ATAG HI6171T Handleiding

ATAG Fornuis HI6171T

Bekijk gratis de handleiding van ATAG HI6171T (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 46 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over ATAG HI6171T of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
HI6171T
art.nr. 700001662200
handleiding anleitung notice d'utilisation manual
Dit plaatje bevindt zich aan de bovenzijde van het toestel.
Cette plaque se trouve sur le dessus de l'appareil.
Dieses Schild befindet sich an der Oberseite des Gerätes.
This card is located on the top of the appliance.
Houd, wanneer u contact opneemt met de serviceafdeling, de productiecode (PCODE)
en het volledige itemnummer (ITEMNR) bij de hand.
En cas de contact avec le service après-vente, ayez auprès de vous
le code de production (PCODE) et le numéro complet de l'article (ITEMNR).
Halten Sie den Produktionscode (PCODE) und die vollständige Itemnummer
(ITEMNR) bereit, wenn Sie mit der Kundendienstabteilung Kontakt aufnehmen.
When contacting the service department, have the production code (PCODE)
and complete item number (ITEMNR) to hand.
Adressen en telefoonnummers van de serviceorganisatie vindt u op de garantiekaart.
Les adresses et les numéros de téléphone du service après-vente se trouvent sur la carte de garantie.
Adressen und Telefonnummern der Kundendienstorganisation finden Sie auf der Garantiekarte.
You will find the addresses and phone numbers of the service organisation on the guarantee card.
plak hier het toestel-identificatieplaatje
placez ici la plaque d'identification de l'appareil
kleben Sie hier das Gerätetypenschild ein
stick the appliance identification card here

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Fornuis
Model: HI6171T

Handleiding ATAG HI6171T – volledige tekst

Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeerlaag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan dekook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken comfortabel. De kookzones zijn nauwkeurig regelbaar door middel van tiptoetsen. Destanden zijn bedoeld als referentie, hierdoor kunt u snel een bepaaldeinstelling kiezen. Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneeltoestel. Inductie koken maakt gebruik van een magnetisch veld omwarmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurigepan kunt gebruiken. Het hoofdstuk "pannen" geeft u hierover meerinformatie. Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerderetemperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welkekookzones nog heet zijn.

In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductiekookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over debediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijnbij het gebruik van dit product. Daarnaast zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen. De veiligheidsvoorschriften die van belang zijn tijdens deinstallatie zijn opgenomen in het hoofdstuk 'installatievoorschrift'. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. De handleiding dient alsreferentie voor de servicedienst. Plak daarom het gegevensplaatjewelke op de glasplaat geplakt is op de achterzijde van dezehandleiding in het daarvoor bestemde kader. Zodra u de servicedienst belt zullen de medewerkers vragen naar degegevens op het bijgeleverde gegevensplaatje. Wanneer u deze gegevensniet hebt is het verlenen van een goede service moeilijker. Veel kookplezier.

7Inductiekoken is uiterst veilig. Omdat de warmte in de pan wordtopgewekt en de glasplaat niet warmer wordt dan de inhoud van de pan,is de kans klein dat u zich aan het toestel zou branden. Toch zijn er, netals bij elk toestel, een aantal zaken waar u op moet letten. Aansluiten en reparatie– Dit toestel mag alleen door een erkend installateur wordenaangesloten. – Open nooit de behuizing van het toestel. Alleen een servicetechnicusmag het toestel openen. Maak het toestel spanningsloos voordat metreparatie wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit hetstopcontact te halen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelenof de schakelaar in de toevoerleiding op nul te zetten bij een vasteaansluiting. – Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer.

Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos omelektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst. Eerste keer gebruiken– Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt zult u een'nieuwigheidsluchtje' ruiken. Het is de lak van het toestel dieopgewarmd wordt. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt degeur vanzelf. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik– Houd natuurlijke ventilatieopeningen open. Wanneer er zich een lade onder de kookplaat bevindt– Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de kookplaat en deinhoud van de lade. – Leg geen brandbare voorwerpen in de lade. 6UW INDUCTIEKOOKPLAATWerking inductieIn het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan meteen ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodemeen inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in depanbodem.

ComfortabelDe elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op delaagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten ofingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt. SnelDoor het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kookbrengen erg snel.

Het doorkoken kost even veel tijd als koken op eenandere kookplaat. SchoonDe kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heterworden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden. VeiligDe warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt nietwarmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan dievan bijvoorbeeld een ceramische kookplaat of een gasbrander. Na hetwegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld. algemeenDe spoel (1) in dekookplaat (2) wekt eenmagnetisch veld (3) op. Door een pan met eenijzeren bodem (4) op despoel te plaatsenontstaat in depanbodem eeninductiestroom. VEILIGHEIDwaar u op moet letten.

9VEILIGHEIDwaar u op moet letten8VEILIGHEIDwaar u op moet lettenDe kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruikook een tijd warm ( zie ook 'restwarmte-indicator', verderop in dezehandleiding )– Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken. Gebruik van vet en olie– Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. – Ga niet te dicht bij de pan staan. – Indien de olie vlam vat, doof het vuur nooit met water. – Plaats onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit. Gebruik van andere apparaten in de buurt van de kookplaat– Voorkom dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixerbijvoorbeeld, terechtkomen op de hete kookzones. Flambeer nooit onder de afzuigkap– Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij eenuitgeschakelde afzuigkap. Hogedrukreiniger of stoomreinigers– Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreinigers.

Glasplaat– Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruikhet alleen voor het bereiden van gerechten. – Let op dat de pan niet droogkookt. Schade ontstaan doordroogkoken valt buiten de garantie. – De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp opzou vallen, kan er een breuk ontstaan. – Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats. – Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels,deksels van pannen of bestek op de kookzone. Deze kunnen zeer snelheet worden en brandwonden veroorzaken. Tijdens gebruik– Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeftingesteld. – Laat nooit een lege pan op een ingeschakelde kookzone staan.

Hoewel de kookzone beveiligd is tegen oververhitten, wordt de panzeer heet en bestaat de kans dat deze beschadigd raakt. – Houd tijdens het gebruik van de inductiekookplaat magnetiseerbarevoorwerpen (creditcards, bankpasjes, diskettes, horloges e. d.

11VermogenHet vermogen voor de zone linksvoor is instelbaar van 50 tot 3100 Watt,voor linksachter van 50 tot 2000 Watt en voor de rechter zones van 50tot 2800 Watt. Twee achter elkaar liggende kookzones worden bestuurd door ééngenerator. Dit heeft als voordeel dat per kookzone een hoog vermogengerealiseerd kan worden. Dit is ideaal voor het zeer snel aan de kookbrengen van gerechten en vloeistoffen, frituren of het aanbraden vangrote hoeveelheden. Wanneer beide achter elkaar liggende kookzones tegelijk ingeschakeldzijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. Tot stand 5 heeft ditgeen consequenties. Stelt u echter een kookzone in op stand 5 of hoger dan zal de anderekookzone automatisch terugschakelen (zie tabel). De kookzone die u hetlaatst inschakelt gaat tot stand 5. Wilt u deze zone op een hogervermogen instellen, stel dan eerst een andere zone in op een lagervermogen.

Maximale combinaties:Achter elkaar liggende zones beïnvloeden elkaar. Zones naast elkaarkunnen tegelijkertijd op een hoge stand worden ingesteld. U hoort eentikkend geluid als twee achter elkaar liggende zones tegelijk ingeschakeldzijn. Dit wordt veroorzaakt doordat het toestel overschakelt van deachterste naar de voorste kookzone en omgekeerd. 10BEDIENING instellenAlgemeenDe inductiekookplaat is voorzien van een restwarmte-indicatie,automatische timer, automatische kookduurbegrenzing en kinderslot. Opdeze en de volgende pagina's kunt u lezen hoe u gebruik maakt van dezevoorzieningen. Inschakelen1. Zet een pan op een kookzone. 2. Druk op de centrale aan/uit toets. In de displays verschijnen liggende streepjes. Door op de plustoets van dedesbetreffende zone te drukken kunt u het gewenste vermogen instellen.

13Restwarmte-indicatorNa een intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nogenkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone te warm blijft, zal ereen “ ” in het display blijven staan. HAutomatische timerDe uitschakeltimer kunt u als kookwekker of als uitschakeltimer voor allekookzones gebruiken. 1. Zet een pan op de kookzone. 2. Schakel deze kookzone in. 3. Stel een tijd in (0-99 min. ) m. b. v de + en - toetsen van de timer. 4. Koppel de juiste kookzone aan de timer met de koppeltoets. De uitschakeltimer werkt op alle ingeschakelde kookzones. Van eenkookzone die werkt op de timer wisselt de lichtintensiteit. De volgorde is:12BEDIENINGTwee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt ze dus gelijktijdig op een hoge stand instellen. Even wennen. In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel.

Vooralhet aan de kook brengen op een hogere stand gaat zeer snel. Omoverkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bijblijven staan. Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benutwaar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, danzal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Hetvermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerechtin de pan aan de kook is. Het beste resultaat bereikt u door een pan tenemen die dezelfde afmetingen heeft als de kookzone. Als een te kleinepan gebruikt wordt zal de kookzone niet inschakelen. De minimumdiameter is 12 cm. Stand 9Stand 9 is geschikt voor het aan de kook brengen van water. Deze standis te hoog voor het verhitten van boter of melk en veel te hoog voorontdooien. Raadpleeg om de techniek te leren kennen de kooktabel inhet hoofdstuk comfortabel koken.

15Veiligheid kookplaat – Een sensor controleert ononderbroken de temperatuur van deonderdelen van de kookplaat. Bij een te hoge temperatuur wordt hetvermogen van de kookplaat automatisch verlaagd. – Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatischde kookactiviteit. Wen uzelf echter aan altijd de kookplaat of zone nagebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen. Veiligheid kookpannen Elke kookzone is voorzien van een sensor die ononderbroken detemperatuur van de bodem van de kookpan controleert om elk risico opoververhitting bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan te vermijden. Veiligheid metalen voorwerpenEen klein voorwerp zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12cm), eenvork of een lepel wordt door de kookplaat niet als een kookpangedetecteerd. Het display van de zone knippert en de kookplaat wordtniet ingeschakeld.

Oververhittingsbeveiligingen Het toestel kan oververhit raken, wanneer:– de pan de warmte niet goed geleidt;– vet of olie op een hoge stand verhit wordt;– er onvoldoende luchtcirculatie is (zie ook ventilatiebeveiliging bij hetinstallatievoorschrift). 14BEDIENINGU kunt de kookduur op elk moment wijzigen. Als de gewenste tijd isverstreken hoort u een pieptoon en schakelt de desbetreffende zone uit. U kunt de pieptoon uitschakelen d. m. v. de + en - toetsen van de timer. Wanneer u dit niet doet, zal de pieptoon na 30 minuten automatischstoppen. Kookduurbegrenzingls de tijd verstreken is schakelt de zone automatisch uit. Kookduurbegrenzing is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Dezestopfunctie wordt automatisch ingeschakeld indien u uw kookplaat naeen bereiding vergeet uit te zetten.

KinderslotUw kookplaat beschikt over een kinderslot waarmee u de kookplaat kuntvergrendelen:– op het moment dat de kookplaat is uitgeschakeld (met het oog opreiniging van de kookplaat) of om onbedoeld inschakelen (bijv. doorkinderen) te voorkomen; Gebruik het kinderslot niet tijdens het koken. De kookzone zal danuitschakelen.

16 17PANNENHet warmteverlies is minimaal omdat de warmte in de pan zelf opgewektwordt. Bij kleinere pannen wordt alleen dat deel van de zone geactiveerd datcontact maakt met de panbodem. Een bijkomend voordeel is dat dehandgrepen van de pan niet warm worden door stralingswarmte langs depan. Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. – Zet alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak. – Til pannen altijd op als u ze verplaatst. – Gebruik de kookplaat niet als werkvlak. Schuif de panbodem over een (vochtige) doek, voordat u de pan op hetkookvlak zet. Dit voorkomt dat er zandkorreltjes en dergelijke op hetkookvlak terechtkomen. Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen. Bij inductiekoken wordt gebruik gemaakt van een magnetisch veld omwarmte op te wekken. Daarom moet de panbodem ijzer bevatten en dusmagnetisch zijn.

1 2In geval van oververhitting leidt dit bij de desbetreffende kookzone,respectievelijk alle kookzones, tot een van de volgende reacties:– de kookplaat zal het toegevoerde vermogen iets laten afnemen;– wanneer dit niet helpt zal de kookplaat uitschakelen en een F8 in dedisplays laten zien. Wanneer de kookplaat voldoende is afgekoeld kunt u deze weerinschakelen.

Voorkom dat de oververhittingsbeveiliging van het toestel geactiveerdwordt door: – pannen te gebruiken die de warmte goed geleiden;– vet of olie op een lagere stand te verhitten;– voldoende luchtcirculatie. Neem contact op met de servicedienst of een erkend vakman indien deoververhittingsbeveiliging desondanks opnieuw geactiveerd wordt. BEDIENING extra zekerheid.

18 19PANNEN de kookplaat optimaal gebruikenGeluid in de bodem van de pan Tijdens het koken kunt u een ratelend geluid horen in de bodem van depan. Dit is onschuldig. Het geluid wordt veroorzaakt doordat het hogevermogen van de kookzone inwerkt op de panbodem. Verminder het ratelende geluid door een lagere stand te kiezen. Snelkookpannen Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. Dekookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op drukis. Zodra u een kookzone uitschakelt stopt het kookproces direct. Gebruikte pannen– Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn nietmeer bruikbaar voor inductie. U kunt zelf met een magneet controleren of uw pannen geschikt zijn. Een pan is geschikt wanneer:– de panbodem wordt aangetrokken door een magneet;– de pan geschikt is voor elektrisch koken.

Gebruik alleen pannen met een dikke (minimaal 2,25 mm), vlakkebodem die geschikt zijn voor inductiekoken. Het beste zijn pannen methet "Class Induction" keurmerk. Pannen, waarvan de bodem niet magnetisch is of niet geschikt zijn voorelektrisch koken, zijn ongeschikt voor gebruik op de inductiekookplaat. Geschikt– speciale roestvrijstalen pannen voor inductiekoken;– solide geëmailleerde pannen;– geëmailleerde gietijzeren pannen. OngeschiktAardewerk, Aluminium, kunststof, koper, porselein, roestvrijstaalWees voorzichtig met plaatstaal geëmailleerde pannen. Deze kunnenbeschadigd raken als ze gebruikt worden voor inductiekoken. Met namewanneer deze pannen een te dunne bodem hebben.

Bij plaatstaalgeëmailleerde pannen kan:– email afspringen (het email laat los van het staal) wanneer u dekookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is;– de panbodem kromtrekken door bijvoorbeeld oververhitting of doorgebruik van een te hoog vermogen. Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bollebodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel wordt te warm.

20 2121COMFORTABEL KOKENGebruik de middelste standen voor:– doorkoken van grote hoeveelheden;– ontdooien van harde groenten, bijvoorbeeld sperziebonen.Gebruik de laagste standen voor:– trekken van bouillon;– rood koken van stoofperen;– bereiden van stoofvlees;– doorkoken van gerechten;– smoren van groenten.kooktabel20De onderstaande tabel is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat deinstelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van hetgerecht en de pan.Gebruik de hoogste stand voor:– snel aan de kook brengen;– slinken van bladgroenten;– blancheren van groenten;– verhitten van olie en vet;– bakken van biefstuk (saignant, rood);– onder druk brengen van een snelkookpan;– koken van glad gebonden pudding en vla.Gebruik een iets lagere stand voor:– aanbraden van vlees;– bakken van platvis, dunne moten of filet;– bakken van gare aardappelen;– bereiden van glad gebonden soepen en sauzen;– bakken van omeletten;– bakken van biefstuk (medium, rozerood);– frituren (afhankelijk van de temperatuur en de hoeveelheid).Gebruik een stand iets boven de middelste stand voor:– bakken van dikke pannenkoeken;– bakken van dik, gepaneerd vlees;– gaar bakken van dun vlees;– doorbraden van groot vlees;– uitbakken van spek of bacon;– bakken van rauwe aardappelen;– bakken van wentelteefjes;– bakken van gepaneerde vis;– bakken van dun, gepaneerd vlees;– bakken van omeletten.COMFORTABEL KOKEN kooktabel

22 23Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaatbetekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elkgeval de volgende punten:STORINGENDagelijkse reinigingHoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbevelingde kookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijksereiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtigedoek gebruiken. Nadrogen met keukenpapier of een droge doek. Hardnekkige vlekkenOok hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel,bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen. Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn. Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaaklastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar in de handel. Overgekookte voedselresten verwijderen met een glasschraper.

Ookgesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper. Nooit gebruikenSchuurmiddelen mag u nooit gebruiken. Deze veroorzaken krasjes waarinzich kalk en vuil ophopen. Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes. Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in. ONDERHOUD algemeenProbleem Mogelijke oorzaak OplossingBij het in werking stellen verschijnter tekst in de displays. Normale werking. NIETS: zie hoofdstuk “inbouwen” bij hetinstallatievoorschrift. Bij het inschakelen van de kookplaatslaat de zekering van uw installatiedoor. Verkeerde aansluiting van de kookplaat. Controleer de elektrische aansluiting. De ventilatie blijft nog enkeleminuten doorwerken nadat dekookplaat is uitgeschakeld. Afkoeling van de kookplaat. Dit is normaal. De kookplaat werkt niet en erverschijnt niets op het display.

Geen stroomtoevoer door defecte voeding offoutieve aansluiting. Controleer de zekering of de elektrischeveiligheidsschakelaar (bij een toestelzonder stekker). Nadat u een kookzone heeftingeschakeld blijft het displayknipperen.

De gebruikte kookpan is niet geschikt voorkoken op inductie of heeft een diameter diekleiner is dan 12 cm. Zie hoofdstuk “Comfortabel koken”. De kookpannen maken lawaaitijdens het koken. Dit wordt veroorzaakt door de doorstromingvan de energie van de kookplaat naar dekookpan. Bij een hoge kookstand is dit normaal bijbepaalde types van kookpannen. Dit isniet schadelijk voor de pannen of dekookplaat. De kookplaat geeft bij de eerstekookbeurten een lichte geur af. Normaal voor een nieuw apparaat. Dit verdwijnt na enkele keren koken. U hoort een licht tikkend geluid opuw kookplaat. Dit wordt veroorzaakt door devermogensverdeling van de voorste enachterste zone. Ook bij lage kookstanden kaneen zacht tikkend geluid optreden. Dit is normaal. Een kookzone stopt plotseling metde werking en u hoort een pieptoon. De tijd van de schakelklok is voorbij.

Schakel de pieptoon uit met de + of -toets van de timer. Foutcode F00. F08 Een toets wordt te lang bediend of er ligt eenvoorwerp of water op de toets. Voorwerp verwijderen. Kookplaatopnieuw inschakelen. Foutcode FA De kookplaat is verkeerd aangesloten of denetspanning is te laag. Aansluiting controleren. Neem contactop met uw energieleverancier als hetprobleem blijft bestaan. Foutcode F0. F6 Generator defect. Neem contact op met deserviceorganisatie. Foutcode F8 Kookplaat oververhit. De kookplaat is uitgeschakeld dooroververhitting. Laat de kookplaatafkoelen en gebruik een lagere kookstand. Foutcode F9 De kookplaat is verkeerd aangesloten of denetspanning is te hoog. Laat uw aansluiting wijzigen. Foutcode F99 U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijkbediend. Bedien niet meer dan 1 toets tegelijk. Continu pieptoon De kookplaat is verkeerd aangesloten of denetspanning is te hoog.

Gebruikt kunnen zijn:– karton; – polyethyleenfolie (PE);– CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim).Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afvoeren.Op het typeplaatje is het symbool van een doorgekruiste vuilnisbakaangebracht:Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bijhet gewone huisvuil mag worden gevoegd, maar naar een speciaalcentrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente moet wordengebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat zoals deze kookplaatvoorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheiddie door een ongeschikte verwerking ontstaat en zorgt ervoor dat dematerialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen wordenom een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen teverkrijgen.

Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrischehuishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool vaneen doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.verpakking en toestel afvoerenSTORINGENRaadpleeg bij storingen het telefoonnummer van de servicedienst. Zie hiervoor de bijgeleverde garantiekaart of raadpleeg de internet sitewww.hps.nl.Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaatvaststelt, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, haal meteen destekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de(automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in detoevoerleiding op de nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgenscontact op met de servicedienst.Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestelaansluiten!De installatie moet geschieden volgens de nationale en lokalegeldende voorschriften.

26 27INSTALLATIEVOORSCHRIFTGebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel, afhankelijk van devoorschriften. De kabelommanteling moet van rubber zijn.Raadpleeg bij storingen de tabel op pagina 23. Aan de onderzijde van hettoestel bevindt zich een etiket met daarop de aansluitschema's. Deaansluitklemmen zijn bereikbaar nadat u het aansluitkastje aan deonderzijde hebt geopend.

Open de deksel van het aansluitkastje metbehulp van een schroevendraaier.Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er eenomnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in detoevoerleiding wordt aangebracht.Vermogenstabelelektrische aansluitingDit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.Op het gegevensplaatje aan de onderzijde van het toestel wordt de totaleaansluitwaarde, de vereiste spanning en de frequentie aangegeven.VeiligheidAlleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten.De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.

Het toestel moet altijd geaard zijn.Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerdgebruik valt niet onder de garantie.Voor een goede werking van het toestel is het van belang dat:– de aansluitkabel vrij hangt en niet door een lade wordt aangestoten;– het werkblad vlak is.De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten vanhittebestendig (> 85 °C) materiaal zijn. Ook al wordt het toestel zelf nietwarm, door de warmte van bijvoorbeeld een hete braadpan zou de wandkunnen verkleuren of beschadigen.INSTALLATIEVOORSCHRIFT algemeenKookplaattype HI6171TInductie xAansluiting230 V - 50 Hz xMaximale vermogen kookzonesLinksvoor 3100 WLinksachter 2000 WRechtsachter 2800 WRechtsvoor 2800 WAansluitwaardeL1 3100 WL2 2800 WTotale aansluitwaarde 5900 W

28 292 fasen met 1 nul aansluiting (2 1N a.c. 400 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staateen spanning van 400 V. Wanneer er geen spanning van 400 V tussende fasen aanwezig is, is er sprake van twee draden die van dezelfdefase zijn af getakt in de meterkast en moet de kookplaat wordenaangesloten met 2 nuldraden, zoals hiervoor genoemd bij 2 fasen met2 nullen. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5.Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). Deaansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2.3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N a.c. 400 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ac. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V. Breng een verbindingsbrugaan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepenmoeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x).

De aansluitkabel moeteen aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm2.INSTALLATIEVOORSCHRIFTelektrische aansluitingHet toestel kan op de volgende manieren worden aangesloten:1 fase aansluiting (1 1N a.c. 230 V / 50 Hz)De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c. Breng verbindingsbruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabelmoet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm2.2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N a.c. 230 V / 50 Hz):De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c. Tussen de fasen kaneen spanning van 0 V staan wanner deze in de meterkast zijn aangeslotenop dezelfde fase maar ook 400 V wanneer deze zijn aangesloten op 2 verschillende fasen. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x).

30 31INSTALLATIEVOORSCHRIFTinbouwen Uitsparing in werkblad zagenZaag de uitsparing in het werkblad. Doe dit zeer nauwkeurig (zie tabel).Zaag ook eventueel aanwezige tussenschotten uit.De afstanden van de zaagmaat tot de achterwand en/of zijwand staanvermeld in de tabel.TabelBenodigde vrije ruimte rondom602 52248560490min.50Kookplaattype HI6171TToestel breedte x diepte 602 x 522 mmInbouwhoogte vanaf bovenkant werkblad 48 mmZaagmaat breedte x diepte 560 x 490 mmAfstand zaagmaat tot achterwand Minimaal 50 mmAfstand toestel tot zijwand Minimaal 40 mmmin. 600 mmmin. 650 mmmin. 450 mmmin. 40 mmafzuigkapkastzijwandkookplaatmin. 40 mm3 fasen aansluiting (3 a.c. 230 V / 50 Hz):De spanning tussen de fasen is 230 V a.c. Breng een verbindingsbrug aantussen de aansluitpunten 4-5. Uw groepen moeten afgezekerd zijn metminimaal 16 A (3x).

De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebbenvan minimaal 2,5 mm2.Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen kunt u de vereistedoorverbindingen maken zoals in voorgaande illustraties staataangegeven. In het deksel van het aansluitkastje en in de illustratiehiernaast staat aangegeven hoe u de bruggen aan moet brengen. Dezemoeten niet meteen bovenop de aansluitdraden worden geplaatst, maartussen de schroefkop en de klem om de aansluitdraad.Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.VeiligheidsvoorschriftenVoor een goede werking van het toestel is het volgende van belang:– Dat er voldoende ventilatie aanwezig is voor het koelen van dekookplaat; een en ander volgens de in dit hoofdstuk gespecificeerdemogelijkheden.– De ventilatielucht die de kookplaat aanzuigt mag niet warmer zijndan 35 °C.

Houd hier rekening mee als u een oven onder dekookplaat inbouwt.– Dat de aansluitkabel vrij hangt en niet door een lade aangestotenwordt.– Het aanrechtblad moet minimaal 28 mm en mag maximaal 50 mmdik zijn.– Dat het aanrechtblad vlak is.INSTALLATIEVOORSCHRIFT elektrische aansluitinginductiegenerator rechtsinductiegenerator links

3332 33Bij een vaste blende zijn geen extra aanpassingen voor beluchting nodig.VentilatiebeveiligingDe elektronica moet gekoeld worden. De koele lucht wordt achter hetkeukenkastje aangezogen en aan de onderzijde en voorzijde van dekookplaat weer uitgeblazen. Het toestel kan daarom alleen functioneren alser voldoende lucht kan circuleren. Het toestel schakelt zich na korte tijd uitwanneer er onvoldoende lucht circuleert.Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert.Schaaf of zaag de lat desnoods schuins af. Boven een 60 cm oven van het merk ATAGNismaat minimaal 600 mm hoog. Beluchting vindt plaats via plint enachterzijde oven. Bij een oven moet er aan de voorzijde een openinggemaakt worden van minimaal 560 x 3 mm. Zaag de beluchtings-openingen "A" + "B" uit (100 cm2). Maak een uitsparing "C" in dezijwand van de keukenkast voor het doorvoeren van de aansluitkabel.

De kookplaat mag alleen met ATAG-ovens worden gecombineerd, nietmet combitrons.inbouwenINSTALLATIEVOORSCHRIFT600CBA32BeluchtingDe elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Aan de onderzijde vanhet toestel bevinden zich de ventilatieopeningen. Door deze openingenmoet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde enonderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.Voor een optimale koeling van het kooktoestel moet u enkele wijzigingenaanbrengen in het keukenmeubel.Boven lade, deur of vaste blendeZaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm2) uit. Beluchting vindtplaats via plint en achterzijde kast.Een lade mag de ventilatieopeningen aan de onderzijde van het toestelniet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een opening gemaaktworden van minimaal 560 x 3 mm.

3534 35INSTALLATIEVOORSCHRIFTinbouwenInstalleer de kookplaat zo dat de stekker altijd gemakkelijkbereikbaar blijft. 1. Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan degestelde eisen (uitsparing in werkblad zagen). 2. Verwijder de beschermfolie van het afdichtband (A) en plak hetband in de groef van de aluminium profielen of op de rand van deglasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4stukken die goed aansluiten in de hoek. 3. Als het werkblad van hout is, behandel dan de kopse kanten vanhet werkblad met afdichtvernis, om uitzetten van het werkbladdoor vocht te voorkomen. 4. Keer het toestel om en leg het in de uitsparing. 5. Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel zal eenkorte piep geven en alle displays zullen even oplichten. Het toestelis nu gebruiksklaar. 6. Controleer de werking.

Indien het toestel fout is aangesloten zalhet een piepsignaal geven of niets in de displays laten zien. 7. Overhandig de gebruiksaanwijzing aan uw cliënt. Direct na het inschakelen zal de ventilator even inschakelen. Hettoestel controleert zichzelf nu gedurende een aantal seconden. min. 560 x 3 mm48A34INSTALLATIEVOORSCHRIFTLet er op dat de aansluitkabels vrij hangen. Is er een lade onder deinductiekookplaat, zorg er dan voor dat de lade niet boven de randgevuld is om de beluchting niet te belemmeren. Installatie van de inductiekookplaat boven een combitron, magnetron, ATAG oven van 90 cm of een oven van een ander merk. Zaag de beluchtingsopening(en) uit zodat de totale oppervlakte van de gatenminimaal 100 cm2is. Zie bijvoorbeeld figuur met twee gaten van 50 cm2. Plaats een schermplaat tussen de oven en de kookplaat. De plaat moetminimaal 10 mm dik zijn en hittebestendig (85 °C).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG HI6171T stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden