Bartscher 115204 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Bartscher 115204 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Friteuse. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Bartscher 115204 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Bartscher |
| Categorie: | Friteuse |
| Model: | 115204 |
Handleiding Bartscher 115204 – volledige tekst
44ALGEMENE INFORMATIE. 451 GEGEVENS VAN HET APPARAAT. 452 ALGEMENE AANWIJZINGEN. 45AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR. 45AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER. 45AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR. 45AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING. 453 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGEN. 454 AFVOER VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAAT ALS AFVAL. 46INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE. 46AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR. 465 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTEN. 466 UITPAKKEN. 467 PLAATSING. 468 DAMPAFVOERSYSTEEM. 469 VERBINDINGEN. 4610 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS. 4711 INBEDRIJFSTELLING. 47INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK. 47AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER. 4712 GEBRUIK VAN DE FRITEUSE. 4812. 1 GASFRITEUSES. 4812. 2 ELEKTRISCHE FRITEUSES. 4813 PERIODES WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKT. 48INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING. 49AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING. 49INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD.
4545 ALGEMENE INFORMATIE In dit hoofdstuk wordt de algemene informatie gegeven waar-van alle gebruikers van deze handleiding kennis moeten ne-men. De specifi eke informatie voor elke gebruiker van deze handleiding wordt vermeld in de hoofdstukken erna (“IN-STRUCTIES VOOR. " ). 1 GEGEVENS VAN HET APPARAAT • Het plaatje met de gegevens van het apparaat zit aan de binnenkant van het bedieningspaneel. • Het model en het serienummer van het apparaat staan ook vermeld op de labels onder het merk en op de verpakking. 2 ALGEMENE AANWIJZINGEN De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.
AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • Bewaar deze handleiding op een veilige, bekende plaats, om haar altijd te kunnen raadplegen zolang het apparaat mee-gaat.
• De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabri-kant erkende technische centra, en sta op het gebruik van originele vervangingsonderdelen. • Laat minstens tweemaal per jaar onderhoud plegen op het apparaat. Geadviseerd wordt om een onderhoudscontract af te sluiten. • Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en moet worden bediend door opgeleide personen. • Het apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander gebruik is oneigenlijk. • Laat het apparaat niet gedurende lange periodes leeg werken.
Voor het gebruik moet het apparaat worden voor-verwarmd. • Houd het apparaat tijdens de werking in het oog. • In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de ho-ofdschakelaar van de elektrische voeding, die bovenstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld. • Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING". • Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het appa-raat. BRANDGEVAAR. • De kinderen zouden moeten worden gecontroleerd om ervo-or te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
• Dit toestel is niet voorgenomen voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysieke, sen-sorische of geestelijke mogelijkheden, of onervarenheid en kennis, tenzij zij supervisie of instructie betreffende gebruik van het toestel door een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid zijn gegeven. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.
• Maak de oppervlakken schoon met geen ontvlambare ma-terialen. AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar.
AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING • Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon. • Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-al per jaar schoonmaken door een geautoriseerd technicus. • Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk. • Gebruik geen bijtende producten om de vloer onder het ap-paraat schoon te maken. • Maak de oppervlakken schoon met geen ontvlambare ma-terialen. 3 VEILIGHEIDS- EN CONTROLEVOORZIENINGEN VEILIGHEIDSTHERMOSTAAT De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen.
• Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt. • Om de werking van het apparaat te hervatten moet de re-setknop van de thermostaat worden ingedrukt.
46 OLIEAFTAPKRAAN • Het apparaat heeft een klep met bedieningshendel om de olie af te tappen. Bij modellen met olieaftapkraan op het be-dieningspaneel is een veiligheidsvoorziening aanwezig om ongewild openen te vermijden. Om de olie af te tappen, duwt u de bedieningshendel van de kraan omlaag en trekt u hem naar voren. 4 AFVOER VAN DE VERPAKKING EN HET APPARAAT ALS AFVAL 4. 1 VERPAKKING De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen. De onderdelen van recyclebaar kunststof zijn: • de transparante afdekking, de zakjes van de instructie-handleiding en van de inspuiters (van polyethyleen - PE). • de spansluitstrips (van polypropyleen – PP). 4. 2 APPARAAT Het apparaat bestaat voor meer dan 90% van zijn gewicht uit recyclebare metalen materialen (roestvrij staal, gealumineerd staal, koper. ). Het apparaat moet worden afgevoerd in overeenstemming met de geldende voorschriften.
• Niet achterlaten in het milieu. • Maak het apparaat onbruikbaar voordat het wordt afgevoerd. INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATIE AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEUR De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Stel het model van het apparaat vast.
Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af.
• Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. Apparatuuruit de serie DROP-IN (inbouw)• Voer de installatie strikt volgens devoorschriften van de in de appendix bijgevoegde schema’s uit. • Verricht de installatie uitsluitend op metalen meubels (geen hout en/of andere brandbarematerialen). • Let op de route van de voedingskabel: de doorgangen mo-gen geen scherpe randen en/of snijdende bramen vertonen. Bovendien mag de kabel op geen enkel punt warmer worden dan 50°C boven de omgevingstemperatuur. 5 TOEPASSELIJKE NORMEN EN WETTEN Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende veili-gheidsnormen. De installatie en de aansluiting van de apparatuur moet worde-nuitgevoerd overeenkomstig de geldende normen. Installeer het apparaat overeenkomstig de norm EN1717 en de nationale geldende reglementen inzake water. 6 UITPAKKEN Controleer de conditie van de verpakking.
Als deze zichtbaar beschadigd is, moet de expediteur worden gevraagd om een inspectie van de goederen. • Verwijder de verpakking • Verwijder de folie die de buitenpanelen beschermt. Verwijder de eventueel achtergebleven lijm met een geschikt oplosmid-del. 7 PLAATSING• De afmetingen van het ruimtebeslag van het apparaat en de positie van de aansluitingen worden aangegeven in het in-stallatieschema aan het begin van deze handleiding. • Het apparaat kan afzonderlijk of in combinatie met andere apparaten van dezelfde serie worden geïnstalleerd. • Het apparaat is niet geschikt voor inbouw. • Plaats het apparaat op minstens 10 cm van de wanden eromheen. Deze afstand mag kleiner zijn als de wanden onbrandbaar of thermisch geïsoleerd zijn. 7. 1 MONTAGE VAN HET APPARAAT OP EEN BASIS Volg de instructies die worden gegeven bij het gebruikte type ondersteuning. 7.
• Verbind de apparaten met elkaar met behulpvan speciale verbindingsprofi elen enafdeklijsten (die op aanvraag lever-baar zijn) 8 DAMPAFVOERSYSTEEM Realiseer de dampafvoer volgens het “Type” apparaat. Het “Type” wordt vermeld op het typeplaatje van het apparaat. 8. 1 APPARATUUR TYPE "A1"• Plaats apparatuur van het type “A1” onder een afzuigkap, om te verzekeren dat rook en dampen die tijdens de voedselbe-reiding ontstaan worden afgevoerd. 8. 2 APPARATUUR TYPE "B21"• Plaats apparatuur van het type "B21" onder een afzuigkap. 8. 3 APPARATUUR TYPE "B11"• Monteer boven apparatuur van het type “B11” een geschikt rookkanaal, dat kan worden besteld bij de fabrikant van de apparatuur. Volg de bij het rookkanaal geleverde montage-instructies op. • Verbind een buis met een diameter van 150/155 mm, be-stand tegen een temperatuur van 300°C, met het rookkanaal.
• Leid deze naar buiten of naar een schoorsteen waarvan u zeker weet dat hij goed functioneert. De buis mag niet langer zijn dan 3 meter. 9 VERBINDINGEN De positie en de afmeting van de aansluitingen worden vermeld in het installatieschema aan het begin van deze handleiding.
47 9. 1 VERBINDING MET HET ELEKTRICITEITSNET Controleer of het apparaat geschikt is om te werken met de spanning en de frequentie waarmee het zal worden gevoed. Controleer dit aan de hand van de gegevens van het type-plaatje van het apparaat. • Installeer vóór het apparaat, op een gemakkelijk toegankelij-ke plaats, een meerpolige schakelaar met een geschikt ver-mogen, met een opening tussen de contacten van minstens 3 mm en een uiterst gevoelige beveiliging. De maximale lekstroom van het apparaat bedraagt 1 mA/kW. • Gebruik een buigzame voedingskabel met rubberen isolatie, met eigenschappen van minstens het type H05 RN-F. • Sluit de voedingskabel aan op het klemmenbord, zoals aan-gegeven in het schakelschema dat bij het apparaat geleverd is. • Zet de voedingskabel vast met de kabelklem. • Bescherm de voedingskabel buiten het apparaat met een buis van metaal of hard plastic. 9.
2 AARDING EN EQUIPOTENTIAALVERBINDING Verbind elektrische apparaten met een deugdelijke aardingslei-ding. Sluit de aardgeleider aan op de klem met het symbo-ol dat naast het ingangsklemmenbord van de lijn zit. Verbind de metalen structuur van het elektrische apparaat met een equipotentiaal knooppunt. Sluit de geleider aan op de klem met het symbool die op de buitenkant van de bodem zit. 9. 3 VERBINDING MET DE WATERLEIDING Voed het apparaat met drinkwater. De voedingsdruk van het water moet tussen 150 kPa en 300 kPa liggen. Gebruik een drukverlager als de voedingsdruk hoger is dan de aangegeven maximumdruk. • Installeer bovenstrooms van het apparaat, op een gemakke-lijk te bereiken plaats, een mechanisch fi lter en een afslu-itkraan. • Tap eventuele ijzerdeeltjes af uit de aansluitleidingen alvo-rens het fi lter en het apparaat te verbinden.
4 VERBINDING MET DE WATERAFVOERPUNTEN De afvoerleidingen moeten worden gerealiseerd met materia-len die bestand zijn tegen een temperatuur van 100 °C. De onderkant van het apparaat mag niet worden geraakt door de damp die veroorzaakt wordt door de afvoer van heet water. 10 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS In de tabel T1 worden, per land van bestemming, weergege-ven:• de gastypes die kunnen worden gebruikt om het apparaat te laten werken. • de inspuiters en de instellingen voor elk gastype dat kan wor-den gebruikt. Bij de inspuiters is het getal dat wordt vermeld in de tabel T1 in het lichaam van de inspuiter zelf gestanst. Om het apparaat aan te passen aan het type gas waarmee het zal worden gevoed, moeten de aanwijzingen van de tabel T1 worden opgevolgd en moeten de volgende handelingen wor-den verricht: • De inspuiter van de hoofdbrander (UM) vervangen.
• De beluchter van de hoofdbrander op de afstand A plaatsen. • De inspuiter van de waakvlambrander (UP) vervangen. • De lucht van de waakvlambrander regelen (indien nodig). • De minimum-inspuiter van de gaskraan (Um) vervangen. • Breng de sticker van het nieuwe gastype aan op het apparaat. De inspuiters en stickers worden bij het apparaat geleverd. 10. 1 VERVANGING VAN DE INSPUITER VAN DE HO-OFDBRANDER EN REGELING VAN DE PRIMAIRE LUCHT. • Draai de schroef V los. • Demonteer de inspuiter UM (samen met de beluchter Z) en vervang hem door de inspuiter die wordt aangegeven in de tabel T1. • Schroef de inspuiter UM (samen met de beluchter Z) hele-maal vast. • Plaats de beluchter Z op de afstand A die wordt aangegeven in de tabel T1. • Draai de schroef V helemaal vast. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 10.
• Schroef het verbindingsstuk R helemaal vast. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 11 INBEDRIJFSTELLING Zie het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD". INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK AANWIJZINGEN VOOR DE GEBRUIKER De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. • Bewaar deze handleiding op een veilige, bekende plaats, om haar altijd te kunnen raadplegen zolang het apparaat mee-gaat.
• De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Maak voor assistentie uitsluitend gebruik van door de fabri-kant erkende technische centra, en sta op het gebruik van originele vervangingsonderdelen. • Laat minstens tweemaal per jaar onderhoud plegen op het apparaat. Geadviseerd wordt om een onderhoudscontract af te sluiten. • Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en moet worden bediend door opgeleide personen. • Het apparaat is bestemd voor het bereiden van voedsel in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen. Ieder ander gebruik is oneigenlijk. • Laat het apparaat niet gedurende lange periodes leeg werken.
48• In het geval van een storing of een defect in het apparaat moet de gaskraan worden dichtgedraaid en/of moet de ho-ofdschakelaar van de elektrische voeding, die bovenstrooms van het apparaat geplaatst is, worden uitgeschakeld. • Voer de reiniging uit volgens de instructies in het hoofdstuk “INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING". • Houd geen ontvlambare materialen in de buurt van het appa-raat. BRANDGEVAAR. • De kinderen zouden moeten worden gecontroleerd om ervo-or te zorgen dat zij niet met het toestel spelen. • Dit toestel is niet voorgenomen voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met verminderde fysieke, sen-sorische of geestelijke mogelijkheden, of onervarenheid en kennis, tenzij zij supervisie of instructie betreffende gebruik van het toestel door een persoon verantwoordelijk voor hun veiligheid zijn gegeven.
• Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. • Maak de oppervlakken schoon met geen ontvlambare ma-terialen. 12 GEBRUIK VAN DE FRITEUSE AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK • Het apparaat is bestemd voor het frituren van voedsel in olie of in hard vet. • Doe geen omvangrijk voedsel, of voedsel dat niet uitgedro-pen is, in het apparaat, aangezien dit hete oliespatten en overlopen van de olie uit de bak tot gevolg kan hebben. • Vul de hoeveelheid olie telkens aan wanneer deze onder het minimumniveau daalt dat wordt aangegeven door het refe-rentieteken (brandgevaar). Verzeker u ervan dat er geen wa-ter in de bak zit, voordat u er olie in giet. • Giet olie in de bak tot aan het maximumniveau dat wordt aan-gegeven door het referentieteken op de achterwand/zijkant van de bak.
• Als er hard vet wordt gebruikt, moet dit eerst worden gesmol-ten voordat het in de bak mag worden gegoten. Laat na de bereiding geen vet in de bak achter.
• Dompel de korf met het te frituren voedsel voorzichtig onder in de kokende olie, en let erop dat het schuim dat ontstaat niet overloopt uit de bak. Gebeurt dit toch, dan moet de korf enkele seconden uit de olie worden gehaald. • Schakel de verwarming niet in als er geen olie in de bak is. • Wanneer de verhitting geactiveerd is, moet het olieniveau in de bak minstens op het minimumniveau staan dat wordt aan-gegeven op de achterwand van de bak. • Het apparaat is voorzien van een handmatig terug te stellen veiligheidsthermostaat die de verwarming uitschakelt wan-neer de bedrijfstemperatuur boven de maximaal toegestane temperatuur stijgt. VULLEN EN LEGEN VAN DE BAK Vullen• Sluit de aftapkraan van de bak (knop beneden op de voor-kant). • Giet de olie of doe de blokken vet in de bak en vul deze min-stens tot het merkteken van het minimumniveau. Legen• Zet de branders uit.
• Wacht tot de olie koud is. • Open de aftapkraan van de bak (knop beneden op de voor-kant). 12. 1 GASFRITEUSES De bedieningsknop van de gasklep kan in de volgende stan-den worden gebruikt: Uit Ontsteking waakvlam1. 6 Tussenliggende bereidingstemperaturen7 Hoogste bereidingstemperatuur ONTSTEKEN EN UITZETTEN VAN DE BRANDERS Ontsteking waakvlam Druk de knop in en draai hem in de stand " ". Druk de knop helemaal in en ontsteek de waakvlam met behulp van de drukknop van de piëzo-elektrische ontsteker. • Houd de knop ongeveer 20 seconden ingedrukt, en laat hem dan los. Als de waakvlam uitgaat, moet de handeling worden herhaald. • De waakvlam is te zien als het deurtje open is. • De waakvlam kan worden aangestoken door er een vlam bij te houden. Ontsteking van de hoofdbrander • Draai de knop op de stand van de gewenste bereidingstem-peratuur.
2 ELEKTRISCHE FRITEUSES De bedieningsknop van de thermostaat kan in de volgende standen worden gebruikt: 0 Uit90 Hoogste bereidingstemperatuur120-150 Tussenliggende temperaturen180 Hoogste bereidingstemperatuur Aanzetten • Draai de thermostaatknop op de stand van de gewenste be-reidingstemperatuur. • Het gele controlelampje gaat branden. • Als het gele controlelampje uitgaat, is de ingestelde tempe-ratuur bereikt. Uitzetten • Draai de thermostaatknop in de stand “ 0 ”. • Het gele controlelampje gaat uit. 13 PERIODES WAARIN HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKT Doe het volgende als het apparaat een tijd niet zal worden ge-bruikt:• Maak het apparaat grondig schoon.
49• Wrijf alle roestvrij stalen oppervlakken in met een doek met vaselineolie, zodat er een beschermend laagje wordt aange-bracht. • Laat de deksels open staan. • Draai kranen dicht en zet hoofdschakelaars uit die vóór het apparaat zijn geplaatst. Doe het volgende als het apparaat lange tijd niet is gebruikt:• Controleer het apparaat, alvorens het weer te gebruiken. • Laat elektrische apparaten gedurende minstens 60 minuten functioneren op de laagste temperatuur. INSTRUCTIES VOOR DE REINIGING AANWIJZINGEN VOOR DE REINIGING De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Maak de gesatineerde buitenkant van roestvrij staal, het op-pervlak van de bereidingsbakken en het oppervlak van de kookplaten iedere dag schoon.
• Laat de inwendige delen van het apparaat minstens tweema-al per jaar schoonmaken door een geautoriseerd technicus. • Reinig het apparaat niet met directe waterstralen of stralen met hoge druk. • Gebruik geen bijtende producten om de vloer onder het ap-paraat schoon te maken. • Maak de oppervlakken schoon met geen ontvlambare ma-terialen. GESATINEERDE OPPERVLAKKEN VAN ROESTVRIJ STA-AL • Maak de oppervlakken schoon met een doek of spons en water en gewone, niet-schurende reinigingsmiddelen. Wrijf de doek in de richting van de satinering. Spoel de doek vaak uit, en maak het apparaat vervolgens goed droog. • Gebruik geen schuursponzen of andere voorwerpen van ijzer. • Gebruik geen chemische producten die chloor bevatten. • Gebruik geen scherpe voorwerpen, die de oppervlakken kun-nen krassen of beschadigen.
14 FILTERS Door oliefi lters te gebruiken wordt de levensduur verlengd en wordt, bij hergebruik, een betere bereiding van het voedsel gewaarborgd. Haal het fi lter uit zijn behuizing om het schoon te maken: als het fi lter vuil is met vet, moet het worden afge-wassen met een ontvettende zeep waarna het afgespoeld en afgedroogd moet worden. Breng het fi lter daarna terug in zijn zitting aan. Vervang het fi lter wanneer de kwaliteit ervan ver-slechterd is. INSTRUCTIES VOOR HET ONDERHOUD AANWIJZINGEN VOOR DE ONDERHOUDSMONTEUR De fabrikant van het apparaat kan niet verantwoordelijk worden geacht voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hieronder vermelde verplichtingen. • Lees deze handleiding aandachtig, want zij levert belangrijke informatie over de veiligheid bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het apparaat.
• De installatie, aanpassing aan een ander gastype en het on-derhoud van het apparaat moeten worden uitgevoerd door gekwalifi ceerd personeel dat hiertoe geautoriseerd is door de fabrikant, in overeenstemming met de geldende veili-gheidsvoorschriften en de instructies in deze handleiding. • Stel het model van het apparaat vast. Het model wordt aan-gegeven op de verpakking en op het gegevensplaatje van het apparaat. • Installeer het apparaat alleen in vertrekken met voldoende ventilatie. • Dek de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het apparaat niet af. • Maak de onderdelen van het apparaat niet onklaar. 15 AANPASSING AAN EEN ANDER TYPE GAS Zie het hoofdstuk “Instructies voor het onderhoud". 16 INBEDRIJFSTELLING Na de installatie, aanpassing aan een ander gastype of on-derhoudswerkzaamheden moet de werking van het apparaat worden gecontroleerd.
1 GASAPPARATEN Stel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-ofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK”, en controleer het volgende:• de voedingsdruk van het gas (zie de volgende paragraaf). • de ontsteking van de branders en de goede werking van het dampafvoersysteem. 16. 1. 1 CONTROLE VAN DE VOEDINGSDRUK VAN HET GAS• Gebruik een manometer met een resolutie van minstens 0,1 mbar. • Demonteer het bedieningspaneel. • Verwijder de afdichtingsschroef van de drukaansluiting PP en verbind de manometer. • Voer de meting uit terwijl het apparaat in werking is. LET OP. Als de voedingsdruk van het gas niet binnen de limie-ten ligt (Min. - Max. ) die worden aangegeven in de tabel T2, moet de werking van het apparaat worden gestopt en moet u contact opnemen met het gasbedrijf.
• Maak de manometer los en draai de afdichtingsschroef weer helemaal in de drukaansluiting. 16. 2 ELEKTRISCHE APPARATEN Stel het apparaat in werking volgens de instructies en de aanwijzingen voor het gebruik die te vinden zijn in het ho-ofdstuk “INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK”, en controleer het volgende:• de stroomwaarden van elke fase. • de inschakeling van de verwarmingselementen.
50 17 OPLOSSEN VAN STORINGEN 17. 1 GASFRITEUSES De waakvlambrander ontsteekt niet Mogelijke oorzaken:• De voedingsdruk van het gas is onvoldoende. • De leiding of de inspuiter is verstopt. • De gaskraan of de gasklep is defect. • De ontstekingsbougie is niet goed verbonden of defect. • De ontsteker of de bougiekabel is defect. • De veiligheidsthermostaat is defect. De waakvlambrander blijft niet branden of gaat uit tijdens het gebruik Mogelijke oorzaken:• De voedingsdruk van het gas is onvoldoende. • De gaskraan of de gasklep is defect. • Het thermokoppel is defect of onvoldoende verhit. • Het thermokoppel is niet goed verbonden met de kraan of de gasklep. • De knop van de kraan of de gasklep wordt onvoldoende in-gedrukt. • De veiligheidsthermostaat is defect. De hoofdbrander ontsteekt niet (ook al brandt de waakvlam) Mogelijke oorzaken:• De voedingsdruk van het gas is onvoldoende.
• De leiding of de inspuiter is verstopt. • De gaskraan of de gasklep is defect. • De brander is defect (uitgangsopeningen van het gas ver-stopt). De verwarming kan niet worden geregeld Mogelijke oorzaken:• De gasklep is defect. 17. 2 ELEKTRISCHE FRITEUSES Het apparaat wordt niet warm. Mogelijke oorzaken:• De regelthermostaat van de temperatuur is defect. • De verwarmingselementen zijn defect. • De veiligheidsthermostaat is geactiveerd. De verwarming kan niet worden geregeld Mogelijke oorzaken:• De regelthermostaat van de temperatuur is defect. 18 VERVANGING VAN ONDERDELEN AANWIJZINGEN VOOR DE VERVANGING VAN ONDER-DELEN. • Schakel de elektrische voeding van het apparaat uit, indien aanwezig, alvorens welke handeling dan ook te gaan ver-richten.
• Controleer telkens wanneer er een onderdeel van het gascir-cuit vervangen is of er geen lekken zijn op de verbindingspun-ten met het circuit zelf. • Controleer na de vervanging van een onderdeel van het elektrische circuit of de verbinding met de bedrading in orde is. 18.
1 GASFRITEUSES Vervanging van de waakvlambrander, van de thermokop-pels, van de ontstekingsbougies, van de piëzo-elektrische ontsteker, van de veiligheidsthermostaten • Demonteer het bedieningspaneel. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de gasklep, de brander, de olieaftapkraan • Demonteer het bedieningspaneel. • Verwijder de bodem van het apparaat. • Controleer of er geen gaslekken zijn op de verbindingspun-ten. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. 18. 2 ELEKTRISCHE FRITEUSES Vervanging van het verwarmingselement• Tap alle olie af uit de bak. • Verwijder het bedieningspaneel en het bovendeksel dat de bedrading van de verwarmingselementen beschermt.
• Maak de bollen van de thermostaten los die tussen de verwarmingselementen gemonteerd zijn (om hen te verwijde-ren moeten de schroeven die de steunplaatjes vastzetten worden losgedraaid). • Maak de elektrische verbindingen met de andere inrichtingen los. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren. Vervanging van de regelthermostaat en de veiligheidsther-mostaat. • Tap alle olie af uit de bak. • Demonteer het bedieningspaneel. • Maak de volg van de te vervangen thermostaat vrij die met een verende klem is bevestigd tussen de verwarmingsele-menten. • Maak de elektrische verbindingen met de andere inrichtingen los. • Demonteer en vervang het onderdeel. • Monteer alle onderdelen weer. Doe dit door de werkzaamhe-den voor de demontage omgekeerd uit te voeren.
19 REINIGING VAN DE INWENDIGE DELEN • Controleer de conditie van de inwendige delen van het ap-paraat. • Verwijder eventuele vuilafzettingen. • Controleer het dampafvoersysteem en maak het schoon.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Bartscher 115204 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Friteuse Bartscher
Handleiding Friteuse
Nieuwste handleidingen voor Friteuse