Bartscher 1152113 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bartscher 1152113 (19 pagina’s), behorend tot de categorie Friteuse. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Bartscher 1152113 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bartscher |
| Categorie: | Friteuse |
| Model: | 1152113 |
Handleiding Bartscher 1152113 – volledige tekst
1PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN 2. RESTRISICO. 3ALGEMENE INFORMATIE. 41 GEGEVENS VAN HET APPARAAT 4. 2 ALGEMENE AANWIJZINGEN. 4AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR. 4AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER. 4AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR. 4AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING. 53 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGEN 5. 4 VERWERKING TOT AFVAL VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAAT 5. 5 GEVAREN DIE TE WIJTEN ZIJN AAN HET LAWAAI 5. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE. 5AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR. 56 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTEN 5. 7 VERPLAATSEN. 58 UITPAKKEN. 59 PLAATSING. 510 DAMPAFVOERSYSTEEM. 611 AANSLUITINGEN. 612 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS. 613 INBEDRIJFSTELLING. 7INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK. 7AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER. 7GEBRUIK VAN DE FRITEUSE. 7GASFRITEUSES. 8ELEKTRISCHE FRITEUSES. 814 PERIODEN WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKT. 8INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING.
2PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELENBeschermendekledingVeiligheids-schoenen Handschoenen Veiligheidsbril Gehoorbeschermers Gelaatsmasker HelmTransportXVerplaatsing XUitpakken XMontageXNormaal gebruik X X X (*)Afstellingen XGewone reiniging XBuitengewonereinigingX XOnderhoud X X (*)DemontageXSlopen XX (*)Het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen door bedieners, gespecialiseerde monteurs of personen die het apparaat gebruiken, kan blootstelling aan chemische gevaren of eventuele gezondheidsschade veroorzaken.Hieronder vindt u een overzichtstabel van de Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) die tijdens de verschillende levensfasen van het apparaat moeten worden gebruikt.FaseVEREISTE PBM’SBESCHIKBARE OF ZO NODIG TE GEBRUIKEN PBM’SNIET-VEREISTE PBM’S(*) Tijdens het normale gebruik en het onderhoud moeten hittebestendige handschoenen worden gebruikt om de handen te beschermen wanneer de bediener het apparaat of hete bereidingsmiddelen (olie, water, damp, enz.) aanraakt.
3RESTRISICORESTRISICO GEVAARLIJKE SITUATIE WAARSCHUWINGUitglijden of vallen De bediener kan uitglijden door de aanwezigheid van water of vuil op de vloer. Draag tijdens het gebruik van het apparaat persoonlijke beschermingsmiddelen tegen uitglijden. Brandwonden De bediener raakt doelbewust delen van het apparaat aan. Draag tijdens het gebruik van het apparaat hittebeschermende persoonlijke beschermingsmiddelen. Brandwonden De bediener raakt doelbewust hete bereidingsmiddelen aan (olie, water, damp,. ). Draag tijdens het gebruik van het apparaat hittebeschermende persoonlijke beschermingsmiddelen. Elektrische schok (Elektrocutie)Contact met elektrische onderdelen onder spanning tijdens de onderhoudswerkzaamheden die worden uitgevoerd terwijl er spanning op de schakelkast staat.
De bediener gaat liggend op de grond te werk (met een elektrisch gereedschap of zonder de voedingspanning van de machine uit te schakelen) terwijl het vloeroppervlak nat is. Het onderhoud van het apparaat mag alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd dat is uitgerust met persoonlijke beschermingsmiddelen tegen elektrocutie. Elektrische schok (Elektrocutie)Elektrocutie veroorzaakt door een storing van het aardingssysteem of van de elektrische beveiligingssystemen. Installeer bovenstrooms van het apparaat beveiligingssystemen die aan de geldende voorschriften voldoen. Vallen van hoogteDe bediener werkt aan de machine met ongeschikte systemen voor toegang tot de bovenkant (bijv. ladders of hij klimt op de machine). De bediener werkt niet aan de machine met ongeschikte systemen voor toegang tot de bovenkant (bijv. ladders of hij klimt op de machine).
Kantelen van lasten Verplaatsing van het apparaat of van een deel ervan zonder geschikte middelen. Tijdens de verplaatsing van het apparaat of van de verpakking moeten geschikte accessoires of hefsystemen worden gebruikt. ChemischDe bediener komt in aanraking met chemische stoffen (bijv. : schoonmaakmiddelen, ontkalkingsmiddelen, enz.
)Gebruik de juiste veiligheidsmaatregelen. Raadpleeg altijd de veiligheidsbladen en de etiketten van het gebruikte product. Draag de persoonlijke beschermingsmiddelen die in de veiligheidsbladen zijn aanbevolen. SnijwondenEr kunnen snijwonden ontstaan door zich tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de interne delen van het machineframe te snijden. Het onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel dat is uitgerust met persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen tegen snijwonden en kleding die de onderarm bedekt). BeknellingHet personeel kan de vingers/hand beknellen bij de verplaatsing van beweegbare delen. Het onderhoud mag alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd dat is uitgerust met persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen). Ergonomisch De bediener werkt aan het apparaat zonder de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen.
De bediener moet aan het apparaat werken terwijl hij is uitgerust met persoonlijke beschermingsmiddelen. De machine vertoont risico’s die niet volledig zijn weggenomen door het ontwerp of door de installatie van geschikte beschermingen. Om de klant volledig te informeren worden hieronder de restrisico’s vermeld die op de machine blijven bestaan: een dergelijk gedrag is niet correct en is dus streng verboden.
4ALGEMENE INFORMATIEIn dit hoofdstuk wordt de algemene informatie gegeven waar-van alle gebruikers van deze handleiding kennis moeten ne-men. De specieke informatie voor elke gebruiker van deze handleiding wordt vermeld in de hoofdstukken erna ('IN-STRUCTIES VOOR. ' ). 1 GEGEVENS VAN HET APPARAAT• Het gegevensplaatje van het apparaat bevindt zich aan de binnenkant van het bedieningspaneel. • Het model en het serienummer van het apparaat staan ver-meld op de labels en op de verpakking. 2 ALGEMENE AANWIJZINGENDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR• Lees deze handleiding aandachtig door. Hierin vindt u be-langrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
• De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwaliceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Stel het model van het apparaat vast. Het model staat aan-gegeven op de verpakking en op het typeplaatje van het ap-paraat. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. • Dit type apparaten is bestemd voor commercieel gebruik, bijvoorbeeld in keukens van restaurants, kantines, ziekenhui-zen en commerciële bedrijven, zoals bakkerijen, slagerijen, enz. , maar is niet bestemd voor continue massaproductie van voedsel.
Hierin vindt u belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • Bewaar deze handleiding op een veili-ge, bekende plaats zodat u deze te allen tijde kunt raadplegen zolang het apparaat meegaat. • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het onderhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwali-ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veiligheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabrikant erkende technische centra en vraag om het gebruik van origi-nele onderdelen. • Laat minstens tweemaal per jaar on-derhoud plegen aan het apparaat. Ge-adviseerd wordt om een onderhoudscon-tract af te sluiten.
• Het apparaat is bestemd voor professio-neel gebruik en moet worden bediend door goed opgeleid personeel. • Het apparaat is bestemd voor het berei-den van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander ge-bruik is oneigenlijk. • Laat het apparaat niet gedurende lange perioden leeg werken. Voor het gebruik moet het apparaat worden voorverwarmd. • Houd het apparaat in het oog tijdens de werking. • In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de hoofdscha-kelaar van de elektrische voeding, die bo-venstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld. • Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk 'INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING'. • Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het apparaat. BRANDGEVAAR. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
• Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. • Gebruik geen ontvlambare reinigingspro-ducten. AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR• Lees deze handleiding aandachtig door.
Hierin vindt u be-langrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwaliceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding.
5• Stel het model van het apparaat vast. Het model staat aan-gegeven op de verpakking en op het typeplaatje van het ap-paraat. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING• Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon. • Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-al per jaar schoonmaken door een bevoegd technicus. • Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk of met stoomreinigers• Gebruik geen bijtende producten om de vloer of het opper-vlak onder het apparaat schoon te maken.
• Behuizing en vlamverdelers van de branders van de ko-okplaat niet in de vaatwasmachine wassen. • Gebruik geen ontvlambare reinigingsproducten. 3 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGENVEILIGHEIDSTHERMOSTAATDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt. • Het apparaat kan weer in werking worden gesteld door de herstelknop van de thermostaat in te drukken. Dit mag uitslu-itend worden gedaan door een gekwaliceerd, geautoriseerd technicus. 4 VERWERKING TOT AFVAL VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAATVERPAKKINGDe verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen.
APPARAATHet apparaat bestaat voor meer dan 90% van zijn gewicht uit recyclebare metalen materialen (roestvrij staal, gealumineerd staal, koper. ). Het apparaat moet worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende voorschriften. • Niet achterlaten in het milieu. • Maak het apparaat onbruikbaar voordat het wordt afgevoerd. 5 GEVAREN DIE TE WIJTEN ZIJN AAN HET LAWAAI• Bij luchtgeluidsemissies is het A-gewogen geluidsdrukniveau lager dan 70 dB (A). INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIEAANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEURDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Lees deze handleiding aandachtig door. Hierin vindt u be-langrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
• De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwaliceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Stel het model van het apparaat vast. Het model staat aan-gegeven op de verpakking en op het typeplaatje van het ap-paraat. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. 6 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTENInstalleer het apparaat overeenkomstig de geldende veili-gheidsnormen. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende voor-schriften.
7 VERPLAATSENDe waarschuwingsmarkeringen op de verpakking geven de voorschriften aan die in acht moeten worden genomen om te garanderen dat het apparaat tijdens de verplaatsing niet be-schadigd wordt. Het apparaat mag uitsluitendmet geschikte middelen worden verplaatst.
Bij gebruik van hefsystemen, zo-als vorkheftrucks en dergelijke toestellen, moet worden gecon-troleerd of het apparaat een stabiel evenwicht heeft. 8 UITPAKKENControleer de conditie van de verpakking. Als deze zichtbaar beschadigd is, moet de expediteur worden gevraagd om een inspectie van de goederen. • Verwijder de verpakking. • Verwijder de beschermfolie van de binnen- en buitenpanelen. Eventuele lijm die hierop achterblijft kunt u verwijderen met een geschikt oplosmiddel. 9 PLAATSING• De totale afmetingen van het apparaat en de positie van de aansluitingen worden gegeven in het installatieschema aan het begin van deze handleiding. • Het apparaat kan afzonderlijk of in combinatie met andere apparaten uit de dezelfde productenreeks worden geïnstal-leerd. • Het apparaat is niet geschikt voor inbouw. • Plaats het apparaat op een afstand van minstens 10 cm tot aangrenzende wanden.
Deze afstand mag kleiner zijn als de wanden niet brandbaar zijn of een hitte-isolatie hebben. MONTAGE VAN HET APPARAAT OP DE BASISVolg de instructies die worden gegeven bij het gebruikte type ondersteuning.
6VERBINDING VAN APPARATEN• Plaats de apparaten naast elkaar en stel de bovenbladen op dezelfde hoogte af. • Verbind de apparaten met speciale naadafdekkingen die op aanvraag worden geleverd10 DAMPAFVOERSYSTEEMMaak de dampafvoer afhankelijk van het 'type' apparaat. Het 'type' staat vermeld op de typeplaat van het apparaat. APPARATUUR TYPE 'A1'• Plaats apparatuur van het type 'A1' onder een afzuigkap om ervoor te zorgen dat rook en dampen die tijdens de voedsel-bereiding ontstaan worden afgevoerd. APPARATUUR TYPE 'B21'• Plaats apparatuur van het type 'B21' onder een afzuigkap. APPARATUUR TYPE 'B11’• Monteer boven apparatuur van het type 'B11' een geschikt rookkanaal, dat kan worden besteld bij de fabrikant van de apparatuur. Volg de bij het rookkanaal geleverde montage-instructies op.
• Verbind een buis met een diameter van 150/155 mm, be-stand tegen een temperatuur van 300°C, met het rookkanaal. • Leid deze naar buiten of naar een schoorsteen waarvan u zeker weet dat hij goed functioneert. De buis mag niet langer zijn dan 3 meter. 11 AANSLUITINGENDe positie en de afmeting van de aansluitingen worden vermeld in het installatieschema aan het begin van deze handleiding. VERBINDING MET DE GASLEIDINGControleer of het apparaat geschikt is voor het type gas waar-mee het zal worden gevoed. Controleer wat er wordt aange-geven op de labels op de verpakking en op het apparaat. Pas het apparaat indien nodig aan het gebruikte type gas aan. Volg de instructies in de paragraaf 'Aanpassing aan een ander type gas' verderop in deze handleiding op. • Installeer bovenstrooms van het apparaat, op een gemakke-lijk te bereiken plaats, een kraan om het gas snel te kunnen afsluiten.
• Gebruik geen aansluitleidingen met een kleinere diameter dan die van de gasaansluiting van het apparaat. • Controleer na de aansluiting of er geen lekken zijn op de ver-bindingspunten.
12 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GASIn de tabel T1 worden, per land van bestemming, weergege-ven:• de gastypen die kunnen worden gebruikt om het apparaat te laten werken. • de inspuiters en de instellingen voorelk gastype dat kan wor-den gebruikt. Bij de inspuiters is het getal dat wordt vermeld in de tabel T1 in het lichaam van de inspuiter zelf gestanst. Om het apparaat aan te passenaan het type gas waarmee het zal worden gevoed, moeten de aanwijzingen van de tabel T1 worden opgevolgd enmoeten de volgende handelingen wor-den verricht:• De inspuiter van de hoofdbrander (UM) vervangen. • De beluchter van de hoofdbrander op de afstand A plaatsen. • De inspuiter van de waakvlambrander (UP) vervangen. • De lucht van de waakvlambrander regelen (indien nodig). • De minimum-inspuiter van de gaskraan (Um) vervangen. • De sticker van het nieuwe gastype op het apparaat aanbrengen.
De inspuiters en stickers worden bij het appa-raat geleverd. VERVANGING VAN DE INSPUITER VAN DE HOOFDBRAN-DER EN REGELING VAN DE PRIMAIRE LUCHT. • Draai de schroef V los. • Demonteer de inspuiter UM (samen met de beluchter Z) en vervang hem door de inspuiter die wordt aangegeven in de tabel T1. • Schroef de inspuiter UM( samen met de beluchter Z ) hele-maal vast. • Plaats de beluchter Z op de afstand A die wordt aangegeven in de tabel T1. • Draai de schroef V helemaal vast. VERVANGING VAN DE INSPUITER VAN DE WAAKVLAM-BRANDER• Schroef het verbindingsstuk R los. • Demonteer de inspuiter UP en vervang hem door de inspuiter die wordt aangegeven in de tabel T1.
7• Schroefhet verbindingsstuk R helemaal vast. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 13 INBEDRIJFSTELLINGZie het hoofdstuk 'INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD'. INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIKAANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKERDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Lees deze handleiding aandachtig door. Hierin vindt u belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • Bewaar deze handleiding op een veili-ge, bekende plaats zodat u deze te allen tijde kunt raadplegen zolang het apparaat meegaat.
• De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het onderhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwali-ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veiligheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabrikant erkende technische centra en vraag om het gebruik van origi-nele onderdelen. • Laat minstens tweemaal per jaar on-derhoud plegen aan het apparaat. Ge-adviseerd wordt om een onderhoudscon-tract af te sluiten. • Het apparaat is bestemd voor professio-neel gebruik en moet worden bediend door goed opgeleid personeel. • Het apparaat is bestemd voor het berei-den van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander ge-bruik is oneigenlijk. • Laat het apparaat niet gedurende lange perioden leeg werken.
Voor het gebruik moet het apparaat worden voorverwarmd. • Houd het apparaat in het oog tijdens de werking. • In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de hoofdscha-kelaar van de elektrische voeding, die bo-venstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld.
• Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk 'INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING'. • Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het apparaat. BRANDGEVAAR. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. • Gebruik geen ontvlambare reinigingspro-ducten. • Er wordt geadviseerd om persoonlijke be-schermingsmiddelen te dragen, omdat het hete voedsel kan opspatten. • Tijdens de werking van het apparaat be-staat de mogelijkheid dat de omliggende vloer glad wordt. Let hierop en gebruik ge-schikte middelen om niet te vallen. • Let er bij de verplaatsing van accessoires (bijv. pannen) en beweegbare delen van het apparaat op om een correcte houding aan te nemen.
• Dit type apparaten is bestemd voor com-mercieel gebruik, bijvoorbeeld in keukens van restaurants, kantines, ziekenhuizen en commerciële bedrijven, zoals bakke-rijen, slagerijen, enz. , maar is niet be-stemd voor continue massaproductie van voedsel. GEBRUIK VAN DE FRITEUSEAANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK• Het apparaat is bestemd voor het frituren van voedsel in olie of in hard vet. • Doe geen omvangrijk voedsel, of voedsel dat niet uitgedro-pen is, in het apparaat, aangezien dit hete oliespatten en overlopen van de olie uit de bak tot gevolg kan hebben. • Vul de hoeveelheid olie telkens aan wanneer deze onder het minimumniveau daalt dat wordt aangegeven door het refe-rentieteken (brandgevaar). Verzeker u ervan dat er geen wa-ter in de bak zit, voordat u er olie in giet.
8• Giet olie in de bak tot aan het maximumniveau dat wordt aan-gegeven door het referentieteken op de achter-/zijwand van de bak. • Als er hard vet wordt gebruikt, moet dit eerst worden gesmol-ten voordat het in de bak mag worden gegoten. Laat na de bereiding geen vet in de bak achter. • Dompel de mand met het te frituren voedsel voorzichtig on-der in de kokende olie, en let erop dat het schuim dat ontstaat niet overloopt uit de bak. Gebeurt dit toch, dan moet de mand enkele seconden uit de olie worden gehaald. • Schakel de verwarming niet in als er geen olie in de bak is. • Wanneer de verhitting geactiveerd is, moet het olieniveau in de bak minstens op het minimumniveau staan dat wordt aan-gegeven op de achterwand van de bak.
• Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt. • Let vooral op het feit dat oude of vuile olie of vet een lage ontbrandingstemperatuur heeft en bovendien gemakkelijk plotseling kan gaan koken waardoor het geproduceerde schuim over de rand loopt. VULLEN EN LEGEN VAN DE BAKVullen• Draai de handgreep van de afvoerklep. • Vul de bak totdat de olie minstens ter hoogte van het teken van het minimumniveau (d. w. z. het laagste teken) staat dat aanwezig is op de achterwand van de bak. Legen• Schakel de verhitting uit. • Wacht tot de olie koud is. • Sluit de verlenging (indien aanwezig) aan op de afvoerklep. • Zet een geschikte bak klaar om de afgevoerde olie in op te vangen. • Draai de handgreep van de afvoerklep langzaam. Doe dit met grote aandacht.
• Druk de knop helemaal in en ontsteek de waakvlam met behulp van de drukknop van de piëzo-elektrische ontsteker. • Houd de knop ongeveer 20 seconden ingedrukt en laat hem dan los. Als de waakvlam uitgaat, moet de handeling worden herhaald. • De waakvlam is te zien als het deurtje open is. • De waakvlam kan worden aangestoken door er een vlam bij te houden. Ontsteking van de hoofdbrander• Draai de knop op de stand van de gewenste bereidingstem-peratuur. UitzettenOm de hoofdbrander uit te zetten, draait u de knop op stand ' '. Om de waakvlambrander uit te zetten, drukt u de knop in en draait u hem op de stand ' '.
ELEKTRISCHE FRITEUSESDe bedieningsknop van de thermostaat kan in de volgende standen worden gebruikt:0 Uit90 Hoogste bereidingstemperatuur120-150 Tussenliggende temperaturen180 Hoogste bereidingstemperatuurAanzetten• Draai de thermostaatknop op de stand van de gewenste be-reidingstemperatuur. • Het gele controlelampje gaat branden. • Als het gele controlelampje uitgaat, is de ingestelde tempe-ratuur bereikt. Uitzetten• Draai de thermostaatknop in de stand “ 0 ”. • Het gele controlelampje gaat uit. 14 PERIODEN WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKTDoe het volgende als het apparaat langere tijd niet zal worden gebruikt:• Maak het apparaat grondig schoon. • Wrijf alle roestvrijstalen oppervlakken in met een doek met vaselineolie, zodat er een beschermend laagje wordt aan-gebracht. • Laat de deksels open staan. • Draai de kranen dicht en schakel de hoofdstroomschakelaar uit.
Doe het volgende als het apparaat lange tijd niet is gebruikt:• Controleer het apparaat, alvorens het weer te gebruiken. • Laat elektrische apparaten gedurende minstens 60 minuten op de laagste temperatuur functioneren. INSTRUCTIES VOOR DE REINIGINGAANWIJZINGEN VOOR DE REINIGINGDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.
• Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit (indien aanwezig), alvorens enige handeling te verrichten. • Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon. • Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-al per jaar schoonmaken door een bevoegd technicus.
9• Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk of met stoomreinigers• Gebruik geen bijtende producten om de vloer of het opper-vlak onder het apparaat schoon te maken. • Behuizing en vlamverdelers van de branders van de ko-okplaat niet in de vaatwasmachine wassen. • Gebruik geen ontvlambare reinigingsproducten. GESATINEERDE OPPERVLAKKEN VAN ROESTVRIJ STA-AL• Maak de oppervlakken schoon met een doek of spons met water en gewone, niet-schurende reinigingsmiddelen. Wrijf de doek in de richting van de satinering. Spoel de doek vaak uit en maak het apparaat goed droog. • Gebruik geen schuursponzen of andere voorwerpen van ijzer. • Gebruik geen chemische producten die chloor bevatten. • Gebruik geen scherpe voorwerpen die de oppervlakken kun-nen krassen of beschadigen.
BEREIDINGSBAKKEN• Maak de bakken schoon door het water aan de kook te bren-gen, en voeg hieraan eventueel ontvettende producten toe. • Verwijder eventuele kalkafzettingen met geschikte producten. FILTERSDoor olielters te gebruiken wordt de levensduur verlengd en wordt, bij hergebruik, een betere bereiding van het voedsel gewaarborgd. Haal het lter uit zijn behuizing om het schoon te maken: als het lter vuil is met vet, moet het worden afge-wassen met een ontvettende zeep waarna het afgespoeld en afgedroogd moet worden. Breng het lter daarna weer in zijn zitting aan. Vervang het lter wanneer de kwaliteit ervan ver-slechterd is. INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUDAANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEURDe fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.
• Lees deze handleiding aandachtig door. Hierin vindt u be-langrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
• Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit (indien aanwezig), alvorens enige handeling te verrichten. • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwaliceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Stel het model van het apparaat vast. Het model staat aan-gegeven op de verpakking en op het typeplaatje van het ap-paraat. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GASZie het hoofdstuk 'Instructies voor de installatie’.
INBEDRIJFSTELLINGNa de installatie, aanpassing aan een ander gastype of on-derhoudswerkzaamheden moet de werking van het apparaat worden gecontroleerd. In het geval van storingen moet de pa-ragraaf'Oplossen van storingen', verderop in deze handleiding worden geraadpleegd. GASAPPARATENStel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-ofdstuk 'INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK', en controleer het volgende:• de voedingsdruk van het gas (zie de volgende paragraaf). • de ontsteking van de branders en de goede werking van het dampafvoersysteem. CONTROLE VAN DE VOEDINGSDRUK VAN HET GAS• Gebruik een manometer met een resolutie van minstens 0,1 mbar. • Demonteer het bedieningspaneel. • Verwijder de afdichtingsschroef van de drukaansluiting PP en verbind de manometer. • Voer de meting uit terwijl het apparaat in werking is. LET OP.
Als de voedingsdruk van het gas niet binnen de limie-ten (Min. - Max. ) valt die worden aangegeven in de tabel T2, moet de werking van het apparaat worden gestopt en moet u contact opnemen met het gasbedrijf.
• Maak de manometer los en draai de afdichtingsschroef weer helemaal in de drukaansluiting. ELEKTRISCHE APPARATENStel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-ofdstuk 'INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK', en controleer het volgende:• de stroomwaarden van elke fase. • de inschakeling van de verwarmingselementen. 15 OPLOSSEN VAN STORINGENGASFRITEUSESDe waakvlambrander ontsteekt nietMogelijke oorzaken:• De voedingsdruk van het gas is onvoldoende. • De leiding of de inspuiter is verstopt. • De gaskraan of de gasklep is defect. • De ontstekingsbougie is niet goed verbonden of defect. • De ontsteker of de bougiekabel is defect. • De veiligheidsthermostaat is defect. De waakvlambrander blijft niet branden of gaat uit tijdens het gebruikMogelijke oorzaken:• De voedingsdruk van het gas is onvoldoende.
• De gaskraan of de gasklep is defect. • Het thermokoppel is defect of onvoldoende verhit. • Het thermokoppel is niet goed verbonden met de kraan of de gasklep. • De knop van de kraan of de gasklep wordt onvoldoende in-gedrukt. • De veiligheidsthermostaat is defect.
10De hoofdbrander ontsteekt niet (ook al brandt de waakvlam)Mogelijke oorzaken:• De voedingsdruk van het gas is onvoldoende. • De leiding of de inspuiter is verstopt. • De gaskraan of de gasklep is defect. • De brander is defect (uitgangsopeningen van het gas ver-stopt). De verwarming kan niet worden geregeldMogelijke oorzaken:• De gasklep is defect. ELEKTRISCHE FRITEUSESHet apparaat wordt niet warm. Mogelijke oorzaken:• De regelthermostaat van de temperatuur is defect. • De verwarmingselementen zijn defect. • De veiligheidsthermostaat is geactiveerd. De verwarming kan niet worden geregeldMogelijke oorzaken:• De regelthermostaat van de temperatuur is defect. 16 VERVANGING VAN ONDERDELENAANWIJZINGEN VOOR DE VERVANGING VAN ONDER-DELEN. • Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit (indien aanwezig), alvorens enige handeling te verrichten.
• Controleer telkens wanneer er een onderdeel van het gascir-cuit vervangen is of er geen lekken zijn op de verbindingspun-ten met het circuit zelf. • Controleer na de vervanging van een onderdeel van het elektrische circuit of de verbinding met de bedrading in orde is. Vervanging van de olieaftapkraan • Demonteer het bedieningspaneel. • Verwijder de bodem van het apparaat. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. GASFRITEUSESVervanging van de gasklep en de klep van de veiligheids-thermostaat. • Tap alle olie af uit de bak. • Demonteer het bedieningspaneel. • Verwijder de bodem van het apparaat. • Draai de blokkeermoer in de bak los. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Vervang de O-ring van de sonde/bol in de bak. • Monteer alle onderdelen weer.
• Verwijder de bodem van het apparaat. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. ELEKTRISCHE FRITEUSESVervanging van de regelthermostaat en de veiligheidsther-mostaat. • Tap alle olie af uit de bak. • Demonteer het bedieningspaneel. • Draai de blokkeermoer op de ens van het verwarmingsele-ment los. • Maak de volg van de te vervangen thermostaat vrij die met een verende klem is bevestigd tussen de verwarmingsele-menten. • Maak de elektrische verbindingen met de andere inrichtingen los. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Vervang de O-ring van de sonde/bol in de bak. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van het verwarmingselement• Tap alle olie af uit de bak.
• Verwijder het bedieningspaneel en het bovendeksel dat de bedrading van de verwarmingselementen beschermt. • Maak de bollen van de thermostaten los die tussen de verwarmingselementen gemonteerd zijn. • Maak de elektrische verbindingen met de andere inrichtingen los. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 17 REINIGING VAN DE INWENDIGE DELEN• Controleer de conditie van de inwendige delen van het ap-paraat. • Verwijder eventuele vuilafzettingen. • Controleer het dampafvoersysteem en maak het schoon. 18 BELANGRIJKSTE ONDERDELENGASFRITEUSES• Gasklep• Hoofdbrander• Waakvlambrander• Thermokoppel• Ontstekingsbougie• Piëzo-elektrische ontsteker• VeiligheidsthermostaatELEKTRISCHE FRITEUSES• Veiligheidsthermostaat• Regelthermostaat• Verwarmingselement.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bartscher 1152113 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Friteuse Bartscher
Handleiding Friteuse
Nieuwste handleidingen voor Friteuse