AWB ThermoMaster2HR - 32.01W Handleiding

AWB Verwarmingsketel ThermoMaster2HR - 32.01W

Bekijk gratis de handleiding van AWB ThermoMaster2HR - 32.01W (20 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 62 mensen. Heb je een vraag over AWB ThermoMaster2HR - 32.01W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/20
voorschrift
Bewaar dit installatievoorschrift
goed in de buurt van het cv-toestel.
Bij onderhoud of reparatie kan
het belangrijk zijn, dat dit boekje
voorhanden is.
www.awb.nl
Installatie
AAN DE INSTALLATEUR
Met het toestel dat u gaat plaatsen,
installeert u een kwaliteitsproduct.
Ondanks de bekendheid van het
AWB-concept, heeft deze ketel zaken
die nieuw voor u zullen zijn. Lees daarom
goed de bijgevoegde instructies.
De tijd die u daaraan besteedt, wint u
terug bij het installeren. Daarnaast kan
een goede uitleg aan de bewoner,
over de werking en bediening van de
cv-installatie, u veel werk en hem
veel ongenoegen besparen.
Zijn er problemen of vragen, neem
dan contact op met AWB.
Met vriendelijke groeten,
AWB CV-KETELS
28.01 W
28.02 WT
32.01 W
32.02 WT

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: AWB
Categorie: Verwarmingsketel
Model: ThermoMaster2HR - 32.01W

Handleiding AWB ThermoMaster2HR - 32.01W – volledige tekst

voorschriftBewaar dit installatievoorschrift goed in de buurt van het cv-toestel. Bij onderhoud of reparatie kan het belangrijk zijn, dat dit boekje voorhanden is.www.awb.nlInstallatieAAN DE INSTALLATEURMet het toestel dat u gaat plaatsen, installeert u een kwaliteitsproduct. Ondanks de bekendheid van het AWB-concept, heeft deze ketel zaken die nieuw voor u zullen zijn. Lees daarom goed de bijgevoegde instructies. De tijd die u daaraan besteedt, wint u terug bij het installeren. Daarnaast kan een goede uitleg aan de bewoner, over de werking en bediening van de cv-installatie, u veel werk en hem veel ongenoegen besparen. Zijn er problemen of vragen, neem dan contact op met AWB. Met vriendelijke groeten,AWB CV-KETELS28.01 W 28.02 WT 32.01 W 32.02 WT

2INHOUDSOPGAVEDeze AWB-installatie is zodanig ontwikkeld en gefabriceerd dat hij voldoet aan alle veiligheids-standaards. Neem altijd de richtlijnen in dit voorschrift in acht, om ervoor te zorgen dat de in deze AWB-installatie aangebrachte veiligheidsvoorzieningen intact blijven. AWB is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, ontstaan door het onjuist of onoordeelkundig installeren, gebruiken, onderhouden en repareren van de installatie. PAGINA PAGINA7 ONDERHOUD. 14 8 STORINGEN. 15-16 8. 1 Algemeen. 15 8. 2 Toestel reageert niet op kamerthermostaatvraag. 15 8. 3 Toestel reageert neit op boilervraag. 15 8. 4 Vergrendelende storingen. 15 8. 5 Tapstoringen. 15 8. 5. 1 Onvoldoende tapwater. 15 8. 5. 2 Te lage tapwatertemperatuur. 15 8. 5. 3 Toestel brandt alleen maar voor boiler. 15 8. 6 CV-storingen. 15 8. 6. 1 Installatie blijft koud. 15 8. 6. 2 Storingstabel.

54 WERKING4. 1 AlgemeenIndien er warmtevraag optreedt (warmwaterbehoefte of ruimteverwarming) zal het toestel in bedrijf komen en zal het cv-water door de aluminium warmtewisselaar verwarmd worden. Bij een toestel zonder warmwatervoorziening wordt het cv-water over het radiatorencircuit rondgepompt. Bij een toestel met warmwatervoorziening zal, afhankelijk van de warmtevraag, de drieweg klep gestuurd worden en wordt het afgekoelde cv-water door de pomp vanuit de boiler of vanuit de radiatoren naar de warmtewisselaar gepompt. De voor de verbranding benodigde lucht wordt van buiten, in de luchtkast die de warmte wisselaar omhult, aangezogen. Over een binnen de luchtkast gelegen restrictie wordt ver-volgens een drukverschil opgebouwd. Dit drukverschil is een maatstaf voor de hoeveelheid gas die in de ventilator geïn-jecteerd wordt. In de ventilator wordt de verbrandingslucht met gas gemengd.

Via de perszijde van de ventilator wordt het mengsel aan de brander toegevoerd. De ontsteking van het mengsel geschiedt naast het cilindervormige brander-dek middels een electrode. Het toestel is in twee “modes” te bedrijven. In de gebruikers-mode (“d”) kan men de standaard-programma’s [4 cv en 4 sanitairprogramma’s (zie pagina 4)] met behulp van het op het toestel aanwezige display selecteren. In de installateurs-mode (“C. ”), hiervoor is een groot (4 cijferig) display of een PC nodig, kan men alle parameters afzonderlijk volgens een parameterlijst (zie boekje “installateurs-handleiding” art. nr. A000740372, op aanvraag verkrijgbaar) instellen. In deze “mode” wordt niet meer naar de instellingen van de gebruikersmode ge-keken. 4. 2 CV-bedrijf4. 2. 1 AlgemeenBij vragende kamerthermostaat (en geen boilervraag) wordt direct de driewegklep geactiveerd.

Tijdens de omlooptijd (15 seconden) van de driewegklep is de pomp niet bekrachtigd (om afkoeling van de boiler over het cv-circuit te voorkomen tijdens het omlopen van de driewegklep).

De pomp wordt bekrachtigd en de ventilator toert vervolgens op naar het starttoerental. De gasklep wordt bekrachtigd en gedurende 2,7 seconden vindt er elektrische ontsteking plaats. Nadat vlamdetectie heeft plaatsgevonden brandt het toestel ge-durende 10 seconden op het starttoerental. Modulatie (afhankelijk van het ingestelde cv-programma) vindt plaats op de ingestelde of (bij een buitenregeling berekende) aan-voertemperatuur. Indien het toestel uit gaat omdat de be-reikte aanvoertemperatuur 5 ˚C hoger is dan de ingestelde (cq. berekende) aanvoertemperatuur en vervolgens weer in bedrijf komt dan wordt de ingestelde (cq. berekende) aan-voertemperatuur automatisch met 10 ˚C verhoogd geduren-de 60 seconden. Bij einde warmtevraag wordt de gasklep gesloten en draait de pomp, afhankelijk van de gebruikers-mode “d” of “C” gedurende 3 minuten na.

Tenslotte stopt de pomp en gaat de driewegklep naar de rustpositie (richting boiler). 4. 2. 2 Niet adaptief - Gebruikers-mode (gebruikersdisplay “d”) (zie pagina 4)Middels kamerthermostaat (cv-mode " 3(“ ”) en 4(“ ”)Modulatie vindt plaats vanaf een bereikte aanvoertempera-tuur van 85 ˚C. Het toestel schakelt aan en uit door de kamerthermostaat. Indien cv-mode "4" geselecteerd wordt loopt de pomp (zie pagina 4) continu. Middels buitenvoelerHet toestel kan ook geregeld worden met een buitenvoeler. Deze buitenvoeler met uitvoerige beschrijving (art. nr. A000740322) kan bij AWB besteld worden. Het regelpro-gramma kan geheel naar eigen wens in de gebruikersmode “C” geprogrammeerd worden door de installateur. 4. 2.

De adaptieve regeling bepaalt aan de hand van de aan/uit tijden van de kamerthermostaat de voor de installatie beno-digde capaciteit en zal er zodoende voor zorgen dat het toestel op de “juiste” belasting brandt. bij wisselende omstandigheden (dichtdraaien radiatorkranen b. v. ) zal de belasting aangepast worden (adaptief). Indien tij-dens de warmtevraag de bij het geselecteerde programma behorende aanvoertemperatuur wordt bereikt zal het toestel gaan moduleren op die aanvoertemperatuur. Het toestel zoekt zodoende de bij de installatie horende belasting en zal met optimaal rendement functioneren. 4. 3 Tap-bedrijf4. 3. 1 Gebruikersmode (gebruikersdisplay “d”, zie pagina 4)Met tapsensorDe detectietemperatuur [die afhankelijk is van het geselec-teerde sanitairprogramma (zie pagina 4)] van de tapsensor bepaalt of er warmtevraag is.

Bij aanhoudende warmtevraag (of bij een warm toestel) zal het toestel gaan moduleren op de retourtemperatuur (modulatietemperatuur). Deze modula-tietemperatuur is afhankelijk van het geselecteerde sanitair-programma (zie pagina 4). Bij aanhoudende warmtevraag zal het toestel uiteindelijk uit-schakelen bij een temperatuur die 5 ˚C hoger is dan de modulatietemperatuur. Het toestel komt vervolgens weer in bedrijf bij een temperatuur die afhankelijk is van de hysterese die hoort bij het geselecteerde sanitair-programma. Indien het non-combi-toestel wordt voorzien van een externe boiler die voorzien is van een mechanische regelthermostaat dan wordt de warmtevraag voor warmwater verkregen door de schakelactie van deze mechanische regelthermostaat. Deze mechanische regelthermostaat bepaalt tevens de hysterese (verschil in ˚C tussen in en uitschakelen van het toestel).

Bij aanhoudende warmtevraag zal het toestel gaan moduleren vanaf een aanvoertemperatuur van 85 ˚C. Wordt de aanvoertemperatuur 90 ˚C dan zal het toestel uitschake-len en bij aanhoudende warmtevraag weer inschakelen bij een temperatuur kleiner dan 88 ˚C.

Indien de externe boiler wordt voorzien van een NTC (art. nr. A000331012) dan vindt detectie en warmhouden van de boiler plaats op een temperatuur van 60 ˚C (sanitair pro-gramma “b” pagina 4). 4. 4 Service-bedrijfHet is mogelijk om het toestel gedurende 15 minuten op mi-nimum of op maximum ingesteld cv-toerental te laten bran-den voor servicedoeleinden (zie pagina 5, “L” en “H” mode).

65. 1 AlgemeenNadat de voedingsspanning is ingeschakeld, of na een reset, wordt de driewegklep gedurende 15 seconden bekrachtigd richting cv (de pomp staat dan stil). Vervolgens gaat de pomp gedurende een minuut draaien. Tenslotte wordt de driewegklep richting boiler geschakeld. Indien er binnen 24 uur geen warmtevraag optreedt wordt deze procedure herhaald. Dit gebeurt om te voorkomen dat de pomp en/of de drie-weg-klep vast gaat zitten. 5. 2 Bediening + weergave op display (gebruikers-mode ‘d’)Het bedieni ngspaneel bevat 2 functietoetsen en 1 display (zie figuur 3). Door kortstondig de “mode”-toets in te drukken kunnen de verschillende “modes” op het display zichtbaar gemaakt worden. Indien er geen toets meer wordt ingedrukt volgt na 1 minuut (in de standby-mode na 5 minuten) auto-matische terugkeer naar de temperatuursmode.

Als eerste is de temperatuursmode zichtbaar (zie onder-staande tabel). Door 1 maal kortstondig op de “mode”-toets te drukken wordt de parameter-mode zichtbaar. Door meerdere malen kortstondig op de “mode”-toets te drukken wordt de hele parameterlijst doorlopen (zie para-meter-mode). Nadat de laatste parameter zichtbaar is geweest en men nogmaals kortstondig op de “mode”-toets heeft gedrukt, wordt de standby-mode zichtbaar (zie pagina 5). Door nogmaals kortstondig op de “mode”-toets te drukken verschijnt de letter "L" op het display. Dit is de service-mode “laag” (zie pagina 5 service-bedrijf). Bij een volgende kortstondige indrukking van de “mode”-toets verschijnt de letter "H" op het display. Dit is de service-mode “hoog” (zie pagina 5 service-bedrijf). 5.

Bedieningspaneelreset mode 5 BESTURING DOOR BRANDERAUTOMAAT Zonder buitenvoeler Met buitenvoeler Cv-mode 1 Cv-mode 1 aanvoertemperatuur 55 ˚C instellen parameterlijst cv adaptief cv niet adaptief aan/uit door aan/uit door kamerthermostaat kamerthermostaat geen booster-functie booster-functie actief Cv-mode 2 Cv-mode 2 aanvoertemperatuur 70 ˚C instellen parameterlijst cv adaptief cv niet adaptief aan/uit door aan/uit door kamerthermostaat buitenvoeler geen booster-functie geen booster-functie Cv-mode 3 Cv-mode 3 aanvoertemperatuur 85 ˚C aanvoertemperatuur 85 ˚C aan/uit door aan/uit door kamerthermostaat kamerthermostaat geen booster-functie geen booster-functie aan/uit door aan/uit door kamerthermostaat kamerthermostaat geen booster-functie geen booster-functie Cv-mode 4 Cv-mode 4 aanvoertemperatuur 85 ˚C aanvoertemperatuur 85 ˚C cv niet adaptief cv niet adaptief aan/uit door aan/uit door kamerthermostaat kamerthermostaat geen booster-functie geen booster-functie pomp continu pomp continu.

7h. Holiday-mode Cv- en boilerbedrijf zijn uitgeschakeld (“h”) (vorstbeveili-ging actief). Om cv- en boilerbedrijf weer in te schakelen moet “d” of “C” geactiveerd worden. C. Installateurs-mode In deze “mode” zijn de hierboven beschreven program-ma’s (“C”) niet meer actief. De automaat werkt volgens de parameters uit de parameterlijst. Deze lijst kan alleen maar met behulp van een 4-cijferig display of met behulp van een PC uitgelezen en aangepast worden. (beschrij-ving bij AWB verkrijgbaar, art. nr. A000740372). 5. 5 Standby-mode (gebruikers-mode ‘d’)Herkenning: knipperende punt rechts beneden in gebruikers-displayFunctie: weergave status 0 geen warmtevraag 1 voorventileren/naventileren 2 ontsteken 3 branden cv 4 branden boiler 5 optoeren naar starttoerental 6 ketel uit tijdens: • cv-bedrijf aanvoertemperatuur 5 ˚C hoger dan de ingestelde cq bereken-de waarde.

De ketel reageert nu meteen en gaat branden op het inge-stelde minimum/maximum cv-toerental gedurende 15 minu-ten. Indien de “mode”-toets opnieuw wordt ingedrukt, wordt de service-mode direct beëindigd. 5.

7 ProgrammeervoorbeeldIemand wil het toestel volgens sanitair-mode 2 (“E”) en cv-mode 2 (“ ”) (zie pagina 4) het toestel bedrijven. Druk kortstondig op de “mode”-toets. Herhaal dit tot dat “E. ” op het display verschijnt. Druk nu langer dan 1 secon-de op de “mode”-toets. “E. ” zal ter bevestiging twee maal knipperen (herkenning: knipperende punt rechts beneden in gebruikers-display). Druk vervolgens weer meerdere malen kortstondig op de “mode”-toets. Herhaal dit tot dat “ ” op het display verschijnt. Druk nu langer dan 1 seconde op de “mode”-toets “ ” zal ter bevestiging twee maal knipperen (herkenning: knipperende punt rechts beneden in gebruikers-display). Druk tenslotte nogmaals op de “mode”-toets. Herhaal dit tot dat “d. ” op het display verschijnt. Druk nu langer dan 1 seconde op de “mode”-toets. “d. ” zal ter be-vestiging twee maal knipperen.

Beide gewenste programma’s zijn nu in de gebruikers-mode geactiveerd. 6 INSTALLATIE6. 1 Plaatsen toestelHoud rekening met de plaatselijk geldende voorwaarden van de Nutsbedrijven. De installatie moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in de meest recente uitgave van Bouwbesluit GAVO NEN 1078, NEN 3028, NEN 1010 en AVWI NEN 1006, of de meest recente van toepassing zijnde normen. 1. Monteer de ophangstrip waterpas tegen de muur. Zorg er voor dat aan weerszijden van het toestel minimaal 10 cm vrije ruimte ter beschikking blijft ten behoeve van onderhoud aan het toestel. 2. Hang het toestel met de omzetting die aan de bovenkant zit in de ophangstrip. 3. Verwijder de afdichtingsstoppen van de aansluitleidingen. Let op: er kan vuil water uit het toestel lopen. 4. Vul de sifon met leidingwater. Als optie is er een montagebeugel beschikbaar. In figuur 19 staan de specificaties weergegeven. 6.

2 Vullen en aftappenVoor het vullen of aftappen dient de stekker uit de wandcontactdoos genomen te worden. Voordat men gaat vullen, dient men de installatie te spoelen met schoon leidingwater. Het toestel zelf is niet voorzien van een vul-en aftapkraan. Men dient te vullen middels de kraan die in de installatie is opgenomen (of opgenomen dient te worden). Vul het toestel tot een druk tussen de 1,5 en de 2 bar. Het toestel (niet de installatie) wordt ontlucht door de twee gemonteerde automatische ontluchters. De ontluchters dienen geopend te worden en geopend te blijven voor in-gebruikname van het toestel. 6. 2. 3 WerkdrukDe ketel dient in koude toestand gevuld te worden tot een druk tussen 1,5 en 2,0 bar.

In de installatie dient in de aan-voerleiding, zo dicht mogelijk bij het toestel, een overstort-ventiel dat opent bij een druk van 3 bar (½", ontlastcapaciteit 100 kW) opgenomen te worden. 6. 2. 4 Thermostaatkranen Bij toepassing van alleen thermostaatkranen dient men in de installatie, zo ver mogelijk van de ketel verwijderd, een by-pass te installeren. Deze dient zodanig ingeregeld te zijn dat een minimale flow over het toestel gewaarborgd is (zie figuur 4). Voor de 28. 01W en 28. 02WT dient dit 400 ltr. /h. te zijn, voor de 32. 01W em 32. 02WT 600 ltr. /h.

86. 2. 5 ToevoegmiddelenTer bescherming van de aluminium warmtewisselaar is het niet toegestaan zonder overleg met de afdeling service van AWB aan het cv-water toevoegmiddelen toe te dienen. 6. 2. 6 Algemeen- Monteer leidingen, ter voorkoming van geluid, spanningsvrij. - Neergaande leidingen moeten worden voorzien van een ontluchtingsmogelijkheid. - De PH-waarde van het cv-water moet tussen de 4 en de 8,5 liggen. 6. 3 Sanitairaansluitingen + condensafvoerDe aansluitingen voor sanitair koud en sanitair warm water zijn weergegeven in de maatschetsen (figuur 2). Voor aansluitschema externe boiler zie pagina 10 en 11. 6. 3. 1 InlaatcombinatieIn de koudwaterleiding dient een Kiwa-gekeurde inlaatcombi-natie geplaatst te worden die voorzien is van een terugslag-klep, een overstortventiel (8 bar) en een afsluiter. koudwater-leiding naar boilerFiguur 5.

Zijaanzicht mengventielDoseerventiel 6,5 ltr/min (28. 02 WT)7,5 ltr/min (32. 02 WT)montagebeugelmengventieldoseerventielFiguur 6. Sanitairzijdige weerstand ThermoMaster 2HR28. 02 WT / 32. 02 WTdoseerventiel 6,5 l doseerventiel 7,5 lgeen doseerventieldrukverlies in bartapdebiet in ltr/minRetour CVRegelkraan of AVDOAanvoer CVFiguur 4. Plaats bypass (kortsluitleiding)6. 3. 2 Doseer- en mengventielIn de koudwaterleiding vóór het mengventiel is een doseer-ventiel geplaatst (zie figuur 5). Dit ventiel begrenst het tap-debiet tot 6,5ltr/min bij het type 28. 02 WT. In de 32. 02 WT is een 7,5 ltr/min doseerventiel opgenomen. Het mengventiel (zie figuur 5) zorgt er voor dat de tapwater-temperatuur op een constante waarde wordt gehouden. De sanitairzijdige weerstand is weergegeven in figuur 6. 6. 3.

4 CondensafvoerOmdat er in een HR-toestel condens ontstaat dient er een voorziening gemaakt te worden om dit water af te voeren. Een sifon met een schroefdop is los meegeleverd en dient aan de benedenzijde van het toestel gemonteerd te worden (zie figuur 1 en 2). De aan de sifon bevestigde afvoerslang dient op het riool aangesloten te worden. Voordat het toestel in bedrijf genomen wordt, dient de sifon gevuld te worden met leidingwater. 6. 4 Luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer6. 4. 1 OpstellingsmogelijkhedenHet toestel mag als open en als gesloten toestel aangesloten worden. De opstellingsmogelijkheden voor gesloten toestellen zijn weergegeven in figuur 7 (uitvoering A, C, D en E) en in detail uitgewerkt in de figuur 8 t/m 10. Bij uitvoering A liggen toe- en afvoer in hetzelfde drukvlak en is een uitmonding boven de nok niet toegestaan.

De opstellingsmogelijkheid voor een open toestel is weer-gegeven in figuur 7 (uitvoering B). Uitvoering B betreft de vrije uitmonding. 6. 4. 2 Gesloten toestel in meervoudige toepassing (C6)De luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer worden voor meerdere toestellen gecombineerd. Deze gecombineerde systemen worden aangeduid als CLV-systemen [combinatie van luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer-systemen (zie figuur 10)].

96.4.3 LeidingberekeningDe totale druk die ter beschikking staat voor leidingwerk bedraagt 80 Pa. Indien men meer dan 80 Pa aan weerstand aanbrengt zal dit een belastingdaling tot gevolg hebben die meer bedraagt dan 5%.Weerstandswaardes leidingmateriaal Ø 80 mm in PaLet op: Bij toepassing als C6 toestel mag alleen gebruik gemaakt worden van GIVEG-gekeurde afvoer- materialen, dakdoorvoeren en/of geveldoorvoeren welke gekeurd zijn volgens keuringseis nr. 83.6.5 VorstbeveiligingBij een door de NTC gemeten aanvoertemperatuur van 7 °C zal door de branderautomaat de pomp ingeschakeld worden. Daalt de temperatuur nog verder, dan zal bij een door de NTC gemeten aanvoertemperatuur van 3 °C het toestel gaan branden totdat de aanvoertemperatuur een waarde van 10 °C bereikt heeft. De pomp blijft vervolgens nog 15 minu-ten ingeschakeld.

Dit is geen beveiliging om het bevriezen van de installatie te voorkomen. Om vorst-gevoelige radia-toren tegen vorst te beschermen, kan men een vorstthermo-staat parallel aan de kamerthermostaat aansluiten. Het ver-dient aanbeveling om bij vorst alle radiatoren te openen en de kamerthermostaat niet in te stellen op een waarde lager dan 15°C. Figuur 9. Verticale dakdoorvoer (C/E)Figuur 8. Verzamelkap, enkelvoudige toepassing voor hoogbouw openingennormaal120 cm² per toestelverbrandingsgasafvoer dubbelwandigisolatieroosterluchttoevoermechanischeventilatie toevoer afvoerRecht per meter 1.0 1.4Bocht 90˚ R/D = 0.5 2.0 2.7Bocht 90˚ R/D = 1.0 1.4 1.8Verloop ∅ 80 - ∅ 90 0.1 0.1Verloop ∅ 80 - ∅ 100 0.1 0.1Verloop ∅ 80 - ∅ 110 0.2 0.2Verloop ∅ 110 - ∅ 80 0.2 0.2Verloop ∅ 100 - ∅ 80 0.3 0.3Verloop ∅ 90 - ∅ 80 0.4 0.5Verticale dakdoorvoer (figuur 9) 15 PaFiguur 7.

106. 6 GastechnischDe gasaansluiting dient gemaakt te worden in overeenstem-ming met het Bouwbesluit “Voorschriften voor aardgas-installaties” GAVO, NEN 1078, NEN 3028 of de meest recente van toepassing zijnde normen. 6. 6. 1 LeidingenControleer de gasleiding op vervuiling. Afpersen met druk mag gebeuren met een druk van maximaal 150 mbar (buiten het toestel, dus exclusief het gasblok). 6. 6. 2 Controle en afstellen CO²Tussen de 28. 01 W / 28. 02 WT en de 32. 01 W / 32. 02 WT bestaan op dit gebied verschillen. De specifieke waarde voor de 28. 01 W / 28. 02 WT is aangegeven door een x. Voor de 32. 01 W / 32. 02 WT geld een y als aanduiding. Het toestel is uitgerust met een gas/luchtregeling (verhou-ding 1:1). Het drukverschil tussen de onderdruk op de in-spuiter (zie figuur 1) en de onderdruk in de luchtkast bepalen de stand van het membraan in het gasblok.

Indien er niet teveel weerstand in het systeem aanwezig is (geen verstopping, vervuiling, of te grote af- en/of toevoer-lengte) dient de gemeten gasflow onder vollastcondities (5700 omw/min x / 5700 omw/min y en gemonteerde siermantel) een waarde van ±50 ltr/min x en ±53 ltr/min y te hebben bij een CO²-gehalte tussen de 9,0% en de 9,4%. Indien de gasflow te klein is, dient er gecontroleerd te worden of het toerental 5700 omw/min x resp. 5700 omw/min y bedraagt of dat er sprake is van verhoogde weerstand door vervuiling of door toepassing van te grote leiding-lengtes (toe-rental controleren in custom-mode met behulp van 4-cijferig display of PC). Men dient het toestel altijd in laagstand (1700 x en 2100 y omw/min) bij niet gemonteerde siermantel af te stellen op een CO2 -gehalte tussen 9,0 en 9,4%. Met behulp van de instelschroef (zie figuur 11) kan de gasflow gecorrigeerd worden.

Voor toestellen geleverd met ionisatiepen zonder LDS geldt het volgende: 28. 01W/28. 02WT tot serienummer 200342-0144 + ionisatiepenMen dient het toestel altijd in laagstand (1600 x omw/min) bij niet gemonteerde siermantel af te stellen op een CO² -gehalte tussen 8,8 en 9,0%. LET OP : NOOIT HOGER INSTELLEN DAN 9,0%. De belasting en vermogens blijven voor deze toestellen on-gewijzigd. Indien het toestel is omgebouwd en voorzien van luchtdrukschakelaar dient u de gewijzigde instellingen (van de uitvoering met LDS) te gebruiken. 6. 7 ElektrotechnischDe elektrische installatie dient te worden aangelegd in over-eenstemming met de bepalingen zoals die vermeld staan in NEN 1010. 6. 7. 1 VoedingHet toestel is voorzien van een snoer met een randgeaarde stekker voor 230 V/50 Hz aansluiting op een randgeaarde wandcontactdoos. Deze aansluiting dient vanaf het toestel goed toegankelijk te zijn.

De buiten het toestel liggende lengte van het snoer bedraagt 1 meter. 6. 7. 2 BedradingHet bedradingsschema is weergegeven in figuur 16 en 17. De bedrading zoals die door de fabriek is aangebracht mag niet gewijzigd worden. 6. 7. 3 Aan/uit kamerthermostaatDe aansluitingen voor de schakelende aan/uit kamerthermo-staat dienen middels het stekertje dat zich onder het toestel tegen de bodemplaat bevindt (zie figuur 12) in het kroon-steentje gestoken te worden. De anticipatiestroom dient op een waarde van 0, 11 A ingesteld te worden. Middels de parameterlijst (op aanvraag bij AWB verkrijgbaar, artnr. A000740372) en het 4-cijferige display kunnen de anti- pendeltijd (blokkade tijd na regelstop) de nadraaitijd (na cv-warmtevraag), en de hysterese (verschil in T tussen in- en uit-schakel-temperatuur bij een regelstop) worden ingesteld. 6. 7.

De aansluitingen voor de communicerende kamerthermostaat dienen middels het stekertje dat zich beneden het toestel tegen de bodemplaat bevindt (zie figuur 12) in het kroonsteentje gestoken te wor-den. Middels de parameterlijst (op aanvraag bij AWB verkrijg-baar, artnr. A000740372) en het 4-cijferige display kunnen de anti-pendeltijd (blokkade tijd na regelstop) de nadraaitijd (na cv-warmtevraag), en de hysterese (verschil in ˚C tussen in- en uitschakeltemperatuur bij een regelstop) worden ingesteld. Als de OpenTherm thermostaat een instelling heeft voor warm water is het raadzaam om deze op 65 ˚C te zetten. 6. 7. 5 BuitenvoelerVoor het aansluiten van de buitenvoeler moet u het toestel spanningsloos maken. De buitenvoeler dient op de koudste gevel van het huis (noordoost) in de schaduw geplaatst te worden.

De buitenvoeler dient middels de bijgeleverde bui-tenvoeler filter aangesloten te worden op de buitenvoeler kabels (zie figuur 12 ). Voor meer informatie over de instelling van de ketel zie installateurshandleiding, art nr. A000740372. 6. 7. 6 Externe voorraadboiler (sanitair programma “b”) (gebruikers-mode “d” geactiveerd)Indien op het toestel een voorraadboiler wordt aangesloten dient gebruik gemaakt te worden van een electrische drie-weg-klep 24 V (Honeywell VC 8010). Deze dient volgens figuur 13 aangesloten te worden. Bij gebruik van een boiler-thermostaat dient deze aangesloten te worden zoals weer-gegeven in figuur 13. De maximale aanvoertemperatuur is standaard 85 °C en kan middels de parameterlijst (op aan-vraag bij AWB verkrijgbaar, art. nr. A000740372) en het 4-cij-ferige display tussen de 60 ˚C en de 90 ˚C ingesteld worden. 28. 01 W / 28. 02 WT 32. 01 W / 32.

11TapthermostaatDriewegklepNTCaanvoerNTC retourblauwroodluchtdruk- schakelaarAan/UitkamerthermostaatOpen Thermkamerthermostaatblauw/witrood/witventilatornetsnoer pomp6.7.7 PompDe op 3 snelheden instelbare pomp is van het type Grundfos UPS 25-50 (28.01 W / 28.02 WT). In de 32.01 W en 32.02 WT serie wordt een UPS 25-60 toegepast. Figuur 12. Benedenaanzicht toestel met aansluitingen voor kamerthermostaat en buitenvoeler.Debiet x 1000 ltr/uur0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,50,01,02,03,04,05,06,0pompstand 3pompstand 2pompstand 1ketelweerstandrestcurve stand 3restcurve stand 2restcurve stand 10 0,5 1,0 1,5 2,0 2,50,01,02,03,04,05,06,0pompstand 3pompstand 2pompstand 1ketelweerstandrestcurve stand 3restcurve stand 2Figuur 13. Ketelweerstandsgrafiek 28.01 W / 28.02 WT en pompgegevens UPS 25-50Opvoerhoogte in meter waterkolomFiguur 14.

14Laat na het eerste jaar een inspectiebeurt aan het toestel uitvoeren door een erkend installateur. Deze installateur kan aan de hand van de inspectie en omstandigheden de onderhoudstermijn vaststellen.• Neem de steker uit de wandcontactdoos.• Verwijder de sifon (zie figuur 1) en reinig deze. Vul de sifon weer met water en plaats deze weer terug.• Draai de wartel van de gasleiding boven het gasblok los (zie figuur 18).• Draai de vleugelschroef die aan de vuurhaard bevestigd is (zie figuur 18) los. • Haal de ventilatorklembeugel er uit (door deze te kantelen en naar voren te trekken). De brander en de ventilator kunnen vervolgens uitgenomen en geïnspecteerd worden. Inspecteer de verbrandingskamer + de brander en reinig deze eventueel met een nylon borstel (nooit met een staalborstel).• Vervang eventueel beschadigde pakkingen. Monteer ten-slotte alles.

158. 1 AlgemeenIndien er geen cijfers op het display zichtbaar zijn dient men te controleren of er 230 V op de aansluitingen "L" en "N" van klemmenstrook "x1" aanwezig is (zie figuur 16 of 17). Indien dit niet het geval is controleer dan of er spanning voor de zekering aanwezig is. De zekering bevindt zich op de printplaat van de branderautomaat. Een eventuele kort-sluiting bij de pomp dient verholpen te worden en/of de zekering 2AF dient vervangen te worden. Indien er bij een niet defecte zekering 230 V aanwezig is en het display geen teken weergeeft, dient de branderautomaat of het display vervangen te worden. DE ZEKERING IS GEPLAATST IN HET 230 V CIRCUIT. VERWIJDER DUS EERST DE STEKKER UIT DE WANDCONTACTDOOS. 8. 2 Toestel reageert niet op kamerthermostaatvraagControleer de kamerthermostaat. Bij toepassing van een buitenvoeler dient de voeler en zijn bedrading gecontroleerd te worden.

Controleer de bedrading van de kamerthermo-staat op kabelbreuk. Controleer de bedrading die van de kroonsteen naar connector “x2” of “x4” (bij een OpenTherm thermostaat) van de branderautomaat loopt. Indien de 24 V zekering [4 AT (zie figuur 16 of 17)] intact is en er is geen sprake van een storing (knipperend cijfer), geen regelstop, geen antipendelcyclus, vervang dan de branderautomaat. 8. 3 Toestel reageert niet op boilervraagControleer de tap-NTC en zijn bedrading. Bij toepassing van een externe boilerthermostaat of NTC dient de werking van deze thermostaat gecontroleerd te worden evenals de bedrading naar deze thermostaat (zie figuur 16 of 17). 8. 4 Vergrendelende storingenEen vergrendelende storing wordt weergegeven door twee om beurten knipperende cijfers van het storingsnummer, waarbij achter het laatste cijfer (eenheden) een punt staat.

3 Toestel brandt alleen maar voor boiler• Niet geheel gesloten kraan (toestel komt niet uit sanitair-mode)• Defecte tap-NTC en/of bedrading. • Drie weg klep defect (lekkage cv-zijdig). 8. 6 Cv-storingen8. 6. 1 Installatie blijft koud• Kamerthermostaat (aan/uit of OpenTherm) is defect, verkeerd aangesloten, staat te laag ingesteld, of de anti-cipatieweerstand is niet juist ingesteld (0,11 A). • Buitenvoeler en/of bedrading defect. • Er is geen spanning aanwezig op de branderautomaat. • Steker niet in wandcontactdoos. • Gaskraan staat dicht. • Defecte zekering in automaat of meterkast. • Niet geheel gesloten warm waterkraan (zie boven). • Cv-bedrijf uitgeschakeld (holiday-mode of middels para-meterlijst). • Drie-weg-klep defect. 8 STORINGEN.

Storingscodes die in het display verschijnen die niet in bovenstaande lijst voorkomen, kunnen het gevolg zijn van een defecte branderautomaat, of de aanvoer NTC (bekabeling) wordt beïnvloed door inductie afkomstig van de ontstekingspen. Controleer of bedrading van aanvoer NTC vrij hangt van de ontstekingspen zonodig herstellen. WIJZIGINGEN VOORBEHOUDEN.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AWB ThermoMaster2HR - 32.01W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden