Bartscher 2959961 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bartscher 2959961 (140 pagina’s), behorend tot de categorie Friteuse. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Bartscher 2959961 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bartscher |
| Categorie: | Friteuse |
| Model: | 2959961 |
Handleiding Bartscher 2959961 – volledige tekst
INDEX A Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud 9 Afvoer van de verbrandingsproducten 13 Algemene aanwijzingen 4 B Beschrijving van de bediening 7 Branderontsteking 7 E Elektrische aansluiting 12 G Gasaansluiting 12 H Het testen 14 Het vervangen van onderdelen 5 I Installatie 11 Installatie van de rookafvoerpijp 12 Instellingen van elektroventiel van het gas 14 M Montage van het apparaat in rij 13 O Ombouw van gastoevoer 13 Omschrijving van het apparaat 4 R Reiniging van de bak 10 Routine-onderhoud 9 S STORINGEN 10 T Tips voor gebruik van het apparaat 9 Typeplaatje 6 U Uitpakken 11 Uitrusting en toebehoren 6 V VEILIGHEID 3 Veiligheidsvoorzieningen 5 Verpakking 11 Vervangen van het mondstuk van de brander 15 Vervangen van het mondstuk van de ontstekingsvlam 15 VERWIJDERING VAN HET APPARAAT 16 3 NEDERLANDS NL 3.
VEILIGHEID Vooraleer het apparaat wordt gebruikt, dient de gebruikshandleiding nauwkeurig te worden gelezen. De handleiding bevat belangrijke informatie betreende veilig gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar deze handleiding zorgvuldig en raadpleeg wanneer nodig. De fabrikant heeft bij het ontwerpen en de fabricage speciaal gezorgd om risico's voor de veiligheid en gezondheid van het personeel tijdens de bediening van het apparaat te voorkomen. Lees aandachtig de instructies in de gebruikshandleiding en alle instructies geplaatst direct op het apparaat. Besteed bijzondere aandacht aan de instructies betreende veiligheid. De ingebouwde veiligheidsvoorzieningen mogen nooit worden aangepast of verwijderd. Het niet navolgen van deze regels kan veiligheids- en gezondheidsrisico van de daar werkende personen opleveren.
Het wordt aanbevolen enige testen uit te voeren om over de plaatsing en de functies van de bedieningselementen kennis te krijgen en vooral over deze die voor aan- en uitschakelen van het apparaat zijn verantwoordelijk.
Het apparaat dient alleen te worden bestemd voor het gebruik waarvoor het ontworpen is; ieder ander gebruik wordt beschouwd als incorrect. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor materiële schaden of schade aan personen veroorzaakt door incorrect of onjuist gebruik van het apparaat. Alle onderhoudswerkzaamheden die een specieke technische kennis of speciale vaardigheden vereisen, worden uitsluitend door gekwaliceerd personeel uitgevoerd. Om de hygiëne te verzekeren en het voedsel tegen verontreiniging te beschermen, moeten de elementen die direct of indirect in contact met het voedsel komen en alle naburige gebieden grondig worden gereinigd. Hiervoor de wasmiddelen gebruiken die voor de voedingsindustrie zijn geschikt, vermijd het gebruik van brandbare of schadelijke stoen.
Zorg ervoor dat na elk gebruik alle branders en bedieningselementen zijn uitgeschakeld en de aansluitkabels zijn losgekoppeld. Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten niet alleen alle aansluitkabels worden afgekoppeld, maar ook alle interne en externe onderdelen ervan grondig gereinigd worden. Om het risico op brand te vermijden, zorg ervoor dat het oliepeil nooit onder het op de bak weergegeven minimumniveau daalt. Het wordt aanbevolen om de olie te veranderen wanneer het donker wordt of rook bij temperaturen 160°C - 180°C ontstaat. Vaak gebruikte olie heeft een laag vlampunt. Neem in acht dat de te natte producten of te grote belasting plotseling koken van de frituurolie veroorzaken. Gebruik oliën of mengsels van oliën die bestemd zijn voor friteuses. Let vooral op de grond naast het apparaat: het kan glad zijn.
Algemene aanwijzingen Deze gebruikshandleiding is door de fabrikant opgesteld om voor bevoegd personeel informatie nodig voor werk met het apparaat te verstrekken. Het wordt aanbevolen dat de geadresseerden van de informatie het zorgvuldig en strikt doorlezen. Door het doorlezen van deze informatie kan het risico voor menselijke gezondheid en veiligheid worden voorkomen. Bewaar deze instructies voor de gehele levensduur van het apparaat op een bekend en goed bereikbare plaats dat wanneer nodig altijd kan worden geraadpleegd. Om belangrijke informaties van de tekst te benadrukken of aandacht op belangrijke gegevens te leggen, worden speciale symbolen gebruikt: Voorzichtig - waarschuwing Het wijst op belangrijke veiligheidsvoorschriften aan. Om de gezondheid en de veiligheid van personen niet in gevaar te brengen en geen schade te veroorzaken, is het juiste gedrag nodig.
Belangrijk Wijst op belangrijke technische informatie die niet onderschat mogen worden. 4. 2. Omschrijving van het apparaat Het apparaat bedoeld als friteuse wordt ontworpen en gefabriceerd voor frituren van voedsel in horeca. Afhankelijk van de vereisten is het verkrijgbaar met één of twee bakken. 1) Bak 2) Inspectieklep 3) Instelbare voeten 4) Gasaansluiting 5) Afvoerpijp: afvoering van verbrandingsgassen 6) Temperatuurregelaar: regelt de olietemperatuur 7) Branderontsteking: piëzo-elektrische ontsteking van de brander 8) Minimale en maximale olieniveau in de bak 1 2 3 4 5 6 7 8 5 NEDERLANDS NL 4. 3. Veiligheidsvoorzieningen Het apparaat is uitgerust met beveiligingssystemen. De guur toont de opstelling van de voorzieningen. A. Veiligheidsthermo-element: blokkeert de gastoevoer als de vlam dooft. B. Veiligheidsthermostaat: blokkeert de gastoevoer bij oververhitting. C.
Indien de veiligheidsthermostaat wordt geactiveerd, dan moet het apparaat zoals aangegeven opnieuw in de beginstand worden gebracht. 1. Laat de olie met ten minste 40 °C afkoelen 2. DOpen de klep ( ). 3. Druk op de knop van de veiligheidsthermostaat (B) om de gastoevoer opnieuw te activeren. 4. DSluit de klep ( ). Bij friteusen met twee bakken dien je, om vast te stellen welke thermostaat geactiveerd is, te controleren welke brander is uitgegaan en de knop van de overeenkomende thermostaat in te drukken. In het apparaat mogen geen voorwerpen opgeslagen worden. 4. 4. Het vervangen van onderdelen Activeer alle aanwezige veiligheidsvoorzie-ningen voordat je een onderdeel vervangt. Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gevaren voor de veiligheid en gezondheid van personen kunnen betekenen, te verhinderen.
Vervang indien nodig versleten onderdelen uitsluitend door originele reserveonderdelen. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade aan personen of onderdelen ontstaan door gebruik van andere dan originele onderdelen of ingrepen aan het apparaat zonder de toestemming van de fabrikant, die de veiligheidsvereisten kunnen veranderen. Veiligheids-voorzieningen ID 02 BA B C D 6 NEDERLANDS NL 4. 5. Typeplaatje Het op de afbeelding weergegeven typeplaatje wordt direct op het apparaat aangebracht. Op het typeplaatje worden alle nodige aanwijzingen en informatie voor gebruiksveiligheid weergegeven. 1) EAN-code 2) Art. -nr. / modelnr. / CE-certificaatnr. 3) Apparaatcategorie / type 4) Aansluitingswaarde / gasverbruik / ingesteld voor gastype 5) Warmtebelasting 6) Productiedatum 7) Serienr. 8) WEEE-symbool 9) CE-conformiteitsmarkering 4. 6.
Afvoerpijprooster Optioneel kan het apparaat worden uitgerust met de volgende accessoires: A. Hoge afvoerpijp type B11 B. Hoge afvoerpijp type B11 met winddichte trekonderbreker C. Kit halve mand D. Gasombouwset B C A F E D C A B 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 7 NEDERLANDS NL 5. GEBRUIK EN WERKING 5. 1. Beschrijving van de bediening. De bedieningselementen van de belangrijkste functies bevinden zich op het bedieningspaneel. A) Temperatuurregelaar: regelt de gastoevoer en verandert daardoor de olietemperatuur. B) Branderregelaar: ontsteekt de hoofdbrander en de bijbehorende ontstekingsvlam of schakelt deze uit. C) Piëzo-elektrische ontsteking: voor het ontsteken van de ontstekingsvlam van de brander. D) Temperatuurcontrolelampje: zolang dit lampje brandt, heeft de olie de ingestelde temperatuur nog niet bereikt, bij het bereiken van de temperatuur, gaat het lampje uit. 5. 2.
Branderontsteking ONTSTEKING A) Open de gaskraan. B) Open de klep. C) B Druk op de regelaar en draai deze naar links (positie ) om de ontstekingsvlam te 1ontsteken; druk gelijktijdig op knop om de Contstekingsvlam te ontsteken. D) BHou regelaar ongeveer 10 seconden lang ingedrukt om het thermoelement op te warmen; laat dan de regelaar los. E) BDruk op de regelaar voor het openen van de gastoevoer van de brander en draai deze naar links (positie ). 2F) Sluit de klep. G) ADraai de regelaar om de gewenste olietemperatuur in te stellen. H) Van zodra de olie de ingestelde tempe-ratuur bereikt heeft, gaat het lampje uit.
B) Open de klep: C) BDruk op de regelaar voor het sluiten van de gastoevoer van de brander en draai deze naar rechts (positie ). 0D) Sluit de klep E) Sluit de gaskraan. F) Bedien de stroomonderbreker van het apparaat om de stroomvoorziening te onderbreken. 5. 3. Vullen en ledigen van de bakken Controleer vóór het vullen van de bak of de aaatkraan gesloten is. A Gebruik het apparaat niet wanneer de oliestand zich onder het op de bak aangeduide minimumniveau bevindt. Er wordt afgeraden het apparaat te gebruiken wanneer de oliestand zich boven het op de bak aangeduide maximumniveau bevindt. Ontsteek de brander nooit als er zich geen olie in de bak bevindt: daardoor kan het apparaat onherstelbaar beschadigd worden. Warm het apparaat nooit op met gesloten deksel. Laat het apparaat 10-15 min. afkoelen voordat je de bak ledigt, zodat de olie afkoelt.
Volg voor het ledigen van de bak de volgende aanwijzingen: A. Open de klep. B. BControleer of de olieopvangcontainer ( ) juist onder de kraan geplaatst is. C. AOpen de kraan ( ). D. BNeem de olieopvangcontainer ( ) uit het apparaat. E. Sluit de klep. Verwijder de olie in overeenstemming met de regelgeving die geldt in het land waar het apparaat wordt gebruikt. ID 05 B Kraan GESLOTEN ID 05 A Kraan OPEN B Maximum-stand Minimum-stand 9 NEDERLANDS NL 5. 4. Tips voor gebruik van het apparaat Indien het apparaat voor langere tijd niet wordt gebruikt, ga dan als volgt te werk: 1. Sluit de gaskraan; 2. Maak het apparaat en de zone daarrond grondig schoon; 3. Breng op de roestvrijstalen oppervlakken een laag vaseline aan; 4. Voer alle onderhoudswerkzaamheden uit; 5. Laat het apparaat onbedekt en de bakken open. Maak de bak na gebruik steeds leeg.
Om normaal gebruik van het apparaat te verzekeren, handel volgens de onderstaande instructies: Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aangegeven accessoires; Gebruik de frituurmandjes op gepaste wijze; Controleer voor het invullen van het bakje of de aftapkraan is gesloten. Zorg ervoor dat het oliepeil nooit onder het gemarkeerde minimum niveau daalt; Controleer bij onderdompeling van het frituurmandje of de olie de ingestelde temperatuur heeft bereikt. Dompel het mandje langzaam om overmatige schuimvorming te vermijden. Filtreer vaak de frituurolie. Tijdens korte pauzes moet de temperatuur worden verlaagd om het verbruik te verminderen en veroudering van de olie te vertragen. Het wordt aanbevolen om de olie te veranderen wanneer het donker wordt of rook bij temperaturen 160 °C - 180 °C ontstaat. Vaak gebruikte olie heeft een laag vlampunt.
Neem in acht dat de te natte producten of te grote belasting het plotselinge koken van de frituurolie veroorzaken. Gebruik nooit het apparaat zonder olie in het bakje. Dit kan leiden tot onherstelbare schade aan het apparaat. Bij het verwarmen van de friteuse verwijder het deksel. 6. REINIGING EN ONDERHOUD 6. 1. Aanwijzingen voor reiniging en onderhoud Activeer alle aanwezige veiligheids-voorzieningen voordat je onderhouds-werkzaamheden uitvoert. Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gevaren voor de veiligheid en gezondheid van personen kunnen betekenen, te verhinderen. 6. 2. Routine-onderhoud Het routine-onderhoud bestaat uit het dagelijks schoonmaken van alle onderdelen die in contact komen met levensmiddelen en het regelmatig onderhoud van de branders, mondstukken en afvoerleidingen.
Zorgvuldig onderhoud verzekert de beste prestaties, een langere levensduur van het apparaat en een goede werking van de veiligheidsvoorzieningen. Richt geen directe waterstralen of hogedrukreiniger op het apparaat. Gebruik voor het schoonmaken van het roestvrij staal geen staalwol, -borstels of -schrapers omdat deze ijzerdeeltjes op de oppervlakte kunnen achterlaten die door oxidatie roest veroorzaken. Gebruik voor het verwijderen van opgedroogde resten spatels van hout of kunststof of zachte schuursponsjes. Als het apparaat voor langere tijd niet wordt gebruikt, dien je vaseline op alle roestvrije oppervlakken aan te brengen en de openingen regelmatig te verluchten. Gebruik geen reinigingsmiddelen die gevaarlijke of voor de gezondheid schadelijke stoen (oplosmiddelen, benzine enz. ) bevatten.
Laat regelmatig de volgende onderhoudswerkzaamheden door gespecialiseerd personeel uitvoeren: controle van de druk en de luchtdichtheid van het systeem; controle van de goede werking van de thermoelementen; controle van de goede werking van de afvoerpijp en eventuele reiniging ervan; controle van de veiligheidsthermostaat. 10 NEDERLANDS NL 6. 3. Reiniging van de bak Ga volgens de onderstaande instructies te werk. 1. Schakel het apparaat uit en laat de olie en het apparaat afkoelen. 2. Maak de bak leeg. (Paragraaf 5. 3) 3. Verwijder en reinig de frituurmanden en de mandhouder. 4. Maak de binnenzijde van de bak schoon met een voor de voedingsindustrie geschikt reinigingsmiddel. 5. Spoel de bak met helder water en ledig deze. 6. Om de resten van het reinigingsmiddel te verwijderen, kan je de bak met een speciale reiniger of een oplossing van water en azijn inspuiten. 7.
Spoel, ledig en droog de bak(ken). Maak de accessoires na gebruik met een geschikte ontvetter schoon. Er wordt aanbevolen de accessoires in een vaatwasmachine te wassen. 7.
STORINGEN De volgende informatie dient voor het herkennen en oplossen van eventuele functiestoringen die zich tijdens het gebruik kunen voordoen. Sommige van deze problemen kunnen door de gebruiker opgelost worden, voor alle andere is preciese vakkennis vereist en geldt dan ook dat deze uitsluitend door gekwaliceerd personeel opgelost mogen worden. Probleem Oorzaken Oplossingsmogelijkheden Gaslucht. Soms ontsnapt gas dor het uitdoven van de vlam. Gaskraan sluiten en vertrek verluchten. De ontstekingsvlam ontsteekt niet. De piëzo-ontstekingsvoorziening werkt niet. Test de werking van de ontstekingsvoorzieningen. Ontsteek de ontstekingsvlam met de hand. Raadpleeg klantenservice. Lucht in de leidingen doordat apparaat voor langere tijd niet werd gebruikt. De ontstekingsvlam gaat steeds opnieuw uit. Het thermoelement is niet heet genoeg. Verleng het ontstekingsproces.
Controleer of de veiligheids-thermostaat in werking is getreden. De ontstekingsvlam brandt, maar de brander ontsteekt niet. Controleer de werkingsthermostaat. Indien het probleem blijft voortduren, raadpleeg dan de klantenservice. De vlam is geel. Brander vuil of afvoerpijp verstopt. Raadpleeg de klantenservice. 11 NEDERLANDS NL 8. INSTALLATIE 8. 1. Verpakking en uitpakken Bij uitpakken en installatie van het apparaat dienen de instructies van de fabrikant worden nageleefd die direct op de verpakking en in deze gebruiksaanwijzing worden omschreven. Voor hijsen en transport van het product is het gebruik van een vorkheftruck of palletwagen aanbevolen waarbij bijzondere aandacht moet op de gelijkmatige gewichtsverdeling worden besteed om het risico van kantelen te voorkomen (het vermijden van overmatige hellingen.
Op de kartonnen doos is aantal symbolen weergegeven die in overeenstemming met de internationale regelgeving over de regels tijdens het laden en het lossen, bij transport en opslag het apparaat informeren. Controleer bij ontvangst of de verpakking volledig is en tijdens het vervoer niet wordt beschadigd. Meld de eventuele schade onverwijld bij de vervoerder. Pak het apparaat zo snel mogelijk uit om te controleren of het niet beschadigd wordt. Een kartonnen doos niet met scherpe gereedschappen open doen. Dit kan schade aan de roestvrij stalen platen binnen de verpakking veroorzaken. Haal de kartonnen verpakking uit het apparaat van boven. Controleer na het uitpakken van het apparaat of de uitrusting met de bestelling overeenkomt. Bij onregelmatigheid informeer onmiddellijk de verkoper. Bewaar het verpakkingsmateriaal (nylon zakjes, piepschuim, nieten,. ) buiten het bereik van kinderen.
Verwijder de beschermende PVC-laag van de binnenste en buitenste oppervlaken. Gebruik hiervoor geen metalen gereedschap. 8. 2. Installatie (onderhoudsmonteur) Het hele installatieproces moet vanaf het begin van de uitvoering goed worden overwogen. De installatieplaats moet van alle toevoeraansluitingen en de afvoerleiding voor productieresten worden voorzien. De plaats moet tevens goed worden verlicht en aan alle hygiënische en sanitaire vereisten volgens de geldende wetgeving voldoen. De installatie moet op een afstand van minstens 5 cm van de wand gebeuren als deze niet tegen een temperatuur van minstens 150 °C bestand is. Plaats het apparaat horizontaal door het instellen van de afzonderlijke stelvoeten. Om de goede werking van het apparaat te garanderen, mag het enkel in permanent verluchte ruimten worden geïnstalleerd en gebruikt.
Het interne gastoevoersysteem en de ruimten waarin het apparaat wordt opgesteld, moeten aan de geldende bepalingen van het land van gebruik voldoen (ministerieel besluit van 12 juli '96 en UNI-CIG 87/23).
Men dient de voor een regelmatige verbranding van het gas aan de branders vereiste lucht-hoeveelheid toe te voeren, d. w. z. ong. 2 kubieke meter per uur per kW geïnstalleerd vermogen. HIER NAAR BOVEN LET OP GLAS TEGEN VOCHT BESCHERMEN ID 06 50 12 NEDERLANDS NL 8. 3. Installatie van de rookafvoerpijp (onderhoudsmonteur) Bij de overhandiging van het apparaat wordt een afvoerpijpverlenging ( ) met afdekking A( ), afvoerpijprooster ( ) en bevestigings-B Cschroeven meegeleverd. De montage gebeurt zoals in de guur wordt weergegeven. Verbind de verlenging ( ) met het uiteinde Avan de afvoerpijp ( ). DPlaats de afdekking ( ) op het oppervlak van Bde bak. Verbind de afdekking ( ) door middel van Bschroeven met de verlenging ( ) in het Abovenste deel. Breng het afvoerpijprooster ( ) aan. C 8. 4. Gasaansluiting (onderhoudsmonteur) De gasaansluiting moet volgens de geldende bepalingen gebeuren.
Voordat je het apparaat aansluit, dien je de specicaties, het gastype, de werkingsdruk en het debiet, die weergegeven worden op het typeplaatje, te controleren. De aansluiting komt tot stand door het verbinden van de aansluitingsslang van het apparaat met de buis van het gasnet. Aan de verbinding moet een afsluitklep worden geïnstalleerd om de gastoevoer indien nodig te kunnen onderbreken. Indien in het gastoevoersysteem aanzienlijke drukschommelingen optreden, dan wordt het gebruik van een drukregelaar aanbevolen. Na de aansluiting dien je te controleren of er eventueel gaslekken zijn. Gebruik nooit open vuur om gaslekken te zoeken. 8. 5. Elektrische aansluiting (onderhoudsmonteur) Sluit de stroomonderbreker op de voedingskabel van het apparaat aan zoals in de guur en op het schakelplan (zie bijlagen) weergegeven wordt. Gebruik kabels van het type H05RN-F.
Afvoer van de verbrandingsproducten Voor de installatie van apparaten van het type " " Ais geen aansluiting op een rookafvoersysteem voorzien, maar een geschikte afvoerkap met veilige werking zodat de verbrandingsproducten naar buiten afgevoerd worden. Installatie onder afvoerkap (A). Plaats het apparaat onder de kap ( ) en monteer 1 aan de afvoeraansluiting van het apparaat een buis met de in de guur weergegeven afmetingen. Het uiteinde van de afvoerleiding moet zich minstens 1,8 meter bevinden boven het oppervlak waarop het apparaat is opgesteld. De gastoevoer van het apparaat moet rechtstreeks met het systeem van gedwongen afvoer verbonden zijn: een verstopping van de afvoerblazer moet de onderbreking van de gastoevoer veroorzaken. De blazer van het afvoersysteem moet automatisch aanslaan als de gaskraan geopend wordt. 8. 7.
Montage van het apparaat in rij Om de apparaten in rij (naast elkaar) te monteren, dien je als volgt te werk te gaan. Demonteer de bedieningspanelen en verwijder indien nodig de afvoerrooster. Gebruik op de aangrenzende zijdelen een afdichtband ( ). ASchuif de apparaten tegen elkaar aan en plaats ze horizontaal (door het instellen van de stelvoeten). Verbind de apparaten met de bevestigingselementen. 8. 8. Ombouw van gastoevoer (onderhoudsmonteur) Het apparaat werd door de fabrikant met het op het typeplaatje weergegeven gas getest. Indien een ander gastype gebruikt wordt, dan dient men als volgt te werk te gaan. 1. ASluit de gaskraan ( ). 2. Vervang het mondstuk van de brander (zie aparte paragraaf). 3. Vervang het mondstuk van de ontstekingsvlam (zie aparte paragraaf). 4. Stel het minimum aan de gaskraan van de brander in (zie aparte paragraaf). 5.
Stel indien nodig de primaire luchttoevoer van de brander af. 6. Verwijder de op het typeplaatje aangebrachte sticker en breng de nieuwe sticker aan, waarop het gebruikte gas wordt weergegeven (positie 13 van het typeplaatje). ID 12 A A B C C 14 NEDERLANDS NL 8. 9.
Het testen (onderhoudsmonteur) Vóór de ingebruikname van het apparaat, dien je het systeem te testen om de werkingsvoorwaarden van elk onderdelen te beoordelen en eventuele onregelmatigheden op te merken. Voer voor het testen de volgende controlehandelingen uit: 1. Open de gaskraan en controleer de luchtdichtheid van de verbindingen; 2. Controleer of de brander goed ontsteekt en gas verbrandt; 3. Controleer en regel indien nodig de gasdruk en het debiet bij minimum en maximum (zie aparte paragraaf); 4. Controleer of het veiligheidsthermo-element goed werkt; 5. Controleer of er geen gaslekken zijn. 9. INSTELLINGEN Activeer alle aanwezige veiligheids-voorzieningen voordat je het apparaat begint in te stellen.
Let er vooral op de gaskraan te sluiten en de toegang tot voorzieningen die, als ze geactiveerd worden, onverwachte gevaren voor de veiligheid en gezondheid van personen kunnen betekenen, te verhinderen. 9. 1. Instellingen van elektroventiel van het gas (onderhoudsmonteur) Deze instelling mag enkel uitgevoerd worden als het gastype dat dient aangesloten te worden, afwijkt van het testgastype, waarvoor de toevoerombouw werd uitgevoerd. Vóór het uitvoeren van deze instelling dient gecontroleerd te worden of de gasdruk overeenstemt met de waarde van de aan het gastype beantwoordende nominale druk (zie bijgevoegde tabel). Ga hiervoor als volgt te werk. 1. Sluit de gaskraan. 2. Open de klep. 3. Schroef de schroef van de drukaansluiting "OUT" (A) eruit en sluit de manometer aan. 4. BSchroef de dop ( ) af. 5. Open de gaskraan. 6.
Ontsteek de brander en stel de schroef B zo in dat op de manometer de in de tabel (zie bijlagen) weergegeven druk aangeduid wordt. Controleer of de vlam stabiel is. Breng na de instelling een laag lak aan op de schroef zodat deze niet lost. 7. Schakel de brander uit, verwijder de manometer en breng het apparaat opnieuw in de beginstand. A B 15 NEDERLANDS NL 9. 2.
Vervangen van het mondstuk van de brander (onderhoudsmonteur) Ga hiervoor als volgt te werk. Sluit de gaskraan. Open de klep ( ). A Vervang het mondstuk ( ) door een die voor Bhet type gebruikt gas geschikt is (zie bijlagen). Breng het apparaat op het einde opnieuw in de beginstand. Sluit de klep. 9. 3. Vervangen van het mondstuk van de ontstekingsvlam (onderhoudsmonteur) Ga hiervoor als volgt te werk. Sluit de gaskraan Open de klep ( ). A De ontstekingsvlam bevindt zicht naast de brander. Schroef de dop ( ) af. B Trek mondstuk eruit en vervang dit Cmondstuk door een dat voor het type gebruikt gas geschikt is (zie bijgevoegde tabellen). Breng de dop opnieuw aan en breng het apparaat opnieuw in de beginstand. Sluit de klep. ID 18 A B C A ID 17 B 16 NEDERLANDS NL 10.
VERWIJDERING VAN HET APPARAAT Het apparaat is in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG, WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT (WEEE) gekenmerkt. Door de verwijdering van het product op de juiste manier draagt de gebruiker bij om potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen. Het symbool op het product of op de meegeleverde documentatie informeert dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld maar het moet in een bepaalde inzamelpunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparaten worden geleverd. Neem de plaatselijke regelgeving in acht voor het verwijderen van afval. Voor meer informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product, neem contact op met de gemeente, het afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar het product wordt gekocht. 1 POLSKI PL 1. SPIS TRE CI Ś1. SPIS TRE CI. 1Ś 2.
DE FABRIKANT BEHOUDT ZICH HET RECHT VOOR OM DE KENMERKEN VAN DE TOESTELLEN DIE IN DEZE PUBLICATIE WORDEN VOORGESTELD TE WIJZIGEN ZONDER VOORAF TE VERWITTIGEN. ZGODNIE Z PRZEPISAMI PRAWNYMI NINIEJSZA INSTRUKCJA JEST NASZ WŁASNO CI Ą Ś ĄI Z TEGO POWODU NIE MO E BY BEZ NASZEJ ZGODY POWIELANA I / LUB PRZEKAZYWANA Ż ĆW JAKEJKOLWIEK FORMIE OSOBOM TRZECIM. PL IT DE PT NL ES FR GB.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bartscher 2959961 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Friteuse Bartscher
Handleiding Friteuse
Nieuwste handleidingen voor Friteuse