Batavus Diva Plus Handleiding
Pagina's 37 Nederlands Fiets
Bekijk de handleiding van Batavus Diva Plus gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 179 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Batavus |
| Categorie: | Fiets |
| Model: | Diva Plus |
Handleiding Batavus Diva Plus – volledige tekst
4Inleiding1. Gefeliciteerd met de aankoop van uw Batavus ets.Lees deze instructies aandachtig en bewaar ze onder handbereik om in de toekomst te kunnen raadplegen. Handel steeds volgens de adviezen en tips die in deze instructies vermeld staan.Deze instructies bevatten tips en adviezen die uw rijcomfort en veiligheid ten goede komen. De fabrikant kan echter niet uitsluiten dat er schade kan onstaan, ondanks het nauwkeurig opvolgen van deze adviezen en tips. U kunt aan deze instructies dan ook geen rechten ontlenen (met uitzondering van de daarin verleende garantie).
Voor eventuele schade is de fabrikant niet aansprakelijk, tenzij dit volgt uit dwingendrechtelijke wetsbepalingen.Raadpleeg uw dealer: • Bijvragenen/ofklachten; • Voorhetjaarlijksonderhoudvanuwets(bijvoorkeurvóórhetinvallenvandewinterofvoorafgaand aan een vakantietrektocht).Schoonmaken: • Gebruikuitsluitendwarmwatermeteenmildevloeibarezeepeneenkatoenendoekvoordegroteoppervlakken; • Vetaluminium,chroomenstalendeleninmetzuurvrijevaselineomoxidatietegentegaan. • Niettoegestaan: - sterkechemischemiddelenzoalschloorbleek,ammoniakofsoda; - tuinslang of hogedrukspuit om gelagerde draaipunten niet te beschadigen.
5Garantie2. Garantiebepaling voor Batavus etsenIndien u van de Batavus garantie gebruik wilt maken, moet u altijd het aankoopbewijs en het ‘Bewijs van Eigendom’ aan de dealer en/of aan Batavus bv kunnen overhandigen. Hieronder vindt u de garantiebepalingen. Voor garantiezaken kunt u altijd terecht bij de Batavus dealer, welke de kennis heeft om dit conform de garantiebepalingen af te handelen. Artikel 1 Garantie 1. 1 BatavusbvgarandeertdatBatavusetsenvrijzijnvanconstructie-en/ofmateriaalfoutenen/of roestvorming, een en ander voor zover dat volgt uit deze garantiebepalingen. 1. 2 De garantie kan uitsluitend worden ingeroepen door de eerste eigenaar van de betreffendeBatavusets. 1. 3 De garantie vervalt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 3. 1 en 5. 1. 1. 4 De garantie is niet overdraagbaar. 1.
5 De door Batavus op grond van deze voorwaarde verstrekte garantie laat onverlet de mogelijkheid om de verkoper aan te spreken op grond van de gewone, wettelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2 Garantieperiode 2. 1 Batavus frames en ongeveerde voorvorken worden gedurende 10 jaar gegarandeerd op constructie- en/of materiaalfouten. 2. 2 Voor verende voorvorken, dempers, en alle overige onderdelen, met uitzondering van de in de paragraaf 2. 4 genoemde onderdelen, geldt dezelfde garantie gedurende een periode van 2 jaar. 2. 3 Voor lakwerk van frame en vork geldt voor roestvorming van binnenuit een garantie van 2 jaar. 2. 4 Op onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, zoals banden, ketting, kettingbladen, freewheel, achtertandwielen, kabels en remblokken wordt geen garantie gegeven, tenzij sprake is van constructie- en/of materiaalfouten. 2.
Onjuisten/ofonzorgvuldiggebruikvandeetsengebruikdatnietovereenkomstigdebestemmingis; b. Deetsisnietconformdezeinformatieofdezeinstructiesonderhouden; c. Technischereparatieszijnnietopvakkundigewijzeverricht; d. Naderhandgemonteerdeonderdelenkomennietovereenmetdetechnischespecicatiesvandebetreffendeetsofzijnonjuistgemonteerd; e. Indienhetbewijsvaneigendom,waaruitblijktdatdeetsvakkundigisafgemonteerden gecontroleerd alvorens deze aan de klant werd afgeleverd, niet aanwezig is of niet door de erkende Batavus dealer is ondertekend. 3. 2 Voorts wordt uitdrukkelijk uitgesloten aansprakelijkheid van Batavus bv voor schade aan (onderdelenvan)deetsalsgevolgvan: a. Foutieve afstelling/spanning van stuur, stuurpen, zadel, zadelpen, derailleurset, remmen,snelsluitersvandewielenenzadels; b.
6Artikel 4 Garantie onderdelen 4. 1 Gedurende de garantieperiode zullen alle onderdelen, waarvan door Batavus bv is vastgesteld dat sprake is van een materiaal- en/of constructiefout, naar keuze van Batavus bv worden gerepareerd dan wel worden vergoed. Eventuele kosten van (de-)montage zijn voor rekening van de eigenaar. 4. 2 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid komt bij materiaal- en/of constructiefouten bij frames en voorvorken gedurende 3 jaar na aankoopdatum ook het arbeidsloon voor rekening van de fabrikant. 4. 3 Kostenvantransportvandeetsen/ofonderdelenvanennaarBatavusbvkomenvoorrekening van de eigenaar, tenzij het betrokken onderdeel voor garantie in aanmerking komt. 4. 4 Indien een bepaald onderdeel voor garantie in aanmerking komt en het origineel niet meer leverbaar is, dan zorgt Batavus bv voor een minimaal gelijkwaardig alternatief.
Artikel 5 Indienen van een claim 5. 1 Claimsonderdezegarantiedienen–onderaanbiedingvandeetsofhetbetreffendeonderdeel–viadeBatavusdealerbijwiedeetsisgekocht,tewordeningediend. Gelijktijdigmoethetbewijsvanaankoopalsmedehetbijdeetsgeleverdebewijsvaneigendom aan de dealer worden overhandigd. 5. 2 Indien de eigenaar is verhuisd of de dealer niet meer beschikbaar is, zal Batavus bv desgevraagd opgaaf doen van de dichtstbijzijnde Batavus dealer. Artikel 6 Aansprakelijkheid 6. 1 Een door Batavus bv gehonoreerde garantieclaim betekent niet automatisch dat Batavus bv ook aansprakelijkheid aanvaardt voor eventuele geleden schade. De aansprakelijkheid van Batavus bv strekt zich nooit verder uit dan is omschreven in deze garantievoorwaarden. Iedere aansprakelijkheid van Batavus bv voor gevolgschade wordt uitdrukkelijk uitgesloten.
7Veiligheid3. Hetgebruikvandeets3. 1 • Respecteerdeverkeersregels. • Zorgdatdeuitrustingvanuwetsvoldoetaandewettelijkeminimumeisen. • Vermijdhevigeschokkenenextremebelastingen. • Vermijdoneigenlijkgebruik,zoalsforcerenendemonterenvan,ofheteigenhandigaan-brengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer. • Zijnalleboutenenmoerennoggoedaangehaald. Onderdeel Controleer en raadpleeg zonodig uw dealer Zadel Let op de jaslengte. Bij het afstappen kan de jas achter het zadel blijven hangen en zorgen voor een onveilige situatie. Stuur Stelhetstuurnietaftijdenshetetsen. Stapaltijdaf. Bij modellen met een hendel is het niet toegestaan de hendel te openen zonder eerst de veiligheidssluiting in te drukken. Hang geen kinderzitje, tassen of andere dingen aan de stuurbocht. Demaximalestuurbelastingis5kg.
Kinderzitje Algemeenadvies:monteereenkinderzitjeachteropdeets. Een kinderzitje voorop beïnvloedt het stuurgedrag. Indien u toch een kinderzitje voorop gebruikt, zorg dan dat het bevestigd is aan het balhoofd of de stuurpen. Handvatten Vervang gescheurde of loszittende handvatten onmiddellijk. Pedalen Pas op met harde en/of leren zolen. Er bestaat, vooral bij re-gen en nat weer, een risico om van de pedalen af te schieten. Zorg voor schoeisel met voldoende grip. Remmen Bij nat weer is de remweg langer. Bij lange(re) afdalingen is het veiliger om gedoseerd te rem-men om oververhitting van de remblokjes te vermijden. Rem nooit alleen met de voorrem. Het voorwiel kan hierdoor makkelijk blokkeren en een valpartij veroorzaken. Verlichting Schakeldedynamonietintijdenshetetsen. Uitzondering:dedynamoschakelaaraanhetstuurwaarmeedit wel mogelijk is.
Let op dat een tas die op de bagagedrager rust, niet in het achterwiel kan komen. Let op dat tijdens het rijden uw hakken deetstasnietkunnenraken. Verdeeldebagagegelijkmatig. Demaximalebelastingstaatvermeld op de bagagedrager zelf. Het maximum gewicht dat op een voordrager mag is 10kg. Standaard Niettoegestaan:zittenofrijdenopuwetswanneerdezeopde standaard staat. Inhetgevalvaneenkinderzitje:haaleersthetkinduithetkinderzitje,plaatsdaarnapasuwetsopdestandaard. Stuurparkeer-vergrendeling Ontgrendeldestuurparkeervergendelingvoordatugaatetsen. Letop:raadpleeguwdealeralsbovengenoemdepuntennietinordezijnen/oferonderdelen loszitten, verbogen of beschadigd zijn. Bij het vastdraaien van bouten en moeren is de juiste kracht waarmee dit gebeurt zeer belangrijk.
9Checklist 4. Voordat u vertrekt of na een eventuele valpartij4. 1 • Respecteerdeverkeersregels. • Zorgdatdeuitrustingvanuwetsvoldoetaandewettelijkeminimumeisen. • Vermijdhevigeschokkenenextremebelastingen. • Vermijdoneigenlijkgebruik,zoalsforcerenendemonterenvan,ofheteigenhandigaan-brengen van wijzigingen aan onderdelen - raadpleeg uw dealer. • Zijnalleboutenenmoerennoggoedaangehaald. Onderdeel Controleer en raadpleeg zonodig uw dealer Stuur Zittendehandvattengoedvast. Is het stuur of de stuurpen verbogen of beschadigd na een valpartij. Ingevalvaneenverstelbarestuurpencontroleerofdeze goed vergrendeld is. Voeltutrillingenaanhetstuur. Kinderzitje Zithetkinderzitjegoedvast. Remmen Vertonendekabelsgeenknikkenofrafels. Zijnderemblokjesschoon,vetvrijennietversleten. Isderemkrachtvoldoende.
(Dezeisvoldoendealsuderem-grepen niet verder dan een kwart tot de helft kunt inknijpen. ) Wielen Zitergeen‘slag’inhetwiel. Zijnergeenspakenlos. Bijaluminiumvelgenmeteen‘Safetyline’:isdestripzichtbaarofisdegroefnietverdwenen. Isdebandenspanningvoldoende. Ishetloopvlakvandebandennietversleten. Vertoonthetgeenzwakkeplekkenofbobbels. Isdezijreectievandebandenschoon. Verlichting Werkthetvoor-enachterlicht. Zitdeverlichtinggoedvast. Isdeisolatieronddekabelsinorde. Sliptdedynamoniet. Versnellingen Werkenalleversnellingen. Schieteenversnellingspontaan‘door’ofervaartugekraak. Pedalen Zijndereectorenschoon. Hebbendepedalenvoldoendegrip.
11Hoogteafstelling algemeen5.1 VeiligheidsmarkeringStel de hoogte van de zadelpen niet verder in dan de veiligheidsmarkering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn. ZithoudingVooreencomfortabelezitisvolgendeprocedurehandig: 1. Trek uw schoenen uit. 2. Gaopdeetszitten. 3. Houd de crank in het verlengde van de zitbuis. 4. Zet uw hak op de pedaal. 5. Uw been moet nét gestrekt kunnen worden.Een te hoge zit veroorzaakt schuiven over het zadel en protest van uw rug. Een te lage zit veroorzaakt irritatie in uw knieholten.Instellen veerkracht zadelpen 1. Neemdezadelpenmetzadeluitdeframebuis. 2. Verdraai de inbusbout (A) om de vering in te stellen. • metdeklokmeeomdespanningteverhogen • tegendeklokinomdespanningteverlagen3. Plaats de zadelpen terug in de framebuis.MAX7 cm11A1
14 Stuur6. Typen sturen A B C D E F A Standaard model met inbusbout (zie 6.2) D Batavus Ergo Matic Plus stuurpen (geen B Standaard model met zeskant bout (zie 6.3) gebruik gereedschap) (zie 6.5) C Batavus Ergo Matic (geen gebruik E Batavus Ergo Matic 3 (geen gebruik gereedschap) (zie 6.4) gereedschap) (zie 6.6) F Batavus Logic Light (geïntegreerde koplamp) (zie 6.7) De stand van het stuur en de stuurpen bepalen de zithouding, met name de stand van de rug en de druk van de handen op de handvatten. De handvatten zijn ergonomisch gevormd.1
15Afstellen algemeen6.1 Controleer of de rem- en versnellingskabels niet te strak staan en dat de kabels niet klem zitten. Dit kan het schakel,rem- en stuurgedrag verstoren.VeiligheidsmarkeringStel de hoogte niet verder in dan de veiligheids-markering (A). De diepte van de zadelpen in de framebuis moet meer dan 7 cm zijn.Zorg dat het stuur recht staat ten opzichte van het voorwiel.Afstellen stuur met inbusbout6.2 Kanteling van het stuur 1. Haal het kapje (B) los om de bout (A) zichtbaar te maken. 2. Draai de bout (A) minimaal één slag los. 3. Kantel het stuur in de juiste positie. Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. 4. Draai de bout vast. 5. Plaats het kapje terug.Hoogte van de stuurpen 1. Haalhetkapje(B)losomdeexpanderbout(A)zichtbaar te maken. 2. Draaideexpanderboutenkeleslagenlos. 3. Tik met een kunststof hamer de bout naar beneden en los.
Gebruik eventueel een plankje. 4. Stel de hoogte van de voorbouw in. Letopdemax.markeringopdestuurpen. 5. Draaideexpanderboutvast. 6. Plaats het kapje terug.7 cmAMAX1AB1BA1
16 Afstellen stuur met zeskant bout6.3 Kanteling van het stuur 1. Haal het kapje (B) los om de bout (A) zichtbaar te maken. 2. Draai de bout minimaal één slag los. 3. Kantel het stuur in de juiste positie.Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. 4. Draai de bout vast. 5. Plaats het kapje terug.Hoogte van de stuurpen 1. Draaideexpanderbout(A)enkeleslagenlos. 2. Tik met een kunststof hamer de bout naar beneden en los. Gebruik eventueel een plankje. 3. Stel de hoogte van de voorbouw in.Letopdemax.markeringopdestuurpen. 4. Draaideexpanderbout(A)vast.AB1A1A1
17Afstellen stuur Batavus Ergo Matic6.4 Kanteling van de voorbouw/stuur 1. Draai de hendel (A) naar rechts los. Hiermee kan zowel de kanteling van de voorbouw en het stuur afgesteld worden in één handeling. 2. Kantel de voorbouw (B)en stuur (C) in de gewenste positie. Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. 3. Draai na het instellen de hendel terug.Hoogte van de stuurpen 1. Draai de hendel (A) naar rechts los. 2. Kantel de voorbouw horizontaal. 3. Draai de bout (B) enkele slagen los. Gebruik hiervoor een inbussleutel met een lange steel. 4. Stel de hoogte van de stuurpen in.Letopdemax.markeringopdestuurpen. 5. Draai de bout vast. 6. Draai na het instellen de hendel terug. Instellen klemkracht van de hendelLetop:raadpleeguwdealeralsubijhetop-ofafstappenmerktdaterbeweginginhetstuur zit. Uw dealer kan dan de klemkracht aanpassen. C BA1BA1
18Afstellen stuur Batavus Ergo Matic Plus stuurpen6.5 Kanteling van de voorbouw/stuur 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen. Nukunnenzoweldekantelingvandevoorbouwals het stuur afgesteld worden in één handeling. Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst. 2. Sluit na het instellen de hendel (B) tot deze hoorbaar klikt.Hoogte van de stuurpen 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen. 2. Kantel de stuurpen horizontaal. 3. Draaideexpanderbout(C)los.Gebruikhiervooreen inbussleutel met een lange steel. 4. Tikmeteenkunststofhamerdeexpanderboutnaarbeneden en los. 5. Stel de hoogte van de stuurpen in. Letopdemax.markeringopdestuurpen. 6. Draaideexpanderboutvast. 7.
19Afstellen stuur Batavus Ergo Matic 36.6 Kanteling van de voorbouw / stuur 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen.Hiermee kan zowel de kanteling van de voorbouw en het stuur afgesteld worden in één handeling.2. Kantel voorbouw en stuur in de gewenste positie. Let op dat het stuur precies in het midden is geplaatst.3. Sluit na het instellen de hendel (B) tot deze hoorbaar klikt.Hoogte van de stuurpen 1. Druk de veiligheidssluiting (A) in en open de hendel (B) door deze omhoog te bewegen. 2. Kantel de stuurpen horizontaal. 3. Draaideexpanderbout(C)los. 4. Tik met een kunstof hamer de bout naar beneden en los. Gebruik eventueel een plankje. 5. Stel de hoogte in. Letopdemax.markeringopdestuurpen. 6. Draaideexpanderbout(C)vast. 7.
20Afstellen Batavus Ergo Grip handvat6.8 1. Draai de inbusbout (A) enkele slagen los. 2. Zet het handvat in de juiste stand. 3. Draai de inbusbout voorzichtig vast.Afstellen verende voorvork6.9 Stel de veersterkte evenredig in met de knoppen (A) en (B)*.Sommige verende voorvorken zijn uitgevoerd met afdekkapjes. Deze kunt u eenvoudig afnemen met bv. een muntstuk. Nietalleverendevoorvorkenzijninstelbaar.Deinstel-bare vorken zijn herkenbaar aan de markering ‘+’ en ‘–‘ met pijl.+ = strakker, dus stuggere werking - = losser, dus meer voelbare vering * A en B zijn er ook in een uitvoering met een inkeping. Gebruik hierbij bv. een muntstuk om te verdraaien.Afstellen stuurparkeervergrendeling6.10 Plaats bij het parkeren het voorwiel in de ‘recht-vooruit-stand’.Vergrendelen 1. Zet het voorwiel recht vooruit. 2.
21 Versnellingen 7. raadpleeg uw dealerTypen stuurverstellers A B CDVersteller gecombineerd met: A/BNexus-3,7of8versnellingsnaaf D NuVinci,traplozeversnellingsnaaf C SRAM 3, 5 of 7-versnellingsnaaf Het is beter een lichtere versnelling te kiezen dan een versnelling die net iets te zwaar is, om uw rug en knieën zoveel mogelijk te ontzien. Benut de zwaarste versnellingen voor afdalingen of bij wind in de rug.Neemevendepedaaldrukwegtijdenshetschakelen.Zokuntusoepelschakelenenontziet u het mechanisme.Letop:raadpleeguwdealervoorhetafstellenvandeversnellingnaaf.Neemhetachterwielnietzelfuit.Niettoegestaanishetoliënvandeversnellingsnaaf.
24Rollerbrake 9.2 1Wanneer een rollerbrake is aangetrokken, kan de etstochnogietsvooruitenachteruitbewegen.Datkan aanvoelen alsof de rem niet goed is afgesteld. Deze speling hoort echter bij dit soort remmen. Door deze speling worden gevaarlijke situaties zoveel mogelijk voorkomen.Bijstellen handrem / remgreep9.3 1. Draai borgmoer (B) los. 2. Stel met moer (A) de handrem in. 3. Draai borgmoer (B) vast, de inkeping naar onderen.Steldehandremzoindatdeze⅔deelaangetrokken wordt.Letop:raadpleeguwdealerbijremproblemen,goed en veilig remmen is van levensbelang. A B⅔1
25Wielen10. Vooreenlichte‘loop’zijndevolgendezakenbelangrijk: • Goedopgepomptebanden; De bandenspanning staat op de zijkant van de band vermeldt (Bar of PSi) • Strakgespannenspaken; • Goedafgestelde,spelingsvrijenaaf.Letop:raadpleeguwdealer: • Voorhetregelmatigcontrolerenvandespanningvandespaken. • Voorhetuitnemen/plaatsenvaneenachterwielmetnaafversnellingen.SpanningsindicatorBij sommige uitvoeringen is een spanningsindicator aangebrachtdieaangeeftwanneerdebandextramoet worden opgepompt.(B) is zichtbaar als de spanning voldoende is.•Als de band moet worden opgepompt is alleen (A) •zichtbaar. A1Hollandse uitvoering ventielVoorwiel met naafdynamo10.1 Letop:raadpleeguwdealerwanneererzichstoringen voordoen met de naafdynamo of wan-neer het voorwiel uitgenomen moet worden.Haal zelf nooit de connector (A) los.BA1A1
26Band plakken10.2 Voorbereiding 1. Zorg ervoor dat het wiel met de lekke band vrij kan draaien. • zetdeetsopzijnkop(opeendekenofi.d.ombeschadigingtevoorkomen); • bijwielenmeteensnelsluiterkanhethelewieluitgenomenworden. Zorgervoordatdeetsbeschermdistegenbeschadiging. 2. Controleer de buitenzijde van de buitenband en verwijder de eventuele oorzaak van het lek. • kleinesteentjes; • stukjesglas(letopvoorsnijwonden); • eventueeleenspijker.Stap 1 1. Verwijder het ventieldopje (A). 2. Verwijder ventiel (B) door middel van moer (C) los te draaien. 3. Verwijder moer (D).Stap 2 1. Druk de rand van de buitenband naar het midden van de velg. 2. Plaats de eerste bandenlichter (A) tussen de buitenbandendevelg.Nietindebuurtvanhetventiel vanwege kans op beschadiging.Letop:Pasopvoorhetlosschietenvandebandenlichters. 3.
Zet de bandenlichter vast achter een spaak. 4. Zet de tweede bandenlichter twee spaken verder achter de buitenband en achter een spaak. 5. Zet de derde bandenlichter weer twee spaken verder. 6. Maak de buitenband verder met de hand los en controleer de binnenkant van de buitenband op scherpe voorwerpen. Pas op voor snijwonden. 7. Verwijder de gevonden scherpe voorwerpen.Stap 3 1. Druk het ventiel naar binnen. 2. Trek de binnenband (A) naar buiten.ACBD1A1A1
27Stap 4 1. Pomp de binnenband op. • Bijeengrootlek:uhoortdeluchtontsnappen. • Bijeenkleinerlek:houddebinnenbandonderwater (in bijvoorbeeld een emmer). 2. Maak de binnenband droog. 3. Markeer het lek met een balpen.Stap 5Plak de band volgens de instructies die bij de banden reparatieset zijn geleverd. Bij de meeste sets zijn onderstaandeinstructiesvoldoende: 1. Maak met schuurpapier de plaats van het lek schoon. 2. Laat de binnenband leeg lopen. 3. Smeer lijm/oplosmiddel op een oppervlak dat iets groter is dan het plakkertje. 4. Laat het oppervlak een tot twee minuten opdrogen. 5. Verwijder het schutvel van het plakkertje. 6. Druk het plakkertje stevig op het lek.1Stap 6 1. Stop de binnenband terug in de buitenband. De ventielhouder moet recht uit het velggat komen. 2. Schroef de velgmoer enkele slagen vast.3. Schroef het ventiel vast.4.
Pomp de band een klein beetje op zodat de binnenband niet uit de buitenband valt.5. Breng de buitenband op zijn plaats. Gebruik uw handen. • Metbandenlichtersisdekansgrootdatereenlek ontstaat. • Zorgervoordatdebinnenbandnietklemraakttussen de buitenband en het ventiel. • Bijhetventielgedeeltedruktuhetventielevennaardebuitenbandtoeenweerterug;zospringt de binnenband in de buitenband.6. Pomp de band op.11
29DynamoschakelaarSommige uitvoeringen zijn voorzien van een dynamoschakelaar aan het stuur.DynamoZorg ervoor dat de groeven op de dynamo de zij-•kant van de buitenband zo volledig mogelijk raken.Zorg ervoor dat de hartlijn (A) van de dynamo door •de as van het wiel loopt.Als de dynamo ‘uit’ staat moet de ruimte tussen de •dynamo en de band 5 tot 10 mm zijn.NaafdynamoDe naafdynamo is een dynamo die in de voornaaf geïntegreerd is. Deze naafdynamo is niet alleen compact en licht in gewicht, maar ook elektrisch en mechanisch veel efficiënter. Het verlichtingssysteem zorgt voor minder rolweerstand, is minder storingsgevoelig en slipt niet. Letop:raadpleeguwdealerwanneererzichstoringen voordoen met de naafdynamo of wan-neer het voorwiel uitgenomen moet worden.Haal zelf nooit de connector (A) los.
31Halogeen of LED11.2 Aan/uit schakelen met ‘autoswitch’Zet de schakelaar (A) op Aan, Uit of op Automatisch. In de stand Automatisch schakelt de lamp aan als het donkerwordtendeetsinbewegingis.Lichtbundel afstellenOnder het afdekkapje (B) zit de moer (C) waarmee de stand van de lichtbundel van de koplamp afgesteld kan worden.Logic Light 211.3 de versieAan/uit schakelen met ‘autoswitch’Zet de schakelaar (A) op Aan, Uit of op Automatisch. In de stand Automatisch schakelt de lamp aan als het donkerwordtendeetsinbewegingis.Lichtbundel afstellenStel de stand van de lichtbundel af met het wieltje (B) Geïntegreerde koplamp in voorvork11.4 Aan/uit schakelen met ‘autoswitch’Zet de schakelaar (A) op Aan, Uit of op Automatisch.
34 3. Vervang de batterijen. Let op de + en - polen.Let op lege batterijen horen bij het chemisch afval.Klassiek type achterlicht met batterijen12.2 Aan/uit schakelenDe switch (A) kan op de onderzijde, zijkant of opdereectorzelfzitten.Batterijen vervangen 1. Draai de schroef (A) los. 2. Verwijder het kapje. 3. Vervang de batterijen. Let op de + en - polen.Let op lege batterijen horen bij het chemisch afval.1 A A1A11
37Technische gegevens14. Aanhaalmomenten14.1 Om schade aan de schroefdraad of het loskomen tijdens het rijden te voorkomen moet het vastdraaien van bouten en moeren volgens vastgestelde aanhaalmomenten plaats-vinden. De gegevens in onderstaande tabel zijn algemene richtwaarden. Item Aanhaalmoment [Nm]Van de in de handleiding genoemde bouten en moeren. Expanderboutstuur 20 - 25 Dynamobout + zelfborgende moer 10 Zadelpenbout M8 20 - 25 Zadelpenbout M10 25 - 30 Moer voor zadelpenstrop 15 - 20 Voorbouwbout M6 voor stuur 12 - 13 Ergo Matic stuurpen 25 VoorbouwboutM8expander 15 - 20 Handvat ergonomisch 15 - 20Let op bij het vastdraaien van bouten en moeren is de juiste kracht waarmee dit gebeurt zeer belangrijk. In verband met uw eigen veiligheid adviseren wij u uw dealer te raadplegen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Batavus Diva Plus stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden