Bauknecht CTDIK840C Handleiding
Pagina's 120 Nederlands, Italiano, Deutsch, English, Français Kookplaat
Bekijk de handleiding van Bauknecht CTDIK840C gratis online of download de PDF. 14 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bauknecht |
| Categorie: | Kookplaat |
| Model: | CTDIK840C |
Handleiding Bauknecht CTDIK840C – volledige tekst
96NLInhoudVRIENDELIJK BEDANKT DAT U EEN TOESTEL VAN BAUKNECHT HEBT AANGESCHAFTVoor uitgebreide klantenservice, verzoeken wij uw product te registreren op www. bauknecht. eu/Lees voor ingebruikname van uw toestel in elk geval de veiligheidsaanwijzingen. 1 Veiligheids- en gevarenaanwijzingen. 972 Montagehandleiding. 1002. 1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur. 1002. 2 Ventilatie. 1002. 3 Montage. 1002. 4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggende montage. 1012. 5 Variabele montagemogelijkheden: Randloze montage. 1012. 6 Afbeeldingen keukenkast. 1022. 7 Montage afzuigsysteem. 1032. 8 Belangrijke Instructies voor het inbouwen. 1042. 9 7-polige stekker aansluiting ventilator. 1052. 10 4-polige stekker aansluiting plasmafi lter (optioneel). 1052. 11 Montage kookplaatventilator. 1062. 12 Technische gegevens. 1072. 13 Inbedrijfstelling. 1073 Beschrijving van het toestel. 1083.
Veiligheids- en gevarenaanwijzingen97NL1 Veiligheids- en gevarenaanwijzingenBELANGRIJK Lees en download de complete gebruiksaan-wijzing via docs. bauknecht. eu of bel het in de garantieverklaring vermelde telefoonnummer. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in ge-bruik neemt en bewaar deze voor later gebru-ik. Neem altijd immer alle veiligheidsaanwijzin-gen in deze gebruiksaanwijzing en op het toestel zelf in acht. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die door fouten bij het gebruik, negeren van de veiligheidsaanwijzingen en onjuiste instellin-gen werden veroorzaakt. Kleine kinderen onder de 3 jaar mogen zich niet zonder toezicht in de directe omgeving van het toestel ophouden. Kinderen jonger dan 8 jaar zouden uit de buurt van het toestel moeten worden gehouden, tenzij zij door-lopend onder toezicht staan.
Dit toestel is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen vanaf 8 jaar) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkhe-den of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoor-delijke persoon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegeven hoe het toestel moet worden gebruikt. Zorg er ook voor, dat kinderen niet met het toestel kunnen spelen. Houd kinderen ook tijdens reinigings- en on-derhoudswerkzaamheden op afstand van het toestel. LET OP Toegankelijke toestelonderdelen war-men zeer sterk op tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat u hete onderdelen niet aanraakt. Kinderen jonger dan 8 jaar zouden uit de bu-urt van het toestel moeten worden gehouden, tenzij zij doorlopend onder toezicht staan. OPGELET. Toegankelijke toestelonderdelen van de kookplaat warmen op tijdens het ge-bruik.
OPGELET: Houd ieder kort of langer kookpro-ces nauwlettend in de gaten. LET OP: Bereid gerechten met vet of olie altijd onder toezicht – brandgevaar. Brandende olie / vet NOOIT met water blussen. Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdek-ken. Pannen met frituurvet of olie nooit zonder toezicht achterlaten, omdat hete olie kan ont-branden. De kookplaat nooit gebruiken om er voorwer-pen op te leggen. Brandbare materialen zoals kleding uit de buurt van het toestel houden, totdat de kookzones volledig afgekoeld zijn – BRANDGEVAAR. Geen metalen voorwerpen zoals messen, vor-ken, lepels en deksels op de kookplaat leggen omdat deze heet kunnen worden en kunnen smelten. Schakel een kookzone na gebruik altijd met de knop uit en niet alleen met de panherkenning.
REGLEMENTAIR GEBRUIK OPGELET: Het toestel mag niet via externe schakelapparatuur zoals timers of een afzon-derlijke afstandsbediening worden bediend. Dit toestel is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en voor gebruik binnen andere, so-ortgelijke toepassingen, bijv. in medewer-kerskeukens in bedrijven, kantoren en andere werkomgevingen, in landbouwbedrijven en door klanten in hotels, motels, B&B's en ande-re specifi eke woonomgevingen. Het toestel is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het toestel niet in de open lucht. INSTALLATIE Het toestel moet altijd door minstens twee personen verplaatst en ingebouwd worden - gevaar voor ongevallen. Draag bij het uit-pakken en de montage beschermende hand-schoenen om snijwonden te voorkomen.
Veiligheids- en gevarenaanwijzingen98NL De installatie, inclusief de wateraansluiting (indien nodig) mag alleen door een gekwa-lifi ceerde technicus worden uitgevoerd. Re-pareeren of vervang geen toestelonderdelen, behalve wanneer dit uitdrukkelijk in de gebru-iksaanwijzing beschreven mocht staan. Nadat u het toestel uit de verpakking hebt ge-haald, dient u het te controleren op eventuele transportbeschadigingen. Bij problemen moet u contact opnemen met uw handelaar of met de dichtstbijzijnde klantenservice. Verwijder na de montage alle verpakkingsafval (plastic, schuimstofonderdelen enz. ) buiten de reikwi-jdte van kinderen - gevaar voor verstikking. Haal het toestel voor het inbouwen van de stroomvoorziening - anders bestaat het risico op elektrische schokken. Let er bij de monta-ge op dat het netsnoer niet wordt beschadigd - brandgevaar en gevaar voor elektrocutie.
Schakel het apparaat alleen in als de installa-tie volledig is afgerond. Alle uitsnijdingen in meubelen of in het aan-rechtblad voor het inzetten van de apparaten uitvoeren en spaanders verwijderen. Als het apparaat NIET boven een oven wordt ingebouwd moet een afscheiding (niet in de levering inbegrepen) onder het apparaat in het keukenmeubel worden aangebracht. Bij gelijktijdige werking van het ingebouwde toestel met andere gasverbrandingsappara-ten of andere haarden/fornuizen moet voor voldoende vers aangevoerde lucht worden gezorgd. De afzuiglucht in een voor dat doel aange-brachte ventilatieschacht of door de huismuur naar buiten leiden. Alle nationale voorschriften voor afvoerlucht en afzuiging moeten worden nageleefd. TOEGESTAAN GEBRUIK OPGELET: Het toestel mag niet via externe schakelapparatuur zoals timers of een afzon-derlijke afstandsbediening worden bediend.
in medewer-kerskeukens in bedrijven, kantoren en andere werkomgevingen, in landbouwbedrijven en door klanten in hotels, motels, B&B's en ande-re specifi eke woonomgevingen. Het toestel is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het toestel niet in de open lucht. IWAARSCHUWINGEN BETREFFENDE ELE-KTRICITEIT Het moet mogelijk zijn om het apparaat van het stroomnet te halen, door een bereikbare stekker uit het stopcontact te trekken of door een boven de contactdoos aangebrachte meerpolige schakelaar uit te zetten. In over-eenstemming met de aansluiteisen en na-tionale veiligheidsnormen moet het toestel correct geaard zijn. Contactdozen met meerdere aansluitingen of verlengsnoeren bieden niet de noodzake-lijke veiligheid. De elektrische componenten mogen voor de gebruikers na de inbouw niet langer toegankelijk zijn. Gebruik het apparaat nooit als u nat of blootsvoets bent.
Gebruik het toestel niet als het netsnoer of de steker beschadigd is, als het niet correct functionee-rt, beschadigd of gevallen is. Als het netsnoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, een geautoriseerde klantenser-vice of gekwalifi ceerde technicus door een identiek, origineel snoer worden vervangen, zodat schade wordt voorkomen - gevaar voor elektrische schokken. LET OP. Onjuist aanbrengen van schroeven of bevestigingen die niet met deze veilig-heidsaanwijzingen overeenstemmen, kunnen tot elektrische schokken leiden. Aarding van het toestel is absoluut noodzake-lijk (niet nodig voor klasse II afzuigkappen, die met het symbool (*) op het typeplaatje kunnen worden geïdentifi ceerd). REINIGING EN ONDERHOUD LET OP: Haal het toestel voor reiniging en onderhoud van de stroomvoorziening; gebruik nooit stoomreinigingsapparaten - gevaar voor elektrische schokken.
Veiligheids- en gevarenaanwijzingen99NLWAARSCHUWING VOOR ELEKTRI-SCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektro-monteur worden verwijderd. OPGELET. HETE OPPERVLAKKEN. Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen. De oppervlakken kunnen ook na het uitscha-kelen van het apparaat heet zijn. OPMERKINGHet in acht nemen van opmerkingen verge-makkelijkt de omgang met het apparaat. Ontbrekende of onvoldoende reiniging of negeren van de aanwijzingen kan uiteindelijk brand veroorzaken. VERWIJDEREN VAN DE VERPAKKING• Het verpakkingsmateriaal is 100% recycle-baar en draagt het recyclingsymbool.
De verschillende verpakkingsonderdelen mogen daarom alleen met inachtneming en in volle-dige overeenstemming met de plaatselijke bepalingen van de regeringen m. b. t. afvalver-wijdering worden verwijderd. VERWIJDEREN VAN OUDE APPARATEN• Dit apparaat is van recyclebare en hergebru-ikbare materialen gemaakt en mag alleen in overeenstemming met de plaatselijke afval-verwijderingsvoorschriften worden verwijderd. • Meer informatie over de behandeling, terug-winning en recycling van dit huishoudelijk apparaat verkrijgt u bij de plaatselijke over-heid, bij het verzamelpunt voor huishoudelijk afval of in de winkel waar u het product hebt gekocht. Dit apparaat is overeenkomstig de WEEE-richtlijn 2012/19/EU betreff ende afge-dankte elektrische en elektronische apparatu-ur gemarkeerd.
• Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt verwijderd, helpt u om potentiële ne-gatieve gevolgen voor het milieu en voor de gezondheid van mensen te vermijden. • Het symbool op het product of op de ver-pakking wijst erop dat dit product niet als hu-ishoudelijk afval mag worden behandeld.
Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. TIPS VOOR ZUINIG ENERGIEVERBRUIK• Schalel de afzuigkap enkel met minimale snelheid in als u begint met koken en laat hem maar een paar minuten na het koken doorlopen. • Verhoog de snelheid als u grote hoeveelhed-en met veel damp kookt en gebruik de kook-stoot alleen in extreme gevallen. • Vervang de koolstoffi lters als het nodig is om een eff ectieve geurabsorptie te behouden. • Reinig het vetfi lter telkens als dit nodig is. • Gebruik altijd de grootst mogelijke luchtafvoer, zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven, voor een optimale eff ectiviteit en gering volu-me. CONFORMITEITSVERKLARING• Dit toestel voldoet aan de Ecodesign-eisen van de Europese verordeningen: nr. 65/2014 en nr. 66/2014 in overeenstemming met de Europese normen EN 61591 en EN 60704-2-13.
Montagehandleiding100NL2 Montagehandleiding2. 1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubel-monteur• Het apparaat moet altijd door minstens twee personen verplaatst en ingebouwd worden - gevaar voor onge-vallen. Draag bij het uitpakken en de montage bescher-mende handschoenen om snijwonden te voorkomen. • Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aan-grenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoen-de temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
• De minimumafstanden aan de achterkant van de kook-plaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheid-safstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet mins-tens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar. 2. 2 Ventilatie• De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat.
Als de temperatuurwaar-den van de elektronica een bepaalde drempel over-schrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid.
Als de elekt-ronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit. • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keuken-meubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd wordt. • Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de acht-erwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is. Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen. 2. 3 MontageBelangrijke opmerkingen• Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv.
door een oven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebru-ikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt. • Bij de inbouw boven een lade moet erop worden gelet dat er geen puntige voorwerpen in de lade worden bewaard. Die kunnen anders aan de onderkant van de kookplaat blijven haken en de lade blokkeren. • Als er zich een tussenbodem onder de kookplaat be-vindt, moet de minimale afstand tot de onderkant van de kookplaat 20 mm bedragen om voldoende ventilatie van de kookplaat te garanderen. • De kookplaat mag niet boven koelkasten, vaatwassers, wasmachines of droogkasten worden ingebouwd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warm-te vervormbare voorwerpen direct naast of onder de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
• De 170 mm lange frontstrip moet worden gemonte-erd en mag alleen met gereedschap kunnen worden verwijderd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaataf-dichting zonder onderbreking worden ingelegd.
• U moet verhinderen dat er tussen de rand van de ko-okplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoff en in de daaronder ingebouwde elektri-sche apparaten kunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneff en werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (te-gels enz. ) moet de pakking, die zich evt. aan de kook-plaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht. • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd.
De snijvlakken dienen daarna te worden ver-zegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de af-beeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.
Montagehandleiding101NL Minimumafstand tot naburige wanden Afmetingen uitsparing Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaatBelangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen.De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconen-lijm voegen.BelangrijkSiliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het opleg-vlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk.
Montagehandleiding103NL2.7 Montage afzuigsysteemDe verbinding tussen kookplaat en ventilator kan met een fl exibele slang of een plat kanaal tot stand worden ge-bracht.Het platte kanaal indien nodig met een fi jne zaag inkorten.Betreff ende punt cHet fl exibele verbindingselement wordt bij een werkblad-diepte van 600 mm gebruikt. Zorg bij het aanleggen op een liefst strakke en vouwvrije installatie. Kort overtollig materiaal in.Betreff ende punt fVoor het opsteken van het overgangselement (d) op de plintventilator (e) afdichtingstape rond de aansluitmof (f) aanbrengen.Belangrijk:Alle componenten moeten na het in elkaar steken met het bijgevoegde plakband zoals afgebeeld worden afgeplakt.VentilatorAfdichtingstapeActieve koolfi lterAfzuigluchtkanaal-componenten (optioneel):Plintfi lter (optioneel):hPlasmafi lter
Montagehandleiding104NL2. 8 Belangrijke Instructies voor het inbouwen• Het apparaat moet altijd door minstens twee personen verplaatst en ingebouwd worden - gevaar voor onge-vallen. Draag bij het uitpakken en de montage bescher-mende handschoenen om snijwonden te voorkomen. • Kinderen altijd uit de buurt van het montagebereik houden. • Controleer het apparaat na het uitpakken op transport-schade. Bij problemen moet u contact opnemen met uw handelaar of met de dichtbijzijnde klantenservice. • Verwijder na de montage alle verpakkingsafval (plastic, schuimstofonderdelen enz. ) buiten de reikwijdte van kinderen - gevaar voor verstikking. • Het apparaat moet voor alle montagemaatregelen van het elektriciteitsnet worden gescheiden - gevaar voor elektrocutie. Let er bij de montage op dat het netsnoer niet wordt beschadigd - brandgevaar en gevaar voor elektrocutie.
Gebruik het apparaat alleen als het volle-dig is ingebouwd. • Alle uitsparingen in meubels en werkbladen moeten vóór het inbouwen worden gemaakt. Verwijder alle houtafval en zaagsel. • Als het apparaat NIET boven een oven wordt in-gebouwd moet een afscheiding (niet in de levering inbegrepen) onder het apparaat in het keukenmeubel worden aangebracht. • De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circu-latieluchtapparaat worden ingezet. • De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte venti-latieschacht of door de huismuur naar buiten leiden. • De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger. • Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf-hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd.
Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet over-schrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen. • Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102. Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte. • Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem Compair Flow 150 (Naber). • De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm. • Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen dia-meterreducties mogen hebben. • Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen.
50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht. • Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen. • De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen. • Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluch-teenheid ook na het afmonteren van de keuken toegan-kelijk blijft. Eventueel moeten plintpoten van de keuken-kastjes worden verplaatst. Montage• Neem de algemeen geldende voorschriften van de elektriciteitsmaatschappij en de brandweer in acht. • Montage/aansluiting door vakkundig personeel.
• Voor schade door het niet naleven van deze en met het apparaat meegeleverde documenten kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. • Minimum afstanden t. o. v. muren in acht nemen: aan de zijkant minstens 100 mm, aan de achterkant minstens 50 mm.
Uitsparing in de tafel voorbereiden• Uitsparing uitfrezen of met houten lijsten aanbrengen. • Uitsparingen op maat en met rechte hoeken• Op de hoogte letten zodat kookplaat en fi lterunit pre-cies passen. • Voor een zijdelingse ventilatie-uitsparing van min. 400 cm² zorgen• Meubelen en afdekkingen moeten temperatuurbesten-dig zijn (< 75°C). • Filterset alleen links voorzien. Ventilatie-unit inbouwen• Unit (actieve kool of plasma) in de uitsparing plaatsen. • Luchtpijp uitlijnen, fi xeren. • Elektrische verbindingen maken. • Kookplaat inleggen, centreren. • Kookplaat tijdens het uitharden van de silicone niet in gebruik nemen. • Voor het inkleven de bruikbaarheid van de primer/in-kleefmassa testen. • Kookplaat niet vastschroeven daar het 18 kg weegt (zonder fi lter).
• Brandbare wanden/plafonds boven de kookplaten moeten overeenkomstig de plaatselijke brandpreventie-voorschriften brandwerend bekleed zijn. Elektrische aansluiting• Zekeringen/hoofdschakelaar pas na het inbouwen/be-dragen van de kookplaat inschakelen. • Het bijgevoegde plaatje op een goed zichtbare plaats bevestigen omdat het na de montage niet meer toe-gankelijk is. • Brandbare wanden/plafonds boven de kookplaten moeten overeenkomstig de plaatselijke brandpreventie-voorschriften brandwerend bekleed zijn. • De bescherming tegen aanraken van de kookplaat moet door een correcte montage gegarandeerd zijn. • Het actieve-kool- of plasmafi lter moet voor onder-houdsdoeleinden zo geïnstalleerd worden dat het altijd makkelijk en eenvoudig toegankelijk is. OPMERKINGBij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
Montagehandleiding105NL2. 9 7-polige stekker aansluiting ventilatorWerkwijzeVoor de ventilatoraansluiting dient u beide 7-polige stek-kers met elkaar te verbinden. Stekkerborging op de 7-polige stekker (ventilator) van de kookplaat openen en de 7-polige contrastekker van de ventilator(en) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten. De stekkers moeten na de montage aan de achterwand of aan een kastwand worden bevestigd. 2. 10 4-polige stekker aansluiting plasmafi lter (optioneel)WerkwijzeStekkerverbindingen op de 4-polige stekker (plasma) van de kookplaat openen en de beschermkappen weghalen. Vervolgens de 4-polige contrastekker van het plasmafi l-ter (g) insteken tot deze goed vastklikt. Aansluitend de stekkerborging weer goed vastzetten. De stekkers moeten na de montage aan de achterwand of aan een kastwand worden bevestigd.
heWAARSCHUWING VOOR ELEKTRI-SCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektro-monteur worden verwijderd. • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.
• De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermo-genselektronica worden vernield. • Het apparaat is alléén toegelaten voor een vaste aansluiting. Het mag niet met een geaard stopcontact worden aangesloten.
Montagehandleiding106NL2. 11 Montage kookplaatventilator• Het product mag alleen door een erkende vakman met inachtneming van de plaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzui-gingsaansluitingen. De installateur is verantwoordelijk voor de storingsvrije werking op de montageplek. • Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreff ende landen en de energiebedrijven. • De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circu-latieluchtapparaat worden ingezet. • De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte venti-latieschacht of door de huismuur naar buiten leiden. • De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
• Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardaf-hankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergif-tiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet over-schrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen. • Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102. • Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte. • Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem. • De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet lager zijn dan 150 mm.
• Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen dia-meterreducties mogen hebben. • Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen. 50 cm voor de ventilatiemodule mogen geen bochten/hoeken worden aangebracht.
• Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen. • De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen. • Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluch-teenheid ook na het afmonteren van de keuken toegan-kelijk blijft. • Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst. OPMERKINGBij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. AansluitwaardenNetspanning: 380-415V 3N~, 50/60HzNominale componentenspanning: 220-240VAansluitkabel standaard aanwezig• De kookplaat is bij levering met een temperatuurbes-tendige aansluitkabel uitgerust.
• De aansluiting op het net wordt volgens het aansluit-schema uitgevoerd, tenzij de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust. • Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt bescha-digd, moet hij door een speciale aansluitkabel worden vervangen. Om risico’s te vermijden mag dit alleen door de fabrikant of zijn klantenservice gebeuren. Aansluitingsmogelijkhedenzwartbruingrijswitblauwgroen-geelgroen-geelzwartbruingrijswitblauwgroen-geelgroen-geelzwartbruingrijsblauwgroen-geelzwartbruingrijsblauwgroen-geel.
Beschrijving van het toestel108NL3 Beschrijving van het toestelHet decor kan van de afbeeldingen afwijken.1. Inductiekookzone links voor2. Inductiekookzone links achter3. Keramische kookplaat4. Touch-control-bedieningsveld5. Stand-by-toets en ventilatorbediening6. Ventilator7. Aan/Uit-toets (kookplaat)8. Kookzonekeuzetoets9. Symbool voor het aanwijzen van de kookzonepositie op de keramische kookplaat10. Plus-toets (verhogen) / Min-toets (verlagen)11. Kookstandweergave12. Timerweergave13. Stand-by-toets14. Min-/plus-toets ventilator15. Weergave ventilator
Beschrijving van het toestel109NL3.1 Bediening met sensortoetsenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt met touch-control-sensortoetsen. De sensortoetsen functio-neren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd.In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensor-toets het woord 'toets' gebruikt.Stand-by-toets (13)Met deze toets wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofd-schakelaar. Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus.Let op! Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtbaar!Aan/uit-toets (7) kookzones links of rechtsMet deze toets wordt de desbetreff ende kookzone in- en uitgeschakeld.Kookzonekeuzetoets, bijv.
Bediening110NL4 Bediening4. 1 Het inductiekookveldDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevor-mende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld• Energiebesparend koken door rechtstreekse energieo-verdracht op de pan (aangepaste pannen van magneti-seerbaar materiaal zijn noodzakelijk)• Meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorge-geven als er een pan op de kookzone staat• Energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbo-dem met een hoog rendement• Hoge opwarmsnelheid• Weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat al-leen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast• Snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. 4. 2 Panherkenning Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstand-weergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstand-weergave brandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de pan-herkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. PanherkenningsgrenzenKookzonediameter(mm)Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm)190 x 210 mm 120De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaal-de minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken. 4. 3 GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksdu-urbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellin-gen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bed-rijfsduurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitge-schakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minu-ten en kookstand 9 is mogelijk).
GebruiksduurbeperkingIngestelde kookstand Gebruiksduurbeperking in uren1, 23, 456, 7, 8, 96541,54. 4 Andere functiesAls één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld. U hoort een signaaltoon en in het display verschijnt ER03. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensortoetsen halen. 4. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebru-ikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektro-nica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 of ER21 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Bediening111NL4. 6 Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebru-ikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor induc-tie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannenGeëmailleerde stalen pan-nen met dikke bodemPannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracottaGietijzeren pannen met geëmailleerde bodemPannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij fer-rietstaal of aluminium met speciale bodemZo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekook-plaat gebruiken.
Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald. 4. 7 Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie. 4. 8 KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing01-234-567-89PUIT-stand, benutting van de restwarmteVerder koken van kleine hoeveelhedenDoorkokenGaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukkenBraden, bechamelsaus makenBradenAan de kook brengen, aanbraden, bradenPowerstand (hoogste vermogen)Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kook-stand worden gekozen. 4. 9 Restwarmteweergave De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarm-te worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding.
Bediening112NL4. 10 Toestel in operationele modus zettenMet de stand-by-toets wordt het toestel in de operatione-le modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Er vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en de weergavelampjes gaan kort branden. Na het uitschakelen met deze toets blijft het toestel nog ca. 120 min. in de operationele modus. Let op. Is het toestel volledig uitgeschakeld, dan is er ook geen restwarmteweergave meer zichtbaar. 4. 11 Bediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-) toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden wor-den bediend, anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehouden worden. 4. 12 Kookplaat en kookzone inschakelen1.
Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstand-weergaven 0 aantonen. De besturing is klaar voor gebruik. 2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan). De geselecteerde kookstandweergave is helder verlicht. 3. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen. Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingescha-keld, door de min-toets de kookstand 9. 4. Meteen daarna voor inductie geschikt kookgerei op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de induc-tiespoel in. De pan wordt verwarmd. Zolang geen pan op de kookzone wordt geplaatst, wisselt de aanwijzing tussen de ingestelde kookstand en het sym-bool. Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsre-denen na 10 minuten uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk „panherkenning”. Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herhalen. 4. 13 Kookzone uitschakelen5.
Bediening113NL4.15 VergrendelingDe vergrendeling moet verhinderen dat kinderen de kookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.Vergrendeling inschakelen1. Op de Aan/Uit-toets drukken om de kookplaat in te schakelen.2. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de rechts ernaast liggende kookzonekeuzetoets druk-ken.3. Vervolgens op de kookzonekeuzetoets drukken om de vergrendeling te activeren.In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Vergrendeling uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken.5. Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de rechts ernaast liggende kookzonekeuzetoets druk-ken.6. Vervolgens op de min-toets drukken om de vergren-deling uit te schakelen.
De L verdwijnt.Vergrendeltoets alleen voor een kookproces opheff enVoorwaarde: De vergrendeling is volgens punt 1-3 inge-schakeld.• Op de Aan/Uit-toets drukken.• Meteen daarna gelijktijdig op de min-toets en de rechts ernaast liggende kookzonekeuzetoets druk-ken.Nadat de L is verdwenen kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden.Na het uitschakelen van de kookplaat is de vergrendeling weer actief (ingeschakeld).OpmerkingBij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergren-deling niet opgeheven, d.w.z. ze blijft behouden (geacti-veerd).
Bediening114NL4. 16 Automatische uitschakeling (timer) Door de automatische uitschakeling wordt elke ingescha-kelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uit-geschakeld. Er kunnen kooktijden van 01 tot 99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 2. Zo vaak tegelijkertijd op de plus-toets en de min-toets drukken tot het controlelampje (decimale punt) van de gewenste kookzone brandt. De timer-weergave brandt fel. 3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets een kooktijd invoeren. Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te programmeren, zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken tot het con-trolelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandweergave brandt. 4. Na afl oop van de tijd wordt de kookzone uitgescha-keld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen• Ter controle van de verstreken tijd (automatische uitschakeling) zo vaak tegelijk op de plus-toets en de min-toets drukken, tot het controlelampje (decimale punt) van de overeenkomstige kookstandweergave brandt. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de res-pectievelijke kookzone selecteren en met de min-toets 0 instellen. 4. 17 Kookwekker (eierwekker)(kookzone uitgeschakeld)1. De kookplaat inschakelen. 2. Eén keer tegelijkertijd op de plus-toets en min-to-ets drukken. De timerweergave brandt fel. In de kookstandweergaven mag het controlelampje (deci-male punt) niet gaan branden. 3. Meteen daarna met de plus-toets of min-toets de tijd in minuten instellen. 4.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bauknecht CTDIK840C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kookplaat Bauknecht
Alle Bauknecht Kookplaat handleidingen