Bosch LR 60 Professional Handleiding

Bosch Receiver LR 60 Professional

Bekijk gratis de handleiding van Bosch LR 60 Professional (253 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Bosch LR 60 Professional of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/253
1 609 92A 7M6 (2022.05) T / 253
1 609 92A 7M6
LR Professional
60 | 65 G
deOriginalbetriebsanleitung
enOriginal instructions
frNotice originale
esManual original
ptManual original
itIstruzioni originali
nlOorspronkelijke gebruiksaanwijzing
daOriginal brugsanvisning
svBruksanvisning i original
noOriginal driftsinstruks
fiAlkuperäiset ohjeet
elΠρωτότυπο οδηγιών χρήσης
trOrijinal işletme talimatı
plInstrukcja oryginalna
csPůvodní návod k používání
skPôvodný návod na použitie
huEredeti használati utasítás
ruОригинальное руководство по
эксплуатации
ukОригінальна інструкція з
експлуатації
kkПайдалану нұсқаулығының
түпнұсқасы
roInstrucțiuni originale
bgОригинална инструкция
mkОригинално упатство за работа
srOriginalno uputstvo za rad
slIzvirna navodila
hrOriginalne upute za rad
etAlgupärane kasutusjuhend
lvInstrukcijas oriģinālvalodā
ltOriginali instrukcija
ar
Robert Bosch Power Tools GmbH
70538 Stuttgart
GERMANY
www.bosch-pt.com

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bosch
Categorie: Receiver
Model: LR 60 Professional

Handleiding Bosch LR 60 Professional – volledige tekst

NederlandsVeiligheidsaanwijzingenAlle aanwijzingen moeten gelezen en in achtgenomen worden. Wanneer het meetge-reedschap niet volgens de beschikbare aan-wijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïnte-greerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereed-schap belemmerd worden. BEWAAR DEZE AANWIJZIN-GEN ZORGVULDIG. u Laat het meetgereedschap alleen repareren door ge-kwalificeerd geschoold personeel en alleen met origi-nele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaar-borgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in standblijft. u Werk met het meetgereedschap niet in een omgevingwaar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbarevloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof be-vinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaandie het stof of de dampen tot ontsteking brengen. u Bij het gebruik van het meetgereedschap klinken on-der bepaalde omstandigheden luide signaaltonen.

Houd daarom het meetgereedschap uit de buurt vanuw oor, resp. van andere personen. Het luide geluid kanhet gehoor beschadigen. Houd de magneet uit de buurt van implanta-ten en andere medische apparaten, zoals pa-cemakers en insulinepompen. Door de mag-neet wordt een veld opgewekt dat de werkingvan implantaten en medische apparaten kanverstoren. u Houd het meetgereedschap uit de buurt van magneti-sche gegevensdragers en magnetisch gevoelige appa-ratuur. Door de werking van de magneten kan onherroe-pelijk gegevensverlies optreden. u Voorzichtig. Bij het gebruik van het meetgereedschapmet Bluetooth® kunnen storingen bij andere apparatenen installaties, vliegtuigen en medische apparaten(bijv. pacemakers, hoorapparaten) ontstaan. Even-eens kan schade aan mens en dier in de directe omge-ving niet volledig uitgesloten worden.

Gebruik hetmeetgereedschap met Bluetooth® niet in de buurt vanmedische apparaten, tankstations, chemische instal-laties, zones met explosiegevaar en in zones waar ge-bruik wordt gemaakt van explosieven. Gebruik hetmeetgereedschap met Bluetooth® niet in vliegtuigen.

56 | NederlandsHet woordmerk Bluetooth® evenals de beeldtekens (lo-go's) zijn geregistreerde handelsmerken en eigendomvan Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van dit woordmerk/deze beeldtekens door Robert Bosch Power Tools GmbHgebeurt onder licentie. Beschrijving van product en werkingNeem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel vande gebruiksaanwijzing. Beoogd gebruikDe laserontvanger is bestemd voor het snel vinden van rote-rende laserstralen met de in de technische gegevens vermel-de golflengte. De laserontvanger LR60 is bovendien bestemd voor de be-sturing van de GRL600CHV per Bluetooth®, de laserontvan-ger LR65G voor de besturing van de GRL650CHVG. De laserontvanger is geschikt voor gebruik binnen en buiten. Afgebeelde componentenDe componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding vande laserontvanger op de pagina met afbeeldingen.

B) afhankelijk van de afstand tussen laserontvanger en rotatielaser evenals van laserklasse en lasertype van de rotatielaserC) De ontvangstnauwkeurigheid kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) nadelig worden beïnvloed. D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing. E) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding nietmogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen. F) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimtenen door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc. ) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt.

MontageBatterijen plaatsen/verwisselenVoor het gebruik van de laserontvanger worden alkaliman-gaanbatterijen geadviseerd. Draai de vergrendeling(14) van het batterijvakdeksel (bijv. met een muntstuk) in stand. Klap hetbatterijvakdeksel(13) open en plaats de batterijen. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgensde afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. Sluit het batterijvakdeksel(13) en draai devergrendeling(14) van het batterijvakdeksel in stand. De batterij-aanduiding(i) geeft de laadtoestand van de bat-terijen van de laserontvanger aan:Aanduiding Capaciteit50−100%5−50%2−5%Aanduiding Capaciteit0−2%Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterij-en van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. u Haal de batterijen uit de laserontvanger, wanneer udeze langere tijd niet gebruikt.

58 | NederlandsAanduiding Capaciteit0−5%GebruikIngebruiknameu Bescherm de laserontvanger tegen vocht en fel zon-licht. u Stel de laserontvanger niet bloot aan extreme tempe-raturen of temperatuurschommelingen. Laat deze bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat de la-serontvanger bij grotere temperatuurschommelingeneerst op de juiste temperatuur komen, voordat u hem ingebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuur-schommelingen kan de nauwkeurigheid van de laseront-vanger nadelig worden beïnvloed. u Houd de werkzone vrij van obstakels die de laserstraalzouden kunnen reflecteren of belemmeren. Dek bijv. spiegelende of glanzende oppervlakken af. Meet nietdoor glazen ruiten of soortgelijke materialen heen. Door een gereflecteerde of belemmerde laserstraal kun-nen de meetresultaten worden vervalst.

Laserontvanger plaatsen (zie afbeeldingA)Plaats de laserontvanger zodanig dat de laserstraal hetontvangstveld(1) kan bereiken. Lijn deze zodanig uit dat delaserstraal dwars door het ontvangstveld loopt (zoals op deafbeelding getoond). Bij rotatielasers met meerdere gebruiksmodi kiest u horizon-tale of verticale modus met de hoogste rotatiesnelheid. In-/uitschakelenu Bij het inschakelen van de laserontvanger is een luidgeluidssignaal te horen. Houd daarom de laserontvan-ger bij het inschakelen uit de buurt van uw oor of vanandere personen. Het harde geluid kan het gehoor be-schadigen. Om de laserontvanger in te schakelen drukt u op de aan/uit-toets (19). Alle displayaanduidingen en alle LED’s lichtenkort op en er is een geluidssignaal te horen. Om de laserontvanger uit te schakelen, houdt u de aan/uit-toets(19) zolang ingedrukt tot alle LED's kort oplichten enhet display dooft.

Behalve de instelling van de displayver-lichting worden alle instellingen bij het uitschakelen van delaserontvanger opgeslagen. Als ca. 10min. geen toets op de laserontvanger wordt inge-drukt en het ontvangstveld(1) 10min.

lang niet door een la-serstraal wordt bereikt, dan schakelt de laserontvanger au-tomatisch uit om de batterijen te sparen. Verbinding met rotatielaserBij levering zijn rotatielaser en de meegeleverde laserontvan-ger al via Bluetooth® verbonden. Bij een bestaande verbin-ding verschijnt de aanduiding verbinding via Bluetooth®(b)op het display van de laserontvanger. Om de laserontvanger opnieuw te verbinden of om nog eenlaserontvanger met de rotatielaser te verbinden, houdt u detoets Bluetooth® op de rotatielaser zolang ingedrukt tot hetsymbool voor de verbindingsopbouw met afstandsbedie-ning/laserontvanger op het display van de rotatielaser ver-schijnt. Houd daarna de toetsen X‑as(16) en Y‑as(15) opde laserontvanger zo lang ingedrukt tot in detekstaanduiding(e) van de laserontvanger P‑‑ verschijnt.

Het maken van een geslaagde verbinding wordt op het dis-play van de rotatielaser bevestigd. In de tekstaanduiding (e)van de laserontvanger verschijnt POK. Als de verbinding tussen rotatielaser en laserontvanger nietkan worden gemaakt, dan verschijnt in detekstaanduiding(e) van de laserontvanger PNK en op hetdisplay van de rotatielaser verschijnt de foutmelding over demislukte verbinding. Voor het verhelpen van de fout raad-pleegt u de gebruiksaanwijzing van de rotatielaser.

RichtingaanduidingenDe positie van de laserstraal in het ontvangstveld (1) wordtaangegeven:– op het display(5) op de voor- en achterkant van de laser-ontvanger door de richtingaanduiding „Laserstraal ondermiddenlijn“(f), de richtingaanduiding „Laserstraal bovenmiddenlijn“(j) of de aanduiding middenlijn(h),– optioneel door de rode LED-richtingaanduiding „Laser-straal onder middenlijn“(4), de blauwe LED-richtingaan-duiding „Laserstraal boven middenlijn“(2) evenals degroene LED middenlijn(3) op de voorkant van de laser-ontvanger,– optioneel door het geluidssignaal.

Als de laserstraal voor het eerst door het ontvangstveld(1)loopt, is altijd een kort geluidssignaal te horen en de rodeLED-richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“(4)evenals de blauwe LED-richtingaanduiding „Laserstraal bo-ven middenlijn“(2) lichten kort op (ook wanneer geluidssig-naal en/of LED-richtingaanduidingen werden uitgescha-keld). Laserontvanger te laag: loopt de laserstraal door de boven-ste helft van het ontvangstveld(1), dan verschijnt de rich-tingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“(j) op het dis-play. Bij ingeschakelde LED's brandt de blauwe LED-richtingaan-duiding „Laserstraal boven middenlijn“(2). Bij ingeschakeld geluidssignaal is een signaal in een lang-zaam ritme te horen. Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl naar bo-ven.

Bij het naderen van de middenlijn wordt alleen nog depunt van de richtingaanduiding „Laserstraal bovenmiddenlijn“(j) weergegeven. Laserontvanger te hoog: loopt de laserstraal door de on-derste helft van het ontvangstveld(1), dan verschijnt derichtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“(f) op hetdisplay. Bij ingeschakelde LED's brandt de rode LED-richtingaandui-ding „Laserstraal onder middenlijn“(4). Bij ingeschakeld geluidssignaal is een signaal in een snel rit-me te horen. 1 609 92A 7M6 | (12. 05. 2022) Bosch Power Tools.

Nederlands | 59Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omlaag. Bij het naderen van de middenlijn wordt alleen nog de puntvan de richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“(f)weergegeven. Laserontvanger in het midden: loopt de laserstraal terhoogte van de middenlijn door het ontvangstveld(1), danverschijnt de aanduiding middenlijn(h) op het display. Bij ingeschakelde LED's brandt de groene LEDmiddenlijn(3). Bij ingeschakeld geluidssignaal is een permanent signaal tehoren. Geheugenfunctie laatste ontvangst: als de laserontvangerzodanig wordt bewogen dat de laserstraal hetontvangstveld(1) weer verlaat, dan knippert gedurende kor-te tijd de laatst weergegeven richtingaanduiding „Laserstraalboven middenlijn“(j) of de richtingaanduiding „Laserstraalonder middenlijn“(f). Deze aanduiding kan via het instel-lingsmenu worden in- of uitgeschakeld.

Aanduiding relatieve hoogte (zie afbeeldingB)Als de laserstraal het ontvangstveld(1) raakt, dan verschijntde afstand tussen laserstraal en middenlijn van de laseront-vanger als absolute waarde in de tekstaanduiding(e) op hetdisplay. De maateenheid van de hoogteaanduiding kan in het instel-lingsmenu worden gewijzigd ("mm" of "in" [inch]). DisplayverlichtingDe displays(5) op voor- en achterkant van de laserontvan-ger beschikken over een displayverlichting. De displayver-lichting wordt ingeschakeld:– bij het inschakelen van de laserontvanger,– telkens als er op een toets wordt gedrukt,– wanneer de laserstraal over het ontvangstveld(1) be-weegt. De displayverlichting schakelt automatisch uit:– 30s nadat op een toets werd gedrukt, wanneer geen la-serstraal het ontvangstveld bereikt,– 2min.

nadat er op geen enkele toets werd gedrukt enwanneer de positie van de laserstraal in het ontvangstveldniet verandert. De displayverlichting kan in het instellingsmenu worden uit-geschakeld.

De instelling van de displayverlichting wordt bij het uitscha-kelen van de laserontvanger niet opgeslagen. Na het inscha-kelen van de laserontvanger is de displayverlichting altijd in-geschakeld. InstellingenInstelling van de aanduiding middenlijn kiezenU kunt vastleggen met welke nauwkeurigheid de positie vande laserstraal op het ontvangstveld(1) als „in het midden“wordt weergegeven. De actuele instelling van de aanduiding middenlijn is op deaanduiding ontvangstnauwkeurigheid(c) te zien. Om de ontvangstnauwkeurigheid te wijzigen, drukt u zo vaakop de toets instelling ontvangstnauwkeurigheid(18) tot degewenste instelling op het display verschijnt. Telkens bij hetdrukken op de toets instelling ontvangstnauwkeurigheid ver-schijnt gedurende korte tijd de betreffende waarde van deontvangstnauwkeurigheid in de tekstaanduiding(e).

De instelling van de ontvangstnauwkeurigheid wordt bij hetuitschakelen opgeslagen. Geluidssignaal voor het aangeven van de laserstraalDe positie van de laserstraal op het ontvangstveld(1) kandoor een geluidssignaal aangegeven worden. U kunt het volume wijzigen of het geluidssignaal uitschake-len. Druk voor het wisselen of uitschakelen van het geluidssig-naal op de toets geluidssignaal(20) tot het gewenste volumeop het display verschijnt. Bij een laag volume verschijnt deaanduiding geluidssignaal(g) op het display met één streep-je, bij een hoog volume met 3 streepjes, bij uitgeschakeldgeluidssignaal verdwijnt de aanduiding. Onafhankelijk van de instelling van het geluidssignaal is erter bevestiging van het feit dat de laserstraal voor het eersthet ontvangstveld(1) raakt, een kort signaal met een laagvolume te horen.

De instelling van het geluidssignaal wordt bij het uitschake-len van de laserontvanger opgeslagen. InstellingsmenuInstellingsmenu opvragen: druk tegelijkertijd kort op detoets X‑as(16) en de toets Y‑as(15).

Instelling binnen een submenu wijzigen: druk ofwel op detoets X‑as(16) of op de toets Y‑as(15) om tussen de instel-lingen te wisselen. De laatst gekozen instelling wordt bij hetverlaten van het menu automatisch opgeslagen. Submenu wisselen: drukt kort op de toets modusCenterFind(17) om naar het volgende submenu te gaan. Instellingsmenu verlaten: druk zo lang op de toets modusCenterFind(17) tot het instellingsmenu is beëindigd. Als al-ternatief wordt het instellingsmenu ongeveer 10s nadatvoor het laatst op een toets werd gedrukt, automatisch be-ëindigd. De volgende submenu's staan ter beschikking:– Maateenheid van de aanduiding relatieve hoogte: bijhet opvragen van de maateenheid-menu's verschijnt deactueel gekozen maateenheid in de tekstaanduiding(e),de beschikbare maateenheden zijn in de aanduidingmaateenheid(d) erboven te zien.

60 | Nederlands– Center-functies (CF/CL) (LR65G): er kan worden ge-kozen uit de modus CenterFind (CF) en de modusCenterLock (CL). De actuele modus verschijnt in detekstaanduiding(e). Behalve de instelling van de displayverlichting worden alleinstellingen bij het uitschakelen van de laserontvanger opge-slagen. FunctiesModus CenterFind (zie afbeeldingC)In de modus CenterFind probeert de rotatielaser automa-tisch, door een op- en neerwaartse beweging van de rotatie-kop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger uitde lijnen. De laserstraal kan bij een horizontale positie van de rotatie-laser met betrekking tot de X‑as van de rotatielaser, op deY‑as of op beide assen tegelijkertijd worden uitgelijnd (zie„Hellingbepaling met modus CenterFind (zie afbeeldingD)“,Pagina60). Bij een verticale positie van de rotatielaser isalleen een uitlijning op de Y‑as mogelijk.

Modus CenterFind starten:XYPlaats de rotatielaser en laserontvanger zodanig dat de la-serontvanger zich in richting van de X‑as of de Y‑as van derotatielaser bevindt. Lijn de laserontvanger zodanig uit datde gewenste as in een rechte hoek t. o. v. hetontvangstveld(1) staat. Moet de laserstraal op beide assen worden uitgelijnd, plaatsdan telkens een met de rotatielaser verbonden laserontvan-ger in richting van de X‑ en Y‑as. Elke laserontvanger moetzich binnen het draaibereik van ±8,5% van de rotatielaserbevinden. Schakel de rotatielaser in de rotatiemodus in. LR65G: In het instellingsmenu moet de Center-functie opmodus CenterFind (CF) gezet zijn. Bij uitlijning op twee as-sen van de rotatielaser geldt dat voor beide laserontvangers.

Moet de laserstraal tegelijkertijd op beide assen worden uit-gelijnd, dan moet de modus CenterFind op elke laseront-vanger apart worden gestart. Na het starten van de modus CenterFind beweegt de rota-tiekop op de rotatielaser op en neer. Tijdens het zoeken ver-schijnt in de tekstaanduiding(e) CFX (X‑as) of CFY (Y‑as). Als de laserstraal het ontvangstveld(1) ter hoogte van demiddenlijn van de laserontvanger raakt, dan verschijnt deaanduiding middenlijn(h) evenals in de tekstaanduiding(e)XOK (X‑as) of YOK (Y‑as). Op de rotatielaser wordt de waar-de van de gevonden helling weergegeven. De modusCenterFind wordt automatisch afgesloten. Modus CenterFind annuleren:Om de modus CenterFind te annuleren drukt u op de toetsmodus CenterFind(17) en houdt deze ingedrukt.

Verhelpen van fouten:Kon de laserstraal de middenlijn van de laserontvanger bin-nen het draaibereik niet vinden, dan verschijnt in detekstaanduiding(e) ERR en alle LED-richtingaanduidingenbranden. Druk op een willekeurige toets op de rotatielaseren een op de laserontvanger om de foutmeldingen te sluiten. Plaats de rotatielaser en laserontvanger opnieuw, zodat delaserontvanger zich binnen het draaibereik van ±8,5% vande rotatielaser bevindt. Let erop dat de laserontvanger t. o. v. de X‑as of de Y‑as is uitgelijnd, zodat de laserstraal horizon-taal door het ontvangstveld(1) kan lopen. Start dan de mo-dus CenterFind opnieuw. LR65G: Als beide assen van de rotatielaser op een laseront-vanger moeten worden uitgelijnd, dan moet op beide laser-ontvangers dezelfde Center-functie zijn ingesteld. Een com-binatie van modus CenterFind en modusCenterLock is nietmogelijk.

Hellingbepaling met modus CenterFind (zieafbeeldingD)Met behulp van de modus CenterFind kan de helling van eenvlak tot max. 8,5% worden gemeten. Plaats hiervoor de ro-tatielaser aan een uiteinde van het hellende vlak in horizon-tale positie op een statief. De X‑ of Y‑as van de rotatielasermoet in één lijn met de te bepalen helling zijn uitgelijnd. Schakel de rotatielaser in en laat deze nivelleren. Bevestig de laserontvanger met de houder op eenmeetlat(25). Plaats de meetlat dichtbij het meetgereed-schap (aan hetzelfde uiteinde van het hellende vlak). Lijn delaserontvanger op de meetlat in hoogte zodanig uit dat de la-serstraal van de rotatielaser als "in het midden" wordt weer-gegeven ➊. Plaats vervolgens de meetlat met de laserontvanger aan hetandere einde van het hellende vlak ➋. Let erop dat de posi-tie van de laserontvanger op de meetlat onveranderd blijft. 1 609 92A 7M6 | (12.

Nederlands | 61Start de modus CenterFind voor de as die op het hellendevlak is uitgelijnd. Na afsluiting van de modus CenterFindverschijnt op de rotatielaser de helling van het vlak. Modus CenterLock (LR65G)In de modus CenterLock probeert de rotatielaser automa-tisch, door een op- en neerwaartse beweging van de rotatie-kop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger uitde lijnen. Het verschil met de modus CenterFind is dat depositie van de laserontvanger continu gecontroleerd en dehelling van de rotatielaser automatisch aangepast wordt. Ophet display van de rotatielaser verschijnen geen hellings-waarden. De uitlijning is voor de X‑ en Y‑as mogelijk, zowel bij horizon-tale positie als bij verticale positie van de rotatielaser.

Modus CenterLock starten:XYPlaats de rotatielaser en laserontvanger zodanig dat de la-serontvanger zich in richting van de X‑as of de Y‑as van derotatielaser bevindt. Lijn de laserontvanger zodanig uit datde gewenste as in een rechte hoek t. o. v. hetontvangstveld(1) staat. Moet de laserstraal op beide assen worden uitgelijnd, plaatsdan telkens een met de rotatielaser verbonden laserontvan-ger in richting van de X‑ en Y‑as. Elke laserontvanger moetzich binnen het draaibereik van ±8,5% van de rotatielaserbevinden. Schakel de rotatielaser in de rotatiemodus in. In het instellingsmenu van de laserontvanger moet de Cen-ter-functie op modus CenterLock (CL) gezet zijn. Bij uitlij-ning op twee assen van de rotatielaser geldt dat voor beidelaserontvangers.

Moet de laserstraal tegelijkertijd op beide assen worden uit-gelijnd, dan moet de modus CenterLock op elke laseront-vanger apart worden gestart. Na het starten van de modus CenterLock beweegt de rota-tiekop op de rotatielaser op en neer. Tijdens het zoeken ver-schijnt in de tekstaanduiding(e) CLX (X‑as) of CLY (Y‑as). Als de laserstraal het ontvangstveld(1) ter hoogte van demiddenlijn van de laserontvanger raakt, dan verschijnt deaanduiding middenlijn(h) evenals in de tekstaanduiding(e)LOC. Op de rotatielaser verschijnt het symbool CenterLockop het startscherm voor de betreffende as. Bij positieveranderingen van laserontvanger of rotatielaserwordt de helling op de rotatielaser automatisch aangepast. u Let er bij het werken met de modus CenterLock zorg-vuldig op dat rotatielaser en laserontvanger niet perongeluk worden bewogen.

Door de automatische aan-passing van de helling bij elke positieverandering kunnener foute metingen ontstaan. Modus CenterLock annuleren:Om de modus CenterLock te annuleren of te beëindigendrukt u op de toets modus CenterFind(17) en houdt dezeingedrukt. Als de laserstraal op dat moment al met succes opde middenlijn van de laserontvanger was uitgelijnd, dan blijftde ingestelde helling op de rotatielaser ook bij annuleren vande modus CenterLock behouden. Verhelpen van fouten:Kon de laserstraal de middenlijn van de laserontvanger nietbinnen 2minuten vinden (ongeacht of bij start van de modusof na positieveranderingen), dan verschijnt in detekstaanduiding(e) ERR en alle LED-richtingaanduidingenbranden. Druk op een willekeurige toets op de rotatielaser en een opde laserontvanger om de foutmeldingen te sluiten.

Start dan de modusCenterLock opnieuw. Als beide assen van de rotatielaser op een laserontvangermoeten worden uitgelijnd, dan moet op beide laserontvan-gers dezelfde Center-functie zijn ingesteld. Een combinatievan modus CenterLock en modusCenterFind is niet moge-lijk. Als op een as al de modus CenterFind ingesteld is en wordtop de andere as de modusCenterLock gestart, dan ver-schijnt in de tekstaanduiding(e) afwisselend ERR en CF. Stel op beide laserontvangers de modus CenterLock in enstart de functie opnieuw. StroboscoopbeschermingsfiltersDe laserontvanger heeft elektronische filters voor strobo-scooplichten. De filters beschermen bijv. tegen storingendoor waarschuwingslichten van bouwmachines. Aanwijzingen voor werkzaamhedenUitlijnen met de libelMet behulp van de libel(7) kunt u de laserontvanger verti-caal (loodrecht) uitlijnen.

62 | NederlandsMarkerenBij de middenmarkering(9) rechts en links op de laseront-vanger kunt u de positie van de laserstraal markeren, wan-neer deze door het midden van het ontvangstveld(1) loopt. Let erop dat u de laserontvanger bij het markeren nauwkeu-rig verticaal (bij horizontale laserstraal) of horizontaal (bijverticale laserstraal) uitlijnt, omdat anders de markeringenten opzichte van de laserstraal verplaatst zijn. Bevestigen met de houder (zie afbeeldingE)U kunt de laserontvanger met behulp van de houder(23) zo-wel op een meetlat(25) (accessoire) als op andere hulpmid-delen met een breedte tot max. 65mm bevestigen. Schroef de houder(23) met de bevestigingsschroef(26) inde opname (11) op de achterkant van de laserontvangervast. Draai de draaiknop(24) van de houder los, schuif de houderbijv. op de meetlat(25) en draai de draaiknop(24) weervast.

Met behulp van de libel(21) kunt u de houder(23) en zo delaserontvanger horizontaal uitlijnen. Scheef aanbrengen vande laserontvanger leidt tot foutieve metingen. De referentie middenlijn(22) op de houder bevindt zich opdezelfde hoogte als de middenmarkering(9) en kan voor hetmarkeren van de laserstraal worden gebruikt. Bevestigen met magneet (zie afbeeldingF)Als een stevige bevestiging niet beslist noodzakelijk is, kuntu de laserontvanger met de magneten(10) aan stalen onder-delen vastmaken. Storingen verhelpenTekstaanduiding (e) Probleem VerhelpenPNKMaken van de verbinding via Bluetooth®met de rotatielaser GRL600CHV ofGRL650CHVG misluktDruk kort op de aan/uit-toets op de rotatielaser om defoutmelding te sluiten. Start het maken van de verbindingopnieuw. Als het niet mogelijk is om een verbinding te maken, neemdan contact op met de Bosch klantenservice.

Modus CenterFind of modusCenterLock misluktDruk op een willekeurige toets om de foutmelding te slui-ten. Controleer de positie van rotatielaser en laserontvan-ger vóór het opnieuw starten van de functie. LR65G:ERR en CL afwisselend Modus CenterFind kan niet worden ge-start, omdat de rotatielaser al in de mo-dus CenterLock werkt. Stel op beide laserontvangers de modus CenterFind inen start de functie opnieuw. ERR en CF afwisselend Modus CenterLock kan niet worden ge-start, omdat de rotatielaser al in de mo-dus CenterFind werkt. Stel op beide laserontvangers de modus CenterLock inen start de functie opnieuw.

Dansk | 63Functie mogelijk met LR 65G en GRL 650 CHVG Rotatielaser met groene laserstraal(500−570nm)Modus CenterLock● −Onderhoud en serviceOnderhoud en reinigingHoud de laserontvanger altijd schoon. Dompel de laserontvanger niet in water of andere vloeistof-fen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geenreinigings- of oplosmiddelen. Klantenservice en gebruiksadviesOnze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatieen onderhoud van uw product en over vervangingsonderde-len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson-derdelen vindt u ook op: www. bosch-pt. comHet Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen overonze producten en accessoires. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol-gens het typeplaatje van het product. NederlandTel.

: (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl. bosch. comMeer serviceadressen vindt u onder:www. bosch-pt. com/serviceaddressesAfvalverwijderingLaserontvanger, accessoires en verpakkingen moeten opeen voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled. Gooi laserontvanger en batterijen niet bij hethuisvuil. Alleen voor landen van de EU:Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedank-te elektrische en elektronische apparatuur en de implemen-tatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare laseront-vangers en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moe-ten defecte of verbruikte accu’s/batterijen apart worden in-gezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze wor-den gerecycled.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bosch LR 60 Professional stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden