Camina-Schmid Ronda Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Camina-Schmid Ronda (36 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Camina-Schmid Ronda of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Camina-Schmid |
| Categorie: | Haarden |
| Model: | Ronda |
Handleiding Camina-Schmid Ronda – volledige tekst
3Inhoudsopgave1. Veiligheid 41. 1 Over deze handleiding 41. 2 Waarschuwingen 41. 2. 1 Symbolen 41. 2. 2 Persoonsschade 51. 2. 3 Zaakschade 51. 3 Veiligheidsinstructies 51. 4 Belangrijke informatie 51. 5 Doelgroepen 51. 5. 1 Eigenaar 51. 5. 2 Specialist 51. 6 Normen en richtlijnen 51. 7 CE-markering en typeplaatje 61. 8 Beoogd gebruik 71. 8. 1 Inbouwhaarden 71. 8. 2 Brandstoen 71. 8. 3 Verbrandingsluchttoevoer 71. 8. 4 Gesloten werking 71. 8. 5 Meervoudige aansluiting 71. 8. 6 Reiniging, onderhoud en het oplossen van problemen 71. 9 Voor uw veiligheid. 71. 10 Handelwijze in noodgevallen 91. 10. 1 Bij brand 91. 10. 2 Bij schoorsteenbrand 91. 11 Brandveiligheid 91. 11. 1 Vloer vóór de verbrandingskameropening 91. 11. 2 Elementen van brandbaar materiaal 101. 11. 2. 1 Binnen het stralingsgebied 101. 11. 2. 2 Buiten het stralingsgebied 102. Informatie over het product 112.
1 Constructie Ronda/Pano draaideur 112. 2 Constructie Ronda/Pano liftdeur 112. 3 Gewicht en afmetingen 122. 4 Functie 122. 4. 1 Verbrandingskamer 122. 5 Verwarmingstechniek en het milieu 123. Brandstoffen 123. 1 Niet-toegestane brandstoen 123. 2 Toegestane brandstoen 133. 3 Gekloofd hout 133. 3. 1 Aanbevolen restvochtigheid 133. 3. 2 Verbrandingsgedrag van hout 133. 3. 3 Calorische waarde van hout 143. 3. 4 Juist drogen en bewaren 143. 3. 5 Droogduur 143. 4 Houtbriketten 144. Vóór het gebruik 144. 1 Transport 144. 1. 1 Levering 144. 1. 2 Opslag 144. 2 Installatie en inspectie 154. 3 Ingebruikname 154. 3. 1 Eerste ingebruikname door de specialist 154. 3. 2 Ingebruikname door de eigenaar 155. Bediening 155. 1 Informatie over de verwarmingsfase 165. 2 Bedieningselementen 165. 2. 1 Bedieningselementen liftdeur 165. 2. 2 Bedieningselementen draaideur 165. 2. 3 Vuldeuren en deurgrepen 165. 2.
5 Fasen van het verwarmingsproces 185. 5. 1 Verwarmingsfase 1: aansteek- en opwarmfase 185. 5. 2 Verwarmingsfase 2: verbrandingsfase 195. 5. 3 Verwarmingsfase 3: gloeifase 195. 6 Verbranding op een asrooster 195. 7 De inbouwhaard wordt te heet 195. 8 Verwarmen in het tussenseizoen 195. 9 Pauze in het gebruik 196. Informatie over storingen 207. Onderhoud van de verwarmingstechniek 207. 1 Onderhoudstips 207. 1. 1 Het keramisch glas van de vuldeur reinigen 207. 1. 2 De metalen oppervlakken reinigen 207. 1. 3 As verwijderen 207. 1. 4 Liftdeur in reinigingspositie 21.
47.2 Hulp bij problemen 238. Reparaties 248.1 Scheuren in de verbrandingskamerbekleding 248.2 Lakschade 249. Inspectie en onderhoud 249.1 Veiligheidstechnische inspectie 249.2 Onderhoud 249.3 Onderhoudsinstructies 249.3.1 Bij storingen of defecten 249.3.2 Na periodes van niet-gebruik 2410. Deassemblage en verwijdering 2411. Milieubescherming 2412. Technische gegevens 2513. Productkaarten – (EU) 2015/1186 2614. Energielabel 2614.1 Energielabel Ronda 2614.2 Energielabel Pano 2615. Technische gegevens – (EU) 2015/1185 2716. Algemene garantievoorwaarden 281. Veiligheid1.1 Over deze handleidingDit is de originele handleiding in het Nederlands. De inbouw-haarden zijn volgens de stand der techniek en de erkende veiligheidstechnische voorschriften geconstrueerd. Deze handleiding helpt u om de verwarmingstechniek veilig en juist te gebruiken.
Voor uw eigen veiligheid en voor een goe-de en milieuvriendelijke werking dient u de handleiding na te leven. De instructies zijn bedoeld voor alle personen die het toestel bedienen.Het product mag alleen in perfecte staat en zoals beoogd worden gebruikt. Bij onjuiste bediening of het gebruik van andere dan de gespecificeerde brandstoen vervalt de garantie van de fabrikant en elke garantieclaim. 1.2 Waarschuwingen1.2.1 Symbolen Het symbool ‘VOORZICHTIG’ wijst op mogelijke gevaren voor personen.Het symbool ‘i’ wijst op belangrijke informatie.Het verbodsteken wijst op dingen die u absoluut niet mag doen. Het niet naleven van deze instructies kan leiden tot het vervallen van alle garanties en garantie-claims van de eigenaar.Het symbool ‘Handleiding naleven’ wijst erop dat de bedieningsinstructies in acht moeten worden genomen.
5Veiligheid1. 2. 2 PersoonsschadeWaarschuwingen met het symbool ‘VOORZICHTIG’ wijzen op restrisico's voor personen die zich bij het gebruik van het toestel kunnen voordoen. De signaalwoorden geven het type en de ernst van het risico aan. GEVAARGEVAAR – Wijst op een dreigend direct risico dat tot ernstige verwondingen of levensgevaar leidt. WAARSCHUWINGWAARSCHUWING – Wijst op een potentieel risico dat tot ernstige verwondingen of levensgevaar kan leiden. VOORZICHTIGVOORZICHTIG – Wijst op een potentieel risico dat tot lichte verwondingen kan leiden. 1. 2. 3 ZaakschadeDeze waarschuwingen wijzen op restrisico's die zich bij het gebruik van de inbouwhaard kunnen voordoen en materiële schade aan het toestel of de omgeving kunnen veroorzaken. LET OPLET OP – Wijst op een potentieel risico dat tot zaak- of milieuschade kan leiden. 1.
3 Veiligheidsinstructies VEILIGHEIDSINSTRUCTIEVEILIGHEIDSINSTRUCTIE – Vermeld belangrijke informatie voor een veilig gebruik van het product en wijst op mogelijke gevaren. Geeft instructies om risico’s te voorkomen. 1. 4 Belangrijke informatieInformatie die met het symbool ‘i’ is gemarkeerd, bevat nuttige instructies om het gebruik van de inbouwhaard te vergemakkelijken. 1. 5 Doelgroepen1. 5. 1 EigenaarDe eigenaar is de koper en gebruiker van de verwarmings-techniek of de persoon aan wie de technische bediening van het systeem is overgedragen. Hij is verplicht om zich te infor-meren over het veilig en juist bedienen en onderhouden van de inbouwhaard en om het product in veiligheidstechnisch perfecte staat en zoals beoogd te gebruiken. 1. 5.
2 SpecialistEen specialist is een persoon die op basis van zijn vakoplei-ding, veiligheidstechnische scholing en praktische ervaring gekwalificeerd is voor de planning en de bouw van de haard. Werkzaamheden zoals het onderhouden, repareren en tes-ten van de inbouwhaard behoren ook tot zijn taken. 1.
6Veiligheid1.7 CE-markering en typeplaatjeDe inbouwhaarden voldoen aan de Europese richtlijnen en aan de aanvullende nationale voorschriften. Met de CE-mar-kering op het typeplaatje van het toestel bevestigt de fabrikant Camina & Schmid Feuerdesign und Technik GmbH & CoKG dat het product in overeenstemming is met de vermelde prestaties.U kunt de prestatieverklaring van het product volgens (EU) nr. 305/2011 aanvragen:bij uw dealer/importeur ofvia e-mail: [email protected] website: www.camina-schmid.de/leistungserklaerungenA BDCAfb. 1: TypeplaatjeNr. TypeA CE-markering volgens (EG) nr. 765/2008B Jaar waarin de CE-markering voor het eerst is aangebrachtC Beoogd gebruikD Verwijzing naar de geharmoniseerde normDe gegevens op het typeplaatje dienen om het toestel eenduidig te identificeren.Bij toestellen met een asbak bevindt het typeplaatje zich op de bodem van het corpus.BAAfb.
7Veiligheid1. 8 Beoogd gebruik1. 8. 1 InbouwhaardenDe inbouwhaarden zijn haarden voor niet-continu gebruik volgens EN 13229. Ze mogen alleen als ruimteverwarmingstoestel worden gebruikt. Andere toepassingen, zoals het gebruik als enige woningverwarming voor ruimtes, zijn niet toegestaan. De inbouwhaarden dienen om de lucht in de ruimte te verwarmen. Ze zijn in eerste instantie goedgekeurd voor het verwarmen van individuele woonruimtes en mogen alleen in dergelijke ruimtes worden gebruikt. 1. 8. 2 BrandstoffenDe inbouwhaarden mogen alleen worden gebruikt met natuurlijk, aan de lucht gedroogd gekloofd hout met een restvochtigheid van maximaal 20 % of met briketten van zuiver hout volgens ISO 17225-3. Het gebruik van andere brandstoen is niet toegestaan. 1. 8. 3 VerbrandingsluchttoevoerVoor het verbrandingsproces is de aanwezigheid van zuurstof vereist.
De inbouwhaarden zijn ontworpen en gebouwd als verwarmingstoestellen die afhankelijk zijn van de binnenlucht. De lucht via een opening in het onderste deel van het toestel toegevoerd. Tijdens de planning, de installatie en het gebruik van de inbouwhaarden moet voor voldoende verbrandingsluchttoevoer worden gezorgd, om een optimaal verbrandingsproces mogelijk te maken. Informatie over het verbrandingsluchtverbruik van de afzonderlijke types toestellen vindt u in hoofdstuk 12 ‘Technische gegevens’. 1. 8. 4 Gesloten werkingDe inbouwhaarden mogen alleen met gesloten vuldeur worden gebruikt. Tijdens het gebruik mag de vuldeur slechts kortstondig worden geopend, om brandstof toe te voegen en bij te vullen. Wanneer de inbouwhaarden buiten werking zijn, moeten alle deuren en instelinrichtingen gesloten zijn. 1. 8.
Als alle deuren en instelinrichtingen open zijn, kan dit functionele storingen veroorzaken bij andere haarden die op de schoorsteen zijn aangesloten1. 8. 6 Reiniging, onderhoud en het oplossen van problemenReinigings- en onderhoudsintervallen moeten in acht genomen en storingen moeten onmiddellijk verholpen worden. Deze instructies maken deel uit van het beoogde gebruik. 1. 9 Voor uw veiligheid. GEVAARHet niet naleven van de veiligheidsinstructies kan tot ernstige verwondingen en tot zaak- en milieuschade leiden. Handleiding nalevenVoordat u de haard gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen. Bewaar hem op een veilige plaats. VEILIGHEIDSINSTRUCTIEVoor de specialist:Instructies om het product veilig en juist te plannen, te monteren en te installeren vindt u in de bijgevoegde installatiehandleiding.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIEBedieningsfouten kunnen tot verwondingen en/of zaakschade leiden. Er moet voor worden gezorgd dat alleen personen die in staat zijn om de haard juiste te bedienen, er toegang toe hebben. Kinderen mogen de haard niet zonder toezicht bedienen. Zorg ervoor dat kinderen tijdens de verwarmingsfase op voldoende afstand van het toestel blijven. Het is verboden om wijzigingen aan het toestel uit te voeren. Een wijziging aan het toestel kan de functionaliteit aanzienlijk beperken. Dit kan zaakschade veroorzaken en daardoor ook personen in gevaar brengen. Alleen originele reserveonderdelen mogen worden gebruikt.
8Veiligheid VOORZICHTIGExplosiegevaar. Vóór de haard ontstaan hoge temperaturen, waardoor explosieve materialen kunnen opwarmen. Plaats en/of bewaar geen explosieve materialen in de buurt van de haard tijdens het gebruik ervan. Neem de veiligheidsafstanden in acht. WAARSCHUWINGBrandgevaar. Vóór en bij de haard ontstaan hoge temperaturen. Bovendien kunnen er vonken uitspringen, als de vuldeur open is. Houd de vuldeur gesloten tijdens de verwarmingsfase. Hij mag slechts kortstondig worden geopend, om de haard aan te steken of brandstof bij te vullen. Plaats en/of bewaar geen brandbare materialen in de buurt van de haard tijdens het gebruik ervan. Plaats geen brandbare voorwerpen op hete oppervlakken. Neem de veiligheidsafstanden in acht. Voor informatie over veiligheidsafstanden: zie hoofdstuk 1. 11 ‘Brandveiligheid’. WAARSCHUWINGGevaarlijke gassen.
Door de sterke ontgassing bij vaste brandstoen in combinatie met een te zwakke schoorsteentrek kan bij het openen van de vuldeur giftige rook en verwarmingsgas ontsnappen. Houd de vuldeur gesloten tijdens de verwarmingsfase. Hij mag slechts kortstondig worden geopend, om de haard aan te steken of brandstof bij te vullen. Zorg ervoor dat deuren met zelfsluitfunctie altijd handmatig worden vergrendeld. Gebruik de inbouwhaard alleen met gesloten vuldeur. WAARSCHUWINGGevaarlijke gassen. Vooral in het tussenseizoen (herfst of lente) of bij slechte weersomstandigheden (mist, harde wind, enz. ) kan de afvoerdruk in de schoorsteen laag zijn. Houd de vuldeur gesloten tijdens de verwarmingsfase. Zorg ervoor dat vuldeuren met zelfsluitfunctie altijd handmatig worden vergrendeld. Controleer voor het begin van de verwarmingsperiode de verwarmingstechniek en de schoorsteen.
ventilatiesystemen, afzuigkappen) worden gebruikt, kan de afvoerdruk van de schoorsteen negatief worden beïnvloed. Verzeker de toevoer van verbrandingslucht en frisse lucht. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de haard is geïnstalleerd. Controleer voor het begin van de verwarmingsperiode de verwarmingstechniek en de schoorsteen. VOORZICHTIGHete oppervlakken. Gevaar voor brandwonden door contact met hete oppervlakken. Tijdens het verwarmen wordt met name de voorkant van de inbouwhaard aanzienlijk opgewarmd. De vuldeur, grepen en haarddelen worden heet tijdens het gebruik. Neem de veiligheidsafstanden in acht. Gebruik altijd de bijgeleverde hittebestendige handschoen (zie servicebox) voor werkzaamheden, zoals het bijvullen van brandhout. VEILIGHEIDSINSTRUCTIEGevaar voor brandwonden door vlammen en hete gassen.
Tijdens het verbrandingsproces ontstaan vlammen op het brandhout en hete gassen in de verbrandingskamer van het toestel. Gebruik de haard zo, dat er geen direct contact is met de vlammen en/of de rookgassen. VEILIGHEIDSINSTRUCTIEReinigings- en onderhoudsintervallen moeten in acht genomen en storingen moeten onmiddellijk verholpen worden.
9Veiligheid1. 10 Handelwijze in noodgevallen1. 10. 1 Bij brandJuiste handelwijze bij brand:1. Breng uzelf of andere personen nooit in levensgevaar. 2. Waarschuw andere personen. 3. Stel de haard indien mogelijk buiten werking. 4. Bel de brandweer. 1. 10. 2 Bij schoorsteenbrand VEILIGHEIDSINSTRUCTIEBij een schoorsteenbrand kunnen temperaturen van meer dan 1. 000 °C ontstaan. Blus nooit met water, omdat dit explosief verdampt, waardoor het volume vele malen groter wordt (10 l water resulteert in 17. 000 l stoom). Roetaanslag in de schoorsteen kan vlam vatten. Deze ontstaat door het gebruik van te nat hout of door onvoldoende reiniging van de schoorsteen. Juiste handelwijze schoorsteenbrand:1. Beperk de verbrandingsluchttoevoer. 2. Bel de brandweer. 3. Verwijder alle brandbare materialen (bijv. meubels) over de volledige hoogte van de schoorsteen. 4.
Zorg ervoor dat de reinigingsopeningen (bijv. kelder en zolder) toegankelijk zijn. Voordat u de haard weer in gebruik neemt:1. Informeer uw specialist of schoorsteenveger en laat de schoorsteen op schade controleren. 2. Laat de oorzaak van de schoorsteenbrand door de specialist of schoorsteenveger vaststellen en verhelpen. 1. 11 BrandveiligheidAlle lokaal geldende bouw-, brandveiligheids-, overheids- en verzekeringsvoorschriften moeten worden nageleefd. Er moet worden voldaan aan de nationale en lokale wettelijke bepalingen. Als op de plaats van installatie geen brandveiligheidsvoorschriften van kracht zijn, raden wij de Duitse technische regels voor de oven- en luchtverwarmingsbouw ‘TROL’ aan. 1. 11. 1 Vloer vóór de verbrandingskameropeningVóór de verbrandingskameropening moet een vloer van brandbaar materiaal met een bedekking van onbrandbaar materiaal worden beschermd.
10Veiligheid1.11.2 Elementen van brandbaar materiaal1.11.2.1 Binnen het stralingsgebiedVoor elementen van brandbaar materiaal of met brandbare onderdelen en voor ingebouwde meubels in de buurt van haarden moeten de volgende veiligheidsafstanden in acht worden genomen.Tussen de verbrandingskameropening en de brandbare elementen moet naar boven, onderen en opzij een afstand van ten minste 800 mm behouden blijven. Als een stralingsbescherming is geïnstalleerd en dit aan beide zijden wordt geventileerd, volstaat een afstand van 400mm. Daarbij moet de geventileerde afstand van de stralingsbescherming ten minste 20 mm bedragen.Min. 800 mm Min. 400mm StookplaatsMin. 20 mm ABCAfb. 4: Bescherming van brandbare elementen in het stralingsgebied voor de verbrandingskameropening, RondaBetekenis:A = inbouwhaardB = geventileerde stralingsbescherming C = elementen van brandbaar materiaal, bijv.
een meubel, woontextiel1.11.2.2 Buiten het stralingsgebiedVoor elementen van brandbaar materiaal of met brandbare onderdelen en voor ingebouwde meubels moeten de volgende veiligheidsafstanden in acht worden genomen.Tussen de vrije buitenvlakken van de bekleding en de elementen van brandbaar materiaal of met brandbare onderdelen of ingebouwde meubels moet ten minste 50 mm afstand behouden blijven.Min. 50 mm StookplaatsABAfb. 5: Bescherming en afstanden bij warme oppervlakken, RondaBetekenis:A = elementen van brandbaar materiaal, bijv. een meubel, woontextielB = inbouwhaardBekijk de afbeeldingen voor Ronda voor de veiligheidsafstanden als bescherming tegen brand bij Pano.
12Brandstoen2. 3 Gewicht en afmetingenHet gewicht en de afmetingen van het product zijn afhankelijk van het type en de uitrusting. Om het toestel te identificeren, vindt u de belangrijkste informatie, zoals het serienummer, op het typeplaatje. 2. 4 FunctieDe inbouwhaarden zijn verwarmingstoestellen die afhankelijk zijn van de binnenlucht, en hebben de volgende functie: ruimteverwarming met warme lucht en straling als gevolg van de verbranding in de verbrandingskamerAfb. 10: Verwarmingskring, schema2. 4. 1 VerbrandingskamerDe verbrandingskamer dient om houtbrandstof te verbranden. De zuurstof die hiervoor benodigd is, wordt via openingen in het onderste deel van het toestel toegevoerd. De verbrandingsgassen die bij het verbrandingsproces ontstaan, worden via een rookkanaalaansluiting afgevoerd.
Voor een hoger rendement kunnen achter de inbouwhaard nog andere inrichtingen worden aangesloten. Afhankelijk van het model kunnen deze voor een hoger convectief vermogen, warmteaccumulatie of de verwarming van cv-water zorgen. De verbrandingsgassen worden vervolgens via het verbindingsstuk naar de schoorsteen gevoerd. De as van het hout blijft bij verbranding zonder rooster in de verbrandingskamer. Bij inbouwhaarden met een asbak wordt hij onder de verbrandingskamer opgevangen. 2. 5 Verwarmingstechniek en het milieuHout is energie die voortdurend weer aangroeit en in de kringloop van de natuur CO-neutraal voor het milieu kan worden gebruikt. Afb. 11: Kringloop van het milieu en houtDe inbouwhaarden zijn technisch op een optimale verbranding met een lage CO-uitstoot voorbereid en bereiken een hoge energie-eiciëntieklasse.
Een voorwaarde voor het optimale gebruik van deze verwarmingstechniek is de professionele planning en installatie van het toestel door een gespecialiseerd bedrijf, net als een regelmatig onderhoud van de haard. Ook de keuze van de brandstof heeft een positief eect op het rendement van de verbranding in de haard. 3. BrandstoffenVERBODEN.
Afval als brandstof is verboden. Alleen voor het toestel goedgekeurde brandstoen mogen worden gebruikt. De inbouwhaarden zijn uitsluitend ontworpen voor het verbranden van houtblokken en houtbriketten. Kolen, turf, houtpellets of andere brandstoen mogen niet worden gebruikt. 3. 1 Niet-toegestane brandstoffenVers gekapt, geïmpregneerd, gelakt, gelijmd of gecoat hout, spaanplaat, schaafsel, zaagsel, schors- en spaanplaatafval, karton, papierbriketten, kunststof en huishoudelijk afval zijn niet-toegestane brandstoen.
13BrandstoenMet hun verbrandingsresten veroorzaken ze niet alleen ongecontroleerde luchtvervuiling, maar hebben ze ook een negatief eect op de werking en de levensduur van de schoorsteen en de inbouwhaard. De gevolgen zijn een hogere gevoeligheid voor storingen en snellere slijtage. Dit kan leiden tot dure reparatiewerkzaamheden en zelfs vervanging van het toestel. Bij het gebruik van niet-toegestane brandstoen vervalt elke garantie of garantieclaim. HoutpelletsAfvalPalletsHoutsnippersAfb. 12: Voorbeelden van niet-toegestane brandstoen3. 2 Toegestane brandstoffenBrandhout en houtbriketten zijn toegestaan voor inbouwhaarden. Gekloofd hout(zuiver, aan de lucht gedroogd, vochtgehalte max. 20 %)Houtbriketten(van zuiver hout, volgens ISO17225-3)Afb. 13: Voorbeelden van toegestane brandstoen3. 3 Gekloofd hout3. 3.
1 Aanbevolen restvochtigheidAls fabrikant met meer dan 20 jaar ervaring op het gebied van haarden hebben wij zowel op de proefstand als in de praktijk vastgesteld dat een restvochtgehalte van 15 % optimaal is voor de eiciëntie van het systeem en voor emissies. De belangrijkste factor voor een schone en emissiearme verbranding is de verbrandingskamertemperatuur. Het doel is om deze temperatuur zo snel mogelijk boven 500 °C te brengen. Pas dan wordt de koolstof uit het hout niet meer tot koolstofmonoxide, maar tot koolstofdioxide verbrand. Daarnaast is een hoge verbrandingskamertemperatuur vereist voor het pyrolytische zelfreinigende eect en dus voor schoon en helder keramisch glas. Alleen gedroogd hout kan verbranden met een lage uitstoot van schadelijke stoen. Om water te verdampen, wordt energie gebruikt en die gaat dan verloren voor de verwarming.
Hout met een restvochtgehalte van 15 % heeft ongeveer tweemaal de calorische waarde van vers gekapt hout met een watergehalte van ongeveer 50 %. Het hogere watergehalte en de lagere verbrandingstemperatuur verhogen de vorming van roet en teer in de haard en vooral in de schoorsteen.
Milieuvervuiling, hogere reinigingskosten en schade aan de haard zijn het gevolg. Voor een schoon milieu en schoon keramisch glas adviseren wij een restvochtigheid van 15 %. Hout met een restvochtgehalte van meer dan 20 % is moeilijk aan te steken en leidt tot hogere emissies. Voor onze inbouwhaarden schrijven wij een restvochtigheid van maximaal 20 % voor. 3. 3. 2 Verbrandingsgedrag van houtNeem in acht dat verschillende houtsoorten verschillen in hun verbrandingsgedrag. Loofhout is goed geschikt als brandhout. Het verbrandt langzaam met een rustige vlam. De gloed blijft lang duren. Naaldhout is rijk aan hars en verbrandt snel. Bij het verbranden heeft een grotere neiging om vonken te vormen.
14Vóór het gebruik3. 3. 3 Calorische waarde van houtMet het diagram kunt u de calorische waarde in kWh/kg (op basis van 15 % restvochtigheid) voor de meest gebruikte soorten brandhout bepalen. BEUKENHOUT 4,0 kWh/kgSPARRENHOUT 4,5 kWh/kgHOUTBRIKETTEN01 24,9 kWh/kg34 5Afb. 14: Calorische waarde van hout3. 3. 4 Juist drogen en bewarenGebruik alleen zuiver, juist gestapeld, aan de lucht gedroogd gekloofd hout met een restvochtgehalte van maximaal 20 % of, zoals aanbevolen, 15 %. Vrije ruimte tot de grondHoutstapelAfdekkingAfb. 15: Voorbeeld van een houtstapelDe aanbevolen methode om hout goed te drogen is om het buiten te bewaren. Gekloofd hout droogt beter en heeft een beter verbrandingsgedrag. De houtstapel mag geen contact maken met de grond, omdat hij anders vocht aan de grond kan onttrekken.
Bewaar houtblokken indien mogelijk aan de zuidkant van een gebouw, tegen neerslag beschermd en goed geventileerd. Stapel de houtblokken losjes op met ondersteuning aan één kant. Laat een ventilatiespleet tussen verschillende houtstapels. Als vers gekapt of te vochtig hout in een gesloten ruimte (bijv. een garage) of in een verpakking zonder voldoende luchtcirculatie wordt opgeslagen, droogt het moeilijk of niet en kan het rotten of schimmelen. Vooral tijdens het koude en vochtige seizoen dient u brandhout een dag voor gebruik in de warme woonkamer te leggen. 3. 3. 5 DroogduurVoor het drogen van zachthout (bijv. naaldhout, berk) is de richtwaarde ten minste één jaar en voor hardhout (bijv. beuk, es) ten minste twee jaar. Wij raden aan om het hout 2 tot 3 jaar te laten drogen. De werkelijke houtvochtigheid kan alleen met een houtvochtmeter worden bepaald. 3.
Houtbriketten kunnen van zeer verschillende kwaliteit zijn. Alleen briketten van zuiver hout volgens ISO 17225-3 zijn voor dit toestel geschikt. 4. Vóór het gebruik4. 1 Transport4. 1. 1 LeveringStandaard wordt het toestel door de fabrikant op een pallet geleverd. Het is met een wikkelfolie beschermd. Verwijder de verpakking en controleer uw toestel op transportschade. Als schade wordt vastgesteld, moet de leverancier hiervan onmiddellijk op de hoogte worden gebracht. Controleer ook of de levering compleet is. 4. 1. 2 OpslagLET OPBewaar het toestel op een droge plaats. Het toestel is ontworpen en geconstrueerd voor gebruik in droge binnenruimtes. De inbouwhaarden hebben een hoog eigen gewicht. Zet het toestel op de plaats van installatie op een geschikte en vlakke ondergrond en beveilig het tegen kantelen en vallen. Het moet ook tegen stof, zoals bijv.
15Bediening4. 2 Installatie en inspectie VEILIGHEIDSINSTRUCTIEDe installatie van uw haard moet door een specialist worden uitgevoerd. De haard moet door een specialist worden geïnstalleerd. De bijgevoegde installatiehandleiding dient bij de planning en installatie in acht te worden genomen. De eigenaar of de specialist moet de haard volgens de nationale en lokale voorschriften laten inspecteren. Indien nodig moet dit door de gemachtigde van de aan goedkeuring onderworpen instantie (schoorsteenveger) gebeuren. 4. 3 IngebruiknameLET OPEen onjuiste eerste ingebruikname kan schade aan de haard veroorzaken. VEILIGHEIDSINSTRUCTIEDe eerste ingebruikname van uw haard moet door een specialist worden uitgevoerd. VEILIGHEIDSINSTRUCTIEVoor de eerste ingebruikname moeten de voorwaarden voor een veilig en juist gebruik vervuld en gegarandeerd zijn.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIEWanneer het toestel voor de eerste keer wordt verwarmd, kunnen gassen uit de lak vrijkomen. Zorg in deze fase voor voldoende ventilatie in de ruimte waar de haard is geïnstalleerd. Bij de eerste ingebruikname krijgt de verf van de haard door de temperatuur zijn bijzondere sterkte. Dit kan even bepaalde geuren veroorzaken. Voorkom het inademen van de gassen. 4. 3. 1 Eerste ingebruikname door de specialistDe eerste ingebruikname wordt door de specialist uitgevoerd. De haard wordt voor de eerste keer verwarmd en alle aansluitingen en onderdelen worden gecontroleerd. Deze controles moeten gedocumenteerd en aan de eigenaar gerapporteerd worden. Gebruik hiervoor het rapport aan het einde van deze handleiding. De specialist moet alle technische documenten en toebehoren die voor het veilige gebruik van de haard vereist zijn, aan de eigenaar overhandigen.
Na een geslaagde ingebruikname is de specialist verplicht om de eigenaar instructies te geven voor een juist en veilig gebruik van de haard. Meer informatie over de eerste ingebruikname vindt u in de bijgevoegde installatiehandleiding. 4. 3.
2 Ingebruikname door de eigenaarDe eigenaar van de haard is verplicht zich door de specialist te laten inlichten over de werkwijze, het veilige en juiste gebruik en een correcte en milieuvriendelijke verwarming. Hij moet alle technische documenten en toebehoren die voor het veilige gebruik van de inzethaard vereist zijn, van de specialist overhandigd krijgen. Hij moet de informatie over het veilige en juiste gebruik gelezen en begrepen hebben. 5. Bediening GEVAARGevaarlijke gassen. Levensgevaar door vrijkomend rookgas. Zorg voor voldoende luchttoevoer en/of rookgasafvoer. LET OPSchade door warmte-accumulatie. De haard is voorzien van ventilatieroosters voor de toevoer van koude lucht en de afvoer van warme lucht tijdens het gebruik. Deze roosters zorgen voor een veilige luchtcirculatie en voorkomen warmte-accumulatie.
16BedieningOnvoldoende luchttoevoer en/of verbrandingsgasafvoer kan ertoe leiden dat gevaarlijk verbrandingsgas in de ruimte terechtkomt. Wijzig de verbrandingsluchttoevoer niet en houd alle verbrandingsluchtopeningen van de haard open tijdens het gebruik. Houd afsluitbare ventilatieroosters open tijdens het gebruik en de afkoelfase. Afb. 16: Ventilatierooster, open5. 1 Informatie over de verwarmingsfaseDe duur en intensiteit van de verwarmingsfase wordt beïnvloed door de houtsoort, de grootte van de houtblokken, de luchttoevoer en de afvoerdruk van de schoorsteen. De hoeveelheid lucht die naar verbrandingskamer wordt gevoerd, wordt met de hendel geregeld en heeft een invloed op het verbrandingsproces. Voor 1 kg hout kan een zuiver verbrandingsluchtverbruik van ca.
12,5 m³/h worden verwacht, zonder het extra verbruik voor luchtverversing, afzuigkappen en soortgelijke lucht afzuigende systemen. In de ruimte waar inbouwhaard is geïnstalleerd, mag de gecontroleerde ventilatie niet meer dan 4 Pa onderdruk ten opzichte van buiten veroorzaken. Als ook lucht afzuigende systemen (bijv. ventilatiesystemen, afzuigkappen) worden gebruikt, zijn alleen haarden toegestaan met extra veiligheidsinrichtingen die volgens de bouwvoorschriften zijn goedgekeurd. 5. 2 Bedieningselementen5. 2. 1 Bedieningselementen liftdeurABAfb. 17: Bedieningselementen liftdeurBedieningselementenA = deurgreep liftdeurB = hendel ‘luchttoevoer’ voor het regelen van de verbrandingslucht5. 2. 2 Bedieningselementen draaideurABAfb. 18: Bedieningselementen draaideurBedieningselementenA = deurgreep draaideurB = hendel ‘luchttoevoer’ voor het regelen van de verbrandingslucht5. 2.
3 Vuldeuren en deurgrepenTijdens het verwarmen mogen de vuldeuren alleen worden geopend om bij te vullen. Daarna moten ze direct weer worden gesloten. Een draaideur moet met de deurgreep worden vergrendeld.
17Bediening5.2.4 Hendel ‘luchttoevoer’BovenaanzichtAfb. 19: Hendel ‘luchttoevoer’Bovenaanzicht voor Ronda, Pano31 2Afb. 20: Hendel ‘luchttoevoer’ – standen voor Ronda, PanoStanden1. Verbrandingslucht open2. Verbrandingslucht halfopen3. Verbrandingslucht gesloten5.3 Vullen5.3.1 Voorbereiding voor elk gebruikNa afkoeling moeten de verbrandingsresten van het vorige gebruik worden verwijderd. Het is niet nodig om de as volledig te verwijderen, aangezien een asbed de verbranding bevordert. Er moet echter wel voor worden gezorgd dat de openingen voor de verbrandingsluchttoevoer vrij zijn en dat voldoende toevoer verzekerd is.Informatie over de werkwijze hiervoor vindt u in hoofdstuk 7.1.3 ‘As verwijderen’.5.3.2 Aanbevolen stapelingOm de verbranding optimaal te ondersteunen is de doorsnede en de stapeling van de houtblokken in de verbrandingskamer doorslaggevend.
De optimale grootte wijzigt volgens de eisen.5.3.2.1 Zonder bijvullenOm een grotere hoeveelheid hout te verbranden zonder achteraf te moeten bijvullen, worden eerst de grote houtblokken in de verbrandingskamer gelegd. Daarop komen middelgrote blokken, gevolgd door kleine blokken. Bovenop de houtstapel wordt ten slotte een voldoende hoeveelheid aanmaakhout gelegd. Deze stapeling zorgt ervoor dat snel een hoge verbrandingskamertemperatuur wordt bereikt.Voorbeeld van de stapeling5.3.2.2 Met bijvullenNa de 1e verbrandingscyclus kan op het gloeibed een voldoende hoeveelheid aanmaakhout en middelgrote tot grote houtblokken worden gelegd.
18Bediening5. 4 Het vuur aansteken GEVAARBrandgevaar door ontstekingsvlammen of explosieve ontbranding. Maak de haard nooit aan met vloeibare brandstoen of andere ontvlambare vloeistoen en giet deze nooit in de vlammen. Gebruik aanmaakblokjes met paraine of andere hulpmiddelen zoals aanmaakkrullen van houtwol. GEVAARGevaar voor explosieve ontbranding door plotselinge toevoer van lucht. Bij het openen van de vuldeur kan de plotselinge de luchttoevoer een explosieve ontbranding van onvolledig verbrande gassen veroorzaken. Open de vuldeur pas als geen vlammen meer zichtbaar zijn. GEVAARVrijkomende rook, vlammen en vonken bij het openen van de vuldeur. Tijdens de verbranding kunnen bij het openen van de vuldeur rook en vlammen vrijkomen. Open de vuldeur pas als geen vlammen meer zichtbaar zijn. Bovenaanzicht1Afb.
21: Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 1Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 1Als de verbrandingskamer met houtblokken en aanmaak-hout is gevuld, steekt u het aanmaakblokje aan met een lange lucifer of aansteker. Zodra het aanmaakblokje brandt, dient u de vuldeur volledig te sluiten en met de deurgreep te vergrendelen. Bij moeilijke weersomstandigheden mag de vuldeur de eerste minuut onder toezicht op een kier worden gezet, omextra zuurstof toe te voeren en zo te voorkomen dat het keramisch glas tijdens het opwarmen beslaat. De aanbevolen hoeveelheden hout vindt u in hoofdstuk 12 ‘Technische gegevens’. 5. 5 Fasen van het verwarmingsprocesHet verwarmingsproces verloopt volgens drie verwarmingsfasen. Verwarmingsfasen 1. aansteek- en opwarmfase2. verbrandingsfase3. gloeifaseHet verbrandingsproces verbruikt verschillende hoeveelheden zuurstof tijdens de verschillende verwarmingsfasen.
Voor een optimale verbranding in elke fase wordt de zuurstoftoevoer met de hendel ‘luchttoevoer’ (onder de vuldeur) geregeld. Alleen als voldoende zuurstof wordt toegevoerd en de verbrandingstemperatuur op peil blijft, is een schone verbranding mogelijk.
Als de SMR-stookregeling voor de automatische regeling van de luchttoevoer is geïnstalleerd, kan de luchtschuif door de vakman buiten werking worden gesteld. Als de luchtschuif in gebruik is, moet deze permanent in de stand 1 ‘Verbrandingslucht open’ staan. 5. 5. 1 Verwarmingsfase 1: aansteek- en opwarmfaseBovenaanzicht1Afb. 22: Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 1Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 1Met deze instelling wordt de benodigde hoeveelheid verbrandingslucht toegevoerd. Na het aanmaken moet u deze instelling behouden, tot er geen laaiende (gele) vlammen meer worden geproduceerd.
19Bediening5. 5. 2 Verwarmingsfase 2: verbrandingsfaseBovenaanzicht2Afb. 23: Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 2Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 2Met deze instelling wordt de luchttoevoer verminderd en de verbrandingsduur verlengd. In deze fase mag de vuldeur van het verwarmingstoestel niet worden geopend, omdat dit de verbranding onderbreekt en een aanzienlijke invloed heeft op de schoorsteenwerking. Als de vuldeur van het toestel uitzonderlijk toch moet worden geopend, is raadzaam om deze eerst op een kier te openen en te laten, tot het systeem tot rust is gekomen. Dan kan de deur langzaam en voorzichtig verder worden geopend. De standen van de verbrandingsluchtschuiven ‘Verbrandingslucht halfopen’ zijn aanbevelingen. Deze moeten aan de plaatselijke omstandigheden en gebruikte hoeveelheid hout worden aangepast, zodat geen onvolledige verbranding plaatsvindt. 5. 5.
3 Verwarmingsfase 3: gloeifaseBovenaanzicht3Afb. 24: Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 3Hendel ‘luchttoevoer’ – stand 3Als de verbranding beëindigd is en geen vlammen meer te zien zijn, kan de luchttoevoer verder worden verminderd. In deze stand van de hendel wordt een snelle afkoeling van de haard en de woonruimte via het schoorsteentrek voorkomen. Een nieuw verbrandingsproces moet nu opnieuw met fase 1 worden gestart. Deze stand van de hendel wordt ook ingesteld, als de haard buiten gebruik wordt gesteld. 5. 6 Verbranding op een asroosterBij toestellen met een asrooster ligt het hout op dit rooster. De as wordt onder het toestel opgevangen in een asbak die kan worden verwijderd. Na reiniging moet de asbak weer in het toestel worden geplaatst. Informatie over de werkwijze hiervoor vindt u in hoofdstuk 7. 1. 3 ‘As verwijderen’. 5.
7 De inbouwhaard wordt te heetAls de inbouwhaard met een te grote hoeveelheid hout wordt gevuld, kan hij oververhit raken. Probeer dan niet om het vuur te blussen. Verwijder geen brandstof uit de verbrandingskamer.
Sluit de luchttoevoer licht met de hendel (tussen stand 2 en 3), om de vlammen (hitte) te verminderen, maar sluit hem in geen geval volledig af. Open alle ramen, om extra warmte af te voeren. Open eventueel gesloten luchtroosters. Uiterlijk wanneer rook of vuur uit de haard komt, dient ude brandweer te bellen. 5. 8 Verwarmen in het tussenseizoenIn het tussenseizoen, wanneer het buiten wat warmer wordt, kunnen bij plotselinge temperatuurstijgingen schommelingen in de schoorsteentrek ontstaan, zodat verbrandingsgassen niet volledig worden afgezogen. Open in dit geval de hendel ‘luchttoevoer’ volledig (stand 1) en vul de inbouwhaard met kleine hoeveelheden brandstof van kleine houtblokken. Op deze manier verbrandt de aanwezige brandstof sneller met vlamontwikkeling en stabiliseert de schoorsteentrek. Verminder bij de volgende verbrandingscyclus de hoeveelheid hout. 5.
20Informatie over storingen6. Informatie over storingen VOORZICHTIGHete gassen of vloeistoen. Bij de demontage van leidingen kunnen hete gassen of vloeistoen vrijkomen. Laat de haard eerst afkoelen. VEILIGHEIDSINSTRUCTIEBij een storing moet de haard onmiddellijk buiten werking worden gesteld en mag hij pas weer in gebruik worden genomen, als defecte onderdelen vervangen en/of storingen verholpen zijn. 7. Onderhoud van de verwarmingstechniek VOORZICHTIGGevaar voor brandwonden door hete systeemonderdelen of houtresten. Laat het toestellen afkoelen, voordat u met werkzaamheden begint. VOORZICHTIGBrandgevaar door gloeiende as. Bewaar de as na verwijdering voor de zekerheid in een vuurvaste opvangbak en laat ze volledig afkoelen. 7. 1 OnderhoudstipsOm met een altijd schone inbouwhaard de verbranding optimaal te houden, raden wij aan om de haard regelmatig te onderhouden en te reinigen. 7. 1.
1 Het keramisch glas van de vuldeur reinigenDe inbouwhaard is voorzien van keramisch glas dat tegen hoge temperaturen bestand is. Als de inbouwhaard niet optimaal wordt gebruikt (bijv. verwarmen met nat hout, verkeerd aanmaken, in smeulmodus of in het tussenseizoen als de behoefte aan verwarming kleiner is), ontstaat vaker roetaanslag op het keramisch glas. Het keramisch glas moet volgens de instructies met de bijgeleverde kachelglasreiniger (servicebox) worden gereinigd. De reinigingsintervallen zijn afhankelijk van de gebruiksduur, de verwarmingsroutine en de kwaliteit van de brandstof. De frequentie van de reiniging moet aan deze omstandigheden worden aangepast. De glasafdichtingen mogen niet met kachelglasreiniger doordrenkt of volledig natgemaakt worden. 7. 1.
Haal de as voorzichtig uit de verbrandingskamer. Verzamel de as in een gesloten, niet-brandbare opvangbak. Afgekoelde asresten kunnen met een stoer en blik uit de verbrandingskamer worden verwijderd. Gebruik bij het reinigen geen krassende voorwerpen. Een vlak asbed mag in de verbrandingskamer blijven. Dit bevordert de volgende verbranding. Verwijder de as uiterlijk wanneer de luchttoevoer wordt belemmerd. Reinig indien nodig ook de zijbekleding van de verbrandingskamer met een stoer. Werkwijze met asrooster1. Zorg ervoor dat de as volledig is afgekoeld. Verwijder dan pas het asrooster en de asbak. 2. Verzamel de as in een gesloten, niet-brandbare opvangbak. 3. Plaats de lege asbak en het asrooster terug.
Een milieuvriendelijke tip voor meer duurzaamheid Het asafval van toegelaten brandstoen bevat een groot aandeel minerale stoen die onder andere kunnen worden gebruikt om planten te bemesten. Reinigingsmiddelen met azijnzuur zijn niet geschikt om de verwarmingstechniek te reinigen. Ze kunnen onaangename geuren veroorzaken.
21Onderhoud van de verwarmingstechniek7.1.4 Liftdeur in reinigingspositieLET OPBreuk van het keramisch glas!Het keramisch glas kan barsten. Steun of leun niet op de vuldeur als deze is opengedraaid.In de reinigingspositie kan de vuldeur zijdelings worden geopend. Zo kunt u gemakkelijker bij de binnenzijde van het keramisch glas.1. Open de sluitlip (B) aan de bovenrand van de vuldeur door deze te draaien. Dit beveiligt de vuldeur en voorkomt dat deze naar boven kan worden geduwd. De sluitlip (B) bevindt zich onder de afdekking van de liftdeur (A).BABAfb. 25: Sluitlip geslotenBAAfb. 26: Sluitlip openOnderdelenA = afdekking van de liftdeurB = sluitlip2. Open de vergrendeling door de vergrendelingshendel (A) maximaal 90 graden naar boven te draaien. AAfb. 27: Vergrendeling geslotenAMax. 90°Afb. 28: Vergrendeling geopendOnderdelenA = vergrendelingshendel3.
23Onderhoud van de verwarmingstechniek7. 2 Hulp bij problemenProbleem Oorzaak Oplossing HoofdstukHet keramisch glas is zwaar aangetast door roetaanslagTe vochtig hout Gebruik gekloofd hout met een restvochtgehalte van max. 20 % (aanbeveling 15%). 3. 3Verkeerde brandstof Gebruik alleen de brandstoen die in deze handleiding worden gespecificeerd. 3. 1/3. 2Te grote houtblokken Gebruik houtblokken met de aanbevolen grootte volgens de handleiding. Kloof desgevallend te grote blokken. Gebruik geen rondhout. 3. 3/12. Te kleine hoeveelheid hout Gebruik de aanbevolen hoeveelheid hout, vooral bij een koude start. 12. Weerstoestand Vul de verbrandingskamer met een kleine hoeveelheid brandstof, gebruik voldoende aanmaakhout. 5. 8Verbrandingsluchtinstelling Controleer of de hendel ‘luchttoevoer’ in de juiste stand staat. 5. 5Afvoerdruk van de schoorsteenDe vereiste afvoerdruk bedraagt 12 Pa.
De afvoerdruk wordt beïnvloed door de weersomstandigheden. Als het probleem aanhoudt, informeer dan uw specialist/schoorsteenveger of -bouwer. 5. 7/5. 8Meervoudige aansluiting Controleer of de vuldeur en de luchttoevoer van andere haarden die op dezelfde schoorsteen zijn aangesloten, gesloten zijn. 1. 8. 5Probleem Oorzaak Oplossing HoofdstukHet hout brandt moeilijk of laat zich moeilijk aanstekenTe vochtig hout Gebruik gekloofd hout met een restvochtgehalte van max. 20 % (aanbeveling 15%). 3. 3Verkeerde brandstof Gebruik alleen de brandstoen die in deze handleiding worden gespecificeerd. 3. 1/3. 2Te grote houtblokken Gebruik houtblokken met de aanbevolen grootte volgens de handleiding. Kloof desgevallend te grote blokken. Gebruik geen rondhout. 3. 3/12. Te kleine hoeveelheid hout Gebruik de aanbevolen hoeveelheid hout, vooral bij een koude start. 12.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Camina-Schmid Ronda stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Haarden Camina-Schmid
Handleiding Haarden
Nieuwste handleidingen voor Haarden