Bertazzoni PM361I0X Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Bertazzoni PM361I0X (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over Bertazzoni PM361I0X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

INSTALLATION, MAINTENANCE AND USE
INSTRUCTIONS FOR
Model PM363I0X
DIMENSIONS: (W) (D) (890 mm)(520 mm)
NL pag 16
INSTALLATIE, ONDERHOUD EN
GEBRUIKERSHANDLEIDING VOOR
Model PM361I0X
AFMETINGEN: (B) (D) (890 mm)(520 mm)

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Bertazzoni
Categorie: Fornuis
Model: PM361I0X

Handleiding Bertazzoni PM361I0X – volledige tekst

1BELANGRIJK: BEWAAR VOOR GEBRUIK DOOR LOKALE ELEKTRISCH CONTROLEUR. LEES EN BEWAAR DEZE INSTRUCTIES VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK. NEEM LOKALE NORMEN EN DISCIPLINES IN ACHT WAARSCHUWING: Als de informatie in deze handleiding niet exact opgevolg wordt, kan dit resulteren in brand of een explosie welke kunnen resulteren tot schade, persoonlijk letsel of overlijden van personen. Bewaar en/of gebruik geen vlambare vloeistoffen of gassen in de buurt van dit apparaat. WAT TE DOEN WANNEER U GAS RUIKT - Probeer niet om een apparaat te ontsteken - Raak geen elektrische knoppen of schakelaars aan. - Gebruik geen telefoon in uw gebouw. - Neem contact op met uw gasleverancier via de telefoon van uw buren. Volg de instructies van de gas leverancier op. - Indien de gasleverancier onbereikbaar is, neem contact op met de brandweer.

Installatie en technisch onderhoud dient te gebeuren door gekwalificeerd personeel. Lees deze handleiding aandachtig door alvorens het apparaat te installeren en te gebruiken. Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2002/95/EG Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Deze richtlijn legt de bepalingen vast voor de inzameling en de recycling van afgedankte apparatuur die op heel het grondgebied van de Europese Unie gelden. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade aan goederen of personen veroorzaakt door onjuiste installatie of gebruik van het apparaat.

De fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan zijn producten aan te brengen indien hij dit nuttig en noodzakelijk acht, steeds met waarborg van de eigenschappen van veiligheid en functionering. Dit apparaat is ontworpen voor niet-professioneel gebruik. Alleen voor huishoudelijk gebruik. WAARSCHUWING: gebruik dit apparaat nooit om een ruimte verwarmen. Dit kan resulteren in koolstof monoxide vergiftiging. INHOUD:

pag. 22 Gebruik van de inductiezones …. ……………………………………………………………. pag. 23 Schoonmake pag. 27 n …. ………………. ………………………………………………………. Oplossen van problemen…………………. ……………………. ………………………… pag. 28 Afbeeldingen……………………. …………………………………………………………… pag. 29 Voor de installatie Wanneer u dit apparaat ontvangt via een transporteur, is het uw verantwoordelijkheid om de verpakking te controleren en bij schade dit te noteren op de pakbon. Pak na de levering van uw kookplaat deze voorzichtig uit en controleer de kookplaat op schade. Indien u een schade opmerkt, neem direct contact op met uw dealer of distributeur. Ondanks dat de verantwoordelijkheid bij de transporteur ligt, zal uw dealer/distributeur u helpen om tot een snelle oplossing te komen. Indien de kookplaat niet op korte termijn zal worden geïnstalleerd dient u deze te bewaren in de originele verpakking op een droge en veilige plaats.

Lees aandachtig de installatie instructies door en zie er op toe dat aan alle eisen kan worden voldaan. Controleer dat de installatie voor de elektra in orde is. INSTALLATIE INSTRUCTIES Dit apparaat dient geïnstalleerd te worden door gekwalificeerd personeel, en volgens de instructies opgelegd door de fabrikant. BELANGRIJK: dit apparaat dient aangesloten te worden volgens de geldende lokale normen. INFORMATIE VOOR DE INSTALLATEUR De installatie, de regelingen, de veranderingen en het onderhoud die in deze afdeling zijn aangeduid moeten uitsluitend door gekwalificeerd personeel verricht worden. Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of voorwerpen, t. o. v. welke de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.

De veiligheidsinrichtingen of de automatische regeling van de apparaten tijdens het leven van de installatie kunnen uitsluitend door de fabrikant of door de bevoegde geautoriseerde leverancier veranderd worden. Plaatsen van de kookplaat Na de verschillende onderdelen uitgepakt te hebben, controleer of het apparaat ongeschonden is. Controleer of de gastype waar de kookplaat op werkt overeen komt met het gastype waar u de kookplaat op wilt aansluiten. Het label met informatie bevind zich aan de onderkant van de kookplaat. Bij twijfel: gebruik het apparaat niet en roep assistentie in van gekwalificeerd personeel. De verpakkingscomponenten (polystyrool expans, zakjes, karton, spijkers, enz. ) zijn gevaarlijke voorwerpen en moeten buiten bereik van kinderen blijven. Maak volgens de afmetingen van het apparaat een gat in het werkvlak (zie fig 1- 2).

Indien uw werkblad is gemaakt van poreus materiaal welke kan zwellen wanneer het in contact komt met damp en water, kunt u beter een goede afdichting gebruiken op de randen van de opening in het blad welke penetratie van damp en water kunnen voorkomen. Vlak alle zichtbare randen of decoratieve laminaten af om verdere schade te voorkomen.

1Rond de hoeken van de opening af en schuur ze glad om schade aan de hoeken en een geforceerde plaatsing van de kookplaat te voorkomen. Belangrijke afmetingen: 1. Afstand tot afzuigkap (minimum afstand) De minimum afstand tot de afzuigkap moeten overeenkomen met de aangegeven waarden in tabel 1 en in fig 1- 2 Afzuigkappen en ventilatie dienen te worden geinstalleerd in overeenkomst met de instructies van de desbetreffende fabrikant. De afstand tot de afzuigkap mag echter in geen geval minder zijn dan 650mm. Elk ander ontvlambaar materiaal lager dan 600mm boven de kookplaat moet beschermd zijn over de gehele lengte en diepte van het kookvlak. In geen geval mag de afstand minder dan 450 mm zijn. Maximum diepte van eventuele bovenkastjes is 330mm. 2.

Afstand tot zijmuur (minimum afstand) De minimum afstand tot een zijwand dient overeen te komen met de aangegeven waarden in tabel 1 en in fig 1- 2. Het kookoppervlak is gedefinieerd als het deel van het apparaat waar het koken normaal gesproken plaats vind, en betreft niet het bedieningspaneel van het apparaat. Tabel n. 1 Min. Afmetingen mm Min. Afmetingen mm L1 500 L10 870 L2 40 L11 915 L3 50 W 890 L4 457 D 520 L5 600 B1 (*) 40* L6 330 B2 (*) 152* L7 925 B3 (*) 40* L8 40 B4 (*) 152* L9 172 (*) Let op: -B1 is de min. afstand tussen de voorkant van de kookplaat en de voorkant van de kast/aanrecht -B2 en B4 zijn de min. afstanden tussen de linker/rechterkant van de kookplaat en een zijmuur (indien aanwezig). -B3 is de min. afstand tussen de achterkant van de kookplaat en de achterwand.

Monteren van de kookplaat in het werkvlak Om het lekken van vloeistoffen in het onderliggend meubelstuk te voorkomen, is het apparaat voorzien van een speciale pakking. Om deze pakking aan te brengen, volg aandachtig de volgende instructies: 1) Strek de verzegelingspakking uit langs de opening in het werkblad en zorg dat de verbindingspunten op elkaar komen te liggen (fig.

3) 2) Plaats de kookplaat in de ruimte van het meubelstuk 3) Monteer met een schroevendraaier de 4 plaatjes middels de passende schroef (fig. 4A - 4B) 4) Schuif de haakjes in de juiste positie en bevestig ze door de schroef vast te schroeven 5) Snij het pakkingsgedeelte dat aan de buitenkant van de kookplaat uitsteekt af.

1GAS AANSLUITING Alvorens de kookplaat aan te sluiten aan de gasleiding, dient u eerst de plastic plug te verwijderen uit de aansluiting op de kookplaat. Deze kunt u er gewoon uit trekken. BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN VOOR DE INSTALLATIE VAN HET APPARAAT Dit kookvlak is van het type Y zodat het vrij afzonderlijk geïnstalleerd kan worden, of tussen keukenmeubels of tussen een meubelstuk en een muurwand. De achterwand en de omringende oppervlakten moeten weerstand kunnen bieden aan een overtemperatuur van 65 K. Om te voorkomen dat de geplastificeerde platen die het meubelstuk bekleden zich loslaten, moet de lijm die ze aan elkaar vastplakt weerstand bieden aan temperaturen niet lager dan 150°C. De installatie van het apparaat moet geschieden met inachtneming van de plaatselijke nationale normen en in een goed geventileerde ruimte.

Het apparaat is niet aangesloten op inrichtingen voor de ontruiming van verbrandingsproducten. Het moet dus aangesloten worden in overeenstemming met de hierboven aangeduide installatienormen. Vooral de normen voor de ventilatie van de ruimte dienen gevolgd te worden. VENTILATIE VAN DE RUIMTE Om het apparaat goed te laten functioneren, is het noodzakelijk dat de ruimte waarin het geïnstalleerd is steeds goed geventileerd is. Het volume van de ruimte moet niet minder dan 25 m3 zijn en de nodige hoeveelheid lucht moet gebaseerd worden op een regelmatige verbranding van het gas en op de ventilatie van de ruimte. De normale toevoer van lucht dient te gebeuren door permanente openingen in de wanden van de te ventileren ruimte: deze openingen zijn met de buitenkant verbonden en moeten een minimum doorsnede hebben van 100 cm2 (zie fig. 3A).

Indien geen kap geplaatst kan worden, is het gebruik van een ventilator, geïnstalleerd op een venster of rechtstreeks met de buitenkant verbonden toegestaan; de ventilator moet tezamen met het apparaat in werking gesteld worden (zie fig. 3C), mits de nationale normen inzake de ventilatie van de ruimte in acht genomen zijn. AANSLUITING VAN HET APPARAAT OP HET GASNET Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten, verwijder eerst de plastic beschermingsplug van het gascircuit welke onder druk in de ingangsverbindingsstuk gestoken is;om deze plug te verwijderen kunt u deze los schroeven. Controleer daarna of de gegevens van het typeplaatje dat aan de onderkant van de bak geplaatst is, overeenkomen met die van het gasnet. Een etiketje geplaatst op de laatste pagina van dit boekje en op de onderkant van de bak, geeft de regelingsvoorwaarden aan van het apparaat: soort gas en werkingsdruk.

BELANGRIJK: Dit apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale bestaande normen en mag alleen in goed geventileerde ruimten gebruikt worden. WAARSCHUWING: Het verbindingsstuk van ingang van het gas is voorzien van een 1/2 gas cilindrische schroefdraad volgens UNI-ISO 228-1 (zie fig. 10). ELECTRISCHE AANSLUITING Het apparaat is uitgerust met een 1. 2 m. flexibele metalen kabel met 6 draden voor een connectie aan een 4 draden geaarde groep (fig. 8). Voltage 240 V a. c. , Frequentie 60Hz. Aansluitwaarde: 3700W /15,5 A Bruine draad: aansluiten op L1 (fase) --------------- aansluiten op L1 (fase) : Blauwe draad: aansluiten op N (neutraal).

2Geel/Groene draad: aansluiten op aarde De oven dient op een aparte 20 A groep te worden aangesloten. RUIMTE VENTILATIE LET OP: Een afvoer fan kan gebruikt worden met het apparaat; in elk geval dient dit geïnstalleerd te worden in overeenkomst met de lokale geldende normen. LET OP: Het gebruik van een afzuigkap kan invloed hebben op andere ventilatie apparaten; in elk geval dient dit geïnstalleerd te worden in overeenkomst met de lokale geldende normen. - VERVANGEN VAN SPROEIERS VOOR GEBRUIK VAN ANDERE GASSOORTEN: Verwijder de branders en schroef de sproeiers los (fig. 9) met een sleutel van 7 mm en vervang de sproeiers voor degene welke geschikt zijn voor de nieuwe gassoort, overeenkomstig met de informatie in tabel A.

3) Gebruik een kleine schroevendraaier langs het staafje van de kraan op het werkvlak bij de (vergulde) schroef die zich op de onderste kant van de kraan bevindt (fig. 11) en draai de schroef naar rechts of naar links totdat de vlam van de brander passend op de MINIMUMSTAND is geregeld. 4) Zie er op toe dat de vlam niet uitgaat bij het snel passeren van de MAXIMUMSTAND naar de MINIMUMSTAND. LET OP: De genoemde regeling moet verricht worden bij branders die op aardgas en stadsgas lopen (waar voorzien), terwijl bij branders die op vloeibaar gas lopen, de schroef volledig naar rechts gedraaid en geblokkeerd moet worden. OMSCHRIJVINGEN (fig. 9) 1. Wokbrander 2 Snelle brander 3 Achterste inductie zone. 4. Voorste inductie zone 5. Semi-snelle brander 6. Wokbrander buiten bedieningsknop 7. Wokbrander midden bedieningsknop.

28. Snelle brander bedieningsknop 9. Semi-snelle brander bedieningsknop 10. Voorste inductie zone bedieningsknop 11. Achterste inductie zone bedieningsknop TECHNISCH ONDERHOUD VAN HET APPARAAT Vervanging van de onderdelen Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en koppel het los van het gasnet. Voor de vervanging van de onderdelen zoals branders, kranen en elektrische componenten dient u contact op te nemen met de service dienst. GEBRUIKERSHANDLEIDING BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 1 – – Correcte installatie Zie er op toe dat het apparaat correct is geaard en geïnstalleerd door gekwalificeerd personeel. 2 – Gebruik nooit het apparaat om een ruimte te verwarmen. 3 – – Laat kinderen niet onbeheerd Kinderen moeten altijd onder toezicht zijn wanneer ze in de ruimte zijn waar het apparaat wordt gebruikt.

Laat kinderen nooit op het apparaat zitten of staan. 4 – – Draag correcte kleding Loshangende kleding moet niet gedragen worden wanneer het apparaat in gebruik is. 5 - Onderhoud Repareer of vervang onderdelen van het apparaat niet zelf, tenzij specifiek aangegeven in –de handleiding. Overige werkzaamheden dienen gedaan te worden door gekwalificeerd personeel. 6 – Bewaar geen ontvlambare materialen nabij het apparaat. 7 – – Gebruik geen water om een vlam in de pan te blussen Doe de deksel op de pan, of gebruik droge chemicaliën, of gebruik een schuim type branblusser om het vuur te doven. 8 – – Gebruik alleen droge pannenlappen Natte of vochtige pannenlappen kunnen brandwonden veroorzaken door stoom, wanneer deze in aanraking komen met een hete pan. Laat pannenhouders niet de warme elementen aanraken. Gebruik geen handdoek of een ander ongeschikt materiaal.

9 – – Gebruik pannen met de juiste diameter Dit apparaat is voorzien van meerdere inductie elementen met verschillende afmetingen. Gebruik pannen met een vlakke bodem welke groot genoeg zijn om de gehele inductie zone te bedekken.

Dit is ook beter voor de efficiëntie van uw kookplaat. 10 e – – RAAK DE KOOKPLAAT NIET AAN Het oppervlak van de kookplaat kan warm zijn, ook al zijn zdonker van kleur. Gebeiden nabij de kookzones kunnen ook heet genoeg worden om een brandwond te veroorzaken. 11. Verwarm geen ongeopende voedsel containers of blikken Er kan een druk ontstaan waardoor de –container kan barsten en dit kan resulteren in wonden. 12. Wanneer u kookzones op hoge standen gebruikt, blijf er dan altijd bij Overkoken kan rook en vette –klodders veroorzaken welke vlam kunnen vatten. 13. Gebruik geen aluminium materialen op de kookplaat. 14. Zorg ervoor dat hendels van (steel)pannen naar binnen zijn gedraaid, en niet uitsteken buiten het werkblad Om het risico op brandwonden door het per ongeluk omstoten van een pan welke gebruikt wordt –.

2voor het koken van voedsel, dient u er voor te zorgen dat de hendel van (steel)pan naar binnen is graaid en niet uitsteekt buiten het werkblad. 15. Gebruik de kookplaat niet als het werkvlak is gebroken Als het glas is gebroken kunnen er –reinigingsmiddelen en vocht door het glas in de elektronica zakken en dit kan een elektrische schok veroorzaken. 16. Let op bij het schoonmaken van het kookoppervlak Bij gebruik van een natte spons of doek op een –heet oppervlak dient u op te passen voor stoom. Sommige reinigers kunnen giftige gassen produceren wanneer deze in aanraking komen met een heet oppervlak. LET OP Bewaar geen spullen die voor kinderen van interesse zijn boven of rond de kookplaat. Kinderen die op de kookplaat klimmen om iets te kunnen pakken, kunnen ernstig gewond raken.

WAARSCHUWING: Houdt ontvlambare materialen, benzine en andere licht ontvlambare gassen en vloeistoffen weg van het apparaat. Bewaar geen gevaarlijke of licht ontvlambare materialen in kastjes boven de kookplaat; bewaar deze in veilige plekken om eventuele gevaarlijke situaties te voorkomen. Gebruik het apparaat niet voor het verwarmen van ruimtes. Gebruik geen sprays in de buurt van het apparaat terwijl het in werking is of als delen van het apparaat nog warm zijn. GEBRUIK VAN DE BRANDERS Op het bedieningspaneel boven elke knop is een schema afgedrukt welke aangeeft aan welke brander de knop zich refereert (12- - -15). 13 14De ontsteking van de branders kan op verschillende wijzen verricht worden al naar gelang van het type kookplaat en de desbetreffende eigenschappen.

- Ontsteking met de hand (is altijd mogelijk, ook bij stroomuitval): Draai de knop welke overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM (afgebeeld met een grote vlam) en ontsteek de brander met een lucifer.

- Draai de knop Ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsinrichting (thermokoppel): welke overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM (afgebeeld met een grote vlam), druk op de knop en activeer een van de boven omschreven ontstekingsinrichtingen. Na de ontsteking: houd de knop voor ongeveer 10 seconden ingedrukt zodat de vlam de thermokoppel verwarmt. Gaat de brander uit na het loslaten van de knop, herhaal de hele handeling. Let op: De wokbrander bestaat uit twee branders (midden- en buitenbrander); beide branders worden afzonderlijk van elkaar ontstoken. Let op: Controleer of de branderdeksels en vlamverdelers correct geplaatst zijn alvorens de brander te ontsteken. Tips voor een optimaal gebruik van de branders: - Gebruik voor elke brander passende kookpannen (zie tabel B en fig.

17) - Wanneer het kookpunt bereikt is, draai de knop terug naar de MINIMUM stand - Gebruik zoveel mogelijk kookpannen met deksel. WAARSCHUWING: Bij gebruik van de gabrander(s) dient u er op toe te zien dat de vlam van de brander onder de pan blijft, en niet voorbij de rand van de panbodem. Dit is een instructie gebaseerd op uw veiligheid. Tabel B Brander Aanbevolen pan diameters (mm) Semi-snel (140 260) –.

2Snel (180 260) –Wok (220 260) –Correct gebruik van pannen: - Droog de bodem van de pan alvorens deze op de kookplaat te plaatsen. - Gebruik pannen met een vlakke, dikke bodem, behalve voor wokken. - Bij gebruik van de branders, zorg ervoor dat de grepen correct gepositioneerd zijn. Hou kinderen weg bij de kookplaat. - Blijf ten alle tijde bij de kookplaat wanneer u voedsel kookt met olie en vetten (brandgevaar). LET OP: Bij onderbreking van de elektrische netstroom, steek de branders aan met een lucifer. De ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsthermokoppel kan alleen geschieden wanneer de knop op de MAXIMUM positie staat (grote vlam). Let op: Het gebruik van een gaskooktoestel veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het geïnstalleerd is.

Het is dus noodzakelijk dat de ruimte goed geventileerd wordt, dat de openingen voor een natuurlijke ventilatie niet verstopt raken en dat de mechanische ventilatie inrichting/afzuigkap of de elektroventilator geactiveerd zijn. Een intensief en voortdurend gebruik van het apparaat kan een aanvullende ventilatie nodig maken, bv. het openen van een raam of een meer efficiënte ventilatie door verhoging van het vermogen van de mechanische afzuiginstallatie indien deze aanwezig is. GEBRUIK VAN DE INDUCTIEZONES Veiligheidsinstructies – Lees deze alvorens uw kookplaat te gebruiken Uw inductie kookzones zijn ontworpen voor huishoudelijk gebruik en voor het koken van voedsel. Alle veiligheidsparameters zijn met het oog daar op ontworpen. De kookplaat heeft diverse onderdelen en bedieningsfuncties met betrekking tot uw veiligheid.

Een aantal daarvan zijn: – Een aantal sensoren monitoren de temperatuur van de interne onderlden. Als een van deze sensoren meten dat de temperatuur van een onderdeel te hoog oploopt, zal de stroomtoevoer naar dit onderdeel worden gereduceerd zodat het af kan koelen. Zodra afgekoeld zal de stroomtoevoer weer op normaal niveau terugkeren.

– Elk inductie element heeft een sensor welke de temperatuur van de panbodem meet, om te voorkomen dat de pan overhit kan raken. – Elk inductie element heeft een pandetectie systeem. Dit systeem voorkomt dat het inductie element kan werken als er geen pan op de inductie zone is geplaatst. Als er geen pan op de zone staat zal het digitaal display knipperen om aan te geven dat er geen stroom naar het inductie element gaat. Zodra er een pan geschikt voor inductie op de kookplaat is geplaatst stopt het display met knipperen en wordt de pan verwarmd. Kleine objecten als een vork, juweel, etc. zullen niet herkend worden als een pan en zal het element niet in werking laten treden. Tevens herkent dit systeem of een pan wel of niet geschikt is voor inductie. Wanneer een pan wordt gebruikt welke niet geschikt is voor inductie zal de kookzone niet in werking treden.

De fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan zijn producten aan te brengen indien hij dit nuttig en noodzakelijk acht, steeds met waarborg van de eigenschappen van veiligheid en functionering. Gebruikers met een pacemaker of defribillator moeten hun arts raadplegen alvorens deze kookplaat, welke gebruik maakt van inductie verwarming, te gebruiken. Indien er een scheur in het glas van het kookoppervlak is ontstaan, dient u direct de stroomtoevoer naar de kookplaat te onderbreken, om het risico op een elektrische schok te voorkomen. Gebruik de kookplaat pas weer als de glasplaat is vervangen. Gebruik geen aluminium folie op de kookplaat. Aluminium folie kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Dit kan niet gerepareerd worden.

Het principe van inductie Wanneer het inductie element is aangezet, en gebruik wordt gemaakt van een pan geschikt voor gebruik met inductie, zal het inductie element een magnetisch veld creëren. De waardes van het magnetisch veld.

2veranderen steeds waardoor in de panbodem frictie ontstaat, wat resulteert in warmte. De wartme wordt direct overgebracht in het voedsel dat wordt gekookt. Inductie maakt de pan dus de directe warmtebron, waardoor er een hoge energie efficiency ontstaat met weinig verlies van energie en een ongekende controle over de warmte. Voor inductie is de energie efficiency tussen 90-95%, vergeleken met 55-65% voor elektrische en halogeen elementen, en 45-55% voor gas branders. De energie efficiency geeft een contributie aan substantiële energiebesparingen, wat in het voordeel is voor zowel de gebruiker als het milieu. Belangrijk bij inductie koken: a) Als er geen pan op de kookzone is geplaatst, zal de zone niet in werking treden. b) Als een pan gedeeltelijk op de zone staat, of als de pandiameter kleiner is dan de zone, zal er geen of minder stroom naar de zone worden geleid.

c) Als een pan wordt verwijderd van de kookzone wordt de stroomtoevoer naar het element uitgeschakeld. De zone zal compleet worden uitgeschakeld als er binnen een minuut geen [an meer op de zone wordt geplaatst. IHet glas wordt minder heet als bij andere kookmethodes, waardoor het schoonmaken makkelijker is. Bij gebruik van inductie kunnen bij sommige pannen een zacht piep geluid ontstaan. Dit is een normaal. Het geluid ontstaat als resultaat van vibraties veroorzaakt door de gefabriceerde krachten van inductie. Zie het hoofdstuk “De juiste pannen voor indcutie” voor het maken de keuze voor de juiste pannen.

HET INSTELLEN VAN DE INDUCTIEZONES OFF= element is uitgeschakeld 1= laagste stand 9= hoogste stand B= Powerboost functie A= Verwarmingsaccelerator Led indicatie H = Restwarmte B = Powerboost Functie = Kookplaat is ingeschakeld Deze knoppen bedienen de inductie zones, boven elke knop is aangegeven welke zone wordt bediend door de desbetreffende knop. Druk de knop in en draai de knop naar rechts om de juiste stand te kiezen. De standen varieren van een minimum van 1 tot een maximum van 9 (fig.

15-16) Verwarmingsaccelerator Elke zonde heeft een verwarmingsaccelerator. Dit systeem zorgt ervoor dat de zone voor een korte tijd op de maximumstand functioneert, tot de correcte temperatuur, overeenkomend met de ingestelde stand, is bereikt. Om de verwarmingsaccelarotr aan te zetten, draai de knop naar links tot “A” is geselecteerd, en laat de knop los. Selecteer nu binnen 3 seconden een stand tussen 1 en 9. U kunt zonder problemen de ingestelde stand verhogen, de verwarmingsaccelerator blijft dan in werking en past zich aan aan de nieuwe ingestelde stand. Wanneer u echter een lagere stand selecteert zal de verwarmingsaccelerator uitgeschakeld worden. Powerboost De powerboost kan op elke zone gebruikt worden, waarbij de zone continu werkt op het maximale vermogen voor maximaal 10 minuten.

Deze functie kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een grote hoeveelheid water aan de kook te brengen of de warmte onder een stuk vlees omhoog te stuwen.

2Druk en draai de knop naar rechts en zet de verwarming op niveau 9, gebruik dan de knop om de "B" positie in te stellen en laat de knop los. "B" zal op de betreffende zone worden weergegeven. Na 10 minuten wordt de stroom automatisch verminderd, en wordt de "B" led uitgeschakeld. Echter, de boost-functie kan ten alle tijden worden uitgeschakeld door het verlagen van het verwarmingsniveau. Wanneer de powerboost functie is geselecteerd voor een verhittingszone kan de stroomtoevoer naar een tweede zone worden beperkt om een maximale energietoevoer aan de eerste zone mogelijk te maken. Als een pan wordt verwijderd van de kookzone terwijl de stroom is ingeschakeld, wordt de functie uitgeschakeld. Kinderslot De kinderbeveiliging voorkomt het inschakelen van de kookzones om ongewenste werking te voorkomen, bijvoorbeeld door kinderen.

Wanneer de kinderbeveiliging is geactiveerd kunnen er geen kookzones worden gebruikt. Het kinderslot wordt geactiveerd door de twee knoppen tegen de klok in te draaien voor meer dan 1,5 sec. Of: een knop voor meer dan 5 sec; en minder dan 30 seconden om een foutmelding te voorkomen. Het kinderslot wordt uitgeschakeld op de dezelfde manier. De juiste pannen voor indcutie Inductie werkt alleen met bepaalde soorten pannen. De bodem van de pan moet van ijzer of staal/ijzer zijn gemaakt, om het creeren van een magnetisch veld voor de verwarming mogelijk te maken. De volgende materialen zijn ongeschikt voor inductie: - glas; - porcelein; - klei; - staal, aluminium of koper zonder magnetische bodem; Om te controleren of een pan geschikt is, kunt u gewoon een magneet in de buurt van de bodem houden: als de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt voor inductie koken.

Pannen groter dan de kookzones kunnen ook worden gebruikt, maar het is belangrijk dat de bodem van de pan geen andere kookzones raakt, en dat het altijd gecentreerd op de omtrek van de kookzone is geplaatst. Gebruik alleen pannen speciaal ontworpen voor inductie, met dikke, volledig vlakke bodem; als deze niet beschikbaar zijn, de gebruikte pannen mogen geen holle of bolle bodem hebben. (fig. 16) Restwarmte Elke zone heeft een waarschuwingsmechanisme voor restwarmte. Nadat een kookzone is uitgeschakeld kan er een 'H' verschijnen op het display. Dit geeft aan dat de betreffende zone nog heet is. De zone kan weer gebruikt worden, ook al wordt de letter 'H' aangegeven.

Attentie: Zorg ervoor dat u geen suiker of zoete mengsels morst op de kookplaat tijdens het koken, of om materialen of stoffen die zouden kunnen smelten (plastic of aluminiumfolie) op de kookplaat te plaatsen; indien dit wel gebeurt, om schade aan het oppervlak te voorkomen, zet de verwarming direct uit en maak het oppervlak schoon met de bijgeleverde schraper, terwijl de kookzone nog warm is. Als de keramische glasplaat niet onmiddellijk wordt gereinigd, kunnen residuen vormen die niet meer kunnen worden verwijderd wanneer de kookplaat is afgekoeld. Belangrijk. Houdt kinderen in de gaten, aangezien het onwaarschijnlijk is dat zij de restwarmte indicaties kunnen zien. De kookzones blijven na gebruik nog een tijd lang heet, zelfs als deze uitgeschakeld zijn. Zie er op toe dat kinderen de plaat niet kunnen aanraken.

WAARSCHUWING: Gebruik nooit aluminium folie of plastic bakken om voedsel in te bewaren tijdens het koken op de inductiezones. WAARSCHUWING: wordt weergegeven; Raak het kookgedeelte niet aan zolang de indicatie “restwarmte” dit betekent dat de glasplaat nog heet is. WAARSCHUWING: Plaats geen pannen op de kookplaat welke geen vlakke en gladde bodem hebben.

2WAARSCHUWING: Gebruik de kookplaat niet als extra werkblad ruimte. Afmetingen pannen Voor alle 14,5 cm zones geldt: - Geschikt voor gebruik van kleine pannen, maar niet kleiner dan 10 cm – Geschikt voor slow cooking sudderen (sauzen, room, etc. ); -Geschikt voor kleine porties. Minimum 10cm pannen, maximum 25cm pannen. Bij het koken van grote porties, is het beter om een grote diameter pan te gebruiken om een groot gedeelte van het element te gebruiken. Des te beter wordt de warmte verspreid. Wat te doen en wat niet te doen: - Centreer de pannen in het midden van de zone. - Voorkom dat u de glasplaat hard raakt met pannen of andere harde objecten. De glasplaat is breekbaar. - Pak de pannen op wanneer u deze verplaatst naar een andere zone. Wanneer u ze over de glasplaat schuift kunnen er krassen ontstaan, en kunnen de markeringen verwijderd worden.

- Voorkom het gebruik van pannen met een stroeve en vervormde bodem. - Laat geen metalen objecten achter op de kookplaat, zoals messen en vorken. Deze zouden heet kunnen worden als ze in de nabijheid van een in werking gestelde zone worden gelegd. - Bewaar geen ontvlambare producten in de kastjes onder uw kookplaat. - Laat nooit een lege pan op een inductie zone staan, ook niet als de zone uit staat. -Gebruik alleen het maximum vermogen voor het aan de kook brengen van water of voor het bakken. -Probeer nooit een dicht blik te verwarmen. - Voorkom het voorverwarmen van een pan met anti-aanbaklaag (van bijvoorbeeld teflon) op maximaal vermogen. - Bewaar geen solide en zware objecten boven uw kookplaat. Deze kunnen vallen en de glasplaat beschadigen. De kookplaat mag nooit gebruikt worden als opslagplaats.

2Bakken Karbonade 8-9 Kippenborst 6-7 Bacon 8-9 Eieren 7-8 Vis 8-9 Pannenkoeken 8-9 SCHOONMAKEN: Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen Alvorens over te gaan tot het schoonmaken van de kookplaat, verwijder de stekker uit het stopcontact en draai de algemene gaskraan dicht. Schoonmaken van het werkvlak: maak de branderdeksels, de geëmailleerde stalen roosters, de geëmailleerde deksels en de vlamverdelers regelmatig schoon met lauw zeepsop, spoelen en droog daarna goed af. Verwijder eventueel uit de kookpannen overgelopen vloeistof met een doekje. Indien het openen en het sluiten van een kraan moeilijk is, forceer deze niet, maar roep meteen assistentie in van de servicedienst. Schoonmaken van de geëmailleerde onderdelen: om de geëmailleerde onderdelen intact te houden, maak ze vaak schoon met zeepsop. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen.

Zorg dat op de geëmailleerde onderdelen geen zure of alkalische stoffen achterblijven (azijn, citroensap, zout, tomatensap, enz. ) en was de geëmailleerde onderdelen niet wanneer ze nog warm zijn. Schoonmaak van de inoxstalen (RVS) onderdelen: Maak deze onderdelen schoon met zeepsop en droog ze daarna af met een zachte doek. De glans wordt behouden door ze regelmatig te boenen met passende producten welke in een supermarkt of drogist te vinden zijn. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen. Schoonmaken van de vlamverdelers van de branders: De vlamverdelers liggen los op de kookplaat en kunnen gemaakelijk verwijderd worden. Haal ze uit hun plaats en maak ze schoon met zeepsop. Droog ze daarna goed af en na gecontroleerd te hebben dat de gaten niet verstopt zijn kunt u ze weer correct terugplaatsen op de kookplaat.

Controleer dat de losse onderdelen van de branders goed op hun plaats liggen. Reinigen van de glasplaat: Waarschuwing: Gebruik geen reiniginsmiddelen op het glas terwijl de oppervlakte warm is, gebruik alleen de meegeleverde schraper.

De resulterende dampen van een reiniginsmiddel kunnen gevaarlijk zijn voor uw gezondheid. Verwarmen van reinigingsmiddelen kunnen tevens chemische aanvallen en beschadigingen op het oppervlak aanbrengen. Reinig het oppervlak wanneer het volledig afgekoeld is met de volgende uitzondering: verwijder onmiddelijk droge suiker, suikerstroop, tomaat en melk met de schraper. Veeg spatten met een schone, vochtige spons of een papieren handdoek. Spoel en droog. Gebruik witte azijn als vlekken blijven en spoel nogmaals. Breng een kleine hoeveelheid van de keramische kookplaat reiniger aan. Wanneer het droog is, wrijf het oppervlak met een schone doek of keukenrol. TYPE VLEK WAT TE DOEN REINIGINGSMIDDELEN Klein Maak de plek schoon met water en zeep, en droog het af. Schoonmaakspons en milde reinigers. Ingebrande vlekken Maak de plek schoon met water en zeep.

Gebruik een schraper om voedselresten en vetten te verwijderen. Maak het daarna schoon met een spons en droog het af. Schoonmaakspons en milde reinigers, en reinigers voor keramisch glas. Ringen en kalkaanslag Breng warme azijn aan op de vlek en laat het inwerken. Verwijder dit daarna met een zachte doek. OF Gebruik een commerciële reiniger op de vlek. Zulke reinigers kunnen het RVS frame aantasten, dus pas hier mee op. Schoonmaakdoek, azijn, of commerciële reiniger.

2Ingebrande suikervlekken, gesmolten aluminium of plastic. - Gebruik speciale keramische glas reinigers op het oppervlak, bij voorkeur een met een welke een beschermende siliconenlaag aanbrengt. Laat het inwerken, dan inwrijven met een schoonmaakspons, en maak het schoon. Schoonmaakspons en reinigers voor keramisch glas. Toegestaan: Niet-schurende pasta Gewone spons, of spons voor delicate materialen. –Niet toegestaan: Schuurspons, poeder. OPLOSSEN VAN PROBLEMEN Wanneer u twijfelt of de kookplaat goed functioneert, betekent dit niet direct dat er een storing is. Controleer de volgende punten: PROBLEEM MOGELIJK OORZAAK OPLOSSI NGWanneer de kookplaat wordt ingeschakeld gaat er in de groepenkast een stop uit. Mogelijk is de kookplaat niet goed aangesloten, of er is een intern probleem. Laat de aansluiting van de kookplaat controleren. Als deze goed is, neem contact op met de service dienst.

De kookplaat maakt klik geluiden terwijl deze in werking is. Dit geluid komt voor wanneer de stroom wordt verdeeld over meerdere elementen. Dit is normaal. De kookplaat werkt helemaal niet. Wellicht is er een probleem met de stroomtoevoer, of een intern probleem. Controleer de stekker en stoppen. Indien in orde, neem contact op met de service dienst. Na het inschakelen van een lement en het plaatsen van een pan is er geen warmte en het display knippert. De pan is niet geschikt voor inductie, of de pan is kleiner dan 10 cm in diameter. Gebruik een andere pan welke geschikt is voor inductie of een grotere diameter heeft. Kookplaat maakt geluid tijdens koken. De pan op de kookplaat kan geluiden maken door vibraties veroorzaakt door inductie. Bij gebruik van veel vermogen is dit normaal bij sommige pannen. Dit geeft geen problemen voor de kookplaat.

Er komt een rare lucht uit de kookplaat bij het eerste gebruik. Een nieuwe kookplaat Gebruik elk element voor een uur met een pan water erop. Technisch onderhoud en reparaties dienen gedaan te worden door gekwalificeerd personeel.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bertazzoni PM361I0X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden