewaren(P. 33) Papier ladenPapier in de papierlade plaatsen(P. 34) Enveloppen plaatsen(P. 37) Voorbedrukt papier plaatsen(P.
39) Richtlijnen voor papierDe volgende papiersoorten mag u niet gebruiken:●Er kan een papier- of afdrukstoring optreden.- Gekreukeld of gevouwen papier- Gekruld of opgerold papier- Gescheurd papier- Vochtig papier- Zeer dun papier- Dun, grof papier- Papier dat is afgedrukt met een thermal-transferprinter- Achterzijde van papier dat is afgedrukt met een thermal-transferprinter- Papier met een grove structuur- Glanzend papierOpmerkingen over het gebruik van papier●Gebruik uitsluitend papier dat geheel geacclimatiseerd is aan de omgeving waarin het apparaat isgeïnstalleerd. Gebruik van papier dat is opgeslagen bij een andere temperatuur of vochtigheidsgraad kanleiden tot papierstoringen of slechte afdrukkwaliteit.Behandeling en opslag van papier●U wordt geadviseerd het papier na het uitpakken zo snel mogelijk te gebruiken.
Papier dat nog niet wordtgebruikt, moet weer in de originele verpakking worden gedaan en op een platte ondergrond wordenbewaard.●Bewaar het papier in de originele verpakking om het te beschermen tegen vocht of droogte.Basishandelingen32
●Bewaar het papier niet op een manier waardoor het kan krullen of vouwen.●Bewaar het papier niet verticaal en plaatst niet te veel papier op elkaar.●Bewaar het papier niet in direct zonlicht, op een plaats die onderhevig is aan hoge vochtigheid of droogte ofop een plaats met grote verschillen in temperatuur of luchtvochtigheid.Als u gaat afdrukken op papier dat vochtig is geworden●Er kan stoom vrijkomen in het uitvoergedeelte van het apparaat of er kunnen zich waterdruppels vormen inhet uitvoergedeelte. Dit is normaal.
Het vocht in het papier verdampt op het moment dat er warmte wordtgegeneerd tijdens het xeren van de toner (dit gebeurt meestal als de omgevingstemperatuur laag is).Het door het apparaat bedrukte papier bewarenNeem de volgende voorzorgsmaatregelen als u het door het apparaat bedrukte papier verwerkt/bewaart.◼Het opgeslagen papier bewaren●Bewaar het op een vlakke ondergrond.●Bewaar het niet samen met artikelen met PVC (polyvinylchloride) heldere folders. De toner kan smelten waardoorhet papier aan de PVC artikelen gaat plakken.●Zorg ervoor dat het papier niet gaat kreuken of krullen.
Toner kan loslaten.●Om het voor langere tijd te bewaren (twee jaar of langer), moet u het in mappen of dergelijke bewaren.●Als het papier langere tijd wordt bewaard, kunnen de kleuren verlopen waardoor het lijkt of het drukwerk eenkleurverandering heeft ondergaan.●Bewaar het niet op locaties met hoge temperatuur.◼Waarschuwingen voor het gebruik van lijm●Gebruik altijd niet-oplosbare lijm.●Voordat u de lijm aanbrengt, moet u deze testen op een overbodig vel papier.●Voordat u papiervellen met lijm over elkaar legt, moet u eerst controleren dat de lijm geheel is opgedroogd.Basishandelingen33
Papier in de papierlade plaatsen2FU7-00SPlaats het papier in de papierlade.Plaats het papier altijd met de korte zijde naar voren●U kunt papier niet laden met de lange zijde naar voren. Zorg ervoor dat u het papier laadt met de korte zijdenaar voren, zoals aangegeven in de afbeelding hieronder.1Open de lade.Als u papier gaat bijvullenAls de lade al is geopend en de papierklep is bedekt, verwijdert u de papierklep.2Schuif de papiergeleiders naar de zijkanten van de papierlade.●Schuif de papiergeleiders naar de zijkanten van de papierlade.Basishandelingen34
3Plaats het papier zo ver mogelijk in het apparaat, totdat het niet meer verder kan.●Plaats het papier met de korte zijde naar voren en met de afdrukzijde naar boven. U kunt papier niet ladenmet de lange zijde naar voren.●Waaier de papierstapel eerst goed uit en tik met de onderkant op een vlak oppervlak om de vellen papiermooi gelijk te leggen.Zorg ervoor dat de stapel papier niet hoger is dan de markeringen voor het maximale aantal vellenZorg ervoor dat de papierstapel niet hoger is dan de markeringen voor het maximale aantal vellen ( ). Alsu te veel papier plaatst, kan dit papierstoringen veroorzaken.Zie Enveloppen plaatsen(P. 37) of Voorbedrukt papier plaatsen(P. 39) als u enveloppen ofvoorbedrukt papier wilt gebruiken.4Schuif de papiergeleiders tegen de randen van het papier.●Schuif de papiergeleiders stevig tegen de randen van het papier. Basishandelingen35
Schuif de papiergeleiders stevig tegen het papierAls de papiergeleiders te los of te strak zitten, kan het papier verkeerd worden ingevoerd of kunnen erpapierstoringen ontstaan.5Plaats de papierklep terug.●Als u gaat afdrukken, open dan vooraf de papierstop om te voorkomen dat het papier uit de uitvoerlade valt.●Als u tijdens het afdrukken papier hebt bijgevuld omdat dit is opgeraakt of het papier opnieuw hebtgeplaatst na een foutmelding, drukt u op de papiertoets om door te gaan met afdrukken.Afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier (handmatig dubbelzijdig afdrukken)●U kunt afdrukken op de achterzijde van bedrukt papier.
Strijk het bedrukte papier glad en leg het in depapierlade, met de bedrukte zijde naar beneden.- U kunt steeds maar één vel papier laden.- U kunt alleen papier gebruiken dat met dit apparaat is bedrukt.- U kunt niet afdrukken op de zijde die eerder is bedrukt.- Als u papier van A5-formaat gebruikt, werkt dubbelzijdig afdrukken mogelijk niet goed.KOPPELINGENGeschikt papier(P. 123) Basishandelingen36
Enveloppen plaatsen2FU7-00UStrijk de enveloppen glad voordat u ze gaat laden. Let ook op de invoerrichting van de enveloppen en welke kant naarboven wijst.Voordat u enveloppen gaat laden(P. 37) Enveloppen in de papierlade plaatsen(P. 38) ●In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u enveloppen in de gewenste richting laadt. Daarnaast worden destappen besproken die u moet uitvoeren voordat u enveloppen gaat laden. Raadpleeg Papier in depapierlade plaatsen(P. 34) voor een beschrijving van de algemene procedure voor het laden vanenveloppen in de papierlade.Voordat u enveloppen gaat ladenVolg de onderstaande procedure om de enveloppen voor te bereiden voor afdrukken.1Sluit de ap van de enveloppen.2Strijk de enveloppen glad om alle resterende lucht eruit te persen en de randen platte drukken.3Maak de enveloppen aan de hoeken los en strijk oneffenheden weg.Basishandelingen37
4Maak van de enveloppen een rechte stapel door ze met de zijkanten op een vlakkeondergrond te stoten.Enveloppen in de papierlade plaatsenLaad enveloppen van het formaat Monarch, No. 10 (COM10), DL of C5 met de korte zijde naar voren en met de kantzonder lijm (de voorzijde) naar boven. U kunt niet afdrukken op de achterzijde van enveloppen.●Plaats de enveloppen zo dat de rand met de ap aan de linkerkant zit, zoals in de afbeelding.Basishandelingen38
Voorbedrukt papier plaatsen2FU7-00WAls u papier gebruikt waarop vooraf een logo is afgedrukt, let u bij het plaatsen op de invoerrichting van het papier.Zorg dat het papier goed is geplaatst zodat er op de juiste kant van het papier met een logo wordt afgedrukt. Afdrukken op papier met logo's(P. 39) ●In dit gedeelte wordt voornamelijk aandacht besteed aan het op de juiste manier laden van voorbedruktpapier, dus met de juiste afdrukrichting en afdrukzijde. Raadpleeg Papier in de papierladeplaatsen(P. 34) voor een beschrijving van de algemene procedure voor het plaatsen van papier in depapierlade.Afdrukken op papier met logo'sLaad het papier met de kant van het logo (de afdrukzijde) naar boven.Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Staand Afdrukken op papier met logo's in de afdrukrichting Liggend Basishandelingen39
De slaapstand instellen2FU7-00XIn de slaapstand wordt het stroomverbruik verlaagd door sommige interne bewerkingen tijdelijk te stoppen. U kunthet apparaat instellen om automatisch naar de slaapstand te gaan of uit te schakelen nadat het apparaat eenbepaalde tijd niet is gebruikt. De standaardfabrieksinstelling voor de tijdsduur voordat het apparaat naar deslaapstand gaat is 1 minuut. Gebruik de standaardinstellingen om zo veel mogelijk stroom te besparen.
Volg deonderstaande procedure in het printerstatusvenster om de periode van inactiviteit te wijzigen waarna de machineautomatisch in de slaapstand wordt geplaatst.Situaties waarin de slaapstand niet wordt geactiveerd●Wanneer het apparaat bezig is●Wanneer het opdrachtlampje brandt of knippert●Wanneer het apparaat een bewerking uitvoert zoals aanpassen of reinigen●In het geval van een papierstoringDe automatische sluimertijd instellen1Selecteer het apparaat door op te klikken in de systeemlade.2Selecteer [Opties] [Apparaatinstellingen] [Instellingen sluimerstand].3Voer de instellingen voor de sluimerstand in en klik op [OK].[ Automatische sluimerstand na]Basishandelingen40
Instelling automatisch uitschakelen2FU7-00YU kunt een timer instellen om het apparaat automatisch uit te schakelen zodra een opgegeven periode van inactiviteitis verstreken na activering van de slaapstand.1Selecteer het apparaat door op te klikken in de systeemlade.2Selecteer [Opties] [Apparaatinstellingen] [Instellingen automatischuitschakelen].3Voer de instellingen voor automatische uitschakeling door en klik op [OK].[Automatisch uitschakelen na vaste periode]Selecteer het selectievakje voor het inschakelen van automatisch uitschakelen na de tijd die is opgegevenmet [Automatisch uitschakelen na].[Automatisch uitschakelen na]Geef de tijd op waarna het apparaat zichzelf moet uitschakelen, gerekend vanaf de tijd dat het apparaat in desluimerstand staat. U kunt kiezen uit 1 uur tot 8 uur, in stappen van 1 uur.Basishandelingen42
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Canon i-SENSYS LBP110-serie stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Canon
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer