Amica SHGG 11198 W Handleiding

Amica Fornuis SHGG 11198 W

Bekijk gratis de handleiding van Amica SHGG 11198 W (56 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Amica SHGG 11198 W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Do not use the cooker until you have read this instruction manual
IOAK-1613 / 8048239
(11.2010 /1)
SHGG*
51GG*Eco
(EN) INSTRUCTION MANUAL..........................................2
(NL) GEBRUIKERSHANDLEIDING28...............................

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: SHGG 11198 W

Handleiding Amica SHGG 11198 W – volledige tekst

28GEACHTE KLANT,De fornuizen van Amica combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffend�heid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kun�nen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko�men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

30VEILIGHEIDSINSTRUCTIES  Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.  Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken.  Zorg ervoor, dat de elektrische kabels van gemechaniseerde keukentoestellen, bv. mixers, de hete onderdelen van het fornuis niet raken.  Plaats geen lichtontvlambare materialen in de schuif, want deze kunnen ontvlammen terwijl de oven werkt.  Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting.  Let op het kookpunt, zodat de branders niet onderlopen.

 Als het fornuis beschadigd is, mag u het pas opnieuw gebruiken na herstelling door een vakman.  Opendekraanopdegasaansluitingofhetventielopdegasesnietvoordatugecontro-leerd hebt of alle kranen gesloten zijn.  Zorgervoordatdebrandersnietonderlopenofvuilworden. Reinigendroogvuilebrandersonmiddellijk nadat ze afgekoeld zijn.  Plaats geen potten of pannen rechtstreeks op de branders.  Plaats geen potten of pannen van meer dan 10 kg op het rooster boven een brander, en geen potten en pannen met een gezamenlijk gewicht van meer dan 40 kg op het volledige rooster.  Sla niet op de draaiknoppen of branders.  Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven  Het is verboden om aanpassingen of herstellingen aan het fornuis te laten uitvoeren door ongeschoolde personen.

 Het is verboden om de vlam van de brander te doven door erop te blazen  Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.  Het glazen deksel kan barsten als het opgewarmd wordt. Doof eerst alle branders voordat u het deksel sluit. (Fornuizen met een glazen deksel – zie “Kenmerken van het toestel”).

31VEILIGHEIDSINSTRUCTIES  Het is verboden om zelfstandig het fornuis aan te passen aan een ander soort gas, het fornuis naar een ander plaats te verplaatsen of aanpassingen door te voeren aan de voeding. Deze handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.  Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.  Laat geen kinderen of personen die de gebruikershandleiding niet kennen, toe tot het fornuis.  NDIENUVERMOEDTDATERGASVRIJKOMT,ISHETVERBODENOM: ucifers aan te steken, sigaretten te roken, elektrische ontvangers aan- en uit te schake-len (bel of lichtknop) en andere elektrische en mechanische toestellen te gebruiken die elektrische of contactvonken kunnen doen ontstaan.

In zulke gevallen moet u onmid-dellijkhetventielvandegasesofdekraanvandegasinstallatieafsluitenenderuimteverluchten,endaarnaeengekwaliceerdepersoonroepenomdeoorzaakvandegaslekte verhelpen.  In geval van technische defecten moet u onmiddellijk de elektrische voeding van het fornuis uitschakelen (en daarbij bovenstaande regel toepassen) en een herstelling aanvragen.  Er mogen geen antennekabels bv. voor radio-ontvangers, aangesloten worden op de gasinstallatie.  In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkende gasinstallatie, moet u onmiddellijk de gastoevoer afsluiten met het afsluitventiel.  Ingevalvanontbrandingvan gasdatontsnaptuiteenlekkendventiel vandegases,moetueennattedekenopdeesgooienenhetventielvandeesafsluitenomdeestelatenafkoelen. Draagdeesnaareenopenruimtealszeafgekoeldis.

Hetisverbodenomeenbeschadigdegasesopnieuwtegebruiken.  Als u het fornuis gedurende enkele dagen niet gebruikt, sluit dan de hoofdkraan van de gasinstallatieaf. Alsugebruikmaaktvaneengases,sluitdanhetventielafnaelkge-bruik.  Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.

32ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier: Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn. Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.

Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit. Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily.  Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.

33 Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.

De materialen die gebruikt zijn bij de pro- ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia- len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN

35 750 mm2 cm 2 cmINSTALLATIE Onderstaande instructies zijn bestemd voor gekwaliceerdeinstallateursdiehettoestelinstalleren. Met behulp van deze instructies kan het toestel op een zo professioneel mo-gelijke manier geïnstalleerd en onderhouden worden. Opstelling van het fornuis  De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De geschiktheid van de ruimte voor het opstellen van een gasfornuis wordt geëvalueerd op basis van volgende rechtsvoorschriften.  De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgassen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze ins tall atie m oet bes taan u it e en ventilatierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd wo rd en v ol gen s d e bi jg ev oeg de gebruikershandleidingen.

De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen.  De ruimte moet ook de toevoer van lucht toelaten, die onontbeerlijk is voor een correcte verbranding van het gas. De luchttoevoer mag niet minder zijn dan 2m3/h voor 1 kW vermogen van de branders. De lucht moet direct van buiten aangevoerd worden door een kanaal met een doorsnede van min. 100 cm2, of direct uit aanpalende ruimtes die uitgerust zijn met ventilatiekanalen die uitgeven naar buiten.  Als het fornuis intensief en lang gebruikt wordt, kan het noodzakelijk zijn om een venster te openen om de ventilatie te verbeteren.  Vloeibaar gas is zwaarder dan lucht en heeft daarom de neiging om zich in de onderste niveaus te verzamelen.

Om dezelfderedenmogengasessen,zowellege als gedeeltelijk gevulde, niet geïn- stalleerd of bewaard worden in ruimtes die zich onder de grond bevinden (bv. in kelders). Deessenmogenzichnietdicht bij een warmtebron bevinden (kachel, schouw, oven, enz. ), die de temperatuur in de es kan verhogen tot meer dan50ºC.

36  Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).  Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuifwegneemt.Regelbereik+/-5mm.INSTALLATIE Aansluiting van het fornuis op de gasinstallatieOpgelet! Het fornuis moet op een gasinstal- latie aangesloten met het soort gas waaraan het fornuis in de fabriek werd aangepast. Informatie over het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, vindt u op het typeplaatje.

Het for-nuis mag enkel aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties en enkel eeninstallateur mag het fornuis aanpas-sen aan een ander soort gas.Instructies voor de installateurDe installateur moet:  gekwaliceerdzijnvoorhetaansluitenvangasinstallaties,  de informatie op het typeplaatje van het fornuis inzake het soort gas waaraan het fornuis aangepast is doorlezen en de in-formatie vergelijken met de gasleverings-voorwaarden op de installatieplaats,  controleren of: - de ventilatie, d.w.z. de luchtcirculatie in de ruimtes, goed werkt, - de gasaansluitingen lekvrij zijn,- alle werkende onderdelen van het fornuis goed functioneren, - de elektrische installatie kan samen- werken met een aardingsleiding (nullei-ding).

37INSTALLATIE Aansluiting op een elastische stalen leiding.Als het fornuis in overeenstemming met de principes voor klasse 2, subklasse I, geïn-stalleerd wordt, dan raden we aan om bij de aansluiting van het fornuis op de gasinstal-latie uitsluitend een elastische metalen leiding te gebruiken, die aan de geldende nationale voorschriften voldoet. De verbinding die het gas naar het fornuis aanvoert, heeft een G1/2” schroefdraad. Voor de aansluiting mogen enkel buizen en pakkingen gebruikt worden, die aan de gel-dende normen voldoen. De maximale lengte van de elastische leiding mag niet meer dan 2000 mm bedragen.Zorg ervoor, dat de aansluiting niet in contact komt met andere beweeglijke delen, die de aansluiting zouden kunnen beschadigen. Aansluiting op een onbuigbare instal-latiebuis. Het fornuis heeft een verbindingsstuk met een G1/2” schroefdraad.

Het toestel moet zo op de gasinstallatie aan-gesloten worden, dat er op geen enkel punt van de installatie en op geen enkel element van het toestel spanning ontstaat.Als er een overdreven draaimoment toege-past wordt bij het aandraaien (meer dan 18 Nm), dan kan dit de aansluiting beschadigen of lekken doen ontstaan. De gasleiding mag de metalen elementen van de ombouw aan de achterkant van het fornuis niet raken.Opgelet! Het fornuis mag enkel door een er-kendinstallateuropeengasesmetvloeibaar gas of een vaste gasinstal- latie aangesloten worden. Hierbij moeten de geldende veiligheidsvoor-schriften in acht genomen worden Opgelet!Na de installatie van het fornuis moet de afdichting van alle aansluitingen gecontroleerd worden met bv. water met zeep.Er mag geen vuur gebruikt worden om de afdichting te controleren.

38INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatie  Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met eenfasige wisselstroom (230V 1N~50Hz en uitgerust met een aansluitleiding van 3 x 1,5 mm2 met een lengte van ongeveer 1,5 m met een stek-ker met aarding.  Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet voorzien zijn van een aardingspin en mag zich niet bo-ven het fornuis bevinden. Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische instal- latie moet ook na het opstellen van de oven bereikbaar zijn voor de gebruiker.

 Voordat u het fornuis aansluit, moet u controleren of:- de zekering en de elektrische installatie bestand zijn tegen de belasting van de oven,- de elektrische installatie uitgerust is met een doeltreffend aardingssysteem dat voldoet aan de geldende normen en voorschriften.- het stopcontact goed bereikbaar is.Aanpassing van het fornuis aan een ander soort gasDeze handeling mag enkel uitgevoerd wor- den door een erkend installateur met de gepastekwalicaties. Als het gas waarmee het fornuis gevoed moet worden, verschilt van het gas dat voor het fornuis voorzien is in de fabrieksversie, d.w.z. G20 (GZ 50) 20 mbar, dan moeten de branderkoppen vervangen worden en moet de vlam opnieuw ingesteld worden.

39INSTALLATIE Om het fornuis aan te passen aan de verbranding van een ander soort gas, moet u:  de branderkoppen vervangen (zie tabel hieronder),de “spaarvlam” instellen.Vlam van de brander Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgasOmschakeling van aardgas naar vloeibaar gas Vol1. Vervang de branderkop door een gepaste kop vol-gens de tabel.Spaarzaam1. Vervang de branderkop door een gepaste kop volgens de tabel.2. Draai de regelmoer licht-jes uit en regel de grootte van de vlam. 2. Draai de regelmoer lichtjes in en controleer de grootte van de vlam.Soort gasBranderkoptype/diametergrootgemiddeldhulpOm de instellingen te regelen moeten de draaiknoppen van de kranen weggenomen worden. Opgelet!

De fornuizen worden door de producent uitgerust met branders die in de fabriek aan-gepast zijn aan het verbranden van het gas dat opgegeven is op het typeplaatje en op de garantiekaart.1,070,690,850,480,550,34G20 /20 mbar G30 (Liquid) /50 mbar oven „a“1,300,75310

40De toegepaste branders van de gaskookplaat vereisen geen instelling van de basislucht-stroom. Een correcte vlam heeft binnenin duidelijk blauwgroene kegeltjes.Een korte, ruisende vlam of een lange, gele, rokende vlam zonder duidelijk afgetekende kegeltjes wijst op een slechte kwaliteit van het gas in de huisinstallatie of een beschadigde of vervuilde brander. Om de vlam te controleren moet u de brander ongeveer 10 minuten laten branden met volle vlam en daarna de draai-knop van het ventiel op spaarvlam plaatsen. De vlam mag niet uitgaan of overspringen naar de branderkoppen.INSTALLATIEOpgelet!

Het aanpassen van het toestel aan een ander soort gas dan door de producent aangegeven is op het type-plaatje van het fornuis, of de aankoop van een fornuis voor een ander soort gas dan het soort dat geïnstalleerd is in de woning, is uitsluitend een beslis-sing van de gebruiker – installateur.Bij fornuizen met beveiliging is een kraan met eengaslekbeveiligingtoegepastvolgensg.De kranen moeten ingesteld worden terwijl de brander aangeschakeld is op spaarvlam, dit met behulp van een regelschroevendraaier van 2,5 mm.Vervanging van een bran- derkop – draai de kop los met behulp van een speciale dopsleutel 7 en vervang de kop door een nieuwe die aangepast is aan het soort gas (zie tabel hierboven)Regelplaatje“a”Fig. BVervanging van de branderkop van de oven – regeling van de luchtstroom.Fig.

C o p r e c i Kr aan me t gaslek-beveiligingOpgelet!Kleef na de instelling een etiketje met een beschrijving van het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, op het fornuis.

41Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt  verwijder alle verpakkingsonderdelen,  verwijder voorzichtig (langzaam) de eti-ketten van de deur van de oven om de kleefband niet te breken. Als er resten lijm op de ruit achterblijven, kunt u gewone kleefband op de restjes plakken en die er daarna aftrekken. Als er een zichtbaar spoor achterblijft op de ruit, kunt u de ovenkamer opwarmen (zie hieronder), de opgewarmde ruit besproeien met een spray om ruiten te reinigen en dan afdro-gen met een zachte doek,  maak de schuif leeg, verwijder de onder-houdsmiddelen die in de fabriek aange-bracht zijn, uit de kamer van de oven,  neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,  schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,  warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig.

42Aansteken van de branders met ontsteker*  druk op de knop van de vonkontsteker die aangeduid is met ,  druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt,  stel de gewenste grootte van de vlam in (bv. “spaarzaam” ),  schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ).BEDIENINGBediening van de branders van de gaskookplaatKeuze van de potten en pannen Zorg ervoor dat de diameter van de bodem van de potten en pannen steeds groter is dan de kroon van de vlam en dat de potten en pannen afgedekt zijn met een deksel. Het is aangeraden om een pot te kiezen met een diameter van ongeveer 2,5-3 keer groter dan de diameter van de brander, d.w.z.

:  voor de hulpbrander – een diameter van 90 tot 150 mm,  voor de gemiddelde brander – een dia-meter van 160 tot 220 mm,  voor de grote brander – een diameter van 200 tot 240 mm, en de hoogte van de pot mag niet groter zijn dan zijn diameter. Aansteken van de branders zonder ont-steker  steek een lucifer aan,  druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  steek het gas aan met de lucifer,  stel de gewenste grootte van de vlam in (bv.

“spaarzaam” ),  schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ).Draaiknop voor de bediening van de brandersStand brander uitStand grote vlamStand spaarvlamAansteken van de branders met een ontsteker die aan de draaiknop gekoppeld is*  druk de draaiknop van de kraan van de gewenste brander in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt,  nadat de vlam aangeslagen is, kunt u de draaiknop lossen en dan de gewenste grootte van de vlam instellen.SLECHT GOED* Bepaalde modellen

43BEDIENINGKeuze van de vlam van de brander Correct ingestelde branders hebben een helderblauwe vlam met een duidelijk afge- tekende kegel binnenin. De keuze van de grootte van de vlam hangt af van de instelling van de draaiknop van de brander: grote vlam kleine vlam (zgn. “spaarvlam”)uitgedoofde brander (de gastoevoer is afge-sloten)Afhankelijk van de behoefte kan de grootte van de vlam geleidelijk ingesteld worden.Opgelet!Bij fornuismodellen met een gaslek-beveiliging voor de branders van de kookplaat moet u tijdens het aanste- ken ongeveer 10 sec. de draaiknop stevig ingedrukt houden in de stand “grote vlam” voordat de beveiliging gaat werken.Opgelet!Het is verboden om de vlam in te stellen tussen de stand ‘uitgedoofde brander’ en de stand ‘grote vlam’ Werking van de gaslekbeveiligingBepaalde modellen (zie tabel p.

10) zijn uit-gerust met een automatisch systeem dat de gastoevoer naar de brander afsluit wanneer de vlam verdwijnt.Dit systeem beveiligt tegen het ontsnappen van gas wanneer de vlam op de brander uitgaat, bv. als gevolg van het onderstromen van de brander. De gebruiker moet tussenkomen om de brander terug aan te steken.GOEDSLECHT

44Opgelet!Alle ovens zijn uitgerust met gaskranen met een temperatuurregelaar en lekbeveiliging. Bij het aanschakelen van de oven, zoals hieronder beschreven, dient u de draaiknop ongeveer 3 sec. ingedrukt te houden. Dit is noodzakelijk om de sensor te laten opwar-men en de beveiliging in werking te stellen. Als de vlam dooft, moet deze handeling herhaald worden na 3 sec. Als de vlam niet aangaat binnen 10 sec., moet het ontste-ken herhaald worden na ong. 1 minuut, d.w.z. nadat de oven verlucht is.BEDIENINGfuncties en bediening van de ovenOpgelet! Bij fornuismodellen die geen grill- functie hebben, heeft de draaiknop geen stand De oven kan opgewarmd worden met behulp van de gasbrander van de oven of met het elektrische grillelement.

45BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u:  de draaiknop van de oven op de stand met symbool , de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven ko-men.

46Branders, rooster van de gaskook-plaat, ombouw van het fornuis  Als de branders en het rooster vuil zijn, moet u deze onderdelen wegnemen en wassen in warm water met een reini- gingsmiddel dat vet en vuil verwijdert. Wrijfdeonderdelendaarnadroog.Rei- nig grondig de gaskookplaat nadat u het rooster weggenomen heeft en wrijf ze droog met een zachte doek. Zorg er vooral voor dat de vlamopeningen van de ring rond de branderdop rein blijven – zie guur hieronder. Reinig de openingen van de branderkoppen met behulp van een dunne koperdraad. Gebruik geen staaldraad om de openingen te reinigen, boor ze niet open.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking. Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden.

Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is.  Gebruik voor het reinigen van de ge- emailleerde oppervlakken zachte reini-gingsmiddelen. Gebruik geen sterk schu-rende middelen, zoals bv. schuurpoeders, schuurpasta’s, schuurstenen, puimsteen, ijzersponsjes enz.  Bij fornuizen van roestvrij staal moet de gaskookplaat eerst grondig gewassen worden voordat u ze gebruikt. Hierbij moet u in het bijzonder letten op restjes lijm van de folie die u wegnam bij de montage en kleefband die aangebracht werd bij het inpakken van het fornuis. De plaat moet regelmatig gereinigd worden na elk gebruik. Laat geen vuil aankoeken op de kookplaat, en laat zeker geen over- gelopen gerechten aanbranden.

Het is aangeraden een reinigingsmiddel van het type Stahl-Fix te gebruiken voor de eerste reiniging en voor lopend onderhoud.Opgelet!De onderdelen van de branders moeten steeds droog zijn. Waterres-ten kunnen de gasstroom blokke-ren, waardoor de brander slecht zal branden.

47REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISOven  De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlich-ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet.  De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Vervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.

 Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit,  Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog,  Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14  Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goedindekeramischettingzit,  Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de ovenOpgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.

48REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen. Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terug-plaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deurVerwijderen van de binnenruit 4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren.

Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden.ABCVerwijderen van de binnenruit 1. Draai met behulp van een kruisschroe-vendraaier de schroeven in de zijdoppen uit(g.A). 2. Duw de doppen uit met behulp van een platte schroevendraaier en neem de bo-venlatvandedeurweg(g.A,B). 3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur) (Fig. C).

49Periodieke controle Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook:  regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst,  de vastgestelde gebreken verhelpen,  een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUIS

50HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij probleemsituaties moet u:  de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen  de elektrische voeding ontkoppelen  een herstelling aanvragen  sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.PROBLEEM1. De brander gaat niet aan2.De vonkontsteker steekt het gas niet aan3. De vlam gaat uit bij het aansteken van de brander4. de elektrische uitrusting werkt niet5.

de verlichting van de oven werkt nietOORZAAKVervuilde vlamopeningenStroompanneOnderbreking in de gas-toevoerVervuilde (vette) vonkont-stekerDe draaiknop van de kraan is niet voldoende ingedruktDe draaiknop van de kraan werd te vlug gelostStroompannelosgekomen of beschadigd lampjeHANDELSWIJZESluit de gastoevoer af, sluit de kranen van de branders af, verlucht de ruimte, neem de brander weg, reinig de vlamopeningen en blaas ze uitControleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringOpen het ventiel van de gastoevoerReinigdevonkontstekerHou de draaiknop ingedrukt totdat er een volle vlam rond de kroon van de brander ontstaatHou de draaiknop langer ingedrukt in de stand “grote vlam”Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringdraai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje(ziehoofdstukReini-ging en onderhoud)

51BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak  het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis,  voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt),  het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.

52BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSVlees braden  in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.  bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.  bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.  het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.*de gegevens in de tabel gelden voor 1 kg vlees.

41 kgVoldoet aan de vereisten van de Europese voorschriften normen EN 50304, EN 60335-1, EN 60335-2-6*volgens EN 50304 De capaciteit afhankelijk van de uitrusting van de oven is opgegeven bij de technische kenmerken en op het etiket voor energieverbruik.Verklaring van de producentDe producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemdeEuropese richtlijnen:  Laagspanningsrichtlijn73/23/EEG,  Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 89/336/EEG, Richtlijn gastoestellen 90/396/EEG,en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.TECHNISCHE GEGEVENS

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica SHGG 11198 W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden