ATAG VA 6111 AT Handleiding

ATAG Vaatwasser VA 6111 AT

Bekijk gratis de handleiding van ATAG VA 6111 AT (40 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen. Heb je een vraag over ATAG VA 6111 AT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Informatie voor de gebruiker
Afwasautomaat
VA6111
ATUU/A01

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Vaatwasser
Model: VA 6111 AT

Handleiding ATAG VA 6111 AT – volledige tekst

2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar het boekje zodat u nog eens iets kunt nalezen.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar van het apparaat door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt: 1 VeiligheidsaanwijzingenWaarschuwing! Aanwijzingen die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Aanwijzingen die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen. 3 Aanwijzingen en praktische tips 2 Milieu-informatie 3 Uw afwasautomaat heeft het nieuwe spoelsysteem “IMPULSSPOELEN“. Om een betere reiniging van het servies te be-reiken, worden bij dit spoelsysteem tijdens een afwasprogramma het toerental van de motor en de sproeidruk gevarieerd. Daarom varieert tevens het geluidsniveau van het lopende afwasprogram-ma.

3Inhoud Gebruiksaanwijzing. 4 Veiligheid. 4 Apparaataanzicht. 6 Bedieningspaneel. 6 Voor de eerste ingebruikname. 9 Waterontharder instellen. 9 Speciaal zout doseren. 11 Glansmiddel doseren. 12 Signaaltoon in- en uitschakelen. 14 In het dagelijks gebruik. 15 Bestek en servies in de machine plaatsen. 15 Bovenste korf in hoogte verstellen. 19 Afwasmiddel doseren. 20 Gebruik van 3in1-afwasmiddelen. 21 Afwasprogramma kiezen (programmatabel). 22 Afwasprogramma starten. 23 Starttijdkeuze instellen. 24 Afwasautomaat uitschakelen. 25 Onderhoud en reiniging. 25 Wat te doen als. 27 Kleine storingen zelf oplossen. 27 Als het afwasresultaat niet bevredigend is. 29 Afvalverwerking. 30 Technische gegevens. 30 Aanwijzingen voor testinstituten. 31 Opstel- en aansluitaanwijzing. 33 Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie. 33 Opstellen van de afwasautomaat. 34 Aansluiten van de afwasautomaat.

4Gebruiksaanwijzing 1 VeiligheidVoor de eerste ingebruikname • Volg de ”Opstel- en aansluitaanwijzing” op.Gebruik volgens de voorschriften • De afwasautomaat is alleen bestemd voor het afwassen van huis-houdservies. • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan de afwasautomaat zijn niet toegestaan. • Alleen speciaal zout, afwasmiddel en glansmiddel gebruiken dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is. • Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doseren. Explosiegevaar!Veiligheid voor kinderen • Verpakkingsonderdelen buiten het bereik van kinderen houden. Ver-stikkingsgevaar! • Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrische ap-paraten verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de afwasautomaat. • Controleer of kinderen of huisdieren niet in de afwasautomaat kun-nen klauteren. Levensgevaar!

5Algemene veiligheid • Reparaties aan de afwasautomaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. • Als de afwasautomaat niet gebruikt wordt, het apparaat uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien. • De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar al-tijd aan de stekker. • Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert. • Ga nooit op de geopende deur staan of zitten. • Staat de afwasautomaat in een ruimte waar het kan gaan vriezen, dan dient na ieder gebruik de aansluitslang van de waterkraan ge-scheiden te worden.

6Apparaataanzicht BedieningspaneelVoor de bediening van het apparaat moet altijd eerst de deur van de af-wasautomaat worden geopend. Met de AAN/UIT-toets wordt de afwasautomaat in-/uitgeschakeld.BovensproeiarmBovenkorf-sproeiarm enbodemsproeiarmSchakelaar hardheids-bereikVoorraadvakje voor zoutVakje voorafwasmiddelVoorraadvakje voor glansmiddelTypeplaatjeZevenBedieningsveldAAN/UIT-toets

7 Met de programmatoetsen wordt het gewenste afwasprogramma ge-kozen.Functietoetsen: Naast het aangegeven afwasprogramma kunnen met behulp van deze toetsen de volgende functies worden ingesteld: Functietoets 1 Waterontharder instellen Functietoets 2 - niet in gebruik - Functietoets 3 Signaaltoon in- en uitschakelenProgrammatoetsenFunctietoetsen 1 2 3

8De multidisplay kan aangeven: – op welk hardheidsniveau de waterontharder is ingesteld. – of de signaaltoon is in- of uitgeschakeld. – welke starttijd is ingesteld. – hoe lang een lopend afwasprogramma naar verwachting nog duurt. – van welke storing aan de afwasautomaat sprake is. Controlelampjes hebben de volgende betekenis: 1) 1) Deze controle-indicaties branden niet tijdens het lopende afwasprogramma.Zout bijvullen 1) Glansmiddel bijvullen Waterkraan opendraaienControle-lampjes3in1-functie kiezenStarttijdkeuzeinstellenMultidisplay

9Voor de eerste ingebruikname 1. Waterontharder instellen 2. Zout voor de waterontharder doseren 3. Glansmiddel doseren 3 Als u een 3in1-afwasmiddel wilt gebruiken, let dan op het volgende: – Lees eerst het hoofdstuk “Gebruik van 3in1-afwasmiddelenl“. – De afwasautomaat inschakelen, op de toets “3in1” drukken. De indi-catie van de toets brandt: De 3in1-functie is geselecteerd! U hoeft daarom – geen zout of glansmiddel te doseren. – de waterontharder niet in te stellen. – de toevoer van het glansmiddel niet in of uit te schakelen. – Voor de start van het afwasprogramma het 3in1-afwasmiddel in het vakje voor het afwasmiddel doseren.Waterontharder instellenDe wateronderharder moet mechanisch en elektronisch worden inge-steld. 3 Om kalkafzettingen op servies en in de afwasautomaat te voorkomen, moet het servies met zacht d.w.z. kalkarm water worden afgewassen.

De waterontharder moet volgens de tabel op de waterhardheid binnen uw woongebied worden ingesteld. Informatie over de plaatselijke wa-terhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.De afwasautomaat moet uitgescha-keld zijn. Mechanische instelling: 1. De deur van de afwasautomaat ope-nen. 2. De onderste korf uit de afwasautomaat nemen. 3. De schakelaar voor het hardheidsbe-reik aan de linkerzijde van de kuip op O of 1 draaien (zie tabel).

10Elektronische instelling: 1.De toets AAN/UIT indrukken. 3 Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden gean-nuleerd: De functietoetsen 2 3en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken. De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden.Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is ge-activeerd. 2.De functietoetsen 2 3en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen. 3.Functietoets 1 indrukken. De LED-indicatie van de functietoets 1 knippert.De multidisplay geeft het ingestelde hardheidsniveau aan. 4.Het drukken op de functietoets 1 verhoogt het hardheidsniveau met 1.(Uitzondering: na hardheidsniveau 10 volgt hardheidsniveau 1).

11 Speciaal zout doserenOm de waterontharder te ontkalken dient speciaal zout gedoseerd te worden. Alleen zout dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk ge-bruik bestemd is gebruiken.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan zout: – Voor de eerste ingebruikname van de afwasautomaat. – Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor zout brandt. 1. Deur openen, onderste korf uitnemen 2. Afsluitdop van het voorraadvakje van het zout linksom opendraaien. 3. Alleen bij de eerste ingebruikna-me:Het zoutvoorraadvakje geheel met water vullen. 4. De meegeleverde trechter in de ope-ning van het voorraadvakje steken.Zout in het voorraadvakje doseren, inhoud afhankelijk van de korrel-grootte ca. 1,0-1,5 kg. Het voor-raadvakje niet overmatig vullen. 3 Het kan geen kwaad als bij het doseren van het zout water overloopt. 5. De opening van het voorraadvakje van zoutresten ontdoen. 6.

De afsluitdop rechtsom dichtdraaien. 7. Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daar-door worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld. 3 Afhankelijk van de korrelgrootte kan het enige uren duren voordat het zout in het water is opgelost en het controlelampje voor zout weer dooft. 1) Alleen als de signaaltoon is ingeschakeld, wordt de waterhardheid met geluid weer-gegeven. 2) (°d) Duitse graden, meeteenheid voor de waterhardheid 3) (mmol/l) millimol per liter, internationale eenheid voor waterhardheid 4) Bij deze instelling kan de looptijd van het programma iets langer worden. *) instelling vanaf de fabriek

12Glansmiddel doserenOmdat het glansmiddel het spoelwater beter laat aflopen krijgt u vlek-vrij, glanzend servies en heldere glazen.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan glansmiddel: – Voor de eerste ingebruikname van de afwasautomaat. – Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor glansmiddel brandt.Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor afwasautomaten en geen an-dere vloeibare reinigingsmiddelen. 1. De deur openen. Het vakje voor het glansmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur van de afwasautomaat. 2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken. 3. Deksel openklappen. 4. Glansmiddel langzaam en precies tot de streepmarkering “max“ dose-ren; dat komt ongeveer overeen met een doseerhoeveelheid van 140 ml 5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt. 6. Als er glansmiddel naast is gelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

13Glansmiddeldosering instellen 3 De dosering alleen dan veranderen als op glazen en servies vegen, melk-achtige vlekken (dosering lager instellen) of opgedroogde waterdrup-pels (dosering hoger instellen) te zien zijn (zie hoofdstuk “Als het afwasresultaat niet bevredigend is“). De dosering kan van 1-6 worden ingesteld. Vanaf de fabriek is de dosering op “4“ ingesteld. 1. De deur van de afwasautomaat openen. 2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken. 3. Deksel openklappen. 4. De dosering instellen. 5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt. 6. Als er glansmiddel is uitgelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

14Signaaltoon in- en uitschakelenU kunt instellen of u, naast een zichtbare indicatie (bij bijvoorbeeld het programma-einde of storingen) ook een signaaltoon wilt horen. 1. De toets AAN/UIT indrukken. 3 Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden gean-nuleerd: De functietoetsen 2 3en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken. De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden.Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is ge-activeerd. 2. De functietoetsen 2 3en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen. 3. Functietoets 3 indrukken.De LED-indicatie van de functietoets 3 knippert.Het multidisplay geeft de huidige instelling aan: 4. Door op de functietoets 3 te drukken verandert de instelling. 5.

15In het dagelijks gebruikBestek en servies in de machine plaatsen 1 Sponzen, huishouddoeken en alle voorwerpen die water opnemen mo-gen niet in de afwasautomaat worden gereinigd. Servies voorzien van een kunststof- en teflonlaag houdt waterdruppels sterk vast. Daarom droogt dit type servies iets minder goed dan porselein en edelstaal. • Voordat u het servies in de machine plaatst, moet u: – grove etensresten verwijderen. – pannen met ingebrande etensresten inweken. • Bij het plaatsen van het servies en het bestek op het volgende letten: – Het servies en het bestek mogen de sproeiarmen niet in hun draai-beweging hinderen. – Schoteltjes, kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar onde-ren plaatsen, opdat er geen water in kan achterblijven. – Servies en bestekdelen mogen niet in elkaar worden geplaatst of el-kaar afdekken.

– Om glasbeschadigingen te voorkomen mogen glazen elkaar niet aanraken. – Kleine voorwerpen (bijv. deksels) niet in de servieskorven maar in de bestekkorf plaatsen zodat ze niet door de korf naar beneden kun-nen vallen. Voor het afwassen in de afwasautomaat is het volgende bestek/servies niet geschikt: wel geschikt: • Bestek voorzien van een houten, hoornen, porseleinen of paarle-moergreep • Niet hittebestendige kunststofdelen • Ouder bestek waarvan de lijmtemperatuurgevoelig is • Gelijmd servies of bestekdelen • Voorwerpen van tin en koper • Kristal • Roestgevoelige staaldelen • Houten plankjes • Kunstvoorwerpen • Aardewerkservies alleen in de afwasautomaat reinigen als dit door de fabrikant expliciet als daarvoor geschikt is benoemd. • Op het glazuur aangebrachte versieringen kunnen na zeer vaak machinaal afwassen ver-bleken.

16Bestek inruimen 1 Waarschuwing: Messen met een scherpe punt en scherpkantig bestek dienen vanwege het risico op verwondingen in het bestekvak of in de bovenste korf te worden geplaatst.Messen, kleine lepels en kleine vorken in het bestekvak inruimen, dat zich op de bovenste korf bevindt. Vorken en lepels die niet in het be-stekvak passen, plaatst u in de be-stekkorf. Opdat alle bestekdelen in de bestekkorf door water worden omspoeld, moet u:Voor grotere bestekdelen zoals bijv. een garde, kan een helft van het bestekrooster weggelaten worden.1.Roosterinzet op de bestekkorf insteken2.Vorken en lepels met de greep naar onderen in de roosterinzet van de bestekkorf plaatsen.

18Kopjes, glazenKlein, teer servies of lange, puntige bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. • Serviesdelen op en onder het op-klapbare kopjesrek om en om plaatsen zodat het water de diver-se delen kan bereiken. • Voor hoge serviesdelen kunnen de kopjesrekken omhoog worden geklapt. • Wijn- of cognacglazen in de kop-jesrekken hangen of hiertegen la-ten steunen.

20Afwasmiddel doserenAfwasmiddelen lossen de vervuilin-gen van servies en bestek op. Het afwasmiddel moet vóór de start van het programma worden gedo-seerd. 1 Gebruik alleen afwasmiddel voor huishoud-afwasautomaten.Het vakje voor het afwasmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur. 1. Als de deksel gesloten is:Ontgrendelingsknop indrukken.Deksel springt open. 2. Afwasmiddel in het vakje voor af-wasmiddel doseren. Als doseerhulp voor afwasmiddel in poedervorm dienen de markeringen: “20/30“ is gelijk aan ca. 20/30 ml afwasmiddel. Doseer- en bewaaradviezen van de fabrikant opvolgen. 3. Deksel dichtklappen en aandrukken tot deze vastklikt. 3 Bij zeer sterk vervuild servies moet extra afwasmiddel in het zijvakje worden gedoseerd (1). Dit afwas-middel wordt reeds bij het voorspoelen werkzaam.

21Compacte afwasmiddelenAfwasmiddelen voor afwasautomaten zijn vandaag de dag bijna uit-sluitend compacte afwasmiddelen, in tablet- of poedervorm, met een laag alkalisch gehalte en natuurlijke enzymen. 2 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met deze compacte afwasmid-delen ontlasten het milieu en sparen uw servies, omdat deze afwaspro-gramma’s speciaal op de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen in compacte afwasmiddelen zijn afgestemd. Daarom bereiken 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met compacte afwasmiddelen dezelfde afwasresultaten die anders alleen met 65 °C-programma’s be-reikt kunnen worden.Afwastabletten 3 Afwastabletten van verschillende fabrikanten hebben een andere op-lostijd. Daarom kunnen sommige afwastabletten bij korte programma’s niet tot hun volledige werking komen.

Gebruik daarom afwastabletten voor afwasprogramma’s met voorspoelen.Gebruik van 3in1-afwasmiddelenBij deze producten betreft het een afwasmiddel met een gecombineer-de afwasmiddel-, glansmiddel- en zoutfunctie. 1. Controleer of deze afwasmiddelen voor de waterhardheid in uw gebied geschikt zijn. Let op de aanwijzingen van de fabrikant. 2. Het afwasmiddel uitsluitend in het vakje voor afwasmiddel doseren.Als u geen 3in1-producten meer wilt gebruiken, ga dan als volgt te werk: • Vul de vakjes voor zout en glansmiddel. • Stel de waterontharder op de hoogste instelling in en voer max. drie normale cycli zonder belading uit. • Stel vervolgens de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.

22Afwasprogramma kiezen (programmatabel)Afwas-programmaGeschikt voor:SoortvervuilingProgrammaverloop Verbruiks-waarden 1) 1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Deze zijn van de belading van de korven afhankelijk. In de praktijk zijn afwijkingen daarom mogelijk.VoorspoelenReinigenSpoelenNaspoelenDrogenDuur (minuten)Energie (kWh)Water (liter)Servies en pannensterk vervuild,opgedroogde etens-resten, met name ei-wit en zetmeel • • 2x • • 110 - 120 1,75 - 1,95 23 - 25 Servies en pannennormaal vervuildaangekoekte etensresten ••••• 90 - 100 1,2 - 1,4 18 - 20 2) 2) Bij dit programma wordt aan de hand van de vertroebeling van het spoelwater vastgesteld hoe sterk het servies vervuild is. Programmaduur, water- en energieverbruik kunnen sterk va-riëren - afhankelijk van de belading en de mate van vervuiling.

Afhankelijk van de vervuiling wordt automatisch de temperatuur van het spoelwater tussen 50°C en 65°C aangepast.Servies en pannennormaal vervuild, opgedroogde etens-resten • • 1 tot 2x • • 90 - 110 1,0 - 1,5 13 - 25 3) 3) Testprogramma voor proefinstitutenServies en pannen, tem-peratuur-ge-voelig servies normaal vervuild ••••• 130 - 160 0,95 - 1,05 14 - 16 Dessert- en koffieservies, kwetsbare glazen licht vervuild - •2x • • 73 0,9 15 (koud)4) 4) Voor dit afwasprogramma is geen afwasmiddel nodig.Alle soorten serviesGebruikt servies dat in de afwasauto-maat wordt opge-spaard en pas later moet worden afge-wassen. • - - - -12 < 0,1 4

23Afwasprogramma starten 1. Controleren of de sproeiarmen vrij kunnen draaien. 2. De kraan helemaal opendraaien. 3. De toets AAN/UIT indrukken. 4. Het gewenste programma kiezen. De programma-indicatie brandt. In het multidisplay wordt de te ver-wachten resterende looptijd van het programma aangegeven. 3 De resterende looptijd in het multidisplay wordt tijdens het afwassen eventueel aangepast aan de belading, de mate van vervuiling, enzo-voort. 5. De deur sluiten. Het afwasprogramma begint.Aan de onderkant verschijnt een puntvormig lichtsignaal. 3 Bij een hoge inbouw met een direct aansluitende kastdeur is het lichts-ignaal niet meer zichtbaar.Het puntvormige lichtsignaal is niet gevaarlijk (geen laser).

Het brandt altijd als een afwasprogramma loopt en dooft zodra het programma is beëindigd.Afwasprogramma onderbreken of afbrekenOnderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut nood-zakelijk is. Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat 1 Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar! 1. De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt. 2. De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder. Afwasprogramma afbreken 1. De functietoetsen 2 3 en indrukken en ingedrukt houden. De LED-indicaties van alle toetsen die u nu kunt kiezen branden.Uitzondering: de 3in1-toets brandt alleen wanneer deze functie is ge-activeerd. 2. De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken. 3. Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is. 4.

24Starttijdkeuze instellen 3 Met de starttijdkeuze kunt u het begin van een afwasprogramma 1 tot 19 uur uitstellen. 1. De toets starttijdkeuze zo vaak indrukken tot het gewenste startuitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het afwasprogramma over 12 uur moet starten. De indicatie starttijdkeuze brandt. 2. Afwasprogramma kiezen. 3. De resterende tijd tot de start van het afwasprogramma wordt doorlo-pend aangegeven, bijv. 12h 10h, 11h, , ... 1h enz.).Starttijdkeuze wijzigen:Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling nog wijzigen:Starttijdkeuze annuleren:Druk zo vaak op de toets starttijdkeuze tot in de multidisplay de loop-tijd van het gekozen programma verschijnt.

Het gekozen programma start direct.Afwasprogramma wijzigenAls het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het nog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe start-tijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.

25Afwasautomaat uitschakelenAan het einde van het afwasprogramma gaat het puntvormige lichtsig-naal onder de apparaatdeur uit.Wanneer de signaaltoon is ingeschakeld, klinkt aan het einde van het afwasprogramma een ca. 15 seconde lange, aanhoudende toon.Als de deur van de afwasautomaat niet wordt geopend, dan wordt het signaal na 3 minuten en na 6 minuten herhaald.Bij veel afwasprogramma's loopt de droogventilator ook na het einde van het programma door. 1 De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen.Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uitrui-men eerst ca. 15 minuten laten afkoelen. Daardoor ontstaat er tevens een beter droogresultaat. 1. De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties doven. 2. De kraan dichtdraaien!Machine leeghalen 3 Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel voch-tig zijn.

26Reiniging van de zeven 3 De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuil-de zeven beïnvloeden het afwasresul-taat. 1. Deur openen, onderste korf uitne-men. 2. Greep ongeveer een kwart slag links-om (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B). 3. Fijne zeef (1) aan het greepoog vast-pakken en uit de microfilter (2) trek-ken. 4. Alle zeven onder stromend water grondig reinigen. 5. Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen. 6. Platte zeef weer plaatsen. 7. Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken. 8. Zeefsysteem inzetten en door het zo ver mogelijk rechtsom draaien van de greep vergrendelen. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt. 1 Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.

27Wat te doen als...Kleine storingen zelf oplossenBij storingen knippert het vloer-lichtsignaal.Wanneer de signaaltoon is ingeschakeld, klinkt bij een storing een waarschuwingssignaal.Als tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in de multidis-play wordt aangegeven: – Foutcode Å 10 (problemen met de watertoevoer), – Foutcode Å 20 (problemen met de waterafvoer),kijk dan in de onderstaande tabel.Druk nadat de storing is opgelost op de toets van het begonnen af-wasprogramma. Het afwasprogramma loopt verder. Bij andere foutcodes (“ “ gevolgd door een getal): Å – Afwasprogramma onderbreken. – Apparaat uit- en weer inschakelen. – Het afwasprogramma opnieuw instellen. Als de storing nogmaals wordt aangegeven neem dan contact op met de service-afdeling en noem de foutcode.

Storing Mogelijke oorzaak OplossingEr klinkt 1 kort waar-schuwingssignaal, dat voortdurend wordt her-haald.Programma-indicatie van het gekozen afwaspro-gramma knippert:de controle-indicatie brandt,de multidisplay geeft de foutcode Å 10 aan(problemen met de water-toevoer).De kraan is verkalkt of is defect.Controleer de kraan, indien nodig laten repareren. De kraan is gesloten. Open de kraan.Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de kraan is verstopt.Zeef in de slangkoppeling reinigen.De zeven in de kuipbodem zijn verstopt.Druk op de toets van het gestarte afwasprogramma; onderbreek vervolgens het programma (zie hoofdstuk: Afwasprogramma starten);reinig de zeven (zie hoofd-stuk: Reiniging van de ze-ven). Watertoevoerslang ligt niet goed.De ligging van de toevoer-slang controleren.

28 Er klinken 2 korte waar-schuwingssignalen, die voortdurend worden her-haald.De programma-indicatie van het gekozen af-wasprogramma knippert,de multidisplay geeft de foutcode Å 20 aan(afwaswater staat in de kuip van de afwasauto-maat). De sifon is verstopt. De sifon reinigen.Waterafvoerslang ligt niet goed.De ligging van de afvoer-slang controleren.Er klinken 3 korte waar-schuwingssignalen, die voortdurend worden her-haald.De multidisplay geeft de foutcode Å 30 aan.Het beveiligingssysteem te-gen wateroverlast is in wer-king getreden.Draai eerst de kraan dicht, schakel vervolgens het ap-paraat uit en neem contact op met de service-afdeling.Het programma start niet.De stekker zit niet in hetstopcontact.De stekker in het stopcon-tact steken.De zekering in de huisin-stallatie is niet in orde.

De zekering vervangen.Bij modellen met starttijd-keuze:er is een starttijdkeuze in-gesteld.Als het servies direct afge-wassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen.In de kuip zijn roestvlek-ken zichtbaar.De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken in de kuip zijn op vreemd roest terug te voeren (roestdelen afkomstig uit de waterlei-ding, van pannen, bestek, enz.). Verwijder vlekken met gangbare reinigingsmidde-len voor edelstaal.Alleen daarvoor geschikt bestek en servies in de af-wasautomaat reinigen.Fluitend geluid tijdens het afwassen.Het fluiten geeft geen re-den tot zorgen.Een ander merk afwasmid-del gebruiken. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing

29Als het afwasresultaat niet bevredigend isHet servies wordt niet schoon. • Onjuiste keuze van het afwasprogramma. • Het servies was zo geplaatst dat het water niet alle delen heeft be-reikt. De korven mogen niet overbeladen worden. • De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of op onjuiste wijze ge-plaatst. • Er is geen merkproduct afwasmiddel gebruikt of er is te weinig gedo-seerd. • Bij kalkafzetting op het servies: het voorraadvakje voor het zout is leeg of de wateronthardingsinstallatie is onjuist ingesteld. • De afvoerslang ligt niet goed.Het servies is niet droog en glanst niet. • Er is geen merkproduct glansmiddel gebruikt. • Het voorraadvakje voor het glansmiddel is leeg.Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar.

• De dosering voor het glansmiddel lager instellen.Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels zichtbaar. • De dosering voor het glansmiddel hoger instellen. • Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de servi-ce-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.Glascorrosie • Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabri-kant.

31Aanwijzingen voor testinstituten De test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het test-programma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zout-vakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glans-middel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Voorbeelden voor het beladen van de afwasautomaat: Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestekHalve belading:6 standaardcouverts incl dienbe-stek, steeds de 2e plaats vrijlatenDosering van het afwas-middel: 5 g + 25 g (type B) 20 g (type B)Instelling van het glans-middel: 4 (type III) 4 (type III)Bovenste korf zonder bestekgedeelte *) Bovenste korf met bestekgedeelte*)*) Kopjesrek eventueel van rechts naar links verplaatsen. Daarbij absoluut op de gelijke inhanghoogte letten!

33Opstel- en aansluitaanwijzing 1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installa-tie • De afwasautomaat alleen staand transporteren omdat anders zout water uit de machine kan lopen. • Voor de ingebruikname de afwasautomaat op transportschade con-troleren. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier. • Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is. • De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd rand-geaard stopcontact steken. • Bij vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag alleen door een er-kende elektro-vakman worden uitgevoerd.

• Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspan-ning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen. De ver-eiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven. • Meerwegstekkers/-verbindingen en verlengsnoeren mogen niet wor-den gebruikt. Brandgevaar als gevolg van oververhitting! • Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de service-afdeling of een erkend vakman worden vervangen. • Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de service-afdeling worden vervangen.

34Opstellen van de afwasautomaat • De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, sta-biel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden. • Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitge-draaid. • Afvoerslang, toevoerslang en aan-sluitsnoer moeten binnen de sokke-luitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden. • De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keukenwerk-blad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd zijn. Deze maatre-gel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDE-voorschrift gegarandeerd is.

Volledig integreerbare afwasautomaat(zie bijgevoegd montagesjabloon) 3 De apparaatdeur kan van een houten plaat/meubelplaat in de volgende afmetingen worden voorzien: De meegeleverde montageplaat is bedoeld voor het eenvoudig monte-ren en stabiel bevestigen van gedeelde meubelplaten. Breedte: 591 mm – 594 mm Dikte: 16 mm – 24 mm Hoogte: max. 715 mm Gewicht: max. 10 kg

35Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting • De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden. • De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.Toegestane waterdrukToevoerslang aansluiten 1 De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of in-eengestrengeld zijn.De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (¾ inch) aansluiten. De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien: – De kunststof aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aandraaien. – De metalen aansluitmoer van de slangkoppeling moet te allen tijde m.b.v. gereedschap worden aangedraaid.Vervolgens de dichtheid visueel controleren (controleren of de kraan niet druppelt).

3 Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren of om aan de beschikba-re kraan een aftakstuk te laten installeren.Als u een langere toevoerslang dan de meegeleverde slang nodig hebt, dan de volgende, bij de vakhandel verkrijgbare VDE-goedgekeurde, complete slangsets gebruiken: – Slangset “WRflex 100“ (E-Nr.: 911 239 034) – Slangset “WRflex 200“ (E-Nr.: 911 239 035) Laagste toegestane waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa)Bij een waterdruk van minder dan 1 bar verzoeken wij u contact met uw installa-teur op te nemen.Hoogste toegestane waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa)Bij een waterdruk die hoger is dan 10 bar dient een drukverlagingsklep voorgescha-keld te worden (verkrijgbaar bij uw vak-handel).

36WaterafvoerAfvoerslang 1 De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn. • Aansluiting van de afvoerslang:maximale toegestane hoogte boven de onderkant van het apparaat: 60 cm.Verlengslangen • Verlengslangen zijn via de vakhan-del of onze service-afdeling te ver-krijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, op-dat de functie van het apparaat niet wordt verstoord. • De totale lengte incl. verlengings-slang mag max. 4 meter bedragen.Sifonaansluiting • De tuit van de afvoerslang (ø 19 mm) past op alle gangbare sifonty-pes. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.

• De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaan-sluiting worden bevestigd.Beveiliging tegen wateroverlastTer voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de toevoer-slang direct de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp in. Daardoor kan het water niet uit- of overlopen. Het restwater dat zich in het ap-paraat bevindt wordt automatisch weggepompt.Wanneer het apparaat is ingeschakeld, is bij storingen tevens een sig-naaltoon hoorbaar. toegestaan bereik

37Elektrische aansluitingGegevens over netspanning, stroomsoort en vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is aan de rechterbinnen-kant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.Let op: – De stekker moet na de opstelling van het apparaat toegankelijk blij-ven.

– Na de inbouw mogen spanningvoerende delen en bedrijfsgeïsoleerde bedradingen met de controlevinger volgens DIN EN 60335-1 niet aanraakbaar zijn.AansluittechniekDe toevoer- en afvoerslangen evenals het aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de afwasautomaat aangesloten worden omdat daar aan de achterkant van het apparaat geen plaats voor is.2 steunen 45° of recht, buiten ø 19 mm, lengte 30 mm Dubbel ventiel Water-afvoerWater-toevoerWater-toevoer Aansluitsnoer Water-afvoer Elektrische aansluiting Aansluitsnoer

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG VA 6111 AT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden