Candy BR 26SSV6-S Handleiding


Pagina's 37 Wasmachine

Bekijk de handleiding van Candy BR 26SSV6-S gratis online of download de PDF. 44 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Candy
Categorie: Wasmachine
Model: BR 26SSV6-S

Handleiding Candy BR 26SSV6-S – volledige tekst

Bedankt NL 2 Bedankt voor het kopen van een Haier-product. Bedankt Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u dit apparaat gebruikt. De instructies bevatten belangrijke informatie die u helpt het beste uit het apparaat te halen en installatie, gebruik en onderhoud op een veilige en juiste manier te garanderen. Bewaar deze handleiding op een handige plaats, zodat u deze altijd kunt raadplegen voor een veilig en juist gebruik van het apparaat. Als u het apparaat verkoopt, weggeeft of achterlaat bij een verhuizing, zorg er dan voor dat u ook deze handleiding doorgeeft, zodat de nieuwe eigenaar vertrouwd kan raken met het apparaat en de veiligheidswaarschuwingen. Verklaring van symbolen Waarschuwing – Belangrijke veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatie OPMERKING: ALLEEN VOOR HET VK Controleer uw apparaat bij ontvangst zorgvuldig op beschadigingen.

Eventuele schade moet onmiddellijk worden gemeld aan de bezorger. Anders moet eventuele schade binnen 2 dagen na ontvangst aan de verkoper worden gemeld. Milieucondities Dit apparaat is gemarkeerd conform de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). AEEA bevat zowel vervuilende stoffen (die negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben) als basiscomponenten (die hergebruikt kunnen worden). Het is belangrijk om AEEA te onderwerpen aan specifieke behandelingen, teneinde alle vervuilende stoffen op de juiste wijze te verwijderen en af te voeren en alle materialen terug te winnen en te recyclen. Mensen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen en ervoor zorgen dat AEEA geen milieuprobleem wordt. Het is van essentieel belang om enkele basisregels te volgen: • AEEA mag niet worden behandeld als huishoudelijk afval.

• AEEA moet worden ingeleverd bij relevante inzamelpunten die worden beheerd door de gemeente of door geregistreerde bedrijven. In veel landen bestaat de mogelijkheid grote AEEA thuis te laten ophalen.

In veel landen kan, wanneer u een nieuw apparaat koopt, het oude worden teruggegeven aan de detailhandelaar die het gratis moet innemen met dien verstande dat de apparatuur van een gelijkwaardig type is en dezelfde functies had als de geleverde apparatuur. WAARSCHUWING. Gevaar voor verwonding of verstikking. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Snijd het netsnoer af en gooi het weg. Verwijder de deurvergrendeling om te voorkomen dat kinderen en huisdieren in het apparaat vast komen te zitten.

1 - Veiligheidsinformatie NL 4 Lees de hiernavolgende veiligheidsaanwijzingen voordat u het apparaat voor het eerst inschakelt. 1 - Veiligheidsinformatie WAARSCHUWING. Dagelijks gebruik  Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of voor soortgelijke toepassingen, zoals: - personeelskeukens in winkels, kantoren en andere werkomgevingen; - boerderijen; - door gasten in hotels, motels en andere verblijfsaccommodatie; - bed and breakfast-omgevingen. Een ander gebruik van het apparaat dan voor huiselijke omgevingen of voor typische huishoudelijke toepassingen, zoals commercieel gebruik door ervaren of getrainde gebruikers, is niet in bovenstaande toepassingen inbegrepen. Als het toestel wordt gebruikt op een manier die niet hiermee overeenkomt, kan dit de levensduur van het apparaat doen verminderen en de garantie van de fabrikant doen vervallen.

Eventuele schade aan het apparaat of andere schade of verlies te wijten aan een gebruik dat niet consistent is met huishoudelijk gebruik (zelfs indien in een huishoudelijke omgeving ondergebracht), wordt niet door de fabrikant aanvaard, en dit volledig volgens wat bij wet is toegestaan.  Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht worden gehouden of instructies hebben gekregen om het apparaat veilig te kunnen gebruiken en de gevaren begrijpen die ermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het schoonmaken en het onderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd als zij niet onder toezicht staan.  Houd kinderen in de gaten, om te voorkomen dat zij met het apparaat spelen.

NL 1 - Veiligheidsinformatie 5  Gebruik uitsluitend de slangensets die bij het toestel zijn meegeleverd voor de aansluiting op de watertoevoer (geen oude slangensets hergebruiken).  De waterdruk moet tussen 0,03 MPa en 1 MPa zijn.  Zorg ervoor dat tapijten of matten de onderkant of eventuele ventilatie-openingen niet afdichten.  Na het installeren moet het apparaat worden opgesteld zodat de stekker vlot bereikbaar is.  De maximale toegestane laadcapaciteit van droge kleren hangt af van het gebruikte model (zie bedieningspaneel).  Raadpleeg de website van de fabrikant voor de technische specificaties van het product. Elektrische aansluitingen en veiligheidsinstructies  De technische gegevens (voedingsspanning en ingangsvermogen) staan op het typeplaatje van het product aangegeven.

 Controleer of het elektrische systeem geaard is en voldoet aan de toepas-selijke wetten, en of het (elektrische) stopcontact compatibel is met de stekker van het apparaat. Schakel anders gekwalificeerde professionele hulp in.  Het gebruik van omvormers, stekkerdozen of verlengsnoeren wordt sterk afgeraden.  Voordat u de wasmachine reinigt of onderhoudt; moet u de stekker uit het stopcontact halen en de waterkraan dichtdraaien.  Trek niet aan het voedingssnoer om de stekker van de machine uit het stopcontact te halen.  Zorg dat er geen water in de trommel zit voordat u de deur opent. WAARSCHUWING. Het water kan zeer hoge temperaturen bereiken tijdens het wasprogramma.  Stel de wasmachine niet bloot aan regen, direct zonlicht of andere weerele-menten. Bescherm tegen mogelijke bevriezing.

 Til de wasmachine tijdens transport niet op aan de knoppen of wasmid-dellade; laat de deur tijdens transport nooit op de wagen rusten. We raden aan dat twee mensen de wasmachine optillen.  Schakel in geval van storing en/of defect de wasmachine uit, sluit de waterkraan en knoei niet met het apparaat.

1 - Veiligheidsinformatie NL 6 Beoogd gebruik Dit apparaat is alleen bedoeld voor wasbaar dat geschikt is voor machinewas. Volg altijd de instructies op het label van elk kledingstuk. Het apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk gebruik binnenshuis. Het is niet bedoeld voor commercieel of industrieel gebruik. Wijzigingen of aanpassingen aan het apparaat zijn niet toegestaan. Oneigenlijk gebruik kan leiden tot gevaren en verlies van alle garantie- en aansprakelijk-heidsclaims.

NL 2 - Installatie 7 2 - Installati e 2.1 Voorbereiding  Controleer of er geen transportschade is.  Zorg ervoor dat alle transportbouten verwijderd zijn.  Hanteer het apparaat altijd met minstens twee personen, aangezien het zwaar is.  Haal het apparaat uit de verpakking.  Verwijder al het verpakkingsmateriaal, inclusief de beschermfolie op de kast en de polystyre-enbasis, en houd ze buiten het bereik van kinderen. Bij het openen van de verpakking kunnen waterdruppels zichtbaar zijn op de plastic zak en het glas van de deur. Dit normale verschijnsel is het resultaat van watertests in de fabriek. Opmerking: Verwijdering van de verpakking Houd alle verpakkingsmaterialen buiten het bereik van kinderen en gooi ze op een milieuvrien-delijke manier weg. 2.2 OPTIONEEL: Geluiddempende pads installeren 1. Als u de krimpverpakking opent, vindt u vier geluid-dempende pads.

Deze worden gebruikt om lawaai te verminderen (afb. 2-1). 2. Leg de wasmachine op zijn kant, met de deur naar boven en de onderkant naar de gebruiker gericht. 3. Pak de geluiddempende pads en verwijder de dubbel-zijdige zelfklevende beschermfolie. Plak de geluiddem-pende pads rondom onder de wasmachinekast, zoals weergegeven in afbeelding 3 (de twee langere pads op positie 1 en 3, en de twee kortere pads op positie 2 en 4). Zet tot slot de machine weer rechtop. 2.3 De transportbouten demonteren De transportbescherming aan de achterkant is ontworpen om trillingdempende onderdelen in het apparaat te klemmen tijdens transport om interne schade te voorkomen. Alle elementen (T1, T2, T3 en T4, afb. 2-2) moeten voor gebruik worden verwijderd. 1. Verwijder alle 4 bouten (T1–T4) (afb. 2-3). 2. Vul de 5 gaten met afsluitdoppen.

2 - Installatie NL 8 Opmerking: Op een veilige plek bewaren Bewaar alle onderdelen van de transportbeveiliging op een veilige plek voor later gebruik. Wanneer het apparaat moet worden verplaatst, installeer dan eerst weer de beschermingsonderdelen. 2.4 Het apparaat verplaatsen Als het apparaat naar een andere locatie moet worden verplaatst, vervangt u de transportbouten die u vóór de installatie hebt verwijderd om schade te voorkomen: De montage gebeurt in omgekeerde volgorde. 2.5 Het apparaat uitlijnen Stel alle voeten bij (afb. 2-4) om een volledig vlakke positie te verkrijgen. Dit minimaliseert trillingen en dus lawaai tijdens het gebruik. Het vermindert ook slijtage. We raden aan om een waterpas te gebruiken voor het afstellen. De vloer moet zo stabiel en vlak mogelijk zijn. 1. Draai de borgmoer (1) los met een sleutel. 2. Stel de hoogte in door aan de voet (2) te draaien. 3.

Draai de borgmoer (1) vast tegen de behuizing. 2.6 Het apparaat uitlijnen Bevestig de waterafvoerslang op de juiste manier aan de leidingen. De slang moet op één punt tussen 80 en 100 cm boven de onderkant van het apparaat uitkomen! Bevestig de afvoerslang indien mogelijk altijd aan de clip aan de achterkant van het apparaat. WAARSCHUWING!  Gebruik alleen de meegeleverde slangenset voor de aansluiting.  Gebruik oude slangensets nooit opnieuw!  Alleen aansluiten op koud water.  Controleer voor het aansluiten of het water schoon en helder is.

NL 2 - Installatie 9 De volgende aansluitingen zijn mogelijk: 2.6.1 Afvoerslang naar gootsteen  Hang de afvoerslang met de U-steun over de rand van een gootsteen met passende afmetingen (afb 2-5).  Bescherm de U-steun voldoende tegen wegglijden. 2.6.2 Afvoerslang naar afvalwateraansluiting  De binnendiameter van de standpijp met ontluchtingsgat moet minimaal 40 mm zijn.  Plaats de afvoerslang 80–100 mm in de afvoerbuis.  Bevestig de U-steun en zet hem goed vast (afb. 2-6). 2.6.3 Afvoerslang naar gootsteenaansluiting  De aansluiting moet boven de sifon liggen.  Een spigotverbinding wordt meestal afgesloten met een vulkussentje (A). Dat moet worden verwijderd om disfunctioneren te voorkomen (afb 2-7).  Zet de afvoerslang vast met een klem. VOORZICHTIG!  De afvoerslang mag niet onder water staan en moet stevig en lekvrij bevestigd zijn.

Als de afvoerslang op de grond wordt geplaatst of als de buis zich op een hoogte van minder dan 80 cm bevindt, zal de wasmachine tijdens het vullen continu leeglopen (zelfafvoerend).  De afvoerslang mag niet worden verlengd. Neem indien nodig contact op met de aftersales-service. 2.7 Afvoerslang naar gootsteenaansluiting Zorg ervoor dat de pakkingen geplaatst zijn. 1. Sluit de watertoevoerslang met het gehoekte uiteinde aan op het apparaat (afb. 2-8). Draai de schroefverbinding met de hand vast. 2. Sluit het andere uiteinde aan op een waterkraan met 3/4" schroefdraad (afb. 2-9).

2 - Installatie NL 10 2.8 Elektrische aansluiting Controleer bij elke aansluiting of:  stroomvoorziening, stopcontact en zekering overeen-komen met het typeplaatje;  het stopcontact geaard is en er geen stekkerdoos of verlengsnoer wordt gebruikt;  de stekker en het stopcontact bij elkaar passen.  Alleen VK: De VK-stekker voldoet aan de BS1363A-norm. Steek de stekker in het stopcontact (afb. 2-10). WAARSCHUWING!  Zorg er altijd voor dat alle aansluitingen (stroomvoorziening, afvoer- en schoonwaterslang) stevig, droog en lekvrij zijn!  Zorg ervoor dat deze onderdelen nooit geplet, geknikt of gedraaid worden.  Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de servicevertegen-woordiger (zie garantiekaart) om gevaar te voorkomen.

NL 3 - Praktische tips 11 3 - Praktische tips 3. 1 Tips voor laden Zorg er bij het sorteren van wasgoed voor dat: - metalen voorwerpen zoals haarspeldjes, speldjes, munten, uit de was zijn verwijderd; - bij kussenslopen de knopen, ritssluitingen, riemen en lange linten dicht- en/of vastzitten; - rollers, haken of clips van gordijnen zijn verwijderd; - u de waslabels van kleding zorgvuldig heeft gelezen; - hardnekkige vlekken zijn verwijderd met specifieke schoonmaakmiddelen.  Als u vloerkleden, beddengoed of andere zware kleding wast, raden we u aan het centrifugeer-programma te vermijden.  Als u wol wilt wassen, controleer dan of het artikel in de wasmachine kan. Controleer het label van de stof.  Laat de deur van de machine een beetje open staan tussen de wasbeurten, om te voorkomen dat er nare geuren ontstaan. 3.

2 Nuttig advies om te besparen Tips om geld te besparen en geen schade aan te brengen aan het milieu wanneer u uw machine gebruikt.  Laad de machine volgens de voorgestelde capaciteit die staat aangegeven in de programma-tabel van ieder programma – hierdoor kunt u energie en water BESPAREN.  Lawaai en achtergebleven vocht in het wasgoed worden beïnvloed door de centrifugesnelheid: sneller centrifugeren wordt geassocieerd met meer lawaai en minder achtergebleven vocht in het wasgoed.  De programma's die het meest efficiënt het gebruik van water en energie combineren, zijn meestal de programma's die langer duren en een lagere temperatuur hebben.  Scan de QR-code op het energielabel voor informatie over het energieverbruik. Het werkelijke energieverbruik kan afwijken van het opgegeven verbruik, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden.

De laadhoeveelheid maximaliseren  Voor een optimaal gebruik van energie, water, wasmiddel en tijd moet u de aanbevolen maxi-male belading in acht nemen. Bespaar tot 50% energie door een volle lading te wassen in plaats van 2 halve ladingen. Is voorwassen nodig.

 Alleen voor zwaar vervuild wasgoed. BESPAAR wasmiddel, tijd, water en energie door de voorwas NIET te selecteren bij licht tot normaal vervuild wasgoed. Is een hete wasbeurt vereist.  Behandel vlekken vooraf met vlekkenverwijderaar of laat ingedroogde vlekken voor het wassen weken in water, zodat u minder vaak een heet wasprogramma hoeft te gebruiken. Bespaar energie door een wasprogramma op lage temperatuur te gebruiken. 3. 3 Het wasmiddel doseren Hieronder staat een korte richtlijn met tips en advies voor het gebruik van wasmiddel.  Gebruik alleen wasmiddelen die geschikt zijn voor wasmachines.  Selecteer uw wasmiddel afhankelijk van het type stof (katoen, delicaat, synthetische stoffen, wol, zijde, enz. ), de kleur, het soort vuil en de mate van vervuiling en de geprogrammeerde wastemperatuur.

3 - Praktische tips NL 12  Om de juiste hoeveelheid wasmiddel, wasverzachter of andere additieven te gebruiken, moet u altijd nauwkeurig de instructies van de fabrikant volgen: door de machine op de juiste manier te gebruiken met de juiste dosis, kunt u verspilling voorkomen en de invloed op het milieu verminderen. Bij het wassen van sterk vervuilde witte was raden we het gebruik aan van katoen-programma's van 60°C of hoger en een normaal (sterk) waspoeder dat bleekmiddelen bevat die op gemiddelde/hoge temperaturen uitstekende resultaten geven. Voor wasbeurten tussen 40°C en 60°C moet het type wasmiddel geschikt zijn voor het type stof en de mate van vervuiling. Normale poeders zijn geschikt voor sterk vervuilde ‘witte’ of kleurvaste stoffen, terwijl vloeibare wasmiddelen of ‘kleurbeschermende’ poeders geschikt zijn voor gekleurde stoffen met lichte vervuiling.

Voor het wassen bij temperaturen lager dan 40°C raden we het gebruik aan van vloeibare wasmiddelen of wasmiddelen die speciaal geschikt zijn voor het wassen bij lage temperaturen. Gebruik voor het wassen van wol of zijde alleen wasmiddelen die speciaal voor deze stoffen zijn samengesteld.  Te veel wasmiddel geeft overmatige schuimvorming, waardoor de cyclus niet goed kan worden uitgevoerd. Het schuim kan ook de kwaliteit van het wassen en spoelen beïnvloeden. Het gebruik van ecologische wasmiddelen zonder fosfaten kan de volgende effecten veroorzaken: - Troebeler spoelwater: Dit effect is gekoppeld aan de gesuspendeerde zeolieten die geen negatief effect hebben op de efficiëntie van het spoelen. - Wit poeder (zeolieten) op het wasgoed aan het einde van de wasbeurt: Dit is normaal, het poeder wordt niet opgenomen door de stof en verandert de kleur niet.

Selecteer een spoelprogramma om de zeolieten te verwijderen. Overweeg om in de toekomst iets minder wasmiddel te gebruiken. - Schuim in het water bij de laatste spoeling: Dit hoeft niet te duiden op slecht spoelen.

Overweeg om in de toekomst minder wasmiddel te gebruiken. - Overvloedig schuim: Dit komt vaak door de anionogene oppervlakteactieve stoffen in wasmiddelen die moeilijk uit het wasgoed te verwijderen zijn. Spoel in dit geval niet opnieuw om deze effecten te elimineren. Het is ongeldig. We raden aan een onderhoudsspoeling uit te voeren met een gepatenteerd reinigingsmiddel. Als het probleem aanhoudt of als u een storing vermoedt, neem dan onmiddellijk contact op met een geautoriseerde klantenservice.

5 - Bedieningspaneel NL 14 1 Programmakeuzeknop 2 Display 3 Lade voor wasmiddel/ wasverzachter 4 Functietoetsen 5 Start/Pauze-toets 5 - Bedieningspaneel Opmerking: Akoestisch signaal Het geluidssignaal kan indien nodig worden geselecteerd of geannuleerd; zie ‘DAGELIJKS GEBRUIK’ (pag. 27, 8.12). 5.1 Aan/uit-toets Zet het apparaat aan/uit met deze aan/uit-toets (afb. 5-2). 5.2 Programmakeuzeknop Door aan de knop te draaien (afb. 5-3) kan een van de 16 programma's worden geselecteerd, waarna de standaardinstellingen worden weergegeven. 5.3 Display Het display (afb. 5-4) toont de volgende informatie:  Naam programma  Resterende tijd  Reservering resterende tijd  Alarminformatie en meldingen  Informatie einde pauze  Uitsteltijd

NL 5 - Bedieningspaneel 15 5. 4 Wasmiddellade Open de dispenserlade; de volgende onderdelen zijn zichtbaar (afb. 5-5): 1: Compartiment voor poeder- of vloeibaar wasmiddel. 2: Doe er een klein beetje waspoeder in. 3: Het compartiment voor wasverzachter. 4: Vergrendelingslipje; druk het naar beneden om de dispenserlade uit te trekken. Raadpleeg de handleiding van het wasmiddel voor aanbevelingen over het type wasmiddel dat geschikt is voor de verschillende wastemperaturen (zie pag. 27). 5. 5 Functietoetsen De functietoetsen (afb. 5-6) maken extra opties mogelijk bij het geselecteerde programma voordat het programma start. De gerelateerde indicatoren worden weergegeven. Door het apparaat uit te schakelen of een nieuw programma in te stellen, worden alle opties uitgeschakeld.

Als een toets meerdere opties heeft, kan de gewenste optie worden geselecteerd door meerdere keren op de toets te drukken. Druk op de toetsen; bij mat licht is de functie niet geselec-teerd en bij fel licht is de functie geselecteerd. Opmerking: Fabrieksinstellingen Om de beste resultaten te krijgen voor elk programma, heeft Candy specifieke standaardinstellingen gedefinieerd. Als er geen speciale vereisten zijn, worden standaardinstellingen aanbevolen. 5. 5. 1 Functietoets ‘’  Druk op deze toets (afb. 5-7) om de bijbehorende temperatuur weer te geven. Als ‘0’ is geselecteerd, wordt het water niet verwarmd. 5. 5. 2 Functietoets ‘ ’  Druk op deze toets (afb. 5-8) om het centrifugeerprogramma te wijzigen of te deselecteren. Als er geen lampje brandt en ‘-----’ wordt weergegeven, zal het apparaat niet centrifugeren. 5. 5.

3 Functietoets ‘ ’  Druk op deze toets, op het display verschijnt ‘DRAAI AAN DE DRAAIKNOP EN DRUK OP DE INSTELTOETS OM TE BEVESTIGEN’. Talen en soorten piepjes kunnen worden geselecteerd met de knop.  Druk op de START/PAUZE-toets, op het display verschijnt ‘TAAL’. Druk nogmaals om de taal weer te geven, zoals ‘ENGLISH’ (Engels).

Schakel tussen de talen met de knop en druk nogmaals op de START/PAUZE-toets om de taal te bevestigen.  ’SPRAAK’ wordt weergegeven op het display om de zoemer weer te geven. Druk vervolgens op de START/PAUZE-toets om de zoemer te stoppen. Draai aan de knop zodat ‘AAN’ of ‘UIT’ wordt weergegeven en druk nogmaals op de START/PAUZE-toets om te bevestigen.

5 - Bedieningspaneel NL 16 5. 5. 4 Functietoets ‘’  Met deze toets (afb. 5-10) kunt u de wascyclus voorprogrammeren met maximaal 24 uur uitstel.  Volg de volgende procedure om de start uit te stellen: - Selecteer het gewenste programma. - Druk eenmaal op de toets om de uitgestelde start in te schakelen en druk er opnieuw op om de gewenste uitsteltijd in te stellen. De uitstel neemt toe in stappen van 30 minuten, met een maximale uitstel van 24 uur. - Bevestig door op de START/PAUZE-toets te drukken. Het aftellen van de uitstel begint en wanneer het klaar is, zal het programma automatisch starten.  De uitgestelde start kan worden geannuleerd door de programmaselectie-knop te draaien. v 5. 5. 5 Functietoets ‘’  Het eerste pictogram is de snelwas, die wordt gebruikt voor situaties met minder belading of vuil.

 Het tweede pictogram is Intensief wassen, dat wordt gebruikt in geval van grote ladingen of vuile was, en de wastijd zal langer zijn.  Snelwas en Intensieve was kunnen niet tegelijkertijd worden uitgevoerd. 5. 5. 6 Functietoets ‘ ’  Het eerste pictogram is Antikreuk, wanneer dit pictogram oplicht, wordt de maximale centrifugeersnelheid verlaagd.  Het tweede pictogram is Nachtwas. Als u deze modus kiest, wordt de pieptoon uitgeschakeld en de centrifugeersnelheid verlaagd, met uitzondering van het alarm. 5. 5. 7 Functietoets ‘ ’  Het eerste pictogram is de Voorwas, hiermee kunt u voorwassen en dit is vooral nuttig voor zwaar bevuild wasgoed (kan alleen worden gebruikt bij sommige programma’s zoals vermeld in de programmatabel). We raden u aan geen of een kleine hoeveelheid wasmiddel te gebruiken zoals aangegeven op de verpakking van het wasmiddel.

 Het tweede pictogram is Extra spoelen, hiermee kun je een extra spoeling toevoegen aan het einde van de wascyclus. Het is handig voor mensen met een tere en gevoelige huid, bij wie een kleine hoeveelheid residu allergieën kan veroorzaken.

NL 5 - Bedieningspaneel 17 5.5.8 Functietoets ‘ ’  Druk op deze toets (afb. 5-14) om het netwerk te selecteren. Als de machine niet is gekoppeld met de ‘hOn’-app, druk dan kort op de toets om het koppelingsproces te starten.  Als het apparaat gekoppeld is met de ‘hOn’-app, druk dan kort op de toets om de bediening op afstand te starten.  Druk lang op deze toets om de koppelingsgegevens te verwijderen. 5.5.9 Functietoets ‘ ’  Druk voorzichtig op deze toets (afb. 5-15) om het momenteel weergegeven programma te starten of te onderbreken. 5.5.10 Functietoets ‘ ’  Druk tegelijkertijd op de toetsen ‘SNELHEID’ en ‘START/PAUZE’ om het kinderslot te activeren.  Het kinderslot kan niet worden ingesteld of geannuleerd via de hOn-app.

5 - Bedieningspaneel NL 18 5.6 Eerst keer opstarten 5.6.1 Taalinstelling  Zet het apparaat aan en druk op deze toets ‘ ’ om talen en geluiden in te stellen.  Draai aan de knop om de taal te wijzigen en druk op ‘ ’ om uw keuze te bevestigen.  Draai aan de knop om het pieptoongeluid in of uit te schakelen en druk vervolgens op ‘ ’ om te bevestigen.

2) Deze toets is ook voor het selecteren van de duur van de snelle reiniging en verschillende stoomintensiteiten, zoals uitgelegd in de betreffende paragrafen, maar het lampje brandt niet. 3) Niet selecteerbaar bij de standaardtemperatuur, maar selecteerbaar na het wijzigen van de temperatuur. INFORMATIE VOOR DE TESTLABORATORIA STANDAARDPROGRAMMA CONFORM (EU) nr.

6 - Programma's NL 20 Beschrijving van programma's Om verschillende soorten weefsels en verschillende vuilgraadniveaus te reinigen, heeft de wasmachine specifieke programma's die aan elke type wasgoed voldoen (zie programmatabel). Kies het programma in overeenstemming met de wasinstructies op het etiket, met name de geadviseerde maximumtemperatuur. WAARSCHUWING. BELANGRIJK ADVIES VOOR WASPRESTATIES.  Nieuw gekleurd wasgoed moet gedurende minstens 5 tot 6 wasbeurten afzonderlijk gewassen worden.  Bepaalde donkere stukken zoals jeans en handdoeken moeten altijd afzonderlijk gewassen worden.  Meng nooit NIET KLEURVASTE weefsels. ECO 40-60 Het programma ECO 40-60 kan normaal vuil katoenen wasgoed dat kan worden gewassen op 40°C of 60°C, bij elkaar in dezelfde cyclus reinigen.

Dit programma wordt gebruikt om te bepalen of het programma voldoet aan de Europese Ecodesign-verordening (milieuvriendelijke productontwikkeling). WIT Dit programma is geschikt voor het wassen van gekleurde katoenen kleding op 40°C of voor het garanderen van de hoogste mate van reinheid bij katoenbestendig wassen op 60°C of 90°C. De laatste centrifugeerfase draait op maximale snelheid, wat zorgt voor een uitstekende waterverwijdering. SLIM WASSEN De nieuwe Power Care-technologie garandeert, via een perfecte mix van water en wasmiddel, de maximale zorg voor uw kleding, op een temperatuur van 30°C met perfecte wasresultaten. Dit innovatieve programma is in staat de reinigingsactie automatisch aan te passen aan de capaciteit en de soort lading voor de beste resultaten zonder zorgen. Dit programma kan licht vervuild gemengd wasgoed van katoen en synthetische stoffen wassen.

De draaibeweging van de trommel en het waterniveau worden tijdens het wassen en spoelen geoptimaliseerd. De delicate centrifugeeractie zorgt voor een verminderde vorming van kreuken in de weefsels. TROMMEL REINIGEN Dit programma kan de zelfreiniging van de wasmachine uitvoeren. We raden aan een zelfreiniging uit te voeren nadat de wasmachine 50 keer is gebruikt. Gebruik bij dit programma geen wasmiddel of machinereiniger. SPOELEN Dit programma voert 2 spoelbeurten uit met een tussenliggende centrifugeerbeurt (die kan worden verminderd of met behulp van de juiste toets kan worden geannuleerd). Het wordt gebruikt voor het spoelen van elk type weefsel, bijvoorbeeld na een handwas.

NL 6 - Programma's 21 AFVOEREN EN CENTRIFUGEREN Het programma voltooit de afvoer en het maximaal centrifugeren. Het is mogelijk om het centrifugeren te annuleren of te verminderen met de centrifugeerselectietoets. SPECIAAL 39' Met dit programma kunt u verschillende stoffen samen wassen, zoals katoen, synthetische stoffen en gemengde weefsels, in slechts 39 minuten op 40°C (of minder). Dit programma is vooral geschikt voor licht vervuilde stoffen, tot de helft van de nominale lading. SNEL Dit nieuwe programma kan worden gebruikt om uitstekende resultaten te bereiken terwijl u water, energie, wasmiddel en tijd bespaart. Deze optie wast op een gemiddelde temperatuur en is geschikt voor licht vervuild gemengd wasgoed van katoen en synthetische stof. Aanbevolen voor kleine ladingen en licht vuile items. FRISSE DAMP Dit programma gebruikt een stoombehandeling om kreuken te ontspannen.

Het is ontworpen voor droge kledingstukken en afhankelijk van het type stof. 20°C KOUD WASSEN Met dit innoverend programma kunt u verschillende weefsels en kleuren samen wassen, zoals katoen, synthetisch en gemengde weefsels, op slechts 20°C en toch een uitstekend wasresultaat verkrijgen. HANDWAS Dit programma voert een wascyclus uit speciaal voor de delicate stoffen die in een wasmachine gewassen kunnen worden of artikelen die met de hand gewassen moeten worden. HYGIËNE PLUS 59' Dit wasprogramma kan gedurende langere tijd een temperatuur van 60°C aanhouden, waarbij de stoomactie wordt gecombineerd met een krachtige spoelactie voor grondig schone en hygiënische kleding. Aanbevolen voor katoenen stoffen. KATOEN Dit programma is geschikt voor het wassen van gekleurde katoenen kleding op 40°C of voor het garanderen van de hoogste mate van reinheid bij katoenbestendig wassen op 60°C of 90°C.

DELICAAT Dit programma is ontwikkeld om delicate artikelen goed te verzorgen en wast op een lage temperatuur in korte tijd. Een verlengde, diepe spoeling voedt de stofvezels. Opmerking: De procedure om het aantal cycli te controleren dat de machine heeft gedraaid. Procedure: Druk bij het programma ‘KATOEN’ tegelijkertijd op ‘TEMPERATUUR’ en ‘SNELHEID’, het programma toont gedurende 2 seconden het aantal lopende cycli en keert dan terug naar het programma ‘KATOEN’. De optellende teller voor uitgevoerde cycli telt op nadat het programma is afgelopen. Als er meer dan 9999 uitgevoerde cycli zijn dan worden ze weergegeven in hexadecimalen.

7 - Verbruik NL 22 7 - Verb ruik Scan de QR-code op het energielabel voor informatie over het energieverbruik. Het werkelijke energieverbruik kan afwijken van het opgegeven verbruik, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden. Opmerking: Automatische gewichtsherkenning Het apparaat is uitgerust met een laadherkenning. Bij lichte belading worden energie, water en wastijd bij sommige programma's automatisch verminderd. De standaardduur op het display kan variëren afhankelijk van het gewicht van de lading, waarbij het programma ‘Slim wassen, Eco 40-60, Synthetisch, Katoen, Hygiëne Plus 59', Anti-vervuiling en 20°C koud wassen’ betrokken is. Indicatieve informatie (overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2023 van de Commissie): Nominaal vermogen Programma Max.

NL 8 - Dagelijks gebruik 23 8 - Dagelijks gebruik 8.1 Stroomvoorziening Sluit de wasmachine aan op een stroomvoorziening (220–240 V~/50 Hz; afb. 8-1). Raadpleeg ook het hoofdstuk INSTALLATIE (zie pag. 10). 8.2 Wateraansluiting  Controleer voor het aansluiten of de watertoevoer schoon en vrij is.  Draai de kraan open (afb. 8-2). Opmerking: Lekdichtheid Controleer vóór gebruik op lekkage bij de aansluitingen tussen de kraan en de toevoerslang door de kraan open te draaien. 8.3 De was voorbereiden  Sorteer kleding op stof (katoen, synthetisch, wol of zijde, etc.) en hoe vuil ze zijn (afb. 8-3). Let op de verzorgingsinstructies op waslabels.  Scheid witte kleren van gekleurde. Was gekleurde stoffen eerst met de hand om te controleren of ze vervagen of uitlopen.  Leeg zakken (sleutels, muntgeld, etc.) en verwijder harder decoratieve voorwerpen (zoals broches).

 Kleding zonder zomen, fijne was en fijngeweven stoffen zoals fijne gordijnen moeten in een waszak worden gedaan om dit delicate wasgoed te verzorgen (handwas of stomerij is beter).  Sluit ritsen, klittenbandsluitingen en haakjes. Zorg ervoor dat knopen goed vastgenaaid zijn.  Doe gevoelige items zoals wasgoed zonder stevige zoom, delicaat ondergoed (lingerie) en kleine items zoals sokken, riemen, beha's, etc. in een waszakje.  Vouw grote stukken stof zoals lakens, spreien etc. open.  Keer jeans en bedrukte, versierde of kleurintensieve stoffen binnenstebuiten. Indien mogelijk apart wassen. VOORZICHTIG! Voorwerpen die niet van stof zijn, maar ook kleine, losse of scherpgerande items kunnen storingen en schade aan kleding en apparatuur veroorzaken.

40°C Niet wassen Bleken Bleken toegestaan Alleen zuurstof/chloorvrij Niet bleken Drogen Drogen in de droogtrommel mogelijk bij normale temperatuur Drogen in de droogtrommel mogelijk bij lagere temperatuur Niet in de droger drogen Drogen aan de lijn Vlak drogen Strijken Strijken met een maximumtemperatuur tot 200°C Strijken met een gemiddelde tempe-ratuur tot 150°C Strijken op een lage temperatuur tot 110°C: zonder stoom (strijken met stoom kan onherstelbare schade veroorzaken) Niet strijken Professionele textielverzorging Chemisch reinigen in tetrachlooretheen Chemisch reinigen in koolwaterstoffen Niet chemisch reinigen Professionele natte reiniging Niet professioneel nat reinigen 8.4 Het apparaat laden  Doe het wasgoed er één voor één in.  Niet te vol laden. Let op de verschillende maximale beladingen per programma!

Vuistregel voor maximale belading: Houd 15 cm ruimte tussen de lading en de bovenkant van de trommel.  Sluit voorzichtig de deur. Zorg ervoor dat er geen stukken wasgoed tussen zitten geklemd. Opmerking: Automatische gewichtsherkenning De standaardduur op het display kan variëren afhankelijk van het gewicht van de lading, waarbij het programma ‘Slim wassen, Eco 40-60, Synthetisch, Katoen, Hygiëne Plus 59', Anti-vervuiling en 20°C koud wassen’ betrokken is.

NL 8 - Dagelijks gebruik 25 8.5 Het wasmiddel kiezen  De wasefficiëntie en -prestaties worden bepaald door de kwaliteit van het gebruikte wasmiddel.  Gebruik alleen goedgekeurd wasmiddel voor machinewas.  Gebruik indien nodig specifieke wasmiddelen, bijvoorbeeld voor synthetische en wollen stoffen.  Raadpleeg de tips voor wasmiddelen op de stickers op het werkblad.  Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen zoals trichloorethyleen en soortgelijke producten.

Kies het beste wasmiddel Programma Soort wasmiddel Universeel Bonte was Delicaat Speciaal Wasverzachter SPECIAAL 39' V/P V _ _ O FRISSE DAMP – – _ _ – SNEL V V _ _ O HYGIËNE PLUS 59' P V/P _ _ O DELICAAT _ _ V/P V/P O SLIM WASSEN V/P V/P _ _ O JEANS _ V _ V/P O SPOELEN _ _ _ _ O KATOEN V/P V/P _ _ O ECO 40-60 V/P V/P _ _ O HANDWAS _ _ V/P V/P O 20°C KOUD WASSEN V/P V/P _ _ O SYNTHETISCH _ V/P _ _ O AFVOEREN EN CENTRIFUGEREN _ _ _ _ _ WIT P V/P _ _ O TROMMEL REINIGEN _ _ _ O _ V = wasmiddel in gelvorm/vloeibaar P = wasmiddel in poedervorm O = optioneel - = nee Als u vloeibaar wasmiddel gebruikt, wordt niet aangeraden de tijdsuitstel te activeren.

We adviseren het gebruik van:  Waspoeder: 20°C tot 90°C* (beste gebruik: 40–60°C)  Kleurwasmiddel: 20°C tot 60°C (beste gebruik: 30–60°C)  Wasmiddel voor wol/delicate was: 20°C tot 30°C (beste gebruik: 20–30°C) * Kies alleen een wastemperatuur van 90°C voor speciale hygiënische vereisten. * Als u kiest voor een watertemperatuur van 60°C of hoger, adviseren we u om minder wasmiddel te gebruiken. * Het is beter om waspoeder met minder of geen schuimvorming te gebruiken. * Het voorgestelde type wasmiddel bij de bediening op afstand is afhankelijk van het programma dat is gekozen in de app.

8 - Dagelijks gebruik NL 26 8.6 Wasmiddel toevoegen 1. Schuif de wasmiddellade naar buiten. 2. Doe de benodigde middelen in de betreffende compartimenten (afb. 8-4). 3. Duw de lade voorzichtig terug. Opmerking:  Verwijder wasmiddelresten vóór de volgende wasbeurt uit de wasmiddellade.  Gebruik niet te veel wasmiddel of wasverzachter.  Volg de instructies op de verpakking van het wasmiddel.  Vul het wasmiddel altijd vlak voor het begin van het wasprogramma.  Geconcentreerd vloeibaar wasmiddel moet worden verdund voordat u het toevoegt.  Gebruik geen vloeibaar wasmiddel als de functie ‘Uitstel’ is geselecteerd.  Kies de programma-instellingen zorgvuldig volgens de verzorgingssymbolen op alle waslabels en volgens de programmatabel. 8.7 Een programma selecteren Voor de beste wasresultaten kiest u een programma dat past bij de mate van vervuiling en het soort wasgoed.

Draai aan de programmaknop (afb. 8-5) om het juiste prog-ramma te kiezen. Op het display verschijnt de geselecteerde programmanaam. Opmerking: Geur verwijderen Voor het eerste gebruik raden p26-we aan het programma ‘TROMMEL REINIGEN’ uit te voeren om mogelijk aantastende resten te verwijderen. Doe geen wasmiddel of speciale machinereiniger in het wasmiddelbakje (2). 8.8 Individuele selecties toevoegen Selecteer de gewenste opties en instellingen (afb. 8-6); raadpleeg Bedieningspaneel.

NL 8 - Dagelijks gebruik 27 8. 9 Een wasprogramma starten Druk op de ‘START/PAUZE’-toets (afb. 8-7) om te starten. Het apparaat werkt volgens de huidige instellingen. Wijzigingen zijn alleen mogelijk door het programma te annuleren. 8. 10 Het wasprogramma onderbreken/annuleren Druk op ‘START/PAUZE’ om een lopend programma te onderbreken. Het ledlampje boven de toets knippert. Druk er nogmaals op om de bediening te hervatten. Een lopend programma en alle individuele instellingen annuleren: 1. Druk op de ‘START/PAUZE’-toets om het lopende programma te onderbreken. 2. Draai de knop naar het programma AFVOEREN EN CENTRIFUGEREN en selecteer ‘NIET CENTRIFUGEREN’ om het water af te pompen. 3. Nadat u het programma hebt afgesloten om het apparaat opnieuw te starten, selecteert u een nieuw programma en start dit. 4.

Nadat u het programma hebt afgesloten om het apparaat opnieuw te starten, selecteert u een nieuw programma en start dit. 8. 11 Na het wassen Opmerking: Deurvergrendeling  Om veiligheidsredenen is de deur gedeeltelijk vergrendeld tijdens het wasprogramma. Het is alleen mogelijk om de deur te openen aan het einde van het programma of nadat het programma correct werd geannuleerd (zie bovenstaande beschrijving).  Bij een hoog waterpeil, een hoge watertemperatuur en tijdens het centrifugeren is het niet mogelijk om de deur te openen. het slotje wordt weergegeven. 1. Aan het einde van de programmacyclus wordt ‘EINDE’ weergegeven. 2. Het apparaat schakelt automatisch uit. 3. Haal het wasgoed er zo snel mogelijk uit zodat het goed blijft en meer kreukels te voorkomen. 4. Draai de watertoevoer dicht. 5. Haal de stekker uit het stopcontact. 6. Open de deur om dampvorming en geurtjes te voorkomen.

Opmerking: Stand-bymodus/energiebesparingsmodus Het ingeschakelde apparaat gaat in stand-by als het niet binnen 2 minuten voor de start van het programma of aan het einde van het programma wordt geactiveerd; met uitzondering van BEDIENING OP AFSTAND. Het display wordt uitgeschakeld. Dit bespaart energie. Om de stand-bymodus te onderbreken, draait u de knop naar een ander programma behalve ‘UIT’. 8. 12 De zoemer in- of uitschakelen Indien nodig kan het geluidssignaal gedeselecteerd worden: 1. Druk in de stand-bymodus na het inschakelen lang (langer dan 5 seconden) op de toets ‘OPTIE’ om het geluid uit te schakelen. Op het display staat ‘GELUID UIT’. Houd deze toets opnieuw langer dan 5 seconden ingedrukt en op het display verschijnt ‘GELUID AAN’ weergeven.

9 - Bediening op afstand (wifi) NL 28 9 - Bediening op afstand (wifi) 9.1 Algemeen Dit apparaat is uitgerust met wifitechnologie waarmee u het op afstand kunt bedienen met een app. WAARSCHUWING! Neem de veiligheidsmaatregelen in deze gebruikershandleiding in acht en zorg ervoor dat deze worden nageleefd, ook als u het apparaat bedient via de hOn-app terwijl u niet thuis bent. U moet ook de instructies in hOn volgen. 9.2 Vereisten 1. Eén draadloze router (802.11b/g/n protocol) die alleen de frequentieband 2,4 GHz ondersteunt. De lengte van de SSID van de router is 1–31 tekens (inclusief 1 en 31) en het wachtwoord is 8–64 tekens lang. Het wachtwoord moet minimaal 8 tekens lang zijn. Coderingsmethoden voor routers zijn onder andere: open, WPA-PSK en WPA2-PSK. 2. De app is beschikbaar voor apparaten met Android, Huawei of iOS, zowel voor tablets als voor smartphones. 3.

Het apparaat moet worden geïnstalleerd op een plek waar het een sterk wifisignaal kan ontvangen. Als het apparaat eenmaal correct is gekoppeld met de app, dan verschijnt er geen wifipictogram op het display als het apparaat niet juist is verbonden met de draadloze router. 9.3 De hOn-app downloaden en installeren Download de hOn-app naar uw toestel door de volgende QR-code te scannen: Of via de link go.haier-europe.com/download-app Frequentiesnelheid (OFR) 2400 MHz–2483,5 MHz Max. vermogen (EIRP) 20 dBM Draadloze standaard IEEE802.11b/g/n & BLE V4.2 Opmerking: Registratie Registratie is vereist wanneer de account voor de eerste keer wordt gebruikt of wanneer de formele account is verwijderd/gesloten. Voor verder gebruik moet u een gebruikersnaam en wachtwoord invoeren wanneer u inlogt. Download de hOn-app

NL 9 - Bediening op afstand (wifi) 29 9. 4 Apparaatkoppeling (in de app) 1. De app is beschikbaar voor apparaten met zowel Android als iOS, zowel tablets als smartphones. 2. Krijg alle details van de wififuncties door de app te gebruiken in de DEMO-modus. 3. De frequentie van het wifinetwerk in uw huis moet op de 2,4GHz-band zijn ingesteld. U kunt de machine niet configureren als uw thuisnetwerk is ingesteld op de 5GHz-band. 4. Open de app, maak het gebruikersprofiel aan (of log in als het al eerder is aangemaakt) en koppel het apparaat volgens de instructies op de display van het apparaat. Opmerking: Wifinetwerk Het is niet mogelijk om het apparaat te verbinden met een openbaar wifinetwerk. Dit kan storingen veroorzaken. Opmerking: Gebruik dezelfde wifi Maak met uw smartphone verbinding met het netwerk waarmee u het product wilt verbinden. 9. 5 Bediening op afstand inschakelen 1.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Candy BR 26SSV6-S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden