ATAG perfect 24 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG perfect 24 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen. Heb je een vraag over ATAG perfect 24 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | perfect 24 |
Handleiding ATAG perfect 24 – volledige tekst
2 Warmwatervoorziening (alleen Combi-toestellen). 1511 In werking stellen van het toestel. 1611. 1 CV-systeem. 1611. 2 Warmwatervoorziening. 1611. 3 Displayindicaties. 1611. 4 Instellingen selecteren van het type verwarmingsinstallatie. 1711. 5 Selecteren van de aanvoerwatertemperatuur. 1712 Buiten bedrijf stellen. 1813 Onderhoud. 1813. 1 Controle nuldrukregeling. 1813. 2 Controle CO2. 1913. 3 Onderhoudswerkzaamheden. 1913. 4 Verdere controlemogelijkheden. 2013. 5 Onderhoudsfrequentie. 2014 Technische specificaties. 2115 Storingsindicatie. 2216 CE-Conformiteitsverklaring. 24Het toestel dient door een erkend installateur te worden geïnstalleerd. PF-SHR 24/24Ti/24T NZ PF-SHR 35/35Ti/35T NZ.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 31InleidingDit installatievoorschrift beschrijft de werking, installa-tie, bediening en het primair onderhoud van de ATAGPerfectII CV-toestellen. Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkendeinstallateurs die de ATAG toestellen installeren en ingebruik stellen. Lees ruim voor aanvang van installatie van het toesteldit installatievoorschrift goed door. Voor gebruikers van de ATAG PerfectII is een apartegebruikshandleiding bij het toestel geleverd. ATAG Verwarming BV is niet aansprakelijk voor gevol-gen die voortvloeien uit ingeslopen fouten of onvolko-menheden in het installatievoorschrift en de gebruiks-handleiding. Tevens behoudt ATAG Verwarming BVzich het recht voor om haar producten te wijzigenzonder voorafgaande mededeling. 2VeiligheidDe ATAG PerfectII is een CV-toestel met of zondergeïntegreerde warmwatervoorziening.
Het toestel dient aangesloten te worden volgens ditinstallatie voorschrift en alle installatietechnische nor-men en voorschriften die betrekking hebben op dat deelvan het aan te sluiten toestel. De aansluitingen bestaan uit:-230V voeding-aanvoer CV-installatie-retour CV-installatie-luchtaanvoer-rookgasafvoer-condenswaterafvoer-koudwaterleiding (in), indien van toepassing-warmwaterleiding (uit), indien van toepassingHoudt rekening met de volgende veiligheidsvoor-schriften:-alle werkzaamheden aan het toestel dienen in eendroge omgeving plaats te vinden. -laat de ATAG PerfectII niet functioneren zondermantel, tenzij er controle- en afstelwerkzaamhedenmoeten plaatsvinden (zie hoofdstuk 13). -laat nooit elektrische en elektronische componentenin contact komen met water.
Indien er controle- en afstelwerkzaamheden uitgevoerdmoeten worden let dan op het volgende;-het toestel moet tijdens deze werkzaamheden kun-nen functioneren, dus moeten zowel de voedings-spanning, de gasdruk alsmede de waterdruk op hettoestel blijven staan. Zorg ervoor dat deze tijdens dewerkzaamheden geen gevaar kunnen opleveren. De volgende (veiligheids-)symbolen kunnen in ditinstallatievoorschrift en op het toestel voorkomen:SLEUTEL-symbool. Dit symbool geeftaan dat hier een (de-)montage uitgevoerdmoet worden. LET OP-symbool. Dit symbool geeft aan datextra aandacht gevraagd wordt bij een be-paalde handeling. Hoogspanningsgevaar.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 43ToestelbeschrijvingDe ATAG PerfectII is een gesloten, condenserend enmodulerend CV-toestel al of niet voorzien van eengeïntegreerde warmwatervoorziening. De ingebouwde ventilator zuigt de verbrandingsluchtvan buiten aan en zorgt voor een volledige voor-menging van gas en lucht. Het gasmengsel wordt doorde keramische brander geleid, die boven de warmte-wisselaar is geplaatst. Dankzij de geringe vlamhoogteis een compacte constructie mogelijk. Nadat de ver-brandingsgassen de roestvaststalen warmtewisselaargepasseerd zijn, worden deze naar buiten afgevoerd. Het gevormde condenswater wordt door de gemon-teerde sifon afgevoerd. Het toestel is gekeurd volgens geldende CE normen enheeft het CE certificaat. Het gebruiksrendement van het toestel is hoger dan98% op bovenwaarde en 107% op onderwaarde.
Destralings-, convectie- en stilstandsverliezen zijn door decompacte constructie zeer laag. De uitstoot van schadelijke stoffen ligt ver onder denorm die gesteld is voor toestellen met het GaskeurSchonere Verbranding. Het toestel is voorzien van een automatisch ontlucht-ingsprogramma. Dit programma zorgt ervoor dat bij eenpas (bij-)gevulde installatie de eventueel aanwezigelucht uit het toestel wordt verwijderd. Het toestel anticipeert op de warmtebehoefte van deCV-installatie of de warmwatervoorziening. Hierdoorzal het toestel zijn vermogen afstemmen op de installa-tie en zal minder vaak aanslaan, hetgeen betekent dathet toestel langer en op een laag niveau in bedrijf zalzijn. Het is mogelijk dat het toestel slechts één keer peruur hoeft in te schakelen. Hierbij wordt gestreefd naareen maximaal haalbaar comfort en rendement.
Om te kunnen anticiperen op installatiegeluiden kenthet toestel een zogenaamde gradiëntregeling. Dezeregeling zorgt ervoor dat het toestel na het in bedrijfkomen niet direct op vol vermogen gaat branden, maareen gelijkmatige stijging stimuleert van het vermogen.
Indien de installatie wel het volle vermogen nodig heeft,zal de regeling hier naar toe sturen. De regeling zorgtvoor een gelijkmatige stijging van de watertemperatuur. De Combi-toestellen hebben een platenwisselaar voorde warmwatervoorziening die bij warmwatervraag vooreen constante warmwatertemperatuur van 60°C(fabrieksinstelling) zorgt. Een warmhoudfunctie zorgtvoor een minimale temperatuur van 30°C van de platen-wisselaar hetgeen het comfort ten goede komt. De restwarmtefunctie welke bij een afkoelende platen-wisselaar de restwarmte uit CV-toestel haalt is, indiengewenst, uit te schakelen om onnodig inschakelen vanhet toestel tijdens de nachtperiode te voorkomen. De warmwatervoorziening kan op afstand, bijvoorbeeldvanaf de kamerthermostaat, indien een extra schake-laar is gemonteerd, in- of uitgeschakeld worden.
4LeveringsomvangHet toestel wordt gebruiksklaar geleverd en het leve-ringspakket is als volgt samengesteld:-Toestel met mantel;-Automatische ontluchter (in toestel);-Overstortventiel (in toestel);-Inlaatcombinatie (toestelafhankelijk);-Doseerventiel (toestelafhankelijk);-Thermostatisch mengventiel (alleen bij PF-SHR24T NZ en 35T NZ);-Ophangbeugel;-Bevestigingsmateriaal bestaande uit pluggen enschroeven;-Aftekenmal;-Installatievoorschrift;-Gebruikshandleiding (achter manteldeur);-Installatiekaart. 5Ophangen van het toestelVerwijder voor het ophangen van het toestel allereerstde mantel van het toestel. De mantel vormt één geheelmet de luchtkast en is achter het deurtje aan de voor-zijde van de mantel met een schroef vergrendeld en metvier snelsluitingen (2 boven en 2 onder) aan de achter-wand bevestigd. Verwijder eerst de schroef alvorens de snel-sluitingen te ontgrendelen.
Bevestig de schroef weer bij het terug-plaatsen van de mantel. Til het toestel alleen op aan de achterwand. Het toestel kan met de ophangbeugel en het mee-geleverde bevestigingsmateriaal aan praktisch elkewand worden bevestigd.
De wand moet vlak zijn en zóstevig zijn dat deze het toestelgewicht kan dragen. Met behulp van de bijgeleverde aftekenmal kan deplaats van het toestel en de optionele aansluitgroep en /of expansievatmodule bepaald worden. Boven het toestel moet minstens 250 mm werkruimteworden vrijgehouden om het toe- en afvoersysteem tekunnen aanbrengen. Aan de zijkant van het toestelmoet minimaal 10 mm worden vrijgehouden in verbandmet het plaatsen of verwijderen van de mantel. Het ismogelijk dat alle aansluitingen reeds voorbereid zijn inde vorm van een aansluitgroep. Het toestel is, na hetverwijderen van de kunststof afdichtdoppen, directhierop aan te sluiten met behulp van de aanwezigetelescoopkoppelingen.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 5maatvoering bevestigings- en steunpunten (in mm) figuur 154332619,5337steunpuntenaansluitgroep52135266145280toestel met expansievatmodule figuur 25.1 MaatgegevensAan de achterzijde van het toestel bevinden zich tweepunten die als steunpunten kunnen dienen in eensituatie waar het toestel op een frame opgehangenwordt. Tevens is de maatvoering van de boorgaten voorde toestelbevestiging en de optionele aansluitgroep enexpansievatmodule weergegeven. De maatvoering vande boorgaten is ook weergegeven op de aftekenmal.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 7aansluitdiameters tabel 2type toestel PF-SHR24 PF-SHR24Ti PF-SHR24T NZ PF-SHR35 PF-SHR35Ti PF-SHR35T NZverbrandingsluchttoevoer mm 80 80 80 80 80 80rookgasafvoer mm 80 80 80 80 80 80gasleiding - g ½" binn. ½" binn. ½" binn. ½" binn. ½" binn. ½" binn. aanvoer CV-leiding - a mm 22 22 22 22 22 22retour CV-leiding - r mm 22 22 22 22 22 22condensafvoerleiding - c mm 22 22 22 22 22 22koudwaterleiding - k mm 15 15 15 15warmwaterleiding - w mm 15 15 15 156Aansluiten van het toestelHet toestel beschikt over onderstaande aansluit-leidingen:-De CV-leidingen, warm- en koudwaterleidingenkunnen door middel van knelfittingen aangeslotenworden op de installatie;-De gasleiding van het toestel is voorzien van eenbinnendraad waarin het staartstuk van de gaskraangedraaid kan worden;-De condensafvoerleiding bestaat uit een ø 22 mmkunststof leiding.
Hierop kan door middel van een openverbinding de afvoerleiding aangesloten worden;-Het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem bestaatuit 2 x ø 80 mm aansluitingen of concentrisch. Bij toepassing van een aansluitgroep zijn alle leidingenmiddels de aanwezige schuifkoppelingen aan te sluiten. Het is aan te bevelen alle toestelaansluitlei-dingen cq. installatie schoon te spoelen en / ofte blazen alvorens aan te sluiten op het toestel. 6. 1 CV-systeemDe toestelleidingen kunnen door middel van knelfittin-gen aangesloten worden op de installatie. Voor hetaansluiten op dikwandige pijp (gelast of gefit), dienenverloopstukken te worden gebruikt. De CV-installatie moet voldoen aan:-Veiligheidsvoorschriften NEN 3028. Bij het verwijderen van de kunststof afdicht-doppen op de leidingen kan vuil testwatervrijkomen.
Indien alle of een groot deel van de radiatoren voorzienzijn van thermostatische radiatorkranen, dient een druk-verschilregelaar te worden toegepast om stromings-problemen in de installatie te voorkomen.
a w gk r ctoestel leidingen onderzijde figuur 4Het toestel is niet geschikt voor installaties diezijn uitgevoerd met "open" expansievaten. Toevoegingsmiddelen aan het water in deinstallatie zijn slechts toegestaan in overlegmet ATAG Verwarming. Het toestel beschikt over een zelfregelend en zelf-beschermend besturingssysteem. Hierbij wordt hettemperatuurverschil tussen het aanvoer- en retour-water gecontroleerd. In tabel 3 staat de water-verplaatsing van de circulatiepomp bij de toelaatbareinstallatieweerstand vermeld. type toestel waterstroming toestelDT 20°C toelaatbareinstallatieweerstandl/min l/h kPa mbarPF-SHR 24 15,1 980 20 200PF-SHR 24Ti/24T NZ 15,1 980 20 200PF-SHR 35 22 1324 18 180PF-SHR 35Ti/35T NZ 22 1324 18 180beschikbare waterstroming op vollast tabel 3.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 8Indien de installatieweerstand hoger is dan de ver-melde waarde zal de regeling de belasting aanpassentotdat een, voor de regeling acceptabel, temperatuur-verschil tussen aanvoer- en retourwater is bereikt. Wanneer het temperatuurverschil hierna te groot blijftzal het toestel zichzelf uitschakelen en wachten tot hette grote temperatuurverschil tussen de aanvoer en deretour is afgenomen. De regeling zal, indien een onacceptabel temperatuur-verschil wordt geconstateerd, herhaaldelijk proberenwaterstroming tot stand te brengen. Lukt dit niet, dan zalhet toestel blokkerenheid. Het expansievat heeft een voordruk van 1 bar eneen inhoud van 18 liter. Indien voor de installatie een groter volume van hetexpansievat nodig is dient er een standaard expansie-vat geplaatst te worden in plaats van de module. 6.
4 VloerverwarmingsystemenBij het aansluiten of het toepassen van een vloerver-warmingsysteem, uitgevoerd met kunststof leidingen,dient men er rekening mee te houden dat de toegepastekunststof leidingen voldoen aan de DIN 4726/4729norm. In deze norm staat vermeld dat de leidingen geenhogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,1 g/m³. d bij 40°Cmogen hebben. Indien het systeem niet voldoet aandeze DIN norm, zal het vloerverwarmingsdeel geschei-den moeten worden van het CV-toestel door middel vaneen platenwisselaar. Bij het niet nakomen van de voorschriftenbetreffende kunststof vloerverwarmingslei-dingen, kan er geen aanspraak gemaakt wor-den op de garantievoorwaarden. 6. 5 GasleidingDe toestelleiding is voorzien van een binnendraad,waarin het staartstuk van de gaskraan kan wordengedraaid.
Voor een goede werking van het toestel is het noodza-kelijk dat de dynamische voordruk van het toestel hogeris dan 20 mbar. Zorg ervoor dat, met name bij nieuwe leidin-gen deze geen vuilresten bevatten. aanzicht expansievatmodule figuur 500,5 11,5 22,5Q(m³/h)76543210H(m)pompkenlijnen UP 20-6035/35Ti/35T NZ24/3524Ti/24T NZ en35Ti/35T NZpompkenlijnen UPS 20-5024/24Ti/24T NZpompkenlijnen grafiek 16. 2 ExpansievatKies een expansievatvolume dat is afgestemd op dewaterinhoud van de installatie. De voordruk is afhanke-lijk van de installatiehoogte boven het expansievat(tabel 4). Monteer het expansievat zo dicht mogelijk bijhet toestel in de retourleiding. Een tweede expansievatin de installatie is geen probleem. keuze expansievat tabel 4installatiehoogte bovenhet expansievat voordruk van hetexpansievat5 m 0,5 bar10 m 1,0 bar15 m 1,5 bar6.
3 ExpansievatmoduleHet toestel kan optioneel voorzien worden van eenexpansievatmodule. Deze module wordt direct onderhet toestel geplaatst en vormt met de afdekkap ééngeheel met het toestel. Achter de, naar voren wegneembare, afdekkap ligt hetexpansievat horizontaal onder het toestel en kan naarvoren gekanteld worden voor een betere bereikbaar-.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 96. 6 Warmwatervoorziening (alleen Combi-toestellen)De waterleiding installatie moet voldoen aan;-AVWI - NEN 1006;-VEWIN werkbladen. Zie ook paragraaf 7. 2 voor aansluiting op eenZonLichtBoilerDe ATAG Perfect PF-SHR 24Ti/24T NZ en 35Ti/35T NZ zijn voorzien van een roestvaststalenplatenwisselaar voor bereiding van warmwater. Hettoestel heeft dus geen warmwatervoorraad en zal bijwarmwatervraag het doorstromende water direct ver-warmen. In gebieden met een waterhardheidswaardehoger dan 15°D dient de platenwisselaar fre-quenter van kalkaanslag ontdaan te worden. Indien er zich problemen voordoen bij toe-passing van sanitair water met een hogerchloridegehalte dan 150 mg/l kan er geenaanspraak gemaakt worden op de garantie-voorwaarden. De hardheid van het water loopt in Nederland uiteen.
Dewaterleidingmaatschappij kan hieromtrent exacte infor-matie verschaffen. Sluit de toestelleidingen aan op de installatie doormiddel van knelfittingen. De ATAG PerfectII PF-SHR 24Ti en 35Ti beschikkenover een inlaatcombinatie met een veiligheidsventielvan 8 bar. Deze is samen met de condensafvoer en deafvoer van het CV-veiligheidsventiel (3 bar) aangeslo-ten op één condensafvoerleiding. Vóór de inlaat-combi-natie dient het doseerventiel geplaatst te worden. Hetdoseerventiel zit in de meegeleverde 15 mm knel-koppeling. Let op de doorstroomrichting (zie figuur 6). Het doseerventiel zorgt ervoor dat de juiste hoeveel-heid water geleverd wordt die een gegarandeerdetemperatuur van 60°C heeft (uitgaande van een koud-watertemperatuur van 10°C). De hoeveelheid waterwordt nagenoeg niet beïnvloed door de waterdruk.
Bij een waterdruk lager dan 1,5 bar wordt geadviseerdhet doseerventiel te verwijderen. 6. 7 CondensafvoerleidingDe condensafvoerleiding dient door middel van eenopen verbinding aangesloten te worden op de riolering. Hiermee wordt voorkomen dat eventuele rioolgassen inhet toestel terecht komen.
De rioolaansluiting dient eenminimale diameter van 25 mm te hebben. Op deze af-voer mag tevens de expansiewaterafvoer van de inlaat-combinatie aangesloten worden. De condensafvoerleiding dient te voldoen aan:-GAVO 1987. Het afvoeren van het condenswater op dehemelwaterafvoer is met het oog op be-vriezingsgevaar niet toegestaan. doorstroomrichting doseerventiel figuur 6.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 106. 8 Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteemDe toestelaansluitdiameter is ø 80 mm hierop kan hetrookgasafvoer- en luchttoevoersysteem gemonteerdworden al of niet voorzien van bochten. Tevens is hetmogelijk om een concentrische aansluiting toe te pas-sen. De maximaal toepasbare leidinglengte staat ver-meld in tabel 5. De rookgasafvoer en luchttoevoerinstallatie moet vol-doen aan:-Voorschriften voor aardgasinstallaties GAVO 1987(NEN 1078 4e druk mei 1987);-NPR 3378, toelichting bij NEN 1078;-Plaatselijk geldende voorschriften;-Keuringseisen Gastec QA 83. 1 t/m 83. 4. Wij bevelen u aan om roestvaststaal rookgasafvoer-materiaal toe te passen. Door het toepassen van deATAG ijspegelvrije dakdoorvoer wordt voorkomen datijsvorming ontstaat aan de dakdoorvoer.
Met het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem wordtbedoeld:-De rookgasafvoerleiding;-De luchttoevoerleiding;-Dak- of geveldoorvoer. Voor nadere informatie betreffende het leveringspro-gramma van het afvoer- en toevoersysteem verwijzenwij u naar de ATAG afvoerprogramma brochure. Het afvoersysteem dient bij horizontale delen altijd opafschot (30 mm/m) naar het toestel aangebracht teworden, zodat zich geen condenswater in het afvoer-systeem kan verzamelen. Door het teruglopen van hetcondenswater naar het toestel is de kans op ijspegel-vorming aan de dakdoorvoer minimaal. Bij horizontaleuitmondingen dient het toevoersysteem op afschotnaar buiten geplaatst te worden om inregenen te voor-komen. Het plaatsen van een extra condensopvanginrichting inhet afvoersysteem is overbodig. Het toestel produceert, wanneer het in bedrijfis, een witte condenspluim.
Deze condens-pluim is onschadelijk maar kan, met name bijuitmondingen in de gevel, als hinderlijk erva-ren worden. Daarom dient men bij voorkeurbovendaks uit te monden. Het toestel is niet geschikt als "open" toestel. Dit houdt in dat verbrandingslucht altijd viaeen directe verbinding van buiten gehaalddient te worden.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 117Externe boilerOp een Solo-toestel kunnen diverse externe boilers,afhankelijk van de Comforteisen die gesteld worden,aangesloten worden. Alle toestellen zijn standaard voor-zien van een interne boilerregeling. De bedrading van de toe te passen ATAG warm-watersensor en driewegklep (behoren niet tot de stan-daard levering) kan aan de aparte connector in hettoestel worden aangesloten (zie fig. 8). 7. 1 ATAG PerfectII 24 of 35 solo-toestelmet ATAG ZonLichtBoilerVoor het gebruik van zonne-energie levert ATAGZonLichtBoilers die aangesloten kunnen worden op deATAG Perfect Solo-toestellen. De ATAG Perfect zorgtuitsluitend voor eventuele naverwarming (60°C) indienhet sanitairwater in de boiler nog onvoldoende opge-warmd is door de zon. In tabel 6 zijn de toestel-combinaties weergegeven.
De bedrading van de toe te passen ATAGwarmwatersensor en driewegklep (behoren niet tot destandaard levering) kunnen aan de aparte connector inhet toestel worden aangesloten (zie figuur 8). 7. 2 ATAG Perfect 24T NZ/35T NZ metATAG ZonLichtBoilerDe ATAG PerfectII 24T NZ is speciaal bedoeld voor hetaansluiten op een ZonLichtBoiler. De ATAG PerfectII24T NZ is voorzien van een ingebouwde flowswitch. Deflowswitch zorgt ervoor dat het toestel het sanitairwateruit de ZonLichtBoiler bij warmwatervraag directnaverwarmd tot 60°C. Het thermostatisch mengventielmoet in de warmwaterleiding opgenomen worden omde eventuele hoge watertemperaturen van deZonLichtBoiler te reduceren tot 60°C. Plaats de inlaat-combinatie en het doceerventiel in de koudwaterleidingvóór de splitsing naar toestel en ZonLichtBoiler (ziefiguur 9).
In de koudwaterleiding moet volgens deVEWIN werkbladen een inlaatcombinatieworden aangebracht. Hiermee kan het vrijko-mende expansiewater na sluiten van dewarmwaterkraan worden afgevoerd. Het weglaten van een inlaatcombinatie kanleiden tot schade aan de platenwisselaar,boiler en / of de waterleiding en kan boven-dien gevaarlijk zijn.
Het afvoeren van expansiewater op het he-melwaterafvoersysteem is, met het oog opbevriezen, niet toegestaan. 1= N aansluiting driewegklep2= openen driewegklep3= sluiten driewegklep4= warmwatersensor (T3)5= GNDaansluiting externe boiler figuur 8Perfect NZ met de EcoNorm ZonLichtBoiler figuur 9w kPerfecttype boiler geschikt voor type toestelEcoTop PF-SHR 24PF-SHR 35HotTop 200 PF-SHR 24PF-SHR 35toestelcombinaties tabel 6.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 138. 2 Aansluiten extra schakelaar warm-watervoorzieningIndien gewenst is het mogelijk om de warmwatervoor-ziening vanaf de kamerthermostaat, of een andereplaats, middels een schakelaar voor de nacht of voorlangere periode uit te schakelen. Neem alvorens de schakelaar aan te sluitende stekker van het toestel uit de wandcontact-doos. De besturingsprint bevat namelijk on-derdelen welke onder een spanning van 230 Vstaan. -Verwijder de bruine connector;-Vervang de doorverbinding op de connector (wittedraad op aansluiting 2 en 4) door de draden van deschakelaar (zie figuur 10 en 11). Aansluiten gaat als volgt:Indien het uitschakelen van de warmwatervoorzieningvia de kamerthermostaat dient plaats te vinden, kanvolstaan worden met een 3-aderig snoer.
De schake-laar dient dan opgenomen te worden tussen de draadwelke aangesloten is op aansluiting 2 en de derdedraad. Steek na het maken van de aansluitingen de bruineconnector weer op de besturingsprint en steek destekker in de wandcontactdoos. 8Elektrische aansluitingHet toestel voldoet aan de CE machinerichtlijn 89/392/EEG. De installatie moet blijven voldoen aan:-Voorschriften voor elektrische apparaten NEN1010;-Plaatselijk geldende voorschriften. Het toestel moet worden aangesloten op een geaardewandcontactdoos. Deze moet zichtbaar en onder hand-bereik zijn. Verder gelden de volgende algemene voorschriften:-Aan de bedrading van het toestel mogen geenwijzigingen worden aangebracht;-Alle aansluitingen dienen volgens bijgaande voor-schriften uitgevoerd te worden;-Het netsnoer mag, bij eventuele vervanging uitslui-tend met een ATAG netsnoer (art. nr. 44407300)uitgewisseld worden. 8.
1 Aansluiten kamerthermostaatDe kamerthermostaat dient aangesloten te worden opde 4-voudige bruine connector. Deze bevindt zich op deprint van de regeling. Neem alvorens de kamerthermostaat aan tesluiten de stekker van het toestel uit de wand-contactdoos.
De besturingsprint bevat na-melijk onderdelen welke onder een spanningvan 230 V staan. Aansluiten gaat als volgt:-Verwijder de bruine connector;-Sluit de draden van de kamerthermostaat aan op demiddelste twee aansluitingen (2 en 3);-Bij het toepassen van een aan / uit thermostaat ofregelaar is het mogelijk dat er een anticipatieweer-stand moet worden geplaatst om te grote tempera-tuurschommelingen te voorkomen. In de regel wor-den hier de kwikthermostaten en kamer-thermostaten met het zogenaamde 'power stealing'-systeem bedoeld. Deze weer-standsdraad is bij-geleverd en dient gemonteerd te worden op deonderste aansluiting (1) van de bruine connector enop de bovenste aansluiting (3) van de kamer-thermostaat (zie figuur 10 en 11).
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 149ToestelregelingHet toestel is voorzien van een zelfsturende regeling. Deze regeling neemt een groot deel van de handmatigeinstellingen over, waardoor het in bedrijf nemen sterk isvereenvoudigd. Op het display zal de betreffende status worden weer-gegeven. Bij een warmtevraag, die ontstaat voor CV ofWW, zal een bepaalde aanvoerwatertemperatuur bere-kend worden. Deze berekende watertemperatuur wordtde T-set waarde genoemd. Deze waarde wordt bij eenvragende kamerthermostaat actief waarop het toestel-vermogen gestuurd zal worden. Bij warmtevraag op dewarmwatervoorziening wordt de T-set waarde op deCV-retourwatertemperatuur geregeld. Afhankelijk vande hoeveelheid sanitairwater dat wordt onttrokken zalde CV-retourwatertemperatuur variëren waarop de be-lasting van het toestel wordt gestuurd. 9.
1 Verklaring van de functietoetsenHet toestel is achter het deurtje voorzien van eendisplay met 6 bedieningstoetsen en een waterdruk-meter (zie figuur 12). Toetsfuncties:- (CV) programmatoets, voor het in- en uitscha-kelen van het verwarmingsprogramma;- (WW) programmatoets, voor het in- en uitscha-kelen van het warmwaterprogramma;- (Pomp) programmatoets, stelt de pomp op con-tinu watercirculatie over de CV-installatie, of volgenshet automatisch schakelprogramma;Met de 3 programmatoetsen kan na ingeven van detoegangscode het ontluchtingsprogramma vroegtij-dig beëindigd worden. -+ toets-- toets-Resettoets, na het indrukken wordt een bedrijfsstopgemaakt en zal het toestel opnieuw proberen testarten en is het mogelijk een storing te ontgren-delen. Nevenfuncties van de programmatoetsen:- toets heeft na langer indrukken dan 2 sec. deweergavefunctie van de voorkeuze van aanvoer-watertemperatuur.
Deze is te wijzigen middels de +of - toets;- toets heeft na langer dan 2 sec. ingedrukt tehouden de weergavefunctie van het installatietype. Deze is te wijzigen middels de + of - toets. Zie verder hoofdstuk 11. 4 en 11. 5. 9.
2 Waterdrukmeter en externe aansluitingBoven het display is een waterdrukmeter aangebrachtvoor het aflezen van de waterdruk in de CV-installatie. De waterdruk dient tussen de 1,5 en 2,0 bar te zijn. Zievoor het vullen en ontluchten van het toestel en instal-latie hoofdstuk 10. Naast de drie functietoetsen is een 14-polige aanslui-ting zichtbaar welke uitsluitend geschikt is voor ATAGservicedoeleinden. bedieningstoetsen en display figuur 12.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 1510 Vullen en ontluchten vantoestel en installatieHet vullen van de installatie kan volgens de gebruike-lijke methode geschieden. De CV-waterdruk is af telezen van de waterdrukmeter op het toestel. De CV-installatie dient gevuld te zijn metdrinkwater. 10. 1 CV-systeemBoven het display is een waterdrukmeter geplaatst. Hierop kunt u de waterdruk in de CV-installatie aflezen. De installatie functioneert optimaal bij een waterdruktussen 1,5 en 2 bar. Voor het vullen van de CV-installatie gebruikt u de vul-en aftapkraan. Het vullen geschiedt als volgt:Laat tijdens het (bij)vullen van de CV-installa-tie de stekker UIT de wandcontactdoos.
-Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan en vulde slang geheel met drinkwater;-Sluit de gevulde vulslang aan op de vul- en aftap-kraan van de CV-installatie en open deze kraan;-Open de koudwaterkraan en vul langzaam de instal-latie tot 1,5-2 bar;-Begin op het laagste punt de radiatoren en leiding-delen te ontluchten;-Het toestel bezit een automatische ontluchter die deaanwezige lucht in het toestel verwijdert;-Zorg dat de installatie weer op druk (1,5 tot 2 bar)komt nadat alle radiatoren en leidingdelen zijnontlucht;-Sluit de koudwaterkraan, vervolgens de vul- enaftapkraan en ontkoppel de vulslang;-Steek nu de stekker van het toestel in de wand-contactdoos;-Het toestel komt niet direct in bedrijf maar doorloopteerst het automatisch ontluchtingsprogramma van± 15 min. , nadat één van de drie programmatoetsenwordt ingeschakeld. Op het display verschijnt.
De automatischeontluchter in het toestel zal deze lucht latenverdwijnen, waardoor de waterdruk gedu-rende deze periode kan dalen en er waterbijgevuld zal moeten worden. 10. 2 Warmwatervoorziening (alleen Combi-toestellen)Breng waterleidingdruk op de platenwisselaar door dehoofdkraan en/of de stopkraan van de inlaatcombinatiete openen. Ontlucht de platenwisselaar en de warmwaterinstallatiedoor het openen van een warmwaterkraan. Laat dekraan zolang open staan totdat alle lucht uit de platen-wisselaar en leidingen is verdwenen en er alleen nogwater uit de kraan komt. Spoel de warmwaterleiding zolang totdat ookhet vuile testwater uit de platenwisselaar isverwijderd. Houd rekening met het zorgvuldig sluiten van warm-waterkranen in verband met de warmwatervoorziening. Warmwater heeft namelijk voorrang op verwarming,d. w. z.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 1611 In werking stellen van hettoestelZorg ervoor, alvorens het toestel in bedrijf te stellen, dathet toestel en de installatie goed ontlucht zijn. Ontluchtde gasleiding en open de gaskraan van het toestel. Hettoestel behoeft geen afstelling van branderdruk en lucht-hoeveelheid, omdat deze zelfinstellend is en fabrieks-matig is afgesteld. 11. 1 CV-systeemDoor middel van de toets (CV-programma) wordt,mits er warmtevraag van de thermostaat of regeling is,het CV-programma in werking gesteld. De circulatiepompzal gaan circuleren en het toestel zal warmte produce-ren. 11. 2 WarmwatervoorzieningDoor middel van de toets (WW-programma) wordtde warmwatervoorziening in werking gesteld. Fabrieksmatig is de warmhoudfunctie ingeschakeld. Dat betekent dat de platenwisselaar op minimaal 30°Cwordt gehouden om snel warmwater te kunnen leveren.
Het toestel zal dan ook direct in bedrijf komen om dezetemperatuur te bereiken. 11. 3 DisplayindicatiesNormale display-indicaties zijn:0Geen warmtevraag1Ventilatiefase2Ontstekingsfase3Brander actief op CV4Brander actief op WW5Controle ventilator6Brander uit bij vragende kamerthermostaat7Nadraaifase pomp op CV8Nadraaifase pomp op WW9Brander uit door overschrijden aanvoertemperatuurOverige displayindicaties:Automatisch ontluchtingsprogramma actief (ca. 15min. ). Het ontluchtingsprogramma zorgt ervoordat, na (bij)vullen van de installatie, het toestelgeen lucht meer bevat. Bij een eventuele stroom-uitval zal automatisch dit programma starten en zalhet toestel na ca. 15 min weer normaal functione-ren. Indien het display een van blokkering, afgewis-seld met een bepaalde nummercode weergeeft,zal het toestel tijdelijk uitgeschakeld worden.
Indien de blokkering zich voordoet vanwege een telage waterdruk (lager dan 0,8 bar, blokkeringscode7) dient eerst de installatie bijgevuld te wordenvoordat de regeling de blokkering opheft. Indien een storing wordt geconstateerd, wordt ditweergegeven met de e van error, afgewisseld meteen bepaalde nummercode. Het toestel wordthiermee vergrendeld. Door het indrukken van deReset-toets kan men het toestel opnieuw probe-ren te laten starten.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 1711. 4 Instellingen selecteren van het typeverwarmingsinstallatieHet toestel is zodanig ingesteld dat het zich automatischaanpast aan een standaard verwarmingsinstallatie. Inenkele situaties kan het een installatie met convectorenof volledige vloerverwarming betreffen. Men kan middelseen voorkeuzemenu eenvoudig kiezen voor het typeverwarmingsinstallatie en vervolgens de daarbij beho-rende instellingen van maximale aanvoerwatertempe-ratuur en de snelheid van het opwarmen van de instal-latie (gradiënt). Het voorkeuzemenu ziet er als volgt uit:Fabrieksinstelling: Radiatoren; luchtverwarming; convectoren:Hiervoor heeft u een hoge aanvoerwatertemperatuur en gradiëntnodig: 85°C en 5°C/min (installatietype 3 en voorkeuze 4, zie invoorkeuzemenu). Selecteer het installatietype als volgt:Houd de toets langer dan 2 seconden ingedrukt.
Hetindicatielampje knippert en op het display verschijnteen waarde. Stel middels de + of - toets de gewenstewaarde in (fabrieksinstelling: 3). Houd vervolgens de toets langer dan 2 seconden ingedrukt. Het indicatie-lampje knippert niet meer. De nieuwe instelling is actief. Vervolgens selecteert u de aanvoerwatertemperatuur. 11. 5 Selecteren van de aanvoerwater-temperatuurHoud de toets langer dan 2 seconden ingedrukt. Hetindicatielampje gaat knipperen en op het display ver-schijnt een waarde. Stel middels de + of - toets degewenste waarde in (fabrieksinstelling: 4). Houd vervol-gens de toets langer dan 2 seconden ingedrukt. Hetindicatielampje knippert niet meer. De nieuwe instellingis actief. De in te stellen aanvoerwatertemperatuur geldt alleenvoor de centrale verwarming en is onafhankelijk van dewarmwatervoorziening.
Indien er is gekozen voor een type installatie met eenlage aanvoerwatertemperatuur kan het voorkomen datbij een strenge winterperiode het te lang duurt voordatde verwarmingsinstallatie op temperatuur komt. In dezesituatie moet gekozen worden voor een hogere aanvoer-watertemperatuur.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 1812 Buiten bedrijf stellenIn sommige situaties kan het voorkomen dat het geheletoestel buiten bedrijf moet worden gesteld. Door alleende drie programmatoetsen met de lampjes CV-, WW-en pompprogramma uit te zetten, wordt het toestelbuiten bedrijf gesteld. ATAG adviseert om de stekker inde wandcontactdoos te laten zitten, waardoor automa-tisch één keer in de 24 uur de circulatiepomp en dedriewegklep worden geactiveerd, om vastzitten te voor-komen. Als er sprake is van vorstgevaar is het raad-zaam het toestel en/of de installatie volledigaf te tappen en de stekker uit de wandcontact-doos te trekken. 13 OnderhoudDe mantel vormt één geheel met de luchtkast en is,achter het deurtje aan de voorzijde van de mantel, meteen schroef vergrendeld en met vier snelsluitingen (2boven en 2 onder) aan de achterwand bevestigd.
Na hetverwijderen van deze schroef en ontgrendelen van devier snelsluitingen kan de mantel naar voren afgeno-men worden. Instellingen zoals branderdruk en afstelling van deluchthoeveelheid zijn met de ATAG PerfectII bij inbedrijfname overbodig. Het toestel werkt met een zoge-naamde nuldrukregeling. Hierdoor wordt door de zui-gende werking van de ventilator de juiste gas-hoeveelheid geregeld. De fijnafstelling is fabrieksmatiggedaan. Alleen bij controle, onderhoud en bij storingaan gasblok en ventilator moet de nuldrukregeling enCO2 percentage gecontroleerd en zonodig afgesteldworden. 13. 1 Controle nuldrukregelingDe nuldrukregeling is fabrieksmatig afge-steld. Deze moet bij controle, onderhouden bij storing aan gasblok en ventilatorgecontroleerd en zonodig afgesteld wor-den.
Met van de volgende handeling kan de nuldrukregelinggecontroleerd en afgesteld worden:-zorg dat het toestel in bedrijf is en de warmte die hijproduceert kwijt kan;-sluit de slang van de digitale drukmeter aan op debovenste meetnippel van het gasblok volgens figuur12 (draai deze eerst open alvorens de slang temonteren);-druk 2 seconden de - toets (min) in. Het toestelschakelt gedurende 15 minuten op minimale belas-ting over CV in. Op het display verschijnt "L". -het gemeten drukverschil moet tussen de 0 en -4 Pazijn. -beëindig de meting door de ventilator weer uit teschakelen, door 2 seconden op de - toets te druk-ken. Wanneer geconstateerd wordt dat de nuldrukregelingte veel afwijkt moet deze worden gecorrigeerd doormiddel van de afstelschroef op het gasblok volgensfiguur 14. meetpunt nuldrukregeling figuur 13afstelschroef nuldrukregeling figuur 14.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 1913. 2 Controle CO2Het CO2 percentage is fabrieksmatig inge-steld. Deze moet bij controle, onderhouden storing gecontroleerd en zonodig afge-steld worden. Met de volgende handeling kan het CO2 percentagegecontroleerd en afgesteld worden:-plaats de lans van de CO2 meter op de plaatsvolgens figuur 15;-druk 2 seconden de + toets in. Het toestel schakeltgedurende 15 minuten op maximale belasting overCV in. Op het display verschijnt "H";-het CO2 percentage op vollast dient volgens tabel 8(pagina 20) te zijn. Met de instelschroef volgensfiguur 15 kan het CO2 percentage worden ingesteld;-beëindig de meting door het toestel weer uit teschakelen, door 2 seconden op de + toets te drukken. 13.
3 OnderhoudswerkzaamhedenIndien het toestel gereinigd moet worden, moeten devolgende handelingen worden verricht:De mantel / luchtkastVuil wat wordt aangezogen door de luchttoevoerpijp zalterecht komen onder in de mantel/luchtkast. Verwijderdit vuil met een doek en een eenvoudig (niet schuur-baar) afwasmiddel. Gebruik voor het reinigen van de mantel enluchtkast geen schuurmiddel, dit veroorzaakthinderlijke krassen. De branderstenen en warmtewisselaarOm de warmtewisselaar te inspecterenmoet de ventilatorunit worden verwij-derd.
De volgende handelingen moeten worden uitgevoerd:-sluit de gaskraan en trek de stekker uit de wand-contactdoos;-verwijder de kunststof mantel / luchtkast;-draai de koppeling van de gasleiding onder hetgasblok los;-trek de elektrische aansluitstekker van het gasbloklos;-trek de elektrische aansluitstekker van de ventilator-motor los;-draai de voorste kruiskopschroef van de zwarteluchtdemper los;-draai vervolgens de twee klemstangen een ¼ slagen verwijder deze door ze naar voren te trekken;-til de ventilatorunit voor een klein deel op en neemdeze naar de voorzijde van de warmtewisselaarweg;-controleer de ventilatorunit en de luchtdemper opvervuiling en reinig deze zonodig;-verwijder nu de branderstenen door deze naar bo-ven te tillen en in dezelfde richting als de ventilator-unit van de warmtewisselaar weg te nemen;-reinig de branderstenen en de warmtewisselaar meteen zachte borstel;instelschroef CO2 figuur 16meetpunt ten behoeve van CO2 figuur 15.
Installatievoorschrift PF-SHR serie pagina 20Het weer monteren van de componenten gaat in omge-keerde volgorde. De volgende componenten verdienen extra aandachtvoor en na het terugplaatsen:-zorg ervoor dat de pakking van de branderstenenjuist op de warmtewisselaar is geplaatst;-zorg ervoor dat de klemstangen van de ventilatorunitvoldoende ver naar achteren zijn gedrukt en datdeze weer ¼ slag gedraaid zijn;-zorg ervoor dat de gaskoppeling onder het gasblokaangedraaid en gasdicht is;De sifonOm de sifon op vervuiling te controleren dienen devolgende handelingen te worden verricht:-zorg ervoor dat het toestel uit is door de stekker uitde wandcontactdoos te nemen;-verwijder de mantel / luchtkast (schroef en 4 snel-sluitingen);-draai de bedieningsunit om zijn linker schanierpuntnaar voren;-draai de kruiskopschroef van de sifon los.
Deze zitvan onderaf in de onderbak geschroefd;-trek de sifon uit de onderbak en uit het condens-afvoergedeelte achter de pomp;-spoel de sifon met water door. Het monteren geschiedt in omgekeerde volgorde. 13. 4 Verdere controlemogelijkhedenControle door middel van een ionisatiemeting. -De ionisatie geeft weer of er een vlam aanwezig is. De meting vindt plaats door middel van het aanslui-ten van een micro-ampèremeter in serie met deionisatie-draad. De minimaal toegestane ionisatieis 2 µA. Het toestel zal zijn belasting overigens aanpassenwanneer de ionisatie de ondergrens van 2 µA be-reikt. Het toestel gaat uit bij 1 µA. Controle door middel van een visuele inspectie. -Een visuele inspectie houdt in dat een aantal com-ponenten bekeken en gecontroleerd worden op hunfunctioneren. Het overstortventiel mag geen leksporen vertonen. De sifon moet schoon zijn.
Plaats na alle werkzaamheden altijd de man-tel terug en monteer ook de schroef achterhet deurtje. 13. 5 OnderhoudsfrequentieATAG adviseert, om de twee jaar een inspectie- en omde vier jaar een onderhoudsbeurt uit te voeren aan hettoestel.
Verklaringen van symbolen enindicaties op het bedieningspaneelToetsfunctiesMet deze toets schakelt u de centrale verwarmingaan of uit.Met deze toets schakelt u de warmwatervoorzieningaan of uit.Met deze toets schakelt u de circulatiepomp continuof volgens het automatisch schakelprogramma.De indicatielampjes links van deze toetsen geven aan of dedesbetreffende functie aan (lampje is aan) of uit (lampje isuit) is. Bovengenoemde toetsen beschikken over neven-functies.
Deze worden in het installatievoorschrift verderbeschreven.BedrijfsindicatiesOnder normale bedrijfsomstandigheden zijn de volgendeindicaties op het display mogelijk:0Geen warmtevraag1Ventilatiefase2Ontstekingsfase3Brander actief op CV4Brander actief op WW5Controle ventilator6Brander uit bij vragende kamerthermostaat7Nadraaifase pomp op CV8Nadraaifase pomp op WW9Brander uit door overschrijden aanvoertemperatuurof druppelende waterkraan.CVaan/uitWWaan/uitPompaan/uitPlustoets ( )Mintoets ( )Resettoets ( )Service-aansluitingPostbus1057130 AC LichtenvoordeTelefoon: 0544 - 391777Consumentendienst:0800 - 1670E-mail:[email protected]:www.atagverwarming.com
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG perfect 24 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel ATAG
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel