AWB Thermomaster 3HR Handleiding

AWB Verwarmingsketel Thermomaster 3HR

Bekijk gratis de handleiding van AWB Thermomaster 3HR (28 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 99 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over AWB Thermomaster 3HR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
voorschrift
Bewaar dit installatievoorschrift
goed in de buurt van het cv-toestel.
Bij onderhoud of reparatie kan
het belangrijk zijn, dat dit boekje
voorhanden is.
www.awb.nl
Installatie
24 24T
24P 24TP
AAN DE INSTALLATEUR
Met het toestel dat u gaat plaatsen,
installeert u een kwaliteitsproduct.
Ondanks de bekendheid van het
AWB-concept, heeft deze ketel zaken
die nieuw voor u zullen zijn. Lees daarom
goed de bijgevoegde instructies.
De tijd die u daaraan besteedt, wint u
terug bij het installeren. Daarnaast kan
een goede uitleg aan de bewoner,
over de werking en bediening van de
cv-installatie, u veel werk en hem
veel ongenoegen besparen.
Zijn er problemen of vragen, neem
dan contact op met AWB.
Met vriendelijke groeten,
AWB CV-KETELS
28 28T
28P 28TP

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AWB
Categorie: Verwarmingsketel
Model: Thermomaster 3HR

Foutcodes AWB Thermomaster 3HR

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
F0 Geen storing Geen actie vereist
F1 Ontsteekfout Controleer de gasaansluiting/gaskraan en voordruk. Controleer de ontsteekpen en bedrading.
F10 Retour NTC fout Controleer bedrading of vervang NTC
F11 Geen signaal op hoofd-board Controleer bedrading en user interface. Vervang ventilator of hoofd board.
F12 Geen signaal op user-interface Controleer bedrading en hoofdboard. Vervang user interface.
F13 Verkeerde boiler instelling parameter Controleer parameter 23 of vervang hoofd board
F14 Aanvoer temperatuur groter dan 95°C Zie F5. Controleer weerstand installatie en bypass.
F15 Fout in stappen motor driewegklep Controleer bedrading of vervang driewegklep
F16 Foutieve vlamdetectie Controleer aardbekabeling en zorg voor goede aarding
F17 Onvoldoende netspanning < 170 V~ Controleer transformator, zekering en bedrading. Vervang transformator indien nodig.
F18 Fout in user interface Vervang user interface
F2 Ventilator fout Controleer de zekering van externe voeding en bedrading. Ventilator blijft beneden starttoerental.
F20 Software niet compatible Neem contact op met de service dienst van AWB
F21 Waterdruk systeem te laag Spoor lekkage in installatie of expansievat op en verhelpen
F22 Waterdruk systeem te hoog Controleer en vervang expansievat. Druk aflaten.
F24 Retour temperatuur > 90°C Zie F5. Controleer circulatie en weerstand installatie.
F25 Te snelle stijging aanvoertemperatuur Zie F5. Controleer weerstand installatie en bypass.
F26 Te groot temperatuursverschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur in cv mode Zie F5. Controleer weerstand installatie en bypass.
F4 Ontsteekfout Zie F1
F5 Maximaalstoring, te hoge aanvoertemperatuur Controleer pomp (vast of defect). Controleer radiatoren (dicht of lucht). Zet pompstand op 3. Controleer aanvoer NTC.
F6 Aanvoer NTC fout Controleer bedrading of vervang NTC
F7 Tap NTC fout Controleer bedrading of vervang NTC
F8 Boiler NTC fout bij gebruik van externe boiler Controleer bedrading of vervang NTC. Controleer parameter 9.
F9 Waterdruk sensor kapot of bedrading niet in orde Controleer de bedrading of vervang sensor

Handleiding AWB Thermomaster 3HR – volledige tekst

voorschriftBewaar dit installatievoorschrift goed in de buurt van het cv-toestel. Bij onderhoud of reparatie kan het belangrijk zijn, dat dit boekje voorhanden is.www.awb.nlInstallatie24 24T24P 24TPAAN DE INSTALLATEURMet het toestel dat u gaat plaatsen, installeert u een kwaliteitsproduct. Ondanks de bekendheid van het AWB-concept, heeft deze ketel zaken die nieuw voor u zullen zijn. Lees daarom goed de bijgevoegde instructies.De tijd die u daaraan besteedt, wint u terug bij het installeren. Daarnaast kan een goede uitleg aan de bewoner, over de werking en bediening van de cv-installatie, u veel werk en hem veel ongenoegen besparen.Zijn er problemen of vragen, neem dan contact op met AWB.Met vriendelijke groeten,AWB CV-KETELS 28 28T28P 28TP

6 Electrotechnisch. 15 4. 6. 1 Kamerthermostaten. 15 4. 6. 2 Buitenvoeler. 15 4. 6. 3 Externe vooraadboiler. 17 4. 6. 4 Pomp. 185 INSTELLINGEN. 196 STORINGEN. 23-26 6. 1 Algemeen. 23 6. 2 Vergrendelende storingen. 23 6. 2 Tapstoringen. 267 ONDERHOUD. 26 EG-VERKLARING. 27INHOUDSOPGAVEDeze AWB-installatie is zodanig ontwikkeld en gefabriceerd dat hij voldoet aan alle veiligheids-standaards. Neem altijd de richtlijnen in dit voorschrift in acht, om ervoor te zorgen dat de in deze AWB-installatie aangebrachte veiligheidsvoorzieningen intact blijven. AWB is niet aansprakelijk voor welke schade dan ook, ontstaan door het onjuist of onoordeelkundig installeren, gebruiken, onderhouden en repareren van de installatie.

3AlgemeenDe ThermoMaster 3HR serie is ontwikkeld en gemaakt voor de verwarming van ruimten als onderdeel van een cv-installatie, uitgelegd op een aanvoertemperatuur van 80 °C en een retourtemperatuur van 60 °C en het direct verwar-men van sanitair water in de CW kassificaties CW3 en CW4. De solo toestellen vervullen alleen de eerste functie, maar zijn uit te breiden met een ThermoBoiler van AWB, voor het vervullen van de CW classificaties CW5 en CW6. De tempe-ratuur van het cv-water en van het warme water kunnen beide onafhankelijk van elkaar worden aangepast op de ketel. Zodra de temperaturen zijn ingesteld, werkt de ketel automatisch. De ketel beschikt ook over een vorstbescher-mingsprogramma. Lees deze instructies en volg ze nauwgezet op, zodat u uw ketel veilig en economisch kunt gebruiken.

Handel altijd volgens de laatste eisen zoals omschre-ven in de GAVO, NEN 1010, Bouwbesluit NPR 3378, NEN 1078, NEN 3028 en AVWI 1006 en de eventuele voorschriften van de plaatselijke Nutsbedrijven. GascategorieDeze ketel is alleen geschikt voor gebruik in combinatie met aardgas (G25), of propaan (G31). Kijk op het typeplaatje van de ketel als u niet zeker bent van de gascategorie van dit specifieke toestel. Gasveiligheidsvoorschriften (voor installatie en gebruik)In uw belang en in het belang van de veiligheid, is het wet-telijk verplicht ALLE gasapparaten te laten installeren door een deskundige in overeenstemming met de bovenstaande voorschriften. Gastests en certificeringDeze ketel is wat betreft de werking en veiligheid gecertifi-ceerd volgens de meest recente versie van EN 483. De vei-ligheid en werking van de ketel zijn getest en gecertificeerd.

Het is daarom belangrijk dat er geen aanpassingen aan de ketel worden aangebracht, tenzij dit schriftelijk is goedge-keurd door AWB cv-ketels. Aanpassingen die niet zijn goedgekeurd door AWB cv-ketels zouden de certificering en de garantie ongeldig kunnen maken, en de wettelijke voorschriften kunnen schenden.

CE-merktekenDeze ketel voldoet aan de vereisten van Verordening nr. 3083. De ketel (efficiëntie) voorschriften, en voldoet derhalve aan de vereisten van Richtlijn 92/42/EEG betreffende de rende-mentseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale ver-warmingsketels. Typeproef uitgevoerd om te voldoen aan Verordening 5, gecertificeerd door: aangemelde instantie 0063. Product/productie gecertificeerd door: aangemelde instantie 0063. Het CE-merkteken op dit apparaat duidt erop dat het appa-raat voldoet aan:1. Richtlijn 90/396/EEG betreffende de onderlinge aanpas-sing van de wetgevingen van de Lidstaten inzake gastoe-stellen. 2. Richtlijn 73/23/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lidstaten inzake elek-trisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen. 3.

Richtlijn 89/336/EEG betreffende de onderlinge aanpas-sing van de wetgevingen van de Lidstaten inzake elektro-magnetische compatibiliteit. ServiceonderdelenLET OP: Wanneer u onderdelen van dit apparaat vervangt, gebruik dan alleen service onderdelen waarvan u zeker weet dat ze aan de door AWB cv-ketels vereiste veiligheids- en bedrijfsspecificaties voldoen. Gebruik geen gerepareerde onderdelen of onderdelen van een ander fabrikaat die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door AWB cv-ketels. Gaslek of defectIn geval van een (vermoedelijke) gaslek of storing dient u de cv-ketel uit te schakelen, de gastoevoer bij de meter af te sluiten, en uw gasbedrijf of uw installateur/onderhouds-bedrijf te raadplegen. StroomstoringDe ketel moet worden geaard, en werkt niet zonder net-voeding. Na een stroomstoring hoort de ketel weer normaal te func-tioneren.

Als deze zijn normale werking niet hervat reset de ketel. Het kan zijn dat de maximaal thermostaat in werking is getreden. De maximaal thermostaat werkt alleen onder ab-normale omstandigheden, en in deze omstandigheden is het raadzaam uw installateur/onderhoudsbedrijf te raadplegen.

Bescherming tegen bevriezingDe ketel heeft een ingebouwd vorstbeschermings-program-ma zolang de elektriciteit en het gas aangesloten blijven. Dit stelt de pomp in werking wanneer de temperatuur in de ketel onder 7 °C komt. De brander zal aangaan wanneer de temperatuur in de ketel 3 °C is. Andere delen van het systeem die blootstaan aan koude temperaturen moeten worden beschermd met behulp van een afzonderlijke vorstthermostaat. Als de elektriciteit en het gas lange perioden uitgeschakeld blijven tijdens koud weer, wordt aanbevolen het hele systeem, inclusief de ketel, leeg te laten lopen om bevriezingsgevaar te vermijden. Indien u een vorstbeveiligingsmiddel wilt gaan toepassen dient u dit vooraf met AWB te overleggen.

Toelichting Gastec CW toepassingsklasseHet Gaskeur CW-label is een prestatielabel voor gasgestook-te warmwaterbereiders en geeft aan dat het betreffende toe-stel bij de bereiding van warm tapwater voldoet aan specifie-ke eisen met betrekking tot een aantal doelmatigheids- en comfortaspecten. Toepassingsklasse 3Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met tenminste 3,5 l/min van 60 °C- een douchefunctie van 6 l/min tot tenminste 10 l/min van 40 °C- het vullen van een klein bad van 100 liter met 10 l/min van gemiddeld 40 °C- het tegelijk kunnen gebruiken van deze functies is niet vereist.

Toepassingsklasse 4Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met tenminste 3,5 l/min van 60 °C- een douchefunctie van 6 l/min tot tenminste 12,5 l/min van 40 °C- het vullen van een bad van 120 liter met 12,5 l/min van gemiddeld 40 °C- het tegelijk kunnen gebruiken van deze functies is niet vereist. BELANGRIJKE INFORMATIE.

4Met het bedieningsdisplay kan men eenvoudig de status van het toestel aflezen, en de gebruiksinstellingen naar eigen wens aanpassen. Zie figuur A voor de uitleg van de functies. 1. Resetschakelaar2. Toegang tot de volgende instellingen:– sanitair circuit– verwarmingscircuit– functioneringswijze3. Stel de gewenste temperatuur of de functioneringswijze in. 4. De cursor geeft de gekozen functioneringswijze aan. 5. Signaallampje functioneringswijze en storing6. Weergave van de beschikbare druk in het verwarmings-circuit. 7. Weergave van de gemeten temperatuur in het verwarmingscircuit. 8. Weergavezone van de storingssymbolen. Inschakelen van de ketel 1)Controleer of:– er spanning op het toestel aanwezig is. – de gaskraan open staat. StoringssymbolenIn geval van storingen, wordt er een storingssymbool weer-gegeven en gaat het lampje 5 rood knipperen. Storing ontsteking voer een reset uit.

Onvoldoende water vul de installatie bij. Ventilator storing voer een reset uit. Overige storingen waarschuw uw installateurIn geval van storingen– Voer een reset uit met 1: Schakel de reset knop gedurende 5 seconden in en laat deze vervolgens weer los. Neem als de storing aanhoudt contact op met uw installateur. Vullen van de installatieWanneer de installatie onvoldoende water heeft, wordt het symbool weergegeven. Vul in dat geval de installatie met water bij op de daartoe bestemde kraan op de installatie te openen tot op het dis-play 6 een druk tussen 1,5 en 2 bar weergegeven wordt. Keuze van de functioneringswijze 1)– Druk drie maal op de knop om het instellingsmenu mode van de cv-ketel openen.

– Door achtereenvolgens op + of - te drukken, verschuift de cursor 4 naar het gewenste symbool : Verwarming en warm water Alleen warm water Alleen verwarming Ketel uit, Vorstbeveiliging aktiefOnderhoud: wat u moet wetenDoor een goed onderhoud van de ketel verhoogt u de levensduur ervan.

Daarnaast is regelmatig onderhoud van de ketel is noodzakelijk voor een goede werking van de installa-tie. Hierdoor wordt de levensduur van de ketel verhoogd. Dit onderhoud dient uitgevoerd te worden door een erkende vakman bij wie u een SERVICECONTRACT kunt afsluiten voor o. a. de volgende aspecten:– reiniging van de warmtewisselaar en de brander. – controle van de pomp. – controle en afstelling van de regelsytemen. – controle van de veiligheidsvoorzieningen. – controle van de gastoevoer en afstelling van de verbran-ding met rookgasanalyse. – controle van de ventilator. De juiste afstelling: een bron van besparingDe ThermoMaster 3HR is in de fabriek afgesteld voor de meest voorkomende installaties.

Omdat veel installaties specifiek zijn, raden wij u echter aan om advies aan uw installateur te vragen, die door een aan-passing van de instellingen van uw verwarmingsketel (maxi-male temperatuur of maximaal vermogen van het verwar-mingscircuit) ervoor kan zorgen dat uw installatie optimale prestaties levert. Instelling van de tapwatertemperatuur van het sanitair circuit 1):1. Door eenmaal op te drukken, verschijnt het regelings-menu van de temperatuur van het sanitair circuit. 2. Door middel van de knoppen + en – heeft u de mogelijk-heid de temperatuur naar wens in te stellen. De indicatie BELANGRIJKE INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER2.

0bar45°C461732385Toepassingsklasse 5Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met tenminste 3,5 l/min van 60 °C- een douchefunctie van 6 l/min tot tenminste 12,5 l/min van 40 °C- het vullen van een bad van 150 liter met tenminste 17 l/min van gemiddeld 40 °C- het tegelijk kunnen gebruiken van deze functies is niet vereist.

Toepassingsklasse 6Geschikt voor:- het voeden van een keukentappunt met tenminste 3,5 l/min van 60 °C, tegelijk met een douchefunctie van 6 l/min tot ten minste 12,5 l/min van 40 °C, of tegelijk met het vullen van een bad van 150 liter met tenminste 17 l/min van gemiddeld 40 °C- het vullen van een bad van 200 liter met tenminste 22 l/min van 40 °C, zonder gelijktijdigheid met een andere functie. Figuur A. Bedieningspaneel met display.

5ECO wordt weergegeven tot een temperatuur van 49 °C. Om het combi toestel conform de CW-klassificatie te laten presteren, is het noodzakelijk de tapwatertempera-tuur op een waarde van 63 °C in te stellen. De solo toe-stellen welke zijn uitgerust met een boiler dienen op 60 °C te worden ingesteld om conform de CW-klassificatie te laten functioneren. Instelling van de temperatuur van het verwarmings-circuit 1):1. Door twee maal op te drukken, verschijnt het regelings-menu van de temperatuur van het verwarmingscircuit. 2. Door middel van de knoppen + en – kunt u de tempera-tuur tussen de minimumwaarde en de door uw installateur ingestelde maximumwaarde instellen. U kunt van deze regeling gebruik maken als de radiatoren niet te heet mogen worden. GarantieTegenover de installateur hebben wij ons verplicht tot verlening van garantie met inachtneming van de hieronder vermelde voorwaarden:1.

De garantie heeft alleen betrekking op de tijdens de garantieperiode aan het licht getreden gebreken voor zover deze gebreken berusten op materiaal- en/of fabrieksfouten. 2. Garantie periodes: cv-ketels. 12 maanden garantie op arbeidsuren en voorrijkosten en 24 maanden garantie op onderdelen. Op de aluminium wisselaar geven wij 10 jaar garantie. 3. Van garantie zijn uitgesloten: thermokoppels, ontsteek-elektroden, glaszekeringen en/of gebreken als gevolg van: – Achterstallig onderhoud of nalatigheid, blikseminslag, vervuiling t. g. v. stof en vette aangevoerd door de ver-brandingslucht. – Aantasting en/of vervuiling vanuit de installatie zowel tapwater- als cv-zijdig. – PH-waarden van het cv water kleiner dan 3,5 of groter dan 8,5. – Toevoegingen aan het cv-water zonder schriftelijke toe-stemming van AWB. – Oneigenlijk gebruik. 4. De vervangen onderdelen worden eigendom van AWB. 5.

Het AWB-product dient geïnstalleerd te zijn door een erkend installateur met inachtneming van het installatie-voorschrift en de geldende wettelijke voorschriften. 6.

Het recht op garantie vervalt indien niet kan worden aan-getoond dat het AWB-product na ingebruikname ten min-ste een keer per twee jaar door een erkend installateur aan een onderhoudsbeurt is onderworpen. De aanspra-kelijkheid van de fabrikant voor gebreken is uitdrukkelijk beperkt tot nakoming van de hiervoor omschreven garan-tieverplichtingen. Elke vordering tot schadevergoeding uit welke hoofde dan ook, behoudens deze ter zake van het nakomen van garantieverplichting, is uitgesloten. N. B. Indien het installatiebedrijf voor het verstrijken van de garantieperiode beëindigd is, kan de gebruiker een beroep doen op onze garantieverplichtingen bij een ander erkend installateur. Ik hoor een borrelend geluid in de radiatoren. Er bevindt zich wellicht lucht in de leidingen. Draai de kraan van de radiator eerst dicht.

Ontlucht uw radiatoren door de ontluchtingsschroef op het uiteinde ervan los te draaien. Herstel na het ontluchten altijd de druk op de hierna aange-geven wijze. Neem als het probleem voortduurt contact op met uw installateur. De verwarmingsketel is gestopt, het rode lampje en de drukindicator knipperen. De veiligheid van de ketel is in werking getreden, omdat er een watertekort gedetecteerd is. Men dient in dit geval water bij te vullen tot er een druk weergegeven wordt van 1,5 tot 2 bar op het display. Als men te vaak moet bijvullen, kan dit betekenen dat er een lek in de installatie is. Neem in dat geval contact op met uw installateur. Als ik enkele dagen van huis moet, kan mijn installatie dan beschadigd worden door vorst. Wanneer men enkele dagen van huis gaat, kan men een-voudig de temperatuur op de kamerthermostaat verlagen.

Stel de temperatuur zodanig in, dat u bij thuiskomst weer snel een behaaglijke temperatuur verkrijgt. De ketel is voor-zien van een vorstbeschremings-programma, zolang de elektriciteit en het gas aangesloten blijven. Dit programma stelt de pomp in werking zodra de tempera-tuur in de ketel onder de 7 °C komt.

De brander komt in wanneer de temperatuur in de ketel 3 °C is. Andere delen van het systeem die blootstaan aan koude temperaturen dienen te worden beschermd met behulp van een afzonderlijke vorstthermostaat. Wanneer de woning lange tijd onbewoond blijft, wordt het aanbevolen om de installatie af te tappen of om deze te beschermen door toevoeging van een geschikt antivriesmiddel welke is goed-gekeurd door AWB cv-ketels B. V. 1) Bij een OpenTherm (modulerende) kamer- thermostaat, vervallen de instelfuncties op de ketel. Deze zijn instelbaar op de kamerthermostaat (afhankelijk van het model kamerthermostaat). Veel gestelde vragenLET OP: indien de ketel functioneert als naverwarmer, mag deze niet worden uitschakeld, en dient de minimale sanitair temperatuur op 60° C te worden ingesteld, omdat er een risico voor de groei van de legionella bacterie kan ont-staan.

Indien er warmtevraag optreedt (warmwaterbehoefte of ruimteverwarming) zal het toestel in bedrijf komen en zal het cv-water door de aluminium warmtewisselaar verwarmd worden. Bij een toestel zonder warmwatervoorziening wordt het cv-water over de cv-installatie rondgepompt. Bij een toestel met warmwatervoorziening zal afhankelijk van de warmtevraag, de driewegklep gestuurd worden en wordt het cv-water door de pomp vanuit de tank of vanuit de installatie naar de warmtewisselaar gepompt. De voor de verbranding benodigde lucht wordt van buiten, in de luchtkast die de warmtewisselaar omhult, gezogen. Over een binnen de luchtkast gelegen restrictie (swirl-plate) wordt vervolgens een drukverschil opgebouwd. Dit druk-verschil is een maatstaf voor de hoeveelheid gas die in de ventilator geïnjecteerd wordt. Het gasluchtmengsel wordt via de perszijde van de ventilator aan de brander toegevoerd.

De ontsteking van het mengsel geschiedt naast het cilinder-vormige branderdek middels een electrode. Het toestel is in twee "modes" te bedrijven. In de gebruikers-mode kan men de vier standaard ketel-modes (zie figuur 6) met behulp van het op het toestel aanwezige display selec-teren. In de installateursmode (toegankelijk middels code) kan men een aantal parameters afzonderlijk volgens een parameterlijst instellen (zie hoofdstuk parameters). 2. 1 Cv-bedrijf2. 1. 1 AlgemeenBij warmtevraag van de kamerthermostaat (en geen warm-watervraag) worden direct de driewegklep en de pomp geactiveerd. De ventilator toert op naar het starttoerental. De gasklep wordt bekrachtigd en gedurende 3 seconden vindt er electrische ontsteking plaats. Nadat vlamdetectie heeft plaatsgevonden, gaat het toestel branden op het voor de cv op dat moment benodigde toerental.

Indien ondanks modulatie tot minimum vermogen de aan-voertemperatuur toch nog stijgt, wordt dit toegelaten tot de ingestelde of berekende aanvoertemperatuur met twee gra-den overschreden wordt. Hierna schakelt het toestel uit. Bij einde warmtevraag wordt de gasklep gesloten en draait de pomp gedurende 3 minuten na, tenzij de pomp op conti-nu draaien staat ingesteld (parameter 5). Tenslotte stopt de pomp en gaat de driewegklep naar de rustpositie (gereed voor sanitair warmwater). 2. 1. 2 Niet adaptiefDeze mode kan alleen ingesteld worden door de installateur. Middels kamerthermostaatModulatie vindt plaats vanaf de ingestelde of berekende aanvoertemperatuur. Het toestel schakelt aan en uit door de kamerthermostaat. Middels buitenvoelerHet toestel kan ook geregeld worden met een buitenvoeler (10 kOhm) van AWB artikelnr. A000035027.

Het regelpro-gramma kan geheel naar eigen wens in de installateursmode geprogrammeerd worden. De buitenvoeler dient door de installateur aangesloten en geactiveerd te worden. 2. 1. 3 AdaptiefStandaard af fabriek wordt het toestel adaptief uitgeleverd. Deze mode is niet actief bij het gebruik van een buitenvoeler. De adaptieve regeling bepaalt aan de hand van de aan/uit tijden van de kamerthermostaat de voor de installatie be-nodigde capaciteit en zal er zodoende voor zorgen dat het toestel op de "juiste" belasting brandt. Bij wisselende om-standigheden (dichtdraaien radiatorkranen b. v. ) zal de belas-ting aangepast worden (adaptief). Indien tijdens de warmte-vraag de ingestelde aanvoertemperatuur bereikt wordt, zal het toestel gaan moduleren op die temperatuur. Het toestel zoekt zodoende de bij de installatie horende belasting en zal met optimaal rendement functioneren. 2.

Na einde tapping (gedetecteerd door de stromings-schakelaar) zal het toestel nog in bedrijf blijven tot de set-waarde van de retour-NTC bereikt is. Vervolgens blijft de pomp nog gedurende 15 seconden nadraaien om alle nog aanwezige restwarmte in het voorraadvat te pompen. Gedurende deze tijd zal een vanuit cv optredende warmte-vraag niet gehonoreerd worden. Indien er vervolgens geen warmtevraag meer optreedt, zal na ongeveer 3,5 uur het voorraadvat opgewarmd worden (dit opwarmen duurt onge-veer 20 seconden). Indien het solo-toestel wordt voorzien van een externe boiler die voorzien is van een thermostaat dan wordt de warmte-vraag voor warmwater verkregen door de schakelactie van deze thermostaat. Deze thermostaat bepaalt tevens de hysterese (verschil in °C tussen in en uitschakelen van het toestel).

Bij aanhoudende warmtevraag zal het toestel gaan moduleren bij een aanvoertemperatuur van ongeveer 75 °C. Voor het aansluiten van een externe boiler is de boilerrege-ling 3HR nodig van AWB artikelnr. A000035028. Indien de externe boiler wordt voorzien van een NTC (10 kOhm) van AWB artikelnr. A000331010, welke wordt aangesloten op de electronica van het toestel, dan vindt detectie en warm hou-den van de boiler plaats op basis van de setwaarde, welke in het display kan worden ingevoerd. Deze kan het beste worden ingesteld op een temperatuur van 60 °C. 2. 3 Service-bedrijfHet is mogelijk om het toestel gedurende 11 minuten geforceerd op minimum of maximum cv-toerental te laten branden voor service-doeleinden. Houd de toets (zie figuur 3) gedurende 10 seconden inge-drukt, het cijfer 0 verschijnt op het display (knipperend). Tevens is een sleutelsymbool waarneembaar.

Druk ten-slotte op de + en/of – toets totdat het cijfer 1 (geforceerd laag) of het cijfer 2 (geforceerd hoog) verschijnt. Gedurende het ge-forceerd in bedrijf zijn, is er een koffersymbool op het display zichtbaar. Indien men ten behoeve van service-doeleinden meer dan deze 11 minuten nodig heeft, dient men te resetten en het toestel opnieuw geforceerd te laten branden. Na service bedrijf dient men parameter 8 weer op 0 te zetten. **- de service-code is op aanvraag bij AWB verkrijgbaar. 2 WERKING VAN DE KETEL10.

3. 1 AlgemeenNadat de voedingsspanning is ingeschakeld, of nadat de ketel is gereset, worden de driewegklep en de pomp kort-stondig bekrachtigd. Indien er binnen 24 uren geen warmte-vraag optreedt, wordt deze procedure herhaald. In deze situatie zal de pomp gedurende 30 seconden draaien. Dit gebeurt om te voorkomen dat de pomp en/of de drieweg-klep vast gaat zitten. 3. 2 Bediening + weergave op display (gebruikers-mode)Het bedieningspaneel bevat 3 toetsen ("+" "-" en ) en een display (zie figuur 3). Door kortstondig de -toets (in figuur 3) in te drukken, kunnen de verschillende "modes" op het dis-play zichtbaar gemaakt worden en kunnen de bijbehorende ingestelde waardes afgelezen worden. Het display is uitgerust met een verlichting. Door op een willekeurige toets te drukken, wordt deze verlichting (LED) geactiveerd. 3. 2.

1 Setpoint aanvoertemperatuur cv-bedrijfDruk zo vaak op de -toets tot het symbool voor cv op het display verschijnt (zie figuur 4). Vervolgens is het mogelijk om, door op de + of de – toets te drukken, de setwaarde (ingestelde waarde) van de aanvoer-temperatuur te wijzigen. Indien een buitenvoeler of een OpenTherm-kamerthermo-staat is aangesloten, is deze setwaarde van de aanvoer-temperatuur niet aan te passen omdat deze door de regeling wordt berekend. De setwaarde van de buitenvoeler of OpenTherm regeling wordt weergegeven op het display. 3. 2. 2 Sanitair temperatuur instellingenDruk zo vaak op de -toets tot het symbool voor sanitairge-bruik op het display verschijnt (zie figuur 5).

Vervolgens is het mogelijk om, door op de + of de – toets te drukken, de setwaarde van de taptemperatuur te wijzigen (bij gebruik van een OpenTherm-kamerthermostaat moet de setwaarde via de thermostaat ingesteld worden. Als de OpenTherm-kamerther-mostaat geen sanitairfunctie heeft, dient deze ingesteld te wor-den (zoals hierboven omschreven). Indien een temperatuur < 50 °C wordt ingesteld, verschijnt het "eco"-symbool op het display (zie figuur 5). 3. 2.

3 Sanitair-instellingen CWOm de toestellen conform CW-klassificatie te laten presteren, is het noodzakelijk om de tapwatertemperatuur bij combi-toestellen op een waarde van 63 °C in te stellen. De tapwatertemperatuur dient bij solo-toestellen in combina-tie met een ThermoBoiler ingesteld te staan op 60 °C. De pomp dient in stand 3 te staan. 3. 2. 4 Toestelmodes 1) (zie pagina 5)Het is voor de gebruiker mogelijk om 4 verschillende modes in te stellen. Winterbedrijf, warm water en cv-bedrijf Zomerbedrijf alleen warm waterbedrijf Alleen cv-bedrijf Alleen vorstbeveiliging actiefDeze modes zijn in te stellen door net zo lang op de -toets te drukken tot dat de tekst "mode" op het display verschijnt.

Vervolgens kan men door op de + of de – toets te drukken de diverse modes op het display laten verschijnen (de geselecteer-de mode wordt aangegeven door een knipperende pijlpunt aan de linkerzijde van het display). 3. 2. 5 Weergave displayHet toestel kent verschillende displayweergaves, afhankelijk van de functie. Weergave display, geen warmtevraagNa het veranderen van een instelling verschijnt binnen 10 sec. de weergave van de systeemdruk in bar en de actuele waarde van de aanvoertemperatuur (dus niet de setwaarde). Indien alleen warm waterbedrijf geselecteerd is, verschijnt alleen de weergave van de systeemdruk in bar op het display. Weergave display, buitenvoelerIndien er een buitenvoeler is aangesloten, wordt dit middels een symbool in de vorm van een huisje rechts naast de waarde van de aanvoertemperatuur weergegeven. (zie figuur 6).

Weergave display, warmtevraag aanwezigIndien er een warmtevraag aanwezig is, verschijnt op het display het vlamsymbool (zie figuur 7). Door middel van kleine horizontale balkjes naast het vlamsymbool wordt het toestel-3 BESTURING DOOR BRANDERAUTOMAAT112. 0bar45°CEco 49°C70°CFiguur 4. Veranderen setpoint aanvoertemperatuurFiguur 3. Bedieningspaneel met displayFiguur 5. Instellingen sanitairgebruik1. 7bar50°CFiguur 6.

vermogen van dat moment gesymboliseerd (veel streepjes betekent hoog vermogen). Indien er warmtevraag voor cv is, verschijnt er tevens een radiatorsymbool op het display (zie figuur 7). Bij tapvraag is er een kraansymbool zichtbaar (zie figuur 7). Let op: tapvraag heeft altijd voorrang op cv-warmtevraag. Gedurende afwezigheid kan men het toestel in de vakantie-mode zetten. Op dat moment is er een koffersymbool op het display zichtbaar (zie figuur 7). In deze mode is het vorstbeveiligings-programma actief. 4 INSTALLATIE4. 1 Plaatsen toestelHoud rekening met de plaatselijk geldende voorwaarden van de Nutsbedrijven. De installatie moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in de meest recente uitgave van GAVO NEN 1078, NEN 30128, NPR 3378, NEN 1010 en AVWI NEN 1006 of de meest recente van toepassing zijnde normen. 1. Monteer de ophangstrip waterpas tegen de muur.

Zorg ervoor dat aan weerszijden van het toestel minimaal 10 cm vrije ruimte ter beschikking blijft ten behoeve van onderhoud en service aan het toestel. 2. Hang het toestel met de omzetting, die aan de bovenkant zit, in de ophangstrip. 3. Verwijder de afdichtingsstoppen van de aansluitleidingen. Let op: er kan vuil water uit het toestel lopen. 4. Vul de sifon met leidingwater (zie figuur 10). 4. 2 CV-circuitOntluchtingVoorzie de installatie op het hoogste punt van een ontluch-tingsmogelijkheid. Vullen aftappenVoor het vullen of aftappen dient het toestel voorzien te zijn van netspanning. Zolang de druk in het systeem lager dan 0,6 bar is, zal de pomp niet gaan draaien. Voordat men gaat vullen, dient men de cv- en sanitair-installatie te spoelen met schoon leidingwater. Het toestel zelf is niet voorzien van een vul-enaftapkraan. Alleen de buffertank is voorzien van een aftapkraan.

Het toestel (niet de installatie) wordt ontlucht door twee, boven op het toestel gemonteerde, automatische ont-luchters. De ontluchters dienen geopend te worden voor ingebruikstelling. Draai hiervoor de plastic dopjes boven op de ontluchters los. WerkdrukDe ketel dient in koude toestand gevuld te worden tot een druk tussen de 1,5 en de 2 bar. In de installatie dient in de aanvoerleiding, zo dicht mogelijk bij het toestel, een overstortventiel opgenomen te worden. Dit ventiel dient te openen bij een druk van 3 bar (1/2”, ontlastcapaciteit 100 kW). In de retourleiding, zo dicht mogelijk bij het toestel, dient een expansievat geplaatst te worden. De grootte van het expansievat is afhankelijk van de inhoud van de installatie, en de temperatuur waarop deze is uitgelegd.

ThermostaatkranenBij toepassing van alleen thermostaatkranen dient men in de installatie, zo ver mogelijk van de ketel verwijderd, een bypass te installeren. Deze dient zodanig ingeregeld te zijn dat er een minimale flow van 400 ltr/h over het toestel gewaarborgd is (zie figuur 8). ToevoegmiddelenTer bescherming van de aluminium warmtewisselaar is het niet toegestaan om zonder overleg met AWB aan het cv-water toevoegmiddelen toe te dienen. Algemeen– Monteer leidingen, ter voorkoming van geluid, spanningvrij. – Neergaande leidingen moeten worden voorzien van een ontluchtingsmogelijkheid. – De PH-waarde van het cv-water moet tussen de 3,5 en de 8,5 liggen. 4. 3 Sanitairaansluitingen + condensafvoerDe aansluitingen voor sanitair koud en sanitair warm zijn weergegeven in de maatschetsen (zie figuur 2). Voor aansluitschema externe boiler NTC zie figuur 16.

InlaatcombinatieIn de koud waterleiding dient een Kiwa-gekeurde inlaatcombi-natie geplaatst te worden die voorzien is van een terugslag-klep, een overstort ventiel (8 bar) en een afsluiter. Doseerventiel, filterIn het koudwatercircuit zijn een doseerventiel (figuur 1-punt 27) en een filter (figuur 1-punt 23) opgenomen.

Het filter heeft als taak de doorstroomsensor te beschermen tegen grove vuil deeltjes in het leidingsysteem en dient tijdens een ser-vicebeurt geïnspecteerd en eventueel gereinigd te worden. Het filter is te demonteren volgens figuur 9. 121. 7barFiguur 7. Display symbolen behorende bij warmtevraagFiguur 8. Plaats bypass (kortsluitleiding).

Bij snel sluitende kranen kan men in de leidingen waar drukgolven optreden een waterslag demper plaatsen. CondensafvoerOmdat er in een HR-toestel condens ontstaat, dient er een voorziening gemaakt te worden om dit condenswater af te voeren. Aan de onderzijde in het toestel is een sifon geplaatst (zie figuur 10). De aan het sifon bevestigde afvoer-slang dient op het riool aangesloten te worden middels een open verbinding. Voordat het toestel in bedrijf genomen wordt, dient het sifon gevuld te worden met leidingwater. Verwijder de clip (zie figuur 10) door deze naar voren te trek-ken. Verwijder vervolgens het sifon en vul dit met water. Zorg ervoor dat tijdens onderhoud het filter in de sifon gereinigd wordt. Plaats het filter weer terug zodat verstopping van het sifon wordt voorkomen. 4.

4 Luchttoevoer en verbrandingsgasafvoerOpstellingsmogelijkhedenHet toestel is gekeurd als toesteltype B23, B33, C13, C43, C53, C63, C83. Rookgasafvoer mag worden uitgevoerd in dikwandig aluminium, RVS, kunststof mits deze voorzien zijn van Komokeur of Gastec QA. Het toestel mag zowel open als gesloten aangesloten wor-den. De opstellingsmogelijkheden voor gesloten toestellen zijn weergegeven in figuur 11 (uitvoering A,C,D en E) en in detail uitgewerkt in de figuren 12 t/m 14. Bij uitvoering A liggen toe- en afvoer in hetzelfde drukvlak en is een uitmon-ding boven de nok niet toegestaan. De opstellingsmogelijkheid voor een open toestel is weer-gegeven in figuur 11 (uitvoering B). Uitvoering B betreft de vrije uitmonding. Gesloten toestel in meervoudige toepassing (C6)De luchttoevoer en de verbrandingsgas afvoer worden voor meerdere toestellen gecombineerd.

Deze gecombineerde systemen worden aangeduid als CLV-systemen (combinatie van luchttoevoer en verbrandingsgas afvoersystemen (zie figuur 14)). LeidingberekeningDe totale druk die ter beschikking staat voor leidingwerk bedraagt 90 Pa. Indien men meer dan 90 Pa aan weerstand aanbrengt, zal dit een belastingdaling tot gevolg hebben die meer bedraagt dan 5 %. Bij een belastingdaling >5 % voldoet het toestel niet meer aan de gaskeur CW kwalificatie eisen. Het toestel zal nog starten bij een rookgasafvoer-weerstand van ± 1000 Pa. In tabel 3 staan de weerstandswaarden welke gebruikt kunnen worden voor de leidingberekening. Figuur 9. Demontage van sanitairfilter Figuur 10. Reiniging sifon.

4.5 Gastechnisch4.5.1 AlgemeenDe gasaansluiting dient gemaakt te worden in overeenstem-ming met "Voorschriften voor aardgasinstallaties" GAVO, NEN 1078 en NEN 3028.LeidingenControleer de gasleiding op vervuiling. Afpersen met druk mag gebeuren met een druk van maximaal 150 mbar (buiten het toestel, dus exclusief het gasblok).4.5.2 Controle en afstellen CO²Tussen de 24/24T en de 28/28T bestaan op dit gebied ver-schillen (zie tabel 4).Het toestel is uitgerust met een gas/luchtregeling (verhou-ding 1:1).

Het drukverschil tussen de onderdruk op de inspuiter en de onderdruk in de luchtkast bepalen de stand van de servo-regelaar en zodoende ook de gashoeveelheid.Indien er niet teveel weerstand in het systeem aanwezig is (geen verstopping, vervuiling, of te grote af-en/of toevoer-lengte) dient de gemeten gasflow en het CO² onder vollast-condities en gemonteerde siermantel een waarde te hebben zoals weergegeven in tabel 4.Indien de gasflow te klein is, dient er gecontroleerd te wor-den of het toerental overeenkomt met de waarde zoals weergegeven in benedenstaande tabel, of dat er sprake is van verhoogde weerstand door vervuiling of door toepassing van te grote leidinglengtes.Men dient het toestel altijd eerst op vollast, bij niet gemon-teerde siermantel, af te stellen op een CO² gehalte zoals weergegeven in tabel 4 (zie gasregelklep in figuur 15).

Links om draaien betekent meer gas (hoger CO²) en rechts om draaien betekent minder gas (lager CO²). Vervolgens dient het CO² gehalte op laaglast gecontroleerd te worden (zie off-set schroef in figuur 15). Rechts om draaien betekent meer gas (hoger CO²) en links om draaien betekent minder gas (lager CO²). Indien dit niet het geval is, dient er bijgesteld te worden en weer opnieuw op hoog en op laaglast gecon-troleerd en eventueel bijgesteld te worden.14Figuur 11. OpstellingsmogelijkhedenFiguur 12.Figuur 13.Figuur 14. Toepassingsmogelijkheden CLV-systemen (voor maatvoering zie NPR 3378)

Tabel 4. Afstelgegevens4. 6 ElectrotechnischDe electrische installatie dient te worden aangelegd in over-eenstemming met de bepalingen zoals die vermeld staan in NEN 1010. VoedingHet toestel is voorzien van een snoer met een randgeaarde stekker voor 230V~ / 50 Hz aansluiting op een randgeaarde wandcontactdoos. Deze aansluiting dient vanaf het toestel goed toegankelijk te zijn. De buiten het toestel liggende lengte van het snoer bedraagt 1 meter. Om gevaarlijke situa-ties te vermijden, dient dit snoer, indien het beschadigd wordt, vervangen te worden door een erkend installateur. BedradingHet bedradingsschema is weergegeven in figuur 19. In dit schema zijn eveneens de posities van de zekeringen weer-gegeven. De bedrading zoals die door de fabriek is aangebracht mag niet gewijzigd worden. 4. 6.

1 KamerthermostatenAan/uit thermostaatDe kamerthermostaat dient aangesloten te worden op het kroonsteentje dat zich op de achterplaat van de electronica-box bevindt (zie figuur 16). Electronische aan/uit kamerthermostaten dient men aan te sluiten op de kroonstenen voor OpenTherm en aan/uit (geel en oranje draad, zie figuur 16). Mechanische kamerthermo-staten dient men aan te sluiten op de kroonstenen voor anti-cipatiestroom van 110 mA (geel en blauwe draad). De anticipatiestroom dient, indien men gebruik maakt van een mechanische thermostaat, op een waarde van 0,11 A ingesteld te worden. OpenTherm-thermostaatDe aansluitingen voor de communicerende (OpenTherm) kamerthermostaat dienen op de kroonsteen die zich aan de achterzijde van de control-box bevindt, aangesloten te wor-den (zie figuur 16).

Toestellen geproduceerd voor juli 2005 hebben niet de mogelijkheid een externe boilerthermostaat aan te sluiten. Als de OpenTherm-thermostaat een instelling heeft voor warm water is het raadzaam om deze op 63 graden in te stellen. Voor het aansluiten van de OpenTherm-thermostaat dient het toestel spanningsloos gemaakt te worden.

Bij een OpenTherm (modulerende) kamerthermostaat, vervallen de instelfuncties op de ketel. Deze zijn instelbaar op de kamerthermostaat (afhankelijk van het model kamer-thermostaat). 15ÀÌ"À>iii>ÕÜ>ÕÜÕÌiÀÛiiÀii££äÊ"«i/iÀÁvÊ>>ÉÕÌ 6ÀÀ>>`LiÀ /c-ÕÌÊ`iÊ>iÀÌiÀÃÌ>>ÌÊ>>ÊiÊÛiÀÜ`iÀ`iÊ`ÀÛiÀL`}ÊÌÕÃÃiÊÀ>iÊiÊ}ii°ÝÌiÀiÊLiÀiÌÊ>>ÉÕÌÌiÀÃÌ>>Ì,`ÜÌ>ÕÜLET OP: Vanuit de fabriek worden de gele en oranje draad op de kroonsteen kortgesloten met een blauwe draad. De ketel zal dus altijd direct warmtevraag voor CV waarnemen. De blauwe draad dient dus verwijderd te worden om te voorkomen dat de ketel continu op CV gaat branden.

4. 6. 2 BuitenvoelerVoor het aansluiten van de buitenvoeler (10 kOhm) AWB arti-kelnr. A000035027 dient het toestel spanningsloos gemaakt te worden. De buitenvoeler dient op de koudste gevel van het huis (noordoost) in de schaduw geplaatst te worden. De buitenvoeler dient elektrisch op de kroonsteen die zich aan de achterzijde van de control-box bevindt, aangesloten te worden (zie figuur 16). Door verandering van waarde van de parameters 3, 4, 6, 7, 10 en 11 (zie hoofdstuk parameters) is het mogelijk om diverse stooklijnen in te stellen (zie figuur 17). De invloed van de betreffende parameters wordt hieronder aangegeven. Parameter 3: begrenzing van de minimale aanvoertemperatuur. (default 22 °C)Parameter 4: begrenzing van de maximale aanvoertemperatuur.

(default 87 °C)Parameter 5: instelling van de pomp bij voorkeur instellen op 3, voor een optimale regeling, op basis van de buiten-temperatuur, in de gehele woning. (default 1)Parameter 6: Deze parameter biedt 16 regelingen genummerd van 00 t/m 15 (zie grafiek). (default 5)Voorbeeld: met de kromme 10, is de verwarmingstemperatuur maximaal bij een buitentemperatuur van -5,5 °C. 16Parameter 7: Het beginpunt van de regelingslijnen kan verschoven worden door middel van de instelling van -9 tot 10, wat overeen-komt met een buitentemperatuur van 6 tot 25°C. (default 0)Parameter 10: Standaard staat de nacht verlaging aktief "1". Om deze uit te schakelen dient deze op "0" te worden ingesteld. Parameter 11: Indien parameter 10 aktief is kan hier de verlaging in aan-voertemperatuur voor de nacht worden ingesteld.

Opmerking:– De regelingen van de menu's 6, 7, 10 en 11 zijn van geen invloed als de installatie niet over een buitenvoeler beschikt. – Het gebruik van de bovenstaande parameters is uitsluitend voorbehouden aan de erkende installateur.

17Bij toepassing van een externe boiler dient parame-ter 9 op "1" te worden ingesteld. Hiermee activeert u het sanitairprogramma van de ketel. De instelhandelingen hiervoor zijn gelijk aan de in-stelhandelingen "Service-bedrijf" zoals beschreven staan in hoofdstuk 2. 3 pagina 10. 32125678910114Inhoud boilerset 1 bestaande leiding 2 moer 3 Clip Ø18 4 Driewegklep 5 Aansluitleiding 6 O-ring Ø18 7 Vlakke afdichting 3/4" 8 O-ring Ø18 9 Clip Ø20 10 afdichting Ø20 11 externe aansluitleiding 12 Aansluiting klepmotorvoedingA = Retour cv-installatieB = Retour externe boiler4. 6. 3 Externe vooraadboilerIndien op het toestel een voorraadboiler wordt aangesloten, dient er gebruik gemaakt te worden van een AWB boiler regeling 3HR artikelnr. A000035028. Deze boiler kan uitgerust zijn met een NTC (artikelnummer A000331010) of een aan/uit-thermostaat.

Beide dragen in dat geval zorg voor detectie en regeltemperatuur. De maximale aanvoertemperatuur bedraagt bij deze toepas-sing 70 graden. Toestellen met een display versie VP3. 01 I of hoger hebben de mogelijkheid de maximale aanvoer temperatuur te verhogen tot 87 graden (parameter 28). Het toestel voldoet dan echter niet meer aan de CW kwalificatie. Montage instructie van de driewegklep (figuur 18):- Demonteer leiding (1) door moer (2) los te draaien en clip (3) te demonteren. - Monteer de leiding (5) met de O-ring (6) op de onderplaat en fixeer deze met de clip (9). - Plaats de driewegklep (4) en schroef de moer (5) vast op de driewegklep (4). - Breng de andere leidingen aan met een nieuwe afdichtin-gen (7) (8), schroef de moer (2) vast en bevestig de clip (3).

- Sluit de meegeleverde 10 kOhm NTC aan op de kroon-steenaansluiting, aan de achterzijde van de bedieningskast (figuur 16). Het aansluitschema is eveneens te vinden op de achterzijde van de bedieningskast. - Middels de toegangscode krijgt u toegang tot de parame-terlijst. Parameter (9) dient u op 1 te zetten. - Selecteer vervolgens de combi functie op het gebruiksdisplay. - Voor een werking overeenkomstig met de CW kwalificatie (CW 5 of CW 6) dient u de tapwater temparatuur op 60 ˚C in te stellen. - Controleer tot slot de juiste werking. Figuur 18. Montage instructie driewegklep1Uitgangssituatie 3HR solo toestelOmgebouwde situatie voor bedrijf met externe boilerAB.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AWB Thermomaster 3HR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden