Blaupunkt 5IX60291ME Handleiding

Blaupunkt Fornuis 5IX60291ME

Bekijk gratis de handleiding van Blaupunkt 5IX60291ME (104 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Blaupunkt 5IX60291ME of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/104
Gebruiksaanwijzing
Istruzioni per l’uso
Bruksanvisning
5IX60291
5IX60291ME
5IX80290-1
5IX80290ME
Kookveld zelfstandig, inductie
Piano cottura autonomo, induzione
Fristående matlagningsyta, induktion

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Blaupunkt
Categorie: Fornuis
Model: 5IX60291ME

Handleiding Blaupunkt 5IX60291ME – volledige tekst

INHOUDSOPGAVE 3 VEILIGHEID 3 Voorzorgsmaatregelen voor de ingebruikname 4 Algemene veiligheidsaanwijzingen 5 Bescherming tegen beschadigingen 6 Voorzorgsmaatregelen bij uitvallen van het apparaat 6 Bescherming tegen andere gevaren 7 APPARAATBESCHRIJVING 7 Technische beschrijving 8 Bedieningspaneel 8 BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT 8 Weergave 9 Ventilatie9 INGEBRUIKNAME VAN DE KOOKPLAAT 9 Voor het eerste gebruik 9 Inductieprincipe 10 Touch control-functie 10 Smart-slider-functie 11 Kookplaat in- en uitschakelen 11 Panherkenning 12 Restwarmte-indicator 12 Booster-functie (Powerniveau) 13 Tijdschakelklok 15 Voorkookautomaat 15 Stop & Go-functie 16 Memory-functie 16 Warmhoudfuncties 17 Automatische brugfunctie (Alleen voor 5IX80290-1) 18 Kinderbeveiliging/vergrendeling van de kookplaat 19 Grillfunctie/Chef-kok functie (Alleen voor 5IX80290-1)20 KOOKADVIEZEN 20 Kookgerei 21 Grootte van het kookgerei 21 Instelbereiken

3 VEILIGHEID VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE INGEBRUIKNAME• Alle delen van de verpakking verwijderen.• Het apparaat mag alleen door een elektricien worden geïnstalleerd en aangesloten. Defabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door foutenbij de installatie of het aansluiten. Gebruik het apparaat uitsluitend in ingebouwde toestand.• Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het is opgesteld en geïnstalleerd in eenmeubelstuk en als er een goedgekeurd en aangepast werkplan wordt gebruikt.• Dit apparaat mag alleen worden gebruikt voor in het huishouden gebruikelijke koken en bradenvan voedsel en is niet bedoeld voor commerciële doeleinden.• Verwijder alle etiketten en stickers van het glas.

Het apparaat mag niet worden gewijzigd.• Gebruik de kookplaat niet als werkoppervlak of legplaats.• De veiligheid is alleen gegarandeerd als het apparaat is aangesloten op een aardedraad dievoldoet aan de geldende voorschriften.• Gebruik geen verlengkabel om het apparaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet.• Het apparaat mag niet boven een vaatwasser of wasdroger worden gebruikt: de vrijkomendewaterdampen kunnen de elektronica beschadigen.• Schakel het apparaat niet in via een externe tijdschakelklok of een aparte afstandsbediening.• OPGELET: Het kookproces moet worden bewaakt. Een kortstondig kookproces moetvoortdurend worden gecontroleerd.

4 ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN • Schakel de kookzones na elk gebruik uit.• Oververhitte vetten en oliën ontbranden snel. Als u voedsel in vet of olie (bijv. frites) bereidt,moet u het kookproces observeren.• Als u kookt en braadt, worden de kookzones heet. Pas daarom op voor verbrandingen tijdensen na gebruik van het apparaat.• Zorg ervoor dat er geen elektriciteitskabel van een vrijstaand of ingebouwd apparaat in contactkomt met de plaat of de hete kookzone.• Magnetische voorwerpen zoals creditcards, diskettes, zakrekenmachines enz. mogen zich nietin de onmiddellijke nabijheid van het ingeschakelde apparaat bevinden. Hun functie zou nadeligkunnen worden beïnvloed.• Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en pannendeksels mogen niet op dekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden.• Plaats in het algemeen geen metalen voorwerpen (bijv.

lepels, pannendeksels enz.) op hetinductieoppervlak, omdat deze tijdens het gebruik kunnen verwarmen.• Dek het kookoppervlak nooit af met een doek of beschermfolie; deze kunnen zeer heet wordenen in brand vliegen.• Dit apparaat kan gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met beperkte lichamelijke,zintuiglijke of geestelijke vermogens of te weinig ervaring en/of kennis, als toezicht op hen wordtgehouden of als zij instructies hebben ontvangen betreffende het veilige gebruik van hetapparaat en de daaruit voortvloeiende gevaren.• Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.• Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet zonder toezicht door kinderen wordenuitgevoerd.

5 BESCHERMING TEGEN BESCHADIGINGEN• Gebruik geen potten of pannen met een ongepolijste of beschadigde bodem (bijvoorbeeld vangietijzer). Deze kunnen krassen maken op de keramische glasplaten.• Houd er rekening mee dat zandkorrels ook krassen kunnen veroorzaken.• Glaskeramiek is ongevoelig voor temperatuurschokken en zeer resistent, maar nietonbreekbaar. Vooral puntige en harde voorwerpen die op het kookoppervlak vallen kunnen hetbeschadigen.• Stoot geen pannen en randen tegen de plaat. Gebruik de kookzones niet met leeg kookgerei.• Voorkom suiker, kunststof of aluminiumfolie op de hete kookzones. Deze materialen smelten,kleven vast en kunnen bij afkoeling scheuren, breuken of andere permanente veranderingen inde plaat veroorzaken. Als ze toch nog op de hete kookzones terechtkomen, schakelt u hetapparaat uit en verwijdert u deze materialen terwijl ze nog warm zijn.

Omdat de kookzones heetzijn, bestaat er verbrandingsgevaar.• Leg geen voorwerpen op de kookplaat.• Plaats in geen geval heet kookgerei op de regeling. De elektronica onder het glas kanbeschadigd raken.• Als er een lade onder het ingebouwde apparaat zit, zorg dan voor een minimale afstand van 2cm tussen de onderkant van het apparaat en de inhoud van de lade, anders is de ventilatie vanhet apparaat niet gegarandeerd.• In deze lade mogen geen brandbare voorwerpen (bijv. spuitbussen) worden opgeborgen. Heteventuele bestekbakje in de lade moet gemaakt zijn van hittebestendig materiaal.• Verhit geen gesloten reservoirs (bijv. blikjes) op de kookzones. De reservoirs of blikken kunnenbarsten door de bijbehorende overdruk en er bestaat verwondingsgevaar!

6 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ UITVAL VAN HET APPARAAT• Als er een fout wordt ontdekt, moet het apparaat worden uitgeschakeld en van het stroomnetworden losgekoppeld.• Als er breuken, barsten of scheuren in het glas ontstaan: Schakel de kookplaat onmiddellijk uit,schroef de zekering voor de kookplaat los of verwijder deze en neem contact op met onzeklantenservice of uw dealer.• Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.• WAARSCHUWING: Als het glasoppervlak gebarsten is, moet het apparaat wordenuitgeschakeld om het risico van elektrische schokken te vermijden.BESCHERMING TEGEN ANDERE GEVAREN• Zorg ervoor dat het kookgerei altijd in het midden van de kookzone geplaatst wordt.

De bodemvan de pan moet een zo groot mogelijk deel van de kookzone bedekken.• Voor personen met een pacemaker: in de buurt van het ingeschakelde apparaat wordt eenelektromagnetisch veld opgewekt, dat mogelijk de pacemaker kan beïnvloeden. Neem in gevalvan twijfel contact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.• Gebruik geen kookgerei van aluminium of plastic: het kan smelten op de hete kookzones.• Probeer NOOIT een brand met water te blussen, schakel het apparaat uit en dek dan de vlamaf, b.v. B. met een deksel of een blusdeken. WAARSCHUWING Het gebruik van slechte potten resp. van adapterringen voor inductie leidt tot een voortijdige beëindiging van de garantie. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, die op of rond de kookplaat kan ontstaan.

8 Smart Slider Aan/uit BEDIENINGSPANEEL BEDIENING VAN DE KOOKPLAAT WEERGAVE Display Benaming Beschrijving 0 Nul De kookzone is geactiveerd 1… 9 Vermogensniveau Instelling van het vermogen U Geen pandetectie Pan niet geplaatst of niet geschikt A Voorkookautomaat Hoogste vermogen+ voorkoken E Foutindicator Fout in de elektronica H Restwarmte Kookzone is heet P Booster Het Booster-vermogen is geactiveerd U Warmhoudfunctie Met deze functie worden gerechten warm gehouden bij 70°C II Pauze De kookplaat staat op pauze ∏ Bridge Twee kookzones kunnen worden gecombineerd tot één kookzone GRILL Grillfunctie De grillfunctie is geactiveerd Pauze-functie Grill-functie Warmhoud- functie Timer- functie [+/-] Timer Selectie-knop Vermogens Selectietoets Timer Chef-kok- functie Afzuigkap Selectietoets

9 VENTILATIE De ventilator werkt automatisch. Hij begint met een lage snelheid zodra de door de elektronica vrijgegeven waarden een bepaalde drempelwaarde overschrijden. De hogere snelheid wordt ingeschakeld wanneer de inductiekookplaat intensief wordt gebruikt. De ventilator verlaagt zijn snelheid en schakelt automatisch uit zodra de elektronica voldoende is afgekoeld. INGEBRUIKNAME VAN DE KOOKPLAAT VOOR HET EERSTE GEBRUIKReinig eerst uw apparaat met een vochtige doek en veeg het vervolgens droog met een schone doek. Gebruik geen reinigingsmiddel dat een blauwachtige tint op het geglazuurde oppervlak kan veroorzaken. INDUCTIEPRINCIPEOnder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Bij het inschakelen van de kookzone genereert de inductiespoel een variabel elektromagnetisch veld. Het magnetisch veld genereert inductieve stromen in de bodem van de pan (die magnetisch moet zijn).

Het resultaat is een verwarming van de bodem van de pan die zich op de verwarmingszone bevindt. De kookzone warmt alleen indirect op door de warmte die door de pan wordt afgegeven. De inductiekookzones werken alleen, met magnetisch kookgerei: • Geschikt inductiekookgerei met magnetische bodem zoals: gietijzer, staal, geëmailleerd staal,roestvrij staal met magnetisch bodem.• Ongeschikt inductiekookgerei: koper, aluminium, glas, hout, aardewerk, keramiek, nietmagnetisch roestvrij staal.De inductiekookzone wordt automatisch aangepast aan de grootte van het kookgerei. De bodemdiameter van het kookgerei mag niet kleiner zijn dan een bepaalde waarde, anders wordt de inductie niet ingeschakeld. De bodemdiameter van elke pan moet een minimumgrootte hebben, afhankelijk van de grootte van de kookzone. Als het kookgerei niet geschikt is voor inductie, verschijnt de melding [ U ].

10 TOUCH CONTROL-FUNCTIE De kookplaat wordt aangestuurd via sensortoetsen. Deze reageren op lichte aanrakingen van het glas met de vinger. Als u de toetsen ongeveer een seconde aanraakt, worden de besturingscommando's uitgevoerd. Elke reactie van de schakelvelden wordt bevestigd met een akoestisch en/of visueel signaal. Druk voor algemeen gebruik slechts op één toets tegelijk. SMART-SLIDER-FUNCTIE Voor de keuze van het vermogen met de smart slider, beweegt u uw vingers over de sliderzone. De gewenste uitvoering kan ook rechtstreeks worden geselecteerd door het betreffende niveau aan te raken. Smart Slider Smart Slider Directe toegang

11 KOOKPLAAT IN- EN UITSCHAKELENOCHFELD Schakel eerst de kookplaat in en vervolgens de kookzone. Als er geen verdere invoer plaatsvindt, wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na ca. 20 seconden uitgeschakeld. PANHERKENNING Voor meer comfort en eenvoud is deze kookplaat uitgerust met een besturingssysteem. Schakel de kookplaat in en plaats een pan op de kookplaat. De intuïtieve bediening zal de pan automatisch herkennen resp. zal u het [0]-symbool boven de te gebruiken smart-slider tonen. U kunt nu het verwarmingsniveau naar wens aanpassen. De panherkenning garandeert volledige veiligheid. De inductie werkt niet: • Als er geen kookgerei op de kookzone staat of als er een pan wordt gebruikt die nietgeschikt is voor inductie. In dit geval kan het vermogensniveau niet worden verhoogd enhet [ U ]-symbool verschijnt op het display.

De [ U ] verdwijnt wanneer een pan op dekookzone wordt gezet.• Wordt de pan tijdens het koken van de kookzone genomen, schakelt de kookzoneonmiddellijk uit en op het display verschijnt het teken [ U ]. De [ U ] verdwijnt wanneer weereen pan op de kookzone wordt gezet. De kookzone gaat verder op het eerder ingesteldevermogensniveau.Na gebruik schakelt u de kookzone uit: zodat de panherkenning [ U ] niet meer verschijnt. Kookplaat inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] drukken Uitschakelen 2 sec. op [ ] drukken Geen of [ H ] Kookzone inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Vermogen verhogen Met de vinger over de smartslider glijden [ 1 ] tot [ P ] Uitschakelen Met de vinger over de smartslider glijden [ 0 ] of [ H ]

12 RESTWARMTE-INDICATOR Na het uitschakelen van de kookzones of de kookplaat wordt de restwarmte van de nog warme kookzones met een [ H ] aangegeven. De [ H ] verdwijnt als de kookzones zonder gevaar kunnen worden aangeraakt. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mogen de kookzones niet worden aangeraakt en mogen er geen warmtegevoelige voorwerpen op worden geplaatst: Verbrandingsgevaar! BOOSTER-FUNCTIE (POWERNIVEAU) Alle kookzones zijn uitgerust met een boosterfunctie, d.w.z. met vermogensversterking. De boosterfunctie wordt met [ P ] aangegeven. Als ze zijn ingeschakeld, werken deze kookzones gedurende een periode van 5 minuten. Dit grote vermogen is ontworpen om bijv. grote hoeveelheden water snel te verhitten, zoals het koken van pastawater. Nadat het apparaat na 5 minuten automatisch is teruggeschakeld, mag u niet opnieuw de booster inschakelen.

Het apparaat kan oververhit raken en een veiligheidsuitschakeling activeren. Booster inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Booster inschakelen Met de vinger over de smartslider glijden of meteen op het einde drukken [ P ] Booster uitschakelen Met de vinger over de smartslider glijden of meteen op het einde drukken [ 9 ] t/m [ 0 ] Beheer van het maximale vermogen: De kookplaat is uitgerust met een maximumvermogen. Om dit maximumvermogen niet te overschrijden, verlaagt de elektronica automatisch het kookniveau van een andere kookzone als de boosterfunctie wordt geactiveerd. Deze kookzone geeft dan knipperend het gereduceerd vermogen [ 9 ] aan. Geselecteerde kookzone Andere kookzone (bijvoorbeeld: vermogensniveau 9) [ P ] brandt [ 9 ] wordt tot [ 6 ] of [ 8 ] gereduceerd en knippert

13 TIJDSCHAKELKLOK Met de geïntegreerde timer kun je een kooktijd instellen van 1 minuut tot 1 uur en 59 minuten op alle vier de kookzones. Elke kookzone kan een andere instelling hebben. Na enkele seconden stopt het knipperen. De duur wordt geactiveerd en het tijdsverloop begint. Wanneer meerdere tijdschakelklokken in bedrijf zijn, de procedure herhalen. Inschakeling of wijziging van de duur: Bediening Bedieningsveld Display Kookzone selecteren Druk op [ 0 ] op een van de kookzoneknoppen Vermogen selecteren Met de vinger over de smartslider glijden [ 1 ] tot [ 9 ] Tijdschakelklok kiezen Op [ ] drukken Tijd verkorten Druk op [ - ] van de tijdschakelklok Tijd in min. neemt af. Tijd verlengen Druk op [ + ] van de tijdschakelklok Tijd in min.

14 Na enkele seconden stopt het knipperen. De duur wordt geactiveerd en het tijdsverloop begint. Tijdschakelklok als zandloper: De tijdschakelklok werkt onafhankelijk van de kookzones en schakelt uit zodra een kookzone in bedrijf is. Het proces gebeurt zelfs wanneer de kookplaat is uitgeschakeld. Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen van de kookplaat 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] Tijdschakelklok kiezen Op [ 000 ] drukken [ 000 ] Tijd verkorten Druk op [ - ] van de tijdschakelklok Tijd in min. neemt af. Tijd verlengen Druk op [ + ] van de tijdschakelklok Tijd in min. verhoogt Automatisch uitschakelen: Na afloop van de geprogrammeerde kooktijd wordt knipperend [ 000 ] aangegeven en wordt er een akoestisch signaal gegeven. Om het geluidssignaal en het knipperen uit te schakelen, drukt u gewoon op de toets [ 000 ].

15 VOORKOOKAUTOMAAT Alle kookzones zijn uitgerust met een voorkookautomaat. Wanneer de voorkookautomaat is geactiveerd, verhit de kookzone automatisch met maximaal vermogen en schakelt dan terug naar het door u gekozen kookniveau. De voorkooktijd is afhankelijk van het gekozen doorkookniveau. STOP & GO-FUNCTIE Met deze functie kunt u het kookproces tijdelijk onderbreken en kunt u opnieuw starten met dezelfde instellingen.

16 MEMORY-FUNCTIE Na het uitschakelen van de kookplaat blijven de laatste instellingen bewaard. Met de Memoryfunctie kunt u deze waarden weer activeren. De volgende instellingen kunnen door de Memoryfunctie opnieuw worden geactiveerd: • Vermogensniveaus van de kookzones.• Timer-instellingen van de kookzones.Instellingen van de voorkookautomaat Memory-functie oproepen: • Kookplaat inschakelen ( 2 sec. op [ ] drukken)• Binnen 6 Seconden, op [ II ] drukken.• De waarden van de laatste instellingen zijn weer geactiveerd.WARMHOUDFUNCTIES Met deze functie worden gerechten warm gehouden bij 70 °C. Deze functie voorkomt overloop en verbranding. In- en uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen Op [ ] drukken [ U ] Uitschakelen Op [ ] drukken [ 0 ]

17 AUTOMATISCHE BRUGFUNCTIE Met deze functie kunnen twee kookzones met elkaar worden verbonden voor één kookproces. Proces Bedieningsveld Display Inschakelen van de kookplaat 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] Brug inschakelen Plaats een pan op een van beide te overbruggen kookzones en druk tegelijkertijd de overeenkomstige keuzetoetsen [ 0 ] en [ ] of plaats een grote pan op beide zones die u met deze functie wilt gebruiken [ ] knippert [ ] Vermogen verhogen Via de smart-slider, die het vermogen aangeeft, naar rechts te glijden [ 1 ] tot [ P ] Brug uitschakelen Op de beide gewenste zones drukken [ 0 ]

18 KINDERBEVEILIGING/VERGRENDELING VAN DE KOOKPLAAT Om een verandering van de kookzone-instelling te vermijden, bijvoorbeeld bij de reiniging van het glas, kunnen de bedieningstoetsen (met uitzondering van de toets [ ]) worden vergrendeld. Chef-kok functie (alleen voor 5IX80290)Deze functie verandert de kookplaat in 2 grote zones. Vergrendeling activeren: Bediening Bedieningsveld Display Inschakelen van de kookplaat 2 sec. op [ ] drukken [ 0 ] Vergrendeling inschakelen De toets van een kookzone 3s lang vasthouden. Daarna legt u uw vinger op de smart-slider en glijdt met uw vinger van links naar rechts Licht aan Vergrendeling uitschakelen De toets van een kookzone 3s lang vasthouden.

19 GRILLFUNCTIE/CHEF-KOK FUNCTIE (ALLEEN VOOR 5IX80290-1) Deze functie maakt een optimaal gebruik van de Blaupunkt grillplaat/Teppan Yaki-plaat mogelijk. Door de overbrugging van twee kookzones en een passend vermogensniveau zorgt deze Functie voor indoor-grillplezier. De passende toebehoren vindt u in onze onlineshop op www.blaupunkt-einbaugeraete.com of bij uw dealer. Grillfunctie inschakelen/uitschakelen: Bediening Bedieningsveld Display Grillfunctie inschakelen Op [ GRILL ] drukken [ ] Grillfunctie uitschakelen Op [ GRILL ] drukken [ 0 ] Werkingstijdbegrenzing: De kookplaat heeft een automatische werkingstijdbegrenzing. De continue gebruiksduur van elke kookzone is afhankelijk van het gekozen verwarmingsniveau. Voorwaarde is dat de instellingen van de kookzone tijdens de gebruiksduur niet worden gewijzigd. Als de werkingstijdbegrenzing geactiveerd is, wordt de kookzone uitgeschakeld.

20 KOOKADVIEZEN KOOKGEREI Geschikte materialen: staal, geëmailleerd staal, gietijzer, roestvrij staal met magnetische bodem, aluminium met magnetische bodem Niet geschikte materialen: aluminium en roestvrij staal zonder magnetisch bodem, koper, messing, glas, aardewerk, porselein De specificaties van de fabrikant controleren, of het kookgerei geschikt is voor inductie. Zo controleert u de inductiecompatibiliteit van de pannen: • Vul het gerei met wat water en plaats ze op de inductiekookzone. Zet de kookzone opvermogensniveau [ 9 ]. Dit water moet binnen een paar seconden warm worden.• Houd een magneet bij de panbodem. Blijft de magneet hechten dan is het kookgerei geschikt.Bepaalde pannen kunnen een geluid maken wanneer ze op een inductiekookzone worden geplaatst. Dit geluid veroorzaakt geen storing aan het apparaat en heeft geen invloed op de kookwerking.

Gebruik alleen potten en pannen met een gladde bodem. Ruwe pot- of panbodems kunnen anders krassen maken op de keramische glasplaat. Gebruik indien mogelijk pannen met rechte rand. Bij pannen met een schuine rand werkt inductie ook in het randgebied van de pan. Dit kan de rand van de pan doen verkleuren.

21 GROOTTE VAN HET KOOKGEREI De kookzones passen zich automatisch aan de grootte van de panbodem aan tot een zekere grens. De bodemdiameter van het kookgerei mag niet kleiner zijn dan een bepaalde waarde, anders wordt de inductie niet ingeschakeld. Centreer de pan altijd in het midden van de kookzone om het beste rendement te bereiken.

23 AUTOMATISCHE FUNCTIE Deze functie past het vermogen van de kap automatisch aan het vermogen van de kookzones aan. Opmerking: Wanneer de automatische functie is geactiveerd, kunt u de afzuigkracht van de kap snel wijzigen, door met uw vinger over de Smart Slider te glijden. Daardoor wordt de automatische functie tijdelijk gestopt. De automatische functie wordt bij de volgende start van de kookplaat opnieuw geactiveerd. Activeren/deactiveren van de automatische functie Actie Bedieningsveld Display Automatische functie activeren Druk op de selectietoets en houd deze 3 seconden ingedrukt. [ A ] Automatische functie deactiveren Druk op de selectietoets en houd deze 3 seconden ingedrukt. [ 0 ]

24 REINIGING EN ONDERHOUD VAN DE AFZUIGKAP Een regelmatige reiniging zorgt voor een correcte en foutloze werking en verlengt de levensduur van het apparaat. FILTER-REINIGINGSINDICATOR Wanneer de kap ingeschakeld en de zuigkracht op [ 0 ] is ingesteld, wordt de resterende tijd voor de filterreiniging op het timer-display weergegeven. De standaardinstelling is 31 uur, maar de instelling kan individueel worden gewijzigd. Filter reinigingsindicator Wanneer de vetfilters moeten worden gereinigd, verschijnt op het timer-weergave [ 00h ] en een knipperend punt op de selectietoets.

Display van de resterende tijd Actie Bedieningsveld Display De kap inschakelen Druk op de selectietoets [Resterende tijd] op de timer-weergave Resetten van de resterende tijd tot de reiniging van het filter van de afzuigkap Actie Bedieningsveld Display Kookplaat inschakelen Druk 2 seconden op [ ] [ 0 ] en een knipperende punt op de selectietoets Afzuigkapfunctie selecteren Druk op de selectietoets [ 0 ] en [ 00h ] op de timer-weergave Het display op nul terugzetten Druk 3 seconden op de timer-weergave De laatste door de gebruiker gedefinieerde instelling wordt opnieuw geactiveerd Bevestig de instelling Druk nogmaals op de timer-weergave –

25 REINIGING VAN VETFILTERS IN DE VAATWASSER De vetfilters kunnen verticaal in de onderste mand worden geplaatst en bij maximaal 60°C met een mild reinigingsmiddel gewassen worden. Plaats na de reiniging de vetfilters terug in de kap. VERVANGEN VAN HET ACTIEVE-KOOLSTOFFILTER Het actieve koolstoffilter, dat wordt gebruikt voor de recirculatie en om geuren op te vangen, moet na 6 maanden normaal gebruik worden vervangen. De resterende tijd tot de reiniging van de afzuigkapfilter wijzigen Actie Bedieningsveld Display Kookplaat inschakelen Druk 2 seconden op [ ] [ 0 ] op de selectietoets [resterende tijd] op de timer-weergave De kap selecteren Druk op de selectietoets [Resterende tijd] op de timer-weergave Teller-timer wijzigen Druk 3 seconden op de timer-weergave – Bevestig de instelling Met [ + ] en [ - ] aanpassen. Druk nogmaals op de timer-weergave – Vetfilter Actieve-koolstoffilter

26 REINIGING EN ONDERHOUD Voordat u de kookplaat na het koken schoonmaakt, moet u hem eerst laten afkoelen. Anders bestaat er verbrandingsgevaar. Maak de vuile kookplaat regelmatig schoon. Gebruik daarvoor een vochtige doek en een beetje schoonmaakmiddel. Wrijf het dan droog met een schone doek. • Om het apparaat te reinigen, moet het worden uitgeschakeld. • Om veiligheidsredenen is het niet toegestaan het apparaat te reinigen met een stoom- ofhogedrukreiniger. • Gebruik in geen geval schurende of agressieve reinigingsmiddelen, zoals grill- en ovensprays,vlek- of roestverwijderaar, schuurzand of sponzen met krassende oppervlakken. • Wrijf de kookplaat vervolgens droog met een schone doek. • Als per ongeluk dingen zoals suiker, kunststof of aluminiumfolie op de kookplaat komen, moet ude kookplaat zo snel mogelijk uitschakelen en deze dingen onmiddellijk verwijderen.

Weeshierbij zeer voorzichtig omdat anders verbrandingsgevaar bestaat. Verwijder ze onmiddellijk nahet uitschakelen van de kookzones. • Et rooster van de afzuigkap reinigenReinig het rooster met de hand met een spons en afwasmiddel. Het rooster kan ook in devaatwasser worden gereinigd op maximaal 60°C met een mild afwasmiddel. Plaats het rooster terug na het reinigen. Reinigen van de verwijderbare basisOm de efficiëntie van je apparaat te gaHranderen, is het aanbevolen om de basis van demotorkap te reinigen wanneer deze vuil is (overkoken van pannen, intensief gebruik van demotorkap, enz. )Was de verwijderbare basis met de hand met een spons en afwasmiddel. Droog deverwijderbare basis onmiddellijk na het wassen met een theedoek. ATTENTIE: Niet in de vaatwasser reinigen.

27 Verwijderen/installeren van de luifelbasisGa als volgt te werk om de motorkapbasis te verwijderen:1 Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is.2. maak het onderste deel van de motorkap in uw meubels toegankelijk.5. Laat de verwijderbare basis zakken om hem volledig te verwijderen. Houd de basis tijdens hethele proces horizontaal om te voorkomen dat u eventueel opgevangen vloeistoffen morst.3.Schuif de vergrendeling naar beneden.4. Terwijl u de vergrendeling ingedrukt houdt, schuift u de verwijderbare basis naar voren uit hetapparaat en ondersteunt u hem van onderen om te voorkomen dat hij valt.Voer dezelfde stappen in omgekeerde volgorde uit om het voetstuk terug te plaatsen.Let op: Voordat u de kookplaat en/of de afzuigkap gebruikt, moeten alle elementen van de afzuigkap geplaatst zijn!

28 WAT DOEN WANNEER … De kookplaat of de kookzones kunnen niet worden ingeschakeld: • De kookplaat is onjuist op het stroomnet aangesloten.• De zekering van de huisinstallatie is niet correct geplaatst of is defect. De kookplaat isvergrendeld.• De sensortoetsen zijn bedekt met water of vuil.• Een kookpan of voorwerpen bedekken de knoppen.Op het display verschijnt [ U ]: • Het kookgerei staat niet op de kookzone. Het kookgerei is niet geschikt voorinductie• De diameter van de panbodem is te klein voor deze kookzone.Op het display verschijnt [ E ]: • Koppel het apparaat los van het stroomnet en sluit het opnieuw aan.• De klantenservice bellen.

29 Eén kookzone of de hele kookplaat schakelt zich uit: • De veiligheidsuitschakeling is in werking getreden. Er is vergeten een kookzone uit te schakelen.• Er zijn meerdere sensortoetsen bedekt.• De pan is leeg en oververhit.• Door oververhitting wordt de elektronica automatisch gereduceerd of automatisch uitgeschakeld.De koelventilator blijft draaien nadat deze is uitgeschakeld: • Dit is geen storing, de ventilator draait zo lang, tot het apparaat is afgekoeld.• De ventilator schakelt automatisch uit.De voorkookautomaat schakelt niet in: • De kookzone is nog heet [ H ]• Het hoogste vermogensniveau is ingeschakeld [ 9 ]Display [ U ]: • Vindt u in het hoofdstuk Warmhoud-niveau.Display [ II ]: • Vindt u in het hoofdstuk Stop&Go-functie.Op de display verschijnt [ ] of [ Er03 ]: • Een voorwerp of vloeistof bedekt de toetsen.

De melding verdwijnt zodra de knoppenworden losgelaten of gereinigd.Op het display verschijnt [ E2 ]: • De kookplaat is oververhit, laat hem eerst afkoelen en zet hem dan weer aanOp het display verschijnt [ E8 ]: • De luchtinlaat van de ventilator is verstopt, verwijder de dingen die een belemmering• veroorzaken.Op het display verschijnt [ U400 ]: • De kookplaat is niet met het stroomnet verbonden. Controleer de aansluiting en schakel de• kookplaat in.Op het display verschijnt [ Er47 ]: • De kookplaat is niet met het stroomnet verbonden. Controleer de aansluiting en schakel de• kookplaat in.Als een van de bovenstaande kenmerken aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.

30 MILIEUBESCHERMING De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. Elektrische en elektronische apparaten bevatten nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook nog schadelijke stoffen, die nodig zijn voor hun werking en veiligheid. • G Gooi daarom nooit uw oude apparaat bij het restafval.• Gebruik in plaats daarvan de door uw gemeente ingerichteinzamelplaats voor inleveringen en recycling van elektrische enelektronische oude apparaten. MONTAGE-INSTRUCTIES Montage en aansluiting mogen alleen door een geautoriseerde specialist worden uitgevoerd. De gebruiker moet erop letten, dat de in zijn woonplaats geldende normen worden aangehouden. Afdichting inbouw Inbouw Inbouwafmetingen: Uitsparing Glasmaat Inbouw installatie Ref.

31 • De afstand van de uitsparing tot een muur en/of een meubelstuk moet minstens 40 mmbedragen.• Dit apparaat komt qua bescherming tegen brandgevaar overeen met type Y. Alleen apparatenvan dit type mogen aan één zijde van aangrenzende hoge units of wanden worden ingebouwd.Let op: Aan de andere zijde mogen echter geen meubels of apparaten hoger zijn dan dekookplaat.• Het werkblad moet met een hittebestendige lijm (75 °C) worden afgewerkt.• De wandafsluitstrips moeten hittebestendig zijn.• De kookplaat mag niet worden geïnstalleerd boven fornuizen zonder ventilator, vaatwassers,wasmachines of drogers.• Als er zich een lade onder de kookplaat bevindt, mogen er geen brandbare voorwerpen, bijv.spuitbussen, in de lade worden opgeborgen.• Er moet op worden gelet, dat de aansluitkabel van de kookplaat na de installatie niet aanmechanische belasting wordt blootgesteld, bijv.

32 • De snijvlakken moeten met speciale lak, siliconenrubber of giethars worden afgedicht, omzwelling door vocht te voorkomen. Zorg ervoor dat u de meegeleverde afdichtingstapevoorzichtig opplakt.• OPGELET: Gebruik alleen beschermroosters, die door de fabrikant worden aangeboden of diedoor hen zijn goedgekeurd voor gebruik met de kookplaat.• Lijm de kookplaat nooit met siliconen! Een later vernietigingsvrij verwijderen van de kookplaatis dan niet meer mogelijk.• De installatie van het apparaat vereist geen voormontage.• Het luchtafvoerkanaal dat niet bij de levering is inbegrepen heeft een standaardafmeting van222 x 89 mm.• Het plintrooster moet geïnstalleerd worden, om de goede werking van het ventilatiesysteem tegaranderen.

33 ELEKTRISCHE AANSLUITING • Voor de aansluiting van het apparaat op het elektriciteitsnet moet u een elektricien inzetten, diebekend is met de voorschriften van de landelijke elektriciteitsvoorzieningsbedrijven en dezezorgvuldig in acht neemt.• Na de installatie moet de aanraakbeveiliging van bedrijfsgeïsoleerde onderdelen wordengewaarborgd.• Of de vereiste aansluitgegevens met die van het net overeenkomen, vindt u op het typeplaatje.• Het apparaat moet op alle polen door middel van scheidingsinrichtingen van het stroomnetkunnen worden losgekoppeld. In uitgeschakelde toestand moet er een contactafstand van 3mm zijn. Geschikte uitschakelinrichtingen zijn onder meer stroomonderbrekers, zekeringen enschakelaars.• De installatie moet met zekeringen worden beveiligd.

Elektrische kabels moeten perfectworden afgedekt door de installatie.• Als het apparaat niet is voorzien van een toegankelijke stekker, moet rekening wordengehouden met andere ontkoppelingsmogelijkheden voor permanente installatie inovereenstemming met de installatie-instructies.• De voedingskabel moet zo worden bevestigd, dat de hete delen van de kookplaat niet wordenaangeraakt.Let op! Dit apparaat is alleen ontworpen voor een voeding van 220-240V/400 V ~ 50/60 Hz. Sluit ook altijd de aardleiding aan. Let op het aansluitschema. De aansluitkast bevindt zich aan de onderkant van het apparaat. Om de behuizing te openen, gebruikt u een schroevendraaier en schuift u deze in de daarvoor bestemde sleuven.

34 Aansluiting van de kookplaat Gebruik voor de verschillende aansluitmogelijkheden de messing poolbruggen, die zich in de behuizing bevinden. Eenfasige aansluiting 220-240V~1f+N: Plaats een poolbrug tussen aansluitklemmen L1,L2 en L3, vervolgens tussen aansluitklemmen N1 en N2. Sluit de aarde aan op de "aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L op de klem L1,L2 of L3. Tweefasige aansluiting 400V~2f+N: Plaats een poolbrug tussen aansluitklemmen L2 en L3, ervolgens tussen aansluitklemmen N1 en N2. Sluit de aarde aan op de "aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L1 op aansluitklem L1 en de fase L2 op aansluitklem L2 of L3. Driefasige aansluiting 400V~3f+N: Plaats een poolbrug tussen aansluitklemmen N1 en N2. Sluit de aarde aan op de "aarde"-klem, de nul op de klem N1 of N2, de fase L1 op aansluitklem L1, de fase L2 op aansluitklem L2 en de fase L3 op aansluitklem L3.

Let op! Plaats de draden op de juiste manier en draai de schroeven vast. Wij zijn niet verantwoordelijk voor incidenten die worden veroorzaakt door een verkeerde aansluiting, of een niet-bestaande of foutieve aarding.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Blaupunkt 5IX60291ME stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden