ATAG KD8140CD Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ATAG KD8140CD (12 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over ATAG KD8140CD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ATAG |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KD8140CD |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Roestvrijstaal |
| Gewicht: | 57400 g |
| Breedte: | 559 mm |
| Diepte: | 544 mm |
| Hoogte: | 1393 mm |
| Netbelasting: | 90 W |
| Geluidsniveau: | 37 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 275 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+ |
| Brutocapaciteit vriezer: | - l |
| Nettocapaciteit vriezer: | 186 l |
| Vriescapaciteit: | 19 kg/24u |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Nee |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 32 uur |
| Aantal sterren: | 4* |
| Installatie compartiment afmetingen(WxDxH): | 560 x 550 x 1397 mm |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Type product: | Vrieskast |
Handleiding ATAG KD8140CD – volledige tekst
2Het apparaat in één oogopslagStelpotenTypeplaatje, afb. A2 1 Typeaanduiding 2 Servicenummer3 Apparaatnummer 4 Invriescapaciteit in kg/24hIJsblokjeshouderLaden met info-systeem en uiterste houdbaar-heidInvriesplateau*, koudeaccuBedienings- en controlepaneel, Afb. A11 In/Uitschakeling en temperatuurregelaar 1 = warm 4 = koud W Adviesstand: "1,5"2 Fast-Freeze-toets controlelampje (LED) Aan = functie ingeschakeld Voor het snel invriezen van verse levensmiddelen: WDruk kort op de Fast-Freeze-toets 2 zodat het lampje oplicht. W6-24 uur voorvriezen, afhankelijk van de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen. WLeg de verse levensmiddelen vervolgens bij voorkeur in de bovenste laden. Na in totaal ca. 65 uur wordt Fast-Freeze automatisch uit-geschakeld.
3 Temperatuurdisplay voor ingevroren levens- middelen4 Toets voor uitschakelen geluidssignaal bij alarm, met waarschuwingslampje voor te hoge temperatuurOverzicht van apparaat en uitrusting, Afb. ABedienings- en controlepaneelWij feliciteren u met uw nieuwe apparaat. Door uw aankoop heeft u gekozen voor alle voordelen van de modernste koeltech-niek die u een hoogwaardige kwaliteit, een lange levensduur en een optimale bedrijfszekerheid garandeert. De uitvoering van uw apparaat laat u dagelijks van het hoogste bedieningsgemak profiteren. Met dit apparaat, gefabriceerd d. m. v. milieuvriendelijke procédés met gebruikmaking van recyclebare materialen, leveren u en wij gezamenlijk een actieve bijdrage aan het behoud van ons milieu. Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, leest u a. u. b. de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing aan-dachtig door.
3NL1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingenBewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem indien nodig aan de volgende eigenaar door. Deze gebruiksaanwijzing is voor verscheidene modellen geldig, afwijkingen zijn daarom mogelijk. Aanwijzing m. b. t. afdankenDe verpakking als transportbescherming van het apparaat en afzonderlijke onderdelen is van recyclebare materialen gefabriceerd. - Golfkarton/karton- Voorgevormde delen van PS (geschuimd, cfk-vrij polystyreen)- Folies en plastic zakken van PE (polyetheen)- Spanbanden van PP (polypropeen)W Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinde-ren - verstikkingsgevaar door folies. W Breng a. u. b. het verpakkingsmateriaal naar het dichtst-bijzijnde officiële inzamelpunt zodat de verschillende materialen hergebruikt resp. verwerkt kunnen worden.
Het afgedankte apparaatbevat nog waardevolle materialen en moet geschei-den van het ongesorteerde afval worden afgevoerd. W Afgedankte apparaten onmiddellijk onbruikbaar maken, stekker uit het stopcontact trekken en aansluitka-bel doorknippen. Verwijder een evt. snap- of grendelslot, zodat spe-lende kinderen zich niet zelf kunnen opsluiten - ze stikken. W Let erop dat het koelmiddelcircuit van het afgedankte ap-paraat voor afhaling of afgifte bij de door de gemeenten ingerichte depots niet beschadigd wordt. Op deze wijze is gewaarborgd dat het koelmiddel in het circuit of olie niet ongecontroleerd ontsnapt. - Nadere informatie over het gebruikte koelmiddel vindt u op het typeplaatje. De warmte-isolatiestof is PU met pentaan. - Informatie over ophaaldata of inzamelpunten is de plaat-selijke stadsreiniging of bij de gemeente verkrijgbaar.
Technische veiligheidW Om persoonlijk letsel en materiële schade te voor-komen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen neerzetten. W Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. W Leidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.
Eruit spuitend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden. W Wanneer koelmiddel vrijkomt, dan open vuur of ontste-kingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren. W Bij schade aan het apparaat onmiddellijk - voor het aan-sluiten - bij de leverancier reclameren. W Om een veilig gebruik te waarborgen het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten. W In geval van een storing het apparaat van het net loskop-pelen: stekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan de aansluitkabel trekken) of zekering laten aanspringen resp. eruit draaien. W Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de technische dienst laten uitvoeren, daar anders aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Hetzelfde geldt voor het vervangen van het netsnoer.
Veiligheid bij gebruikW Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz. , in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen zouden door elektrische componenten kunnen ontbranden. U herkent dergelijke spuitbussen aan de erop gedrukte inhoudsvermelding of aan een vlamsymbool. W Producten met een hoog percentage alcohol alleen goed afgesloten en staande bewaren. W In het inwendige van het apparaat geen open vuur of ontstekingsbronnen gebruiken. W Geen elektrische apparaten binnen het apparaat gebrui-ken (bijv. stoomreinigingsapparatuur, verwarmingsappa-ratuur, ijsmakers enz. ). W Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken.
W Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen, die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon, die voor hun veiligheid verant-woordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden on-derwezen of die aanvankelijk toezicht uitoefent.
Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. W Voorkom voortdurend huidcontact met koude oppervlak-ken of te koelen/te bevriezen levensmiddelen want dat kan een pijnlijk of dof gevoel en bevriezing veroorzaken. Bij langdurig huidcontact veiligheidsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen. W Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes, na het eruit nemen niet onmiddellijk en niet te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat "Gevaar voor verbran-ding". W Consumeer geen levensmiddelen die over de datum zijn, ze kunnen een voedselvergiftiging veroorzaken. W Plaats vanwege brandgevaar geen brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vlammen op het koel-/vriesapparaat. Inbouw- en ventilatie-aanwijzingW Vermijd de inbouw direct in het zonlicht, naast een fornuis, radiator en dergelijke.
W De ventilatieopeningen mogen niet afgedekt worden. Altijd op een goede be- en ontluch-ting letten. W De plaatsingsruimte van uw apparaat moet vol-gens de norm EN 378 pro 8 g koelmiddelmassa R 600a 1 kubieke m bezitten zodat er in geval van een lek-kage in het koelmiddelcircuit geen ontvlambare gas-lucht-mengeling in de plaat-singsruimte van het apparaat kan ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. W Neem de aanwijzingen uit de appendix van de inbouw-handleiding in acht. AansluitenStroomsoort (wisselstroom) en spanningop de opstellingsplaats moeten met de informatie op het typeplaatje overeenstemmen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linker binnenkant, afb. A. W Het apparaat alleen via een correct geïn-stalleerd randaardestopcontact aansluiten. W Het stopcontact moet d. m. v.
een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de achterzijde van het ap-paraat liggen en goed toegankelijk zijn. W Het apparaat niet- op stand-alone ondulatoren aansluiten,- in combinatie met zgn.
4Algemene bepalingenW Het apparaat werd ontworpen voor het invriezen en bewaren van levensmiddelen evenals het maken van ijs. Het is voor huishoudelijk gebruik ontworpen. W Het apparaat is afhankelijk van de klimaatklasse voor gebruik bij begrensde omgevingstempe-raturen ontworpen. Deze temperaturen moeten worden aangehouden. De voor uw apparaat van toepassing zijnde klimaatklasse is op het type-plaatje gedrukt. Hierbij betekent: Klimaatklasse Ontworpen voor omgevingstemperaturen _______________________________________ SN, N tot +32 °C ST tot +38 °C T tot +43 °C- Een storingvrij bedrijf van het apparaat is tot een laagste omgevingstemperatuur van +5 °C ge-waarborgd. - Het koelmiddelcircuit is op lekkages gecontro-leerd. - Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsbepalingen en de EG-richtlijnen 2006/95/EG en 2004/108/ EG.
Het verdient aanbeveling, het apparaat voor inge-bruikneming te reinigen, meer hierover in de para-graaf "Reinigen". Schakel het apparaat in ca. 4 uur voordat u de eer-ste levensmiddelen erin plaatst. Leg de in te vriezen levensmiddelen er pas in als het temperatuurdisplay ten minste -18 °C aangeeft. In- en uitschakelen Afb. A1W Inschakelen: Draai de temperatuurregelaar 1 met een muntstuk in de stand "1,5". - Het apparaat geeft een geluidssignaal (altijd bij eerste ingebruikneming en bij een "warm" appa-raat). Met een druk op de Alarm-toets 4 schakelt u het signaal uit. - Het waarschuwingslampje brandt totdat de levensmiddelen voldoende koud zijn en gaat dan uit. Meer informatie vindt u in de paragraaf "Alarm - geluidssignaal, rood waarschuwingslampje". - Eén controlelampje van het temperatuurdisplay brandt. W Uitschakelen: Draai de temperatuurregelaar in de stand "0".
De standen van de pijl betekenen: Stand "1" = hoogste temperatuur, kleinste koelcapaciteit Stand "4" = laagste temperatuur, grootste koelcapaciteitW Zet de temperatuurregelaar bij voorkeur op ca. "1,5" zodat de temperatuur in de vriesruimte ge-middeld ca. -18 °C bedraagt. 2 Ingebruikneming en controlepaneelTemperatuurdisplay Afb. A1/3De afzonderlijke lampjes zijn aan temperatuurberei-ken toegewezen. De LED's -18 °C en -21 °C geven bij normaal gebruik de minimumtemperatuur aan respectievelijk de hoogste temperatuur van de ingevroren levensmid-delen. - Wanneer u een nieuwe temperatuur instelt, controleer dan het display bij een weinig gevulde vriesruimte na 6 uur en bij een volledig gevulde vriesruimte na ca. 24 uur. Corrigeer pas daarna indien nodig de instelling van de temperatuurre-gelaar.
- Bij het erin leggen, eruit nemen en overpakken van levensmiddelen kan door de binnenstro-mende warme lucht de temperatuur kortstondig stijgen. Deze temperatuurschommeling heeft geen invloed op de ingevroren levensmiddelen. Alarm - geluidssignaal,rood waarschuwingslampjeAfb. A1Het geluidssignaal en het rode waarschuwingslamp-je helpen u, ingevroren levensmiddelen te bescher-men en energie te besparen. W Het alarm stopt wanneer u op de Alarm-toets 4 drukt en- automatisch wanneer de temperatuur weer vol-doende ver gedaald is. - Het alarm blijft ingeschakeld zolang de levensmid-delen niet koud genoeg zijn (afhankelijk van de ingestelde temperatuur). - Tegelijkertijd knippert het rode waarschu-wingslampje.
Mogelijk oorzaak van het alarm:- er werden warme, verse levensmiddelen in het apparaat gelegd;- bij het overpakken/eruit halen van levensmiddelen is te veel warme lucht in het apparaat gestroomd. - Wanneer u op de Alarm-toets drukt, stopt het waarschuwingslampje met knipperen en brandt continu. Het lampje gaat pas uit wanneer de alarmtoestand beëindigd is en de temperatuur voldoende gedaald is. Hierdoor is het tempera-tuuralarm automatisch weer gereed voor bedrijf.
W Pas wanneer het rode waarschuwingslampje tegelijk met het -15 °C-lampje knippert betekent dit: er is een storing opgetreden. Neem in dit geval contact op met de technische dienst van uw leverancier en deel mee welke lampjes knipperen. Hierdoor wordt een snelle en efficiënte service mogelijk. ALARM§A11234FA ST-F R E EZEALA R M-15 -18 -21 -25 -32°C1243O.
5NLFast-FreezeAfb. A1/2Met de Fast-Freeze-functie zorgt u ervoor dat verse levensmiddelen zo snel mogelijk door en door be-vriezen, terwijl reeds ingevroren levensmiddelen een "koudereserve" krijgen. Zo blijven voedingswaarde, uiterlijk en smaak van de ingevroren levensmiddelen het beste bewaard. W Op het typeplaatje (zie afb. A2, 4, onder "Invries-capaciteit. kg/24h") vindt u hoeveel kilo verse levensmiddelen u binnen 24 uur maximaal kunt invriezen. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat. Invriezen met Fast-Freeze Afb. A1/2W Druk kort op de Fast-Freeze-toets 2; het controle-lampje licht op. De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximale koeling. W Bij een geringe hoeveelheid in te vriezen levens-middelen ca. 6 uur voorvriezen - gewoonlijk is dit lang genoeg.
Wacht bij de maximale hoeveelheid levensmiddelen, zie het typeplaatje onder "Invries-capaciteit", ca. 24 uur. W Daarna de verse levensmiddelen erin leggen, bij voorkeur in de bovenste laden. Vries bij de maximale hoeveelheid de verpakte levensmiddelen zonder laden in. Leg ze direct op de koudeplaten en na het invriezen in de laden. - Na in totaal ca. 65 uur wordt Fast-Freeze automa-tisch uitgeschakeld. Na het invriezen gaat het Fast-Freeze-lampje uit - het apparaat werkt weer in de normale energiebesparende stand. Tip: Schakel Fast-Freeze niet in - wanneer u reeds ingevroren diepvriesproducten in het apparaat legt;- bij het invriezen van minder dan 2 kg verse levens-middelen per dag. Aanwijzingen voor het invriezen en bewarenW De volgende levensmiddelen kunt u invriezen: vlees, wild, gevogelte, verse vis, groente, fruit, zuivelproducten, brood, bakkerijproducten, kant-en-klare maaltijden.
W Breng in te vriezen levensmiddelen nooit in con-tact met ingevroren levensmiddelen. Leg uitslui-tend droge verpakkingen in het apparaat zodat ze niet aan elkaar kunnen vastvriezen. W Schrijf altijd de invriesdatum en inhoud op de ver-pakkingen. Houd u aan de maximale houdbaar-heid om kwaliteitsverlies te voorkomen. 3 Fast-Freeze, aanwijzingen voor het invriezen en bewarenFAST FREEZEW Verpak levensmiddelen die u zelf invriest altijd in afgemeten porties. Houd bij voorkeur de volgende hoeveelheden per portie aan, om de porties met-een door en door te laten bevriezen:- fruit, groente: max. 1 kg,- vlees: max. 2,5 kg. W Blancheer groenten na het wassen en afmeten van de porties door ze 2-3 minuten in kokend wa-ter onder te dompelen en vervolgens snel onder koud water af te spoelen. Gebruikt u een stoom-pan of magnetron, lees dan de bijbehorende gebruiksaanwijzing.
W Voeg geen zout of specerijen toe aan verse le-vensmiddelen en te blancheren groente. Voeg aan overige levensmiddelen slechts weinig zout en specerijen toe: verschillende specerijen verande-ren door het invriezen van smaak. W Vries geen flessen en pakken met koolzuurhou-dende dranken in aangezien deze kunnen explo-deren. Haal flessen die u snel wilt koelen uiterlijk na één uur al weer uit het apparaat. W Bewaren: De afzonderlijke laden en koudeplaten kunnen max. 25 kg levensmiddelen dragen. W Als u het maximale volume wilt gebruiken, kunt u de laden eruit nemen en de vriesproducten di-rect op de koudeplaten bewaren - het energiever-bruik stijgt minimaal. Daardoor staat de volledige inhoud als gebruiksinhoud ter be-schikking. W Laden eruit halen: Trek de lade tot aan de aan-slag naar voren en til hem eruit.
W De luchtspleet tussen de bo-venkant van de vriesruimte en de bovenste koude-plaat moet altijd vrij zijn. Leg er in geen geval inge-vroren levensmiddelen in, ook geen platte verpakkin-gen. De vrije ruimte is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en werking van het apparaat.
W Bewaar dezelfde soort levensmiddelen altijd bij elkaar. Zo voorkomt u dat de deur te lang open staat en bespaart u energie. W Houd u aan de voorgeschreven bewaartijden. W Ontdooien: Haal steeds slechts zoveel levens-middelen uit het apparaat als u direct nodig hebt. Verwerk eenmaal ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk tot een gerecht. Ingevroren levensmiddelen kunt u als volgt ont-dooien:- in een oven/heteluchtoven;- in een magnetron;- bij kamertemperatuur;- in het koelgedeelte: de warmte die voor het ont-dooien nodig is, wordt aan de overige levensmid-delen onttrokken. - Reeds enigszins ontdooide platte porties vlees en vis kunnen heet bereid worden. - Groenten kunt u direct bereiden, zonder dat u ze ontdooit (in de helft van de tijd die normaal nodig is om gaar te worden).
6Het info-systeemDe ingevroren levensmiddelen moeten binnen de aanbevo-len bewaartijd worden gebruikt.De getallen tussen de symbolen staan voor de bewaarduur in maanden voor meerdere soorten diepvriesproducten.De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden voor vers in te vriezen levensmiddelen. Of de minimale of maximale be-waartijd geldig is, hangt van de kwaliteit van de levensmid-delen en de voorbehandeling af. Houd voor de wat vettere levensmiddelen altijd de minimale bewaartijd aan. Het invriesplateauHiermee vriest u bessen, kruiden, groenten en andere kleine diepvriesproducten in. De levensmiddelen behouden hun vorm en zijn later eenvoudiger in porties te verdelen. W Verdeel de diepvriesproducten losjes over het invriespla-teau, afb. H.W Schuif het invriesplateau in de bovenste lade.
Laat de levensmiddelen 10 à 12 uur invriezen, stop ze vervolgens in een diepvriesdoos of -zak en leg ze in een lade.W Ontdooien: Spreid de ingevroren levensmiddelen losjes naast elkaar uit.De koudeaccu'svoorkomen bij stroomuitval dat de temperatuur te snel oploopt - de kwaliteit van de levensmiddelen blijft beter be-waard.W De koudeaccu's kunt u ruimtebesparend in het invriespla-teau invriezen en bewaren, afb. J.- Wilt u ingevroren levensmiddelen bij een eventuele sto-ring zo lang mogelijk kunnen bewaren, leg dan de bevro-ren accu's in de bovenste lade direct op de levensmidde-len.IJsblokjes makenW IJsblokjeshouder met water vullen.
7NL5 Ontdooien, reinigen, energiebesparingOntdooienOp de aluminiumplaten en fronten van de laden wordt na langere tijd een laag rijp resp. ijs gevormd, afhankelijk van de veelvuldigheid waarmee de deu-ren worden geopend en de "warmte" van de levens-middelen die erin werden gelegd. Dat is heel nor-maal. Een dikkere ijslaag zorgt echter wel voor een hoger energieverbruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien:W Schakel één dag voor het ontdooien de Fast-Freeze-functie in. De ingevroren levensmiddelen krijgen een "koudereserve". W Schakel het apparaat uit om het te laten ontdooien:- trek de stekker uit het stopcontact of- zet de temperatuurregelaar op de stand "0". W Bewaar de ingevroren levensmiddelen evt. in een diepvrieslade, met de koudeaccu's erop gelegd en in kranten of dekens gewikkeld, op een koele plaats.
W Plaats een pan heet (niet: kokend) water op een vriesplaat om het apparaat sneller te laten ont-dooien of- vul de onderste twee laden voor de helft met handwarm water en plaats ze terug in het apparaat. Het dooiwater wordt nu in de laden opgevangen. Gebruik voor het ontdooien geen elektrische verwarmings- of stoomreinigingsapparaten, ontdooisprays, open vuur of metalen voor-werpen om ijs te verwijderen. Gevaar voor verwondingen en beschadigingen. W Laat de deur open staan en verwijder losgeraakte stukken ijs. Wis het dooiwater regelmatig weg met een spons of doek. Let erop dat het dooiwater niet in de in-bouwnis stroomt. - Maak het apparaat vervolgens schoon en wrijf het droog. ReinigenW Voor het reinigen altijd het apparaat uitscha-kelen. Stekker uit het stopcontact trekken of de voorgeschakelde zekeringen eruit schroe-ven resp. laten aanspringen.
W Binnenruimte en delen van het interieur met lauw-warm water en een beetje schoonmaakmiddel met de hand reinigen. - Niet met stoomreinigingsapparatuur werken - ge-vaar voor verwonding en beschadiging.
Gebruik nooit schurende/krassende sponsjes of geconcentreerde schoonmaakmiddelen en gebruik geen producten die zand, zuren of chemi-sche oplosmiddelen bevatten. - Gebruik bij voorkeur zachte poetsdoeken en een pH-neutrale allesreiniger. - Let erop dat er geen schoonmaakwater in de luchtroosters en elektrische onderdelen dringt. - Wrijf het apparaat droog. - Het typeplaatje op de binnenkant van het ap-paraat niet beschadigen of verwijderen - het is belangrijk voor de technische dienst. W Sluit het apparaat nadat het ontdooien en reinigen voltooid is weer aan en schakel het in. Schakel de Fast-Freeze-functie in en leg de levensmiddelen weer terug in het apparaat zodra de temperatuur begint te dalen. Moet het apparaat langere tijd uitgeschakeld blijven, maak het dan leeg en trek de stekker uit het stopcontact.
Reinig het zoals beschreven en laat de deur van het apparaat openstaan, om geurvorming te voorkomen. Tips voor energiebesparingW Let op vrije be- en ontluchtingsopeningen. W Open de deur van het apparaat bij voorkeur slechts kort. W Zet de levensmiddelen soort bij soort. De aange-geven houdbaarheid niet overschrijden. W Alle levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren; rijpvorming wordt zo voorkomen. W Warme gerechten eerst tot kamertemperatuur laten afkoelen voordat ze in het apparaat worden gezet. W Laat ingevroren levensmiddelen in de koelruimte ontdooien. W Ontdooi het apparaat bij een dikkere laag rijp. Hierdoor wordt de koudeovergang verbeterd en blijft het energieverbruik laag. W Houd de deur van het apparaat bij een storing gesloten. Zo voorkomt u dat de temperatuur snel oploopt en blijft de kwaliteit van de levensmidde-len langer bewaard.
86 StoringenHet apparaat is zodanig geconstrueerd en gefabriceerd dat bedrijfszekerheid en een lange levensduur gegarandeerd zijn. Doet zich desondanks een storing voor controleer dan of deze tot een bedieningsfout te herleiden is. In dat geval moet u namelijk ook gedurende de garantieperiode de kos-ten die ontstaan vergoeden. De volgende storingen kunt u door controle van de mogeli-jke oorzaken zelf verhelpen:Storing Mogelijke oorzaak en remedieHet apparaat geeft een alarmsignaal, het rode waarschuwingslampje brandt, de temperatuur is niet voldoende laag- Hebt u er een te grote hoeveelheid verse levensmiddelen ingelegt zonder Fast-Freeze. (zie passage "Fast-Freeze")- Is de temperatuur goed ingesteld. Evt. lager instellen, na 24 uur het display controleren. - Controleer het apparaat volgens de paragraaf "Alarm - geluidssignaal, rood waarschuwingslampje". - Sluit de apparaatdeur goed.
- Werd het apparaat juist ingebouwd. - Is er voldoende be- en ontluchting. Ventilatierooster eventueel vrijmaken. - Is de omgevingstemperatuur te hoog. (zie passage "Algemene bepalingen")- Werd het apparaat te vaak of te lang geopend. - Eventueel afwachten of de gewenste temperatuur vanzelf weer wordt bereikt. Geluiden zijn te hard- Staat het apparaat op een stevige ondergrond. Worden meubels/voorwerpen naast het apparaat door het draai-ende aggregaat aan het trillen gebracht. Zet de flessen en verpakkingen eventueel van elkaar af. - Normaal zijn: stromingsgeluiden (borrelen of ruisen) ver-oorzaakt door het koelmiddel dat in het koelmiddelcircuit stroomt. Een kort klikken. Dit ontstaat altijd als de compressor (de motor) automatisch in- of uitgeschakeld wordt. Brommen van de motor. De motor bromt even iets harder als het aggregaat wordt ingeschakeld.
Neem in dit geval contact op met dichtstbijzijnde technische dienst (zie bijgevoegd overzicht). Deel het nummer van de storingsmelding mee, evenals: de typeaanduiding 1, het servicenummer 2, het apparaatummer* 3 zoals vermeld op het typeplaatje, afb. A2, en deel bovendien mee welke lampjes knipperen. Dit maakt een snelle en effi-ciënte service mogelijk. Het typeplaatje vindt u op de linker binnenkant van de vriesruimte. Apparaat werkt niet- Is het apparaat correct ingeschakeld. - Zit de stekker goed in het stopcontact. - Is de zekering voor het stopcontact in orde. Inbouwhandleiding Draairichting deur veranderenAfb. A1Indien nodig kunt u de draairichting veranderen, zie anders de rest van deze handleiding, vanaf inbouwaanwijzingen en afb. B. W Wip het afdekdeel 1 er met de hand en 2 met behulp van een schroevendraaier naar voren af. W Detailafb. A1.
1: Draai de bevestigingsschroeven 3 in de behuizing boven en onder alleen los. - Schuif de deur naar buiten en til hem eruit. W Zet de bevestigingsschroeven 3 naar de andere kant over, draai ze handvast. W Afb. A1: Draai de schroeven voor de bevestiging van de deur 4 eruit en verzet de scharnieren diagonaal. Let op, scharnieren niet dichtklappen - Gevaar voor ver-wonding. W Sluit met de stopjes bl de vrijgekomen bevestigingsgaten af. W Hang de deur in de voorgemonteerde schroeven 3 en draai de schroeven vast. W Zet de afdekdelen 1 en 2 elk aan de andere kant er weer op. InbouwaanwijzingenW Het apparaat is ook geschikt voor vervanging van een inbouwapparaat. Demonteer in dit geval het hang- en sluitwerk van de deur van het keukenmeubel en de nis. Dat is niet meer nodig, omdat het keukendeurtje op de deur van het apparaat wordt gemonteerd.
Alle benodigde bevestigingselemen-ten zijn bij het apparaat gevoegd. W Afb. B: Lijn het keukenkastje met een waterpas en win-kelhaak uit. Leg er indien nodig opvulblokjes onder. Het draagplateau en de zijwand van het keukenkastje moeten haaks op elkaar staan.
W Het koel-/vriesapparaat enkel in stabiele meubelstukken inbouwen. W Houd de ventilatieopeningen beslist aan:- De diepte van het ventilatiekanaal aan de achterwand van het keukenkastje moet min. 38 mm bedragen. - Voor de be- en ontluchtingsopeningen in de plint van het keukenkastje en het ombouwmeubel boven is min. 200 cm2 nodig. Hoe groter de doorsnede van de ventilatieru-imte, des te energiezuiniger werkt het apparaat. W Controleer de inbouwmaten aan de hand van afb. B en de volgende tabel: Hoogte apparaat [mm] Hoogte nis [mm] a b 1393 1397 - 1413.
10Inbouwhandleiding Bevestiging en montageAfb. C1-3: Alle bevestigingselementen zijn bij het apparaat gevoegd. W Afb. D: Schuif de opvulstrook bm in de opname, schroef hem met plaatschroeven bn op het apparaat. W Let er bij het leggen van de kabel van de elektrische leiding op dat het apparaat na de inbouw gemakkelijk kan worden aangesloten. - Schuif het apparaat voor 3/4 in de nis. W Let op de dikte van de meubelwand: Bij 16 mm dikke meubelwanden = 568 mm brede nis:- Afb. D: Lijm afdekprofiel bp aan de kant van de deurgreep vast, in één lijn met de zijwand van het apparaat: trek de beschermfolie eraf en druk het profiel vast; snij het profiel indien nodig overeenkomstig de hoogte van de nis af. - Druk de afstandsdelen bo en bq op de scharnieren. - Afb. E: Schuif het apparaat zo ver in de nis dat de af-standsdelen tegen de zijwand van het keukenkastje rusten, afb. E1.
Bij 19 mm dikke meubelwanden = 562 mm brede nis:- Afb. E2: Schuif het apparaat in de nis, totdat de voorkan-ten van de scharnieren in één lijn met de zijwand van het keukenkastje staan; houd bij keukenkastjes met deuraan-slagdelen (noppen, afdichtlippen enz. ) rekening met de opbouwmaat. Laat de scharnieren met de opbouwmaat naar voren staan. Schuif het apparaat aan de scharnier-kant tegen de wand van het keukenkastje aan. W Afb. E3: Lijn het apparaat via de stelpoten met de bijge-voegde steeksleutel cn recht staande uit. Lijn de behui-zing parallel met de voorkanten van de meubelzijwanden uit. W Schroef de kunststof hoek br met M5-schroeven bs aan de kant van de deurgreep aan het apparaat vast. - Lijn in de diepte de kunststof hoek br in één lijn met de voorkant van de bodem van het keukenkastje uit. Houd bij deuraanslagdelen (noppen, afdichtlippen enz.
F3: Monteer met een lange schroef bu door het mid-den van het sleufgat van de kunststof hoek br voor. Klap de afdekking van de kunststof hoek dicht en sluit de deur van het apparaat. Keukendeurtje monterenW Afb. G1: Controleer de voorinstelling van 8 mm (afstand tussen de deur van het apparaat en de onderkant van de strip). W Afb. G: Schuif de montagehulpmiddelen dl tot aan de hoogte van het keukendeurtje omhoog. Onderste aan-slagkant ▲ van het montagehulpmiddel = bovenkant van het te monteren keukendeurtje. W Hang de strip dm op het keukendeurtje: - Schroef hiervoor de borgmoeren dn eraf. - Afb. H: Hang de strip met de montagehulpmiddelen op de binnenkant van het keukendeurtje en centreer hem. (Op de meubeldeur een korte middellijn aftekenen. Pijlpunt van de verbindingsstrip gelijk zetten met de middellijn. De afstanden tot de buitenrand moeten links en rechts gelijk zijn.
)- Heeft het keukendeurtje gaten voor inbouwscharnieren, sluit deze dan met de ronde zelfplakkende afdekkin-gen cp af (de gaten zijn bij deze deur op deur-bevestiging niet nodig). - Vallen de schroeven in het gat voor inbouwscharnieren, dan moet dit gat met het bevestigingsstopje cq (zakje met toebehoren, afb. C2) worden afgesloten. Draai de bevestigingsas verticaal en draai hem met de schroeven bt vast, afb. H1. W Schroef strip dm gecentreerd vast:- Afb. H: bij deuren van spaanplaat met minimaal 6 schroe-ven,- bij deuren met panelen met 4 schroeven aan de rand. - Trek de montagehulpmiddelen dl naar boven eruit en schuif ze gedraaid in de ernaast gelegen opnameopeningen. W Afb. J: Hang het keukendeurtje op de deur van het appa-raat/de stelschroeven do. Draai de borgmoeren dn losjes op de stelschroeven. Sluit de deur. W Afb. J1: Controleer de afstand van de deur t. o. v.
J2: Breng het keukendeurtje in de horizontale en verticale richting in één lijn met de voorkanten van de aangrenzende keukenkastjes: zijdelingse verstelling X door verschuiven, hoogteverstelling Y en zijdelingse hoek m. b. v. de stelschroeven do - met een schroevendraaier. - Draai de borgmoeren dn vast. W Afb. K: Bevestigingshoek cr met behulp van de zeskant-schroef cs op de voorgeboorde gaten van de deur van het apparaat schroeven. W Schroef de deur van het apparaat door de bevestigings-hoeken cr aan het keukendeurtje vast:- Let erop dat de beide metalen kanten uitgelijnd zijn, sym-bool //. Boor vervolgens de bevestigingsgaten voor (evt. met een kraspen markeren) en schroef de deur vast. W Lijn het keukendeurtje in de diepte Z uit:- Afb. J2: boven: Draai de kruiskopschroeven dp los. - Afb. K: onder: Draai de zeskantschroeven cs met de bijgevoegde ringsleutel co los en verschuif de deur.
- Afb. J1: Stel tussen het keukendeurtje en de ombouwkast een luchtspleet van ca. 2 mm in. Houd de noppen en af-dichtlippen vrij - belangrijk voor een correcte werking. W Afb. L: Monteer bij grote of meerdelige keukendeurtjes een 2e paar bevestigingshoeken cr (zakje met toebe-horen, afb. C3). Gebruik hiervoor in de buurt van de handgreep de voorgeboorde gaten in de deur van het apparaat. W Controleer de uitlijning van de deur, corrigeer indien nodig. Draai alle schroeven vast. - Afb. L1: Draai de borgmoeren dn met de ringsleutel co vast, houd hierbij de stelschroeven do met een schroe-vendraaier tegen. W Afb. L2: Lijn indien nodig de opvulstrook bm door ver-schuiven parallel met de bodem van het keukenkastje uit. De strook mag niet naar voren uitsteken. W Afb. L3: Zet het apparaat onder met een tweede schroef bu door de kunststof hoek in het ronde gat vast. W Afb.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ATAG KD8140CD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast ATAG
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast