Bartscher TF401LPW Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Bartscher TF401LPW (18 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Bartscher TF401LPW of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/18
NL
Installatie-, gebruiks- en
onderhoudshandleiding
CODE: 3000E
GEBRUIK HET ETIKET MET HET NR.
VAN HET RESERVEONDERDEEL
Uitg. 03 - 09/2009

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Bartscher
Categorie: Vaatwasser
Model: TF401LPW

Handleiding Bartscher TF401LPW – volledige tekst

Hartelijk bedankt voor de aanschaf van dit apparaat. De aanwijzingen voor installatie, onderhoud en gebruik van het apparaat die zich op de volgende pagina's bevinden, zijn zorgvuldig samengesteld om een lange levensduur en correct gebruik van uw apparaat te waarborgen. Volg deze aanwijzingen nauwgezet op. Het apparaat is ontworpen en gebouwd volgens de laatste stand der techniek. Deze handleiding helpt u het apparaat op de juiste manier te bedienen. Uw tevredenheid is onze grootste beloning.

VERTALING VAN DE ORIGINELE HANDLEIDING NL INHOUDSOPGAVE Pagina AANWIJZINGEN 58 DEEL VOOR DE INSTALLATEUR 1. INSTALLATIE VAN HET APPARAAT 61 1.1 Ontvangst van het product 61 1.2 Wateraansluiting 61 1.3 Elektrische aansluiting 61 1.4 Temperatuurinstelling 62 1.5 Gebruik van de naspoelmiddeldispenser 62 2. INSTALLATIE VAN DE AFWASMIDDELDISPENSER 64 2.1 Elektrische aansluiting 64 2.2 Wateraansluiting 64 2.3 Dosering 64 3. TECHNISCHE GEGEVENS EN INFORMATIE OVER DE POMPEN 65 3.1 Afvoerpomp (optie) 65 3.2 Drukverhogingspomp (optie) 65 3.3 Technische gegevens 66 DEEL VOOR DE GEBRUIKER 4. BEDIENINGSPANEEL EN DE BIJBEHORENDE SYMBOLEN 67 5. GEBRUIK 67 5.1 Toepassing van het afwasmiddel 68 5.2 Toepassing van het naspoelmiddel 68 5.3 Afvoerpomp (optie) 68 5.4 Regeneratiesysteem (optie) 68 5.5 Naleving van de hygiënevoorschriften en de HACCP-normen 69 6.

ONDERHOUD 70 6.1 Normaal onderhoud 70 6.2 Extra onderhoud 70 7. ALARMEN 70 8. MILIEUASPECTEN 71 8.1 Verpakking 71 8.2 Verwijdering 71 9. MILIEUTIPS 71 9.1 Aanbevelingen voor optimaal gebruik van energie, water en toevoegingen 71 ALGEMEEN 10. STORINGEN VAN HET APPARAAT, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN 72 LEES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET APPARAAT DE BIJGEVOEGDE GEBRUIKSAANWIJZING AANDACHTIG DOOR OPGELET: OOK HET DEELS NIET OPVOLGEN VAN DE AANBEVELINGEN UIT DIT HANDBOEK LEIDT TOT VERLIES VAN DE PRODUCTGARANTIE EN ONTSLAAT DE PRODUCENT VAN IEDERE AANSPRAKELIJKHEID. Pagina 57

BELANGRIJKE AANWIJZINGEN Deze handleiding is een onderdeel van het apparaat en dient als naslagwerk bij de afwasmachine bewaard te worden. Als het apparaat van eigenaar verandert, dan moet de handleiding samen met het apparaat aan de nieuwe eigenaar worden overgedragen, zodat deze kennis kan nemen van de aanwijzingen voor het gebruik. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de afwasmachine installeert en in gebruik neemt. De aanwijzingen zijn met het oog op de veiligheid van de gebruiker opgesteld op grond van richtlijn 2006/95 CE met latere wijzigingen en de "Geharmoniseerde technische productnormen" EN 60335-1 en EN 60335-2-58. · DE ELEKTRISCHE AANSLUITNG EN DE WATERAANSLUITING MOETEN WORDEN UITGEVOERD DOOR EEN ERKEND INSTALLATEUR. · De wasmachine mag uitsluitend worden bediend door volwassenen.

Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en mag uitsluitend worden bediend door gekwaliceerd personeel en geïnstalleerd en gerepareerd door een specialistisch bedrijf. De producent is niet aansprakelijk voor onvakkundig gebruik, onderhoud of het aanbrengen van verbeteringen. · De afwasmachine mag niet worden bediend door kinderen of door personen met beperkte lichamelijke of geestelijke capaciteiten, net zomin als door personen die niet zijn geïnstrueerd of op wie onvoldoende toezicht wordt gehouden. · Kinderen mogen zich alleen onder toezicht in de buurt van de machine bevinden en moeten op veilige afstand van het apparaat gehouden worden. · De deur bij het openen en sluiten met de hand geleiden. · Let erop dat u het apparaat niet op de voedingskabel of op de toevoer- of afvoerslangen zet. De stelvoetjes zo instellen dat het apparaat waterpas staat.

· Gebruik het apparaat of onderdelen ervan nooit als trap of steun, aangezien het alleen op het gewicht van servieskorven gevuld met vaatwerk berekend is. · De afwasmachine is uitsluitend bestemd voor het afwassen van borden, glazen, dienbladen en klein vaatwerk met etensresten.

GEEN voorwerpen wassen die verontreinigd zijn met benzine of verf. Ook geen stalen of ijzeren elementen, breekbare objecten of andere materialen die niet geschikt zijn voor de afwasmachine. Geen zure of basische corrosieve chemische middelen, oplosmiddelen of chloorhoudende afwasmiddelen gebruiken. · Nooit de deur openen tijdens de werking van de afwasmachine. De afwasmachine is uitgerust met een beveiligingsmechanisme dat bij onbedoeld openen van de deur onmiddellijk de werking van de machine onderbreekt en voorkomt dat het water uit de machine loopt. Vergeet niet de afwasmachine uit te schakelen en het reservoir te legen, voordat u begint met schoonmaakwerkzaamheden of andere werkzaamheden binnenin het apparaat.

· Na gebruik, aan het einde van de dag of voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden de afwasmachine loskoppelen van het elektriciteitsnet met behulp van de hoofdschakelaar die op de wand is geïnstalleerd. Sluit de waterkraan. · Het uitvoeren van alle soorten reparatie- en/of onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker is verboden. Wend u altijd tot gekwalificeerd personeel. · Onderhoudswerkzaamheden aan de afwasmachine mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend vakman. NB: Gebruik alleen originele reserveonderdelen. In het andere geval vervalt de productgarantie en kan de producent niet aansprakelijk worden gesteld. · Geen gebruikte watertoevoerslangen gebruiken, uitsluitend nieuwe.

· Neem bij het gebruik van het apparaat enkele belangrijke regels in acht: 1) het apparaat niet met vochtige handen of voeten aanraken, 2) het apparaat niet blootsvoets bedienen, 3) zet het apparaat niet op plaatsen waar het blootgesteld kan worden aan waterstralen. Pagina 58 NL.

· De handen niet zonder handschoenen onderdompelen in water met afwasmiddel. Mocht dat toch gebeuren, spoel de handen dan af met een grote hoeveelheid water en volg de aanwijzingen op van de producent van het afwasmiddel. · Houd u exact aan de aanwijzingen uit het handboek van de producent (hoofdstuk 6). · Het apparaat is bedoeld voor werking in een geschikte omgeving bij een temperatuur van maximaal 35 °C en minimaal 5 °C. Geen water gebruiken voor het blussen van een brand in de elektrische installatie. · De roosters voor het aanzuigen en afvoeren van warmte niet verplaatsen. · Na het afsluiten van de spanning mag alleen een vakman toegang hebben tot het verdeelbord. · Het apparaat is uitgerust met een IPX3-bescherming tegen sproeiend water, maar het is niet beveiligd tegen hogedruk waterstralen. Gebruik daarom voor het schoonmaken geen hogedruksystemen.

OPGELET: DE BINNENKANT MAG PAS 10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN HET APPARAAT SCHOONGEMAAKT WORDEN. OPGELET: HET IS VERBODEN OM TIJDENS EN KORT NA BEEINDIGING VAN HET WASPROGRAMMA IN HET APPARAAT TE GRIJPEN EN/OF DE ZICH OP DE BODEM BEVINDENDE ELEMENTEN AAN TE RAKEN. ZNAJDUJĄCYCH SI NA JEJ DNIE.Ę Opm.: De producent is niet aansprakelijk voor lichamelijk letsel of materiële schade die is ontstaan door het niet in acht nemen van genoemde aanwijzingen. Pagina 59 NL

DEEL VOOR DE INSTALLATEUR NL OPGELET: Aanbevolen wordt om na beëindiging van de installatie de pagina's die zijn ingevuld door de installateur uit de handleiding te nemen om ze later nogmaals te kunnen raadplegen. 1. INSTALLATIE VAN HET APPARAAT 1. 1 Ontvangst van het product Controleer het apparaat bij ontvangst op transportschade en meld eventuele gebreken aan de handelaar. Als de gebreken een veiligheidsrisico vormen, mag het apparaat niet worden geïnstalleerd. Informatie over de verwijdering van de verpakking bevindt zich een hoofdstuk 8. 1. 2 Wateraansluiting Druktabel min. max. Tab.

H2O-temperatuur van de toevoer kPa kPa Speciale apparaten Serieapparaten Rustdruk 250 400 H2O koud H2O warm Stuwdruk 200 350 5°C t < 50°C≤ 50°C t 60°C≤ ≤ Hardheid 2°f 10°f Tabel 1 Tabel 2 Monteer altijd een afsluitkraantje bij de wateraansluiting van het apparaat, zodat u de watertoevoer snel en volledig kunt afsluiten. Zorg ervoor dat de waterdruk zich bevindt in het gebied dat staat aangegeven in tabel 1. Indien de dynamische waterleidingdruk lager is dan 2 bar (200kPa) moet voor optimale werking van het apparaat een drukverhogingspomp worden toegepast (het apparaat kan op bestelling worden uitgerust met een dergelijke pomp). Indien de druk hoger is dan 4 bar (400kPa) moet de installatie worden uitgerust met een drukregelaar. Als de waterhardheid hoger is dan 5° Dh een waterontharder worden toegepast. Hierdoor moetwordt het vaatwerk schoner en verlengt u de levensduur van het apparaat.

Op bestelling kunt u het apparaat laten uitrusten met een wateronthardingsinstallatie. Ingebouwde wateronthardingsinstallaties moeten regelmatig worden geregenereerd ( zie paragraaf 5. 4). Beschadigingen van het apparaat die het gevolg zijn van de toepassing van hard water - hoger dan 5° Dh - en het niet toepassen van een geschikte wat eronthardingsinstallatie vallen niet onder de garantie van de producent.

Voor een onberispelijke werking van het apparaat moet het temperatuurbereik van het toegevoerde water zich bevinden tussen de waarden die staan aangegeven in tabel 2. Ieder apparaat is uitgerust met een gummislang voor de wateraansluiting met een schroefdraaduiteinde van 3/4". Sluit de meegeleverde afvoerbuis zodanig aan op het aansluitstuk dat zich onder de wastank bevindt, dat het water vrij kan wegstromen. Als het niet mogelijk is het apparaat leeg te laten lopen in een afvoer die zich onder het niveau van de afvoeraansluiting van het apparaat bevindt, wordt aanbevolen een afvoerpomp aan te sluiten die op bestelling kan worden meegeleverd. Sluit de afvoerbuis altijd aan op een sifon om onaangename geuren uit de afvoerinstallatie te voorkomen. 1. 3 Elektrische aansluiting Voer de elektrische aansluiting uit volgens de geldende technische normen.

Zorg ervoor dat de waarde van de gemeten netspanning overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje. Installeer een geschikte, op het vermogen afgestemde meerpolige schakelaar, met minimaal 3 mm afstand tussen de contacten. De hoofdschakelaar mag uitsluitend worden gebruikt voor dit apparaat en moet in de directe nabijheid ervan worden gemonteerd. Verder dient u er zich van te verzekeren, dat de elektrische installatie deugdelijk geaard is. Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een klem met het symbool (zie Afb. 1), die dient voor de equipotentiele aansluiting van verschillende apparaten Afb. 1 (zie de aanwijzingen over de normen voor elektrische installaties). VOOR APPARATEN DIE WORDEN AANGEDREVEN DOOR KRACHTSTROOM VOLGT U DE BIJGEVOEGDE GEGEVENS EN AANSLUITSCHEMA'S. LET OP DE JUISTE KRACHTSTROOM (INDIEN AANWEZIG) LOOPRICHTING VAN DE POMP. Pagina 61.

NL DEEL VOOR DE INSTALLATEUR Voedingskabel: De verkoper-importeur-installateur is verplicht om de isolatieklasse van de voedingskabel aan te passen aan de geldende technische normen en de omgevingsfactoren. 1. 4 Temperatuurregeling Indien noodzakelijk kan de temperatuur van het was- en spoelwater worden ingesteld met behulp van de instelschroeven van de respectievelijke thermostaten. De aanbevolen temperaturen bedragen 55°C voor het a fwaswater (wastank) en 85-90°C voor het spoelwater (boiler). Apparaten met een boiler in de wastank zijn slechts uitgerust met een thermostaat, die ingesteld moet worden op 75-80°C. 1. 5 Gebruik van de naspoelmiddeldispenser Technische gegevens Werking: Er wordt gebruikgemaakt van het gecombineerde drukverschil dat ontstaat door het in- en uitschakelen van de zeeppomp en de spoeldruk.

Wateraansluiting 1) Sluit de dispenser met de aansluiting (A) en de in het apparaat ingebouwde gummislang aan op de pomp (pompdruk). 2) Sluit de zwarte gummislang met de messing drukaansluiting (B) aan op de aansluitstuk dat zich in de buurt van de boiler bevindt (injectie). 3) Zorg ervoor dat het groene aanzuigslangetje van het apparaat in het overeenkomendeverbindingsstuk (C) wordt geleid en dat het kleine lter en de ballast in de container metnaspoelmiddel zijn gedaan. Inbedrijfname: Het volstaat om het apparaat in te schakelen en enkele complete wascycliuit te voeren of de instelschroef D tijdens de wascyclus in te drukken en de gecombineerdedeur te openen en te sluiten door op de pin D te drukken. Hierdoor is het mogelijk eensnellere herstart uit te voeren.

Om de naspoelmiddeldispenser, code 10799/G, in te schakelen is het voldoende omsimpelweg tijdens de wascyclus de deur te openen en te sluiten. Instelling: Bij iedere spoeling neemt de dispenser een hoeveelheid naspoelmiddel, die in testellen is van 0 tot 4 cm³, overeenkomstig de aangezogen lengte in het slangetje van 0 tot30 cm.

De minimale hoeveelheid stelt u in door de instelschroef volledig dicht te draaien(met de wijzers van de klok mee) en de maximale hoeveelheid verkrijgt u door deinstelschroef ca. 20 slagen los te draaien (tegen de wijzers van de klok in). Voor de instelling van de juiste hoeveelheid product verwijzen we u naar het hoofdstuk"Toepassing van het naspoelmiddel"(paragraaf 5. 2). P. S. : Iedere draai van de schroef verandert de hoeveelheid naspoelmiddel die wordt aangezogen in het slangetje met 1,6 cm, wat overeenkomt met 0,2 cm³/draai (ca. 0,21 g/draai bij een dichtheid van het naspoelmiddel van 1,05 g/cm3). Om de werking van de naspoelmiddeldispenser storingsvrij te laten verlopen, mag het hoogteverschil tussen de bodem van het apparaat en de container met het naspoelmiddel niet meer zijn dan 80 cm. B C A D code 10799 Afb. 2 A B D C code 10799/G Afb.

3 DE DISPENSERS ZIJN BIJ DE FUNCTIECONTROLE BIJ DE AFNAME INGESTELD OP EEN AANZUIGING IN HET SLANGETJE VAN 5 CM (ca. 0,65 g). DEZE WAARDE KAN ALTIJD ALS FUNCTIE VAN DE NASPOELINSTALLATIE EN DE WATERHARDHEID VERANDERD WORDEN. STORINGEN OORZAKEN EN OPLOSSING Er loopt water uit het aanzuigslangetje van het naspoelmiddel De zuigventielen 10805-10705/D en drukventielen zijn lek omdat vreemde lichamen het sluiten ervan beïnvloeden. Maak de ventielen 10805-10705/D schoon; controleer of het aanzuiglter voor het naspoelmiddel is geplaatst en lter het water dat de afwasmachine binnenkomt. De dispenser zuigt geen naspoelmiddel aan a) Het drukventiel 10805-10705/D is lek omdat vreemde lichamen het sluiten ervan beïnvloeden. Maak de ventielen 10805-10705/D schoon; controleer of het aanzuiglter voor het naspoelmiddel is geplaatst en lter het water dat de afwasmachine binnenkomt.

b) Het afdichtingsrubber 10806 van de zuiger is beschadigd en veroorzaakt het lekken. Vervang het afdichtingsrubber 10806 door een nieuw origineel afdichtingsrubber. c) Controleer de toestand van het membraan 10807-10705/O. Pagina 62.

NL DEEL VOOR DE INSTALLATEUR 2. INSTALLATIE VAN DE AFWASMIDDELDISPENSER SEKO C Ø 10 punt B min 3 15108/E cm B GERMAC A Ø 8 15185 AANSLUITSCHEMA Afb. 5 Afb. 6 2.1 Elektrische aansluiting • Gebruik het aansluitschema dat is meegeleverd met het apparaat. 2.2 Wateraansluiting a) In de achterkant van het apparaat moet een opening gemaakt worden van Ø 12. Bij sommige apparaten is de opening fabrieksmatig aangebracht en afgesloten met een kunststof dop. In dat geval verwijdert u alleen de dop van de opening en monteert u de drukaansluiting. b) In de andere gevallen moet in de achterwand van de wastank (zie Afb. 6) een opening geboord worden die overeenkomt met de doorsnede van de injector. Neem hiervoor contact op met de klantenservice. De opening moet zich boven het maximale waterniveau bevinden.

Het is belangrijk om de opening te maken op een plaats die voldoende ver verwijderd is van de overloop. Zo voorkomt u dat het afwasmiddel meteen weer wegloopt. De dispenser met de naar beneden gerichte gummi houders verticaal bevestigen. Let erop dat u hem niet monteert boven onderdelen die onder spanning staan. Verwijder het boorafval uit het apparaat. c) Monteer de drukaansluiting in de zojuist geboorde opening en draai de bijbehorende moer niet te vast aan. d) Bevestig het zuigslangetje aan de zuigopening van de dispenser (zie Afb. 6, punt A). e) Bevesting de drukslang aan de tweede aansluiting van de dispenser en de drukaansluiting (zie Afb. 6, punt A). f) Doe het slangetje met het kleine filter in de container met afwasmiddel. g) Zuig het afwasmiddel aan en begin met de dosering.

2.3 Dosering De toevoer van het afwasmiddel is eenvoudig te regelen met een schroevendraaier (zie afbeelding 5). 2 cm aangezogen product in het slangetje komt overeen met 0,25 cm3 of 0,3 g (bij een dichtheid van 1,2 g/cm 3). Zie paragraaf 5.1 voor de juiste dosering. Pagina 64

DEEL VOOR DE INSTALLATEUR NL 3. TECHNISCHE GEGEVENS EN INFORMATIE OVER DE POMPEN 3.1 Afvoerpomp (optie) Let bij de installatie in het bijzonder op de juiste positionering van de afvoerslang (zie Afb. 7). Voor de werking zie par. 5.3. m Afb. 7 OPGELET: VERKEERD GEPLAATSTE SLANG. OPGELET: JUIST GEPLAATSTE SLANG. 3.2 Drukverhogingspomp (optie) Als de afwasmachine langere tijd heeft stilgestaan, controleer dan ook of de extra drukverhogingspomp vrij kan draaien. Steek hiervoor het uiteinde van een schroevendraaier in de gleuf op de as van de motor aan de kant van de ventilator (zie Afb. 8). Indien de pomp geblokkeerd is, schakelt u de spanning uit met de hoofdschakelaar. Vervolgens draait u met de in de gleuf geplaatste schroevendraaier de as van de motor zowel met de wijzers van de klok mee als in tegengestelde richting. . Afb. 8 Pagina 65

DEEL VOOR DE GEBRUIKER NL 4. BEDIENINGSPANEEL EN DE BIJBEHORENDE SYMBOLEN BEDIENINGSELEMENT CONTROLELAMPJES Hoofdschakelaar 0-1 a Spanning START - drukknop voor de start van de wascyclus b Vullen wastank Keuzeschakelaar voor de koeling van glazen (optie) c Wascyclus START - drukknop voor de start van de regeneratiecyclus (optie) d Regeneratiecyclus Schakelaar voor handmatig leegpompen (optie) e Temperatuur Wasprogramma keuzeschakelaar (waar voorzien) 5. GEBRUIK • Controleer of het lter (B) juist is geplaatst (Afb. 9-10). Het lter moet na 20 wascycli schoongemaakt worden. Het apparaat niet starten zonder aanwezigheid van het lter. • Plaats het overloopbuisje (A) op de hiervoor bestemde plaats in de wastank (Afb. 9-10). • Sluit de deur van het apparaat.

• Plaats het buisje van het naspoelmiddel in de overeenkomstige container en zorg ervoor dat de hoeveelheid middel voldoende is voor de dagelijkse behoefte (zie paragraaf 5. 2 "Toepassing van het naspoelmiddel"). • Open de waterkraan en schakel de hoofdschakelaar in. A • Druk op de schakelaar 0-1 (zie hoofdstuk 4) en zet hem op positie 1 (ingedrukt). B Het proces wordt aangeduid door het branden van het controlelampje op de schakelaar of het controlelampje dat is aangeduid met het symbool (a) (zie hoofdstuk 4). Het apparaat vult de wastank automatisch met water (bij sommige apparaten gaat het controlelampje (b) branden (zie hoofdstuk 4), dat het einde van het vulproces aangeeft), daarna begint de opwarmfase. Afb. 9 Zodra de wastemperatuur is bereikt gaat het controlelampje (e) (zie hoofdstuk 4) branden. hoofdstuk 4). Schuif de servieskorf met het vuile vaatwerk in het apparaat.

A • Bij apparaten die niet zijn uitgerust met een zich automatisch openend deksel voor dosering van het afwasmiddel, het vloeibare afwasmiddel voor het begin van de wascyclus direct in de wastank doen en de knop START 2 (zie hoofdstuk 4) indrukken. Afhankelijk van de uitvoering wordt het begin van de cyclus aangeduid door het branden van het controlelampje op de schakelaar of door het controlelampje dat is aangeduid met het symbool (c) (zie hoofdstuk 4). Na aoop van de wascyclus wordt een warme spoeling uitgevoerd. Als het controlelampje op de knop START 2 (zie hoofdstuk 4) dooft, is de wascyclus beëindigd. Na aoop van de wascyclus droogt het vaatwerk niet bij een gesloten deur. Haal de servieskorf met het vaatwerk uit het apparaat of laat de deur openstaan om verdamping en drogen mogelijk te maken.

Bij apparaten die zijn uitgerust met een koelsysteem voor glazen, drukt u op keuzeschakelaar 3 (zie hoofdstuk 4) binnen 10 seconden nadat controlelampje c is gedoofd. Na aoop van dit proces blijven de glazen nat. B Afb. 10 • Het apparaat is klaar voor een nieuwe wascyclus. • Maak het apparaat aan het einde van de dag schoon (zie hoofdstuk 6 "Onderhoud"). Afb. 11 • Schakel het apparaat uit en sluit de waterkraan • Schakel de hoofdschakelaar uit. Pagina 67.

NL DEEL VOOR DE GEBRUIKER AFWASMIDDEL NASPOELMIDDEL - REGENERATIEZOUT Afb. 12 5. 1 Toepassing van het afwasmiddel Gebruik uitsluitend niet schuimende afwasmiddelen voor professionele afwasmachines. Het gebruik van vloeibare afwasmiddelen wordt aanbevolen. Doe het afwasmiddel in de container voor het afwasmiddel. Zie voor de exacte dosering als functie van de waterhardheid de gegevens van de producent. Op bestelling kunt u de afwasmachine laten uitrusten met een elektrische afwasmiddeldispenser. 1 cm aangezogen product in het buisje komt overeen met ca. 0,15 g. Een exacte dosering is voorwaarde voor de doeltreffendheid van de wascyclus. 5. 2 Toepassing van het naspoelmiddel Het apparaat is in serie uitgerust met een naspoelmiddeldispenser. Het apparaat zuigt het product zelfstandig aan.

Het is mogelijk om de gedoseerde hoeveelheid te veranderen met behulp van de instelschroef bij het doseermechanisme. Als u met de wijzers van de klok meedraait dan wordt de dosis lager, als u tegen de wijzers van de klok in draait dan wordt de dosis hoger. Aanbevolen wordt een dosis die overeenkomt met 2-5 cm product in het aanzuigslangetje. 1 cm aangezogen product in het buisje komt overeen met ca. 0,13 g. Een exacte dosering is voorwaarde voor snel drogend en glanzend vaatwerk. 5. 3 Afvoerpomp (optie) Om de wastank helemaal leeg te maken, het apparaat aan laten staan, de overloopstop verwijderen en de deur sluiten. Druk vervolgens knop 5 (zie hoofdstuk 4) gedurende 1 seconde in. De afvoerpomp pompt de wastank van het apparaat volledig leeg. Het apparaat uitschakelen als het volledig is leeggepompt.

Indien de wastank vol moet blijven om een nieuwe wascyclus uit te voeren, schakel het apparaat dan eerst uit en na verloop van ca. 5 seconden opnieuw in (1- zie hoofdstuk 4). Door het openen van de deur stopt de pomp. Hij hervat zijn werk, zodra de deur weer wordt gesloten. Tijdens de was- en spoelcyclus wordt het overtollige water automatisch afgevoerd. 5.

4 Regeneratie systeem (optie) Regeneratie van de hars uit de ontkalkingsinstallatie is erg belangrijk. Regeneratie: de harsregeneratie moet worden uitgevoerd volgens de in het diagram weergegeven wascycli. Bijvoorbeeld: 27°f (of 15°D)= 39 cycli. De regeneratiecyclus voert u als volgt uit: • Open de waterkraan en schakel de hoofdschakelaar in. • Zet de hoofdschakelaar 1 (zie hoofdstuk 4) in de positie 1 (ingeschakeld). • Open de deur. • Verwijder de overloopstop en wacht tot al het water uit de wastank is gelopen. • Controleer bij een lege wastank de zoutcontainer en vul deze indien nodig bij. Let erop dat u niet in de wastank morst. Een hoge zoutconcentratie kan de werking en de levensduur van het apparaat negatief beïnvloeden. Vul de container die zich in de wastank bevindt (zie Afb.

12) met grofkorrelig regeneratiezout (korrels van 1 tot 2 mm - de maximale capaciteit van de container voor het regeneratiezout bedraagt 500 g). • Schakel het apparaat opnieuw in. • Sluit de deur en druk knop 4 (zie hoofdstuk 4) gedurende ca. 5 seconden in totdat het controlelampje (d) (zie hoofdstuk 4) dat de werkingscyclus aanduidt, gaat branden. Gedurende ca. 20 minuten voert het apparaat automatisch de regeneratie uit van de harsen in de waterontharder. De cyclus is beëindigd zodra het controlelampje (d) dooft. Wacht 20 seconden voordat u de deur opent. Schakel het apparaat na aoop van de regeneratiecyclus uit (hoofdschakelaar 1 - zie hoofdstuk 4). Schakel de hoofdschakelaar uit. P. S. : Is de cyclus eenmaal gestart, dan kan hij niet meer onderbroken worden.

DEEL VOOR DE GEBRUIKER NL • Indien tijdens de regeneratie het regeneratiecycluscontrolelampje knippert, betekent dit dat er een storing is opgetreden of dat de wastank onvoldoende is leeggemaakt (zie hoofdstuk 7). Bij een waterhardheid hoger is dan 35°f wordt de in stallatie van een externe waterontharder aanbevolen. 5.5 Naleving van de hygiënevoorschriften en de HACCP-normen • De apparaten zijn uitgerust met een temperatuurcontrolelampje (e - hoofdstuk 4) dat gaat branden zodra de temperatuur in de boiler en in de wastank de ingestelde temperatuur (fabrieksinstellingen) bereikt. Wacht met het opstarten van een wascyclus totdat het controlelampje brandt. • Verwijder etensresten zorgvuldig van het vaatwerk om verstopping van lters, sproeikoppen en leidingen te voorkomen. • Minimaal twee keer per dag de wastank leeg later lopen en de filters schoonmaken.

• Zorg voor een juiste dosering van het afwasmiddel en het naspoelmiddel (volg de aanbevelingen van de leverancier van het product). Controleer aan het begin van de dag, voordat u het apparaat gaat gebruiken, of de hoeveelheid middel in de containers voldoende is voor de dagelijkse behoefte. • Maak de servieskorven regelmatig schoon. • Verwijder de servieskorf met schone handen of met handschoenen, om verontreiniging van het vaatwerk te vermijden • Gebruik voor het afnemen en polijsten uitsluitend steriele doeken, borsteltjes of lappen. Pagina 69 REGENERATIE INSTALLEER EEN EXTERNE WATERONTHARDINGSINSTALLATIE HET IS NIET NOODZAKELIJK OM EEN EXTERNE WATERONTHARDINGSINSTALLATIE TE MONTEREN Aantal cycli na regeneratie Waterhardheid ⁰fH

NL DEEL VOOR DE GEBRUIKER 6. ONDERHOUD 6. 1 NORMAAL ONDERHOUD OPGELET: Het apparaat is niet beschermd tegen waterstralen; gebruik daarom geen hogedrukreinigers. Bovendien wordt aanbevolen om informatie in te winnen bij de leverancier van reinigingsmiddelen over methoden en producten voor het steriliseren van apparaten. Gebruik absoluut geen bleekmiddelen op basis van chloor of schoonmaakmiddelen die chloor bevatten om het apparaat te reinigen. Een juiste exploitatie vereist zorgvuldige reiniging die minimaal één keer per dag moet plaatsvinden volgens de volgende richtlijnen: • Zet de hoofdschakelaar 1 (zie hoofdstuk 4) in de positie 1. • Sluit de waterkraan. • Schakel de hoofdschakelaar uit. • Verwijder het overlooppijpje zodat het water uit het apparaat kan lopen. Voor apparaten die zijn uitgerust met een afvoerpomp volgt u de aanbevelingen uit paragraaf 5. 3.

• Verwijder het lter en maak het onder stromend water schoon met behulp van een borsteltje. • Draai de bevestigingsschroeven los, verwijder de sproeiarmen en maak de sproeikoppen en de sproeiarmen zorgvuldig schoon onder stromend water. • Monteer alle elementen opnieuw in het apparaat, plaats de sproeiarmen op hun plaats en bevestig ze met de bevestigingsschroeven. • Maak de wastank schoon met een speciaal schoonmaakmiddel. • Aanbevolen wordt om aan het einde van de dag de deur van het apparaat open te laten staan. P. S. : Vervang het water in de wastank na 20 cycli of tweemaal per dag, door het apparaat opnieuw te vullen. Gebruik geen metalen schuursponsjes en/of bijtende substanties die het apparaat kunnen beschadigen. 6.

2 Extra onderhoud Laat een vakman tweemaal per jaar de volgende onderhoudswerkzaamheden uitvoeren: 1 Schoonmaken van het lter van het elektromagnetische ventiel; 2 Verwijdering van kalkaanslag van de verwarmingselementen; 3 Controle van de dichtingen van de wateraanvoer- en afvoeraansluitingen; 4 Functionaliteit en/of slijtage van de onderdelen; 5 Functionaliteit van de dispensers. 7. ALARMEN ALARMTYPE OORZAKEN OPLOSSING Het regeneratiecyclus-controlelampje knippert Gebrekkige lediging van het water uit de wastank Controleer of de toevoerkraan open staat en of de overloopstop juist is geplaatst. Het apparaat uitschakelen en opnieuw inschakelen om het alarm te annuleren.

Bij apparaten met een thermostop: gebrekkige opwarming van de boiler De thermostaat van de boiler of het verwarmingselement is defect: Controleer beide elementen en laat ze indien nodig vervangen bij de technische service. Het wascontrolelampje knippert Gebrekkige lediging van de wastank Verwijder de overloopstop en laat de wastank leeglopen. Om de foutmelding te verwijderen het apparaat uitschakelen en weer inschakelen. Pagina 70.

DEEL VOOR DE GEBRUIKER NL 8. MILIEUASPECTEN 8. 1 Verpakking De verpakking bestaat uit de volgende materialen: • houten pallet; • nylon zak (LDPE); • meerlagig karton; • hard schuim - PS; • polypropyleenband (PP). De klant wordt vriendelijk verzocht om bovengenoemde materialen te verwijderen in overeenstemming met de geldende voorschriften. 8. 2 Verwijdering Door toepassing van het WEEE-symbool wijzen we erop dat het product niet mag worden behandeld als normaal huishoudelijk afval. U draagt bij aan de bescherming van het milieu door dit product op de juiste wijze te verwijderen. Gedetailleerde informatie over recycling van het product kunt u verkrijgen bij de gemeente, uw afvalbedrijf of de winkel waar u het product heeft gekocht.

Gelieve de regels voor de verwijdering van het product en zijn onderdelen uit de richtlijnen 2002/95/CE, 2002/96 CE inclusief latere wijzigingen en/of andere van toepassing zijnde verordeningen op te volgen. Dit product of zijn onderdelen mogen niet worden verwijderd als huishoudelijk afval, maar moeten door een afvalscheider verwerkt worden (zie het doorgekruiste symbool van een afvalcontainer). Bij de productverwijdering moet de gebruiker rekening houden met de speciale voorschriften voor de verwijdering van elektronisch afval (RAEE). De producent garandeert dat de elektrische en elektronische apparaten conform de richtlijn 200/95/WE geen schadelijke substanties bevatten. Indien de gebruiker zich niet houdt aan de voorschriften wordt hem een sanctie opgelegd zoals voorzien in de verschillende lidstaten van de Europese Unie.

Voor de verwijdering alle elektrische leidingen en slangen afkoppelen. De voedingskabel moet worden afgesneden om verder gebruik van het apparaat onmogelijk te maken. Alle metalen onderdelen kunnen worden gerecycled, omdat ze zijn gemaakt van roestvrij staal. De kunststof onderdelen die geschikt zijn voor recycling, zijn gemerkt met het symbool voor kunststof materialen. 9.

MILIEUTIPS Aanbevelingen voor optimaal gebruik van energie, water en toevoegingen Dosering van zout Tijdens elke regeneratiecyclus van de hars wordt zout toegevoegd in een hoeveelheid die fabrieksmatig is ingesteld. Het is belangrijk dat de regeneratie wordt uitgevoerd volgens de aanbevelingen die zijn opgenomen in paragraaf 5. 4. U dient zich te houden aan het aantal afwascycli, om verspilling van zout en verstoppingen als gevolg van kalkafzettingen te voorkomen. Probeer zo mogelijk te wassen met een volle machine. Zo vermijdt u verspilling van afwasmiddel, naspoelmiddel, water en elektriciteit. Afwas- en naspoelmiddel Gebruik om het milieu te beschermen alleen afwas- en naspoelmiddelen met de hoogst mogelijke biologische afbreekbaarheid. Laat minimaal eenmaal per jaar de precisie van de dosering in relatie tot de waterhardheid controleren.

Overmatige hoeveelheden van de producten verontreinigen rivieren en zeeën, onvoldoende dosering heeft negatieve invloed op het wasresultaat en/of de schoonheid van het vaatwerk. Temperatuur van de boiler en de wastank De temperatuur van de wastank en de boiler zijn ingesteld door de producent om met de meeste in de handel verkrijgbare afwasmiddelen een optimaal wasresultaat te verkrijgen. De temperatuur kan worden veranderd door de installateur, afhankelijk van de eigenschappen van de toegepaste middelen (zie paragraaf 1. 4). Voorspoelen Spoel het vaatwerk nauwkeurig voor. Gebruik hiervoor water op kamertemperatuur, waardoor dierlijke vetten makkelijker verwijderd worden. Laat het vaatwerk weken in warm water om opgedroogde etensresten te verwijderen. Aanwijzing: Voer de wascyclus zo snel mogelijk uit.

Laat etensresten niet opdrogen op het vaatwerk, dat beïnvloedt het wasresultaat negatief. De afwasmachine regelmatig schoonmaken en onderhouden (zie hoofdstuk 6) om de eectiviteit van het wasproces in stand te houden.

NL DEEL VOOR DE GEBRUIKER 10. STORINGEN VAN HET APPARAAT, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN Aard van de storing Mogelijke oorzaken Oplossingen Het apparaat schakelt niet in De hoofdschakelaar is uitgeschakeld. Schakel de hoofdschakelaar in. Het apparaat vult zich niet met water De watertoevoerkraan is dicht Open de kraan. De sproeikoppen van de sproeiarmen of het lter van het elektroventiel zijn verstopt. Maak de sproeikoppen van de sproeiarmen, de leidingen en het lter van het elektroventiel schoon. Indien het apparaat is uitgerust met een waterontharder, het regeneratiezout in de wastank controleren of vaker een regeneratie uitvoeren.

De drukvoeler is beschadigd Laat de drukvoeler vervangen bij de service Het regeneratiecycluscontrolelZie hoofdstuk 7 - "Alarmen" — Het wasresultaat is niet bevredigend De sproeikoppen zijn verstopt of de sproeiarmen draaien niet rond De sproeikoppen losdraaien en schoonmaken, de draaias van de sproeiarmen schoonmaken en alles opnieuw monteren in de juiste volgorde.

Vetresten of opgedroogde resten Onvoldoende dosering van het afwasmiddel Filter verstopt Verwijder het lter en maak het schoon onder stromend water met behulp van een borsteltje; vervolgens opnieuw monteren Controleer de temperatuur in de wastank (deze moet tussen 50°C en 60°C liggen) Regel de thermostaat of controleer de functionaliteit van de weerstand De duur van het wasproces is te kort voor dit soort verontreinigingen Probeer voor zover mogelijk de wascyclus te verlengen, anders de cyclus herhalen Het waswater is te vies Laat het water uit de wastank lopen, maak het lter schoon; vul de wastank met schoon water Schuimvorming Het gebruik van ongeschikte producten Gebruik schuimvrije middelen of beperk de dosering Het gebruik van ongeschikte producten Regel de thermostaat of controleer de functionaliteit van de weerstand Glazen en vaatwerk zijn niet voldoende droog Een te lage dosering naspoelmiddel Verhoog de dosering van het naspoelmiddel met behulp van de instelschroef van de dispenser (zie de paragraaf "Naspoelmiddeldispenser") De servieskorf is niet geschikt voor glazen en vaatwerk Gebruik een geschikte servieskorf, die juiste plaatsing van glazen of vaatwerk mogelijk maakt Het vaatwerk is te lang in de afwasmachine gelaten Trek de servieskorf uit de afwasmachine zodra de wascyclus is beëindigd om het drogen van de glazen en het vaatwerk te versnellen De temperatuur van het spoelwater is lager dan 75°C-80°C Controleer de temperatuur van de boiler Ruw en poreus oppervlak van glazen en borden Vervang de glazen en borden door nieuwe Vegen of vlekken op glazen en vaatwerk Te grote hoeveelheid naspoelmiddel Verlaag de dosering van het naspoelmiddel met behulp van de instelschroef van de dispenser (zie het punt "Naspoelmiddeldispenser") Het water bevat te veel kalk Controleer de waterkwaliteit.

De waterhardheid mag niet hoger zijn dan 5°dH Voor apparaten met een onthardingsapparaat: te weinig zout in de container of de hars is niet op de juiste wijze geregenereerd Vul het zout in de container aan (grof zout met korrels van 1-2 mm) en voer een harsregeneratie uit. Indien er ook kalksporen zichtbaar zijn op de behuizing, de functionaliteit van het onthardingsapparaat laten controleren door een vakman. Er bevindt zich zout in de wastank van het apparaat Het apparaat zorgvuldig schoonmaken en omspoelen. Zorg ervoor dat u bij het vullen van de container geen zout morst in de wastank.

Tijdens de wascyclus staat het apparaat plotseling stil Het apparaat is aangesloten op een overbelaste elektriciteitsinstallatie Sluit het apparaat apart aan (neemt contact op met de klantenservice) Er is een zekering van het apparaat gesprongen Controleer de zekeringen (neem contact op met de klantenservice) Pagina 72.

DEEL VOOR DE GEBRUIKER NL Aard van de storing Mogelijke oorzaken Oplossingen Het apparaat stopt tijdens de cyclus en laat water in Het water van de vorige dag is niet vervangen Leeg de wastank en vul hem opnieuw De watertemperatuur in de wastank is te hoog Laat de klantenservice de thermostaat en de drukvoeler controleren De drukvoeler is beschadigd Verkeerd geïnstalleerde overloop De overloop verwijderen en opnieuw op de juiste wijze terugplaatsen De drukverhogingspomp werkt niet zoals hij zou moeten Te lage druk van de watertoevoer Demonteer de buis van de boiler en maak de pomp schoon. Controleer de werking van de pomp P.S.: Bij van andere storingen dient u contact op te nemen met de klantenservice. De producent behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande waarschuwing de technische eigenschappen te wijzigen. Pagina 73

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Bartscher TF401LPW stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden