Amica SHGG 11667 W Handleiding

Amica Fornuis SHGG 11667 W

Bekijk gratis de handleiding van Amica SHGG 11667 W (60 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Amica SHGG 11667 W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/60
IOAK-2196 / 8052984
(03.2015./1)
SHGG*
6017GG*
(EN) INSTRUCTION MANUAL....................................2
(NL) GEBRUIKERSHANDLEIDING...............................31

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: SHGG 11667 W
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Nee
Breedte: 600 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 850 mm
Grill: Ja
Geïntegreerde klok: Nee
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Combi
Totale binnen capaciteit (ovens): 66 l
Voedingsbron oven: Natuurlijk gas
Aantal ovens: 1
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 4 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 0 zone(s)
Controle positie: Voorkant
Totaal vermogen van de oven: - W
Netto capaciteit oven: 66 l
Brutocapaciteit oven: 66 l
Oven vermogen: - W
Gebruiksvriendelijk: Ja
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type product: Vrijstaand fornuis

Handleiding Amica SHGG 11667 W – volledige tekst

31GEACHTE KLANT,De fornuizen van Amica combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffend-heid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kun-nen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

33VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kun-nen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver-richten.Attentie.

Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.

34VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst af-koelen voordat u het deksel sluit.Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis.Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope-nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.

35VEILIGHEIDSINSTRUCTIES  Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken.  Zorg ervoor, dat de elektrische kabels van gemechaniseerde keukentoestellen, bv. mixers, de hete onderdelen van het fornuis niet raken.  Plaats geen lichtontvlambare materialen in de schuif, want deze kunnen ontvlammen terwijl de oven werkt.  Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting.  Let op het kookpunt, zodat de branders niet onderlopen.  Als het fornuis beschadigd is, mag u het pas opnieuw gebruiken na herstelling door een vakman.

 Open de kraan op de gasaansluiting of het ventiel op de gases niet voordat u gecontro-leerd hebt of alle kranen gesloten zijn.  Zorg ervoor dat de branders niet onderlopen of vuil worden. Reinig en droog vuile branders onmiddellijk nadat ze afgekoeld zijn.  Plaats geen potten of pannen rechtstreeks op de branders.  Plaats geen potten of pannen van meer dan 10 kg op het rooster boven een brander, en geen potten en pannen met een gezamenlijk gewicht van meer dan 40 kg op het volledige rooster.  Sla niet op de draaiknoppen of branders.  Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven  Het is verboden om aanpassingen of herstellingen aan het fornuis te laten uitvoeren door ongeschoolde personen.  Het is verboden om de kranen van het fornuis open te draaien zonder dat u een aange-stoken lucifer of een aansteker bij de hand hebt.

36VEILIGHEIDSINSTRUCTIES  Het is verboden om zelfstandig het fornuis aan te passen aan een ander soort gas, het fornuis naar een ander plaats te verplaatsen of aanpassingen door te voeren aan de voeding. Deze handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.  Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.  Laat geen kinderen of personen die de gebruikershandleiding niet kennen, toe tot het fornuis.  NDIEN U VERMOEDT DAT ER GAS VRIJKOMT, IS HET VERBODEN OM: ucifers aan te steken, sigaretten te roken, elektrische ontvangers aan- en uit te schake-len (bel of lichtknop) en andere elektrische en mechanische toestellen te gebruiken die elektrische of contactvonken kunnen doen ontstaan.

In zulke gevallen moet u onmid-dellijk het ventiel van de gases of de kraan van de gasinstallatie afsluiten en de ruimte verluchten, en daarna een gekwaliceerde persoon roepen om de oorzaak van de gaslek te verhelpen.  In geval van technische defecten moet u onmiddellijk de elektrische voeding van het fornuis uitschakelen (en daarbij bovenstaande regel toepassen) en een herstelling aanvragen.  Er mogen geen antennekabels bv. voor radio-ontvangers, aangesloten worden op de gasinstallatie.  In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkende gasinstallatie, moet u onmiddellijk de gastoevoer afsluiten met het afsluitventiel.  In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkend ventiel van de gases, moet u een natte deken op de es gooien en het ventiel van de es afsluiten om de es te laten afkoelen. Draag de es naar een open ruimte als ze afgekoeld is.

Het is verboden om een beschadigde gases opnieuw te gebruiken.  Als u het fornuis gedurende enkele dagen niet gebruikt, sluit dan de hoofdkraan van de gasinstallatie af.

Als u gebruik maakt van een gases, sluit dan het ventiel af na elk ge-bruik.  Tijdens het gebruik scheidt het kook- en baktoestel warmte en vochtigheid af in de ruimte waar het geïnstalleerd is. Zorg ervoor dat de keukenruimte goed wordt verlucht; hou de natuurlijke ventilatie-openingen open of installeer een mechanische ventilatie-installatie (afzuigkap met mechanische afzuiging).  Bij langdurig intensief gebruik van het toestel kan extra verluchting noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld door het raam te openen of doeltreffender te ventileren, bijvoorbeeld door het vermogen van de mechanische ventilatie te verhogen, indien deze wordt gebruikt.  Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.

37ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.

Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily.

 Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.

38Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.

Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN

 Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).  Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm. 41INSTALLATIE Onderstaande instructies zijn bestemd voor gekwaliceerde installateurs die het toestel installeren. Met behulp van deze instructies kan het toestel op een zo professioneel mo-gelijke manier geïnstalleerd en onderhouden worden. Opstelling van het fornuis  De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De geschiktheid van de ruimte voor het opstellen van een gasfornuis wordt geëvalueerd op basis van volgende rechtsvoorschriften.

 De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgassen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze in st a lla t ie moet besta a n u it een ventilatierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd wo r d en vo lge ns d e b ijg e voe gd e gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen.  De ruimte moet ook de toevoer van lucht toelaten, die onontbeerlijk is voor een correcte verbranding van het gas. De luchttoevoer mag niet minder zijn dan 2m3/h voor 1 kW vermogen van de branders. De lucht moet direct van buiten aangevoerd worden door een kanaal met een doorsnede van min. 100 cm2, of direct uit aanpalende ruimtes die uitgerust zijn met ventilatiekanalen die uitgeven naar buiten.

 Als het fornuis intensief en lang gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn om een venster te openen om de ventilatie te verbeteren.  Vloeibaar gas is zwaarder dan lucht en heeft daarom de neiging om zich in de onderste niveaus te verzamelen.

Ruimtes waarin essen met vloeibaar gas geïnstalleerd zijn moeten uitgerust zijn met ventilatiekanalen die vanuit de ruimte naar buiten leiden en zo het gas kunnen afvoeren in geval van lekken. Om dezelfde reden mogen gasessen, zowel lege als gedeeltelijk gevulde, niet geïn-stalleerd of bewaard worden in ruimtes die zich onder de grond bevinden (bv. in kelders). De essen mogen zich niet dicht bij een warmtebron bevinden (kachel, schouw, oven, enz. ), die de temperatuur in de es kan verhogen tot meer dan 50ºC. OKAP Min. 600 mm Min. 420 mm Min. 420 mmMin. 420 mm Min. 700 mm kap.

Aansluiting van het fornuis op de gasinstallatieOpgelet!Het fornuis moet op een gasinstal-latie aangesloten met het soort gas waaraan het fornuis in de fabriek werd aangepast. Informatie over het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, vindt u op het typeplaatje. Het for-nuis mag enkel aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties en enkel een installateur mag het fornuis aanpas-sen aan een ander soort gas.INSTALLATIE Instructies voor de installateurDe installateur moet:  gekwaliceerd zijn voor het aansluiten van gasinstallaties,  de informatie op het typeplaatje van het fornuis inzake het soort gas waaraan het fornuis aangepast is doorlezen en de in-formatie vergelijken met de gasleverings-voorwaarden op de installatieplaats,  controleren of:- de ventilatie, d.w.z.

de luchtcirculatie in de ruimtes, goed werkt, - de gasaansluitingen lekvrij zijn,- alle werkende onderdelen van het fornuis goed functioneren,- de elektrische installatie kan samen-werken met een aardingsleiding (nullei-ding).  de instellingen van de draaiknoppen voor de gasbranders met behulp van de bijgevoegde regelplaatjes regelen om een goede werking van de vonkontsteking en de gaslekbeveiliging te garanderen,Opgelet!Het fornuis mag enkel door een er-kend installateur op een gases met vloeibaar gas of een vaste gasinstal-latie aangesloten worden. Hierbij moeten de geldende veiligheidsvoor-schriften in acht genomen wordenMontage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis.De beveiliging wordt gemonteerd om te vo-orkomen dat het fornuis omvalt.

Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan-de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen.Fornuis, hoogte 850 mmA=60 mmB=103 mmFornuis, hoogte 900 mmA=104 mmB=147 mmAB42

INSTALLATIEHet fornuis heeft een buisaansluiting met schroefdraad van 1/2” diameter. Het is aan te raden om de aansluiting af te dichten met teontape. Als er een te groot draaimoment toegepast wordt bij het aandraaien (groter dan 20 Nm) of pakkingen, kan de aansluiting beschadigd raken en lekken. Bij het aansluiten van het fornuis op een gasinstallatie met vloeibaar gas moet op de aansluiting R1/2” een metalen uiteinde met een lengte van min. 0,5 m met een uiteinde voor een slang van 8x1 mm gedraaid worden. Om het uiteinde aan te draaien moet de veer van het scharnier van het deksel losgedraaid worden. De gasleiding mag de metalen ele-menten van de ombouw aan de achterkant van het fornuis niet raken.  Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet voorzien zijn van een aardingspin en mag zich niet bo-ven het fornuis bevinden.

Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische instal-latie moet ook na het opstellen van de oven bereikbaar zijn voor de gebruiker.  Voordat u het fornuis aansluit, moet u controleren of:- de zekering en de elektrische installatie bestand zijn tegen de belasting van de oven,- de elektrische installatie uitgerust is met een doeltreffend aardingssysteem dat voldoet aan de geldende normen en voorschriften. - het stopcontact goed bereikbaar is. Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatieAanpassing van het fornuis aan een ander soort gasDeze handeling mag enkel uitgevoerd wor-den door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties. Als het gas waarmee het fornuis gevoed moet worden, verschilt van het gas dat voor het fornuis voorzien is in de fabrieksversie, d. w. z.

G20 2E 20 mbar, G25 2L 25 mbar dan moeten de branderkoppen vervangen worden en moet de vlam opnieuw ingesteld worden. Opgelet. Na de installatie van het fornuis moet de afdichting van alle aansluitingen gecontroleerd worden met bv. water met zeep. Er mag geen vuur gebruikt worden om de afdichting te controleren.

Om het fornuis aan te passen aan de verbranding van een ander soort gas, moet u:  de branderkoppen vervangen (zie tabel hieronder),de “spaarvlam” instellen. Opgelet. De fornuizen worden door de producent uitgerust met branders die in de fabriek aan-gepast zijn aan het verbranden van het gas dat opgegeven is op het typeplaatje en op de garantiekaart.  Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met eenfasige wisselstroom (230V 1N~50Hz en uitgerust met een aansluitleiding van 3 x 1,5 mm2 met een lengte van ongeveer 1,5 m met een stek-ker met aarding. Attentie. Steeds nadat u de drukregelaar heeft vervangen, moet u het apparaat een technische keuring laten ondergaan die de gaskranen en de uitstroombe-veiliging omvat. 43.

Handelswijze bij omschakeling naar een ander soort gasVlamOmschakeling van vloeibaar gasnaar aardgasOmschakeling van aardgasnaar vloeibaar gasvolledig 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen.1.Gaskop van de brander v e r v a n g e n d o o r e e n gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen.2.Regelschroef licht indra-aien en grootte van de vlam controleren2.Regelschroef licht indra-aien en grootte van de vlam controlerenBranderspaarzaambovenbrandervan de ovenvolledig 1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen.2.Regelschroef licht indra-aien en grootte van de vlam instellen. Temperatuur van de oven moet 150 OC be-dragen.1.Gaskop van de brander vervangen door een gepaste kop volgens de tabel met gaskoppen.2.Regelschroef licht in-draaien en grootte van de vlam instellen.

De toegepaste branders van de gaskookplaat vereisen geen instelling van de basislucht-stroom. Een correcte vlam heeft binnenin duidelijk blauwgroene kegeltjes.Een korte, ruisende vlam of een lange, gele, rokende vlam zonder duidelijk afgetekende kegeltjes wijst op een slechte kwaliteit van het gas in de huisinstallatie of een beschadigde of vervuilde brander. Om de vlam te controleren moet u de brander ongeveer 10 minuten laten branden met volle vlam en daarna de draai-knop van het ventiel op spaarvlam plaatsen.

De vlam mag niet uitgaan of overspringen naar de branderkoppen.INSTALLATIEVervanging van een bran-derkop – draai de kop los met behulp van een speciale dopsleutel 7 en vervang de kop door een nieuwe die aangepast is aan het soort gas (zie tabel hierboven)Opgelet!Kleef na de instelling een etiketje met een beschrijving van het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, op het fornuis.KraanDEFENDIDe spaarvlam moet ter plaatse bij de ge-bruiker door de installateur worden ingesteld. Dit hangt af van het soort gebruikte gas en gasdruk.45De gastoevoer naar de branders van de gaskookplaat staat open en is met de gewone kranen ingesteld volgens. Bij fornuizen met beveiliging is een kraan met een gaslekbev-eiliging toegepast volgens. De kranen moeten ingesteld worden terwijl de brander aange-schakeld is op spaarvlam, dit met behulp van een regelschroevendraaiervan 2,5 mm.

46Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt  verwijder alle verpakkingsonderdelen,  verwijder voorzichtig (langzaam) de eti-ketten van de deur van de oven om de kleefband niet te breken. Als er resten lijm op de ruit achterblijven, kunt u gewone kleefband op de restjes plakken en die er daarna aftrekken. Als er een zichtbaar spoor achterblijft op de ruit, kunt u de ovenkamer opwarmen (zie hieronder), de opgewarmde ruit besproeien met een spray om ruiten te reinigen en dan afdro-gen met een zachte doek,  maak de schuif leeg, verwijder de onder-houdsmiddelen die in de fabriek aange-bracht zijn, uit de kamer van de oven,  neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,  schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,  warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig.

47Aansteken van de branders met ontsteker*  druk op de knop van de vonkontsteker die aangeduid is met ,  druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt,  stel de gewenste grootte van de vlam in (bv. “spaarzaam” ),  schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ).BEDIENINGBediening van de branders van de gaskookplaatKeuze van de potten en pannen Zorg ervoor dat de diameter van de bodem van de potten en pannen steeds groter is dan de kroon van de vlam en dat de potten en pannen afgedekt zijn met een deksel. Het is aangeraden om een pot te kiezen met een diameter van ongeveer 2,5-3 keer groter dan de diameter van de brander, d.w.z.

:  voor de hulpbrander – een diameter van 90 tot 150 mm,  voor de gemiddelde brander – een dia-meter van 160 tot 220 mm,  voor de grote brander – een diameter van 200 tot 240 mm, en de hoogte van de pot mag niet groter zijn dan zijn diameter. Aansteken van de branders zonder ont-steker  steek een lucifer aan,  druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  steek het gas aan met de lucifer,  stel de gewenste grootte van de vlam in (bv.

“spaarzaam” ),  schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ).Draaiknop voor de bediening van de brandersAansteken van de branders met een ontsteker die aan de draaiknop gekoppeld is*  druk de draaiknop van de kraan van de gewenste brander in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt,  nadat de vlam aangeslagen is, kunt u de draaiknop lossen en dan de gewenste grootte van de vlam instellen.SLECHT GOEDStand brander uitStand grote vlamStand spaar-vlam* Bepaalde modellen

48BEDIENINGKeuze van de vlam van de branderCorrect ingestelde branders hebben een helderblauwe vlam met een duidelijk afge-tekende kegel binnenin. De keuze van de grootte van de vlam hangt af van de instelling van de draaiknop van de brander: grote vlam kleine vlam (zgn. “spaarvlam”)uitgedoofde brander (de gastoevoer is afge-sloten)Afhankelijk van de behoefte kan de grootte van de vlam geleidelijk ingesteld worden.Opgelet!Bij fornuismodellen met een gaslek-beveiliging voor de branders van de kookplaat moet u tijdens het aanste-ken ongeveer 10 sec. de draaiknop stevig ingedrukt houden in de stand “grote vlam” voordat de beveiliging gaat werken.Opgelet!Het is verboden om de vlam in te stellen tussen de stand ‘uitgedoofde brander’ en de stand ‘grote vlam’ Werking van de gaslekbeveiligingBepaalde modellen (zie tabel p.

10) zijn uit-gerust met een automatisch systeem dat de gastoevoer naar de brander afsluit wanneer de vlam verdwijnt.Dit systeem beveiligt tegen het ontsnappen van gas wanneer de vlam op de brander uitgaat, bv. als gevolg van het onderstromen van de brander.De gebruiker moet tussenkomen om de brander terug aan te steken.GOEDSLECHT

49Opgelet!Alle ovens zijn uitgerust met gaskranen met een temperatuurregelaar en lekbeveiliging. Bij het aanschakelen van de oven, zoals hieronder beschreven, dient u de draaiknop ongeveer 3 sec. ingedrukt te houden. Dit is noodzakelijk om de sensor te laten opwar-men en de beveiliging in werking te stellen. Als de vlam dooft, moet deze handeling herhaald worden na 3 sec. Als de vlam niet aangaat binnen 10 sec., moet het ontste-ken herhaald worden na ong. 1 minuut, d.w.z. nadat de oven verlucht is.BEDIENINGFuncties en bediening van de ovenOpgelet!Bij fornuismodellen die geen grill-functie hebben, heeft de draaiknop geen stand De oven kan opgewarmd worden met behulp van de gasbrander van de oven of met het elektrische grillelement.

50BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u:  de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.

51Branders, rooster van de gaskook-plaat, ombouw van het fornuis  Als de branders en het rooster vuil zijn, moet u deze onderdelen wegnemen en wassen in warm water met een reini-gingsmiddel dat vet en vuil verwijdert. Wrijf de onderdelen daarna droog. Rei-nig grondig de gaskookplaat nadat u het rooster weggenomen heeft en wrijf ze droog met een zachte doek. Zorg er vooral voor dat de vlamopeningen van de ring rond de branderdop rein blijven – zie guur hieronder. Reinig de openingen van de branderkoppen met behulp van een dunne koperdraad. Gebruik geen staaldraad om de openingen te reinigen, boor ze niet open.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden.

Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “ ”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is.  Gebruik voor het reinigen van de ge -emailleerde oppervlakken zachte reini-gingsmiddelen. Gebruik geen sterk schu-rende middelen, zoals bv. schuurpoeders, schuurpasta’s, schuurstenen, puimsteen, ijzersponsjes enz.  Bij fornuizen van roestvrij staal moet de gaskookplaat eerst grondig gewassen worden voordat u ze gebruikt. Hierbij moet u in het bijzonder letten op restjes lijm van de folie die u wegnam bij de montage en kleefband die aangebracht werd bij het inpakken van het fornuis. De plaat moet regelmatig gereinigd worden na elk gebruik. Laat geen vuil aankoeken op de kookplaat, en laat zeker geen over-gelopen gerechten aanbranden.

Het is aangeraden een reinigingsmiddel van het type Stahl-Fix te gebruiken voor de eerste reiniging en voor lopend onderhoud.Opgelet!De onderdelen van de branders moeten steeds droog zijn. Waterres-ten kunnen de gasstroom blokke-ren, waardoor de brander slecht zal branden.

52REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISOven  De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlich-ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Vervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.

  Stel alle draaiknoppen in op stand “ ”/“0” en schakel de voeding uit,  Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog,  Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14  Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit,  Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de ovenOpgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.

53REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deurVerwijderen van de binnenruit 1.

54REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISVerwijderen van de binnenruit. 3 binnenruit.3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur). Fig. D, D1. 4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.D11122Verwijderen van de binnenruit. 2 binnenruit.D123123123

55Demontering van de zijladdertjesFornuizen die aangeduid zijn met letter , zijn Duitgerust met gemakkelijk uitneembare staaf-geleiders (laddertjes) voor insteekonderdelen van de oven. Om ze te demonteren moet u aan de klem vooraan (Z1) trekken, daarna de geleider wegbuigen en uit de klem achteraan nemen (Z2). Na het reinigen plaats u de ge-leider terug in de montageopeningen en drukt u de klemmen (Z1 en Z2) weer aan. REINIGING EN ONDERHOUD VAN DE OVENPeriodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook:  regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren.

Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst,  de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.Z2Z1

56HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij probleemsituaties moet u:  de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen  de elektrische voeding ontkoppelen  een herstelling aanvragen  sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.PROBLEEM1. De brander gaat niet aan2.De vonkontsteker steekt het gas niet aan3. De vlam gaat uit bij het aansteken van de brander4. de elektrische uitrusting werkt niet5.

de verlichting van de oven werkt nietOORZAAKVervuilde vlamopeningenStroompanneOnderbreking in de gas-toevoerVervuilde (vette) vonkont-stekerDe draaiknop van de kraan is niet voldoende ingedruktDe draaiknop van de kraan werd te vlug gelostStroompannelosgekomen of beschadigd lampjeHANDELSWIJZESluit de gastoevoer af, sluit de kranen van de branders af, verlucht de ruimte, neem de brander weg, reinig de vlamopeningen en blaas ze uitControleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringOpen het ventiel van de gastoevoerReinig de vonkontstekerHou de draaiknop ingedrukt totdat er een volle vlam rond de kroon van de brander ontstaatHou de draaiknop langer ingedrukt in de stand “grote vlam”Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringdraai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini-ging en onderhoud)

57BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak  het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis,  voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt),  het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.

58BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSVlees braden  in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.  bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.  bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.  het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.*de gegevens in de tabel gelden voor 1 kg vlees.

59 Nominale spanning 230V~50 Hz Nominaal vermogen max. 2,0 kW Categorie van het toestel DE II 2ELL 3B/P, NLII2L3B/P Afmetingen van het fornuis 60/85/60,5 cmVoldoet aan de vereisten van de Europese voorschriften normen EN 50304, EN 60335-1, EN 60335-2-6TECHNISCHE GEGEVENSVerklaring van de producentDe producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemdeEuropese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC,  Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit ,2004/108/EC Richtlijn gastoestellen ,2009/142/EC Richtlijn ErP ,2009/125/EC en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica SHGG 11667 W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden