Bosch GCL 2-50 Professional Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch GCL 2-50 Professional (303 pagina’s), behorend tot de categorie Laserpointer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Bosch GCL 2-50 Professional of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Laserpointer |
| Model: | GCL 2-50 Professional |
| Gewicht: | 490 g |
| Internationale veiligheidscode (IP): | IP54 |
| Accu/Batterij voltage: | 1.5 V |
| Opbergdoos: | Ja |
Handleiding Bosch GCL 2-50 Professional – volledige tekst
In caso di smaltimento improprio, le apparecchiature elettri-che ed elettroniche potrebbero avere effetti nocivi sull'am-biente e sulla salute umana a causa della possibile presenzadi sostanze nocive. NederlandsVeiligheidsaanwijzingenAlle aanwijzingen moeten gelezen en in achtgenomen worden om gevaarloos en veiligmet het meetgereedschap te werken. Wan-neer het meetgereedschap niet volgens debeschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de ge-ïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereed-schap belemmerd worden. Maak waarschuwingsstickersop het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DE-ZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HETDOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE. u Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegevenbedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of anderemethodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren ineen gevaarlijke blootstelling aan straling.
u Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waar-schuwingsplaatje (aangegeven op de weergave vanhet meetgereedschap op de pagina met afbeeldin-gen). u Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet inuw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegele-verde sticker in uw eigen taal hieroverheen. Richt de laserstraal niet op personen of die-ren en kijk niet zelf in de directe of gereflec-teerde laserstraal. Daardoor kunt u personenverblinden, ongevallen veroorzaken of het oogbeschadigen. u Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogenbewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddel-lijk uit de straal bewogen worden. u Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheids-bril. De laserbril dient voor het beter herkennen van delaserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laser-straling.
u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril ofin het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-be-scherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
u Laat het meetgereedschap alleen repareren door ge-kwalificeerd geschoold personeel en alleen met origi-nele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaar-borgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in standblijft. u Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zondertoezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere per-sonen of zichzelf kunnen verblinden. u Werk met het meetgereedschap niet in een omgevingwaar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbarevloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof be-vinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaandie het stof of de dampen tot ontsteking brengen. 1 609 92A 7LR | (28. 04. 2022) Bosch Power Tools.
Nederlands | 57Houd het meetgereedschap en de magneti-sche accessoires uit de buurt van implanta-ten en andere medische apparaten, zoals pa-cemakers en insulinepompen. Door de mag-neten van meetgereedschap en accessoireswordt een veld opgewekt dat de werking vanimplantaten en medische apparaten kan versto-ren. u Houd het meetgereedschap en de magnetische acces-soires uit de buurt van magnetische gegevensdragersen magnetisch gevoelige toestellen. Door de werkingvan de magneten van meetgereedschap en accessoireskan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen. Beschrijving van product en werkingNeem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel vande gebruiksaanwijzing. Beoogd gebruikHet meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en con-troleren van horizontale en verticale lijnen evenals loodpun-ten. Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuisen buitenshuis.
58 | NederlandsPunt- en lijnlaser GCL 2-50Gewicht volgensEPTA‑Procedure01:20140,49kgAfmetingen (lengte× breedte× hoogte)– zonder draaihouder 112× 55× 106mm– met draaihouder 132× 81× 163mmBeschermklasse IP54 (stof- en spatwaterbe-scherming)A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandighe-den (bijv. direct zonlicht) verminderd worden. B)bij 20–25°CC) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunstige omge-vingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geenrook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelin-gen kan de nauwkeurigheid afwijken. D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij ech-ter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door be-dauwing. Het productnummer (13) op het typeplaatje dient voor een ondubbel-zinnige identificatie van uw meetgereedschap.
MontageBatterijen plaatsen/verwisselenVoor het gebruik van het meetgereedschap wordt het ge-bruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen. Voor het openen van het batterijvakdeksel(7) drukt u op devergrendeling(8) en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgensde afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. Als de batterijen zwak worden, dan knippert debatterijwaarschuwing(2) groen. Bovendien knipperen de la-serlijnen om de 10minuten gedurende ca. 5seconden. Hetmeetgereedschap kan na de eerste keer knipperen nog ca. 1uur lang worden gebruikt. Als de batterijen leeg raken, danknipperen de laserlijnen nog één keer direct vóór het auto-matisch uitschakelen. Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterij-en van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
u Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneeru dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bijeen langere periode van opslag in het meetgereedschapcorroderen en zichzelf ontladen.
Werken met de draaihouderRM1(zieafbeeldingenA1–A3)Met behulp van de draaihouder(15) kunt u het meetgereed-schap 360° rond een centraal, altijd zichtbaar loodpuntdraaien. Daardoor kunnen de laserlijnen worden ingesteldzonder de positie van het meetgereedschap te veranderen. Plaats het meetgereedschap met de geleidingsgroef(9) te-gen de geleidingsrail(16) van de draaihouder(15) en schuifhet meetgereedschap tot aan de aanslag op het platform. Om los te maken, trekt u het meetgereedschap in omgekeer-de richting van de draaihouder. Plaatsingsmogelijkheden van de draaihouder:– staand op een vlakke ondergrond– tegen een verticaal vlak geschroefd– in combinatie met de plafondklem(19) aan metalen pla-fondlijsten– met behulp van de magneten(18) op metalen oppervlak-kenGebruikIngebruiknameu Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en felzonlicht.
u Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem-peraturen of temperatuurschommelingen. Laat hetbijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat hetmeetgereedschap bij grotere temperatuurschommelin-gen eerst op temperatuur komen en voer vóór het verderwerken altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie„Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“,Pagina60). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingenkan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadeligbeïnvloed worden. u Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetge-reedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op hetmeetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebrui-ken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie„Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“,Pagina60). u Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergren-deld.
In-/uitschakelenVoor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u deaan/uit-schakelaar(10) in de stand On (voor werken metpendelvergrendeling) of in de stand On (voor werkenmet automatische nivellering). Het meetgereedschap zendtdirect na het inschakelen laserstralen uit de openingen(1). u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijkzelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af-stand. Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift ude aan-/uit-schakelaar (10) in stand Off. Bij het uitschakelenwordt de pendeleenheid vergrendeld. u Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe-heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge-bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraalverblind worden. Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruiks-temperatuur van 50°C volgt een uitschakeling ter bescher-ming van de laserdiode.
Na het afkoelen is het meetgereed-schap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw wordeningeschakeld. 1 609 92A 7LR | (28. 04. 2022) Bosch Power Tools.
Nederlands | 59Automatische uitschakelingAls ca. 120minuten lang geen toets op het meetgereed-schap wordt ingedrukt, schakelt het meetgereedschap auto-matisch uit om de batterijen te sparen. Om het meetgereedschap na de automatische uitschakelingweer in te schakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar (10) eerstnaar stand "Off" schuiven en het meetgereedschap daarnaweer inschakelen of kunt u één keer op de toets laser-ge-bruiksmodus (6) of op de toets ontvangermodus (5) druk-ken. Automatische uitschakeling tijdelijk deactiverenOm de automatische uitschakeling te deactiveren (bij inge-schakeld meetgereedschap), de toets laser-gebruiksmodus(6) minimaal 3 sec. ingedrukt houden. Als de automatischeuitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserstraleneven ter bevestiging. Aanwijzing: Als de gebruikstemperatuur boven 45°C komt,kan de automatische uitschakeling niet meer worden gede-activeerd.
Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakeltu het meetgereedschap uit en weer in. Modus instellenHet meetgereedschap beschikt over meerdere modi. U kuntop elk gewenst moment tussen de modi wisselen:– Kruislijn- en puntmodus: het meetgereedschap produ-ceert een horizontale en verticale laserlijn naar vorenevenals telkens een laserpunt verticaal naar boven ennaar beneden. De laserlijnen kruisen elkaar in een hoekvan 90°. – Lijnmodus horizontaal: het meetgereedschap produ-ceert een horizontale laserlijn naar voren. – Lijnmodus verticaal: het meetgereedschap produceerteen verticale laserlijn naar voren. Bij een plaatsing van het meetgereedschap in de ruimteverschijnt de verticale laserlijn op het plafond boven hetbovenste laserpunt uit.
Bij een plaatsing van het meetgereedschap direct tegeneen muur produceert de verticale laserlijn een nagenoeghelemaal rondom lopende laserlijn (360°-lijn). – Puntmodus: het meetgereedschap produceert telkenseen laserpunt verticaal naar boven en naar beneden.
Alle gebruiksmodi, behalve de puntmodus, kunnen zowelmet automatische nivellering als met pendelvergrendelingworden geselecteerd. Voor het omschakelen van de gebruiksmodus, drukt u op detoets lasermodus(6). Werken met automatische nivelleringVolgorde van de handelingen LijnmodushorizontaalLijnmodusverticaalPuntmodus Aanduidingpendelvergren-deling(4)Afbeel-dingAan/uit-schakelaar(10) in stand „ On“● ● ●BKruislijnmodusLaser1× drukken op toets voorlasermodus(6)● – –CLaser2× drukken op toets voorlasermodus(6)– ● –DLaser3× drukken op toets voorlasermodus(6)– – ●ELaser4× drukken op toets voorlasermodus(6)● ● ●BkruislijnmodusAls u tijdens het werken met automatische nivellering naarde modus „Werken met pendelvergrendeling“ (aan/uit-schakelaar(10) in stand On) wisselt, dan wordt altijd deeerste combinatiemogelijkheid van de aanduidingen van de-ze modus geactiveerd.
60 | NederlandsVolgorde van de handelingen Lijnmodus ho-rizontaalLijnmodusverticaalPuntmodus Aanduidingpendelvergren-deling(4)Afbeel-dingLaser1× drukken op toets voorlasermodus(6)● – – RoodLaser2× drukken op toets voorlasermodus(6)– ● – RoodLaser3× drukken op toets voorlasermodus(6)● ● – RoodFkruislijnmodusAls u tijdens het werken met pendelvergrendeling naar demodus „Werken met automatische nivellering“ (aan/uit-schakelaar(10) in stand On) wisselt, dan wordt altijd deeerste combinatiemogelijkheid van de aanduidingen van de-ze modus geactiveerd. OntvangermodusVoor het werken met de laserontvanger (23) moet – onaf-hankelijk van de gekozen gebruiksmodus – de ontvangermo-dus worden geactiveerd. In de ontvangermodus knipperen de laserlijnen met een zeerhoge frequentie en kunnen hierdoor door de laserontvanger(23) worden gevonden.
Voor het inschakelen van de ontvangermodus drukken op detoets ontvangermodus (5). De indicatie ontvangermodus (3)brandt groen. Voor het menselijk oog zijn de laserlijnen bij ingeschakeldeontvangermodus verminderd zichtbaar. Voor werken zonderlaserontvanger, daarom de ontvangermodus uitschakelendoor opnieuw op de ontvangermodus (5) te drukken. De in-dicatie ontvangermodus (3) gaat uit. Automatische nivelleringWerken met automatische nivellering (zieafbeeldingenB–E)Zet het meetgereedschap op een horizontale, stevige onder-grond of bevestig het op de draaihouder (15). Voor het werken met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar (10) naar de stand " On" schuiven. Na het inschakelen compenseert de automatische nivelleringautomatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereikvan ±4°. Zodra de laserstralen niet meer knipperen, is hetmeetgereedschap klaar met nivelleren.
Plaats in dit geval het meetgereedschap horizontaal enwacht de zelfnivellering af. Zodra het meetgereedschap zichbinnen het zelfnivelleerbereik van ±4° bevindt, branden delaserstralen continu. Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruikwordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivel-leerd. Controleer na het nivelleren de positie van de laser-stralen met betrekking tot referentiepunten om fouten dooreen verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen. Werken met pendelvergrendeling (zieafbeeldingF)Voor het werken met pendelvergrendeling schuift u de aan/uit-schakelaar (10) in de stand „ On“. De indicatie pendel-vergrendeling (4) brandt rood en de laserlijnen knipperencontinu in een langzaam ritme. Bij het werken met pendelvergrendeling is de automatischenivellering uitgeschakeld.
U kunt het meetgereedschap vrijin de hand houden of op een hellende ondergrond zetten. Delaserstralen worden niet meer genivelleerd en lopen nietmeer noodzakelijk loodrecht t. o. v. elkaar. Mauwkeurigheidscontrole van hetmeetgereedschapNauwkeurigheidsinvloedenDe grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera-tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. Omdat de temperatuurgelaagdheid in de buurt van de grondof vloer het grootst is, dient u het meetgereedschap indienmogelijk op een statief te monteren en het in het midden vanhet werkoppervlak op te stellen. Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke in-vloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkensvoordat u begint te werken.
Controleer altijd eerst de hoogte- en nivelleernauwkeurig-heid van de horizontale laserlijn, daarna de nivelleernauw-keurigheid van de verticale laserlijn en de loodnauwkeurig-heid. Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxi-male afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klan-tenservice te laten repareren.
Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijncontrolerenVoor de controle heeft u een vrij meettraject van 5m op eenvaste ondergrond tussen twee muren A enB nodig. – Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op eenstatief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in. Kies kruislijnmodus metautomatische nivellering. 1 609 92A 7LR | (28. 04. 2022) Bosch Power Tools.
Nederlands | 61AB5 m– Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meet-gereedschap waterpassen. Markeer het midden van hetpunt waar de laserlijnen zich op de wand kruisen (punt Ⅰ).AB180°– Draai het meetgereedschap 180°, laat het zich nivellerenen markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegen-overliggende wand B (punt Ⅱ).– Plaats het meetgereedschap– zonder het te draaien –dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivelleren.AB– Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uitlijnen (methet statief of eventueel door onderlegmateriaal), dat hetkruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeer-de punt Ⅱ op wand B raakt.d180°AB– Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte tewijzigen.
Het zodanig op de wand A richten, dat de verti-cale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt Ⅰ loopt.Laat het meetapparaat zich nivelleren en markeer hetkruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt Ⅲ).– Het verschil d van de beide gemarkeerde punten Ⅰ en Ⅲop de wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van hetmeetgereedschap.Op het meettraject van 2×5m=10m bedraagt de maxi-maal toegestane afwijking:10m×±0,3mm/m=±3mm. Het verschil d tussen de pun-tenⅠ en Ⅲ mag dus maximaal 3mm bedragen.Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijncontrolerenVoor de controle heeft u een vrij vlak van ca. 5×5m nodig.– Monteer het meetgereedschap in het midden tussen demuren A en B op een statief of plaats het op een stevige,vlakke ondergrond.
Kies horizontale lijnmodus met auto-matische nivellering en laat het meetgereedschap nivelle-ren.2,5 m5,0 mAB– Markeer op een afstand van 2,5m van het meetgereed-schap op beide muren het midden van de laserlijn (puntⅠop muur A en puntⅡ op muurB).2,5 md5,0 m2,5 m5,0 m0 mAB– Plaats het meetgereedschap 180° gedraaid op een af-stand van 5m en laat het nivelleren.Bosch Power Tools 1 609 92A 7LR | (28.04.2022)
62 | Nederlands– Lijn het meetgereedschap in hoogte zodanig uit (met be-hulp van het statief of eventueel door onderlegmateriaal)dat het midden van de laserlijn precies het tevoren ge-markeerde puntⅡ op muur B raakt. – Markeer op muurA het midden van de laserlijn als puntⅢ(verticaal boven of onder puntⅠ). – Het verschil d van de beide gemarkeerde puntenⅠ en Ⅲop de muurA levert de daadwerkelijke afwijking van hetmeetgereedschap van de horizontale lijn op. Op het meettraject van 2×5m=10m bedraagt de maxi-maal toegestane afwijking:10m×±0,3mm/m=±3mm. Het verschil d tussen de pun-tenⅠ en Ⅲ mag dus maximaal 3mm bedragen. Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijncontrolerenVoor de controle heeft u een deuropening nodig met (op eenstabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens2,5 meter ruimte.
– Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van dedeuropening op een vlakke en stabiele ondergrond (nietop een statief). Kies verticale lijnmodus met automati-sche nivellering. Richt de laserlijn op de deuropening enlaat het meetgereedschap nivelleren. 2,5 m2,5 m– Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloervan de deuropening (punt Ⅰ), op een afstand van 5 m aande andere zijde van de deuropening (punt Ⅱ), evenals bijde bovenrand van de deuropening (punt Ⅲ). d2 m– Draai het meetgereedschap 180° en plaats het aan de an-dere zijde van de deuropening, direct achter puntⅡ. Laathet meetgereedschap zich nivelleren en de verticale la-serlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door depuntenⅠ en Ⅱ loopt. – Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand vande deuropening als punt Ⅳ.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt:dubbele hoogte van de deuropening×0,3mm/mVoorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2m magde maximale afwijking 2×2m×±0,3mm/m=±1,2mm bedragen. De puntenⅢen Ⅳ mogen dus maximaal 1,2mm uit elkaar liggen. Loodnauwkeurigheid controlerenVoor de controle heeft u een vrij meettraject op een vasteondergrond met een afstand van ca. 5m tussen vloer en pla-fond nodig. – Monteer het meetgereedschap op de draaihouder(15)en zet het op de grond. Kies puntmodus en laat het meet-gereedschap nivelleren. 5 m– Markeer het midden van het bovenste laserpunt op hetplafond (puntⅠ). Markeer bovendien het midden van hetonderste laserpunt op de grond (puntⅡ). 1 609 92A 7LR | (28. 04. 2022) Bosch Power Tools.
Nederlands | 63d180°– Draai het meetgereedschap 180°. Plaats het zodanig dathet midden van het onderste laserpunt op het reeds ge-markeerde puntⅡ ligt. Laat het meetgereedschap nivelle-ren. Markeer het midden van het bovenste laserpunt(puntⅢ). – Het verschild van de beide gemarkeerde puntenⅠ enⅢop het plafond levert de daadwerkelijke afwijking van hetmeetgereedschap van de verticale lijn op. De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt:dubbele afstand tussen vloer en plafond×0,7mm/m. Voorbeeld: bij een afstand tussen vloer en plafond van 5mmag de maximale afwijking 2×5m×±0,7mm/m=±7mm bedragen. De puntenⅠ en Ⅲmogen dus maximaal 7mm uit elkaar liggen. Aanwijzingen voor werkzaamhedenu Gebruik voor het markeren altijd alleen het middenvan het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het la-serpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met deafstand.
Werken met het laserrichtbord (zie afbeeldingL)Het laserrichtbord (21) verbetert de zichtbaarheid van de la-serstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotereafstanden. Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (21) verbetertde zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlakis de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbordte zien. Werken met het statief (accessoire)Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meeton-dergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statief-opname (11) op de schroefdraad van het statief (24) of vaneen gangbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een gang-baar bouwstatief de 5/8"-statiefopname (12) gebruiken. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van hetstatief vast. Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in-schakelt.
De universele houder is eveneens ge-schikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstellingvan het meetgereedschap. De universele houder (20) grof richten, vóór het inschakelenvan het meetgereedschap. Werken met laserontvanger (accessoire)Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direc-te zoninstraling) en op grotere afstanden kunt u de laseront-vanger (23) gebruiken om de laserlijnen beter te kunnen vin-den. Bij het werken met de laserontvanger de ontvangermo-dus inschakelen (zie „Ontvangermodus“, Pagina60). Laserbril (accessoire)De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt hetlicht van de laser voor het oog helderder. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheids-bril. De laserbril dient voor het beter herkennen van delaserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laser-straling.
u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril ofin het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-be-scherming en vermindert het waarnemen van kleuren. Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen G–M)Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetge-reedschap vindt u op de pagina’s met afbeeldingen. Plaats het meetgereedschap altijd zo dicht mogelijk bij hetvlak of langs de rand die moet worden gecontroleerd en laathet zich voor elke meting nivelleren. Meet de afstanden tussen de laserstraal en een oppervlak ofrand altijd aan twee zo ver mogelijk uit elkaar liggende pun-ten. Onderhoud en serviceOnderhoud en reinigingHoud het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei-stoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geenreinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig enlet daarbij op pluizen. Bewaar en vervoer het meetgereedschap uitsluitend in deopbergtas (28) of in de koffer(26). Stuur het meetgereedschap in geval van reparatie altijd in deopbergtas (28) of in de koffer (26) retour.
64 | DanskVermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde-len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol-gens het typeplaatje van het product. NederlandTel. : (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl. bosch. comMeer serviceadressen vindt u onder:www. bosch-pt. com/serviceaddressesAfvalverwijderingMeetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienenop een voor het milieu verantwoorde manier te worden gere-cycled. Gooi meetgereedschappen en batterijen nietbij het huisvuil.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch GCL 2-50 Professional stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Laserpointer Bosch
Handleiding Laserpointer
Nieuwste handleidingen voor Laserpointer