Ambrogio L85 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Ambrogio L85 (42 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Ambrogio L85 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/42
GEBRUIKERSHANDLEIDING

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ambrogio
Categorie: Grasmaaier
Model: L85

Handleiding Ambrogio L85 – volledige tekst

1GebruiksvoorschriftenNLINHOUDSOPGAVEAlgemene informatie. 2Doel van de handleiding. 2Identicatie fabrikant en toestel. 3Informatie in verband met de veiligheid. 3Veiligheidsnormen. 3Veiligheidsuitrustingen. 4Veiligheidssignalen. 5Technische informatie. 6Technische gegevens. 6Algemene beschrijving toestel. 7Hoofdorganen / standaarduitrusting. 8Installatie. 9Verpakking en uitpakken. 9Planning installatie systeem. 9Denitie baan perimetrische draad. 11Methode voor terugkeer naar het herlaadstation. 11Predispositie snelle terugkeer van de robot naar het herlaadstation. 12Voorbereiding en afgrenzing werkzones. 13Installatie perimetrische draad. 17Installatie herlaadstation en toevoereenheid. 18Batteriijen opladen bij het eerste gebruik. 19Afstellingen. 20Aanbevelingen voor de afstellingen. 20Afstelling maaihoogte. 20Gebruik en werking. 21Verplichtingen voor het gebruik.

21Beschrijving commando’s robot. 21Toegang tot de menu’s. 21Navigatie. 22Instellingen - programmeringswijze. 24Werkuren – programmeringswijze. 25Secundaire zones - programmeringswijze. 26Veiligheid - programmeringswijze. 26Gebruikswijze - programmeringswijz. 27Opties taal - programmeringswijze. 27Inbedrijfstelling – automatische werk-wijze. 27Veilig stoppen van de robot. 28Automatische terugkeer naar het herlaadstation. 28Gebruik van de robot in gesloten zones zonder herlaadstation. 28Ingave paswoord. 29Visualisatie display tijdens het werken. 29Langdurige stilstand en weer-in-bedrijfstelling. 30Batterijen opladen voor lange stilstand. 31Suggesties voor het gebruik. 32Gewoon onderhoud. 32Aanbevelingen voor het onderhoud. 32Tabel intervallen voor geprogrammeerd onderhoud. 32Reiniging robot. 33Defecten opsporen. 34Defecten, oorzaken en oplossingen. 34Vervanging onderdelen.

39De reproductie, geheel of gedeeltelijk, van dit document is verboden zonder schriftelijke toestemming van de constructeur. De constructeur zet zich in voor een constante verbetering van het product en behoudt zich het recht voor om dit document zonder waarschuwing te wijzigen, mits dit geen risico’s voor de veiligheid inhoudt. © 2008 - Auteur van de teksten, de tekeningen en de lay-out: Tipolito La Zecca. De teksten mogen volledig of gedeeltelijk gereproduceerd worden mits de auteur wordt aangeduiMD-CT-RO-07-R3. 2 - NL - 10-2018.

2GebruiksvoorschriftenNLALGEMENE INFORMATIEDOEL VAN DE HANDLEIDING• Deze handleiding, die een integrerend deel is, van het toestel werd door de Fabrikant opgesteld om de nodige informatie te verschaffen aan de personen die toestemming hebben om met dit product te werken in de loop van zijn voorziene levensduur.• Naast de toepassing van een goede gebruikstechniek, moeten de bestemmelingen deze informatie aandachtig lezen en strikt toepassen.• Deze informatie wordt door de Fabrikant in zijn originele taal (Italiaans) verschaft en mag in andere talen vertaald worden om te voldoen aan de wettelijke en/of commerciële vereisten.• Het lezen van deze informatie staat toe risico’s voor de gezondheid en de veiligheid van personen en economische schade te voorkomen.• Bewaar deze handleiding gedurende de hele levensduur van het toestel op een bekende en gemakkelijk toegankelijke plaats, om hem steeds ter beschikking te hebben wanneer raadpleging nodig is.• Sommige informatie en afbeeldingen die in deze handleiding zijn aangegeven kunnen mogelijk niet perfect overeenstemmen met het product dat u bezit, maar dit compromitteert de functie er niet van.• De Fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan te brengen zonder voorafgaande verwittiging.• Om de aandacht te trekken op enkele delen van de tekst die bijzonder belangrijk zijn, of om belangrijke wijzigingen aan te geven, heeft men enkele symbolen gebruikt, waarvan de betekenis hierna beschreven wordt.Gevaar – Let opDit symbool wijst op ernstig gevaar dat, indien het verwaarloosd wordt, tot een ernstig risico kan leiden voor de gezondheid en de veiligheid van de personen.Waarschuwing - VerwittigingDit symbool wijst erop dat men een geschikt gedrag moet aanhouden om de gezondheid en de veiligheid van de personen niet in gevaar te brengen en geen economische schade te veroorzaken.BelangrijkDit symbool wijst op bijzonder belangrijke technische informatie die niet verwaarloosd mag worden.

3GebruiksvoorschriftenNLIDENTIFICATIE FABRIKANT EN TOESTELHet afgebeelde identicatieplaatje bevindt zich direct op het toestel. Hierop zijn de referenties en alle aanwijzingen aangegeven die nodig zijn voor een veilig gebruik. Richt u tot het Assistentiecentrum van de Fabrikant of tot een van de geautoriseerde centra voor eender welke behoefte. Gelieve bij iedere aanvraag voor technische service, de gegevens mee te delen die aangegeven zijn op het identicatieplaatje, het benaderende aantal werkuren en het type aangetroffen defect. A. Identicatie Fabrikant. B. CE-Conformiteitsmarkering. C. Model en Versie / serienummer / bouwjaar. D.

Technische gegevens: Spanning, Stroom, Beschermingsgraad, Massa, MaaibreedteSerial Number : Manufactured by Xxxxxxxxxxxxxxxxxx, XxxxxxxxxxxxxxxxxXXXXX Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx (XX) - XXXXXXXXXXXXXXXXXXMODEL TYPE MFG(C) Bouwjaar(C) Model(B) CEConformiteitsmarkering(A) Identificatie fabrikant(D) Technische gegevens (C) SerienummerIDENTIFICATIEPLAATJE(C) VersieINFORMATIE IN VERBAND MET DE VEILIGHEIDDe constructeur heeft speciale aandacht geschonken aan de aspecten die risico’s kunnen veroorzaken voor de veiligheid en de gezondheid van de personen die met de apparatuur werken. Het doel van deze informatie is de gebruiker te sensibiliseren, zodat aandacht wordt geschonken om eender welk risico te voorkomen. VEILIGHEIDSNORMENDIT PRODUCT IS VOORZIEN VAN EEN MES, EN IS GEEN SPEELGOED.

• Lees aandachtig de ganse handleiding door, en vooral de informatie over de veiligheid, en controleer dat alles is begrepen. Gebruik de apparatuur enkel voor het gebruik dat voorzien wordt door de fabrikant. Respecteer nauwgezet alle aanwijzingen voor de werking, het onderhoud en de herstellingen. • Controleer gedurende de werking van de robot dat in de werkzone geen personen aanwezig zijn, en vooral geen kinderen, bejaarden, mindervaliden en huisdieren.

Anders wordt aanbevolen om de werkzaamheden van de robot te programmeren tijdens de uren dat in die zone niemand aanwezig is. Bewaak het toestel als huisdieren, kinderen of andere personen in de buurt aanwezig zijn. Als een persoon of een dier zich binnen het traject van de robot bevindt, moet deze onmiddellijk gestopt worden. • In werkgebieden die niet zijn afgebakend met een omheining die moeilijk kan overschreden worden, moet het apparaat gecontroleerd worden tijdens de werking. • De waarschuwingssignalen moeten rond het werkgebied van de maaier voorzien worden, indien gebruikt in openbare zones. De signaleringen moeten de volgende tekst bevatten: “Opgelet. Automatische maaier. Uit de buurt van de machine blijven. Toezicht houden op kinderen.

”• Deze robot is niet bedoeld voor gebruik door kinderen en personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of indien aanwijzingen werden gekregen over het gebruik van het toestel. Kinderen moeten bewaakt worden om te garanderen dat ze niet met het toestel spelen. • Sta niet toe dat de robot wordt gebruikt door personen die de werking en het gedrag ervan niet kennen. • De operatoren die het onderhoud en de herstelling uitvoeren, moeten volledig vertrouwd zijn met de specieke kenmerken en de veiligheidsvoorschriften. Voordat de robot wordt gebruikt, moet.

4GebruiksvoorschriftenNLde gebruiksaanwijzing doorgelezen worden en moeten de instructies begrepen worden. • Gebruik alleen originele onderdelen; het ontwerp van de robot mag niet veranderd worden, en de geïnstalleerde veiligheidsvoorzieningen mogen niet geforceerd, omzeild, geëlimineerd of verwijderd worden. De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid af als niet-originele onderdelen worden gebruikt. Het niet nakomen van deze verplichting kan ernstige risico’s veroorzaken voor de veiligheid en de gezondheid van de personen. • Controleer of geen speelgoed, gereedschappen, takken, kleding of andere voorwerpen op het grasveld liggen die de messen kunnen beschadigen. Eventuele voorwerpen op het gras kunnen de robot beschadigen of blokkeren. • Ga niet op de robot zitten. Til de robot nooit op om hem te transporteren of het mes te inspecteren wanneer het toestel in werking is.

Houd de handen en de voeten uit de buurt van het toestel wanneer het in werking is. • Gebruik de robot niet wanneer het irrigatiesysteem in werking is. In dit geval moet de programmering zodanig uitgevoerd worden dat de robot en het irrigatiesysteem niet gelijktijdig werken. Was de robot niet met hogedruk waterstralen, en dompel hem niet geheel of gedeeltelijk onder in water, omdat hij niet waterdicht is. • Schakel de stroomtoevoer uit en activeer de beveiliging voordat eender welke afstelling of onderhoudshandeling wordt uitgevoerd die kan worden uitgevoerd door de gebruiker. Gebruik de persoonlijke beschermingsmiddelen die worden voorzien door de fabrikant, en draag beschermende handschoenen wanneer het mes wordt gehanteerd. • De reiniging en de onderhoudshandelingen die mogen uitgevoerd worden door de gebruiker mogen niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.

In geval van mechanische schade moeten de relatieve onderdelen vervangen worden. • Gebruik de robot niet wanneer de stroomkabel van de transformator is beschadigd. Een beschadigde stroomkabel kan leiden tot contact met onder spanning staande delen. De kabel moet worden vervangen door de fabrikant of zijn assistentiedienst of een gelijkwaardig gekwaliceerde persoon, om eender welk risico te vermijden. • Als de stroomkabel wordt beschadigd gedurende het gebruik, moet op de toets “STOP” gedrukt worden om de robot te stoppen en moet de stekker uit het stopcontact gehaald worden. • Controleer visueel, aan regelmatige intervallen, dat het mes, de montageschroeven en het snijmechanisme niet versleten of beschadigd zijn. Zorg er voor dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid zodat de goede werkcondities van de robot worden gegarandeerd.

• In geval van abnormale trillingen van de robot gedurende het gebruik, moet op de toets “STOP” gedrukt worden om de robot te stoppen en moet de stekker uit het stopcontact gehaald worden. • Het is absoluut verboden om de robot te gebruiken en op te laden in explosieve en ontvlambare omgevingen. • Gebruik alleen de batterijlader en het stroomvoorzieningstoestel die worden geleverd door de leverancier. Oneigenlijk gebruik kan leiden tot elektrische schokken, oververhitting of lekken van corrosieve batterijvloeistof. In geval van vloeistoekken moet de batterij worden gereinigd met water/neutralisator; raadpleeg een arts in geval van contact met de ogen. VEILIGHEIDSUITRUSTINGEN1. ObstakelsensorWanneer de robot in botsing komt met een vast voorwerp met een hoogte van meer dan 10 cm (3.

94 ") wordt de stootsensor ingeschakeld, de robot blokkeert de beweging in deze richting en gaat achteruit om de hindernis te vermijden. 2. HellingmeterIndien de robot werkt op een vlak dat sterker helt dan aangegeven is in de technische specicaties, of indien hij omgekanteld wordt, zet de robot het snijmes stil. 3.

5GebruiksvoorschriftenNL4. Bescherming tegen overbelastingElke motor (mes en wielen) wordt tijdens de werking voortdurend gemonitoreerd voor alle situaties die tot oververhitting kunnen leiden. Indien er zich een overbelasting voordoet in de motor van de wielen, doet de robot enkele pogingen om in de tegenovergestelde richting te gaan. Als de overbelasting blijft, stopt de robot en wordt het defect gesignaleerd. Als de overbelasting zich in de motor van het snijmes voordoet, zijn er twee mogelijke reacties. Als de parameters binnen de eerste range liggen, zal de robot enkele manoeuvres uitvoeren om het snijmes vrij te zetten. Als de overbelasting onder de beschermingrange is, stopt de robot en wordt het defect van de motor gesignaleerd. 5. Sensor signaal afwezigIndien het signaal afwezig is, zal de robot onmiddellijk gestopt worden.

VEILIGHEIDSSIGNALENLees aandachtig de gebruiksaanwijzingen en zorg ervoor dat U de betekenis ervan begrepen hebt alvorens de machine te gebruiken. STOPRaak het mes niet aan, steek geen handen en voeten onder het toestel wanneer dit in werking is. Wacht tot het mes en de draaiende delen volledig stilstaan alvorens ze te benaderen. Klim niet op de machine. STOPSchakel de veiligheidsinrichting aan alvorens aan de machine te werken of ze op te tillen. Houd een geschikte veiligheidsafstand van de machine tijdens de werking. Tijdens de werking van de robot dient men zich ervan te verzekeren dat er in de werkzone geen personen (in het bijzonder kinderen, ouderen of mindervalieden) of huisdieren aanwezig zijn. Houd de kinderen, de huisdieren en de andere personen op veiligheidsafstand wanneer de machine in bedrijf is.

Tijdens de werking van de robot dient men zich ervan te verzekeren dat er in de werkzone geen personen (in het bijzonder kinderen, ouderen of mindervalieden) of huisdieren aanwezig zijn. Houd de kinderen, de huisdieren en de andere personen op veiligheidsafstand wanneer de machine in bedrijf is. Om dit risico te voorkomen, raadt men aan de werking van de robot in geschikte tijdsperiodes te programmeren. Gebruik de robot enkel met de stroomvoorzieningstoestellen die zijn aangeduid in de “Technische Gegevens” in het hoofdstuk “Technische Informatie”.

In geval van regelmatige grasvelden.35% nabij de externe boord of de perimetrische draad.Omgevingstemperatuur werking Max °CROBOT: -10°(14 F.) (Min) +50° (122 F.) (Max)LAADSTATION: -10°(14 F.) (Min) +45° (113 F.) (Max)BATTERIJLADER: -10°(14 F.) (Min) +40° (104 F.) (Max)Gemeten niveau akoestisch vermogen dB(A) 64Beschermingsgraad tegen water IPROBOT: IPx4LAADSTATION: IPx4BATTERIJLADER: IPx4Elektrische kenmerkenToevoereenheid (voor lithiumbatterij)Mean Well OWA-60E-30ZCTIngang: 100 - 240 V~; 1.2 A;50/60 Hz; Klasse 2 Uitgang: 29.4 V ; 2.0 AMean Well ELG-150-30ZCTEIngang: 100 - 240 V~; 2 A;50/60 Hz; Klasse 1Uitgang: 29.4 V ; 5.0 AType accu’s en laadeenhedenHerlaadbatterij Lithium-Ione(nominale spanning) 25.9V 2x2.5Ah 25.9V - 7.5AhBatterijlader 29.4 Vcc2.0 A 29.4 Vcc - 5.0 AGemiddelde laadduur hh:mm 2:00 3:00Gemiddelde bedrijfsduur na een volledige oplaadcyclus (*) hh:mm 1:45 3:00(*) Op basis van de condities van het gras, het type van grasveld en de aard van het te maaien gebied.

7GebruiksvoorschriftenNLFrequentiesZender voor geleider robot Werkfrequentieband (Hz) 500 - 60000Maximum vermogen met radiofrequentie (dBm) < 10Bluetooth Werkfrequentieband (MHz) 2402 - 2480Maximum vermogen met radiofrequentie (dBm) < 14Uitrustingen / Accessoires / FunctiesBeheerde zones inclusief de hoofdzone 3 4Regensensor standaard voorzienSensor gemaaid gazon – Autoprogrammering (gepatenteerd) niet beschikbaar standaard voorzienMethode voor terugkeer naar het herlaadstation “V-Meter” - “Volg de kabel”Maximale lengte perimetrische draad (indicatief, berekend op de basis van een regelmatige perimeter) m (')800 (2624 ‘)(*) Op basis van de condities van het gras, het type van grasveld en de aard van het te maaien gebied.

ALGEMENE BESCHRIJVING TOESTELHet toestel is een robot ontworpen en gebouwd om automatisch het gras van tuinen en gazons van woningen op eender welk uur van de dag en van de nacht te maaien. Het is klein, compact, stil en gemakkelijk vervoerbaar. In functie van de verschillende kenmerken van de te maaien oppervlakte, kan de robot geprogrammeerd worden om op meerdere zones te werken: een hoofdzone en meerdere secundaire zones (in functie van de kenmerken van de verschillende modellen). Tijdens de werking, maait de robot het gras van de zone binnen de perimetrische zone. Wanneer de robot de perimetrische draad vindt of een hindernis tegenkomt, verandert hij zijn baan op willekeurige wijze en vertrekt hij weer in de nieuwe richting. De robot overschrijdt de omtrekdraad niet voor een afstand die groter is dan de helft van zijn lengte.

Op basis van het random werkprincipe, maait de robot het aangegeven grasveld automatisch en volledig (zie afbeelding). De robot kan de aanwezigheid van hoger en/of dichter gras herkennen in een zone van de tuin en, indien nodig, automatisch de spiraalbeweging aanschakelen voor een perfecte afwerking van het maaien.

De spiraalbeweging kan ook door de bediener aangeschakeld worden door op de toets “ENTER” te drukken terwijl de robot bezig is. De oppervlakte van het gazon die de robot kan maaien, is afhankelijk van een reeks factoren:• model van de robot en geïnstalleerde batterijen;• kenmerken van de zone (onregelmatige perimeters, niet gelijkvormige oppervlakte, indeling van de zone, enz. );• kenmerken van het gazon (type en hoogte van het gras, vochtigheid, enz. );• condities van het mes (goed geslepen, zonder resten en incrustaties, enz. ). RANDOM WERKING.

9GebruiksvoorschriftenNLINSTALLATIEVERPAKKING EN UITPAKKENHet toestel wordt degelijk verpakt geleverd. Bij het uitpakken, moet men uiterst voorzichtig te werk gaan en de integriteit van de onderdelen nagaan. Waarschuwing - VerwittigingHoud de plastic lm en de plastic zakjes buiten bereik van pasgeboren kinderen en kleine kinderen, gevaar op verstikking. BelangrijkBewaar het verpakkingsmateriaal voor toekomstig gebruik. PLANNING INSTALLATIE SYSTEEMDe installatie van de robot vereist geen moeilijke ingrepen, maar wel een minimale voorafgaande planning om de beste zone te bepalen voor de installatie van het herlaadstation, de toevoereenheid en om de baan van de perimetrische draad af te tekenen. • Het herlaadstation moet aan de rand van het gazon geplaatst worden, bij voorkeur in de grootste zone en van waaruit de eventuele andere zones van het gazon bereikt kunnen worden.

De zone waar het herlaadstation geïnstalleerd is, wordt hierna “Hoofdzone” genoemd. Waarschuwing - VerwittigingPlaats de toevoereenheid in een zone die niet toegankelijk is voor kinderen. Bijvoorbeeld op een hoogte van meer dan 160 cm. (63 "). Waarschuwing - VerwittigingZorg ervoor dat de toegang tot de toevoereenheid enkel toegestaan is aan geautoriseerde personen. groep toevoereenheidperimetrische draadherlaadstationH. min. 160 cm/ 63 "zenderWaarschuwing - VerwittigingOm de elektrische verbinding te kunnen uitvoeren, moet er nabij de zone van installatie een stekker voorzien zijn. Verzeker u ervan dat de verbinding aan het toevoernet overeenstemt met de geldende wetten. Om in volledige veiligheid te kunnen werken, moet de elektrische installatie waaraan de toevoereenheid verbonden wordt, voorzien zijn van een correct werkzame aardingsinstallatie.

BelangrijkMen raadt aan de groep te plaatsen in een kast voor elektrische onderdelen (voor binnen of buiten), voorzien van een slot met sleutel en goed verlucht om een correcte luchtstroom te verzekeren. • Na iedere werkcyclus, moet de robot gemakkelijk het herlaadstation kunnen vinden; dit herlaadstation is het vertrekpunt voor een nieuwe werkcyclus en om eventuele andere werkzones te bereiken, die hierna “Secundaire Zones” genoemd worden.

• Plaats het herlaadstation met inachtneming van de volgende regels: -vlakke zone; -compact en stabiel terrein, dat een goede drainage kan garanderen; -bij voorkeur in de zone van het gazon met de grootste afmetingen; -verzeker u ervan dat eventuele irrigatietoestellen hun waterstraal niet binnenin het herlaadstation richten; -de ingang van het herlaadstation moet geplaatst zijn zoals aangegeven op de afbeelding, zodat de robot het herlaadstation kan bereiken door de perimetrische draad met de klok mee te volgen; -vòòr de basis moet er een rechtlijnige baan van 200 cm (78,74 ") zijn; -eventuele metalen stangen of randen, die het grasperk afbakenen nabij de basis, kunnen interferenties van het signaal creëren. Positioneer de basis op een andere plaats in de tuin, of uit de buurt van de stang/rand.

10GebruiksvoorschriftenNL• Het herlaadstation moet goed aan de grond bevestigd zijn. Vermijd dat er zich voor de basis een drempel kan vormen, plaats eventueel een klein tapijtje van plastiek gras voor de ingang om de eventuele drempel te compenseren.

Verwijder anders het gazon gedeeltelijk en plaats het herlaadstation direct op de hoogte van het gras.• Het herlaadstation is aan de toevoereenheid verbonden met een koord die zich langs de externe kant van de maaizone van het herlaadstation moet verwijderen.• Plaats de toevoereenheid met inachtneming van de volgende regels: -in een verluchtte zone, beschermd tegen de weersomstandigheden en tegen het directe zonlicht; -bij voorkeur binnenin de woning, een garage of een bergruimte; -als de eenheid buiten geplaatst moet worden, mag ze niet blootgesteld zijn aan het directe zonlicht en aan water: Daarom is het noodzakelijk het in een geventileerde doos te plaatsen. Ze mag niet in directe aanraking met de grond of in een vochtige omgeving geplaatst worden; -plaats ze buiten het gazon en niet binnenin; -leg de resterende koord die het herlaadstation aan de toevoereenheid verbindt opzij.

Verkort of verleng de koord niet.NEEOK OKNEE NEENEE• Het stuk inkomende draad moet rechtlijnig zijn en loodrecht uitgelijnd zijn op het laadstation over een lengte van minstens 200 cm (78,74 ") en het uitkomende stuk moet van het herlaadstation weggaan; dit staat de robot toe correct binnen te komen.OKgroep toevoereenheidherlaadstationH. min. 160 cm/ 63 "Min. afstand200 cm/ 78,74 "perimetrische draadperimetrische draadZenderNEEIn geval de robot geïnstalleerd wordt nabij een zone waar er een andere robot geïnstalleerd is (hetzelfde type of van een andere fabrikant), moet men tijdens de installatie een wijziging uitvoeren opdat de frequenties van de twee robots elkaar onderling niet storen. Contacteer in dit geval het meest nabij dienstcentrum.

11 GebruiksvoorschriftenNLDEFINITIE BAAN PERIMETRISCHE DRAADVooraleer de installatie van de perimetrische draad uit te voeren, moet men de hele oppervlakte van het gazon controleren. Evalueer eventuele wijzigingen aan het gazon of maatregelen die getroffen moeten worden tijdens de plaatsing van de perimetrische draad voor de goede werking van de robot. 1. Evalueer welke wijze van terugkeer naar het herlaadstation te verkiezen is, volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk “WIJZE TERUGKEER NAAR HET HERLAADSTATION”. 2. Evalueer waar er een bijzondere plaatsing van de perimetrische draad nodig is, volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk “PREDISPOSITIE SNELLE TERUGKEER VAN DE ROBOT NAAR HET HERLAADSTATION”. 3. Voorbereiding en afgrenzing werkzones. 4. Installatie perimetrische draad. 5. Installatie herlaadstation en toevoereenheid.

Tijdens de plaatsing van de perimetrische draad, moet men de richting van installatie (met de klok mee) en de richting van rotatie rond de perken (tegen de klok in) respecteren. Zoals aangegeven op de afbeelding. baan voor plaatsingvan de perimetrische draadMETHODE VOOR TERUGKEER NAAR HET HERLAADSTATIONDe robot kan volgens twee verschillende methodes naar het herlaadstation terugkeren, in functie van de conguratie van het gebruikersmenu onder het punt “Instellingen” – “Terugkeer naar de Basis”. Gebruik de methode “Volg de kabel” enkel wanneer er veel interne hindernissen zijn in de tuin en nabij de perimetrische draad (minder dan 2Mt). In alle andere gevallen is het verkiesbaar de methode “V-Meter” te gebruiken, voor een snellere terugkeer naar het herlaadstation. “Volg de kabel”.

Deze methode voor de terugkeer naar het herlaadstation geeft de robot aan de perimetrische draad te volgen door de wielen op de draad zelf te plaatsen. Als deze methode aangeschakeld wordt, is het niet nodig de (“Terugkeer op draad”) zoals hierna beschreven, aan te schakelen. “V-Meter”.

Wanneer deze methode van terugkeer naar het herlaadstation ingesteld wordt, zal de robot de perimetrische draad volgen op een afstand van enkele cm tot 1Mt (3. 2 '), en deze van tijd tot tijd gaan aanraken, vooral bij niet rechtlijnige stukken, totdat hij de totdat hij die het signaal dat wordt geproduceerd door het laadstation voor de draad en om het laadstation correct te bereiken. Doorgang van minder dan 2 mt. 5 cm. 2 mt. 2 mt. 2 mt. 10 mt. 1,5 mt. herlaadstationIndien smalle doorgangen of een pijl aanwezig zijn voor de snelle terugkeer naar het laadstation, moet de draad gepositioneerd worden met een speciale vorm die “Oproep op draad” wordt genoemd. Zodra een “Oproep” herkend wordt, zal de robot de perimetrische draad aan lage snelheid en met grote nauwkeurigheid volgen, gedurende ongeveer 10 Mt.

(33 '), om vervolgens terug over te schakelen naar de terugkeerwijze “V-Meter” als de snelle terugkeer of het laadstation niet werd tegengekomen. Respecteer de volgende regels voor de installatie van de “Oproep”. • “Oproep” is een stuk draad dat over ongeveer 2 Mt (6,6 ') in de tuin uitgestrekt wordt en met een afstand tussen de twee draden van 5 cm. (1,96 "). • De “Oproep” moet in het stuk voor de smalle doorgangen van minder dan 2 Mt. (6. 6 ') gelegd worden. • De “Oproep” moet in het stuk voor de “Snelle Terugkeren” gelegd worden. NB: Als de robot het laadstation niet vindt binnen een bepaalde tijd, zal hij de perimetrische draad volgen in wijze “Volg de kabel”.

12GebruiksvoorschriftenNLPREDISPOSITIE SNELLE TERUGKEER VAN DE ROBOT NAAR HET HERLAADSTATIONDe snelle terugkeer is een bijzondere plaatsing van de perimetrische draad die de robot toestaat de terugkerende baan naar het herlaadstation korter te maken. Gebruik deze bijzondere plaatsing van de perimetrische draad enkel in tuinen waar de snelle terugkeer tot een effectieve verkorting van de baan leidt en met een lengte van de perimeter van meer dan 200mt. Voor de installatie van de snelle terugkeer, plaats de perimetrische draad op het terrein zodat er een driehoek gevormd wordt met een zijde van 50 cm (19,7 ") en de twee zijden van de perimetrische draad van 40 cm (15,75 ") elkeen, zoals aangegeven in de afbeelding.

Terwijl de robot terugkeert naar het herlaadstation met de wielen op de draad zelf, en wanneer hij deze bijzondere driehoek vindt, zal hij ongeveer 90° naar de binnenkant van de tuin toe draaien en in de nieuwe richting verder gaan tot hij de perimetrische draad aan de overkant vindt. Maak de predispositie voor de snelle terugkeer op een punt dat voorafgegaan is door minstens 200 cm (78,74 ") rechtlijnige draad en gevolgd door minstens 150 cm (59,05 ") rechtlijnige draad. De predispositie mag niet uitgevoerd worden langs het rechtlijnige stuk net voor het herlaadstation of nabij hindernissen. Controleer of er langs de baan van de snelle terugkeer geen hindernissen zijn die de snelle terugkeer kunnen verhinderen. De voorbereiding moet niet worden gedaan op erge steile hellingen, omdat de robot om het gemakkelijk te herkennen.

De maximale helling is sterk afhankelijk van de bodemgesteldheid, het is beter als het onder 25% blijft. BelangrijkDe predispositie voor snelle terugkeer op een niet correct punt kan de robot verhinderen snel terug te keren naar het herlaadstation. Wanneer de robot de perimeter volgt om een secundaire zone te bereiken, wordt de predispositie voor snelle terugkeer niet gelezen.

13 GebruiksvoorschriftenNLVOORBEREIDING EN AFGRENZING WERKZONESVoorbereiding van het te maaien gazon1. Controleer of het gazon dat gemaaid moet worden gelijkvormig is en zonder gaten, stenen of andere hindernissen. Indien dit niet zo is, moeten de nodige saneringswerken uitgevoerd worden. Indien het niet mogelijk is sommige hindernissen te verwijderen, moet men deze zones op geschikte wijze afgrenzen met de perimetrische draad. 2. De robot kan oppervlakken maaien binnen het werkgebied met een maximum helling van 55% (55 cm per meter in de lengte) in geval van een regelmatig en droog grasperk, waar geen risico’s op het slippen van de wielen aanwezig zijn en op basis van de geïnstalleerde accessoires. In alle andere gevallen is de maximum helling 45%.

De omtrekdraad moet op het terrein gelegd worden met een helling van maximum 35% (35 cm per meter in de lengte), door er rekening mee te houden dat de robot - tijdens de terugkeer naar het laadstation - een betere hechting aan het terrein nodig heeft. De condities van het terrein moeten dus gecontroleerd worden, en de limieten moeten nauwkeurig gerespecteerd worden. Als de omtrekdraad op hellingen worden gelegd die meer dan 25% bedragen, kan de robot beslissen om hiervan af te wijken omdat hij de smalle passages niet kan volgen en de predispositie voor de snelle terugkeer niet kan herkennen. De helling mag minstens 35cm binnen en buiten de omtrekdraad niet vergroten. Als de aanwijzingen niet worden gerespecteerd, kunnen, tijdens normale werkzaamheden op hellingen, wanneer de robot de draad detecteert, de wielen beginnen te slippen zodat de robot het werkgebied verlaat.

Indien obstakels aanwezig zijn op hellingen die de bovenvermelde limieten bereiken, moet het terrein minstens 35cm vóór het obstakel vereffend worden zodat de helling wordt verminderd. BelangrijkDe zones met niet toegestane hellingen kunnen niet met de robot gemaaid worden.

14GebruiksvoorschriftenNLAfgrenzing werkzone3. Controleer de hele oppervlakte van het gazon en evalueer of het nodig is deze in meerdere afzonderlijke werkzones te verdelen volgens de hierna beschreven criteria. Vooraleer de handelingen voor de installatie van de perimetrische draad aan te vangen, om deze gemakkelijk te kunnen uitvoeren, raadt men aan de hele baan te controleren. De afbeelding geeft een voorbeeld van een gazon met de baan voor de plaatsing van de perimetrische draad. Tijdens de installatie van het systeem moeten de eventuele secundaire zones en de eventuele gesloten zones geïdenticeerd worden. Met secundaire zone bedoelt men een deel van het gazon dat aan de hoofdzone verbonden is met een smalle doorgang die moeilijk bereikbaar met de random beweging van de robot. De zone moet bereikbaar zijn zonder drempels en niveauverschillen die de toegestane kenmerken overschrijden.

Of de zone als “secundaire zone” geïdenticeerd moet worden, is ook afhankelijk van de afmetingen van de primaire zone. Des te groter de primaire zone, des te moeilijker zullen de smalle doorgangen te bereiken zijn. Meer in het algemeen, moet een doorgang van minder dan 200 cm (78,74 ") beschouwd worden als secundaire zone. Het aantal secundaire zones dat de robot kan beheren, is afhankelijk van de kenmerken van het model (Zie “Technische Gegevens”). De minimaal toegestane doorgang is 70 cm (27,56 ") tussen de draad en de perimetrische draad de perimetrische draad moet geplaatst worden op een afstand die later bepaald zal worden, van eventuele voorwerpen buiten het gazon; De totale benodigde doorgang moet 140 cm (55,12 ") zijn indien er aan beide kanten een muurtje of struik aanwezig is.

Tijdens de programmering moeten de afmetingen van de secundaire zones in percentage ten opzichte van het gazon gecongureerd worden, net als de richting om ze zo snel mogelijk te bereiken (Met de klok mee / Tegen de klok in), en de nodige meters draad om de secundaire zone te bereiken. Zie “Programmeringswijze”. baan voor plaatsing vande perimetrische draadmin. 70 cm / 27,56 "min. 70 cm / 27,56 "min. 70 cm / 27,56 "minimale doorgang 70 cm / 27,56 "van draad tot draad. HOOFDZONESECUNDAIRE ZONEIndien de minimale vereisten die hierboven beschreven zijn niet gerespecteerd worden en indien er dus een zone is die gescheiden is door een drempel, een niveauverschil dat de kenmerken van de robot overschrijdt of door een doorgang (gang) met een breedte van minder dan 70 cm (27,56 ") tussen de draad en de perimetrische draad, moet deze zone van het gazon beschouwd worden als een “Gesloten Zone”.

Om een “Gesloten Zone” te installeren, moet men de heen- en terugloop van de perimetrische draad in dezelfde baan leggen op een afstand van minder dan 1 cm (0,40 "). In dit geval kan de robot de zone niet autonoom bereiken, en moet men te werk gaan zoals beschreven is in het hoofdstuk “Beheer Gesloten Zones”. Het beheer van de “Gesloten Zones” reduceert de vierkante meters die autonoom door de robot beheerd kunnen worden. doorgang< 70 cm / 27,56 "HOOFDZONEGESLOTENZONE.

15 GebruiksvoorschriftenNL4. Indien er binnen of buiten de werkzone een vloering aanwezig is of een straatje dat zich op hetzelfde niveau als het gazon bevindt, dient men de perimetrische draad op 5 cm (1,96 ") van de boord van de vloering te leggen. De robot zal net buiten het gazon gaan en al het gras zal gemaaid worden. Als de vloering van een metalen type is, of als er een metalen mangat, een doucheplaat of een plaat met elektrische kabels aanwezig is, moet men de perimetrische draad op minstens 30 cm (11,81 ") plaatsen om defecten van de robot en storingen aan de perimetrische draad te vermijden. BelangrijkDe afbeelding toont een voorbeeld van interne en periferische elementen van de werkzone en de afstanden die gerespecteerd moeten worden voor de plaatsing van de perimetrische draad.

Grens alle ijzeren elementen of elementen van andere metalen (mangaten, elektrische verbindingen, enz. ). af om interferenties met het signaal van de perimetrische draad te vermijden. 30 cm11,81 "30 cm11,81 "5 cm1,97 "30 cm11,81 "Als er binnen of buiten de werkzone een hindernis aanwezig is, bijvoorbeeld een stoeprand, een wand of een muurtje, plaats dan de perimetrische draad op minstens 35 cm (13,78 “) van de hindernis; om te vermijden dat de robot botst, moet de omtrekdraad op minstens 40 cm (15,75 “) gelegd worden. Het gras nabij de boord waar men besloten heeft de robot niet te laten werken, kan met een trimmer of bosmaaier gemaaid worden. 35 cm. / 13,78 "35 cm. / 13,78 "35 cm. / 13,78 "35 cm.

/ 13,78 "Als er binnen of buiten de werkzone een perk, een haag, een plant met uitstekende wortels, een kleine put van 2-3 cm of een kleine stoep van 2-3 cm aanwezig is, dient men de perimetrische draad op minstens 30 cm (11,81 ") te plaatsen om te vermijden dat de robot de aanwezige hindernissen beschadigt of erdoor beschadigt wordt. Het gras nabij de boord waar men besloten heeft de robot niet te laten werken, kan met een trimmer of bosmaaier gemaaid worden. 30 cm. / 11,81”30 cm.

16GebruiksvoorschriftenNLAls binnen of buiten het werkgebied een zwembad, een meertje, een ravijn, een put, trappen of openbare wegen aanwezig zijn, moet de omtrekdraad op minstens 90 cm (35,43 “) gelegd worden. Om de omtrekdraad zo dicht mogelijk nabij de rand van het maaigebied te leggen, wordt aanbevolen om een moeilijk overschrijdbare omheining te voorzien, indien in de buurt van openbare zones, of een omheining van minstens 15cm in de andere gevallen. Op deze manier kan de omtrekdraad gelegd worden op de afstanden die worden beschreven in de vorige punten. BelangrijkHet nauwgezet respect van de afstanden en van de hellingen die in de handleiding aangegeven zijn, garandeert een optimale installatie en een goede werking van de robot. Bij hellingen of gladde terreinen, dient men de afstand te verhogen met minstens 30 cm / 11,81 ". 90 cm. / 35,44 “90 cm. / 35,44 “90 cm.

/ 35,44 “Als er in de werkzone hindernissen aanwezig zijn die bestendig zijn tegen stoten, zoals bijvoorbeeld bomen, struiken of palen zonder scherpe hoeken, moeten deze niet afgegrensd worden. De robot stoot tegen de hindernis en verandert van richting. Indien men verkiest dat de robot niet tegen de hindernissen stoot en op een veilige en stille wijze werkt, raadt men aan alle hindernissen af te grenzen. Licht hellende hindernissen zoals bloemvazen, stenen of bomen met uitstekende bomen, moeten afgegrensd worden om eventuele schade aan het snijmes of aan de hindernissen zelf te vermijden.

Om de hindernis af te grenzen, vertrekkende van het punt van de externe perimeter dat zich het dichtst nabij het af te grenzen voorwerp bevindt, moet men de perimetrische draad tot aan de hindernis plaatsen, er omheen draaien, met inachtneming van de normale afstanden die hierboven beschreven zijn, en de kabel weer langs de vorige baan terugbrengen. Plaats de heen- en terugdraad boven op elkaar onder dezelfde spijker; de robot zal zo over de perimetrische draad gaan.

17 GebruiksvoorschriftenNLINSTALLATIE PERIMETRISCHE DRAADDe perimetrische draad kan ondergronds of boven op het terrein geplaatst worden. Indien men over een machine beschikt voor het plaatsen van de draad, is het verkiesbaar deze ondergronds te plaatsen om een betere bescherming van de draad zelf te garanderen. Anders moet men de draad op het terrein plaatsen met de daarvoor bestemde spijkers, zoals hierna beschreven is. BelangrijkBegin de plaatsing van de perimetrische draad in de zone waar het herlaadstation geïnstalleerd is en laat er enkele meters over om deze vervolgens op maat te snijden in de laatste fase van de verbinding aan de groep. Max. 5 cm (1,96 ")perimetrische draadOp de grond geplaatste draadVerwijder het gras met behulp van een trimmer langs het ganse traject waar de kabel zal gepositioneerd worden.

Op deze manier kan de kabel gemakkelijker op het terrein gelegd worden, en wordt vermeden dat de grasmaaier de kabel of de isolatiekous beschadigt. 1. Positioneer de draad, rechtsom, langs het ganse traject, en bevestig hem met de daarvoor bestemde spijkers op een tussenafstand van ongeveer 100 cm (39,37”). De draad moet het terrein raken om te vermijden dat hij wordt beschadigd met de grasmaaier voordat het gras opnieuw groeit. -Tijdens de plaatsing van de perimetrische draad, dient men de rotatierichting rond de perken te respecteren, die tegen de klok in moet zijn. -In de niet-rechtlijnige stukken, moet men de draad zodanig bevestigen dat hij niet oprolt maar een regelmatige bocht vormt (straal 20cm). HOOFDZONEdoorgang< 70 cm (27,56 ")35 cm(13,78 ")0 cm (0,0 ")NEEspijkers bevestigingdraadperimetrische draadstraal 20cmOnderaardse draad1.

Maak een regelmatige groef in het terrein (ongeveer 2÷3 cm (0. 787÷ 1. 181")). 2. Plaats de draad, met de klok mee, langs de hele baan op een diepte van enkele centimeters.

Leg de draad niet meer dan 5 cm onder de grond om de kwaliteit en de intensiteit van het signaal dat door de robot wordt opgevangen niet te verminderen. 3. Tijdens het plaatsen van de draad dient men, indien nodig, de draad in sommige punten te bevestigen met de spijkers om deze op de juiste plaats te houden terwijl hij met aarde bedekt wordt. 4. Bedek de draad met aarde en zorg ervoor dat hij goed opgespannen blijft in het terrein.

18GebruiksvoorschriftenNLKoppeling perimetrische draad.Gebruik een originele koppeling wanneer nog omtrekdraad noodzakelijk is om de installatie te beëindigen. Plaats elk uiteinde van de kabel in de koppeling, en controleer dat de kabels helemaal zijn ingevoerd zodat de uiteinden zichtbaar zijn aan de andere zijde. Druk, met behulp van een tang, de knop bovenaan helemaal in.Belangrijk -Gebruik enkel originele koppelingen, die een veilige en waterdichte elektrische verbinding garanderen.

-Gebruik geen isolatieband of andere types van koppelingen die geen correcte isolatie garanderen (kabelschoenen, klemmen, enz.); de vochtigheid van het terrein veroorzaakt in de loop van de tijd oxidaties en de onderbreking van de omtrekdraad.35641 2INSTALLATIE HERLAADSTATION EN TOEVOEREENHEIDWaarschuwing - VerwittigingSchakel de algemene elektrische toevoer uit vooraleer eender welke ingreep uit te voeren. Plaats de toevoereenheid in een zone die niet toegankelijk is voor kinderen. Bijvoorbeeld op een hoogte van meer dan 160 cm. (63.00 “).De kabel die naar het laadstation gaat, mag niet verkort of verlengd worden, het teveel aan kabel moet opgewikkeld worden in een 8-vorm (zie afbeelding). De omtrekdraad die wordt gebruikt voor de installatie mag niet korter zijn dan 50m, contacteer het dichtst bijzijnde assistentiecentrum.bescherming (L)stroomtoevoereenheid (A)zender (B)H. min.

160 cm(63.00 ")1. Demonteer de bescherming (L).2. Plaats de laadstation op de vooraf bepaalde zone.3. Plaats de perimetrische draad (M) langs de geleider in het de laadstation. Snijd het teveel aan omtrekdraad ongeveer 5cm boven de connectoren af.4. Sluit de ingangsdraad aan de rode aansluiting van de zender (T). Verbind de uitgang van de basis draad aan de zwarte klem.De klemmen mogen uitsluitend gebruikt worden voor de verbinding van de originele omtrekdraad.bescherming (L) zender (T)perimetrische draad (M)sluit aan op de zwarte klamsluit aan op de rode klam

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ambrogio L85 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden