Bestron LD85C41X Handleiding

Bestron Fornuis LD85C41X

Bekijk gratis de handleiding van Bestron LD85C41X (40 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Bestron LD85C41X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
INSTRUCTIES VOOR INSTALLATIE, ONDERHOUD EN
GEBRUIK VAN VRIJSTAANDE FORNUIZEN
80x50 cm (type MG/MGV) NL pg. 2
NOTICE D’INSTALLATION, D’ENTRETIEN
ET MODE D’EMPLOI DE LA CUISINIERE A GAZ
80x50cm (MODELE MG/ MGV) FR pag. 15
ANWEISUNGEN FÜR DEN EINBAU, DIE WARTUNG UND
DEN GEBRAUCH DER FREISTEHENDEN MINIKÜCHEN
Ofen 80 x 50 cm (Typen MG/MGV) DE seite 27
LD85C41CS/1
LD85C41X/1

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bestron
Categorie: Fornuis
Model: LD85C41X
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Timer: Ja
Breedte: 800 mm
Diepte: 500 mm
Hoogte: 900 mm
Grill: Ja
Verlichting binnenin: Ja
Rotisserie: Ja
Aantal branders/kookzones: 5 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Totale binnen capaciteit (ovens): 80 l
Voedingsbron oven: Electrisch
Aantal ovens: 1
Met oven: Ja
Aantal gaspitten: 5 zone(s)
Totaal vermogen van de oven: - W
Netto capaciteit oven: 80 l
Type timer: Mechanisch
Brutocapaciteit oven: 80 l
Oven vermogen: - W
Meegeleverde haardplaat: Ja
Afmetingen (B x D x H): 800 x 500 x 900 mm
Stroomverbruik (typisch): 2800 W
Type product: Vrijstaand fornuis

Handleiding Bestron LD85C41X – volledige tekst

2LD85C41CS/1 LD85C41X/1 LEES DEZE HANDLEIDING ZORGVULDIG DOOR VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK VAN HET APPARAAT. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor eventuele schade aan eigendommen of letsel van personen als gevolg van onjuiste installatie of verkeerd gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor druk- of transcriptiefouten in deze handleiding. Tevens zijn de vermelde getallen slechts richtlijnen. De fabrikant behoudt zich het recht voor om wanneer dit nodig en nuttig geacht wordt wijzigingen in producten aan te brengen zonder dat dit invloed heeft op de fundamentele veiligheids- en gebruikskenmerken. INHOUDSOPGAVE TECHNISCHE INSTALLATIE-INSTRUCTIES. pg. 2 Installatie van het fornuis: installatie-informatie. pg. 3 Ventilatie en beluchting van ruimtes. pg. 4 Gasaansluiting. pg. 5 Aanpassing aan andere gassoort en afstelling van de branders. pg.

5-6 Elektrische aansluiting. pg. 6-7 ONDERHOUD VAN HET APPARAAT: onderdelen vervangen. pg. 7-8 HANDLEIDING VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD. pg. 8-9 AFMETINGEN GASBRANDER. pg. 9 BEDIENINGSPANEEL. pg. 9 Branders gebruiken. pg. 10 De thermostaat met serieschakelaar gebruiken. pg. 11 De conventionele elektrische oven gebruiken. pg. 12 De elektrische grill gebruiken. pg. 13 De kookwekker gebruiken. pg. 13 Het apparaat reinigen. pg. 14 Technische nazorg en reserveonderdelen. pg. 14 DIT APPARAAT IS BESTEMD VOOR NIET-PROFESSIONEEL HUISELIJK GEBRUIK. Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Deze richtlijn legt de bepalingen vast voor de inzameling en de recycling van afgedankte apparatuur die op heel het grondgebied van de Europese Unie gelden.

Onjuiste installatie kan letsel van personen of dieren of schade aan eigendommen tot gevolg hebben, waarvoor de fabrikant geen verantwoordelijkheid aanvaardt. De veiligheids- of automatisch ingestelde onderdelen van het apparaat mogen tijdens de levensduur van het systeem uitsluitend gewijzigd worden door de fabrikant of door de daartoe bevoegde leverancier.

3INSTALLATIE VAN HET FORNUIS Controleer het fornuis op beschadiging na verwijdering van de binnen- en buitenverpakking. Bij twijfel het apparaat niet gebruiken en een vakman raadplegen. Houd al het gevaarlijke verpakkingsmateriaal (piepschuim, zakken, karton, nietjes, enz. ) buiten bereik van kinderen. Aangezien het verpakkingsmateriaal (piepschuim, zakjes, karton, spijkers e. d. ) gevaarlijk materiaal is moet het buiten bereik van kinderen gehouden worden. Het apparaat kan vrijstaand geïnstalleerd worden, tegen een wand aan op een afstand van niet minder dan 20 mm (afb. 2, Installatie klasse 1) of ingebouwd tussen twee wanden (afb. 1, Installatie klasse 2 subklasse 1). Het is mogelijk dat slechts één zijwand hoger is dan het werkblad en deze moet zich op een afstand van minimaal 70 mm van de rand van het fornuis af bevinden (afb. 2, Installatie klasse 1).

De wanden van de aansluitende keukenkastjes, indien aanwezig, en de wand achter de fornuis dienen uit materiaal vervaardigd te zijn dat bestand is tegen een overtemperatuur van 65 K. Het apparaat kan zowel als een klasse 1 als een klasse 2 subklasse 1 geïnstalleerd worden. LET OP: Indien het apparaat als een klasse 2 subklasse 1 geïnstalleerd wordt, enkel en alleen flexibile metalen buizen gebruiken voor de aansluiting op gas, in overkomst met de ter plekke geldende normen. Fig. 1 Fig. 2 BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE INSTALLATIE VAN HET APPARAAT Het fornuis kan vrijuit, vrijstaand of tussen keukenmeubels in of tussen een meubel en een muur in geplaatst geïnstalleerd worden. De installatie van het apparaat moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de voorschriften van de normen UNI 7129 en UNI 7131. Dit apparaat is niet aangesloten op systemen voor de afvoer van verbrandingsgassen.

4 VENTILATIE VAN DE RUIMTE Voor de correcte werking van het apparaat dient de ruimte waarin het geïnstalleerd is voortdurend geventileerd te worden. De ruimte dient ten minste 25 m³ groot te zijn en de hoeveelheid benodigde lucht is afhankelijk van de normale verbranding van gas en de ventilatie van de ruimte. Er dient natuurlijke lucht door permanente openingen in de muren van de te ventileren ruimte te stromen: deze openingen dienen in verbinding te staan met de buitenomgeving en de minimale doorsnede te hebben zoals bepaald in de geldende landelijke normen voor ventilatie van ruimtes (zie fig. 3). Deze openingen dienen zo gemaakt te worden dat ze niet geblokkeerd kunnen worden. Ook indirecte ventilatie met lucht uit aangrenzende ruimtes is toegestaan. Fig.

3 {MINIMALE DOORSNEDE OVEREENKOMSTIG GELDENDE LANDELIJKE NORMEN} PLAATS EN BELUCHTING De verbrandingsproducten van gasfornuizen dienen altijd afgevoerd te worden door middel van afzuigkappen die in verbinding staan met schoorstenen, rookkanalen of direct met de buitenomgeving (zie fig. 4). Indien er geen afzuigkap geïnstalleerd kan worden, kan er gebruik gemaakt worden van een ventilator in een raam of in directe verbinding met de buitenomgeving die gelijktijdig met het apparaat ingeschakeld wordt, mits dit geheel voldoet aan de ventilatievoorschriften. Fig. 4 Fig. 5 {MINIMALE DOORSNEDE OVEREENKOMSTIG GELDENDE LANDELIJKE NORMEN} {ELEKTRISCHE VENTILATOR/MINIMALE DOORSNEDE OVEREENKOMSTIG GELDENDE LANDELIJKE NORMEN EN AANVULLING OVER VERMOGEN VAN ELEKTRISCHE VENTILATOR}

5GASAANSLUITING VAN HET APPARAAT Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten dient u te controleren of de informatie op het etiket in de warmhoudlade of op de achterkant van het fornuis overeenkomt met de specificaties van het gasnet. Op een etiket op de laatste pagina van deze handleiding en in de warmhoudlade (of op de achterkant) van het apparaat zijn de instellingen van het apparaat aangegeven: gassoort en werkdruk. BELANGRIJK: dit apparaat dient geïnstalleerd te worden volgens de geldende landelijke normen en mag uitsluitend gebruikt worden in een goed geventileerde ruimte. LET OP: het apparaat is voorzien van een ½” cilindrische schroefaansluiting overeenkomstig UNI-ISO 228-1. Om het apparaat op het gasnet aan te sluiten met een flexibele rubberen slang is een extra slangnippel nodig (zie fig. 6) die bij het apparaat geleverd wordt. Fig.

6 AANPASSING AAN ANDERE GASSOORT VOOR FORNUIS Alvorens enig onderhoud uit te voeren, dient u de gas- en stroomtoevoer af te sluiten. DE MONDSTUKKEN AANPASSEN AAN EEN ANDERE GASSOORT: Neem de volgende stappen om de brandermondstukken in de kookplaat te vervangen: 1) Haal de stekker uit het stopcontact om de kans op elektrische activiteit uit te sluiten. 2) Verwijder de pandragers van de kookplaat (fig. 7). 3) Verwijder de branders (fig. 7). 4) Schroef de mondstukken los met een 7 mm moersleutel en vervang ze (fig. 8) door de mondstukken voor de nieuwe gassoort overeenkomstig tabel 1.

Fig.7 Fig.8 LET OP: na afronding van bovenstaande vervangingswerkzaamheden dient een monteur de branders af te stellen zoals hieronder beschreven, de afstelbare en vooraf ingestelde onderdelen vast te zetten en het etiket op het apparaat aan te brengen dat overeenkomt met de nieuwe gasinstellingen ter vervanging van het bestaande etiket. Dit etiket vindt u in de zak met reservemondstukken.

2) Verwijder de knop van de klep die op de as van die klep geklemd is. 3) Draai met een kleine platte schroevendraaier de smoorschroef op het klephuis (zie figuur 9) naar rechts of links tot de vlam de gewenste laagste stand bereikt heeft. 4) Controleer of de vlam niet uitgaat, wanneer u snel van de hoogste naar de laagste stand overschakelt. LET OP: bovenstaande afstelling is alleen geschikt voor methaanbranders; bij branders voor vloeibaar gas dient de schroef aan het eind naar rechts vastgedraaid te worden. De grillbrander werkt altijd op de hoogste stand en daarvoor hoeft derhalve geen laagste stand ingesteld te worden. Fig. 9 ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN HET APPARAAT De elektrische aansluiting moet voldoen aan de geldende wettelijke normen en voorschriften.

Controleer voor aansluiting of: - de toelaatbare belasting van het elektriciteitssysteem en de bestaande stopcontacten toereikend zijn voor het maximale vermogen van het apparaat (zie het etiket op de onderkant van de behuizing). - het stopcontact of het systeem voorzien is van een efficiënte aardaansluiting overeenkomstig de geldende wettelijke normen en voorschriften. Het bedrijf aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor niet-naleving van deze instructies. Bij aansluiting op het elektriciteitsnet via een stopcontact: - Breng, indien het snoer zonder stekker geleverd is, een standaardstekker aan die geschikt is voor de op het etiket vermelde belasting.

Sluit de draden aan overeenkomstig het diagram en controleer dat: letter L (fase) = bruine draad; letter N (nul) = blauwe draad; aardingssymbool = groen-gele draad; - Het snoer dient zo geplaatst te worden dat er nooit een overtemperatuur van 75 K bereikt zal worden. - Gebruik geen verkortingen, verloopstekkers of splitters, aangezien zij valse contacten en gevaarlijke oververhitting kunnen veroorzaken. Bij directe aansluiting op het elektriciteitsnet:.

7- Er moet een inrichting gemonteerd worden dat verzekert dat de stroom uitgeschakeld wordt met een dusdanige openingsafstand tussen de contacten dat bij de omstandigheden van de overspanningscategorie III volledige uitschakeling mogelijk is. - Denk eraan dat de aarddraad niet onderbroken mag worden door de stroomonderbreker. - U kunt er ook voor kiezen de elektrische aansluiting te beschermen met een zeer gevoelige aardlekschakelaar. - U wordt ten sterkste aangeraden de speciale groen-gele aarddraad te bevestigen aan een efficiënt aardingssysteem. LET OP: bij vervanging van het snoer dient de aarddraad (groen-geel) die verbonden is met het aansluitpunt circa 2 cm langer te zijn dan de andere draden.

TABEL 2: SOORTEN SNOEREN WERKING OVEN WERKING KOOKPLAAT DOORSNEDE ELEKTRISCHE OVEN UITSLUITEND GASBRANDERS 3 X 1,5 mm² ATTENTIE: Het apparaat is in overeenstemming met de voorschriften van de EEG-Richtlijnen 90/396 (Gasrichtlijn) met betrekking tot gastoestellen voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke toestellen, 93/68 en 73/23 (Laagspanningsrichting) met betrekking tot de elektrische veiligheid en 2004/108/EG, 93/68 en 89/336 (EMC-Richtlijnen) met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit. ONDERHOUD VAN HET APPARAAT ATTENTIE: BELANGRIJKE AANWIJZINGEN Voor fornuizen die op een onderbouw geplaatst zijn ATTENTIE: Als het apparaat op een onderbouw geplaatst is moeten de nodige maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat het apparaat van de onderbouw af glijdt.

Voor fornuizen met een glazen afdekplaat ATTENTIE: Alvorens de glazen afdekplaat van het apparaat open te doen moeten eerst alle vloeistofresten die er zich op bevinden zorgvuldig verwijderd worden. ATTENTIE: Alvorens de glazen afdekplaat van het apparaat dicht te doen moet gecontroleerd worden of het werkblad afgekoeld is. Voor fornuizen met een elektrische oven Tijdens het gebruik wordt het apparaat heet. Er moet dus voorkomen worden dat men de verwarmingselementen in de oven aanraakt.

Voor fornuizen met een elektrische oven ATTENTIE: De toegankelijke delen kunnen tijdens het gebruik heet worden. Kinderen moeten daarom uit de buurt gehouden worden. Voor de warmhoudruimte (of warmhoudlade in ons geval) ATTENTIE: De inwendige delen van de warmhoudruimte kunnen tijdens het gebruik heet worden. Voor glazen deuren Er mogen geen schurende of metalen spatels met scherpe randen gebruikt worden om het glas van de ovendeur schoon te maken omdat er hierdoor krassen op kunnen ontstaan en het glas kan breken. Er mogen geen stoomreinigers gebruikt worden om het apparaat schoon te maken.

8Inhoudsopgave Fig.10 ONDERDELEN VERVANGEN Alvorens enig onderhoud uit te voeren, dient u de gas- en stroomtoevoer af te sluiten. Om onderdelen als knoppen en branders te vervangen, kunt u ze gewoon verwijderen zonder een deel van het fornuis te demonteren. Om onderdelen als mondstuksteunen, kleppen en elektrische componenten te vervangen dient u de procedure te doorlopen die is beschreven onder ‘Branders afstellen’. Om de klep of de gasthermostaat te vervangen dient u tevens de achterste twee glijsteunen te demonteren door de vier schroeven (2 per steun) waarmee ze aan het fornuis bevestigd zijn los te draaien en de moeren waarmee de voorste gaskleppen aan de steun bevestigd zijn los te schroeven, nadat alle knoppen verwijderd zijn.

Om de gas- of elektrische thermostaat te vervangen dient u ook het achterste fornuisscherm te demonteren door de bijbehorende schroeven los te draaien om de thermostaatlamp te kunnen verwijderen en terug te plaatsen. Om de ovenlamp te vervangen kunt u gewoon het uitstekende beschermkapje in de oven openschroeven. (Fig.11) Fig.11 1 OVENROOSTER 2 ZWARTE LEKBAK OVEN 3 COMPLETE SPITHOUDER 4 SPIT MET VLEESVORKEN 5 HANDGREEP SPIT 6 HULPSTUK VOOR PANDRAGER WOKBRANDER

9LET OP: alvorens de lamp te vervangen dient u de stroomtoevoer van het apparaat af te sluiten. LET OP: het bij het apparaat geleverde snoer is met het apparaat verbonden door middel van een X-type aansluiting (overeenkomstig de normen EN 60335-1, EN 60335-2 en bijbehorende amendementen), zodat het zonder bijzonder gereedschap vervangen kan worden door hetzelfde type snoer. Indien het snoer versleten of beschadigd is, kunt u het vervangen zoals in tabel 3 aangegeven. LET OP: bij vervanging van het snoer dient de installateur ervoor te zorgen dat de aardkabel langer is dan de fasekabels en tevens voldoet aan de voorschriften voor de elektrische aansluiting. De kleppen smeren: Wanneer de klep moeilijk loopt, dient hij direct gesmeerd te worden volgens onderstaande instructies: 1) Demonteer het klephuis door de twee schroeven op de behuizing van de klep los te draaien (fig. 12).

2) Verwijder de afsluitkegel met behuizing en reinig beide met een in verdunner gedrenkte doek. 3) Smeer de kegel licht in met een speciaal smeermiddel. 4) Plaats de kegel terug en beweeg hem een aantal keer heen en weer. Verwijder de kegel weer, verwijder het overtollige smeermiddel en zorg ervoor dat de gaskanalen niet geblokkeerd zijn. 5) Plaats alle delen weer terug in de omgekeerde demonteervolgorde en controleer of de klep naar behoren functioneert. Fig. 12 HANDLEIDING VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD AFMETINGEN GASBRANDER Brander Afmetingen (mm) Hulp Ø 50 Semi-snel Ø 70 Snel Ø 95 Vis 55x230 Supersnel Ø 130 BEDIENINGSPANEEL Op het bedieningspaneel wordt de functie van elke knop of toets weergegeven door middel van kleine symbolen.

Hieronder volgen de verschillende symbolen die op het bedieningspaneel van een fornuis kunnen voorkomen: het symbool geeft de plaatsing van de branders op de kookplaat weer, waarbij het gekleurde rondje aangeeft om welke brander het gaat (in dit geval de brander rechtsachter).

10BRANDERS GEBRUIKEN Op het bedieningspaneel staat boven elke knop een diagram waarop is aangegeven bij welke brander de knop hoort. De branders kunnen op verschillende manieren aangestoken worden afhankelijk van het type apparaat en de bijzondere kenmerken. Fig. 13 - Handmatig aansteken (is altijd mogelijk, zelfs wanneer de stroomtoevoer afgesloten is): draai de bij de brander behorende knop naar links naar de hoogste stand bij het sterretje (grote vlam, fig. 13) en houd een brandende lucifer bij de brander. - Elektrische ontsteking: draai de bij de brander behorende knop naar links naar de hoogste stand bij het sterretje (grote vlam, fig. 13) en druk vervolgens op de ontstekingsknop met het sterretje en laat los zodra de brander aan is. - Branderontsteking met beveiliging (thermokoppel) (fig.

14): draai de bij de brander behorende knop naar links naar de hoogste stand bij het sterretje (grote vlam, fig. 13). Druk vervolgens op de knop en gebruik een van de bovengenoemde ontstekingsmethoden. Houd de knop ongeveer 10 seconden ingedrukt, nadat de brander aan is, zodat de vlam de thermokoppel kan verhitten. Indien de brander uitgaat, wanneer u de knop loslaat, dient u de hele procedure te herhalen. NB: het wordt afgeraden een brander te ontsteken, indien het bijbehorende branderdeksel zich niet in de juiste positie bevindt. Fig. 14 Tips voor correct gebruik van de branders: - Gebruik geschikte pannen voor elke brander (zie tab. 4 en fig. 15). - Draai, wanneer de vloeistof aan de kook is, de knop naar de laagste stand (kleine vlam, fig. 13). - Gebruik altijd pannen met deksel. TABEL 4 BRANDER aanbevolen PANDIAMETER (cm) Hulp 12-14 Semi-snel 14-26 Snel 18-26 Dubbele ring 22-26 Fig.

11LET OP: indien de stroomtoevoer afgesloten is, kunnen de branders met lucifers aangestoken worden. Bij de bereiding van levensmiddelen in olie en vet die zeer brandbaar zijn, dient de gebruiker het apparaat niet onbewaakt achter te laten. Indien het apparaat voorzien is van een glazen deksel, kan dit deksel bij verhitting breken. Zet alle branders uit alvorens het deksel dicht te doen. Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat, wanneer het in gebruik is. Zorg er bij gebruik van de branders voor dat de handvatten van de pannen zich in de juiste positie bevinden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat. Indien het apparaat voorzien is van een deksel dienen voor het deksel gesloten wordt, alle etensresten van de kookplaat verwijderd te worden. NB: bij gebruik van een gasfornuis ontstaat er hitte en vochtigheid in de ruimte waarin het fornuis geïnstalleerd is.

Derhalve dient de ruimte voldoende belucht te worden. Natuurlijke ventilatieopeningen mogen niet geblokkeerd worden (fig. 3) en de automatische beluchtingsinstallatie/afzuigkap of elektrische ventilator (fig. 4 en 5) dienen ingeschakeld te worden. Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan extra beluchting nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam open te zetten, of efficiëntere beluchting door de automatische afzuigkap, indien aanwezig, harder te zetten. Fig. 3 Fig. 4 Fig. 5 Fig. 3: {MINIMALE DOORSNEDE OVEREENKOMSTIG GELDENDE LANDELIJKE NORMEN} Fig. 4: {MINIMALE DOORSNEDE OVEREENKOMSTIG GELDENDE LANDELIJKE NORMEN} Fig.

5: {ELEKTRISCHE VENTILATOR/MINIMALE DOORSNEDE OVEREENKOMSTIG GELDENDE LANDELIJKE NORMEN EN AANVULLING OVER VERMOGEN VAN ELEKTRISCHE VENTILATOR} DE THERMOSTAAT MET SERIESCHAKELAAR GEBRUIKEN (FORNUIZEN MET EEN ENKELWERKENDE CONVENTIONELE ELEKTRISCHE OVEN) De elektrische oven wordt bediend met een elektrische thermostaat in combinatie met een schakelaar om de elementen in te schakelen.

De elektrische oven kan gecombineerd worden met een elektrische grill (raadpleeg voor gebruik van de grill het hoofdstuk ‘De conventionele elektrische grill gebruiken’). De oven wordt verwarmd door twee elementen: een bovenin en een onderin. Draai aan de knop (fig. 16) om het element onderin en het buitenste element bovenin in te schakelen. Met behulp van de thermostaat kan een temperatuur tussen de 50°C en 250°C ingesteld worden die gewijzigd kan worden aan de hand van de op de ring rond de knop aangegeven temperatuurverdeling. Wanneer de ingestelde temperatuur bereikt is, gaat het oranje lampje uit. Het is dan ook normaal dat dit lampje aan en uit gaat, wanneer de oven ingeschakeld is.

Voorbij de 250°C zijn er nog drie vaste standen: - het symbool geeft aan dat alleen het element onderin (1600W) ingeschakeld is; - het symbool geeft aan dat alleen het buitenste element bovenin (1200W) ingeschakeld is; - het symbool geeft aan dat alleen het grillelement (1500W) ingeschakeld is (zie het bijbehorende hoofdstuk). In deze standen wordt de temperatuur niet door de thermostaat geregeld. Fig. 16.

12DE CONVENTIONELE ELEKTRISCHE OVEN GEBRUIKEN Laat voor het eerste gebruik de oven maximaal een half uur op een temperatuur van circa 250°C staan om eventuele geurtjes van de binnenisolatie te verwijderen. Voor normaal ovengebruik selecteert u met de thermostaatknop de gewenste temperatuur en wacht tot het oranje lampje uitgaat voor u het gerecht in de oven plaatst. De oven is voorzien van 5 geleiders op verschillende hoogtes (fig. 17) met behulp waarvan de roosters of bakplaat in de oven geplaatst kunnen worden. Om de oven zo schoon mogelijk te houden wordt aangeraden vlees op de bakplaat of op het in de bakplaat geplaatste rooster te bakken. In tabel 8 vindt u een overzicht van de bereidingstijd en hoogte van de bakplaat voor verschillende levensmiddelen. Door gebruik leert u eventuele afwijkingen van de tabelwaarden kennen.

13DE CONVENTIONELE ELEKTRISCHE GRILL GEBRUIKEN De elektrische grill kan met de gas- of de elektrische oven gecombineerd worden. In beide gevallen wordt de grill bediend met de knop van de oventhermostaat (zie ook gebruik van de gas- of elektrische oven). Net zoals de grill op gas kan de elektrische grill ook gebruikt worden om op de ovengrill te grillen of door het draaispit te gebruiken. De statische elektrische grill moet bij een gesloten deur gebruikt worden en de instelbare temperatuur op de thermostaat (indien aanwezig) mag niet hoger zijn dan 150°C. Op het rooster: in dit geval dient het bijgeleverde rooster op niveau 1 of 2 geplaatst te worden met daarop de te grillen levensmiddelen. De bakplaat wordt op een lager niveau geplaatst om de vleessappen op te vangen. Schakel vervolgens het grillelement in door de thermostaat op de gewenste stand te zetten. Fig.

20 Aan het grillspit: hiermee kunt u levensmiddelen grillen aan het draaispit. Plaats hiervoor de spithouder op de zijranden op niveau 3 (fig. 17-20). Rijg het product aan het spit en plaats het geheel in de oven. De punt van het spit gaat in de as die uit de achterkant van de oven steekt en de voorkant van het spit rust in de spithouder. Plaats vervolgens de bakplaat op niveau 5 (fig. 17) om de vleessappen op te vangen, zet de thermostaat op de gewenste stand en druk op de knop met het grillspit-symbool. Fig. 17 {HOOGTE BAKPLAAT} LET OP: sommige onderdelen kunnen tijdens het grillen erg heet worden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat tijdens de bereiding. DE KOOKWEKKER GEBRUIKEN (fig. 21) De kookwekker waarschuwt de gebruiker door middel van een geluidssignaal dat het gerecht klaar is, nadat de ingestelde tijd verstreken is.

Stel de kookwekker in door de knop een keer helemaal naar rechts te draaien. Draai vervolgens de knop naar links om de gewenste bereidingstijd te selecteren. LET OP: bij het geluidssignaal wordt de bereiding niet automatisch stopgezet.

14HET APPARAAT REINIGEN Voor reiniging van het apparaat dienen de stroom- en gastoevoer afgesloten te worden. De kookplaat reinigen: reinig regelmatig de branderkoppen, de geëmailleerde stalen pandragers, de geëmailleerde vangschalen en de branderdeksels met een warm sopje. Spoel deze onderdelen vervolgens af en droog ze grondig. Wanneer een pan overstroomt, dient de vloeistof altijd met een doekje verwijderd te worden. Als het open- of dichtdraaien van een klep moeizaam gaat, de klep niet forceren, maar direct een vakman raadplegen. De geëmailleerde onderdelen reinigen: Om de geëmailleerde onderdelen hun oorspronkelijke eigenschappen te laten behouden, dienen ze regelmatig met een sopje schoongemaakt te worden. Nooit schuurmiddelen gebruiken. Laat geen zure of basische stoffen achter op de geëmailleerde onderdelen (azijn, citroensap, zout, tomatensaus, enz.

) en reinig de geëmailleerde onderdelen niet als ze nog heet zijn. De roestvrijstalen onderdelen reinigen: Reinig de onderdelen met een sopje en droog ze vervolgens met een zachte doek. De glans blijft behouden, als u regelmatig speciale producten gebruikt die algemeen verkrijgbaar zijn. Nooit schuurmiddelen gebruiken. De branderdeksels reinigen: De branderdeksels rusten op de brander en u kunt ze dus eenvoudig verwijderen om ze met een sopje te wassen. Droog ze grondig af en controleer of de gaatjes niet verstopt zijn en plaats ze vervolgens weer terug. De binnenkant van het ovenvenster reinigen: Een van de kenmerken van de oven is de mogelijkheid om het binnenste venster eenvoudig te verwijderen door de twee schroeven B (fig. 22-23) los te draaien. Zo kunt u de binnenkant van het venster met een vochtige doek reinigen. Hiervoor dient de oven koud te zijn. Geen schuurmiddelen gebruiken.

De binnenkant van de oven reinigen: Om de binnenkant van de oven grondig te reinigen, kunt u het best de deur demonteren door de volgende stappen zorgvuldig te doorlopen. Plaats de haak C (figuur 24) in het scharnierdeel D.

Zet de deur halfopen en trek hem met beide handen naar u toe, totdat hij loskomt. U kunt de deur terugplaatsen door deze handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren. Let er daarbij op dat de twee delen F correct geplaatst worden. Bovendien kunnen de zijkanten eenvoudig verwijderd worden door de borgringen waarmee ze aan de oven bevestigd zijn los te draaien. Fig. 22 Fig. 23 Fig. 24 TECHNISCHE NAZORG EN RESERVEONDERDELEN In de fabriek is het apparaat getest en afgesteld door deskundig en bevoegd personeel. Reparaties of afstellingen die noodzakelijk zijn na het verlaten van de fabriek dienen uitgevoerd te worden door vakbekwame personen.

Derhalve adviseren wij de klant contact op te nemen met de handelaar van wie zij het apparaat gekocht hebben of met het dichtstbijzijnde servicecentrum en hen op de hoogte te stellen van het type apparaat en het soort probleem dat zich heeft voorgedaan. Indien defecte onderdelen vervangen moeten worden, wordt aangeraden ze te vervangen door originele reserveonderdelen die uitsluitend verkrijgbaar zijn bij onze technische servicecentra en erkende handelaren.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bestron LD85C41X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden