Auriol Z31130 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Auriol Z31130 (174 pagina’s), behorend tot de categorie Weerstation. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 94 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Auriol Z31130 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Auriol |
| Categorie: | Weerstation |
| Model: | Z31130 |
Handleiding Auriol Z31130 – volledige tekst
135 NLCorrect gebruik / OnderdelenbeschrijvingRadioweerstation Correct gebruikHet weerstation geeft de binnen- en buitentemperatuur weer in Celsius (°C) of Fahrenheit (°F) en tevens de maximale en minimale waarden. Daarnaast ook de relatieve vochtigheid binnen en buiten (% RH) alsmede hun maximale- en minimale waarden. Andere weergegeven informatie van het weerstation is de weersvoorspel-ling, de tijd in 12- / 24-uursformaat alsmede de datum. Ook toont het weerstation de tijd en voor elke dag de zonsopkomst en -ondergang en de maanstanden aan. Verder beschikt het weerstation over twee verschillende alarmfuncties. Het apparaat is niet bestemd voor commercieel gebruik. OnderdelenbeschrijvingWeerstation:1 Datumweergave2 Maandweergave3 Alarm 14 SNOOZE-weergave5 Radiomastsymbool6 DST-weergave (zomertijd)
139 NLLeveringsomvang / Veiligheid2 Batterijen AA, 1,5 V1 Gebruiksaanwijzing VeiligheidLees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Nalatigheden bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schokken, brand en / of ernstig letsel tot gevolg hebben.BEWAAR ALLE VEILIGHEIDSTECHNISCHE INSTRUCTIES EN AANWIJZIN-GEN OM DEZE EVENTUEEL LATER TE KUNNEN RAADPLEGEN! Algemene veiligheidsinstructies LEVENSGEVAAR EN GEVAAR VOOR ONGEVALLEN VOOR KLEINE KINDEREN EN JON-GEREN! Laat kinderen nooit zonder toezicht bij het verpakkingsma-teriaal. Er bestaat gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal. Kinderen onderschatten de gevaren vaak. Houd kinderen steeds verwijderd van het product. LEVENSGEVAAR! Batterijen kunnen worden ingeslikt, hetgeen levensgevaar-lijk kan zijn. Wanneer een batterij is ingeslikt, moet onmiddellijk medische hulp worden ingeroepen.
140 NLVeiligheid Kinderen of personen met onvoldoende kennis over en ervaring in de omgang met het apparaat of met beperkte lichamelijke, sensorische of geestige vermo-gens mogen het apparaat niet zonder toezicht of instructie door een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon gebruiken. Op kinderen dient toezicht te worden gehouden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Gebruik het apparaat niet wanneer het beschadigd is. Bij beschadigde appa-raten bestaat levensgevaar door elektrische schokken! Beschadigingen door ondeskundig gebruik, negeren van de handleiding of ingrepen door niet geautoriseerde personen zijn van de garantieverlening uit-gesloten. Neem het product nooit uit elkaar. Door ondeskundige reparaties kan aanzien-lijk gevaar voor letsel voor de gebruiker ontstaan. Laat reparaties alleen uitvoe-ren door een vakman.
Veiligheidsaanwijzingen met betrekking tot batterijen Verwijder de batterijen uit het apparaat als het gedurende een langere periode niet wordt gebruikt. VOORZICHTIG! EXPLOSIEGEVAAR! Laad batterijen in géén geval op! Let bij het plaatsen van de batterijen op de juiste polariteit! Deze wordt in de batterijcompartimenten aangegeven. Reinig de contacten van het product en van de batterijen zo nodig voordat u de batterijen plaatst.
141 NLVeiligheid / Voor de ingebruikname Verwijder verbruikte batterijen per omgaande uit het apparaat. Er is sprake van verhoogd gevaar op lekkage! Batterijen horen niet thuis in het huisafval! Iedere verbruiker is wettelijk verplicht, batterijen volgens de voorschriften af te voeren! Houd de batterijen weg van kinderen, gooi de batterijen niet in open vuur, sluit deze niet kort en neem ze niet uit elkaar. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van hetzelfde type. Bij negeren van de instructies kunnen batterijen over hun eindspanning heen ontladen worden. Vermijd het contact van huid, ogen en slijmvliezen met batterijzuur. In geval van contact met batterijzuur moeten de desbetreffende plekken met veel water worden afgespoeld en / of moet een arts geraadpleegd worden!
Voor de ingebruikname Apparaten plaatsen Waarborg bij de keuze van de opstelplaats dat de appara-VOORZICHTIG!ten niet worden blootgesteld aan directe zoninstraling, vibratie, stof, hitte, kou en vocht. Plaats de apparaten niet in de buurt van hittebronnen, bijv. verwarmingen. In het andere geval dreigt gevaar voor schade aan de apparaten.
142 NLVoor de ingebruikname Plaats de apparaten niet zonder een geschikte bescherming op waardevolle of gevoelige oppervlakken. In het andere geval zouden deze beschadigd kunnen raken. Plaats de apparaten niet in de buurt van storingsbronnen zoals televisies, com-puters, dikke muren, thermopane ramen enz. De radioverbinding tussen de ap-paraten kan hierdoor negatief worden beïnvloed. Waarborg dat de anderen apparaten in de buurt niet met dezelfde frequentie van 433 MHz worden gebruikt. Deze apparaten kunnen een storing in de ra-dioverbinding veroorzaken. Plaats de apparaten niet naast of op metalen platen. De radioverbinding tussen de apparaten kan hierdoor negatief worden beïnvloed. Plaats de apparaten niet in gebouwen van staalbeton, bijv. vliegveldterminals, flats, fabrieken of kelders. De radioverbinding tussen de apparaten kan in het andere geval negatief worden beïnvloed.
Plaats de apparaten op open terrein niet meer dan 30 meter van elkaar verwij-derd. De radioverbinding tussen de apparaten kan anders worden onderbroken. Buitensensor in gebruik nemen Verwijder de afdekking van het batterijvakje aan de achterkant van de buiten-sensor. Verwijder de isolatiestrook van de batterij. De buitensensor is nu gebruiksklaar en de controle-LED 41 licht even op.
143 NLVoor de ingebruiknameOpmerking: als u meer dan één buitensensor gebruikt (max. 3) dan kunt u de gegevens van de afzonderlijke buitensensors met het weerstation ontvangen. Stel met behulp van de kanaalkeuzeschakelaar 44 voor elke buitensensor een ander kanaal in. Sluit het batterijvakje.Buitensensor monteren:Opmerking: voor deze werkzaamheden hebt u een boormachine nodig. Zoek een geschikte plaats voor de buitensensor. Opmerking: denk eraan, de buitensensor binnen een cirkel van 30 m rond het weerstation te monteren. Waarborg dat er zich geen storende hindernissen tussen buitensensor en weerstation bevinden. In het andere geval kan de gege-vensoverdracht gestoord worden.Wandmontage: Hang de buitensensor met de ophanginrichting 42 aan een schroef.
Weerstation in gebruik nemenVerwijder het isolatiestrookje van de batterij: Open het batterijcompartiment 40 aan de achterzijde van het weerstation. Verwijder de isolatiestrook van de batterij.
144 NLVoor de ingebruikname Sluit het batterijcompartiment vervolgens weer.Zodra de batterijen geplaatst en het isolatiestrookje verwijderd is, start het weersta-tion de ontvangt van het radiografische signaal.Opmerking: verander de standplaats van het weerstation niet tijdens de ontvangst van het radiografische signaal. Anders kan dit tot ontvangststoringen leiden.Weerstation met de buitensensor en het DCF-signaal verbinden: Na het verwijderen van de isolatiestrook tussen de batterijen zoekt het weerstation contact met de buitensensor. Dit kan enkele minuten duren. Bij een succesvolle ver-binding met de buitensensor wordt op het LC-Display het symbool voor het gekozen kanaal 27 met het kanaal van de buitensensor weergegeven (wijzig eventueel het kanaal van de buitensensor volgens het hoofdstuk “Kanaal instellen”).
Kan geen automatische verbinding maken, druk op de RESET-toets 43, om de verbinding handmatig te maken. Wanneer een verbinding van het weerstation met de buitensensor tot stand gebracht is, ontvangt het weerstation automatisch het DCF-signaal. Dit proces duurt enkele minuten en wordt op het LC-Display weergegeven door middel van de knipperende radiomast 5.Bij een succesvolle ontvangst van het DCF-signaal wordt de radiomast constant op het LC-display weergegeven. Wanneer bij de ingebruikname geen synchronisatie met de atoomklok mogelijk is, dan kunt u de tijd ook handmatig instellen (zie “12- / 24- uur formaat / °C / °F / Tijdzone / Tijd / Datum / Taal handmatig instellen“).
145 NLVoor de ingebruikname / BedieningRadiosignaal (DCF): Het DCF-signaal (zender van het tijdsignaal) bestaat uit tijdimpulsen die door één van de meest nauwkeurige klokken ter wereld, in de buurt van Frankfurt / Main, Duitsland, worden uitgezonden – het signaal wijkt per 1 miljoen jaar 1 seconde af.Uw weerstation ontvangt deze signalen onder optimale omstandigheden tot een afstand van ca. 1.500 km rondom Frankfurt / Main. De ontvangst van het radiogra-fische signaal duurt normaal gesproken ca. 3–10 minuten.De ontvangst kan door hindernissen (bijv. betonnen muren) of storingsbronnen (bijv. andere elektrische apparaten) aanzienlijk worden belemmerd. Verander eventueel de standplaats van de radiografische klok (bijv. bij een raam), wanneer problemen tijdens de ontvangst optreden.
Bediening DCF-radiosignaal ontvangenDe klok van het weerstation begint na een succesvolle verbinding met de buiten-sensor of 3 minuten na het verwijderen van het batterij-isolatiestrookje automatisch met het zoeken naar het DCF-radiosignaal. Het zoeken wordt op het LC-display weergegeven door het knipperen van de radiomast 5.
146 NLBedieningOpmerking: in gebouwen van staalbeton kan de ontvangst van het radiosignaal negatief worden beïnvloed (zie “Apparaten plaatsen”).Om eventuele afwijkingen met de exacte tijd te corrigeren, voert het weerstation dagelijks om 1:00, 2:00 en 03:00 uur automatisch een synchronisatie met het DCF-radiosignaal uit. Wanneer de synchronisatie om 03:00 plaatsvindt, dan voert het weerstation op deze dag geen synchronisatie met het DCF-signaal meer uit. Wanneer de synchronisatie met de DCF-radiomast mislukt, dooft het symbool van de radiomast. Het weerstation probeert nu om 04:00 en 05:00 uur de synchroni-satie met het DCF-signaal uit te voeren. Mocht de synchronisatie om 05:00 uur nog steeds mislukken, dan voert het weerstation op deze dag geen synchronisatie meer uit met het DCF-radiosignaal. De ontvangst van het DCF-signaal kan op het weerstation ook handmatig worden gestart.
Druk tegelijkertijd op de + of – -Taste 35, 36. Het weerstation tracht het DCF-signaal te ontvangen. Dit proces duurt enkele minuten en wordt op het LC-display weergegeven door middel van de knipperende radiomast .Wanneer de verbinding met het DCF-signaal niet tot stand komt, wordt het zoeken onderbroken. Opmerking: wanneer de klok van het weerstation het DCF-signaal op grond van storingen, een te grote afstand tot de zender of iets dergelijks niet kan ontvangen, dan hebt u de mogelijkheid om de tijd handmatig in te stellen. Zodra een DCF-sig-naal ontvangen wordt, worden de handmatig ingestelde waarden overschreven.
147 NLBediening 12- / 24-uur formaat / °C / °F / Tijdzone / Tijd / Datum / Taal handmatig instellenDe ontvangst van het DCF-signaal kan op de standplaats van het weerstation ge-stoord resp. onderbroken zijn. In dit geval hebt u de mogelijkheid, het apparaat handmatig in te stellen.Werkwijze: 1. Druk op de MODE-toets 34 en houd deze gedurende ca. 3 seconden ingedrukt. Het 12- / 24-uur formaat knippert op het display. Druk op de + of – -toets 35, 36, om de gewenste waarde in te stellen. Opmerking: het AM-symbool in de tijdweergave 7 betekent bij het 12-uur formaat voormiddag. Het PM-symbool in de tijdweergave staat bij het 12-uur formaat voor de namiddag. 2. Bevestig de invoer door het indrukken van de MODE-toets. De temperatuurindi-catie knippert op het display. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen. 3. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken.
148 NLBedieningTip: houd de + of – -toets ingedrukt. Op deze wijze activeert u de functie voor het snelle instellen van de waarden. De functie voor het snelle instellen kunt u ook voor de volgende instelprocessen gebruiken. Wanneer u niet binnen 20 seconden een andere toets indrukt, keert het LC-display automatisch terug naar de standaardweergave. 5. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De minutenweergave van de tijdmelding knippert. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen. 6. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. In de tijdweergave knippert nu het jaar. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen. 7. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De maandaanduiding van de datumweergave 1 knippert. Druk op de + of – -toets om de gewenste waarde in te stellen. 8. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken.
149 NLBediening Wektijd instellen 1. Druk kort op de MODE-toets 34, om naar de alarmmodus te schakelen. Op het LC-Display verschijnt de momenteel ingestelde wektijd. 2. Druk op de MODE-toets en houd deze 2 seconden ingedrukt. De uurweer-gave knippert. 3. Druk op de + of – -toets 35, 36 om de gewenste waarde in te stellen. 4. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. De minutenweergave knippert. Herhaal stap 3 om de waarde voor de tweede plaats achter de komma in te stellen. 5. Bevestig de invoer door op de MODE-toets te drukken. Tip: houd de + of – -toets ingedrukt. Op deze wijze activeert u de functie voor het snelle instellen van de waarden. De functie voor het snelle instellen kunt u ook voor de volgende instelprocessen gebruiken. Wanneer u niet binnen 20 seconden een andere toets indrukt, keert het LC-display automatisch terug naar de standaardweergave.
Opmerking: u kunt twee verschillende alarmen instellen. 6. Druk tweemaal kort op de MODE-toets, wanneer het weerstation zich in de tijdweergavemodus 7 bevindt. Druk eenmaal kort op de MODE-toets, wan-neer het weerstation zich in Modus ALARM 1 bevindt. U komt nu in de modus ALARM 2. 7. Herhaal stap 2–5, om de waarde voor ALARM 2 in te stellen.
150 NLBediening Wekfunctie activeren / deactiveren 1. Druk kort eenmaal of tweemaal op de MODE-toets 34, om in de modus van ALARM 1 of ALARM 2 te komen. 2. Druk op de + -toets 35. Het Alarm-1-symbool 3 of het Alarm-2-symbool 8 verschijnt op het LC-Display. De wekfunctie is geactiveerd. 3. Druk opnieuw op de + -toets. Het Alarm-1-symbool of het Alarm-2-symbool op het LC-Display dooft. De wekfunctie is gedeactiveerd. Alarmsignaal uitschakelen Druk, m.u.v. de SNOOZE- / LIGHT-toets 33 op een willekeurige toets om het alarmsignaal te stoppen. U hoeft het alarm niet opnieuw te activeren. Het alarm schakelt in de al ingestelde alarmtijd automatisch in. Opmerking: het alarmsignaal klinkt gedurende ca. 2 minuten. SNOOZE-functie Druk op de SNOOZE- / LIGHT-toets 33, om in de SNOOZE-modus te komen, terwijl het alarmsignaal klinkt. Het alarmsignaal gaat na ca. 5 minuten op-nieuw af.
151 NLBediening Weersverwachting in gebruik nemenOpmerking: let daarnaast ook op de weersverwachting van uw lokale weerinsti-tuut. Richt u bij grote verschillen tussen de voorspellingen van het apparaat en die van het plaatselijke weerinstituut naar het weerinstituut.De weersverwachting wordt door de evaluatie van de luchtdrukveranderingen berekend en kan afwijken van het daadwerkelijke weer.Het weerstation toont de volgende weersymbolen: + = zonnig + = licht bewolkt + = bewolkt
153 NLBediening Standplaats kiezen Druk op de CITY-toets 39. De weergave van de standplaats 12 knippert en de lengte- en breedtegraad wordt weergegeven. Druk op de + of – -toets 35, 36 om uw standplaats te selecteren. Druk op de CITY-toets om uw invoer te bevestigen. Wanneer de afkorting voor uw standplaats niet op het display verschijnt, dan kunt u de standplaats zelf in-voeren (zie “Standplaats handmatig selecteren“).Na een korte tijd toont het weerstation de tijden voor de zonsopkomst en -onder-gang, de maanstanden alsmede eb (TIDE LO), gemiddelde waterstand (TIDE MID) en vloed (TIDE TH). Standplaats handmatig kiezen De CITY-toets 39 indrukken en gedurende ca. 2 seconden ingedrukt houden. Druk op de + of – -toets 35, 36 om de eerste letter van uw standplaats te kiezen. Druk op de CITY-toets om uw invoer te bevestigen. Voer de 2e en de 3e letter op dezelfde manier in.
154 NLBediening Druk op de CITY-toets om uw invoer te bevestigen. Stel de lengte- en breedte-graad van uw standplaats op dezelfde manier in.Na een korte tijd toont het weerstation de tijden voor de zonsopkomst en -onder-gang, de maanstanden alsmede eb (TIDE LO), gemiddelde waterstand (TIDE MID) en vloed (TIDE TH).U kunt kiezen uit de volgende landen en steden: Germany (DE) Berlin BER 53 °N 13 °E Bremen BRE 53 °N 9 °E Köln KOE 51 °N 7 °E Dortmund DOR 52 °N 7 °E Dresden DRE 51 °N 14 °E Düsseldorf DUS 51 °N 7 °E Erfurt ERF 51 °N 11 °E Frankfurt FRA 50 °N 9 °E Freiburg FRE 48 °N 8 °E Hamburg HAM 54 °N 10 °E Hannover HAN 52 °N 10 °E
166 NLBediening Kanaal instellenHet weerstation ontvangt het signaal van de buitensensor automatisch nadat u alle instellingen hebt uitgevoerd. De symbolen van de luchtvochtigheid (buiten) 22 en buitentemperatuur 25 knipperen dan. Opmerking: als u meer dan één buitensensor gebruikt (max. 3) dan kunt u de gegevens van de afzonderlijke buitensensors met het weerstation ontvangen. Kies voor elke buitensensor een ander kanaal, door op de kanaaltoets 37 te drukken. De betreffende data worden in het LC-Display weergegeven.- 1: kanaal buitensensor 1- 2: kanaal buitensensor 2- 3: kanaal buitensensor 3- : automatische kanaalomschakeling Temperatuur en temperatuurtrend weergevenDe actuele binnentemperatuur 19 en de temperatuurtrend (binnen) 15 worden in het LC-Display weergegeven.
167 NLBediening De temperatuur blijft constant. De temperatuur daalt. Luchtvochtigheid en luchtvochtigheidstrend weergevenDe actuele luchtvochtigheidstrend (binnen) 16 alsmede de actuele luchtvochtigheid (binnen) 17 worden op het LC-Display weergegeven. De comfortindicator 18 ver-deelt de luchtvochtigheid in drie categorieën. De volgende categorieën staan ter beschikking: DRY = Luchtvochtigheid < 40 % COMFORT = Luchtvochtigheidsgraad 40–70 %, binnentemperatuur 20 °C–28 °C WET = Luchtvochtigheid > 75 %Na een succesvolle verbinding met de buitensensor toont het weerstation de lucht-vochtigheidstrend (buiten) 21 alsmede de luchtvochtigheid (buiten) 22 op het LC-Display.
168 NLBediening Maximale / minimale temperatuur / luchtvochtigheid weergevenDe minimale / maximale temperatuur en de luchtvochtigheid worden na het plaat-sen van de batterijen voor het eerst gemeten en in het weerstation opgeslagen.De maximale en minimale waarden voor temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk worden automatisch opgeslagen. Bevindt het weerstation zich in de tijdweergave 7, druk dan op de +toets 35, om de maximale waarden weer te geven. Druk twee maal op de +-toets om de minimale waarden weer te geven. Houd de +-toets gedurende ca. 3 seconden ingedrukt om de opgeslagen mini-male en maximale waarden te wissen. Temperatuur- en vorstalarm Druk op de – -toets 36, om de modus van het temperatuur alarm te kiezen. Houd de – -toets gedurende 3 seconden ingedrukt. De maximale temperatuur-indicatie knippert. Druk op de + of – -toets, om de waarden in te stellen.
169 NLBediening Temperatuur- en vorstalarm activeren / deactiveren Wanneer meer dan één buitensensor is geactiveerd, druk dan op de kanaal-toets 37, om er één te selecteren. Druk herhaaldelijk op de – -toets 36 om de temperatuur- en het vorstalarm te activeren.Wanneer het vorstalarm is geactiveerd, dan verschijnt het bijbehorende symbool 23 naast de buitentemperatuur. Het alarmsignaal klinkt bij –1 °C tot + 3 °C. Wanneer het temperatuuralarm is geactiveerd, dan verschijnt het bijbehorende symbool naast de buitentemperatuur. Het alarmsignaal klinkt bij de ingestelde waarden. Wanneer de temperatuur- en vorstalarmen zijn geactiveerd, dan verschijnen beide symbolen op het display. Achtergrondverlichting Druk op de SNOOZE / LIGHT-toets 33. De achtergrondverlichting brandt ge-durende 5 seconden.
170 NLBediening Batterij-indicatorDe batterij-indicator 20, 26 verschijnt in het LC-Display van het weerstation wan-neer de batterijen bijna leeg zijn. Denk eraan, de batterijen tijdig te vervangen (zie “Batterijen vervangen”). Batterijen vervangenWeerstation: vervang de batterijen wanneer het LC-Display onleesbaar wordt of de batterij-indi-catie 20 verschijnt. Open het batterijvakje aan de achterzijde van het weerstation. Neem de gebruikte batterijen eruit. Plaats 3 nieuwe batterijen van het type AA, 1,5 V. Opmerking: let daarbij op de juiste polariteit. Deze staat in het batterijvakje 40 aangegeven. Sluit het batterijvakje.Buitensensor: Vervang de batterijen wanneer de batterij-indicatie 26 verschijnt. Verwijder de afdekking van het batterijvakje aan de achterkant van de buitensensor.
171 NLBediening Neem de gebruikte batterijen eruit. Plaats 2 nieuwe batterijen van het type AA, 1,5 V. Opmerking: let daarbij op de juiste polariteit. Deze staat in het batterijcom-partiment 45 aangegeven. Sluit het batterijcompartiment. Storingen verhelpenOpmerking: het apparaat bevat elektronische componenten. Plaats het apparaat niet in de buurt van storingsbronnen zoals mobiele telefoons, radioapparatuur, cb-radio’s, afstandsbedieningen of magnetrons enz. De radio-ontvangst kan daardoor worden verminderd. Verwijder dergelijke apparaten uit de reikwijdte van het weerstation / de buiten-sensor of verwijder kortstondig de batterijen uit het weerstation / de buitensensor als het display storingen weergeeft. Reiniging en onderhoud Gebruik in geen geval vloeistoffen en geen reinigingsmiddelen omdat deze het apparaat beschadigen.
172 NLBediening / Verwijdering Spuit de buitensensor in géén geval af met bijv. een tuinslang. De buitensensor is alleen bestand tegen regen. VerwijderingDe verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen die u via de plaatselijke recyclingdiensten kunt afvoeren.Informatie over de mogelijkheden om het uitgediende artikel na gebruik af te voeren, verstrekt uw gemeentelijke overheid. Gooi uw apparaat, wanneer het afgedankt wordt, niet weg met het huis-vuil maar voer deze af volgens de geldende plaatselijke voorschriften om het milieu te sparen. Over afgifteplaatsen en hun openingstijden kunt U zich bij uw aangewezen instantie informeren.Defecte of verbruikte batterijen moeten volgens de richtlijn 2006 / 66 / EC worden gerecycled. Geef batterijen en / of het apparaat af bij de daarvoor bestemde ver-zamelstations.Milieuschade door verkeerde afvoer van batterijen!
173 NLVerwijdering / InformatieBatterijen mogen niet via het huisafval worden afgevoerd. Ze kunnen giftig zwaar metaal bevatten en moeten worden behandeld als gevaarlijk afval. De chemische symbolen van de zware metalen zijn als volgt: Cd = cadmium, Hg = kwikzilver, Pb = lood. Geef verbruikte batterijen daarom af bij een gemeentelijk inzamelpunt. Informatie ConformiteitsverklaringWij Milomex Ltd., c / o Milomex Services, Hilltop Cottage, Barton Road, Pulloxhill, Bedfordshire, MK45 5HP, UK, verklaren in eigen verantwoordelijkheid dat het product: DCF weerstation, modelnr.: Z31130 versie: 02 / 2012, waarop deze verklaring betrekking heeft, overeenstemt met de normen / normatieve documenten van de richtlijn 1999 / 5 / EC. Deze documenten kunnen desgewenst worden gedownload van www.milomex.com.EMC
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Auriol Z31130 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Weerstation Auriol
Handleiding Weerstation
Nieuwste handleidingen voor Weerstation