ATAG E223C Verwarmingsketel Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG E223C Verwarmingsketel (48 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over ATAG E223C Verwarmingsketel of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | E223C Verwarmingsketel |
Handleiding ATAG E223C Verwarmingsketel – volledige tekst
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 2Verklaring van symbolen en tekens van het beeldscherm en toetsen%bar°C(OK )( ESC)+--iR+ Vlam Ketel in bedrijf Bel Error indicatie Sleutel Service-mode of blokkering Kraan Functie warmwater (warmtevraag) Radiator Functie centrale verwarming (warmtevraag)Programma CVProgramma WWPompprogrammaScroll-en +/-functie (nevenfunctie) OK en Escape (nevenfunctie) Instelling warmwatertemperatuur Instelling keteltemperatuur (max. aanvoertemperatuur) Informatietoets Reset-toetsLCD beeldscherm met backlightDirect bedienbare Soft cushion toetsenInformatie over de waterdruk:De standdaard weergave van het display toont de waterdruk (bar) in de cv-installatie.Indien de waterdruk (te) laag wordt, dan kan dit als volgt worden weergegeven: Druk op de i-toets tot A6.
of Dit geeft de actuele waterdruk weer.Nadat de installatie is bijgevuld en de druk onder de 0,7 bar is geweest zal het ont-luchtingsprogramma starten (ca. 7 min.)Indien de waterdruk te hoog is, dan wordt dit als volgt weergegeven:Waterdruk is te laag; 3,0 bar. Sleutel-symbool zichtbaar en c1 17. De ketel wordt uit bedrijf genomen. De installatiedruk moet verlaagd worden door water af te tappen.Waterdruk is te laag; < 0,7 bar. Sleutel-symbool zichtbaar en c1 18.De ketel wordt uit bedrijf genomen. De installatie moet bijgevuld worden.bar
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 41 InleidingDit installatievoorschrift beschrijft de werking, installatie, bediening en het primaire on-derhoud van de ATAG E cv-ketels. Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkende installateurs die de ATAG ketels instal-leren en in gebruik stellen. Lees ruim voor aanvang van installatie van de ketel dit installatievoorschrift goed door. Voor gebruikers van de ATAG E is een aparte gebruikshandleiding bij de ketel geleverd. ATAG Verwarming is niet aansprakelijk voor gevolgen die voortvloeien uit ingeslopen fouten of onvolkomenheden in het installatievoorschrift en de gebruikshandleiding. Tevens behoudt ATAG Verwarming zich het recht voor om haar producten te wijzigen zonder voorafgaande mededeling.
Geef de klant bij oplevering van de installatie duidelijke instructies over het gebruik van de ketel en overhandig daarbij de gebruikshandleiding en garantie-kaart aan de klant. Elkeketelisvoorzienvaneentypeplaat. Verieeraandehandvandegegevensopdezetypeplaat of de ketel voldoet aan de situatie waarin het geplaatst moet worden, zoals gassoort, netvoeding en afvoerklasse. Eventuele relevante installatievoorschriften en/of gebruikshandleidingen:- ATAG Duopass Rookgasafvoersysteem individueel2 RegelgevingVoor installatie van de ATAG E gelden de volgende regels:- Wetgeving: Bouwbesluit Het bouwbesluit bevat prestatie-eisen over opstelling, afvoer en uitmonding.
De ketel moet aangesloten worden volgens dit instal-latievoorschrift en alle installatietechnische normen en voorschriften die betrek-king hebben op de aan te sluiten installatie. De installateur is verantwoordelijk voor het in acht nemen van de ARBO-wet. Het apparaat mag alleen door bevoegde personen bediend worden, die geïnstru-eerd zijn over de werking en het gebruik van het apparaat. Ondeskundig gebruik kan leiden tot schade aan het apparaat en/of de aangesloten installatie. Het apparaat mag niet worden gebruikt door kinderen of personen met vermin-derde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij onder toezicht of indien zij instructies daarvoor hebben gekre-gen. Er moet op toegezien worden dat kinderen niet met het apparaat spelen.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 5Houd rekening met de volgende veiligheidsvoorschriften:- Alle werkzaamheden aan de ketel dienen in een droge omgeving plaats te vinden.- Laat de ATAG ketel niet functioneren zonder mantel, tenzij er controle- en afstelwerk-zaamheden moeten plaatsvinden (zie hoofdstuk 12 Onderhoud).- Laat nooit elektrische en elektronische componenten in contact komen met water.Voer de volgende handelingen uit bij (onderhouds-) werkzaamheden aan een reeds aangesloten ketel:- Schakel alle functies uit;- Sluit de gaskraan;- Trek de stekker uit de wandcontactdoos;- Sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie bij de ketel.Indien er controle- en afstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden let dan op het volgende;- de ketel moet tijdens deze werkzaamheden kunnen functioneren, dus moeten zowel de voedingsspanning, de gasdruk alsook de waterdruk op de ketel blijven staan.
Zorg ervoor dat deze tijdens de werkzaamheden geen gevaar kunnen opleveren.Controleer na (onderhouds-)werkzaamheden aan de ketel altijd alle gasvoerende delen op dichtheid (d.m.v. lekzoekspray).Plaats na (onderhouds-)werkzaamheden altijd de mantel terug en borg de man-tel met de schroeven.De volgende (veiligheids-) symbolen kunnen in dit installatievoorschrift, op de verpakking en op de ketel voorkomen:Dit symbool geeft aan dat de ketel vorstvrij opgeslagen moet worden.Dit symbool geeft aan dat de verpakking en/of inhoud beschadigd kan raken door onzorgvuldig transport.Dit symbool geeft aan dat de verpakte ketel beschermd moet worden tegen weersinvloeden tijdens transport en opslag.SLEUTEL-symbool. Dit symbool geeft aan dat hier een (de-)montage uitgevoerd moet worden.LET OP-symbool.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 63 LeveringsomvangDe ketel wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:• Ketel met mantel;• Automatische ontluchter (in ketel);• Overstortventiel 3 bar (in ketel)• Doseerventiel (in ketel);• Modulerende circulatiepomp;• Ophangbeugel;• Bevestigingsmateriaal bestaande uit pluggen en schroeven;• Aftekenmal;• Installatievoorschrift;• Gebruikshandleiding;• Garantiekaart.De ATAG E is hoofdzakelijk voorzien van 230V elektrische componenten.De volgende onderdelen zijn niet standaard aanwezig in de ketel en moeten volgens voorschrift in de installatie opgenomen te worden (levering door derden):• Inlaatcombinatie 8 bar in koudwaterleiding; zie 6.6;• Expansievat (inhoud en druk is installatieafhankelijk); zie 6.2;• Gaskraan; zie 6.5;• Vul- en aftapkraan cv-installatie.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 7Gesloten cv-ketelHet toestel haalt zijn verbran-dingslucht van buiten en voert de rookgassen naar buiten af. CondenserenResultaat van het onttrekken van veel warmte uit de rook-gassen. Waterdamp zal als 'water' neerslaan op de wisselaar. Moduleren Harder of zachter branden afhankelijk van de warmte die gevraagd wordt. RoestVastStaal Superdegelijke staalsoort die levenslang zijn bijzondere eigenschappen behoudt. Het roest en erodeert niet, zoals aluminium. 4 KetelbeschrijvingDe ATAG E is een gesloten, condenserende en modulerende cv-ketel voorzien van een geïntegreerde warmwatervoorziening. De ketel is voorzien van een compacte roestvaststalen warmtewisselaar met gladde buizen. Een doordacht principe met duurzame materialen. De cv-ketel verbrandt (aard)gas voor het leveren van warmte.
Deze warmte wordt in de warmtewisselaar overgedragen aan het water in de cv-installatie. Door het sterk afkoelen van de rookgassen ontstaat condens. Hierdoor wordt juist een zeer hoog rendement gehaald. Het gevormde condenswater, dat geen negatieve invloed op de wisselaar en de werking heeft, wordt door de interne sifon afgevoerd. De ketel is voorzien van een intelligent besturingssysteem: CMS (Control Management System). De ketelbrander en de modulerende circulatiepomp anticiperen op de warm-tebehoefte van de cv-installatie of de warmwatervoorziening. Hierdoor zal de ketel zijn vermogen afstemmen op de installatie. Dit betekent dat de ketel langer en op een laag niveau in bedrijf kan zijn. Indien er een buitenvoeler wordt aangesloten kan de regeling weersafhankelijk functio-neren. Dit houdt in dat de regeling de buitentemperatuur en de aanvoerwatertemperatuur meet.
In combinatie met de ATAG WiZe klokthermostaat zorgt het besturingsysteem voor de meest optimale aanvoerwatertemperatuur in de installatie, wat resulteert in een comfortabel wooncomfort en het laagste energieverbruik.
De ATAG E325EC onderscheidt zich van de E325C door de Tapwater Technologie. Een extra warmtewisselaar (gepatenteerde economizer) in de rookgasafvoer warmt bij warm-watergebruik het inkomende koud water eerst op voordat het door de platenwisselaar naardeuiteindelijke60°Cwordtgebracht(Zieguur4. a). Ditzorgtvoorhetuitzonderlijkhoge tapwaterrendement van dit type. Principe Tapwater Technologie met Economizer Figuur 4. a.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 94. 1 GaskeurlabelsATAG E ketels hebben allen Gaskeurlabels. De volgende Gaskeurlabels komen bij ATAG cv-ketels voor:- HR Hoog Rendement op verwarming ATAG ketels bereiken zelfs 109,7% op onderwaarde. - CW Comfortklasse Warmwater. Klasse-indeling van de tapprestaties. De Combi-ketels vallen in de klassen 3 en 4. - SV Schone Verbranding. De emissies liggen ver onder de norm die hiervoor gesteld wordt. Vanaf fabriek is de ketel zo ingesteld dat de ketel voldoet aan Gaskeur CW (m. u. v. propaan). Alle eventuele wijzigingen doen het Gaskeurlabel teniet. 5 Ophangen van de ketelKetel installeren conform geldende richtlijnen in daarvoor bestemde en goed geventileerde opstellingsruimte. De opstellingsruimte voor de cv-ketel moet vorstvrij zijn. De mantel van de ATAG E is spatwaterdicht (IPX4D) en is dus ook geschikt voor montage in een badkamer.
De ketel kan met de ophangbeugel en het meegeleverde bevestigingsmateriaal aan praktisch elke wand worden bevestigd. De wand moet vlak en zó stevig zijn dat deze het ketelgewicht met waterinhoud kan dragen. Let op de minimale afstanden tussen ketel, wanden en plafond ten behoeve van het plaatsenenverwijderenvandemantel(zieguur5. a). Met behulp van de bijgeleverde aftekenmal kan de plaats van de ketel bepaald worden. Verwijder vóór het ophangen van de ketel allereerst de mantel van de ketel. De mantel is tevens de luchtkast en is met vier snelsluitingen (A, B, C en D) aan de achterwand bevestigd(zieguur5. a). Borg de snelsluitingen met de schroeven (A, B, C en D) bij het terugplaatsen van de mantel. Til de ketel alleen op aan de achterwand. Figuur 5. aKeuken (60°C)Douche (40°C)Bad (40°C)CW3 Keuken of douche of bad (100 l. ) ≥ 3,5 10 ≤ 12CW4 Keuken of douche of bad (120 l.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 10pomptypeKeteltype l/min l/h kPa mbarE223C UPM2 15-70 14,0 840 25 250E264C UPM2 15-70 16,5 990 25 250E325C UPM2 15-70 20,3 1220 25 250E325EC UPM2 15-70 20,3 1220 25 250E320S UPM2 15-70 20,3 1220 25 250waterstroming toesteltoelaatbare installatieweerstandInstallatieweerstand tabel 6. 1. a6 Aansluiten van de ketelDe ketel beschikt over onderstaande aansluitleidingen:• CV-leidingen. Deze bestaan uit ø22mm koperen leidingen en moeten met knelttingen aangesloten worden op de installatie;• Gasleiding. De aansluiting op de ketel is voorzien van 1/2" binnendraad waarin het staartstuk van de gaskraan gedraaid kan worden;• Condensafvoerleiding. Dit is een 22 mm kunststof leiding. Hierop kan door middel van een open verbinding de afvoerleiding aangesloten worden.
Indien nodig kan de leiding worden verlengd met een ø32 mm PVC sok;• Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem. Deze kunnen als 2x ø80 mm of concentrisch ø80/125 mm (accessoire) aangesloten worden. • Koud- en warmwaterleiding Deze bestaan uit een ø15 mm koperleiding en moeten met knelttingen aangesloten worden op de drinkwaterinstallatie. Het is aan te bevelen alle ketelaansluitleidingen en/of de installatie schoon te spoelen en/of schoon te blazen alvorens deze aan te sluiten op de ketel. 6. 1 CV-systeemMonteer het cv-systeem volgens de huidige regelgeving. Deketelleidingenmoetendoormiddelvanknelttingenaangeslotenwordenopdein-stallatie. Voorhetaansluitenopdikwandigepijp(gelastofget),moetenverloopstukkenworden gebruikt. Bij het verwijderen van de kunststof afdichtdoppen op de leidingen kan vuil test-water vrijkomen.
De ketel beschikt over een zelfregelend en zelfbeschermend besturingssysteem voor de belasting en de pompcapaciteit. Hierbij wordt het temperatuurverschil tussen het aanvoer- en retourwater gecontroleerd. Tabel 6. 1.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 11Indien de installatieweerstand hoger is dan de vermelde waarde zal de besturing de pomp op maximale pompcapaciteit laten draaien en de belasting aanpassen totdat een, voor de regeling acceptabel, temperatuurverschil tussen aanvoer- en retourwater is bereikt.Wanneer het temperatuurverschil hierna te groot blijft zal de ketel zichzelf uitschakelen en wachten tot het te grote temperatuurverschil tussen de aanvoer en de retour weer afgenomen is. De regeling zal, indien een onacceptabel temperatuurverschil wordt geconstateerd, herhaaldelijk proberen waterstroming tot stand te brengen. Lukt dit niet, dan zal de ketel blokkeren (c1 54).Indien alle, of een groot deel, van de radiatoren voorzien zijn van thermostatische radiatorkranen, moet een drukverschilregelaar (AVDO) worden toegepast om stromings- problemen in de installatie te voorkomen.
De toegepaste drukverschilregelaar moet dezelfde diameter hebben als de aansluitdiameter van de aanvoer- en retourleiding van de ketel. De diameter van de leidingen tussen de ketel en de toegepaste drukverschilregelaar mag niet verkleind worden. Zie ook Bijlage C.De ketel is voorzien van een intern overstortventiel van 3 bar. Deze is gezamenlijk met de condensafvoer aangesloten op de afvoerconstructie naar het riool.De ketel is niet voorzien van een ingebouwde lter.
Advies: plaats in de retourlei-ding een lter om inwendige vervuiling van de ketel te voorkomen.De ketel is niet geschikt voor installaties die zijn uitgevoerd met “open” expansievaten.Toevoegmiddelen aan het water in de installatie zijn slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van ATAG Verwarming (zie hoofdstuk 6.4 Waterkwaliteit).Pompkarakteristiek Graek6.1.a0123456780 0,5 1 1,5 2 2,5 3[m^3/h]H [m]QUPM2 15-70325(E)CE223CE264Cmax.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 126. 2 ExpansievatDe cv-installatie moet voorzien worden van een expansievat. Het expansievat dat wordt toegepast moet afgestemd zijn op de waterinhoud van de installatie. De voordruk is afhankelijk van de installatiehoogte boven het gemonteerde expansievat. Zie tabel 6. 2. a. Het expansievat moet zo dicht mogelijk in de retour bij de ketel aangesloten worden. 6. 3 Verwarmingssystemen met kunststof leidingenBij het aansluiten of het toepassen van kunststof leidingen (vloer- en/of wandverwarming) of leidingdelen (radiatoraansluitingen, verdeeleenheden), moet men er rekening mee houden dat de toegepaste kunststof leidingen voldoen aan:- DIN 4726 t/m 4729 (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,1 g/m3. d bij 40°C)of- Nationale BRL 5606 van KIWA (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,18 g/m2.
d bij 80°C)Zorgervoordateensysteemmetkunststoeidingengoedontluchtwordtenblijft. Indien het systeem niet voldoet aan een van deze normen, moet het deel met kunststof leidingen gescheiden worden van de cv-ketel door middel van een platenwisselaar. 6. 4 WaterkwaliteitInstallatie vullen met drinkwater. In veruit de meeste gevallen kan een cv-installatie worden gevuld met water volgens landelijk geldend waterbesluit en is behandeling van dit water niet noodzakelijk. Om problemen met cv-installaties te vermijden moet de kwaliteit van het vulwater aan despecicatiesvoldoendievermeldstaanintabel6. 4. a:Alshetvulwaterbuitendegesteldespecicatiesvalt,radenwijuaanomhetwaterzo-danigtebehandelendathetvoldoetaandegesteldespecicaties.
Aanspraak op garantie vervalt indien de installatie niet wordt gespoeld en/of de kwaliteit van het vulwater niet voldoet aan de door ATAG gestelde specicaties. Neem altijd vooraf contact op met ATAG indien er onduidelijkheden en/of afwij-kingen te bespreken zijn.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 13Installatie:- Het gebruik van grondwater, demi-water en gedestilleerd water is niet toegestaan. (een verduidelijking van deze termen is op de volgende pagina weergegeven)- Wanneerdekwaliteitvanhetdrinkwatervaltbinnendespecicatiesvermeldintabel6. 4. a, kan worden begonnen met het spoelen van de installatie alvorens het toestel te installeren. - Gedurendedezespoelingmoetenrestantenvancorrosieproducten(magnetiet),tproducten, snij-olie en andere ongewenste producten worden verwijderd. - Eenanderemogelijkheidomvuilteverwijderenishetplaatsenvaneenlter. Hettypeltermoetpassenbijhetsoortenkorrelgroottevandevervuiling. ATAGadviseerthetgebruikvaneenlter. Hierbijmoeteropwordengeletdathetgeheleleidingsysteemwordt meegenomen.
- De cv-installatie moet goed worden ontlucht alvorens het systeem in gebruik te ne-men. Zie daarvoor hoofdstuk Inbedrijfname. - Wanneer het met regelmaat noodzakelijk is (>5% op jaarbasis) dat er water dient te worden bijgevuld is er sprake van een structureel probleem en dient een instal-lateur dit probleem te verhelpen. Door het regelmatig toevoegen van vers water aan het systeem wordt ook zuurstof en kalk bijgedoseerd waardoor magnetiet en kalk afzetting zich kunnen continueren. Dit kan resulteren in verstoppingsproblemen en/of lekkages. - Wanneer gebruik wordt gemaakt van een antivries of andere toevoegmiddelen, dient de kwaliteit van het vulwater periodiek te worden gecontroleerd overeenkomstig met de tijdsperiode zoals die is aangegeven door de leverancier van dit middel.
- Chemische toevoegingen moet worden vermeden en mogen enkel worden gebruikt nadoorATAGVerwarmingvoordebetreendetoepassingtezijnvrijgegeven.
- Wanneer men de waterkwaliteit wil behalen door middel van het gebruik van chemi-sche middelen is dit zijn/haar verantwoordelijkheid. Wanneer het water niet voldoet aandedoorATAGgesteldespecicatiesofchemischemiddelennietdoorATAGzijnvrijgegeven vervalt de garantie op het door ATAG geleverde product. - ATAG adviseert om bij installatie en latere bijvullingen of wijzigingen in een logboek te vermelden welk type water is gebruikt, welke kwaliteit dit was en, indien van toe-passing, welke additieven en in welke hoeveelheden zijn toegevoegd. Parameter WaardeType water DrinkwaterOnthard waterpH 6. 0-8. 5Geleidbaarheid (bij 20°C in µS/cm) Max. 2500Ijzer (ppm) Max. 2Hardheid (°dH)Installatievolume/-vermogen=20 l/kW1-7Zuurstof Geenzuurstofdiusietoegestaangedurendebedrijf. Max.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 14Waterkwaliteit in tapwaterverwarmers van ATAGParameter WaardeType water DrinkwaterpH 7.0-9.5Geleidbaarheid (bij 20°C in µS/cm) Max. 2500Chloride (ppm) Max. 150Ijzer (ppm) Max. 0.2Hardheid (°dH) 1-12Aantal bacterie kolonies bij 22°C (aan-tal/ml). pr EN ISO 6222Max. 100 Tabel 6.4.b- Wanneerhetchloorgehaltebovende,intabel6.4.b,gesteldespecicatiesligtishetbij een boilertoepassing noodzakelijk om gebruik te maken van een actieve anode.
Wanneer hier niet aan wordt voldaan vervalt de aanspraak op garantie voor het tap-waterzijdige deel van de installatie.- Wanneerhetchloorgehaltebovendegesteldespecicatiesligtbijhetgebruikvaneen doorstroom-combiketel vervalt de aanspraak op garantie voor het tapwaterzijdige gedeelte.Denitie van type water:Drinkwater: Leidingwater dat in overeenstemming is met de Europese drink- waterrichtlijn: 98/83/EG van 3 november 1998.Onthard water: Water waar calcium en magnesium ionen gedeeltelijk uit zijn ver-wijderdDemi-water: Water waar nagenoeg alle zouten uit zijn verwijderd (erg lage ge-leidbaarheid)Gedestilleerd water: Water waar geen zouten meer in aanwezig zijn.Neem contact op ATAG Verwarming voor meer informatie over analysemethoden.6.5 GasleidingBepaal de diameter en monteer de gasleiding volgens de huidige regelgeving.De ketelleiding is voorzien van een binnendraad, waarin het staartstuk van de gaskraan kan worden gedraaid.Voor een goede werking van de ketel is het noodzakelijk dat de dynamische voordruk van het gas hoger is dan 20 mbar.Zorg ervoor dat, met name bij nieuwe leidingen, de gasleiding geen vuilresten bevat.Indien de ketel omgebouwd moet worden van aardgas naar propaan, neem dan contact op met ATAG Verwarming Nederland BV.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 156. 6 Warmwatervoorziening Combi-ketelMonteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving. De ATAG E-Combi is voorzien van een roestvaststalen platenwisselaar voor bereiding van warmwater. De ketel heeft geen warmwatervoorraad en zal bij warmwatervraag het doorstromende water direkt verwarmen. In gebieden met een waterhardheidswaarde hoger dan 15°D dient de platenwis-selaar frequenter van kalkaanslag ontdaan te worden. Een verkalkte platenwis-selaar valt niet onder garantie. Indien er zich problemen voordoen bij toepassing van sanitair water met een hoger chloridegehalte dan 150 mg/l kan er geen aanspraak gemaakt worden op de garantievoorwaarden (zie hoofdstuk 6. 4 Waterkwaliteit). Om verkalking te voorkomen adviseert ATAG het toepassen van een ATAG Descale waterontharder.
ATAG adviseert voor het reinigen van platenwisselaars het gebruik van bv. AlphaPhos. De hardheid van het water loopt in Nederland uiteen. De waterleidingmaatschappij kan hieromtrentexacteinformatieverschaen. Deketelleidingenvandewarmwatervoorzieningmoetendoormiddelvaneenknelttingaangesloten worden op de installatie. De ketel moet voorzien worden van een inlaat-combinatie met een veiligheidsventiel van 8 bar. De overstort van het veiligheidsventiel moet aangesloten worden op de rioolleiding. In de koudwaterleiding in de ketel is een doseerventiel gemonteerd. Het doseerven-tiel zorgt ervoor dat er een hoeveelheid water geleverd wordt die een gegarandeerde temperatuur van 60°C heeft (uitgaande van een koudwatertemperatuur van 10°C). De hoeveelheid water wordt nagenoeg niet beïnvloed door de waterdruk.
Controleer na installatie het warmwaterdebiet bij volledig geopende warmwaterkraan, Indien het debiet te laag blijkt kan deze verhoogd worden door het uitnemen van de O-ring in het doseerventiel:- Sluit de watertoevoer door het dichtdraaien van de inlaatcombinatie;- Open een warmwaterkraan om de warmwaterleiding drukloos te maken;- Verwijder de mantel van de ketel;- Draai met dop- of ringsleutel 15 de dop van het doseerventiel;- Haal de kunststofbus met doseerventiel uit het huis;- Verwijder het O-ringetje uit het kunststof deel van het doseerventiel;- Plaats alles terug in omgekeerde volgorde. Doseerventiel Figuur 6. 6. a.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 166.7 Zonneboiler (voorverwarmer) NZ (alleen Combi-ketel)De ATAG E-Serie combiketel is geschikt voor het aansluiten op een standaard zon-neboiler (voorverwarmer). ATAG levert hiervoor de ATAG EcoNormII en CBSolarII. De cv-ketel dient dan als Naverwarmer Zonneboiler (NZ). Sluit de zonneboiler aan volgens VEWIN werkblad 4.4 C. - Een thermostatisch mengventiel moet in de installatie opgenomen worden. Het thermostatisch mengventiel beschermt de cv-ketel voor te hoge temperaturen. Deze wordt bij de EcoNormII en CBSolarII meegeleverd. Bij 'vreemde' standaard zonneboilers moet een thermostatisch mengventiel geïnstal-leerd worden.
Levering door derden.- Voor aansluiting van een standaard zonneboiler (voorverwarmer) op een ATAG E-Serie combiketel wordt een extra aansluitset (COA2000U) geadviseerd om onnodig inschakelen van de ketel bij een warme boiler te voorkomen.- De zonneboiler en de cv-ketel moeten elk apart voorzien zijn van een inlaatcombinatie. Levering door derden. Figuur 6.7.a geeft een voorbeeldaansluitschema weer van de ATAG E combi met een standaard zonneboiler.ATAG E met zonneboiler Figuur 6.7.aThermostatisch meng-ventiel afstellen op max. 70°C ter bescher-ming van de cv-ketel. Schade aan de cv-ketel door te hoog ingestel-de temperatuur valt niet onder de garantie. Toevoegen bij 'vreemde'zonneboiler:Thermostatisch mengventielInstelling: Max. 70°C!Levering door derden
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 176.8 Externe boiler (alleen Solo-ketel)ATAG levert indirect gestookte (cv-zonne)boilers die toegepast kunnen worden als ex-terne boiler bij een Solo-ketel. De ATAG CBS boilers (leverbaar in 150, 200 en 300 liter) en CBHotTop cv-zonneboilers (leverbaar in 200, 300 en 400 liter) worden staand naast de Solo-ketel geplaatst. De cv-ketel is standaard voorzien van een interne boilerregeling. Voor het aansluiten van de boiler op de cv-ketel moeten de volgende accessoires besteld en geïnstalleerd worden:- AA00030U Driewegklep 230V met 22mm klemkoppelingenof- AA00040U Driewegklep 230V met 1" buitendraad-aansluitingenen- AA05204U BoilersensorUitsluitend deze artikelen mogen voor deze toepassing gebruikt worden. De bedrading van de ATAG boilersensor en de driewegklep moeten aangesloten worden in de ketel.
Voor nadere informatie verwijzen we naar het installatievoorschrift van de boi-ler en de bijsluiter bij de optionele driewegklep en boilersensor. Zie ook pagina 23 en 26.Zie hieronder het schema van de hydraulische aansluiting.6.9 CondensafvoerleidingDe ATAG cv-ketels produceren condenswater. Dit condenswater moet afgevoerd worden, anders zal de ketel niet meer functioneren.De condensafvoerleiding moet door middel van een open verbinding aangesloten worden op de riolering. Hiermee wordt voorkomen dat eventuele rioolgassen in de ketel terecht komen.
De rioolaansluiting moet een minimale diameter van 32 mm hebben.Monteer de condensafvoerleiding volgens de huidige regelgeving.Het afvoeren van het condenswater op de hemelwaterafvoer is, met het oog op bevriezingsgevaar, niet toegestaan.Vul vóór het in bedrijf nemen van de ketel de sifon met water.ATAG E met externe boiler Figuur 6.8.aABBAB AABABBADe driewegklep moet in de retourleiding naar de ketel gemonteerd worden.A = BoilerB = VerwarmingssysteemAB = CV-ketel
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 186.10 Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteemMet het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem wordt bedoeld:- De rookgasafvoerleiding;- De luchttoevoerleiding;- Dak- of geveldoorvoer.De rookgasafvoer- en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan:- de regelgeving genoemd in hoofdstuk 2, - de voorschriften uit dit installatievoorschrift en het installatievoorschrift van het toe te passen rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem. Gesloten en open opstelling Figuur 6.10.aHP*HP*HP*Open opstellingGesloten opstellingRVSPRVSPPRVSP P/A P/AAlle rookgasafvoerdelen die zich buiten de schacht of brandwerende omkokering bevinden moeten uitgevoerd zijn in RVS.Toestelklasse: CToestelklasse: B Uitmondingsgebied 1 (vrij uitmondingsgebied)LuchtlterP/AP*) HP is ten behoeve van CLV: uitsluitend in combinatie met ATAG E325EC HP-versie. Zie hoofdstuk 6.10.2
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 19De ketelaansluitdiameter is ø 80 mm. Hierop kan het rookgasafvoer- en luchttoevoersy-steem gemonteerd worden al dan niet voorzien van bochten. Zie tabel 6. 10. 1. a voor de maximaal toepasbare leidinglengte. Wij adviseren een eenvoudig rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem samen te stellen uit de Duopass rookgasafvoercomponenten. Voor nadere informatie omtrent het leverings-programma van het afvoer- en toevoersysteem verwijzen wij u naar de Productcatalogus. Duopass is uitsluitend bedoeld en geschikt voor toepassing op ATAG cv-ketels op aardgas of propaan. De maximale rookgastemperaturen van de ATAG cv-ketels liggen beneden 70°C (vollast bij 80/60°C). De goede werking kan nadelig beïnvloed worden door veranderingen of aanpassingen van het bedoelde gebruik.
Eventuele garantieaanspraken vervallen als gevolg van dergelijke wijzigingen of het onjuist opvolgen van de regelgeving en de installatievoorschriften. De afvoersystemen die in dit document zijn beschreven zijn uitsluitend geschikt in com-binatiemetATAGcv-ketelsmetGaskeurlabelHR,Gastectoestelkeuringscerticaatnr:0063BQ3021, 0063BT3195 en 0063CM3648. Stel het afvoersysteem samen met uitsluitend de onderdelen uit het Duopass programma. Combinaties met andere merken of systemen zijn, zonder schriftelijke goedkeuring van ATAG Verwarming, niet toegestaan. Indien voor ander rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal gekozen wordt, moet het materiaal voorzien zijn van het Gastec QA en/of KOMO® label. AfschotHet afvoersysteem dient bij horizontale delen altijd onder afschot (50 mm/m) naar de ketel aangebracht te worden, zodat zich geen condenswater in het afvoersysteem kan verzamelen.
Door het teruglopen van het condenswater naar de ketel is de kans op ijs-pegelvorming aan de dakdoorvoer minimaal. Bij horizontale uitmondingen dient het toe-voersysteem onder afschot naar buiten geplaatst te worden om inregenen te voorkomen.
Het plaatsen van een extra condensopvanginrichting in het afvoersysteem is overbodig. De ketel kan, wanneer het in bedrijf is, een witte condenspluim produceren. Deze condenspluim is onschadelijk maar kan, met name bij uitmondingen in de gevel, als hinderlijk ervaren worden. Daarom verdient een bovendakse uitmon-ding de voorkeur. Bij toepassing van afvoercategorie B23 en B33 moet een luchtlter (als acces-soire leverbaar met art. nr. DFL080KU) op de luchtinlaat geplaatst worden. De beschermingsgraad van de ketel is dan IPX0D in plaats van IPX4D. Aansluiten en beugelenEen rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem moet altijd voorzien zijn van voldoende afsteuning tegen de wand of dak door middel van beugels. - Fixeer altijd iedere bocht om of nabij de mof met een montagebeugel. Enige uitzondering: de eerste mof vanaf de ketel indien beide pijpen korter zijn dan 25cm.
Plaats de eerste beugel op maximaal 50cm vanaf de ketel. - Bijbuislengtenvanmeerdan1meter:plaatseenniet-xerendebeugeltussendexerendebeugels. - Maximale beugelafstand horizontale en 45° hellende leidingen: 1 meter Maximale beugelafstand verticale leidingen: 2 meterBij schachtenaansluiting:- Controleer of de leidingen behorende bij de schacht niet geblokkeerd en niet bescha-digd zijn. - Controleer of de leiding onder het juiste afschot is geïnstalleerd. - Markeer wat de rookgasafvoer en de luchttoevoer is. - Controleer of de stompen minimaal 50 mm uit de schacht steken. Beugel het laatste element van de verbindingsleiding voor de doorvoer/schacht. Als dit laatste element een bocht is, kan ook het voorliggende element gebeugeld worden.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 20Uitzetten- Monteer het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem altijd spanningsvrij. - Schuif kunststof rookgasafvoerdelen altijd eerst geheel in elkaar en trek de verbinding 10mm terug. Zo ontstaat er voldoende ruimte tot uitzetten bij temperatuurverhogingen.Afdichtingen en verbindingen- Voorkom het beschadigen van afdichtringen door haaks afkorten en ontbramen- Beschadigde afdichtringen vervangen- Verbindingen niet schroeven, blindklinken, kitten, schuimen of plakken- Gebruik, indien nodig, het door de fabrikant voorgeschreven smeermiddel voor de afdichtringen. Geen vet, (zuurvrije) vaseline of olie.Ziedevolledigeinstallatievoorschriftenvanhetdesbetreenderookgasafvoer-enlucht-toevoermateriaal voor de montageinstructies en het Rogafa advies: www.hetnieuwe-beugelen.nl.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 216. 10. 1 Dimensionering afvoerkanaal / toevoerkanaalDe diameter wordt bepaald door de totale lengte, inclusief aansluitpijp, en het verloop van het rookkanaal (zoals bij inmeten is vastgesteld) en het type ketel. Een te kleine dia-meter kan leiden tot storing. Zie tabel 6. 10. 1. a voor keuze van het systeem met de juiste diameter. De tabel toont de maximale afvoerlengte bij verschillende ketelvermogens. Toelichting op tabel 6. 10. 1. a:Tweepijps afvoersysteem: maximale opgegeven lengte = afstand tussen ketel en dakdoorvoer A. Concentrisch afvoersysteem: maximale opgegeven lengte = afstand tussen ketel en dakdoorvoer B. Bij toepassing van bochten moet de opgegeven waarde achter elke bocht van de maxi-male rechte lengte afgetrokken worden (zie voorbeeld).
rechte lengte 60 15 Correctiefactor bij 15 mtr 20E325C weerstandslengte 45° bocht -1,6 Correctiefactor bij 10 mtr 17E320S weerstandslengte 30° bocht -1 Correctiefactor bij 5 mtr 11weerstandslengte doorvoe-2 Correctiefactor bij 0 mt 0Concentrisch afvoersysteemTweepijps afvoersysteem + SchoorsteenvoeringenMiniflex 60mmDimensionering rookgasafvoer / luchttoevoer Tabel 6. 10. 1. aVoorbeeld:Een E223C met een con-centrisch afvoersysteem ø80/125mm heeft volgens de tabel een maximale rechte af-voerlengte van 30m. In het toe te passen systeem moeten 2x een 45° bocht op-genomen worden. De maximale afvoerlengte wordt dan: 30 - 2x1,9 = 26,2m. Bij toepassen van Mi-niex* rookgasafvoer (niet toegestaan op de E325EC) moet een aanpassing uitgevoerd worden op het maxi-mum toerental van de ventilator. Deze is via parameter 683 volgens bovenstaande tabel in te stellen.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 237 Elektrische aansluitingDe ketel voldoet aan de actuele richtlijnen. De installatie moet (blijven) voldoen aan:- Voorschriften voor elektrische apparaten NEN 1010;- De plaatselijk geldende voorschriften;Een afwijking op het net van 230V (+10% of -15%) en 50Hz is toegestaan. De ketel moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos. Deze moet zicht-baar en binnen handbereik zijn. Verder gelden de volgende algemene voorschriften:- Aan de bedrading van de ketel mogen geen wijzigingen worden aangebracht;- Alle aansluitingen moeten op het aansluitblok gemaakt worden. - Het netsnoer moet, bij eventuele vervanging, door een ATAG netsnoer vervangen worden: ATAG E, art. nr. S47466007. 1 KamerthermostatenOp de ATAG E kunnen de volgende (klok-)thermostaten aangesloten worden:A.
Voor optimale benutting van de regeling van de cv-ketel adviseert ATAG: Positie 1 en 2: ATAG Z-thermostaat (EaZy of WiZe) of ATAG One* B Als alternatief kan gekozen worden voor: Positie 1 en 2: Elke thermostaat volgens OpenTherm-protocolof Positie 3 en 4: Uitsluitend batterij-gevoede aan/uit kamerthermostaat. De thermostaat moet over een 2-draads aansluiting beschikken. De kamerthermostaat moet op het aansluitblok aangesloten worden. Gebruik hiervoor de schroefconnector die op het aansluitblok gestoken is. Leid de kabel van de kamerthermostaat langs de bovenste kabelhaken van de behuizing en de scharnierbeugel. Voor meer gedetailleerde vragen over componenten, die niet door ATAG zijn geleverd, neemcontactopmetdebetreendeleverancier. ATAG EaZy, WiZe, One* of OpenTherm thermostaatAan/Uit thermostaat (uitsluitend met batterijvoeding)n. a.
Om te communiceren met de ketel moet de ketel voorzien zijn van een aansluiting voor het overeenkomstige commu-nicatieprotocol. Een dergelijke ATAG ketel is te herkennen aan dit logo. Dit logo is terug te vinden op de verpakking en op het installatievoorschrift. X10bruinblauwzwartbruinblauwzwartNaar externe ATAG 3-wegklepAlleen Solo-ketelsAansluitblok E-Serie.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 268 Vullen en ontluchten van ketel en cv-installatieDe cv-installatie dient gevuld te worden met drinkwater. Voor het vullen van de cv-installatie gebruikt u de vul- en aftapkraan. Het vullen gaat als volgt:1 Steek de stekker in de wandcontactdoos;2 Het beeldscherm toont na opstartprocedure c 1 18 (te lage waterdruk);3 Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan;4 Vul de slang geheel met drinkwater;5 Sluit de gevulde vulslang aan op de vul- en aftapkraan van de cv-installatie;6 Open de vul- en aftapkraan;7 Open de koudwaterkraan;8 Vul langzaam de installatie tot 1,5-1,7 bar; (druk op de i-toets tot A6 = waterdruk: waarde op het beeldscherm loopt op);9 Sluit koudwaterkraan;10 C1 05 verschijnt op het beeldscherm op het moment dat de druk boven 1,3 bar komt: ontluchtingsprogramma van ca. 7 min.
actief;11 Ontlucht de gehele cv-installatie: begin op het laagste punt;12 Controleer waterdruk en vul eventueel bij tot 1,5 tot 1,7 bar;13 Zorg dat de koudwaterkraan en de vul- en aftapkraan gesloten zijn;14 Koppel de vulslang los;15 Na beëindigen van het ontluchtingsprogramma (C1 05) schakelt de ketel in voor het ingeschakelde programma waar de eerste warmtevraag voor is.Het kan enige tijd duren voordat alle lucht uit een gevulde installatie is verdwe-nen. Zeker de eerste week kunnen geluiden hoorbaar zijn die wijzen op lucht.
De automatische ontluchter in de ketel zal deze lucht laten verdwijnen, waardoor de waterdruk gedurende deze periode kan dalen en er water bijgevuld zal moeten worden.8.1 WarmwatervoorzieningBreng waterdruk op de warmwatervoorziening door de hoofdkraan en/of de stopkraan van de inlaatcombinatie te openen.Ontlucht de warmwaterinstallatie door het openen van een warmwaterkraan. Laat de kraan zolang open staan totdat alle lucht uit de warmwaterinstallatie en leidingen is ver-dwenen en er alleen nog water uit de kraan komt. Tap minimaal 10 liter om eventueel resterende verontreinigingen uit de warmwaterleiding te spoelen.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 279 KetelregelingDe volgende pagina beschrijft de toetsfuncties en symbolen op het beeldscherm. De ketel is voorzien van een zelfsturende regeling, het zogenaamde Control Manage-ment System. Deze regeling neemt een groot deel van de handmatige instellingen over, waardoor het in bedrijf nemen sterk is vereenvoudigd. Na het vullen van de installatie wordt het automatisch ontluchtingsprogramma geacti-veerd. Het automatisch ontluchtingsprogramma duurt ca. 7 minuten en stopt automatisch. Hierna zal de ketel voor het ingeschakelde programma (CV of WW) in werking treden. WarmwaterregelingIndienwarmwatergetaptwordt,meetdeowsensor(F1)detaphoeveelheid. Afhankelijkvan de gewenste tapwatertemperatuur en taphoeveelheid zal de regeling een aanvoer-temperatuurberekenen. Hierdoorwordtopeeneciëntemanierdegewenstetapwa-tertemperatuur gerealiseerd.
De warmwatersensor (T3) zal eventuele kleine afwijkingen bijstellen, zodat onder alle omstandigheden de gewenste temperatuur bereikt wordt. CV-regelingBij vragende kamerthermostaat, na het tappen van warm water, start een wachttijd van 1 minuut. Dit voorkomt bij frequent en kortstondige warmwatervraag dat de warmtewis-selaar de aanwezige warmte snel verliest. Vervolgens start de pomp en na 30 seconden wordt de gradient regeling aktief. Het beginpunt van de gradient regeling is de op dat moment aanwezige aanvoertemperatuur. Een Delta-T regeling (25K) zorgt voor een stabiele regeling naar warmtebehoefte. Indien de aanvoertemperatuur onder de T-set waarde van 20°C ligt, zal de ketel direct starten. Mocht tijdens een cv-vraag de brander uitschakelen, omdat de gewenste cv-temperatuur overschreden is, dan treedt er een anti-pendeltijd in wer-king van 5 minuten.
Informatie(i)-toets Opvragen van actuele gegevens: Druk kort op de i-toets (of vervolgens Scroll-toets) om de volgende waarde te verkrijgen: A0 = Aanvoerwatertemperatuur A1 = Retourwatertemperatuur A2 = Warmwatertemperatuur A4 = Rookgastemperatuur (alleen indien rookgassensor is aangesloten) A5 = Buitentemperatuur (alleen indien buitenvoeler is aangesloten) A6 = Waterdruk A9 = Toerental ventilator Om terug te keren naar de standaard weergave druk op ESC. Reset-toets De reset-toets laat de ketel opnieuw opstarten indien er zich een storing voordoet. Bij een eventuele storing wordt het symbool getoond met een code Cx xx. In andere gevallen heeft de Reset-toets geen functie en zal ook niet reageren bij bediening. Zie 15 voor een kort overzicht met codes. Enkele toetsen kennen nevenfuncties. Deze nevenfuncties zijn alleen actief indien er volgens de procedure, beschreven in hoofdstuk 10.
Installatievoorschrift ATAG E-Serie 2910 In werking stellen van de ketelZorg ervoor, alvorens de ketel in bedrijf te stellen, dat de ketel en de installatie goed ontlucht zijn. Ontlucht de gasleiding en open de gaskraan van de ketel. De ketel behoeft geen afstelling van branderdruk en luchthoeveelheid, omdat deze zelfregelend is en fabrieksmatig is afgesteld en mag niet worden nagesteld. - Steek de stekker in de wandcontactdoos;- Er volgt een opstartprocedure met segmenttest van het beeldscherm;- De verlichting gaat aan en na de segmenttest weer uit;Indien de waterdruk beneden 1,0 bar ligt dan verschijnt c1 18 in het beeldscherm;Dit verdwijnt op het moment dat de waterdruk hoger is dan 1,3 bar en zal het ontluch-tingsprogramma starten (c 1 05). Dit duurt ca. 7 min. en zal gevolgd worden door de standaard weergave.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG E223C Verwarmingsketel stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel ATAG
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel