Baxi Vasoflex Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Baxi Vasoflex (36 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Baxi Vasoflex of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Baxi |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | Vasoflex |
Handleiding Baxi Vasoflex – volledige tekst
31NL INLEIDINGALGEMENE INSTALLATIEVOORWAARDENORIËNTATIE EN INCLINATIEHOEK VAN DE COLLECTOR1. Gelieve deze aanwijzingen te lezen voordat u het zonnesysteem installeert of in bedrijf stelt. 2. -Gelieve de gebruiker deze aanwijzingen te bezorgen voor raadpleging in de toekomst. 3. Dit thermische zonne-energiesysteem voor warm tapwater mag uitsluitend door bekwaam en bevoegd personeel worden geïnsta-lleerd en geplaatst. Houd tijdens de werkzaamheden rekening met:• -De wettelijke bepalingen op het gebied van preventie van ongevallen. • De wettelijke bepalingen op het gebied van milieubescherming. • De wettelijke bepalingen op het gebied arbeidsveiligheid. • De specieke veiligheidsbepalingen van de EU en de bijzondere normen en voorschriften van elk land. Bescherm de collector in de originele verpakking tegen weer-somstandigheden tot aan de installatie.
Dek de collector tijdens de installatie af tot het systeem volle-dig bedrijfsklaar is, om hoge temperaturen wegens zonnestra-ling te voorkomen. De installateur staat ervoor in om te waarborgen dat aan alle specieke voorschriften van elk land / elke regio wordt voldaanVoor het vervoer van de collector wordt aanbevolen deze te verplaatsen aan het aluminium frame en met de verpakking. Verplaats de collector niet aan de hydraulische verbindigsstukken. Voorkom stoten of andere mechanische inwerkingen op de collector, in het bijzonder op het zon-neglas, de achterkant van de collector en de hydraulische verbindingen. De beste van de zonne-energiecollector is naar het oriëntatie zuiden. Als de zonnecollector niet naar het zuiden kan worden georiënteerd, moet deze vooral naar het westen worden georiënteerd.
De optimale hangt af van de gebruiksduur van het sys inclinatiehoek -teem, namelijk:a) Constante vraag breedtehet hele jaar door: geograsche b) Vraag hoofdzakelijk in de winter +10º: geograsche breedte c) Vraag hoofdzakelijk in de zomer: geograsche breedte -10ºd) De collectoren zijn geschikt voor installatie met een hellingshoek (β) van 15º tot 75ºVermijd enige vorm van die de zonne-energiecollectoren na schaduw -delig kan beïnvloeden. Het verlies wegens oriëntatie, hellingshoek en eventuele schaduwen moet minimaal zijn of minder dan de toepasselijke voorschriften. Alle installaties hebben een (met warmtechargenonafhankelijk primair -devloeistof) en secundair circuit. De verschillende vloeisto?en mogen in geen geval worden gemengd. Ze moeten allemaal voldoen aan de geldende regelgeving en de spe-cieke voorschriften op het gebied van bescherming tegen elektrische ontladingen.
Elektrolytische sleeves mo?en worden geïnstalleezt tussen delen van verschillende materialen om galvanische koppeling te voorkomen. NSW E15º -15º-30º-45º-60º-75º30º45º10º30º50º70º90º60º75º105º120º135º150º165º -165º-150º-135º-120º-105ºHellingshoekAzimut-hoek100%95% -100%90% - 95%80% -90%70% - 80%60% - 70%50% - 60%40% - 50%30% - 40% 30%NSEOααββWERKVLOEISTOFDe installateur of ontwerper minimum tempe bepaalt de toegelaten -ratuur van het systeem. Componenten die zich buiten bevinden, moeten bestand zijn tegen deze temperatuur zonder permanente schade op te lopen. De installatie moet worden beschermd tegen temperaturen van 5ºC lager dan de historisch geregistreerde minimum waarde, aan de hand van een hiertoe bestemde niet-giftige chemische vloeistof.
32NLTemperatuursensorBij de installatie van de temperatuursensoren moet worden gewaarborgd dat er goed contact is met het te meten punt. Bovendien moeten de sen-soren afgeschermd worden tegen de invloed van omgevingsomstandig-heden en tegen de stroom van de vloeistof in worden geïnstalleerd. De temperatuursensor moet worden geïnstalleerd aan de uitgang van de overeenkomstige rij, op het warmste punt. Aanbevolen wordt een rechtstreeks toepasselijk mengsel van water en gly-col met corrosieremmers te gebruiken. Vermijd de concentratie te veel te verhogen en overschrijdt nooit de waarde van 50%, aangezien in dat geval het mengsel te viskeus zal zijn en bovendien de warmtedragende eigens-chappen van de vloeistof afnemen. Meng met andere soorten vloeisniet -to?en. m 5 7. 5 12.
Er moeten onderbrekingselementen worden geïnstalleerd zodat elke rij onafhankelijk kan werken. Er moet voor elke rij een veiligheids- en aaatklep worden geïnstalleerd. Als er een auto-matisch aftapventiel wordt geïnstalleerd, moet er een onderbrekingsklep worden geïnstalleerd om het automatische aftapventiel te deactiveren wanneer de installatie in bedrijf is.
Zorg ervoor dat er zich geen terugs-troom kan voordoen, om energieverlies te vermijden. Vriespunt (ºC) -10 -15 -20 -25 -30 -32 -35Glycolconcentratie(%) 26 33 37 42 47 50 51Als de vloeistof in aanraking komt met de huid, was dan met water en zeep. In het geval van contact met de ogen, spoel dan onmidde-llijk met ruim, schoon, stromend water. LeidingenDe leidingen moeten zo kort mogelijk zijn en volledig aaten mogelijk maken. De horizontale delen moeten een hellingsgraad van minstens 1% vertonen. Voor de leidingen van het primaire circuit mogen materia-len zoals koper en roestvrij staal worden gebruikt, met schroef-, las- of klemverbindingen en de leidingen die zijn blootgesteld aan de weersom-standigheden moeten aan de buitenkant worden afgeschermd om bes-tand te zijn tegen de werking van de elementen en verlies tijdens het transport te voorkomen.
De aanbevolen afmetingen van de buizen om een drukverlies van minder dan 2,5 mbar per strekkende meter te waarborgen, zijn:ExpansievatIn het primaire circuit moet dicht bij de hydraulische groep een expan-sievat worden geïnstalleerd, naargelang de afmetingen en de eigens-chappen van de installatie. De afmetingen van het expansievat moeten overeenstemmen met de norm DIN 4757, EN 12977 of VDI 6002. Het expansievat moet worden geïnstalleerd: 1. - Zo dat de temperatuur van het water dat in aanraking komt met het membraan zo laag mogelijk is. 2. - Bij voorkeur aan de aanzuigigslyn van de pomp. 3. - Tussen het expansievat en de installatie mag geen enkel onderbre-kingselement worden geïnstalleerd. Hoewel het een niet-giftige, geurloze en biologisch afbreekba-re vloeistof betreft, moet er voorzichtig mee worden omgegaan.
33NLPompenSteeds wanneer mogelijk moet er een pomp worden gemonteerd in de koudste delen van het circuit, zonder dat er zich enige cavitatie voordoet en steeds met een horizontale rotatieas. Voor de afmetingen van de te installeren pomp moet, naast het verlies in de leidingen, rekening worden gehouden met het drukverlies in de geïnstalleerde collectoren. Wanneer de installatie voltooid is, moeten we deze allereerst schoon-maken om alle lasresten, afbijtmiddel of vuil uit de leidingen te verwij-deren. Gebruik een voldoende grote bak om de vloeistof op te vangen. Na het schoonmaken van het circuit kunt u het systeem vullen. Het systeem moet worden gevuld zonder rechtstreekse zonnes-traling. Als dit niet mogelijk is, moet u de collector (of collectoren) tijdens het vullen en schoonmaken afdekken. Zo niet bestaat het gevaar van dampvorming.
INBEDRIJFSTELLINGZet het systeem met 1,5 keer de werkdruk onder druk om eventuele lekken te detecteren. Verhelp alle lekken die u vaststelt in het systeem. Als alternatief kunt u een luchttest toepassen om grote verliezen van het systeem vast te stellen voordat u de installatie schoonmaakt en vult met warmtedragende vloeistof. Tijdens het en de inbedrijfstelling moet het systeem volledig vullen leeg zijn. Aanbevolen wordt het systeem opnieuw te controleren tijdens de eerste weken dat het in bedrijf is om de lucht te verwijderen. In het geval van schade of drunkverlies van het systeem, moet de lucht bij het opnieuw vullen weer worden verwijderd.
Het primaire circuit mag worden gevuld met leidingwater als de eigensNOOIT -chappen ervan aanleiding kunnen geven tot afzettingen, bezinksel of etsingen, of als dit circuit anti-vriesmiddel nodig heeft wegens het risico van vorst of enig ander additief voor een juiste werking. Vergeet na de inbedrijfstelling van de installatie niet alle hand-matige dan wel automatische aftapventielen te sluiten.
Wanneer de installatie schoon en leeg is en de druk juist is, moet u het debiet van de installatie regelen. Stel hiervoor het debiet van de pomp in op de laagst mogelijke snelheid (om het elektrische verbruik te minimaliseren) en regel de stroom met behulp van een debietmeter. Opmerking: Activeer het aftapventiel enkel wanneer het systeem koud is. Tijdens normaal bedrijf is de temperatuur van de warmte-dragende vloeistof hoog, wat ernstige brandwonden kan veroor-zaken. Controleer regelmatig de waarde van de , die tussen en pH 7,5 8,5 moet liggen. Als de vloeistof donker en troebel is en de pH-waarde lager is dan 7,0, moet de warmtedragende vloeistof worden ver-vangen. Het aanwezige glycolpercentage in de warmtedragende vloeistof moet om de twee jaar worden gecontroleerd. Dit is mogelijk aan de hand van een refractometer.
Denk eraan dat de druk in koude toestand in de collectoren tussen 2 en 2,5 bar moet liggen. Aangezien de vuldrukmeter zich aan de onderkant van de installatie bevindt, moet u de statische druk van de installatie toevoegen bij het aezen. De maximum druk van het systeem bedraagt 10 bar. CollectorverbindingDe optimale verbinding (parallelschakeling) is door de rij ingangs- en uitgangscollectoren op tegenovergestelde punten te kruisen; ze kunnen ook worden verbonden aan hetzelfde uiteinde van de rij collectoren, met nauwelijks enig rendementsverlies.
34NLONDERHOUDSWERKZAAMHEDENControleer de verbindingen en hydraulische aansluitingen van de zonne-energiecollectoren op de installatie. Controleer het ondersteuningssysteem van de zonne-energiecollectoren. Controleer het hydraulische circuit op lekken. Controleer dat de warmtedragende vloeistof bestaat uit een mengsel van water en een anti-vriesvloeistof. Controleer de installatie op de beveiligingen: expansievat en veiligheidsklep. Controleer de aansluiting en werking van het regelsysteem van de installatie. De volgende lijsten bevatten de voornaamste onderhoudswerk-zaamheden van een installatie. 1. Controle van het juiste functioneren van de installatie Kijk deze lijst na bij de eerste inbedrijfstelling. 2.
Controle van de algemene staat van de installatieDe volgende controles omvatten alle nodige handelingen om de installa-tie binnen de aanvaardbare werkings-, rendements-, beschermings- en duurzaamheidslimieten te houden. Deze handelingen moeten worden uit-gevoerd door bevoegd technisch personeel met ervaring op het gebied van thermische zonnetechnologie en mechanische installaties in het al-gemeen. Het onderhoudsboek van de installatie moet steeds up-to-date worden gehouden. Voor het onderhoud van installaties met een collec-toroppervlakte van meer dan 20 m² is minstens één inspectie om de zes maanden vereist. Voor installaties met een oppervlakte van minder dan 20 m²² moet deze inspectie minstens jaarlijks worden uitgevoerd.
Aanwezigheid van glycol in de opvangbakControleer dat de veiligheidsklep werktControle van de druk van het systeemControle van de druk van het expansievatAanwezigheid van lucht in het systeemControle of het aftapventiel goed werkt en schoon isControle van de aftakeling van de isolatieVoer een druktest uitAanwezigheid van lekkenAfdichting van de pompWerking van de pomp tijdens bedrijfControle van het debiet van het systeemControleer de dichtheid van de koelvloeistof met een refractometerControleer de pH-waarde van de koelvloeistof.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Baxi Vasoflex stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Baxi
Handleiding Ketel & boiler
Nieuwste handleidingen voor Ketel & boiler