Bauknecht BFP 5O41 PLT X Handleiding

Bauknecht Vaatwassers BFP 5O41 PLT X

Bekijk gratis de handleiding van Bauknecht BFP 5O41 PLT X (68 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwassers. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Bauknecht BFP 5O41 PLT X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
INSTRUCTION FOR USE
GEBRAUCHSANWEISUNG
NOTICE D’UTILISATION
ISTRUZIONI PER L’USO
GEBRUIKSAANWIJZING

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bauknecht
Categorie: Vaatwassers
Model: BFP 5O41 PLT X
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 47000 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 590 mm
Hoogte: 850 mm
Aantal couverts: 14 couverts
Deurkleur: Zilver
Snoerlengte: 1.3 m
Uitgestelde start timer: Ja
Startvertraging: 24 uur
Resterende tijd indicatie: Ja
Kinderslot: Ja
Duur cyclus: 190 min
Geluidsniveau: 41 dB
Energie-efficiëntieklasse: C
Gewicht verpakking: 49000 g
Breedte verpakking: 625 mm
Diepte verpakking: 675 mm
Hoogte verpakking: 910 mm
Verlichting binnenin: Ja
Waterconsumptie per cyclus: 9.5 l
Zelfreinigend: Ja
Geluidsemissieklasse: B
Aantal wasprogramma's: 10
Energieverbruik per 100 cycli: 75 kWu
Productafmeting: Volledige grootte (60 cm)
Bestek compartiment type: Lade
Kuip materiaal: Roestvrijstaal
Zout indicator: Ja
Glansmiddel indicator: Ja
Aantal temperatuurinstellingen: 4
Afwasprogramma's: Eco,Glass/delicate,Hygiene,Intensive,Night,Pre-wash,Quick,Rinsing + drying
Energieverbruik per cyclus: 0.748 kWu
Bovenste mand verstelbare hoogte: Ja
Maximale warmwatertoevoertemperatuur: 60 °C
Temperatuur (max): - °C
Stroomverbruik (ingeschakeld houden): 6 W
Stroomverbruik (indien uit): 0.5 W
Energie-efficiëntieschaal: A tot G

Handleiding Bauknecht BFP 5O41 PLT X – volledige tekst

START/PAUZE toetsPRODUCTBESCHRIJVINGVoordat u het apparaat gebruikt leest u de Veiligheidsvoorschriften zorgvuldig door.Het bedieningspaneel van de afwasmachine wordt geactiveerd door het indrukken van de AAN/UIT-toets.Om energie te besparen wordt het bedieningspaneel na 10 minuten automatisch uitgeschakeld als er geen wascyclus is gestart.BEDIENINGSPANEELDISPLAY - INDICATORENA. STARTUITSTELB. ECOC. MULTIZONE - BestekmandD. WATERKRAAN GESLOTENE. VOEG ZOUT TOEF. MULTIZONE - Bovenste rekG. MULTIZONE - Onderste rekH. VOEG SPOELMIDD. TOEI. TABLETA B CI H G FDE172346511131210890000 000 00000 Service:3 4 5 6 7 8 9 101 2 11

56NLNa de eerste aansluiting van het apparaat op het stroomnet geeft het display de informatie weer voor het instellen van het apparaat voor het eerste gebruik. 1. De taal selecterenDruk op de toets „”. om de gewenste taal te selecteren. Bevestig dit door op de OK-toets te drukken. Nadat de taal bevestigd is, doorloopt het apparaat het menu van de conguratie voor het eerste gebruik. 2. De waterhardheidsgraad instellenDe waterhardheidsgraad is stan-daard ingesteld op 3. Druk meerde-re malen op de toets „” om de waterhardheidsgraad te wijzigen. Bevestig dit door op de OK-toets te drukken. De waterhardheids-graad moet worden ingesteld volgens de onderstaande tabel. Als u de waterontharder perfect wilt laten werken is het essentieel dat de instel-ling van de waterhardheid is gebaseerd op de werkelijke waterhardheid in uw huis.

Deze informatie kan bij uw lokale waterleverancier worden opgevraagd. 3. Het waterontharderbakje vullenWanneer de waterhardheidsgraad is ingesteld, moet het waterontharder-bakje worden gevuld met water en speciaal regenereerzout. Verwijder het onderste rek en draai de dop van het reservoir los (linksom)Eerst moet het reservoir worden gevuld met water (~1,5 liter). Druk vervolgens op de OK-toets om de volgende stap uit te voeren. Plaats de trechter (zie afbeelding) en vul het zoutreservoir tot aan de rand (ongeveer 1 kg); het is niet ongewoon dat er wat water uitstroomt. Verwijder de trechter en veeg alle zoutresten weg van de opening. Zorg ervoor dat de dop strak is aangedraaid, zodat geen vaatwasmid-del in de container kan komen tijdens het wasprogramma (dit kan de waterontharder onherstelbaar beschadigen). Druk vervolgens op de OK-toets om de volgende stap uit te voeren.

Bediening voor type afwasmiddelBij deze stap is het zeer belangrijk om te kiezen welk type afwasmiddel er wordt gebruikt (tablet/capsule of gel/poeder). Als u voor de afwas liever gebruik maakt van een Alles-in-een-afwas-middel in de vorm van tabletten of capsules, drukt u op „OK” en gaat u vervolgens naar stap 7. Bediening voor openen kraan op de volgende pagina. Het symbool op het display gaat branden. Als u voor de afwas liever gebruik maakt van gel of poeder, drukt u op „” en gaat u vervolgens naar stap 6. Bediening voor glansspoelmiddel. 6. Bediening voor glansspoelmiddel**Het apparaat slaat deze stap over als bij de voorgaande stap voor een Alles-in-een-afwasmiddel gekozen is. NEDERLANDS INSTELLEN.

< > = WIJZIG OK = JANEDERLANDS GEKOZENWATERHARDHEID = 3< > = WIJZIG OK = JAWATERHARDHEID(1=MIN, 5=MAX)WATER BIJVULLENGIET 1,5 LITEROK = KLAARWATER INOK = KLAARHET ZOUTVAKJEOK = KLAARZOUT BIJVULLENSTROOI 1 KG ZOUT INOK = KLAARHET ZOUTVAKJEOK = KLAARWanneer u zout moet toevoegen, is u verplicht om de procedure helemaal uit te voeren alvorens de wascyclus te starten om corro-sie te voorkomen. Achtergebleven zoutoplossing of zoutkorrels kunnen leiden tot corrosie waardoor de roestvrijstalen onderdelen onherstelbaar beschadigd worden. Er wordt geen enkele garantie verleend in geval van klachten die hierop betrekking hebben. Als het zoutreservoir niet gevuld wordt, kunnen de waterverzach-ter en het verwarmingselement beschadigd raken als gevolg van de accumulatie van ketelsteen. Het gebruik van zout wordt aanbevolen met elk type vaatwasmiddel.

NL571. Open het doseerbakje door de tab op het deksel in te drukken en Bomhoog te trekken. 2. Breng het glansspoelmiddel zorgvuldig in tot aan de referentiegroef van het maximum (110 ml) van de vulruimte - voorkom morsen. AWanneer dit gebeurt het gemorste glansspoelmiddel onmiddellijk met een droge doek reinigen. 3. Om het te sluiten het deksel naar beneden drukken totdat u een klik hoort. 4. Bevestig dit door op de „OK” -toets te drukken. Het glansspoelmiddel NOOIT rechtstreeks in de kuip gieten. Peil glansspoelmiddel instellen (niet nodig bij het gebruik van tabletten/capsules)De dosering van het glansspoelmiddel kan worden aangepast aan het gebruik-te afwasmiddel. Hoe lager de instelling, hoe minder glansspoelmiddel wordt gebruikt. De fabrieksinstelling is niveau (5). Om het te wijzigen volgt u de aanwijzingen in het deel “INSTELLINGEN / MENU”. 7.

Bediening voor openen kraanControleer of de waterkraan open is. Als de kraan dicht is, opent u de kraan en bevestigt u dit door op de „OK”-toets te drukken. 8. Bediening voor de eerste afwascyclusGeadviseerd wordt om voorafgaand aan het normale gebruik van het apparaat eerst het afwasprogramma Intensive uit te voeren om het appa-raat te kalibreren. Voeg afwasmiddel toe in doseerbakje B (zie onder) en druk vervolgens op de „OK”-toets. De intensieve wascyclus wordt automatisch geselecteerd. Druk op de „START/PAUZE”- toets. De eerste afwascyclus kan vanwege de automatische kalibratieprocedu-re tot 20 minuten langer duren. Na deze procedure is het apparaat gereed voor normaal gebruik.

Het is raadzaam om vaatwasmiddelen zonder fosfaten of chloor te gebruiken, aangezien deze producten schadelijk voor het milieu zijn. Goede wasresultaten zijn ook afhankelijk van de juiste hoeveelheid vaatwasmiddel. Het overschrijden van de aangegeven hoeveelheid leidt niet tot een meer eectieve afwas en doet de milieuvervuiling toenemen. De hoeveelheid kan aan de mate van vuilheid worden aangepast. Gebruik bij normaal bevuilde stukken ongeveer 35 g (vaatwasmid-del in poedervorm) of 35 ml (vloeibaar vaatwasmiddel) en een extra theelepel vaatwasmiddel direct in de kuip. Als er tabletten worden gebruikt is één tablet voldoende. Als het serviesgoed slechts licht bevuild is of als het voordat het in de afwasmachine wordt geplaatst met water is afgespoeld kan de hoeveelheid vaatwasmiddel dienovereenkomstig worden verminderd (minimaal 25 g/ml) door bijv. poeder/gel in de kuip over te slaan.

Druk om de vaatwasmiddeldoseer-bakje te openen op toets C. Voer het vaatwasmiddel alleen in het droge doseerbakje in. Plaats de hoeveel-D heid vaatwasmiddel voor voorspoelen direct in de kuip. 1. Raadpleeg bij het afmeten van het vaatwasmiddel de eerder vermelde informatie om de juiste hoeveelheid toe te voegen. in het doseerbakje D zijn er indicaties die helpen het vaatwasmiddel te doseren. 2. Verwijder de resten vaatwasmiddel van de randen van het doseer-bakje en sluit het deksel totdat het klikt. 3. Sluit het deksel van het vaatwasmiddeldoseerbakje door het om-hoog te trekken tot het sluitingsmechanisme is vastgezet. Het vaatwasmiddeldoseerbakje opent automatisch op het juiste mo-ment, volgens het programma.

Als u een Alles-in-een-afwasmiddel gebruikt, is het raadzaam om in ieder geval zout toe te voegen, vooral als het water hard of zeer hard is (volg de aanwijzingen op de verpakking). Het gebruik van vaatwasmiddelen die niet bedoeld zijn voor vaatwasmachines kan de slechte werking van het apparaat veroorzaken of het beschadigen.

58NLADVIEZEN EN TIPSREKKEN VULLENADVIEZENVerwijder alvorens de manden te laden alle voedselresten uit het ser-viesgoed en leeg de glazen. Het serviesgoed hoeft niet tevoren onder stromend water afgespoeld te worden. Het serviesgoed zo rangschikken dat het stevig op zijn plaats staat en niet omslaat; rangschik de containers met de openingen naar bene-den gericht en de holle/bolle onderdelen schuin geplaatst, waardoor het water elk oppervlak kan bereiken en vrij kan stromen. Waarschuwing: zorg ervoor dat deksels, grepen, platen en koekenpan-nen de sproeierarmen niet belemmeren bij het draaien. Plaats geen kleine voorwerpen in de bestekmand. Erg vervuild vaatwerk en pannen moeten in de onderste mand wor-den geplaatst, omdat in deze ruimte de watersproeiers sterker zijn en hogere wasprestaties hebben. Zorg ervoor dat na het laden van het apparaat de sproeierarmen vrij kunnen draaien.

ONGESCHIKT SERVIESGOED• Houten servies en bestek. • Kwetsbare gedecoreerde glazen, artistiek handwerk en antiek ser-viesgoed. Hun decoraties zijn hier niet tegen bestand. • Delen van synthetisch materiaal die niet bestand zijn tegen hoge temperaturen. • Koperen en tinnen serviesgoed. • Serviesgoed bevuild met as, was, smeervet of inkt. De kleuren van glasdecoraties en aluminium/zilveren stukken kunnen wij-zigen en vervagen tijdens het wasproces. Sommige soorten glas (bv. kris-tallen voorwerpen) kunnen na een aantal wascyclussen ook dof worden. SCHADE AAN GLASWERK EN SERVIESGOED• Gebruik alleen glas en porselein waarvan de fabrikant garandeert dat het veilig is voor de afwasmachine. • Gebruik een zacht vaatwasmiddel dat geschikt is voor serviesgoed• Haal glazen en bestek uit de afwasmachine zodra het wasprogram-ma afgelopen is.

TIPS VOOR ENERGIEBESPARING• Wanneer de huishoudelijke vaatwasmachine gebruikt wordt volgens de aanwijzingen van de fabrikant, verbruikt het wassen van vaatwerk in een vaatwasmachine gewoonlijk MINDER ENERGIE en water dan met de hand afwassen.

• Om de eciëntie van de vaatwasmachine te maximaliseren wordt aanbevolen om de wascyclus eerst te starten wanneer de vaatwas-machine helemaal gevuld is. De huishoudelijke vaatwasmachine vullen tot de hoeveelheid aangegeven door de fabrikant draagt bij tot het besparen van energie en water. Informatie over het correct laden van vaatwerk vindt u in het hoofdstuk DE REKKEN VULLEN. Als de machine gedeeltelijk is gevuld, wordt aanbevolen om de speciaal daarvoor bedoelde wasopties, indien voorzien, te gebruiken (Halve lad-ing/ Zone Wash/ Multizone) en enkel geselecteerde rekken te vullen. De vaatwasmachine onjuist of overmatig vullen kan het gebruik van de hulpbronnen verhogen (zoals water, energie en tijd, en ook het gelu-idsniveau) en de reinigings- en droogprestaties verlagen. • Vaatwerk vooraf met de hand spoelen verhoogt het water- en ener-gieverbruik en wordt niet aanbevolen.

HYGIËNEOm te voorkomen dat zich geur en afzetting ophoopt in de afwasma-chine moet u ten minste eens per maand een programma met hoge temperatuur laten draaien. Gebruik een theelepel vaatwasmiddel en laat het apparaat zonder lading draaien. BESTEKLADEHet derde rek werd ontworpen om het bestek te herbergen. Rangschik het bestek zoals op de afbeelding. Een aparte rangschikking voor het bestek maakt het oppakken na de afwas eenvoudiger en verbetert de was- en droogpres-taties. Messen en ander scherp keukengerei moeten met de scherpe kant naar beneden toe worden geschikt. De geometrie van het rek maakt het mogelijk om kleine items als koekopjes in het midden te plaatsen. De bestekmand is uitgerust met twee schuifblade , om optimaalgebruik te maken van de hoogte van de ruimte eronder en om het laden van hoge items in het bovenste rek mogelijk te maken.

NL59BOVENSTE REKLaad delicaat en licht vaatwerk: glazen, kopjes, schoteltjes, lage saladekommen. Het bovenste rek heeft opklap-bare steunen die in een verticale positie kunnen worden gebruikt bij het schikken van thee/des-sertschoteltjes of in een lagere positie om kommen en schalen te laden. (laadvoorbeeld voor het bovenste rek)OPVOUWBARE KLEPPEN MET VERSTELBARE STANDDe opvouwbare kleppen aan de zijkant kunnen worden opgevouwen of opengevouwen voor een optimale rangschikking van het serviesgoed in het rek. Wijnglazen kunnen veilig in de opvo-uwbare kleppen worden geplaatst door de steel van elk glas in de ove-reenkomstige sleuven in te voeren. Afhankelijk van het model: • om de kleppen open te vouwen moet u ze omhoog schuiven en ro-teren of ze losmaken van de klemmen en omlaag trekken.

• om de kleppen op te vouwen moet u ze roteren en omlaag schuiven of ze omhoog trekken en aan de klemmen vastmaken. DE HOOGTE VAN HET BOVENSTE REK AFSTELLENDe hoogte van het bovenste rek kan worden afgesteld: hoge stand voor groot servies-goed in de onderste mand en lage stand om optimaal gebruik te maken van de opklapbare steunen, door het creëren van meer ruimte naar boven en botsen met de items die in het onderste rek zijn geladen te voorkomen. Het bovenste rek is uitgerust met een hoog-teversteller bovenste rek (zie afbeelding , zonder op de hefbomen te hoeven drukken, opheen door gewoon de zijkanten van het rek vast te houden, zodra het rek stabiel in de bovenste positie staat. Voor herstellen naar de lagere positie op de hefbomen aan de zij-Akanten van het rek drukken en de mand naar beneden verplaatsen.

Het is raadzaam de hoogte van het rek niet aan te passen wan-neer het is geladen. NOOIT de mand slechts aan één kant verhogen of verlagen. ONDERSTE REKVoor potten, deksels, platen, saladekommen, bestek enz. Grote platen en deksels moeten idealiter aan de zijkanten worden geplaatst, om aanraking met de sproeierarmen te voorkomen.

Het onderste rek heeft opklapbare steunen die in een verticale positie kunnen worden gebruikt bij het schikken van platen of in een horizontale positie (lager) om pannen en saladekommen te laden. (laadvoorbeeld voor het onderste rek) POWER CLEAN IN ONDERSTE REKPower Clean® maakt gebruik van specia-le waterstralen aan de achterzijde van de ruimte voor een intensievere reiniging van zeer vuile items. Activeer op het paneel POWER CLEANtijdens het plaatsen van de pannen/ovenschalen tegenover het Power Clean® component. Het onderste rek heeft Power Clean, een speciale uittrekbare steun aan de achterzijde van het rek, die kan worden gebruikt ter ondersteu-ning van koekenpannen of braadpannen in verticale positie, zodat ze minder ruimte in beslag nemen. Power Clean® gebruiken:1. Pas het Power Clean gebied (G) aan door de achterste bordenhouders omlaag te klappen om potten en pannen te laden. 2.

60NLDe lijst met beschikbare wascyclussen en opties kunt u vinden in de Wascyclussentabel op de volgende pagina. De Ecocyclus is de defaultselectie. Als u de laatste gebruikte wascyclus als defaultselectie wenst, kunt u dat veranderen in het „Instellingenmenu”. U kunt een wascyclus selecteren door op 1 van de 6 toetsen voor directe toegang tot wascyclussen te drukken of door herhaaldelijk op de toets voor „Extra programma's” te drukken. Wanneer de laatste wordt bereikt, gaat u terug naar de eerste als u opnieuw op de toets drukt. Druk op de wascyclustoets om de wascyclus te kiezen dat op basis van de Wascyclussentabel past bij de mate van vervuiling van het servies-goed. Informatie wordt op het display weergegeven:1. Indicatoren2. Naam van de gekozen wascyclus3. Verticaal staae toont enkel de positie van de extra wascycluslijst4. Energieverbruik van de gekozen wascyclus5.

Waterverbruik van de gekozen wascyclusDrie seconden na de selectie van een was-cyclus worden de duur en de temperatuur ervan weergegeven (indien beschikbaar). Druk op de „INFO”- toets om een beknopte beschrijving weer te geven van de wascyclus en het water/energieverbruik. Tijdens de selectiefase knippert de led van „START/PAUZE”. Aanvullende opties zijn beschikbaar voor de meeste wascyclussen (zie het deel „Opties en Instellingen”). Wanneer een optie wordt gekozen, wordt de naam ervan weergegeven rechts op het display. Als er meer dan een optie is gekozen, wordt een stip voor elke optie weergegeven. Elke optienaam wordt 3 sec. weergegeven met een volle stip. Wanneer u de selectie van de wascyclus en de opties helemaal heeft uitgevoerd, drukt u op de „START/PAUZE”-toets en sluit u de deur om de gekozen wascyclus te starten.

WIJZIGEN VAN EEN LOPEND PROGRAMMAAls er een verkeerd programma was geselecteerd is kan het worden gewijzigd, mits het nog maar net begonnen is: open de deur, houd de „AAN/UIT”-toets ingedrukt, de machine wordt uitgeschakeld.

Schakel de machine weer in met de „AAN/UIT”-toets en selecteer het nieuwe wasprogramma en eventuele gewenste opties; start de wascyclus door de „START/PAUZE”-toets. DE WASCYCLUS IN PAUZE ZETTEN (OM EXTRA STUKKEN IN TE BRENGEN)Open de deur en plaats het vaatwerk in de afwasmachine, (let op HETE stoom. ). Druk op de „START/PAUZE”-toets en sluit de deur om de cyclus te hernemen vanaf het punt waar op het was onderbroken. -ONGEWENSTE ONDERBREKINGENAls de deur tijdens het wasprogramma wordt geopend of als er een stroomstoring is wordt het wasprogramma gestopt. Om de cyclus te hernemen vanaf het punt waarop het was onderbroken, drukt u op de „START/PAUZE”-toets.

Tijdens de cyclus wordt de voortgang op het display (als balk) weer-gegeven, evenals de fase van de cyclus en de tijd tot het einde van de cyclus met „:” knipperend:Afhankelijk van de gekozen cyclus, kan de display extra informatie weergeven:• SENSOR - sensor past tijd, energie en waterverbruik aan aan het verontreinigingsniveau van het vaatwerk. Enkel aanwezig in AUTOSENSOR. • VOORWAS - extra items kunnen toegevoegd worden. • AFWASSEN - hoofdwas. • DROGEN - droogfase-cyclus. Nadat de wascyclus is beëindigd, gaat een geluidssignaal af en het display toont:Op het display kan extra informatie worden weergegeven:• - zoutreservoir bijvullen. CONTROLEER ZOUT• - glansspoelmiddel bijvullen. CONTR. SPOELMIDD. • ONTVET EN REINIG DE MACHINE. WIJ BEVELEN WPRO AAN. - elke 50 wascyclussen wordt aanbevolen om de WPRO-reiniger te gebruiken (volgens de aanwijzingen op de hulpstof).

Na 10 minuten wordt het apparaat uitgeschakeld. WATERVERZACHTEND SYSTEEM Waterverzachters reduceren automatisch de waterhardheid en voorkomen bijgevolg ketelsteenvorming op de verwarmer en dragen bij tot een eciëntere reiniging. Dit systeem wordt automatisch met zout geregenereerd, u dient dus het zoutreservoir te vullen wanneer het leeg is.

De frequentie van de regeneratie hangt af van de instelling van het wa-terhardheidniveau - de regeneratie wordt uitgevoerd om de 6 Eco-cy-clussen met het waterhardheidniveau ingesteld op 3. Het regeneratieproces start tijdens de laatste spoeling en eindigt ti-jdens de droogfase, voordat de cyclus beëindigt. • Eén enkele regeneratie verbruikt: ~3,5 liter water;• Doet de cyclus 5 minuten langer duren; • Verbruikt minder dan 0,005 kWh energie. POWER CLEAN50°3:10hEINDE PROGRAMMAOpen de deur van het apparaat (er kan hete stoom uit komen. ) en maak het apparaat leeg, te beginnen met het onderste rek. Als het zoutreservoir moet worden bijgevuld, dan wordt geadvi-seerd dit vlak voor de start van de volgende cyclus te doen. SELECTEREN VAN EEN WASCYCLUS EN OPTIESECO1 2 345POWER CLEAN50°3:10hNORMAAL VERONTREINIGD VAATWERK. STANDAARD PROGRAMMA, WATER ENERGIEAFWASSEN1:20h.

ECO - Het Eco-programma is geschikt voor het reinigen van normaal vervuild vaatwerk, dat voor dit gebruik het meest eciënte programma is wat betreft de combinatie van energie- en waterverbruik en in overeenstemming is met de Europese Ecodesign-wetgeving. 2. AUTOSENSOR - Voor normaal vervuilde vaat zonder opgedroogde etensresten. Meet de mate van vervuiling van het serviesgoed af en past het programma dienovereenkomstig aan. 3. INTENSIEF - Aanbevolen programma voor sterk vervuild serviesgoed, met name geschikt voor pannen en koekenpannen (mag niet gebruikt worden voor kwetsbare stukken). 4. GEMENGD - Gemengde vervuiling. Voor normaal vervuilde vaat met opgedroogde etensresten. 5. SNEL WAS & DROOG - Normaal vervuild serviesgoed. Dagelijkse cyclus, die een optimale reinigende en drogende werking in kortere tijd garandeert. 6.

Heeft geen droogfase. 8. NACHT - Geschikt voor werking van het apparaat in de nacht. Garandeert een optimale reinigende en drogende werking met de laagste geluidsemissie. 9. HYGIËNISCH - Normaal of sterk vervuild serviesgoed, met extra antibacteriële afwasfase. Kan gebruikt worden voor het uitvoeren van onderhoud aan de afwasmachine. 10. VOORSPOELEN - Gebruikt om servies vochtig te houden dat later gewassen moet worden. Met dit programma wordt er geen vaatwas-middel gebruikt. 11. ZELFREINIGING - Programma te gebruiken voor het onderhoud van de afwasmachine, wordt enkel uitgevoerd wanneer de afwasmachi-ne LEEG is met gebruik van specieke reinigingsmiddelen die speciaal ontworpen zijn voor het onderhoud van de afwasmachine. Opmerkingen:Gelieve er rekening mee te houden dat de cyclus Express 30’ bedoeld is voor licht vervuilde vaat.

De gegevens van het ECO-programma worden gemeten onder laboratoriumomstandigheden, volgens de Europese norm EN 60436:2020. Aanwijzing voor de Proeaboratoria: Voor gedetailleerde informatie over de omstandigheden van de EN-vergelijkingsproef kunt u contact opnemen met: dw_test_support@whirlpool. comVoorbehandeling van het vaatwerk vóór de programma’s is niet nodig. *) Niet alle opties kunnen tegelijkertijd gebruikt worden. **) Waarden aangegeven voor andere programma’s dan het Eco-programma zijn slechts indicatief. De werkelijke tijd is afhankelijk van vele factoren, zoals de temperatuur en de druk van het toevoerwater, de kamertemperatuur, hoeveelheid vaatwasmiddel, de hoeveelheid en soort lading, evenwicht van de lading, extra gekozen opties en de kalibratie van de sensor. De kalibratie van de sensor kan de duur van het programma met max. 20 min. verlengen.

62NLOPTIES EN INSTELLINGENTABLET (Alles-in-één)Deze instelling laat u toe de cyclusprestatie te optimaliseren op basis van het gebruikte afwasmiddel. Activeer het indien u gecombineerd afwasmiddel in tabletvorm gebruikt (glansspoelmiddel, zout en afwa-smiddel in 1 dosis). Om de Tablet in te stellen, drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorlo-op de instellingen met „< , >” tot „TABLET” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets. STARTUITSTELDe start van de wascyclus kan uitgesteld worden met een tijdspanne die u kiest. Om een uitstel in te stellen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „” tot „STARTUITSTEL” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets. Bij elke druk op de toets “>” of “” tot „POWER CLEAN” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets.

TURBODeze optie kan worden gebruikt om de duur van de hoofdwascyclussen te verlagen, met behoud van de was- en droogprestaties. Om de Turbo in te stellen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de in-stellingen met „< , >” tot „TURBO” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets. Telkens als u op de toets „>” of „” tot „TOETSBLOKKADE” wordt weergegeven en druk vervolgens op OK. Om de ingestelde optie uit te schakelen drukt u enkele seconden lang op de „OK”-toets. KUIPLICHTWanneer de functie actief is, worden de leds in de kuip automatisch aan/uitgeschakeld zodra de gebruiker de deur respectievelijk opent/sluit. Als de deur langer dan 10 min blijft openstaan, gaan de leds in de kuip uit (om ze terug in te schakelen moet u de deur sluiten en opnieuw openen).

TABLET UIT TABLET AAN POWER CLEAN UIT POWER CLEAN AAN POWER CLEAN AAN TURBO UIT TURBO AAN TURBO AANTOETSBLOKKADE AANDRUK 3 SEC OP "OK”TOETSBLOKKADE UITINGEDRUKT HOUDEN. STARTUITSTEL UITBij elke wascyclus kan gebruik worden gemaakt van extra opties. Een volledige lijst met de beschikbare opties voor specieke wascyclussen kunt u vinden in de Wascyclussentabel op de vorige pagina. Alle actieve opties worden op het display weergegeven. Om een optie in te stellen drukt u op de „OK”-toets. De melding wordt enkele seconden weergegeven. Gebruik vervolgens OPTIES INSTELLEN de toets „” om de optielijst te doorlopen. Druk op „OK” om de optie te selecteren, in het menu van de instellingen gaat de led boven de „OK”-toets branden. Als de optie niet beschikbaar is, blijft het zichtbaar op zijn plek maar met „ ” STARTUITSTEL UIT UIT 4:00 4:00.

NL63INSTELLINGENMENUTaalOm de taal te veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „TAAL” wordt weergegeven en druk vervol-gens op de „OK”-toets. Eerste wascyclusU kunt kiezen welke wascyclus stan-daard wordt geselecteerd wanneer u het apparaat aanzet: ECO of LAATSTE KEUS. Om de eerste wascyclus veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „EERSTE CYCLUS” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets. GeluidenOm de geluiden te veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „GELUIDEN” wordt weergegeven en druk vervol-gens op de „OK”-toets. Kies uit 2 niveaus: HOOG; LAAG. Kan ook UIT zijn.

HardheidsgraadOm de waterhardheid te verande-ren drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „WATERHARDHEID” wordt weergegeven en druk ver-volgens op de „OK”-toets. Om het juiste niveau in te stellen op basis van de waterhardheids-graad, zie de tabel op pagina 56. SchermhelderheidOm de helderheid van het scherm te veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „SCHERMHELDERH. ”wordt weergegeven en druk vervol-gens op de „OK”-toets. Kies uit vijf niveaus: en 1, 2, 3, 4 5. KuiplichtOm het kuiplicht te veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „” tot „KUI-PLICHT” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets.

De deur gaat open wanneer de temperatuur veilig is voor uw keukenmeubelen, de deur gaat bijgevolg niet open wanneer de optie TURBO ingeschakeld is. Als extra bescherming tegen stoom wordt een speciaal ontworpen beschermingsfolie geleverd met de vaatwasser (afhankelijk van hetmodeltype - het kan nodig zijn om het aan te kopen). Raadpleeg de INSTALLATIEGIDS om te zien hoe u de beschermingsfolie aanbrengt. De -functie kan door de gebruiker als volgt worden uitgeschakeld:ActiveDryOm het kuiplicht te veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „” tot „ACTIVE-DRY” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets. GlansspoelmiddelpeilOm het peil van het glansspoelmiddel te veranderen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „” tot „PEIL SPOELMIDD.

” wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets. Kies uit vijf niveaus: en 1, 2, 3, 4 5. Als het peil van het glansspoelmiddel is ingesteld op 1, wordt geen glansspoelmiddel afgegeven. Het controlelampje LAAG GLANSSPOEL-MIDDEL brandt als het glansspoelmiddel op is. De fabrieksinstelling is niveau (5). • Als u blauwe strepen op het vaatwerk ziet, stel dan een laag getal in (2-3). • Als er druppels water of kalkaanslag op het vaatwerk zijn, stel dan een hoog getal in (4-5). DemoOm de demo te zien, drukt u op de „OK”-toets om het menu van de in-stellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „DEMO” wordt weergegeven en druk vervol-gens op de „OK”-toets. Standaard fabriekswaarden instellenOm de fabriekswaarden terug in te stellen drukt u op de „OK”-toets om het menu van de instellingen te openen, doorloop de instellingen met „< , >” tot „RESET INSTELL.

AfsluitenOm het instellingenmenu af te sluiten drukt u op eender welke was-cyclustoets of druk op de toets „” tot VERLATEN wordt weergegeven, en druk vervolgens op de „OK”-toets. 1. TAAL OK 1. ENGLISH < >1. NEDERLANDS2. EERSTE CYCLUS OK2. < >2. 3. GELUIDEN OK3. < >3. 4. WATERHARDHEID 34. WATERHARDHEID 45. SCHERMHELDERH. 55. SCHERMHELDERH. 36. KUIPLICHT AAN 6. KUIPLICHT UIT 7. ACTIVEDRY ON 7. ACTIVEDRY OFF 8. PEIL SPOELMIDD. 58. PEIL SPOELMIDD. 49. DEMO OK 9. DEMO UIT 10. RESET INSTELL. OK10. UIT10. AAN < >11. VERLATEN < >Om de machine-instellingen te veranderen dient u het Instellingenmenu te openen. Druk op de toets „OK” en doorloop de instellingen met „” tot wordt weergegeven en druk vervolgens op de „OK”-toets.

64NLREINIGING EN ONDERHOUDLET OP: Koppel het apparaat altijd los tijdens het reinigen en bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. Gebruik geen ontvlamba-re vloeistoen om de machine schoon te maken. DE AFWASMACHINE SCHOONMAKENAlle aanslag op de binnenkant van het apparaat kun-nen worden verwijderd met een doek die is bevoch-tigd met water en een beetje azijn. De externe oppervlakken van de machine en het be-dieningspaneel kunnen met een niet-schurende doek, bevochtigd met water worden gereinigd. Gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen. VOORKOMEN VAN ONAANGENAME GEURENHoud de deur van het apparaat altijd open, om te voorkomen dat er vocht wordt gevormd dat niet uit de machine kan. Reinig de afdichtingen rond de deur en de wasmiddeldoseerbakjes regelmatig met een vochtige spons.

Dit zal voorkomen dat er voedsel in de afdichtingen blijft zitten, de belangrijkste oorzaak achter het vormen van onaangename geuren. DE WATERTOEVOERSLANG CONTROLERENControleer de toevoerslang regelmatig op barsten of scheuren. Als deze beschadigd is vervangen door een nieuwe slang, te verkrijgen via onze Consumentenservice of uw gespecialiseerde dealer. Afhanke-lijk van het type slang:Als de toevoerslang een doorzichtige coating heeft, regelmatig con-troleren of de kleur plaatselijk wordt geïntensiveerd. Zo ja, is de slang wellicht lek en moet worden vervangen. Voor waterstopslangen: controleer het kleine veiligheidsklepinspec-tievenster. (zie pijl). Als het rood is werd de waterstopfunctie in gang gezet en moet de slang door een nieuwe worden vervangen. Om deze slang los te schroeven op de ontspanknop drukken, terwijl de slang wordt losgeschroefd.

DE TOEVOERSLANG REINIGENAls de waterslangen nieuw zijn of een langere periode niet zijn ge-bruikt laat dan, voordat de benodigde aansluitingen worden uitge-voerd, het water lopen, om ervoor te zorgen het helder is en vrij van onzuiverheden.

Als deze voorzorgsmaatregel niet wordt genomen kan de waterinlaat geblokkeerd worden en kan de afwasmachine beschadigd raken. HET FILTERSYSTEEM REINIGENReinig het ltersysteem regelmatig, zodat de lters niet verstoppen en het afvalwater correct weg stroomt. Het gebruik van vaatwasmachines met verstopte lters of vreemde voorwerpen in het ltersysteem of de sproeiarmen kan de slechte werking ervan en bijgevolg lagere prestaties, lawaai of een hoger verbruik van hulpbronnen veroorzaken. Het ltersysteem bestaat uit drie lters die voedselresten uit het afwas-water verwijderen en vervolgens het water opnieuw laten circuleren. De afwasmachine mag niet worden gebruikt zonder lters of als het lter is losgeraakt.

Controleer tenminste eens per maand of na elke 30 cyclussen het l-tersysteem en reinig het eventueel grondig onder stromend water, met een niet-metalen borstel en volgens de onderstaande instructies:1. Draai het cilindrische lter linksom en trek het uit A(Afb. 1). 2. Verwijder het houderlter door licht op de zijkleppen te drukken B(Afb. 2). 3. Schuif de roestvrij stalen plaat lter er uit C(Afb. 3). 4. -Als u vreemde voorwerpen vindt (gebroken glas, porselein, beenderen, zaden van vruchten, enz. ), verwijdert u ze zorgvuldig. 5. Inspecteer de sifon en verwijder eventuele voedselresten. VERWIJ-DER NOOIT de pompbescherming van het wasprogramma (zwart detail) (Afb. 4). Na het schoonmaken van het lter het ltersysteem opnieuw plaatsen en goed op zijn plaats zetten; dit is essentieel voor het behoud van de eciënte werking van de afwasmachine.

DE SPROEIERARMEN REINIGENAf en toe kunnen er voedselresten op de sproeierarmen vastzitten en worden de openingen voor het water sproeien geblokkeerd. Het is daarom raadzaam dat u de armen van tijd tot tijd controleert en ze met een kleine niet-metalen borstel schoonmaakt. Voor het verwijderen van de bovenste sproeierarm de kunststof borgring linksom draaien.

NL65INSTALLATIELET OP: Als het apparaat op een bepaald moment moet worden ver-plaatst, houd het dan rechtop; als dit absoluut noodzakelijk is, kan het op de rug worden gekanteld. DE WATERTOEVOER AANSLUITENHet aansluiten van de watertoevoer voor installatie mag alleen door een gekwaliceerde technicus worden uitgevoerd. De watertoevoer- en afvoerslangen kunnen naar rechts of naar links worden geplaatst, voor een zo goed mogelijke installatie. Zorg ervoor dat er door de afwasmachine geen knikken in de slangen komen of dat de slangen geplet worden. DE TOEVOERSLANG AANSLUITEN• Het water laten lopen totdat het volkomen helder is. • De toevoerslang strak aandraaien naar de gewenste positie en de kraan open draaien. Als de toevoerslang niet lang genoeg is, neem dan contact op met een specialistische winkel of een erkende technicus.

De waterdruk moet binnen de waarden vallen die in de tabel Techni-sche Gegevens staan aangegeven - dan kan de afwasmachine naar behoren functioneren. Zorg ervoor dat er geen knik in de slang zit of dat de slang niet samen-gedrukt is. SPECIFICATIES VOOR DE AANSLUITING VAN DE WATERTOEVOERSLANG :DE WATERAFVOERSLANG AANSLUITENSluit de afvoerslang aan op een aftapleiding met een minimale diame-ter van 2 cm. ADe afvoerslangaansluiting dient zich op een hoogte te bevinden van 40 tot 80 cm ten opzichte van de vloer of het oppervlak waarop de afwasmachine staat. Verwijder voordat u de waterafvoerslang aansluit op de gootsteenaf-voer de plastic plug. BANTI-OVERSTROMINGBEVEILIGINGAnti-overstromingbeveiliging. Om te zorgen dat overstromingen niet voorkomen is de afwasmachine:- voorzien van een speciaal systeem dat de watertoevoer blokkeert bij defecten of lekken binnen het apparaat.

Een aantal modellen zijn ook uitgerust met het extra veiligheidssys-teem New Aqua Stop, dat anti-overstromingbeveiliging zelfs garan-deert bij een breuk in de toevoerslang. De watertoevoerslang mag onder geen beding worden doorgesne-den, omdat het elektrische delen bevat.

ELEKTRISCHE AANSLUITINGWAARSCHUWING: De watertoevoerslang mag onder geen be-ding worden doorgesneden, omdat het elektrische delen bevat. Voordat de stekker in het stopcontact wordt gestoken ervoor zorgen dat:• De aansluiting geaard is en aan de huidige regelgeving voldoet;• Het stopcontact bestand is tegen de maximale belasting van het apparaat, zoals staat aangegeven op het typeplaatje aan de binnen-kant van de deur. (zie PRODUCTBESCHRIJVING)• Het netspanningsvoltage binnen de waarden valt die staan aange-geven op het typeplaatje aan de binnenkant van de deur. • Het stopcontact compatibel is met de stekker van het apparaat. Als dit niet het geval is vraag dan een erkende monteur om de stekker te vervangen (zie CONSUMENTENSERVICE). Gebruik geen verlengkabels of meervoudige stopcontacten.

Zodra het apparaat is geïnstalleerd moeten de stroomkabel en het stopcontact gemakkelijk toegankelijk zijn. De kabel moet zonder knikken en niet samengeperst zijn. Als de stroomkabel beschadigd is deze laten vervangen door de fabri-kant of een erkende technische hulpdienst, om alle mogelijke gevaren te voorkomen. Het bedrijf is niet aansprakelijk voor eventuele incidenten, als deze voorschriften niet worden nageleefd. PLAATSEN EN WATERPAS ZETTEN1. Plaats de afwasmachine op een vlakke stevige vloer. Als de vloer ongelijk is, kunnen de voorste poten van het apparaat worden afge-steld, totdat het horizontaal staat. Als het apparaat correct waterpas staat is het stabieler en is er veel minder kans dat het beweegt of trillingen en lawaai veroorzaakt tijdens de werking. 2.

Voordat de afwasmachine in een nis wordt gezet, plakt u de zelf-klevende transparante strip onder de houten plank vast, om het te beschermen tegen eventuele condensatievorming. 3. Plaats de afwasmachine zodanig dat de zijkanten of achterzijde tegen de aangrenzende kasten of de muur aankomen. Dit apparaat kan ook worden ingebouwd onder een enkel aanrechtblad. 4.

Voor het afstellen van de hoogte van de achterste voet de rode zeshoekige bus op het lagere middengedeelte aan de voorkant van de afwasmachine draaien met een zeshoekig moersleutel met een opening van 8 mm. De moersleutel naar rechts draaien om de hoogte te vergroten en naar links om de hoogte te verkleinen. AFMETINGEN EN CAPACITEIT:MIN 40 cmMAX 80 cmWATERTOEVOER koud of warm (max. 60°C)WATERINLAAT 3/4”KRACHT VAN WATERDRUK 0,05 ÷ 1MPa (0,5 ÷ 10 bar)7,25 – 145 psiBREEDTE 600 mmHOOGTE 850 mmDIEPTE 590 mmCAPACITEIT 14 standaard couverts.

66NLPROBLEMEN OPLOSSENPROBLEMEN MOGELIJKE OORZAKEN OPLOSSINGENWeergave op het display: CONTROLEER ZOUT of VOEG ZOUT TOEZoutreservoir is leeg. Vul het reservoir met zout (zie pagina 56). Pas de waterhardheidsgraad aan (zie pagina 56). Weerg play:ave op het disCONTR. SPOELMIDD. ofVOEG SPOELMIDD. TOEGlansspoelmiddelbakje is leeg. Vul het doseerbakje met glansspoelmiddel (zie pagina 56). werkt niet / start niet. Het apparaat moet ingeschakeld zijn. Controleer de zekeringen in uw zekeringenkast als er geen stroom is. De deur van het apparaat gaat niet dicht. Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. De optie “Startuitstel” is ingescha-keld. Controleer of de optie "Startuitstel" geselecteerd is. Als dat het geval is, start het apparaat pas als de ingestelde tijd verstreken is.

Reset zo nodig de actuele wascyclus: schakel de afwasmachine uit, vervolgens terug in, selecteer een nieuwe wascyclus, druk op START/PAUZE en sluit de deur. Weergave op het display: F6symbool op het display indicatorenWaterdruk is te laag. De waterkraan moet helemaal openstaan tijdens de watertoevoer (minimale capaciteit: 0,5 liter per minuut). Geknikte watertoevoerslang of verstopte ingangslters. De watertoevoerslang mag niet geknikt zijn en het ingangslter in de waterkraanaansluiting mag niet vuil of verstopt zijn. Weergave op het display: F3Vuile lters. Reinig de lters. Er zit een knik in de afvoerslang. De afvoerslang mag niet geknikt zijn. Sifonslangaansluiting is gesloten. De sluitschijf van de sifonslangaansluitingmoet verwijderd worden. Weergave op het display: 2FVuile lters of sproeiarmen. Reinig de lters en sproeiarmen. Te weinig water in het systeem van het apparaat.

Holle stukken (bijv. kommen, koppen) moetenomgekeerd in het rek gelegd worden. Afvoerslang onjuist aangesloten. De afvoerslang moet correct aangesloten zijn (laat bij hoog geplaatste apparaten min. 200 - 400 mm van de onderste rand van het apparaat vrij) - zie Installatie.

Veel schuim in de machine. Herhaal de cyclus zonder afwasmiddel of wacht tot het schuimverdwijnt. Waterdruk is te laag. De waterkraan moet helemaal openstaan tijdens de watertoevoer (minimale capaciteit: 0,5 liter per minuut). Geknikte watertoevoerslang of verstopte ingangslters. De watertoevoerslang mag niet geknikt zijn en het ingangslter in de waterkraanaansluiting mag niet vuil of verstopt zijn. Weergave op het display:DRUK OP START EN SLUIT DE DEURDeur is niet binnen 4 seconden gesloten na het indruk-ken van de toets. Druk nogmaals en sluit de deur van het apparaat binnen 4 seconden. Weergave op het display:OPEN EN SLUIT DE DEURDe deur werd niet tussen de cycli geopend. Maak het apparaat leeg (indien dit niet eerder leeggemaakt is), open en sluit de deur. Weergave op het display: Fx Apparaat heeft een technisch defect. Bel de klantenservice (meld de weergegeven storing).

Draai de kraan dicht. Als uw vaatwasmachine niet goed werkt, doorloopt u de onderstaande lijst om te controleren u of u het probleem kunt verhelpen. Voor andere fouten of problemen neemt u contact op met de bevoegde Consumentenservice, de contactgegevens ervan vindt u in de garantieboekje. De fabrikant verzekert dat de reserveonderdelen tenminste 10 jaren na de datum van productie van dit apparaat te verkrijgen zullen zijn.

NL67PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAKEN OPLOSSINGENDe deur wordt niet vergrendeld. Rekken zitten niet vast aan het einde. Controleer of de rekken aan het einde vast zitten. Het deurslot is niet vergrendeld. De deur krachtig aanduwen totdat u het geluid hoort. "klak" De afwasmachinemaakt teveellawaai. Het vaatwerk rammelt tegen elkaar. Rangschik het serviesgoed goed (zie ). Rekken vullenEr is een bovenmatige hoeveelheid schuim geproduceerd. Het vaatwasmiddel is niet goed afgemeten of het is niet geschikt voor gebruik in afwasmachines. Reset (zie Het vaatwasmiddeldoseerbakje vullen)de actuele wascyclus: schakel de afwasmachine uit, vervolgens terug in, selecteer een nieuwe programma, druk op START/PAUZE en sluit de deur. Voeg geen vaatwasmiddel toe. Het vaatwerk is niet droog. Het geselecteerde programma heeft geen droogfase.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bauknecht BFP 5O41 PLT X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden