Bosch B-sol 100 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bosch B-sol 100 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Temperatuurregeling. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 141 mensen. Heb je een vraag over Bosch B-sol 100 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bosch |
| Categorie: | Temperatuurregeling |
| Model: | B-sol 100 |
Handleiding Bosch B-sol 100 – volledige tekst
6 720 615 394 (2008/10)2 | Inhoudsopgave NLInhoudsopgave1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen 31.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen 31.2 Verklaring symbolen 42 Gegevens betreffende het toestel 52.1 EG-verklaring van overeenstemming 52.2 Leveringsomvang 52.3 Productbeschrijving 52.4 Technische gegevens 73 Voorschriften 84 Installatie (alleen voor de installateur) 94.1 Wandmontage van de regelaar 94.2 Elektrische aansluiting 104.2.1 De kabeldoorvoer voorbereiden 104.2.2 Kabels aansluiten 115 Bediening 125.1 Elementen van het zonnestation 135.2 Elementen van de regelaar 145.3 Bedrijfssoorten 145.4 Temperatuurwaarden weergeven 155.5 Hoofdmenu (alleen voor de installateur) 155.6 Expertmenu (alleen voor de installateur) 186 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) 197Storingen 207.1 Storingen met displayweergave 207.2 Storingen zonder displayweergave 218 Aanwijzingen voor de gebruiker 238.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk?
6 720 615 394 (2008/10)Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen | 3NL1 Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen1. 1 Algemene veiligheidsaan-wijzingenMet betrekking tot deze handleidingDeze handleiding bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige montage en bediening van de regelaar zonne-energie. Deze handleiding is zowel bestemd voor de gebruiker als voor de installateur. Hoofdstukken waarvan de inhoud uitsluitend is bestemd voor de installateur, zijn gemarkeerd met de toevoe-ging „Alleen voor de installateur“. B Deze handleiding zorgvuldig doorlezen en bewaren. B Neem de veiligheidsaanwijzingen in acht, ten einde verwondingen bij personen en materiële schade te vermijden.
Voorgeschreven toepassingDe temperatuurverschilregelaar (hierna regelaar genoemd) mag alleen voor het gebruik van ther-mische zonne-installaties binnen de toegestane omgevingsvoorwaarden worden gebruikt (Æ hoofdstuk 2. 4). De regelaar mag niet in de open lucht, in vochtige ruimten of in ruimten waarin licht ontvlambare gasmengsels kunnen ontstaan, worden gebruikt. B De zonne-installatie alleen voor de voorge-schreven toepassing gebruiken. Zorg dat er geen defecten zijn. Elektrische aansluitingAlle werkzaamheden, waarvoor de regelaar moet worden geopend, mogen uitsluitend door erkende installateurs worden uitgevoerd. B De elektrische aansluiting uitsluitend door een elektricien laten uitvoeren. B Er op letten dat een scheidingsvoorziening conform EN 60335-1 voor het over alle polen loskoppelen van het stroomnet beschikbaar is.
B De regelaar voor het openen over alle polen stroomloos schakelen. TapwatertemperatuurB Om de taptemperatuur tot max. 60 °C te kun-nen begrenzen: tapwatermengkraan inbou-wen. Normen en richtlijnenB De plaatselijke normen en richtlijnen voor het monteren en het gebruiken van het apparaat in acht nemen. AfvalB Sorteer en recycleer de verpakking op milieu-vriendelijke wijze.
6 720 615 394 (2008/10)4 | Veiligheidsaanwijzingen en verklaring symbolen NL1.2 Verklaring symbolenSignaalwoorden geven de ernst aan van het gevaar dat kan optreden als de voorschriften niet worden opgevolgd.• Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.• Waarschuwing betekent dat er licht persoon-lijk letsel of ernstige materiële schade kan optreden.• Gevaar betekent dat er ernstig persoonlijk let-sel kan optreden. In bijzonder ernstige geval-len bestaat er levensgevaar.Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevarendriehoek aangeduid.Aanwijzingen in de tekst met hier-naast aangegeven symbool worden begrensd met een lijn boven en on-der de tekst.
6 720 615 394 (2008/10)Gegevens betreffende het toestel | 5NL2 Gegevens betreffende het toestel2.1 EG-verklaring van overeenstem-mingDit product voldoet qua constructie en gedrag aan de desbetreffende Europese richtlijnen als-mede aan evt. aanvullende nationale eisen. De overeenstemming is bewezen. 2.2 LeveringsomvangAfb. 1 Regelaar B-sol 100 met temperatuursen-sors• Regelaar B-sol 100• Collectortemperatuursensor NTC 20K (FSK-Collector)• Boilertemperatuursensor NTC 10K • Bevestigingsmateriaal en trekontlastings-klemmen (bij wandmontage)Wanneer de regelaar in een zonnestation is geïn-tegreerd, zijn de kabels deels voorgemonteerd. 2.3 ProductbeschrijvingDe regelaar is ontwikkeld voor gebruik in een zonne-installatie. De regelaar kan aan een muur worden gemonteerd of is in een zonnestation geïntegreerd.
Het display van de regelaar is tijdens normaal gebruik tot 5 minuten nadat een toets/knop is ingedrukt groen/geel op de achtergrond verlicht (activeren door bijv. aan de draaiknop te draaien ). Het display geeft aan:• Pompstatus (als eenvoudig installatieschema)• Installatiewaarden (bijv. temperaturen)• geselecteerde functies• storingsmeldingenAfb. 2 Mogelijke displayweergaven7747006071.06-1.SD7747006071.06-1.SDmaxT1Th%DTonDT onresetI+maxT3T2min / maxmin/max
6 720 615 394 (2008/10)6 | Gegevens betreffende het toestel NLInstallatieschema zonne-installatieAfb. 3 Installatieschema1 Collectorveld2 zonnestation3 Zonneboiler4 Regelaar B-sol 100WerkingsprincipeWanneer het ingestelde temperatuurverschil tussen het collectorveld (Æ afb. 3, pos. 1) en zonneboiler (Æ afb. 3, pos. 3) wordt over-schreden, wordt de pomp in het zonnestation ingeschakeld. De pomp transporteert het warmtedragende medium (solarvloeistof) in een circuit door het collectorveld naar de verbruiker. Normaal gespro-ken is dit een zonneboiler.
In de zonneboiler zit een warmtewisselaar, die de gewonnen zonne-energie van het warmtedragermedium op het drinkwater of tapwater overdraagt.7747006071.01-1.SD1234Hoofdcomponenten van de zonne-installatieCollectorveld • bestaat uit platte collectoren of vacuümbuiscollectorenzonnestation • bestaat uit een pomp, veiligheids- en afsluitarmaturen voor de zonne-instal-latiecircuit.Zonneboiler • dient voor het bewaren van de gewonnen zonne-energie• Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:– drinkwateropslag– bufferopslag (voor ondersteuning van de verwarming)– combi-opslag (voor ondersteuning van de verwarming en het drink-water)Regelaar B-sol 100 • incl. twee temperatuursensorsTabel 1
6 720 615 394 (2008/10)Installatie (alleen voor de installateur) | 9NL4 Installatie (alleen voor de installateur)4.1 Wandmontage van de regelaarDe regelaar wordt met behulp van drie schroeven op de wand bevestigd. B Het bovenste bevestigingsgat (Æ afb. 4, pos. 1) boren en de meegeleverde schroef tot 5 mm indraaien. B De schroef onderaan de regelaar losdraaien en het deksel verwijderen. B De regelaar aan de uitsparing in de behuizing ophangen. B De onderste bevestigingsgaten (Æ afb. 4, pos. 2) aftekenen, de gaten boren en pluggen plaatsen. B De regelaar uitlijnen en in de onderste beves-tigingsgaten links en rechts vastschroeven.Afb.
6 720 615 394 (2008/10)Installatie (alleen voor de installateur) | 11NL4.2.2 Kabels aansluiten Voor de aansluiting van de kabels moet u het vol-gende in acht nemen:• De plaatselijke voorschriften zoals aarding enz. opvolgen.• Alleen originele toebehoren van de fabrikant gebruiken. Andere fabrikaten op aanvraag.• De regelaar tegen overbelasting en kortslui-ting beveiligen.• De voedingsspanning moet overeenkomen met de waarden die op het typeplaatje staan vermeld.• Op iedere klem max. 1 kabel aansluiten (max. 1,5 mm2).• Bij de temperatuursensors is de polariteit van de aders willekeurig. De sensorkabels kunnen max. tot 100 m worden verlengd (tot 50 m lengte = 0,75 mm2, tot 100 m = 1,5 mm2). • Alle sensorkabels gescheiden verleggen van 230 V of 400 V voerende kabels, om inductieve beïnvloeding te voorkomen (min.
100 mm).• Afgeschermde laagspanningskabels gebruiken indien externe inductieve invloeden kunnen worden verwacht (bijv. door transformator-stations, krachtstroomkabels, microgolven).• Voor de 230 V-aansluiting minimaal kabels van het type H05 VV-... (NYM...) gebruiken.• Brandveiligheidstechnische, bouwkundige maatregelen mogen niet worden beïnvloed.B De kabels overeenkomstig het schakelschema (Æ afb. 6) aansluiten.B Snelaansluitklem met een schroevendraaier indrukken.B Nadat de werkzaamheden zijn beëindigd, de regelaar met deksel en schroef afsluiten.Afb. 6 Aansluitschema1 Zekering 1,6 AT2 Temperatuursensor T3 voor temperatuuraanduiding boiler midden/boven (toebehoren)3 Temperatuursensor T2 voor temperatuuraanduiding en regelwaarde boiler onder4 Temperatuursensor T1 voor temperatuuraanduiding en regelwaarde collector5 Pomp (max.
6 720 615 394 (2008/10)12 | Bediening NL5BedieningAanwijzingen voor de gebruikerDe zonne-installatie wordt bij de inbedrijfstelling door uw installateur afgesteld en draait daarna automatisch.B De zonne-installatie ook tijdens een langere afwezigheid (bijv. vakantie) niet uitschakelen.Indien de installatie overeenkomstig de opga-ven van de fabrikant is geïnstalleerd, is de zonne-installatie op zichzelf veilig.B Geen wijzigingen aan de instellingen van de regelaar uitvoeren.B Na een langere stroomuitval of langere afwe-zigheid, de bedrijfsdruk aan de manometer van de zonne-installatie (Æ hoofdstuk 8.4, pagina 24) controleren. Aanwijzingen voor de installateurB Alle documenten aan de gebruiker overhandi-gen.B Geef de gebruiker de nodige uitleg over de werking en de bediening van het apparaat.
6 720 615 394 (2008/10)14 | Bediening NL5.2 Elementen van de regelaarAfb. 8 Regelaar en display1 Display2 Draaiknop3 Toets „terug“4 Menutoets5 Symbool voor temperatuursensor6 Aanduiding voor temperatuurwaarden, bedrijfsuren enz.7 Aanduiding voor „Max. boilertemperatuur bereikt“8 Geanimeerde zonnecircuit9 Aanduiding voor „Minimale of maximale collectortemperatuur bereikt“5.3 BedrijfssoortenAutomatische werkingIndien het inschakeltemperatuurverschil tussen de beide aangesloten temperatuursensors wordt overschreden, draait de aangesloten pomp. Op het display wordt het transport van de solarvloei-stof geanimeerd weergegeven (Æ afb. 8, pos. 8). Zodra het uitschakeltemperatuurverschil is bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.Ter bescherming van de pomp wordt deze ca. 24 uur nadat deze voor de laatste keer heeft gedraaid ca. 3 seconden lang ingeschakeld (pompkick).
6 720 615 394 (2008/10)Bediening | 15NL5.4 Temperatuurwaarden weergevenIn de automatische werking kunnen met behulp van de draaiknop verschillende installatie-waarden (temperatuurwaarden, bedrijfsuren, pomptoerental) worden opgevraagd.Temperatuurwaarden worden door middel van positienummers in het pictogram toegewezen.5.5 Hoofdmenu (alleen voor de installateur)In het hoofdmenu van de regelaar wordt de rege-ling aan de omstandigheden van de zonne-instal-latie aangepast.B Om naar het hoofdmenu te wisselen: druk op de toets .B Met de draaiknop de gewenste instelling of functie selecteren.B Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien.B Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken.B Om het hoofdmenu te verlaten: de toets indrukken.Indien langer dan 60 seconden niets wordt inge-voerd, verlaat de regelaar het hoofdmenu.menuAan-duidingFunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteldInschakeltemperatuurverschilIndien het ingestelde inschakeltemperatuurverschil (Δ T) tus-sen boiler en collectorveld is bereikt, begint de pomp te draaien.
Wanneer de ingestelde waarde daalt tot onder de helft van die waarde, wordt de pomp uitgeschakeld.7-20 K[8 K]Max. boilertemperatuurIndien de temperatuur op de boilertemperatuursensor de max. boilertemperatuur bereikt, wordt de pomp uitgescha-keld. Op het display knippert de aanduiding „max“ en de tem-peratuur van de boilertemperatuursensor wordt weergegeven.20-90 °C[60 °C]ToerentalregelingDeze functie verhoogt het rendement van de zonne-installa-tie. Hierbij wordt gepoogd om het temperatuurverschil tus-sen de temperatuursensors T1 en T2 tot de waarde van het inschakeltemperatuurverschil te regelen. Wij adviseren om deze instelling ingeschakeld te houden.on/off[on]Tabel 4 Functies in het hoofdmenu+
6 720 615 394 (2008/10)16 | Bediening NLMinimaal toerental bij toerentalregelingDeze functie legt het minimale toerental van de pomp vast en maakt de aanpassing van de toerentalregeling aan de indivi-duele uitvoering van de zonne-installatie mogelijk.30-100 %[50 %]Maximale collectortemperatuur en minimale collector-temperatuurWanneer de maximale collectortemperatuur wordt overschre-den, wordt de pomp uitgeschakeld.Wanneer de temperatuur tot onder de minimale collectortem-peratuur (20 °C) daalt, begint de pomp zelfs niet te draaien, indien aan alle overige inschakelvoorwaarden is voldaan.100-140 °C[120 °C]BuizencollectorfunctieOm warme solarvloeistof naar de sensor te kunnen pompen, wordt vanaf een collectortemperatuur van 20 °C iedere 15 minuten de pomp gedurende 5 seconden ingeschakeld.on/off[off]Zuid-Europa-functieDeze functie is uitsluitend bedoeld voor landen waar op grond van de hoge temperaturen normaal gesproken geen gevaar voor bevriezing bestaat.
Indien de collectortempera-tuur bij een ingeschakelde Zuid-Europa-functie tot onder de +5 °C daalt, wordt de pomp ingeschakeld. Daardoor wordt warm boilerwater door de collector gepompt. Wanneer de collectortemperatuur +7 °C bereikt, wordt de pomp uitge-schakeld.Attentie! De Zuid-Europa-functie biedt geen absolute beveili-ging tegen vorstschade. Eventueel de installatie met solar-vloeistof vullen! on/off[off]InfoDeze functie geeft de softwareversie aan.Aan-duiding FunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteldTabel 4 Functies in het hoofdmenu+min / maxmin / maxT
6 720 615 394 (2008/10)Bediening | 17NLHandmatige werking „on“ (ingeschakeld)De handmatige werking „on“ stuurt de pomp maximaal 12 uur aan. Op het display verschijnen afwisselend de aan-duidingen „on“ en de geselecteerde waarde. Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weer-gegeven (Æ afb. 8, pos. 8). Veiligheidsvoorzieningen, zoals bijv. max. collectortemperatuur, blijven ingeschakeld.Na maximaal 12 uur schakelt de regelaar over op de automati-sche werking. Handmatige werking „off“ (uitgeschakeld) De pomp wordt uitgeschakeld en de solarvloeistof blijft in rust. Op het display verschijnen afwisselend de aanduidingen „off“ en de geselecteerde waarde. Handmatige werking „Auto“ (automatisch)Indien het inschakeltemperatuurverschil tussen de beide aan-gesloten temperatuursensors wordt overschreden, draait de aangesloten pomp.
Op het display wordt het transport van de solarvloeistof geanimeerd weergegeven (Æ afb. 8, pos. 8).Zodra het uitschakeltemperatuurverschil is bereikt, wordt de pomp uitgeschakeld.on/off/Auto[off]BasisinstellingenAlle functies en parameters worden teruggezet op de basisin-stelling (met uitzondering van de bedrijfsuren). Na het reset-ten moeten alle parameters gecontroleerd en eventueel opnieuw ingesteld worden.Aan-duiding FunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteldTabel 4 Functies in het hoofdmenuIWaarschuwing: Gevaar voor brandwonden door temperaturen van het warme water van meer dan 60 °C!BOm de taptemperaturen tot max. 60 °C te kunnen begren-zen: tapwatermengkraan inbou-wen.
6 720 615 394 (2008/10)18 | Bediening NL5.6 Expertmenu (alleen voor de installateur)Voor speciale installaties kunnen in het Expert-menu verdere instellingen worden uitgevoerd.B Om naar het Expertmenu te wisselen: de toets ongeveer 5 seconden lang indrukken.B Met de draaiknop de gewenste instelling of functie P1 tot P4 selecteren.B Om de instelling te veranderen: de draaiknop indrukken en dan draaien.B Om de instelling op te slaan: de draaiknop nogmaals indrukken.B Om het expertmenu te verlaten: de toets indrukken.menuAan-duidingFunctieInstelbereik [vooraf ingesteld]ingesteldMinimale collectortemperatuurWanneer de minimale collectortemperatuur niet bereikt wordt, gaat de pomp ook niet draaien als aan alle overige inschakelvoorwaarden is voldaan.10-80 °C[20 °C]UitschakeltemperatuurverschilIndien de ingestelde waarde niet meer bereikt wordt, wordt de pomp uitgeschakeld.De waarde kan alleen afhankelijk van de in het hoofdmenu ingestelde inschakeltemperatuurverschil worden ingesteld (vast ingesteld verschil = 3 K, Æ tabel 4, pagina 15).
4-17 K[4 K]Inschakeltemperatuur Zuid-Europa-functie (Æ tabel 4, pagina 15)Wanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-Europa-functie tot onder de ingestelde waarde daalt, wordt de pomp ingeschakeld.De waarde kan nu alleen afhankelijk van de „Uitschakeltem-peratuur Zuid-Europa-functie“ (vast ingesteld verschil = 2 K) worden ingesteld.4-8 °C [5 °C]Uitschakeltemperatuur Zuid-Europa-functieWanneer de collectortemperatuur bij een geactiveerde Zuid-Europa-functie tot boven de ingestelde waarde stijgt, wordt de pomp uitgeschakeld.De waarde kan alleen afhankelijk van de „Inschakeltempera-tuur Zuid-Europa-functie“ worden ingesteld (vast ingestelde verschil = 2 K). 6-10 °C[7 °C]Tabel 5 Functies in het Expertmenu
6 720 615 394 (2008/10)Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur) | 19NL6 Inbedrijfstelling (alleen voor de installateur)B Tijdens de inbedrijfstelling van de zonne-installatie moet u de technische documentatie van het zonnestation, van de collectoren en van de zonneboiler in acht nemen.B De zonne-installatie uitsluitend in bedrijf stel-len, indien alle pompen en kleppen perfect werken!Ten aanzien van het zonnestation onderstaande handelingen in acht nemen:B ontluchting van de installatie controleren.B debiet controleren en instellen.B De instellingen van de regelaar in het inbedrijf-stellings- en onderhoudsprotocol vastleggen (Æ Montage- en onderhoudshandleiding van het zonnestation).Waarschuwing: Beschadiging van de pomp door drooglopen.B Controleren of het collectorcir-cuit met solarvloeistof is gevuld (Æ Montage- en onder-houdshandleiding zonne-energiestation).Waarschuwing: Schade aan de in-stallatie tijdens de inbedrijfstelling door bevroren water of door ver-damping in de zonnecircuit.B De collectoren tijdens de inbe-drijfstelling tegen de inwerking van de zon beschermen.
B De zonne-installatie niet bij vorst in bedrijf stellen.Waarschuwing: Schade aan de in-stallatie door onjuist ingestelde bedrijfssoort.Om het ongewenst opstarten van de pomp na het inschakelen van de netspanning te voorkomen, is de regelaar af fabriek in de modus handmatige werking „off“ inge-steld.B De regelaar voor de normale werking op „Auto“ zetten (Æ hoofdstuk 5.5, pagina 15).
6 720 615 394 (2008/10)20 | Storingen NL7Storingen7.1 Storingen met displayweergaveBij storingen knippert het display rood. Boven-dien geeft het display het soort storing door mid-del van symbolen weer. B Voor de gebruiker: Indien een storing optreedt contact opnemen met een installa-tiebedrijf.Sensorstoringen worden, nadat de oorzaak is ver-holpen, niet meer weergegeven.B Bij andere storingen: de toets indruk-ken om de storingsaanduiding uit te schake-len.Aan-duidingSoort storingEffect Mogelijke oorzaken Verhelpensensorbreuk (collector- of boilertemperartuursensor)De pomp wordt uitge-schakeldTemperatuursensor niet of niet correct aangesloten. Temperatuursensor of sen-sorkabel defect.Controleer de sensoraanslui-ting. Controleer of de tempe-ratuursensor misschien gebroken of verkeerd inge-bouwd is.De temperatuursensor ver-vangen.
6 720 615 394 (2008/10)Storingen | 21NL7. 2 Storingen zonder displayweergaveSoort storingEffect Mogelijke oorzaken VerhelpenDe aanduiding is uitgegaan. De pomp draait niet, hoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan. De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. Geen stroomtoevoer, zekering of voedingskabel defect. Controleer de zekering en vervang deze indien nodig. De elektrische installatie door een elektricien laten controleren. De pomp draait niet, alhoewel aan de inschakelvoorwaarden is voldaan. De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. De pomp is door middel van de „Handmatige werking“ uitge-schakeld. De boilertemperatuur „T2“ ligt in de buurt van of boven de inge-stelde maximale boilertempera-tuur. De collectortemperatuur „T1“ ligt in de buurt van of boven de ingestelde maximale collector-temperatuur.
Met behulp van de functie „Hand-matige werking“ overschakelen op automatisch. Indien de temperatuur 3 K onder de maximale boilertemperatuur daalt, wordt de pomp ingescha-keld. Indien de temperatuur 5 K onder de maximale collectortemperatuur daalt, wordt de pomp ingescha-keld. De pomp draait niet, hoewel de circuitanimatie op het display wordt weergegeven. De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. De kabel naar de pomp is onder-broken of niet aangesloten. Pomp defect. De kabel controleren. De pomp controleren, eventueel vervangen. De circuitanimatie op het display draait, de pomp „bromt“. De zonneboiler wordt niet opgewarmd door de zonne-energie. De pomp zit vast als gevolg van een mechanische blokkade. De gleufschroef op de pompkop losdraaien en de pompas met een schroevendraaier losdraaien. Niet tegen de pompas slaan. De temperatuursensor geeft een onjuiste waarde aan.
6 720 615 394 (2008/10)Aanwijzingen voor de gebruiker | 23NL8 Aanwijzingen voor de gebruiker8.1 Waarom is een regelmatig onderhoud belangrijk?Uw zonne-installatie voor drinkwateropwarming of een combinatie van drinkwateropwarming en verwarmingsondersteuning is vrijwel onder-houdsvrij.Desondanks adviseren wij om de installatie iedere 2 jaar door een installatiebedrijf te laten onderhouden.
Zo wordt een foutloze en efficiënte werking gegarandeerd en kan mogelijke schade vroegtijdig herkend en hersteld worden.8.2 Belangrijke aanwijzingen ten aanzien van de solarvloeistofDe solarvloeistof is biologisch afbreekbaar.Tijdens de inbedrijfstelling van de zonne-installa-tie wordt de installateur erop gewezen, dat voor de solarvloeistof een minimale vorstbescherming van –25 °C moet worden gegarandeerd.8.3 De zonne-installatie controlerenU kunt aan een foutloze werking van uw zonne-installatie bijdragen door:• het temperatuurverschil tussen vertrek en retour, alsmede de collector- en de boiler-temperatuur ongeveer tweemaal per jaar te controleren,• bij zonnestations de bedrijfsdruk te controle-ren,• de warmtehoeveelheid (indien er een warmte-meter is geïnstalleerd) en/of bedrijfsuren te controleren, Waarschuwing: Gevaar voor letsel door contact met solarvloeistof (water-propyleenglycol-mengsel).B Wanneer er solarvloeistof in uw ogen komt, moet u uw ogen, met opengesperde oogleden, meteen grondig onder stro-mend water uitspoelen.B De solarvloeistof onbereikbaar voor kinderen opbergen.Voer de waarden in het protocol op pagina 25 in (ook als kopieervoor-beeld).
20 °C).Bij het wegvallen van de drukEen drukdaling kan de volgende oorzaken heb-ben:• Er is een lek in de zonnecircuit.• Een automatische ontluchter heeft lucht of stoom uitgeblazen.Wanneer de druk van de installatie sterk gedaald is:B Controleer of er solarvloeistof in de opvang-bak onder het zonnestation is gelekt.B Een installatiebedrijf inschakelen wanneer de bedrijfsdruk 0,5 bar onder de in het inbedrijf-stellingsprotocol ingevoerde waarde is gedaald (Æ Montage- en onderhoudshandlei-ding van het zonnestation).8.5 Collectoren reinigen Op grond van het zelfreinigende effect bij regen hoeven de collectoren normaal gesproken niet te worden gereinigd.Drukschommelingen binnen de zonnecircuit op grond van tempe-ratuursveranderingen zijn normaal en leiden niet tot storingen in de zonne-installatie.Gevaar: Voor valpartijen!B Laat de inspectie-, onderhouds- of reinigingswerkzaamheden op het dak alleen door een in-stallatiebedrijf uitvoeren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bosch B-sol 100 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Temperatuurregeling Bosch
Handleiding Temperatuurregeling
Nieuwste handleidingen voor Temperatuurregeling