Burstner Averso Plus (2014) Handleiding

Burstner Caravan Averso Plus (2014)

Bekijk gratis de handleiding van Burstner Averso Plus (2014) (226 pagina’s), behorend tot de categorie Caravan. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Burstner Averso Plus (2014) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/226
Gebruiksaanwijzing
Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NL
© 2013 Bürstner GmbH Kehl
Gebruiksaanwijzing
Aan de gebruiker van dit handboek ...
Onze medewerkers feliciteren u met uw nieuwe caravan. U heeft een hoogwaardig voertuig aangeschaft,
waarvan u veel plezier zult hebben.
Gelijk bij de overname krijgt u van de Bürstner-dealer een gedetailleerde instructie voor alle belangrijke func-
ties, zodat u uw caravan altijd correct en vooral eenvoudig kunt bedienen en gebruiken.
Als permanente begeleider voor het beantwoorden van vragen over uw caravan staan u dit handboek en de
gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten van de apparatuur ter beschikking.
Voor het begin van de eerste rit
Gebruik dit handboek niet alleen als naslagwerk, maar maak u er grondig mee vertrouwd.
Vul de garantiekaarten voor de inbouwapparatuur en de speciale uitvoeringen in de afzonderlijke gebruiksaan-
wijzingen in en stuur de garantiekaarten op naar de fabrikanten van de apparatuur. Daarmee verzekert u zich
van uw recht op garantie voor alle apparatuur.

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Burstner
Categorie: Caravan
Model: Averso Plus (2014)

Handleiding Burstner Averso Plus (2014) – volledige tekst

GebruiksaanwijzingPremio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NL© 2013 Bürstner GmbH KehlGebruiksaanwi jzingAan de gebruiker van dit handboek ...Onze medewerkers feliciteren u met uw nieuwe caravan. U heeft een hoogwaardig voertuig aangeschaft, waarvan u veel plezier zult hebben.Gelijk bij de overname krijgt u van de Bürstner-dealer een gedetailleerde instructie voor alle belangrijke func-ties, zodat u uw caravan altijd correct en vooral eenvoudig kunt bedienen en gebruiken.

Als permanente begeleider voor het beantwoorden van vragen over uw caravan staan u dit handboek en de gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten van de apparatuur ter beschikking.Voor het begin van de eerste ritGebruik dit handboek niet alleen als naslagwerk, maar maak u er grondig mee vertrouwd.Vul de garantiekaarten voor de inbouwapparatuur en de speciale uitvoeringen in de afzonderlijke gebruiksaan-wijzingen in en stuur de garantiekaarten op naar de fabrikanten van de apparatuur. Daarmee verzekert u zich van uw recht op garantie voor alle apparatuur.

3 Magnetron (speciale uitvoering). 1319. 5. 4 Afzuigkap (speciale uitvoering). 1329. 6 Koelkast. 1339. 6. 1 Koelkast-ventilatierooster. 1339. 6. 2 Gebruik (Dometic 8-serie met handmatige ontsteking). 1349. 6. 3 Gebruik (Dometic 8-serie met handmatig energiekeuze-systeem HES). 1359. 6. 4 Gebruik (Thetford N3000). 1379. 6. 5 Vergrendeling van de koelkastdeur. 140.

7Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLInleiding11InleidingVoor ingebruikname deze gebruiksaanwijzing volledig lezen. De gebruiksaanwijzing altijd in het voertuig meenemen. Alle veiligheidsbepa-lingen ook meegeven aan andere gebruikers. Deze gebruiksaanwijzing bevat secties, waarin uitrustingen van een bepaald model of speciale uitvoeringen zijn beschreven. Deze secties zijn extra gekenmerkt. Het is mogelijk dat uw voertuig niet is uitgerust met deze speciale uitvoeringen. De uitrusting van uw voertuig kan daarom bij sommige afbeeldingen en beschrijvingen afwijken. Anderzijds kan uw voertuig zijn uitgerust met andere speciale uitvoeringen, die niet worden beschreven in deze gebruiksaanwijzing. De speciale uitvoeringen zijn alleen dan beschreven als hierbij een nadere uitleg nodig is. De apart bijgevoegde gebruiksaanwijzingen in acht nemen.

Loopt het voertuig schade op door het niet inachtnemen van de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven instructies, dan komt uw recht op garantie te vervallen. Onze voertuigen worden voortdurend verder ontwikkeld. Wij vragen om uw begrip dat wijzigingen in vorm, uitrusting en techniek zijn voorbehouden. Uit de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen om deze redenen geen claims door de fabrikant worden aanvaard. Beschreven zijn de uitrustingen die tot op het moment van in druk gegeven bekend zijn. Overname, vertaling en verveelvoudiging, ook van uittreksels, is zonder schrif-telijke toestemming van de fabrikant niet toegestaan. X Het niet inachtnemen van dit teken kan personen in gevaar brengen. Z Het niet inachtnemen van dit teken kan leiden tot beschadigingen aan het voertuig. Z Dit teken verwijst naar aanbevelingen of bijzonderheden. Z Dit teken verwijst naar milieubewust handelen.

8 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLInleiding11. 1 AlgemeenHet voertuig is gebouwd volgens de stand de techniek en de erkende veilig-heidstechnische regels. Desondanks kunnen personen letsel oplopen of het voertuig beschadigd worden, als de veiligheidsinstructies in deze gebruiks-aanwijzing niet in acht genomen worden. Het voertuig alleen in technisch onberispelijke staat gebruiken. De gebruiks-aanwijzing in acht nemen. Storingen, die de veiligheid van personen of van het voertuig aantasten, meteen door vaklieden laten verhelpen. De reminstallatie en gasinstallatie van het voertuig alleen door een geautori-seerde werkplaats laten controleren en repareren. Veranderingen aan de opbouw mogen alleen worden aangebracht met toe-stemming van de fabrikant. Reisbagage en toebehoren mogen niet zwaarder zijn dan de technisch toege-laten totale massa.

Houdt u zich aan de door de fabrikant voorgeschreven termijnen voor keuring en inspectie. 1. 2 Milieu-instructiesZ Verstoor de rust in de natuur niet en houd de natuur schoon. Z In principe geldt: Afvalwater in iedere vorm en huisvuil horen niet thuis in de straatgoot of in de vrije natuur. Z Afvalwater aan boord alleen opvangen in de afvalwatertank of desnoods in andere daarvoor geschikte reservoirs. Z Afvalwatertank en toilet-cassette of fecaliëntank alleen leegmaken op daarvoor aangewezen sanitairstations op campings of staanplaatsen. Bij verblijf in steden en gemeentes de regelgeving bij de staanplaatsen in acht nemen of naar sanitairstations vragen. Z Maak de afvalwatertank zo vaak mogelijk leeg, ook wanneer deze nog niet helemaal vol zit (hygiëne). Afvalwatertank en evt. aftapleiding zo mogelijk na het leegmaken met vers water uitspoelen.

Bij de betreffende gastgemeente vragen naar de afvalverwerkingsmogelijk-heden. Huisvuil mag niet worden gedeponeerd in de vuilnisbakken op par-keerplaatsen. Z De afvalbakken zo vaak mogelijk in de tonnen of containers leegmaken, die daarvoor zijn bedoeld. Zo kunnen onaangename luchtjes worden ver-meden en blijft er niet te veel afval aan boord. Z Motor van het trekvoertuig bij stilstand niet onnodig laten draaien. Een koude motor stoot in stationaire gang zeer veel schadelijke stoffen uit. De bedrijfstemperatuur van de motor wordt het snelst bereikt door te rijden. Z Voor het toilet milieuvriendelijke en biologisch goed afbreekbare chemi-sche producten gebruiken in geringe doseringen.

11Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVeiligheid22Veilighei dHoofdstukoverzichtIn dit hoofdstuk staan belangrijke veiligheidsinstructies. De veiligheidsinstruc-ties dienen ter bescherming van personen en voorwerpen.De instructies hebben betrekking op:z de brandveiligheid en het handelen bij brandz de omgang met het voertuig in het algemeenz de verkeersveiligheid van het voertuigz het gebruik van een aanhangerz de gasinstallatie van het voertuigz de elektrische installatie van het voertuigz de waterinstallatie van het voertuig2.1 Brandveiligheid2.1.1 Voorkomen van brand2.1.2 Brandbestrijding2.1.3 Bij brandX Kinderen nooit alleen in het voertuig laten.X Brandbare materialen weg houden van verwarmings- en kookappa-raten.X Lampen kunnen zeer heet worden. Als de lamp is ingeschakeld, moet de veiligheidsafstand tot brandbare voorwerpen altijd 30 cm bedragen.

Brandgevaar!X Nooit draagbare verwarmings- of kookapparaten gebruiken.X Alleen geautoriseerde vaklieden mogen de elektrische installatie, de gasinstallatie of de inbouwapparatuur wijzigen.X In het voertuig altijd een poederbrandblusser meenemen. De brand-blusser moet toegelaten en gekeurd zijn en altijd voor het grijpen liggen.X De brandblusser is niet bij de levering inbegrepen.X De brandblusser regelmatig door geautoriseerde vaklieden laten contro-leren.

12 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVeiligheid2Als nooduitgangen gelden alle ramen en deuren, die voldoen aan de volgende criteria:z Naar buiten openend of verschuivend in horizontale richtingz Openingshoek ten minste 70°z Diameter van de kozijndagmaat ten minste 450 mmz Afstand tot de voertuigbodem maximaal 950 mm2. 2 Algemeen2. 3 VerkeersveiligheidX De zuurstof binnen in het voertuig wordt door ademen of door het gebruik van op gas werkende inbouwapparaten verbruikt. Daarom moet de zuurstof voortdurend worden ververst. Met het oog hierop zijn in het voertuig kunstmatige ventilatieopeningen (bijv. dakluiken met kunstma-tige ventilatie, paddestoeldakventilators of vloerventilators) ingebouwd. Kunstmatige ventilatieopeningen noch van binnen noch van buiten afdekken, bijv. met een wintermat, of dichtzetten.

Kunstmatige ventila-tieopeningen vrijhouden van sneeuw en bladeren. Er dreigt verstikkings-gevaar door een verhoogd CO2-gehalte. X Let op de doorgangshoogte van de deuren. Z Voor de inbouwapparatuur (verwarming, kookplaat, koelkast enz. ) zijn de betreffende gebruiksaanwijzingen van de fabrikanten van de apparatuur maatgevend. Absoluut in acht nemen. Z Als er toebehoren of speciale uitvoeringen worden aangebouwd, kunnen de afmetingen, het gewicht alsmede het rijgedrag van het voertuig veran-deren. De aanbouwonderdelen moeten deels in de voertuigpapieren worden geregistreerd. Z Alleen velgen en banden gebruiken, die voor het voertuig zijn toegelaten. Informatie over de grootte van de toegelaten velgen en banden ontlenen aan de voertuigpapieren of bij de geautoriseerde dealers en servicepunten opvragen. Z Bij het parkeren van het voertuig de handrem vast aantrekken.

Z Bij het verlaten van het voertuig absoluut alle deuren, serviceluiken en ramen sluiten. Z Met het voertuig pas op de openbare weg rijden, als de chauffeur een voor deze voertuigklasse geldig rijbewijs bezit.

Z Bij de verkoop van het voertuig alle gebruiksaanwijzingen van het voertuig en de inbouwapparatuur meegeven aan de nieuwe eigenaar. X Voor het begin van de rit de werking van signalerings- en verlichtingsin-richting en de remmen controleren. X Na langere stilstand (ca. 10 maanden) reminstallatie en gasinstallatie door een geautoriseerde werkplaats laten controleren. X Voor het begin van de rit het zwenkbare hefbed beveiligen. X Voor het begin van de rit de televisie veilig opbergen. X Voor het begin van de rit het flatscreen en de beeldschermhouder in de basispositie brengen en vergrendelen. Wanneer de beeldschermhouder in een TV-kast is ingebouwd: TV-kast sluiten.

13Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVeiligheid22. 4 Gebruik van een aanhangerX Tijdens de rit mogen er zich geen personen in de caravan bevinden. X Bij onderdoorgangen, tunnels e. d. rekening houden met de totale hoogte van het voertuig (inclusief daklasten). X In de winter moet voor het begin van de rit het dak sneeuw- en ijsvrij zijn. X Voor het begin van de rit de afvalwatertank leegmaken. X Regelmatig voor het begin van de rit of iedere 2 weken de bandenspan-ning controleren. Een verkeerde bandenspanning veroorzaakt overma-tige slijtage en kan de banden beschadigen of zelfs doen klappen. Het voertuig kan uit controle raken. Z Voor het begin van de rit de bijlading in het voertuig gelijkmatig verdelen (zie hoofdstuk 3). Z Bij het beladen van het voertuig en bij ritonderbrekingen, als er bijv.

bagage of levensmiddelen worden bijgeladen, rekening houden met de technisch toegelaten totale massa en de toelaatbare asbelastingen (zie voertuigpa-pieren). Z De maximaal toelaatbare oplegdruk van de aanhangerkoppeling van het trekvoertuig niet overschrijden en de minimum belasting in acht nemen. De caravan overeenkomstig deze richtlijnen beladen. Z Bij gebruik van de caravan moeten er twee buitenspiegels zijn aangebracht aan het trekvoertuig. Z Voor het begin van de rit de kastdeuren, deur van toiletruimte, alle laden en luiken sluiten. De deurbeveiliging van de koelkast vergrendelen. Z Voor het begin van de rit ramen en dakluiken sluiten. Z Voor het begin van de rit alle serviceluiken sluiten en de sloten van de luiken vergrendelen. Z Voor het begin van de rit de externe steunen verwijderen en de aan het voertuig aangebouwde steunen inklappen.

Z Voor het begin van de rit het neuswiel helemaal naar boven draaien. Z Voor het begin van de rit de antenne in de parkeerstand brengen. Z Bij de eerste rit en altijd na het vervangen van een wiel de wielschroeven/wielmoeren na 50 km aandraaien. Later van tijd tot tijd controleren op goed vastzitten.

Z Banden mogen niet ouder zijn dan 6 jaar omdat het materiaal mettertijd broos wordt (zie hoofdstuk 13). X Bij het aan- of afkoppelen van een aanhanger is voorzichtigheid geboden. Ongeval- en verwondingsgevaar. X Tijdens het rangeren voor het aan- of afkoppelen mag niemand zich tussen het trekvoertuig en de aanhanger bevinden.

14 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVeiligheid22. 5 Gasinstallatie2. 5. 1 Algemene instructiesX Voor het begin van de rit, bij het verlaten van het voertuig of als de gas-toestellen niet gebruikt worden, alle gasafsluitkranen en de hoofdafsluit-kraan aan de gasfles sluiten. X Bij het tanken, op veerponten of in de garage, mag geen apparaat (bijv. verwarming of koelkast) in werking zijn, wanneer het met open vlam wordt gebruikt. Explosiegevaar. X Wanneer een apparaat met open vlam wordt gebruikt, het apparaat niet in gesloten ruimtes (bijv. garages) in gebruik nemen. Vergiftigings- en verstikkingsgevaar. X De gasinstallatie alleen door een geautoriseerde werkplaats laten onderhouden, repareren of wijzigen. X De gasinstallatie voor de ingebruikname en conform de nationale bepa-lingen door een geautoriseerde werkplaats laten controleren.

Dit geldt ook voor niet aangemelde voertuigen. Bij wijzigingen aan de gasinstal-latie de gasinstallatie meteen door een geautoriseerde werkplaats laten controleren. X Ook de gasdrukregelaar en de gasafvoerbuizen moeten worden gecon-troleerd. De gasdrukregelaar moet na 10 jaar worden vervangen. De eigenaar van het voertuig is verantwoordelijk voor het initiatief van de maatregel. X Bij een defect aan de gasinstallatie (gaslucht, hoog gasverbruik) bestaat explosiegevaar. Onmiddellijk de hoofdafsluitkraan op de gasfles sluiten. Ramen en deuren openen en goed ventileren. X Bij een defect aan de gasinstallatie: Niet roken, geen open vuur en geen elektrische apparaten (lichtschakelaar enz. ) bedienen. X Voor ingebruikname van de kookplaat voor een toereikende ventilatie zorgen. Raam of dakluik openen. X Gaskooktoestel of gasbakoven niet gebruiken voor verwarmingsdoel-einden.

X Als er meerdere gastoestellen voorhanden zijn, dan is voor ieder appa-raat een gasafsluitkraan vereist. Wanneer gastoestellen niet worden gebruikt, moet de betreffende gasafsluitkraan worden gesloten.

X Ontstekingsbeveiligingen moeten na uitgaan van de gasvlam binnen een minuut sluiten. Daarbij is een klik te horen. Werking zo nu en dan controleren. X De ingebouwde gastoestellen zijn uitsluitend ontworpen voor gebruik met propaangas, butaangas of een mengsel van beide gassen. De gas-drukregelaar alsmede alle ingebouwde gastoestellen zijn ontworpen voor een bedrijfsdruk van 30 mbar. X Propaangas is gasvormig tot -42 °C, butaangas daarentegen slechts tot 0 °C. Bij lagere temperaturen is er geen gasdruk meer aanwezig. Butaangas is niet geschikt voor gebruik in de winter. X De gasslang op de aansluiting van de gasflessen regelmatig op dicht-heid controleren. De gasslang mag geen scheurtjes vertonen en niet poreus zijn. De gasslang uiterlijk 10 jaar na productiedatum in een erkende werkplaats laten vervangen. De gebruiker van de gasinstallatie moet voor de vervanging zorgen.

15Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVeiligheid22. 5. 2 GasflessenX De gaskast is door zijn functie en constructie een ruimte met opening naar buiten. De standaard ingebouwde kunstmatige ventilatie nooit afdekken of dichtzetten. Ontsnappend gas kan anders niet naar buiten worden weggeleid. X De gaskast mag niet als opbergruimte worden gebruikt. X De gaskast beveiligen tegen de toegang van onbevoegden. Daarvoor de toegang afsluiten. X De hoofdafsluitkraan op de gasfles moet toegankelijk zijn. X Alleen apparaten op gas (bijv. gasgrill) aansluiten die voor een gasdruk van 30 mbar zijn bedoeld. X De gasafvoerbuis moet aan de verwarming en aan de schoorsteen goed afsluiten en stevig vastzitten. De gasafvoerbuis mag niet beschadigd zijn. X De rookgassen moeten onbelemmerd naar buiten kunnen stromen en de verse lucht moet onbelemmerd toe kunnen treden.

Daarom de gas-afvoerschoorsteen en inlaatopeningen schoon houden en vrijhouden (bijv. van sneeuw en ijs). De onderrand van het voertuig mag niet met flappen of door sneeuwwallen worden afgesloten. X Gasflessen alleen in de gaskast meenemen. X Gasflessen in de gaskast verticaal plaatsen. X Gasflessen beveiligd tegen draaien en kantelen vastbinden. X Als de gasflessen niet op de gasslang zijn aangesloten, altijd de beschermkap aanbrengen. X Hoofdafsluitkraan aan de gasfles sluiten voordat de gasdrukregelaar of de gasslang van de gasfles wordt verwijderd. X Gasdrukregelaar of gasslang op de gasfles alleen met de hand aan-sluiten. Geen gereedschap gebruiken. X Voor het gebruik in voertuigen uitsluitend een speciale gasdrukregelaar met veiligheidsventiel gebruiken. Andere gasdrukregelaars zijn niet toe-gelaten en voldoen niet aan de hoge eisen.

16 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVeiligheid22.6 Elektrische installatie2.7 WaterinstallatieX Alleen vaklieden aan de elektrische installatie laten werken.X Voordat er werkzaamheden worden uitgevoerd aan de elektrische installatie, alle apparaten en lichten uitschakelen, de accu afklemmen en het voertuig van het net scheiden.X Alleen originele zekeringen met juiste waarden gebruiken.X Defecte zekeringen alleen vervangen, als de foutoorzaak bekend en verholpen is.X Zekeringen nooit overbruggen of repareren.X Staand water in de watertank of in waterleidingen wordt na korte tijd ond-rinkbaar. Daarom voor ieder gebruik van het voertuig de waterleidingen en de watertank grondig reinigen.

Na ieder gebruik van het voertuig de watertank en alle waterleidingen volledig leegmaken.X Bij stilstand van meer dan één week de waterinstallatie vóór het gebruik van het voertuig ontsmetten (zie hoofdstuk 11).Z Als het voertuig gedurende meerdere dagen niet wordt gebruikt of bij vorst-gevaar niet wordt verwarmd, de totale waterinstallatie leegmaken. Zorg ervoor dat de 12-V-voorziening op het paneel is uitgeschakeld. De water-pomp loopt anders warm en kan beschadigd worden. De waterkranen in de middelste stand geopend laten. Het veiligheids-/aftapventiel (indien aan-wezig) en alle aftapkranen geopend laten. Zo kunnen vorstschade aan de inbouwapparatuur, vorstschade aan het voertuig en afzettingen in water-voerende componenten worden vermeden.

17Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden33Voor het rijdenHoofdstukoverzichtIn dit hoofdstuk staat belangrijke informatie over wat u voor het begin van de rit in acht moet nemen en welke handelingen u voor de rit moet uitvoeren.De instructies hebben betrekking op:z de sleutelsz het kentekenbewijsz het aankoppelen aan en afkoppelen van het trekvoertuigz de aanhangerkoppelingz het aanhangerregelsysteemz het rangeersysteemz de bijlading en de berekening hiervanz de juiste belading van de caravanz de buitenspiegelsz het opbergen van de televisiez het vergrendelen van componentenAan het einde van het hoofdstuk vindt u een checklist, waarin de belangrijkste punten nog eens zijn samengevat.3.1 SleutelsBij de caravan ontvangt u twee sleutels (Afb.

1).De sleutels passen op:z de ingangsdeurz de serviceluikenz het toiletluikz het gaskastluikAltijd een reservesleutel bewaren buiten het voertuig. Het betreffende sleutel-nummer noteren. Bij verlies kunnen onze geautoriseerde dealers en werk-plaatsen u verder helpen.3.2 KentekenbewijsUw caravan moet voorzien zijn van een kentekenbewijs. De nationale bepa-lingen met betrekking tot het kentekenbewijs in acht nemen.Houd er rekening mee, dat in sommige landen naast het EU-nummerbord een aparte landensticker verplicht is.Afb. 1 Sleutels

18 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden33. 3 AankoppelenAankoppelen:  De caravan aankoppelen (zie sectie 3. 5). De koppelingsmond en de kogel moeten in elkaar grijpen en mogen niet los op elkaar liggen. De koppelings-mond moet de kogel volledig omsluiten.  De kabel van de afbreekrem met een lus om de kogelkop van de trekhaak van het trekvoertuig hangen. Daarbij op de lengte van de kabel letten: De kabel mag niet over de grond slepen of in bochten de remfunctie activeren.  Het neuswiel helemaal naar boven draaien. Daarna het neuswiel optrekken en in de rijrichting zetten.  De aansluitstekker van de caravan in de contactdoos van het trekvoertuig steken. Erop letten, dat de neuzen van het beschermingsdeksel aan de stekker ingrijpen. De neuzen verhinderen, dat de stekker tijdens de rit los-raakt.

X Bij het aan- of afkoppelen van een aanhanger is voorzichtigheid geboden. Ongeval- en verwondingsgevaar. X Tijdens het rangeren voor het aan- of afkoppelen mag niemand zich tussen het trekvoertuig en de aanhanger bevinden. X Rekening houden met de toelaatbare oplegdruk en achterasbelasting van het trekvoertuig. Oplegdruk en achterasbelasting mogen niet worden overschreden. Voor de waarden van de steun- en achteras-belasting zie het kentekenbewijs van het voertuig en de papieren van de aanhangerkoppeling. X Let erop, dat het inwendige van de koppeling niet is vervuild en dat de beweegbare delen van de koppeling (niet de kogelopname) zijn gesmeerd. X Bij gebruik van een veiligheidskoppeling de kogel niet smeren. De fric-tievoeringen worden tegen de kogel aan gedrukt en genereren daardoor een slingerdempingsmoment.

Deze slingerdemping is alleen dan gega-randeerd, als de kogel van het trekvoertuig wordt ontdaan van vet en andere achterblijfselen. Let er bij het insmeren van de veiligheidskoppe-ling op, dat er geen olie of vet op de frictievoeringen belandt.

Z Caravan met oplooprem: Caravan niet met opgelopen rem aan- of afkop-pelen. Z Aanhangerkoppeling met afneembare trekhaak: Als de trekhaak verkeerd gemonteerd is, kan de aanhanger losbreken. Gebruiksaanwijzing van de aanhangerkoppeling in acht nemen. Z Niet op de disselafdekking gaan staan. Gevaar voor breuk. Z Om het voertuig aan te koppelen het neuswiel omlaag draaien en op de grond laten rusten. Z De stabiliseringshendel van de veiligheidskoppeling mag niet worden gebruikt als rangeerhulp. Z Controleren of de aansluitstekker van de caravan in de contactdoos van het trekvoertuig past. Als aansluitstekker en contactdoos verschillen, bij de geautoriseerde dealers en werkplaatsen naar aansluitmogelijkheden infor-meren. Z Verdere informatie over de veiligheidskoppeling ontlenen aan de aparte gebruiksaanwijzing van de fabrikant.

19Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3 De verbindingskabel in een losse strik over de dissel leggen. Let erop, dat hij niet over de grond kan slepen. Controleren of de aanhangerkoppeling juist op de koppelingskogel zit. Let op de veiligheidsindicatie. Controleren of alle kriksteunen en het neuswiel omhoog zijn gedraaid.  De lichtinstallatie van de caravan controleren bij aangesloten trekvoertuig.3.4 AfkoppelenAfkoppelen:  Handrem van de caravan aantrekken. De wielkeggen tegen beide wielen aan leggen. De aansluitstekker van de caravan uit de contactdoos van het trekvoertuig trekken en in de houder van de dissel steken. De kabel van de afbreekrem van het trekvoertuig verwijderen. Het neuswiel naar beneden draaien, tot het stevig op de grond staat.

Ver-volgens de aanhangerkoppeling losmaken. Met behulp van het neuswiel de dissel zover optillen, tot het trekvoertuig zonder gevaar kan worden weggereden.3.5 Aanhangerkoppelingen3.5.1 Veiligheidskoppeling AKS 1300Aankoppelen:  Stabiliseringshendel (Afb. 2,1) in de bovenste stand zetten. Handwiel (Afb. 2,2) tegen de klok in open-stand draaien tot aan de aan-slag.X Bij het aan- of afkoppelen van een aanhanger is voorzichtigheid geboden. Ongeval- en verwondingsgevaar!X Let voor het aankoppelen bovendien op de veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing.Z Niet op de disselafdekking gaan staan. Gevaar voor breuk!Z Voor het aankoppelen zorgen dat de kogelkop van de trekhaak schoon en vetvrij is.Afb. 2 Veiligheidskoppeling AKS 1300

20 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3 Koppelingsgreep (Afb. 2,3) naar boven trekken.  Geopende veiligheidskoppeling op trekhaakkogel zetten. De koppelings-greep vergrendelt hoorbaar en gaat terug in de uitgangspositie.  Aanvullend de koppelingsgreep met de hand (niet met de voet) naar beneden duwen. Het sluiten en vergrendelen gebeurt automatisch.  Zichtcontrole uitvoeren: De groene cilinder van de veiligheidsindicatie (Afb. 2,4) moet zichtbaar zijn.  Handwiel met de klok mee dichtdraaien, tot de draaimomentbegrenzing hoorbaar en merkbaar doorratelt.  Stabiliseringshendel naar beneden duwen, tot de markering op de stabili-seringshendel overeenkomt met die van de stabiliseringsbehuizing (Afb. 2,5). 3. 5. 2 Veiligheidskoppeling AKS 3004Aankoppelen:  De stabiliseringshendel (Afb. 3,1) tot aan de aanslag naar boven trekken.

 Koppelingsgreep (Afb. 3,2) naar boven trekken.  Geopende veiligheidskoppeling op trekhaakkogel zetten. De koppelings-greep vergrendelt hoorbaar en gaat terug in de uitgangspositie.  Aanvullend de koppelingsgreep met de hand (niet met de voet) naar beneden duwen. Het sluiten en vergrendelen gebeurt automatisch.  Zichtcontrole uitvoeren: De groene cilinder van de veiligheidsindicatie (Afb. 3,3) moet zichtbaar zijn.  De stabilisatie-inrichting activeren. Daarvoor de stabiliseringshendel (Afb. 3,1) tot aan de aanslag naar beneden duwen.  Zichtcontrole uitvoeren: De pijl (Afb. 4,2) moet op de markering "2" (Afb. 4,1) staan. 3. 6 Aanhangerregelsysteem (ATC) (speciale uitvoering)Afb. 3 Veiligheidskoppeling AKS 3004Afb. 4 Controle "AKS gesloten"X De permanent plus op de aansluitcontactdoos op het trekvoertuig moet met 15 A of 20 A zijn beveiligd. Brandgevaar.

21Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3 Aanhanger aankoppelen. De aanhanger middels de aansluitkabel aan het trekvoertuig koppelen. Het aanhangerregelsysteem start een zelftest. De controle-LED (Afb. 5,1) op de aanhanger licht ca. 3 seconden rood op. Controleren of de controle-LED na de zelftest groen brandt. Het aanhan-gerregelsysteem is nu actief.3.7 Rangeersysteem (speciale uitvoering)Z Neem ook de gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht.Afb.

5 Controle-LED1 Controle-LEDX Tijdens het rangeren mogen zich geen personen in de caravan bevinden.X Tijdens het rangeren mogen zich geen personen (met name kinderen) in het rangeerbereik bevinden.X Bij functiestoringen handrem aantrekken.X Het rangeersysteem niet als handrem gebruiken.X De afstandsbediening ontoegankelijk voor kinderen bewaren.X Voor het begin van de rit de aandrijfrollen altijd van de banden weg-draaien. Wanneer de aandrijfrollen tijdens de rit tegen de banden zijn gedraaid, kunnen de banden klappen.Z Voor het rangeren de banden en aandrijfrollen controleren en zo nodig scherpe stenen en dergelijke verwijderen.Z Bij het rangeren tegen stijgende hellingen de dissel altijd naar het dal richten. Zo wordt voorkomen dat het voertuig naar achteren afglijdt.Z Gevoelige apparaten zoals camera's of DVD-spelers niet in de onmiddel-lijke buurt van de besturing of de kabel bewaren.

Het rangeersysteem genereert in bedrijf elektromagnetische velden, die zulke apparaten beschadigen kunnen.Z Bij het rangeren mag de afstand tussen de afstandsbediening en het midden van het voertuig maximaal 10 meter bedragen.Z Na het uitschakelen van het rangeersysteem via de afstandsbediening blijft de besturing in de stand-by-modus. Om het rangeersysteem volledig uit te schakelen, moet het van de stroomtoevoer worden losgekoppeld.

22 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3Met het rangeersysteem (Mover) kan het voertuig zonder extra hulpmiddelen worden verplaatst.AfstandsbedieningHet voertuig wordt met de pijltjestoetsen op de afstandsbediening (Afb. 6) bestuurd. In de volgende tabel wordt de functie van de afzonderlijke pijltjes-toetsen beschreven:Z Na het rangeren de 13-polige stekker uit de veiligheidscontactdoos trekken. De woonruimteaccu wordt anders te snel ontladen.Z Wanneer beide remlichten defect zijn, is het stroomcircuit van de veilig-heidscontactdoos niet gesloten. Het rangeersysteem werkt dan niet.Z Wanneer bij ingeschakelde afstandsbediening ca. 2 minuten lang geen toets wordt ingedrukt of ca.

23Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3Rangeren:  Voertuig afkoppelen (zie sectie 3.4). 13-polige stekker in de veiligheidscontactdoos van het rangeersysteem steken. Schuifschakelaar (Afb. 7,3) op de afstandsbediening (Afb. 7,1) op "AAN" (I) zetten. Als de groen LED (Afb. 7,2) brandt, is het rangeersysteem bedrijfsklaar. Aan beide zijden de aandrijfrollen tegen de banden draaien. Daarvoor de toetsen "aandraaien" (Afb. 7,4 en 7) indrukken. Handrem loszetten en wielkeggen verwijderen. Het voertuig met de pijltjestoetsen (Afb. 7,8) in de gewenste positie bewegen. Handrem weer aantrekken (zie sectie 5.1). Aan beide zijden de aandrijfrollen van de banden wegdraaien. Daarvoor de toetsen "wegdraaien" (Afb. 7,5 en 6) indrukken. Schuifschakelaar (Afb.

7,3) op de afstandsbediening op "UIT" (0) zetten.3.8 BijladingDe caravan zo beladen, dat de trekdissel op de koppelingskop niet via de toe-gestane oplegdruk naar beneden wordt gedrukt. De zware voorwerpen moeten dicht bij de as liggen en een gewichtscentrum opbouwen in het midden van de wagen.Afb. 7 AfstandsbedieningZ Verdere informatie ontlenen aan de aparte gebruiksaanwijzing van de fabrikant.X Het overladen van het voertuig en een verkeerde bandenspanning kunnen het klappen van de banden tot gevolg hebben. Het voertuig kan uit controle raken.X In de voertuigpapieren is alleen de technisch toegelaten totale massa en de massa in rijklare toestand aangegeven, maar niet het daadwerkelijke gewicht van het voertuig.

Voor uw eigen veiligheid raden wij aan het beladen voertuig (met alle voorwerpen die op reis in het voertuig mee getransporteerd worden) voor het begin van de rit op een weegbrug te wegen.Z De in de voertuigpapieren opgegeven technisch toegelaten totale massa door de bijlading niet overschrijden.Z Ingebouwd toebehoren en speciale uitvoeringen reduceren de belading.Z De in de voertuigpapieren opgegeven asbelastingen aanhouden.

24 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3Bij het beladen van de caravan letten op:z het maximaal toelaatbare aanhangwagengewichtz de maximaal toelaatbare oplegdruk (bijv. 50 kg)z de minimum oplegdruk conform de nationale bepalingenDeze gegevens zijn vermeld in de gebruiksaanwijzing van het trekvoertuig. 3. 8. 1 BegrippenTechnisch toegelatentotale massa in beladentoestandDe technisch toegelaten totale massa in beladen toestand is het gewicht dat een voertuig nooit mag overschrijden. De technisch toegelaten totale masse in beladen toestand bestaat uit de massa in rijklare toestand en de bijlading. De technisch toegelaten totale massa in de beladen toestand is door de fabri-kant in de voertuigpapieren aangegeven. Toegestane massa De toegestane massa is het gewicht dat door de fabrikant voor het verlenen van de bedrijfsvergunning opgegeven wordt.

De toegestane massa mag de technisch toegestane totale massa in beladen toestand nooit overschrijden. Massa in rijklare toestand De massa in rijklare toestand is het gewicht van het rijklare standaardvoertuig. De massa in rijklare toestand bestaat uit:z Leeg gewicht (massa van het lege voertuig) met de in de fabriek inge-bouwde standaarduitrustingz Gewicht van de basisuitrustingDe basisuitrusting bestaat uit alle uitrustingen en vloeistoffen die voor een veilig en reglementair gebruik van het voertuig noodzakelijk zijn. Het gewicht van de basisuitrusting bevat:z Een voor 100 % gevuld watersysteem (watertank en leidingen)z Voor 100 % gevulde gasflessenz Een gevuld verwarmingssysteemz Een gevuld toiletspoelsysteemz De voedingskabels voor de 230-V-voorzieningz Het inbouwpakket voor een extra accu, als een extra accu mogelijk isDe afvalwatertank en de fecaliëntank zijn leeg.

25Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3De massa in rijklare toestand is door de fabrikant in de voertuigpapieren aan-gegeven.Bijlading De bijlading bestaat uit:z Bijkomende uitrustingz Persoonlijke uitrustingVerklaringen bij de afzonderlijke bestanddelen van de bijlading vindt u in de volgende tekst.Bijkomende uitrusting Tot de bijkomende uitrusting behoren toebehoren en speciale uitvoeringen. Voorbeelden voor bijkomende uitrusting zijn:z Reservewielz Fietsenrekz Satellietinstallatiez Magnetronz WarmwatervoorzieningDe gewichten van de verschillende speciale uitvoeringen zijn in hoofdstuk 15 aangegeven of kunnen bij de fabrikant worden opgevraagd.Persoonlijke uitrusting De persoonlijke uitrusting omvat alle in het voertuig meegenomen voor-werpen, die niet bij de bijkomende uitrusting zijn inbegrepen.

Bij de persoon-lijke uitrusting worden bijvoorbeeld gerekend:z Levensmiddelenz Serviesz Televisiez Radioz Kledingz Beddengoedz Speelgoedz Boekenz ToiletartikelenBovendien worden tot de persoonlijke uitrusting gerekend, onafhankelijk van de opbergplek:z Fietsenz Botenz Surfplankenz SportuitrustingenVoor de persoonlijke uitrusting moet de fabrikant conform de geldende bepa-lingen met tenminste een gewicht rekening houden dat volgens de volgende formule wordt berekend:Formule Minimumgewicht M (kg) = 10 x N + 10 x L + 30Voorbeeld voor deberekening van debasisuitrustingWatertank met 16 l 16 kgAluminium gasfles (11 kg gas + 5,5 kg fles) + 16,5 kg230-V-voedingskabel + 4 kgTotaal = 36,5 kgZ De bijlading van het voertuig kan verhoogd worden door de massa in rij-klare toestand te verminderen. Hiervoor is het bijvoorbeeld toegestaan om de vloeistofreservoirste legen of de gasflessen te verwijderen.

26 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3Verklaring N = max. aantal bedden, zoals door de fabrikant opgegeven L = totale lengte van de caravan in meter, dissel niet meegerekendVoorbeeld Caravan met 4 bedden en met een lengte van 5 m:Minimumgewicht M (kg) = 10 x 4 bedden + 10 x 5 meter + 30 = 120 kg3. 8. 2 Berekening van de bijladingDe bijlading (zie sectie 3. 8. 1) is het verschil in gewicht tussenz De technisch toegelaten totale massa in beladen toestand enz De massa van het voertuig in rijklare toestand. De berekening van de bijlading uit het verschil tussen de technisch toegelaten totale massa in beladen toestand en de door de fabrikant aangegeven massa in rijklare toestand is echter slechts een theoretische waarde.

Alleen als het voertuig met gevulde tanks, gevulde gasflessen en complete bij-komende uitrusting op een weegbrug wordt gewogen, kan de feitelijke bijla-ding worden vastgesteld. Het verschil tussen de technisch toegelaten totale massa in beladen toestand en het gewogen gewicht van het voertuig is de feitelijke bijlading. Het resultaat is het gewicht dat aan persoonlijke uitrusting daadwerkelijk kan worden bijgeladen. X De berekening van de bijlading in de fabriek is gedeeltelijk gebaseerd op gemiddelde gewichten. De technisch toegelaten totale massa in de beladen toestand mag uit veiligheidsoverwegingen echter in geen geval worden overschreden. X In de voertuigpapieren is alleen de technisch toegelaten totale massa en de massa in rijklare toestand aangegeven, maar niet het daadwerkelijke gewicht van het voertuig.

Voor uw eigen veiligheid raden wij aan het beladen voertuig (met alle voorwerpen die op reis in het voertuig mee getransporteerd worden) voor het begin van de rit op een weegbrug te wegen.

27Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden33.8.3 Caravan juist beladenDe aanbevolen verdeling van de bijlading kan niet consequent worden door-gevoerd, aangezien de opbergmogelijkheden over de gehele binnenruimte van de caravan zijn verdeeld. Let erop, dat zware delen in de buurt van de as en in het onderste gedeelte, d.w.z. vlak boven de onderzijde van de caravan worden opgeborgen. Zware voorwerpen (voortent, conserven e. d.) eventueel in het trekvoertuig opbergen.Verkeerd beladen Uit elkaar liggende lasten (Afb. 8) doen de caravan slingeren. Juist beladen Zware voorwerpen zoals voortent, conserven e. d. niet in de caravan, maar in het trekvoertuig onderbrengen. Fietsen op het dak van het trekvoertuig beves-tigen. Alle lasten opbergen (Afb.

9) in de buurt van de as.X De technisch toegelaten totale massa nooit overschrijden.X De lading gelijkmatig op de linker- en rechterzijde van het voertuig ver-delen.X Alle voorwerpen zo opbergen dat deze niet kunnen wegglijden.X Zware voorwerpen (voortent, conserven e. d.) in de buurt van de as opbergen. Voor het opbergen van zware voorwerpen zijn vooral dieper-gelegen opbergruimten geschikt, waarvan de deuren niet in de rijrichting kunnen worden geopend.X Lichtere voorwerpen (wasgoed) in de dakopbergkasten opbergen.X De caravan nooit achteraan beladen.Afb. 8 Verkeerde gewichtsverdelingAfb. 9 Juiste gewichtsverdeling

28 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden33. 8. 4 Aanhangwagengewicht, oplegdruk en asbelastingAanhangwagengewicht Het in de voertuigpapieren opgegeven aanhangwagengewicht (Afb. 10,1) van het trekvoertuig geeft uitsluitsel welk maximum gewicht het trekvoertuig mag trekken. Het aanhangwagengewicht heeft betrekking op het daadwerkelijke gewicht van de caravan en niet op de technisch toegelaten totale massa van de caravan. Voorbeeld Het trekvoertuig mag 1200 kg trekken. Als de caravan een technisch toege-laten totale massa van 1200 kg heeft en feitelijk 900 kg weegt, kunt u deze met 300 kg extra beladen. Als de caravan daarentegen een technisch toege-laten totale massa van 1400 kg heeft, mag deze slechts tot maximaal 1200 kg worden beladen. Oplegdruk De oplegdruk (Afb.

10,2) geeft aan, welk gewicht de dissel van de caravan op de aanhangerkoppeling van het trekvoertuig mag hebben. Informatie daarover is te vinden in de beschrijving van de aanhangerkoppeling en in de voertuig-papieren. Een aanhangerkoppeling, die een toelaatbare oplegdruk van 50 kg heeft, mag dus geen beladen caravan met een oplegdruk van 75 kg hebben. Daarnaast moet bij de technisch toegelaten totale massa van het trekvoertuig rekening worden gehouden met de oplegdruk. Eventueel moet de bijlading in het trekvoertuig gereduceerd worden met de som van de oplegdruk. De technisch toegelaten totale massa voor het trekvoertuig en voor de caravan nooit overschrijden. Alleen als de oplegdruk optimaal op de combinatie uit trekvoertuig en caravan is afgestemd, bereikt de combinatie de grootste rijstabiliteit en verkeersveilig-heid op de weg.

29Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden3 De oplegdruk voor iedere rit controleren, bijv. met een weegbrug voor oplegdruk. Om een correcte waarde te krijgen, de weegbrug voor opleg-druk verticaal onder de koppelingsmond positioneren en de dissel van de caravan horizontaal zetten. De bijlading in de caravan zo verdelen dat de gemeten oplegdruk zo dicht mogelijk in de buurt van de maximaal mogelijke oplegdruk komt. De maxi-maal mogelijke oplegdruk daarbij niet overschrijden.Asbelasting De asbelasting (Afb. 10,3) is eveneens in de voertuigpapieren van het trek-voertuig aangegeven en geeft de toelaatbare maximale belasting voor voor- en achteras aan. De asbelasting mag door een aanhanger niet worden over-schreden.

Bovenstaande tekening toont welke krachten waar in de onderzij-deplaat werken.3.8.5 Dakreling en ladder achter (Averso Nature)Bij de dakreling en de ladder achter gaat het in eerste instantie om design-ele-menten (design-pakket nature).De dakreling is niet geschikt voor het transporteren van daklasten.De ladder achter kan worden gebruikt om het dak van het voertuig beter te kunnen reinigen.X De dakreling niet voor het transporteren van daklasten gebruiken.Afb. 11 Dakreling Afb. 12 Ladder achter

30 Premio/Averso - 13/14 - Ausgabe 09/13 - 2354610 - BUE-0012-11NLVoor het rijden33. 8. 6 Fietsenrek (speciale uitvoering)Fietsenrek aan devoorkantHet fietsenrek wordt met het montagemateriaal aan de bomen van de dissel bevestigd. Fietsen bevestigen: Fietsen op het fietsenrek (Afb. 13,2) zetten en met Quick-riemen (Afb. 13,1) vastbinden. Fietsenrek aanachterwandHet fietsenrek is al naargelang het model aan de bovenzijde direct aan de ach-terwand vastgeschroefd of in speciale houders aan de achterkant gehangen. Onder de auto is het fietsenrek aan de vloerplaat vastgeschroefd. X Bij het beladen van het fietsenrek moet men rekening houden met de toelaatbare asbelastingen en de technisch toegelaten totale massa. X De minimum oplegdruk niet onderschrijden. X Fietsen mogen aan de zijkant, gemeten vanaf de buitenranden van de achterlichten, maximaal 40 cm uitsteken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Burstner Averso Plus (2014) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden