ATAG Atag A Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van ATAG Atag A (36 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 57 mensen. Heb je een vraag over ATAG Atag A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
8A.51.59.04/06.09 Wijzigingen voorbehouden.
Installatievoorschrift

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Verwarmingsketel
Model: Atag A

Handleiding ATAG Atag A – volledige tekst

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 2Verklaring van symbolen en tekens van het beeldscherm en toetsen%bar°C(OK )( ESC)+--iR+ Vlam Ketel in bedrijf Bel Error indicatie Sleutel Service-mode of blokkering Kraan Functie warmwater (warmtevraag) Radiator Functie centrale verwarming (warmtevraag)Indicator voor:Programma CVProgramma WWPompprogrammaScroll-en +/-functie (nevenfunctie) OK en Escape (nevenfunctie) Instelling warmwatertemperatuur Instelling keteltemperatuur (max. aanvoertemperatuur) Informatietoets Reset-toetsLCD beeldscherm met backlightDirect bedienbare Soft cushion toetsenInformatie over de waterdruk:De standdaard weergave van het display toont de waterdruk (bar) in de CV-instal-latie.Indien de waterdruk (te) laag wordt, dan kan dit als volgt worden weergegeven: Druk op de i-toets tot A6.

of Dit geeft de actuele waterdruk weer.Nadat de installatie is bijgevuld en de druk onder de 0,7 bar is geweest zal het ont-luchtingsprogramma starten (ca. 7 min.)Indien de waterdruk te hoog is, dan wordt dit als volgt weergegeven:Waterdruk is te laag; 3,0 bar. Sleutel-symbool zichtbaar en c1 17. De ketel wordt uit bedrijf genomen. De installatiedruk moet verlaagd worden door water af te tappen.Waterdruk is te laag; < 0,7 bar. Sleutel-symbool zichtbaar en c1 18.De ketel wordt uit bedrijf genomen. De installatie moet bijgevuld worden.bar

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 41 InleidingDit installatievoorschrift beschrijft de werking, installatie, bediening en het primaire on-derhoud van de ATAG A CV-ketels. Dit installatievoorschrift is bedoeld voor erkende installateurs die de ATAG ketels instal-leren en in gebruik stellen. Lees ruim voor aanvang van installatie van de ketel dit installatievoorschrift goed door. Voor gebruikers van de ATAG A is een aparte gebruikshandleiding bij de ketel gele-verd. ATAG Verwarming is niet aansprakelijk voor gevolgen die voortvloeien uit ingeslopen fouten of onvolkomenheden in het installatievoorschrift en de gebruikshandleiding. Tevens behoudt ATAG Verwarming zich het recht voor om haar producten te wijzigen zonder voorafgaande mededeling.

Geef de klant bij oplevering van de installatie duidelijke instructies over het gebruik van de ketel en overhandig daarbij de gebruikshandleiding en garantie-kaart aan de klant. Elke ketel is voorzien van een typeplaat. Verieer aan de hand van de gegevens op deze typeplaat of de ketel voldoet aan de situatie waarin het geplaatst moet worden, zoals gassoort, netvoeding en afvoerklasse. Eventuele relevante installatievoorschriften en/of gebruikshandleidingen:- ATAG Monopass Rookgasafvoersysteem individueel2 RegelgevingVoor installatie van de ATAG A gelden de volgende regels:- Het Bouwbesluit; Het bouwbesluit bevat o. a. prestatie-eisen m. b. t. opstelplaats, verbrandingslucht-toevoer, rookgasafvoer en uitmonding.

De ketel moet aangesloten worden volgens dit installatievoorschrift en alle installatietech-nische normen en voorschriften die betrekking hebben op de aan te sluiten installatie. Houd rekening met de volgende veiligheidsvoorschriften:- alle werkzaamheden aan de ketel dienen in een droge omgeving plaats te vinden. - laat de ATAG ketel niet functioneren zonder mantel, tenzij er controle- en afstelwerk-zaamheden moeten plaatsvinden (zie hoofdstuk 13). - laat nooit elektrische en elektronische componenten in contact komen met water. Voer de volgende handelingen uit bij (onderhouds-) werkzaamheden aan een reeds aangesloten ketel:- schakel alle functies uit;- sluit de gaskraan;- trek de stekker uit de wandcontactdoos;- sluit de stopkraan van de inlaatcombinatie bij de ketel.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 5Indien er controle- en afstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden let dan op het volgende;- de ketel moet tijdens deze werkzaamheden kunnen functioneren, dus moeten zowel de voedingsspanning, de gasdruk alsook de waterdruk op de ketel blijven staan. Zorg ervoor dat deze tijdens de werkzaamheden geen gevaar kunnen opleveren. Controleer na (onderhouds-)werkzaamheden aan de ketel altijd alle gasvoerende delen op dichtheid (d. m. v. lekzoekspray). Plaats na (onderhouds-)werkzaamheden altijd de mantel terug en borg de man-tel met de schroeven. De volgende (veiligheids-) symbolen kunnen in dit installatievoorschrift, op de verpakking en op de ketel voorkomen:Dit symbool geeft aan dat de ketel vorstvrij opgeslagen moet worden. Dit symbool geeft aan dat de verpakking en/of inhoud beschadigd kan raken door onzorgvuldig transport.

Dit symbool geeft aan dat de verpakte ketel beschermd moet worden tegen weersinvloeden tijdens transport en opslag. SLEUTEL-symbool. Dit symbool geeft aan dat hier een (de-)montage uitgevoerd moet worden. LET OP-symbool. Dit symbool geeft aan dat extra aandacht gevraagd wordt bij een bepaalde handeling. Tip, beschrijving van een handigheid. 3 LeveringsomvangDe ketel wordt gebruiksklaar geleverd. Het leveringspakket is als volgt samengesteld:• Ketel met mantel;• Automatische ontluchter (in ketel);• Doseerventiel (in ketel);• Ophangbeugel;• Bevestigingsmateriaal bestaande uit pluggen en schroeven;• Aftekenmal;• Installatievoorschrift;• Gebruikshandleiding;• Garantiekaart. De ATAG A is hoofdzakelijk voorzien van 230V elektrische componenten.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 64 KetelbeschrijvingDe ATAG A is een gesloten, condenserende en modulerende CV-ketel voorzien van een geïntegreerde warmwatervoorziening. De ketel is voorzien van een compacte RoestVastStalen warmtewisselaar met gladde buizen. Een doordacht principe met duurzame materialen. De CV-ketel verbrandt (aard)gas voor het leveren van warmte. Deze warmte wordt in de warmtewisselaar overgedragen aan het water in de CV-installatie. Door het sterk afkoelen van de rookgassen ontstaat condens. Hierdoor wordt juist een zeer hoog rendement gehaald. Het gevormde condenswater, dat geen negatieve invloed op de wisselaar en de werking heeft, wordt door de interne sifon afgevoerd. De ketel is voorzien van een intelligent besturingssysteem: CMS (Control Management System). Elke ketel anticipeert op de warmtebehoefte van de CV-installatie of de warm-watervoorziening.

Hierdoor zal de ketel zijn vermogen afstemmen op de installatie. Dit betekent dat de ketel langer en op een laag niveau in bedrijf zal zijn. Indien er een buitenvoeler wordt aangesloten kan de regeling weersafhankelijk functio-neren. Dit houdt in dat de regeling de buitentemperatuur en de aanvoerwatertemperatuur meet. Aan de hand van deze gegevens berekent het besturingssysteem de optimale aanvoerwatertemperatuur in de installatie. De ATAG A244EC onderscheidt zich van de A244C door de Tapwater Technologie. Een extra warmtewisselaar (gepatenteerde economizer) in de rookgasafvoer warmt bij warm-watergebruik het inkomende koud water eerst op voordat het door de platenwisselaar naar de uiteindelijke 60°C wordt gebracht (Zie guur 1). Dit zorgt voor het uitzonderlijk hoge tapwaterrendement van dit type.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 74. 1 GaskeurlabelsATAG A ketels hebben allen Gaskeurlabels. De volgende Gaskeurlabels komen bij ATAG CV-ketels voor:- HR107 Hoog Rendement 107%. ATAG ketels bereiken zelfs 109,7% op onder-waarde. - HRww Hoog Rendement WarmWater. Alle Combi-ketels produceren efciënt warmwater op hoog rendement. - CW Comfortklasse Warmwater. Klasse-indeling van de tapprestaties. De Combi-ketels vallen in de klassen 3 en 4. - SV Schone Verbranding. De emissies liggen ver onder de norm die hiervoor gesteld wordt. Vanaf fabriek is de ketel zo ingesteld dat de ketel voldoet aan Gaskeur CW (m. u. v. propaan). Alle eventuele wijzigingen doen het Gaskeurlabel teniet. 5 Ophangen van de ketelDe opstellingsruimte voor de CV-ketel moet vorstvrij zijn. De mantel van de ATAG A is spatwaterdicht (IPX4D) en is dus ook geschikt voor montage in een badkamer.

De ketel kan met de ophangbeugel en het meegeleverde bevestigingsmateriaal aan praktisch elke wand worden bevestigd. De wand moet vlak en zó stevig zijn dat deze het ketelgewicht met waterinhoud kan dragen. Let op de minimale afstanden tussen ketel, wanden en plafond ten behoeve van het plaatsen en verwijderen van de mantel (zie guur 2). Met behulp van de bijgeleverde aftekenmal kan de plaats van de ketel bepaald wor-den. Verwijder vóór het ophangen van de ketel allereerst de mantel van de ketel. De mantel is tevens de luchtkast en is met vier snelsluitingen (A, B, C en D) aan de achterwand bevestigd (zie guur 2). Borg de snelsluitingen met de schroeven (A, B, C en D) bij het terugplaatsen van de mantel. Til de ketel alleen op aan de achterwand. Figuur 2Keuken (60°C)Douche (40°C)Bad (40°C)CW3 Keuken of douche of bad (100 l. ) ≥ 3,5 10 ≤ 12CW4 Keuken of douche of bad (120 l.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 9Keteltype pomptype waterstroming toestel toelaatbareinstallatieweerstandUP l/min l/h kPa mbarCombiA203C 15-50 13 790 28 280A244CA244EC 15-60 15,5 920 30,5 305Installatieweerstand tabel 36 Aansluiten van de ketelDe ketel beschikt over onderstaande aansluitleidingen:• CV-leidingen. Deze bestaan uit ø22mm koperen leidingen en moeten met knelttingen aangesloten worden op de installatie;• Gasleiding. De aansluiting op de ketel is voorzien van 1/2" binnendraad waarin het staartstuk van de gaskraan gedraaid kan worden;• Condensafvoerleiding. Dit is een 22 mm kunststof leiding. Hierop kan door middel van een open verbinding de afvoerleiding aangesloten worden. Indien nodig kan de leiding worden verlengd met een ø 32 mm PVC sok;• Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem. Deze kunnen als 2x ø80 mm of concentrisch ø80/125 mm (accessoire) aangesloten worden.

Zie ook installatievoorschrift Monopass.• Koud- en warmwaterleiding Deze bestaan uit een ø15 mm koperleiding en moeten met knelttingen aangesloten worden op de drinkwaterinstallatie.Het is aan te bevelen alle ketelaansluitleidingen en/of de installatie schoon te spoelen en/of schoon te blazen alvorens deze aan te sluiten op de ketel.6.1 CV-systeemMonteer het cv-systeem volgens de huidige regelgeving.De ketelleidingen moeten door middel van knelttingen aangesloten worden op de in-stallatie. Voor het aansluiten op dikwandige pijp (gelast of get), moeten verloopstukken worden gebruikt.Bij het verwijderen van de kunststof afdichtdoppen op de leidingen kan vuil test-water vrijkomen.De ketel beschikt over een zelfregelend en zelfbeschermend besturingssysteem voor de belasting. Hierbij wordt het temperatuurverschil tussen het aanvoer- en retourwater gecontroleerd.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 10Indien de installatieweerstand hoger is dan de vermelde waarde zal de besturing de belasting aanpassen totdat een, voor de regeling acceptabel, temperatuurverschil tussen aanvoer- en retourwater is bereikt.Wanneer het temperatuurverschil hierna te groot blijft zal de ketel zichzelf uitschakelen en wachten tot het te grote temperatuurverschil tussen de aanvoer en de retour weer afgenomen is. De regeling zal, indien een onacceptabel temperatuurverschil wordt geconstateerd, herhaaldelijk proberen waterstroming tot stand te brengen. Lukt dit niet, dan zal de ketel blokkeren (c1 54).pompkenlijnen grafiek 1Q(m³/h)H(m)Indien alle, of een groot deel, van de radiatoren voorzien zijn van thermostatische radiatorkranen, moet een drukverschilregelaar worden toegepast om stromingsproblemen in de installatie te voorkomen.

De toegepaste drukverschilregelaar moet dezelfde diameter hebben als de aansluitdiameter van de aanvoer- en retourleiding van de ketel. Zie ook hoofdstuk 5.1.De ketel is niet voorzien van een ingebouwde lter. Advies: plaats in de retourlei-ding een lter om inwendige vervuiling van de ketel te voorkomen.De ketel is niet geschikt voor installaties die zijn uitgevoerd met “open” expansievaten.Toevoegmiddelen aan het water in de installatie zijn slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van ATAG Verwarming.UP15-60UP15-50

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 116.2 ExpansievatDe CV-installatie moet voorzien worden van een expansievat. Het expansievat dat wordt toegepast moet afgestemd zijn op de waterinhoud van de installatie. De voordruk is afhankelijk van de installatiehoogte boven het gemonteerde expansievat. Zie tabel 4.Het expansievat moet zo dicht mogelijk in de retour bij de ketel aangesloten worden.6.3 OverstortventielDe installatie moet voorzien worden van een 3 bar overstortventiel (veiligheidsventiel). Plaats het ventiel in de retourleiding binnen 0,5m verwijderd van de ketel. Tussen het te plaatsen overstortventiel en de ketel mogen zich geen afsluiters, keerkleppen, driewegklep, o.i.d. bevinden.keuze expansievat tabel 4installatiehoogte bovenhet expansievatvoordruk van hetexpansievat5 m 0,5 bar10 m 1,0 bar15 m 1,5 barOverstortventiel Figuur 4

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 126.4 Verwarmingssystemen met kunststof leidingenBij het aansluiten of het toepassen van kunststof leidingen (vloer- en/of wandverwarming) of leidingdelen (radiatoraansluitingen, verdeeleenheden), moet men er rekening mee houden dat de toegepaste kunststof leidingen voldoen aan:- DIN 4726 t/m 4729 (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,1 g/m3.d bij 40°C)of- Nationale BRL 5606 van KIWA (geen hogere zuurstofdoorlatendheid dan 0,18 g/m2.d bij 80°C)Zorg ervoor dat een systeem met kunststoeidingen goed ontlucht wordt en blijft.Indien het systeem niet voldoet aan een van deze normen, moet het deel met kunststof leidingen gescheiden worden van de CV-ketel door middel van een platenwisselaar.6.5 GasleidingBepaal de diameter en monteer de gasleiding volgens de huidige regelgeving.De ketelleiding is voorzien van een binnendraad, waarin het staartstuk van de gaskraan kan worden gedraaid.Voor een goede werking van de ketel is het noodzakelijk dat de dynamische voordruk van het gas hoger is dan 20 mbar.Zorg ervoor dat, met name bij nieuwe leidingen, de gasleiding geen vuilresten bevat.Indien de ketel omgebouwd moet worden van aardgas naar propaan, neem dan contact op met ATAG Verwarming Nederland BV.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 136. 6 WarmwatervoorzieningMonteer de drinkwaterinstallatie volgens de huidige regelgeving. De ATAG A is voorzien van een roestvaststalen platenwisselaar voor bereiding van warmwater. De ketel heeft geen warmwatervoorraad en zal bij warmwatervraag het doorstromende water direkt verwarmen. In gebieden met een waterhardheidswaarde hoger dan 15°D dient de platenwis-selaar frequenter van kalkaanslag ontdaan te worden. Een verkalkte platenwis-selaar valt niet onder garantie. Indien er zich problemen voordoen bij toepassing van sanitair water met een hoger chloridegehalte dan 150 mg/l kan er geen aanspraak gemaakt worden op de garantievoorwaarden. Om verkalking te voorkomen adviseert ATAG het toepassen van een ATAG Descale waterontharder. ATAG adviseert voor het reinigen van platenwisselaars het gebruik van bv. AlphaPhos.

De hardheid van het water loopt in Nederland uiteen. De waterleidingmaatschappij kan hieromtrent exacte informatie verschaffen. De ketelleidingen van de warmwatervoorziening moeten door middel van een kneltting aangesloten worden op de installatie. De ketel moet voorzien worden van een inlaat-combinatie met een veiligheidsventiel van 8 bar. De overstort van het veiligheidsventiel moet aangesloten worden op de rioolleiding. In de koudwaterleiding in de ketel is een doseerventiel gemonteerd. Het doseerven-tiel zorgt ervoor dat er een hoeveelheid water geleverd wordt die een gegarandeerde temperatuur van 60°C heeft (uitgaande van een koudwatertemperatuur van 10°C). De hoeveelheid water wordt nagenoeg niet beïnvloed door de waterdruk.

Controleer na installatie het warmwaterdebiet bij volledig geopende warmwaterkraan, Indien het debiet te laag blijkt kan deze verhoogd worden door het uitnemen van de O-ring in het doseerventiel:- Sluit de watertoevoer door het dichtdraaien van de inlaatcombinatie;- Open een warmwaterkraan om de warmwaterleiding drukloos te maken;- Verwijder de mantel van de ketel;- Draai met dop- of ringsleutel 15 de dop van het doseerventiel;- Haal de kunststofbus met doseerventiel uit het huis;- Verwijder het O-ringetje uit het kunststof deel van het doseerventiel;- Plaats alles terug in omgekeerde volgorde. Doseerventiel Figuur 5.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 146.7 Zonneboiler (voorverwarmer) NZDe ATAG A is geschikt voor het aansluiten op een zonneboiler (voorverwarmer). ATAG levert hiervoor de ATAG CBSolar. De CV-ketel dient dan als Naverwarmer Zonneboiler (NZ). Sluit de zonneboiler aan volgens VEWIN werkblad 4.4 C. Een thermostatisch mengventiel (ATAG Art.nr. S4541000) moet in de installatie opgenomen worden. Het thermostatisch mengventiel beschermt de CV-ketel voor te hoge temperaturen. Instelling thermostatisch mengventiel: max. 70°C. De zonneboiler en de CV-ketel moeten elk apart voorzien zijn van een inlaatcombinatie. Figuur 6 geeft een voorbeeldaansluitschema weer van de ATAG A met een zonneboiler.6.8 CondensafvoerleidingDe ATAG CV-ketels produceren condenswater.

Dit condenswater moet afgevoerd worden, anders zal de ketel niet meer functioneren.De condensafvoerleiding moet door middel van een open verbinding aangesloten worden op de riolering. Hiermee wordt voorkomen dat eventuele rioolgassen in de ketel terecht komen. De rioolaansluiting moet een minimale diameter van 32 mm hebben.Monteer de condensafvoerleiding volgens de huidige regelgeving.Het afvoeren van het condenswater op de hemelwaterafvoer is, met het oog op bevriezingsgevaar, niet toegestaan.Vul vóór het in bedrijf nemen van de ketel de sifon met water.ATAG A met zonneboiler Figuur 6Thermostatisch mengventiel afstellen op max. 70°C ter be-scherming van de CV-ketel. Schade aan de CV-ketel door te hoog ingestelde tempera-tuur valt niet onder de garantie. Thermostatisch mengventiel S4541000Instelling:Max. 70°C!

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 156.9 Rookgasafvoer- en luchttoevoersysteemMet het rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem wordt bedoeld:- De rookgasafvoerleiding;- De luchttoevoerleiding;- Dak- of geveldoorvoer.De rookgasafvoer- en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan:- de regelgeving genoemd in hoofdstuk 2, - de voorschriften uit het installatievoorschrift ATAG Monopass (indien van toepassing) HP*HP*HP*Open opstellingGesloten opstellingRVSPPRVSPPPPRVSPPGesloten en open opstelling Figuur 7PP/MW PP/MWAlle Monopass rookgasafvoerdelen die zich buiten de schacht of brandwerende omkokering bevinden moeten uitgevoerd zijn in RVS.Toestelklasse: CToestelklasse: B Uitmondingsgebied 1 (vrij uitmondingsgebied)LuchtlterPP/MWPP*) HP is ten behoeve van CLV: uitsluitend in combi-natie met ATAG A HP-versies. Zie hoofdstuk 6.9.2

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 16De ketelaansluitdiameter is ø 80 mm. Hierop kan het rookgasafvoer- en luchttoevoersy-steem gemonteerd worden al dan niet voorzien van bochten. Zie tabel 5 voor de maximaal toepasbare leidinglengte. Wij adviseren een eenvoudig rookgasafvoer- en luchttoevoersysteem samen te stellen uit de Monopass rookgasafvoercomponenten. Voor nadere informatie omtrent het leve-ringsprogramma van het afvoer- en toevoersysteem verwijzen wij u naar de Prijswijzer Monopass Rookgasafvoerprogramma. Monopass is uitsluitend bedoeld en geschikt voor toepassing op ATAG CV-ketels op aardgas of propaan. De maximale rookgastemperaturen van de ATAG CV-ketels liggen beneden 70°C (vollast bij 80/60°C). De goede werking kan nadelig beïnvloed worden door veranderingen of aanpassingen van het bedoelde gebruik.

Eventuele garantieaanspraken vervallen als gevolg van dergelijke wijzigingen of het onjuist opvolgen van de regelgeving en de installatievoorschriften. De afvoersystemen die in dit document zijn beschreven zijn uitsluitend geschikt in com-binatie met ATAG CV-ketels met Gaskeurlabel HR, Gastec toestelkeuringscerticaat nr: 0063BQ3021, 0063BR3405 en 0063BT3195. Stel het afvoersysteem samen met uitsluitend de onderdelen uit het Monopass program-ma. Combinaties met andere merken of systemen zijn, zonder schriftelijke goedkeuring van ATAG Verwarming, niet toegestaan. Indien voor ander rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal gekozen wordt, moet het materiaal voorzien zijn van het Gastec QA en/of KOMO® label. Zie de installatievoorschriften van het desbetreffende rookgasafvoer- en luchttoevoer-materiaal voor de montageinstructies.

Door het teruglopen van het condenswater naar de ketel is de kans op ijspegelvorming aan de dakdoorvoer minimaal. Bij horizontale uitmondingen dient het toevoersysteem onder afschot naar buiten geplaatst te worden om inregenen te voor-komen. Het plaatsen van een extra condensopvanginrichting in het afvoersysteem is overbodig. De ketel kan, wanneer het in bedrijf is, een witte condenspluim produceren. Deze condenspluim is onschadelijk maar kan, met name bij uitmondingen in de gevel, als hinderlijk ervaren worden. Daarom verdient een bovendakse uitmon-ding de voorkeur. Bij toepassing van afvoercategorie B23 en B33 moet een luchtlter (als acces-soire leverbaar met art. nr. DFL080KU) op de luchtinlaat geplaatst worden. De beschermingsgraad van de ketel is dan IPX0D in plaats van IPX4D.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 176. 9. 1 Dimensionering afvoerkanaal / toevoerkanaalDe diameter wordt bepaald door de totale lengte, inclusief aansluitpijp, en het verloop van het rookkanaal (zoals bij inmeten is vastgesteld) en het type ketel. Een te kleine diameter kan leiden tot storing. Zie tabel 5 voor keuze van het systeem met de juiste diameter. De tabel toont de maximale afvoerlengte bij verschillende ketelvermogens. Toelichting op tabel 5:Tweepijps afvoersysteem: maximale opgegeven lengte = afstand tussen ketel en dakdoorvoer A. Concentrisch afvoersysteem: maximale opgegeven lengte = afstand tussen ketel en dakdoorvoer B. Bij toepassing van bochten moet de opgegeven waarde achter elke bocht van de maxi-male rechte lengte afgetrokken worden (zie voorbeeld). De diameter 60/100 mag uitsluitend toegepast worden op geveldoorvoeren in combinatie met de ATAG A203C.

In het toe te passen systeem moeten 2x een 45° bocht op-genomen worden. De maximale afvoerlengte wordt dan: 30 - 2x1,1 = 27,8m. Bij toepassen van mi-niex moet een aan-passing uitgevoerd worden op het maxi-mum toerental van de ventilator. Deze is via parameter 683 volgens bovenstaande tabel in te stellen. Vul de correctie in op de desbetreffende stic-ker bij de typeplaat op het toestel.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 197 Elektrische aansluitingDe ketel voldoet aan de CE- machinerichtlijn 89/392/EEG. De installatie moet (blijven) voldoen aan:- Voorschriften voor elektrische apparaten NEN 1010;- De plaatselijk geldende voorschriften;Een afwijking op het net van 230V (+10% of -15%) en 50Hz is toegestaan. De ketel moet worden aangesloten op een geaarde wandcontactdoos. Deze moet zicht-baar en binnen handbereik zijn. De ketel voldoet aan de volgende voorschriften:- Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG- EMC richtlijn 89/336/EEGVerder gelden de volgende algemene voorschriften:- Aan de bedrading van de ketel mogen geen wijzigingen worden aangebracht;- Alle aansluitingen moeten op het aansluitblok gemaakt worden. - Het netsnoer moet, bij eventuele vervanging, door een ATAG netsnoer vervangen worden: ATAG A, art. nr. S47466007.

1 KamerthermostatenOp de ATAG A kunnen de volgende (klok-)thermostaten aangesloten worden:A. Voor optimale benutting van de regeling van de CV-ketel adviseert ATAG: Positie 1 en 2: ATAG Z-thermostaat B Als alternatief kan gekozen worden voor: Positie 1 en 2: Elke thermostaat volgens OpenTherm-protocolof Positie 3 en 4: Uitsluitend batterij-gevoede aan/uit kamerthermostaat. De thermostaat moet over een 2-draads aansluiting beschikken. De kamerthermostaat moet op het aansluitblok aangesloten worden. Gebruik hiervoor de schroefconnector die op het aansluitblok gestoken is. Leidt de kabel van de kamerthermostaat langs de bovenste kabelhaken van de behuizing en de scharnierbeugel. Voor meer gedetailleerde vragen over componenten, die niet door ATAG zijn geleverd, neem contact op met de betreffende leverancier.

=not applicable / niet van toepassingBuitenvoeler 1kOhm (ARZ0055U)aansluitblok Figuur 8123456789101112Z-ready Dit logo vertegenwoordigt de Z-thermostaten van ATAG. Om te communiceren met de ketel moet de ketel voorzien zijn van een aansluiting voor het overeenkomstige commu-nicatieprotocol. Een dergelijke ATAG ketel is te herkennen aan dit logo. Dit logo is terug te vinden op de verpakking, de buitenzijde van de ketel en op het installatievoorschrift.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 218 Vullen en ontluchten van ketel en CV-installatieDe CV-installatie dient gevuld te worden met drinkwater. Voor het vullen van de CV-in-stallatie gebruikt u de vul- en aftapkraan. Het vullen gaat als volgt:1 Steek de stekker in de wandcontactdoos;2 Het beeldscherm toont na opstartprocedure c 1 18 (te lage waterdruk);3 Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan;4 Vul de slang geheel met drinkwater;5 Sluit de gevulde vulslang aan op de vul- en aftapkraan van de CV-installatie;6 Open de vul- en aftapkraan;7 Open de koudwaterkraan;8 Vul langzaam de installatie tot 1,5-1,7 bar; (druk op de i-toets tot A6 = waterdruk: waarde op het beeldscherm loopt op);9 Sluit koudwaterkraan;10 C1 05 verschijnt op het beeldscherm op het moment dat de druk boven 1,3 bar komt: ontluchtingsprogramma van ca. 7 min.

actief;11 Ontlucht de gehele cv-installatie: begin op het laagste punt;12 Controleer waterdruk en vul eventueel bij tot 1,5 tot 1,7 bar;13 Zorg dat de koudwaterkraan en de vul- en aftapkraan gesloten zijn;14 Koppel de vulslang los;15 Na beëindigen van het ontluchtingsprogramma (C1 05) schakelt de ketel in voor het ingeschakelde programma waar de eerste warmtevraag voor is.Het kan enige tijd duren voordat alle lucht uit een gevulde installatie is verdwe-nen. Zeker de eerste week kunnen geluiden hoorbaar zijn die wijzen op lucht.

De automatische ontluchter in de ketel zal deze lucht laten verdwijnen, waardoor de waterdruk gedurende deze periode kan dalen en er water bijgevuld zal moeten worden.8.1 WarmwatervoorzieningBreng waterdruk op de warmwatervoorziening door de hoofdkraan en/of de stopkraan van de inlaatcombinatie te openen.Ontlucht de warmwaterinstallatie door het openen van een warmwaterkraan. Laat de kraan zolang open staan totdat alle lucht uit de warmwaterinstallatie en leidingen is ver-dwenen en er alleen nog water uit de kraan komt. Tap minimaal 10 liter om eventueel resterende verontreinigingen uit de warmwaterleiding te spoelen.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 229 KetelregelingDe volgende pagina beschrijft de toetsfuncties en symbolen op het beeldscherm. De ketel is voorzien van een zelfsturende regeling, het zogenaamde Control Manage-ment System. Deze regeling neemt een groot deel van de handmatige instellingen over, waardoor het in bedrijf nemen sterk is vereenvoudigd. Na het vullen van de installatie wordt het automatisch ontluchtingsprogramma geacti-veerd. Het automatisch ontluchtingsprogramma duurt ca. 7 minuten en stopt automatisch. Hierna zal de ketel voor het ingeschakelde programma (CV of WW) in werking treden. WarmwaterregelingIndien warmwater getapt wordt, meet de owsensor (F1) de taphoeveelheid. Afhankelijk van de gewenste tapwatertemperatuur en taphoeveelheid zal de regeling een aanvoer-temperatuur berekenen. Hierdoor wordt op een efciënte manier de gewenste tapwa-tertemperatuur gerealiseerd.

De warmwatersensor (T3) zal eventuele kleine afwijkingen bijstellen, zodat onder alle omstandigheden de gewenste temperatuur bereikt wordt. CV-regelingBij vragende kamerthermostaat start een wachttijd van 1 minuut. Dit voorkomt bij frequent en kortstondige warmwatervraag dat de warmtewisselaar de aanwezige warmte snel verliest. Vervolgens start de pomp en na 30 seconden wordt de gradient regeling aktief. Het beginpunt van de gradient regeling is de op dat moment aanwezige aanvoertemperatuur. Een Delta-T regeling (25K) zorgt voor een stabiele regeling naar warmtebehoefte. Indien de aanvoertemperatuur onder de T-set waarde van 20°C ligt, zal de ketel direct starten. Bij weersafhankelijke regeling (1kOhm buitenvoeler ARZ0055U aange-sloten) wordt een dagtemperatuur ingesteld in plaats van een aanvoer-temperatuur. De regeling vindt plaats volgens de stooklijn.

Informatie(i)-toets Opvragen van actuele gegevens: Druk kort op de i-toets (of vervolgens Scroll-toets) om de volgende waarde te verkrijgen: A0 = Aanvoerwatertemperatuur A1 = Retourwatertemperatuur A2 = Warmwatertemperatuur A4 = Rookgastemperatuur (alleen indien rookgassensor is aangesloten) A5 = Buitentemperatuur (alleen indien buitenvoeler is aangesloten) A6 = Waterdruk A9 = Toerental ventilator Om terug te keren naar de standaard weergave druk op ESC. Reset-toets De reset-toets laat de ketel opnieuw opstarten indien er zich een storing voordoet. Bij een eventuele storing wordt het symbool getoond met een code Cx xx. In andere gevallen heeft de Reset-toets geen functie en zal ook niet reageren bij bediening. Zie 15 voor een kort overzicht met codes. Enkele toetsen kennen nevenfuncties. Deze nevenfuncties zijn alleen actief indien er volgens de procedure, beschreven in hoofdstuk 10.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 2410 In werking stellen van de ketelZorg ervoor, alvorens de ketel in bedrijf te stellen, dat de ketel en de installatie goed ontlucht zijn. Ontlucht de gasleiding en open de gaskraan van de ketel. De ketel behoeft geen afstelling van branderdruk en luchthoeveelheid, omdat deze zelfregelend is en fabrieksmatig is afgesteld en mag niet worden nagesteld. - Steek de stekker in de wandcontactdoos;- Er volgt een opstartprocedure met segmenttest van het beeldscherm;- De verlichting gaat aan en na de segmenttest weer uit;Indien de waterdruk beneden 1,0 bar ligt dan verschijnt c1 18 in het beeldscherm;Dit verdwijnt op het moment dat de waterdruk hoger is dan 1,3 bar en zal het ontluch-tingsprogramma starten (c 1 05). Dit duurt ca. 7 min. en zal gevolgd worden door de standaard weergave.

De ketel zal direct inschakelen om de gewenste warmhoudtemperatuur van de warm-watervoorziening te bereiken (Comfortstand). 10. 1 Warmwatervoorziening Het WW-programma is na opstart altijd actief. Dit wordt aangegeven door de middelste. Indien er warmtevraag is, wordt dit aangegeven door en, zal de warmwatervoorzie-ning in werking gesteld worden. De circulatiepomp zal gaan circuleren en de ketel zal inschakelen. Standaard staat de warmwatervoorziening ingesteld op Comfort. Wijzi-ging naar Eco kan gedaan worden door middel van Parameter 684 (zie pag. 23)10. 2 CV-systeem Het CV-programma is na opstart altijd actief. Dit wordt aangegeven door de bovenste. Indien er warmtevraag is, wordt dit aangegeven door en, zal de verwarming in wer-king gesteld worden. De circulatiepomp zal inschakelen en de ketel zal na 1 à 2 minuten inschakelen. 10.

3 Pomp functie Standaard staat de ketel ingesteld, dat de pomp bij warmtevraag voor CV of WW inscha-kelt. Het in- en uitschakelen wordt geheel door de regeling gestuurd. VorstgevaarIndien er vorstgevaar voor de CV-installatie bestaat en er geen buitenvoeler aangesloten is, is het raadzaam de pomp continu te laten draaien.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 2510.4 InstellingenWanneer de ketel geïnstalleerd is, is het in principe gereed om in gebruik genomen te worden. Alle instellingen van de besturing zijn reeds geprogrammeerd voor een verwar-mingsinstallatie met radiatoren/convectoren met een aanvoertemperatuur van 85°C. De instellingen zijn beschreven in het Parameter-hoofdstuk op pagina 26.Er kunnen gevallen zijn dat er instellingen gewijzigd moeten worden, bijvoorbeeld bij:- Lagere aanvoertemperatuurNeem daarom het Parameter-hoofdstuk door om de ketel op de situatie in te stellen.Neem bij twijfel contact op met ATAG Verwarming.Om een instelling te wijzigen moet u als volgt handelen:Instellingen wijzigenDruk 3 seconden op de OK-toets. Het beeldscherm toont 'P6 (afgewisseld met) 81';Druk nogmaals 3 seconden op de OK-toets.

Het beeldscherm toont 'on' kort daarna gevolgd door 'P5 18; U heeft nu toegang tot het parameterhoofdstuk. De verschillende parameters worden op de volgende pagina's beschreven. Om een parameter te wijzigen moet u als volgt handelen: Basishandelingen: Met de Scroll-toetsen 'bladert' u door de parameters en kunt u waarden wijzi-gen Met de Esc-toets keert u altijd terug naar de standaard uitlezing Met de OK-toets bevestigt u de gekozen parameter of ingestelde waardeDruk op de Scroll-toets om een andere parameter te kiezen;Druk op de OK toets indien u de gekozen parameter wilt wijzigen; Verstel de waarde, indien gewenst / mogelijk, door middel van de + of de - toets;Druk kort op de OK-toets om de nieuwe instelling te bevestigen; Het beeldscherm toont weer de gekozen parameter Druk op de ESC-toets totdat de standaard uitlezing weer getoond wordt.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 26Parameter-hoofdstukPARA fabrieks-instelling OmschrijvingInstel-mogelijk-heden518 5 Gradiënt snelheid CV0 - 15520 5 Nachtverlagingstemperatuur (alleen actief bij 100% weersafhankelijk):De dagtemperatuur wordt met deze waarde verlaagd0 - 10 K532 24 Stooklijn CV-watertemperatuur (zie ook stooklijngrafiek) 10 - 40541 max. maximale vermogen CV in %Alleen te reduceren, niet te verhogen. 0 = laaglast0 - max555 Buitenvoelerfuncties (alleen bij aangesloten buitenvoeler):b0 en b1: geen functieoff b2: off = weersafhankelijk regelen met kamerthermostaat contact open = ketel uit; contact gesloten = dagstooklijn on = 100% weersafhankelijk regelen volgens dag- en nachtstooklijncontact open = nachtstooklijn; contact gesloten = dagstooklijn; Indien ON is par. 520 actiefon - offb3: geen functieon b4: vorstbeveiliging CV-installatievan +1. 5°C tot -5: 10 min.

/ 6 uur pomp aan; < -5 °C pomp continue. on - offb5 t/m b7: geen functie651* 1 Niet wijzigen 1 - 3Aardgas 1 1Aardgas 2 2Propaan 3652* 0 Snelselectie instellingen CV installatie:CV Tmax: 85°C; Gradiënt: 5; Stooklijn 24 1CV Tmax: 70°C; Gradiënt: 5; Stooklijn 19 2CV Tmax: 60°C; Gradiënt: 4; Stooklijn 15 3CV Tmax: 50°C; Gradiënt: 3; Stooklijn 11 4Deze parameter kopieert de gekozen waarde over CV Tmax. , P518 en P532. Het is een snelselectie, waarbij de waarden afzonderlijk instelbaar blijven. Na verstelling zal deze parameter altijd 0 weergeven. 680 0 Service-parameter. Niet wijzigen 0 - 10681 off Groene toets functieAfhankelijk van het niveau worden de fabrieksinstellingen bij keuze b7 en OK teruggezet, m. u. v. P651on - off682 Dynamische functies:off b0: Niet wijzigen on - offb1 t/m b6: geen functieoff b7: bevestiging Service-parameter on - off683 0% Correctiefactor ventilatortoerental tbv.

0 - 20%684 Pompfunctie:off b0: pomp automatisch (= off) of continu (= on)on - offon b1: warmwaterfunctie eco (= off) of comfort (= on)on - offIndien beide op on zijn ingesteld dan is de functie 'pomp continu' leidend i. v. m. bevriezingsgevaar686 364 Niet wijzigen* Opmerking Bij wijziging van de instelling en bevestiging met OK volgt een volledige herstart van de ketel en start het ontluchtingsprogramma. Parameter-hoofdstuk Tabel 8.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 2811 Buiten bedrijf stellenIn sommige situaties kan het voorkomen dat de gehele ketel buiten bedrijf moet worden gesteld. Door de 2 functietoetsen, het Warmwaterprogramma en CV-programma, wordt de ketel buiten bedrijf gesteld. Warmwaterprogramma UIT: Druk op de - tot de laagste waarde en druk vervolgens nogmaals op -. Beeldscherm toont -- en middelste is uit. Inschakelen werkt met de +toets in omgekeerde volgorde.CV-programma UIT: Druk op de - tot de laagste waarde en druk vervolgens nogmaals op -. Beeldscherm toont -- en bovenste is uit.

Inschakelen werkt met de +toets in omgekeerde volgorde.ATAG adviseert om de stekker in de wandcontactdoos te laten zitten, zodat automatisch één keer in de 24 uur de circulatiepomp en de driewegklep worden geactiveerd om vastzitten te voorkomen.Als er sprake is van vorstgevaar is het in dit geval raadzaam de ketel en/of de installatie af te tappen.12 OnderhoudWerkzaamheden aan de ketel mogen alleen door gekwaliceerd personeel met gekalibreerde apparatuur plaatsvinden.Om onderhoud aan de ketel te kunnen verrichten moet de mantel verwijderd worden. Draai de 4 borgschroeven uit de snelsluiting, ontgrendel de snelsluitingen en neem de mantel naar voren weg.Het wijzigen van instellingen zoals branderdruk en afstelling van de luchthoeveelheid zijn overbodig.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 2912.1 Controle O2 (Schoorsteenvegerfunctie)Het O2 percentage is fabrieksmatig ingesteld. Deze moet bij controle, onderhoud en storing gecontroleerd worden.Door middel van de volgende handeling kan deze worden gecontroleerd:- Zorg ervoor dat de ketel in bedrijf is en de warmte die hij produceert kwijt kan; - Calibreer de O2 meter ;- Druk 6 seconden op de beide + toetsen;- Het beeldscherm toont de aanvoerwatertemperatuur ( zichtbaar); De ketel zal direct naar het maximale ingestelde CV-vermogen regelen- Plaats de lans van de O2 meter (zie guur 10); - Kijk in tabel 6 voor het juiste O2 percentage (pagina 33);- Laat de meetapparatuur de O2 meting uitvoeren;- Verdaai eventueel de instelschroef om het juiste O2 percentage in te stellen (zie guur 11);Beëindiging O2 meting:- Druk op de ESC-toets (- toets). Het toestel schakelt uit.

13, 14 en 15)- draai de bedienungsunit naar links;- demonteer de ontsteker (1) door middel van de schroef van het gasblok;- trek de stekkerverbindingen (2) van de ventilator los;- draai de koppeling (3) van het gasblok los;- vervang de gasblokpakking (O-ring) door een nieuwe;- draai de voorste kruiskopschroef (4) van de luchtaanzuigdemper los;- Alleen A244EC: draai de sifon van de economizer (13) los, controleer op vervuiling, maak de sifon schoon en monteer de sifon. - draai de inbusbout (5) van de sifon (6) los en trek de sifon uit de condensbak;- draai de linker (7) en rechter (8) knevelstang van de condensbak een kwartslag en trek deze naar voren eruit.

Let hierbij op de draairichting (rode controlenokjes);- schuif de uitlaatpijp (11) of economizer (alleen A244EC) ongeveer 1 cm naar bo-ven;- druk nu de condensbak (12) voorzichtig naar beneden en neem deze naar voren weg;- trek de uitlaatpijp (11) of economizer (alleen A244EC) naar beneden los en neem deze weg;- Alleen A244EC: hang de economizer met de metalen haak aan de scharnierbeugel achter de bedieningsunit (zie g. 15);- draai nu de linker (9) en rechter (10) knevelstang een kwartslag en trek deze naar voren eruit. Let hierbij op de draairichting (rode controlenokjes);- neem nu de complete ventilatorunit met gasblok van de warmtewisselaar naar voren weg;- verwijder de brandercassette uit de ventilatorunit;- controleer de brandercassette op slijtage, vervuiling en eventuele breuk.

Reinig de brandercassette met een zachte borstel en een stofzuiger. Vervang bij breuk altijd de hele brandercassette;- vervang de pakking tussen brander en bovenbak en de pakking tussen bovenbak en wisselaar;- controleer de venturi en de gasluchtverdeelplaat op vervuiling en reinig deze, indien noodzakelijk, met een zachte borstel in combinatie met een stofzuiger. Als de lucht-kast sterk vervuild is met stof, is het aannemelijk dat de ventilatorwaaier ook vervuild is. Om deze te reinigen moet de ventilator gedemonteerd worden van de bovenbak en van de venturi. Reinig de waaier met een zachte borstel en stofzuiger. Vervang daarbij de pakking en let op tijdens het monteren van de ventilatoronderdelen, dat de nieuwe pakking juist gemonteerd wordt. 1239410Figuur 12Figuur 13Figuur 1467851112A244EC met Economizer Figuur 15.

Installatievoorschrift ATAG A-Serie 31Warmtewisselaar- controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Reinig deze, indien nodig, met een zachte borstel en een stofzuiger. Voorkom dat eventuele vervuiling naar beneden valt. Het van bovenaf doorspoelen, met water door de wisselaar, is niet toegestaan. Montage geschiedt in omgekeerde volgorde. Let tijdens montage op het juist positioneren van de knevelstangen. Deze die-nen verticaal te staan. OntstekingselektrodeHet vervangen van de ontstekingselektrode is noodzakelijk als de pennen versleten zijn. Als het kijkglas beschadigd is moet de gehele ontstekingselektrode vervangen worden. Vervanging gaat als volgt:- neem de stekkerverbindingen op de ontstekingelektrode weg;- druk de clips aan weerszijden van de elektrode naar buiten en neem de elektrode weg;- verwijder en vervang de pakking;Montage geschiedt in omgekeerde volgorde.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG Atag A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden