Batavus Snake 24 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Batavus Snake 24 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Batavus Snake 24 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Batavus |
| Categorie: | Fiets |
| Model: | Snake 24 |
Handleiding Batavus Snake 24 – volledige tekst
3Inleiding1. Gefeliciteerd met de aankoop van uw Batavus ets.Lees deze instructies aandachtig en bewaar ze onder handbereik om in de toekomst te kunnen raadplegen. Handel steeds volgens de adviezen en tips die in deze instructies vermeld staan.Deze instructies bevatten tips en adviezen die uw rijcomfort en veiligheid ten goede komen. De fabrikant kan echter niet uitsluiten dat er schade kan onstaan, ondanks het nauwkeurig opvolgen van deze adviezen en tips. U kunt aan deze instructies dan ook geen rechten ontlenen (met uitzondering van de daarin verleende garantie).
Voor eventuele schade is de fabrikant niet aansprakelijk, tenzij dit volgt uit dwingendrechtelijke wetsbepalingen.Raadpleeg uw dealer:• Bijvragenen/ofklachten;• Voorhetjaarlijksonderhoudvanuwets(bijvoorkeurvóórhetinvallenvandewinterofvoorafgaand aan een vakantietrektocht).Schoonmaken:• Gebruikuitsluitendwarmwatermeteenmildevloeibarezeepeneenkatoenendoekvoordegroteoppervlakken;• Vetaluminium,chroomenstalendeleninmetzuurvrijevaselineomoxidatietegentegaan.• Niettoegestaan:- sterkechemischemiddelenzoalschloorbleek,ammoniakofsoda;- tuinslang of hogedrukspuit om gelagerde draaipunten niet te beschadigen. Dezezijnwaterafstotendmaarnietwaterdicht;• Vermijdbijhetschoonmakenvandeetsdaterwaterindebinnenpotenvandeverendevoorvorken komt.Verklaring pictogrammen:Letop:raadpleeguwdealerLet op / waarschuwing
4Garantie2. Garantiebepaling voor Batavus etsenIndien u van de Batavus garantie gebruik wilt maken, moet u altijd het aankoopbewijs en het ‘Bewijs van Eigendom’ aan de dealer en/of aan Batavus bv kunnen overhandigen. Hieronder vindt u de garantiebepalingen. Voor garantiezaken kunt u altijd terecht bij de Batavus dealer, welke de kennis heeft om dit conform de garantiebepalingen af te handelen. Artikel 1 Garantie1. 1 BatavusbvgarandeertdatBatavusetsenvrijzijnvanconstructie-en/ofmateriaalfoutenen/of roestvorming, een en ander voor zover dat volgt uit deze garantiebepalingen. 1. 2 De garantie kan uitsluitend worden ingeroepen door de eerste eigenaar van de betreffendeBatavusets. 1. 3 De garantie vervalt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3. 1 en 5. 1. 1. 4 De garantie is niet overdraagbaar. 1.
5 De door Batavus op grond van deze voorwaarde verstrekte garantie laat onverlet de mogelijkheid om de verkoper aan te spreken op grond van de gewone, wettelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2 Garantieperiode2. 1 Batavus frames en ongeveerde voorvorken worden gedurende 10 jaar gegarandeerd op constructie- en/of materiaalfouten. 2. 2 Voor verende voorvorken, dempers, en alle overige onderdelen, met uitzondering van de in de paragraaf 2. 4 genoemde onderdelen, geldt dezelfde garantie gedurende een periode van 2 jaar. 2. 3 Voor lakwerk van frame en vork geldt voor roestvorming van binnenuit een garantie van 2 jaar. 2. 4 Op onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, zoals banden, ketting, kettingbladen, freewheel, achtertandwielen, kabels en remblokken wordt geen garantie gegeven, tenzij sprake is van constructie- en/of materiaalfouten. 2.
Onjuisten/ofonzorgvuldiggebruikvandeetsengebruikdatnietovereenkomstigdebestemmingis;b. Deetsisnietconformdezeinformatieofdezeinstructiesonderhouden;c. Technischereparatieszijnnietopvakkundigewijzeverricht;d. Naderhandgemonteerdeonderdelenkomennietovereenmetdetechnischespecicatiesvandebetreffendeetsofzijnonjuistgemonteerd;e. Indienhetbewijsvaneigendom,waaruitblijktdatdeetsvakkundigisafgemonteerden gecontroleerd alvorens deze aan de klant werd afgeleverd, niet aanwezig is of niet door de erkende Batavus dealer is ondertekend. 3. 2 Voorts wordt uitdrukkelijk uitgesloten aansprakelijkheid van Batavus bv voor schade aan (onderdelenvan)deetsalsgevolgvan:a. Foutieve afstelling/spanning van stuur, stuurpen, zadel, zadelpen, derailleurset, remmen,snelsluitersvandewielenenzadels;b.
5Artikel 4 Garantie onderdelen4.1 Gedurende de garantieperiode zullen alle onderdelen, waarvan door Batavus bv is vastgesteld dat sprake is van een materiaal- en/of constructiefout, naar keuze van Batavus bv worden gerepareerd dan wel worden vergoed.
Eventuele kosten van (de-)montage zijn voor rekening van de eigenaar.4.2 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid komt bij materiaal- en/of constructiefouten bij frames en voorvorken gedurende 3 jaar na aankoopdatum ook het arbeidsloon voor rekening van de fabrikant.4.3 Kostenvantransportvandeetsen/ofonderdelenvanennaarBatavusbvkomenvoorrekening van de eigenaar, tenzij het betrokken onderdeel voor garantie in aanmerking komt.4.4 Indien een bepaald onderdeel voor garantie in aanmerking komt en het origineel niet meer leverbaar is, dan zorgt Batavus bv voor een minimaal gelijkwaardig alternatief.Artikel 5 Indienen van een claim5.1 Claimsonderdezegarantiedienen–onderaanbiedingvandeetsofhetbetreffendeonderdeel–viadeBatavusdealerbijwiedeetsisgekocht,tewordeningediend.Gelijktijdigmoethetbewijsvanaankoopalsmedehetbijdeetsgeleverdebewijsvaneigendom aan de dealer worden overhandigd.5.2 Indien de eigenaar is verhuisd of de dealer niet meer beschikbaar is, zal Batavus bv desgevraagd opgaaf doen van de dichtstbijzijnde Batavus dealer.Artikel 6 Aansprakelijkheid6.1 Een door Batavus bv gehonoreerde garantieclaim betekent niet automatisch dat Batavus bv ook aansprakelijkheid aanvaardt voor eventuele geleden schade.
De aansprakelijkheid van Batavus bv strekt zich nooit verder uit dan is omschreven in deze garantievoorwaarden. Iedere aansprakelijkheid van Batavus bv voor gevolgschade wordt uitdrukkelijk uitgesloten. Het gestelde in deze bepaling geldt niet indien en voor zover zulks voortvloeit uit een dwingendrechtelijke rechtsbepaling.
6Veiligheid3. Hetgebruikvandeets3. 1 • Respecteerdeverkeersregels. • Zorgdatdeuitrustingvanuwetsvoldoetaandewettelijkeminimumeisen. • Vermijdhevigeschokkenenextremebelastingen. • Vermijdoneigenlijkgebruik,zoalsforcerenendemonterenvan,ofheteigenhandigaan-brengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer. • Zijnalleboutenenmoerennoggoedaangehaald. Onderdeel Controleer en raadpleeg zonodig uw dealerZadel Let op de jaslengte. Bij het afstappen kan de jas achter het zadel blijven hangen en zorgen voor een onveilige situatie. Stuur Stelhetstuurnietaftijdenshetetsen. Stapaltijdaf. Bij modellen met een hendel is het niet toegestaan de hendel te openen zonder eerst de veiligheidssluiting in te drukken. Hang geen kinderzitje, tassen of andere dingen aan de stuurbocht. Demaximalestuurbelastingis5kg.
Handvatten Vervang gescheurde of loszittende handvatten onmiddellijk. Pedalen Pas op met harde en/of leren zolen. Er bestaat, vooral bij re-gen en nat weer, een risico om van de pedalen af te schieten. Zorg voor schoeisel met voldoende grip. Remmen Bij nat weer is de remweg langer. Bij lange(re) afdalingen is het veiliger om gedoseerd te rem-men om oververhitting van de remblokjes te vermijden. Rem nooit alleen met de voorrem. Het voorwiel kan hierdoor makkelijk blokkeren en een valpartij veroorzaken. Verlichting Schakeldedynamonietintijdenshetetsen. Uitzondering:dedynamoschakelaaraanhetstuurwaarmeedit wel mogelijk is. Bagagedrager Niettoegestaan:personenvervoeropdebagagedrager. Let op dat een tas die op de bagagedrager rust, niet in het achterwiel kan komen. Let op dat tijdens het rijden uw hakken deetstasnietkunnenraken. Verdeeldebagagegelijkmatig.
8Checklist 4. Voordat u vertrekt of na een eventuele valpartij4. 1 • Respecteerdeverkeersregels. • Zorgdatdeuitrustingvanuwetsvoldoetaandewettelijkeminimumeisen. • Vermijdhevigeschokkenenextremebelastingen. • Vermijdoneigenlijkgebruik,zoalsforcerenendemonterenvan,ofheteigenhandigaan-brengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer. • Zijnalleboutenenmoerennoggoedaangehaald. Onderdeel Controleer en raadpleeg zonodig uw dealerStuur Zittendehandvattengoedvast. Is het stuur of de stuurpen verbogen of beschadigd na een valpartij. Ingevalvaneenverstelbarestuurpencontroleerofdeze goed vergrendeld is. Voeltutrillingenaanhetstuur. Remmen Vertonendekabelsgeenknikkenofrafels. Zijnderemblokjesschoon,vetvrijennietversleten. Isderemkrachtvoldoende.
(Dezeisvoldoendealsuderem-grepen niet verder dan een kwart tot de helft kunt inknijpen. )Wielen Zitergeen‘slag’inhetwiel. Zijnergeenspakenlos. Bijaluminiumvelgenmeteen‘Safetyline’:isdestripzichtbaarofisdegroefnietverdwenen. Isdebandenspanningvoldoende. Ishetloopvlakvandebandennietversleten. Vertoonthetgeenzwakkeplekkenofbobbels. Isdezijreectievandebandenschoon. Verlichting Werkthetvoor-enachterlicht. Zitdeverlichtinggoedvast. Isdeisolatieronddekabelsinorde. Sliptdedynamoniet. Versnellingen Werkenalleversnellingen. Schieteenversnellingspontaan‘door’ofervaartugekraak. Pedalen Zijndereectorenschoon. Hebbendepedalenvoldoendegrip. Hebbendepedaleneennognetvoelbarespeling.
10Hoogteafstelling algemeen5.1 VeiligheidsmarkeringStel de hoogte van de zadelpen niet verder in dan de veiligheidsmarkering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn. ZithoudingVooreencomfortabelezitisvolgendeprocedurehandig:1. Trek uw schoenen uit. 2. Gaopdeetszitten.3. Houd de crank in het verlengde van de zitbuis.4. Zet uw hak op de pedaal.5. Uw been moet nét gestrekt kunnen worden.Een te hoge zit veroorzaakt schuiven over het zadel en protest van uw rug. Een te lage zit veroorzaakt irritatie in uw knieholten.Instellen veerkracht zadelpen1. Neemdezadelpenmetzadeluitdeframebuis.2. Verdraai de inbusbout (A) om de vering in te stellen.• metdeklokmeeomdespanningteverhogen• tegendeklokinomdespanningteverlagen3. Plaats de zadelpen terug in de framebuis.MAX7 cm11A1
14Afstellen algemeen6.1 Controleer of de rem- en versnellingskabels niet te strak staan en dat de kabels niet klem zitten. Dit kan het schakel,rem- en stuurgedrag verstoren.VeiligheidsmarkeringStel de hoogte niet verder in dan de veiligheids-markering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn.Zorg dat het stuur recht staat ten opzichte van het voorwiel.Afstellen stuur met inbusbout6.2 Kanteling van het stuur1. Haal het kapje (B) los om de bout (A) zichtbaar te maken.2. Draai de bout (A) minimaal één slag los.3. Kantel het stuur in de juiste positie. Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.4. Draai de bout vast.5. Plaats het kapje terug.Hoogte van de stuurpen1. Haalhetkapje(B)losomdeexpanderbout(A)zichtbaar te maken.2. Draaideexpanderboutenkeleslagenlos.3. Tik met een kunststof hamer de bout naar beneden en los.
Gebruik eventueel een plankje.4. Stel de hoogte van de voorbouw in. Letopdemax.markeringopdestuurpen.5. Draaideexpanderboutvast.6. Plaats het kapje terug. 7 cmAMAX1AB1BA1
15Afstellen stuur met zeskant bout6.3 Kanteling van het stuur1. Haal het kapje (B) los om de bout (A) zichtbaar te maken.2. Draai de bout minimaal één slag los.3. Kantel het stuur in de juiste positie.Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.4. Draai de bout vast.5. Plaats het kapje terug.Hoogte van de stuurpen1. Draaideexpanderbout(A)enkeleslagenlos.2. Tik met een kunststof hamer de bout naar beneden en los. Gebruik eventueel een plankje.3. Stel de hoogte van de voorbouw in.Letopdemax.markeringopdestuurpen.4. Draaideexpanderbout(A)vast.AB1A1A1
16Afstellen stuur met Batavus Logic Light6.4 Letop:raadpleeguwdealervoorhetafstellenvan dit type stuurpen. Afstellen Batavus Ergo Grip handvat6.5 1. Draai de inbusbout (A) enkele slagen los.2. Zet het handvat in de juiste stand.3. Draai de inbusbout voorzichtig vast.Afstellen verende voorvork6.6 Stel de veersterkte evenredig in met de knoppen (A) en (B)*.Sommige verende voorvorken zijn uitgevoerd met afdekkapjes. Deze kunt u eenvoudig afnemen met bv. een muntstuk. Nietalleverendevoorvorkenzijninstelbaar.Deinstel-bare vorken zijn herkenbaar aan de markering ‘+’ en ‘–‘ met pijl.+ = strakker, dus stuggere werking- = losser, dus meer voelbare vering * A en B zijn er ook in een uitvoering met een inkeping. Gebruik hierbij bv. een muntstuk om te verdraaien.1A1AB1
17Versnellingen 7. raadpleeg uw dealerTypen stuurverstellersA B CVersteller gecombineerd met:A/BNexus-3,7of8versnellingsnaafC SRAM 3, 5 of 7-versnellingsnaaf Het is beter een lichtere versnelling te kiezen dan een versnelling die net iets te zwaar is, om uw rug en knieën zoveel mogelijk te ontzien. Benut de zwaarste versnellingen voor afdalingen of bij wind in de rug.Neemevendepedaaldrukwegtijdenshetschakelen.Zokuntusoepelschakelenenontziet u het mechanisme.Letop:raadpleeguwdealervoorhetafstellenvandeversnellingnaaf.Neemhetachterwielnietzelfuit.Niettoegestaanishetoliënvandeversnellingsnaaf.
21Wielen10. Vooreenlichte‘loop’zijndevolgendezakenbelangrijk:• Goedopgepomptebanden; De bandenspanning staat op de zijkant van de band vermeldt (Bar of PSi)• Strakgespannenspaken;• Goedafgestelde,spelingsvrijenaaf.Letop:raadpleeguwdealer:• Voorhetregelmatigcontrolerenvandespanningvandespaken.• Voorhetuitnemen/plaatsenvaneenachterwielmetnaafversnellingen.SpanningsindicatorBij sommige uitvoeringen is een spanningsindicator aangebrachtdieaangeeftwanneerdebandextramoet worden opgepompt.(B) is zichtbaar als de spanning voldoende is.•Als de band moet worden opgepompt is alleen (A) •zichtbaar. A1Hollandse uitvoering ventielBA1
22Band plakken10.1 Voorbereiding1. Zorg ervoor dat het wiel met de lekke band vrij kan draaien.• zetdeetsopzijnkop(opeendekenofi.d.ombeschadigingtevoorkomen);• bijwielenmeteensnelsluiterkanhethelewieluitgenomenworden. Zorgervoordatdeetsbeschermdistegenbeschadiging.2. Controleer de buitenzijde van de buitenband en verwijder de eventuele oorzaak van het lek.• kleinesteentjes;• stukjesglas(letopvoorsnijwonden);• eventueeleenspijker.Stap 11. Verwijder het ventieldopje (A).2. Verwijder ventiel (B) door middel van moer (C) los te draaien.3. Verwijder moer (D).Stap 21. Druk de rand van de buitenband naar het midden van de velg.2. Plaats de eerste bandenlichter (A) tussen de buitenbandendevelg.Nietindebuurtvanhetventiel vanwege kans op beschadiging.Letop:Pasopvoorhetlosschietenvandebandenlichters.3.
Zet de bandenlichter vast achter een spaak. 4. Zet de tweede bandenlichter twee spaken verder achter de buitenband en achter een spaak.5. Zet de derde bandenlichter weer twee spaken verder.6. Maak de buitenband verder met de hand los en controleer de binnenkant van de buitenband op scherpe voorwerpen. Pas op voor snijwonden.7. Verwijder de gevonden scherpe voorwerpen.Stap 31. Druk het ventiel naar binnen.2. Trek de binnenband (A) naar buiten.ACBD1A1A1
23Stap 41. Pomp de binnenband op.• Bijeengrootlek:uhoortdeluchtontsnappen.• Bijeenkleinerlek:houddebinnenbandonderwater (in bijvoorbeeld een emmer).2. Maak de binnenband droog.3. Markeer het lek met een balpen.Stap 5Plak de band volgens de instructies die bij de banden reparatieset zijn geleverd. Bij de meeste sets zijn onderstaandeinstructiesvoldoende:1. Maak met schuurpapier de plaats van het lek schoon.2. Laat de binnenband leeg lopen.3. Smeer lijm/oplosmiddel op een oppervlak dat iets groter is dan het plakkertje.4. Laat het oppervlak een tot twee minuten opdrogen.5. Verwijder het schutvel van het plakkertje.6. Druk het plakkertje stevig op het lek.1Stap 61. Stop de binnenband terug in de buitenband. De ventielhouder moet recht uit het velggat komen.2. Schroef de velgmoer enkele slagen vast.3. Schroef het ventiel vast.4.
Pomp de band een klein beetje op zodat de binnenband niet uit de buitenband valt.5. Breng de buitenband op zijn plaats. Gebruik uw handen.• Metbandenlichtersisdekansgrootdatereenlek ontstaat.• Zorgervoordatdebinnenbandnietklemraakttussen de buitenband en het ventiel.• Bijhetventielgedeeltedruktuhetventielevennaardebuitenbandtoeenweerterug;zospringt de binnenband in de buitenband.6. Pomp de band op.11
24Verlichting voor11. Typen koplampenA B CD A Klassieke koplamp met batterijen (met aan/uit schakelaar op de koplamp) (zie 11.1)C Logic light 2de versie (met aan/uit scha-kelaar op de koplamp) koplamp geheel geïntegreerd in stuurpen (zie 11.3)B Koplamp geintegreerd in Kids safety stuur (zie 11.2) D Clerion logic light (met aan/uit schakelaar op de koplamp) geintegreerd in stuurpen (zie 11.4) DynamoschakelaarSommige uitvoeringen zijn voorzien van een dynamoschakelaar aan het stuur.DynamoZorg ervoor dat de groeven op de dynamo de zij-•kant van de buitenband zo volledig mogelijk raken.Zorg ervoor dat de hartlijn (A) van de dynamo door •de as van het wiel loopt.Als de dynamo ‘uit’ staat moet de ruimte tussen de •dynamo en de band 5 tot 10 mm zijn.1A
25LichtbundelZorg dat de lichtbundel de weg voor u verlicht en niet de tegenliggers verblindt. Voor het afstellen van de lichtbundel zie de instructie bij de type lampen. Klassieke type koplamp met batterijen11.1 Aan/uit schakelenDruk op de knop (A) om de lamp aan of uit te schakelen.Lichtbundel afstellenStel de stand van de lichtbundel af met moer (B).Batterijen vervangen1. Draai de schroef (A) los.2. Verwijder de voorzijde van de koplamp.3. Vervang de batterijen. Let op de + en - polen.Let op lege batterijen horen bij het chemisch afval.AB1A11
27Clerion logic light11.4 Aan/uit schakelen met autoswitchZet de schakelaar (A) op Aan, Uit of op Automatisch. In de stand Automatisch schakelt de lamp aan bij afwe-zigheid van licht en aanwezigheid van beweging.A1Lichtbundel afstellenVerwijder het zwarte kapje (A) aan de binnenkant van het stuur. Door middel van de grote schroef kan de stand van de lichtbundel worden ingesteld.Lampje vervangenVerwijder het zwarte kapje (A) aan de binnenkant van het stuur. Doormiddel van het kleine schroef wordt de voorkant van de koplamp losgedraaid. Het lampje kan vervangen worden.Storingen verlichting11.5 Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossingDe stroomdraad is onderbroken. Controleer de stroomdraad opvastzittenaandelampendynamo:•roestvorming;•vastzitten op de aansluitpunten van de •spatborden;een blank geschuurd stukje draad (kort-•sluiting) of breuk.Batterijen leeg. Vervang batterijen.A1
32Technische gegevens14. Aanhaalmomenten14.1 Om schade aan de schroefdraad of het loskomen tijdens het rijden te voorkomen moet het vastdraaien van bouten en moeren volgens vastgestelde aanhaalmomenten plaats-vinden. De gegevens in onderstaande tabel zijn algemene richtwaarden.Item Aanhaalmoment [Nm]Van de in de handleiding genoemde bouten en moeren.Zadelpenbout M8 20 - 25Zadelpenbout M10 25 - 30Moer voor zadelpenstrop 15 - 20Voorbouwbout M6 voor stuur 12 - 13VoorbouwboutM8expander 15 - 20Handvat ergonomisch 15 - 20Let op bij het vastdraaien van bouten en moeren is de juiste kracht waarmee dit gebeurt zeer belangrijk. In verband met uw eigen veiligheid adviseren wij u uw dealer te raadplegen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Batavus Snake 24 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets Batavus
Handleiding Fiets
Nieuwste handleidingen voor Fiets