Ambiano GT-SF-MSM-01 Handleiding

Ambiano Naaimachine GT-SF-MSM-01

Bekijk gratis de handleiding van Ambiano GT-SF-MSM-01 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 78 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Ambiano GT-SF-MSM-01 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Mini‑naaimachine
GT-SF-MSM-01
GEBRUIKSAANWIJZING
38/2024
ART.‑NR.: 2100329
PO51032451
Alleen voor netadapter
Licentiehouder:
Brightpower Optoelectronic Technology Co., Ltd.
Logo – Versions
GARANTIE
Jaar
0900 / 44 666 44
Mail: gt-support
@teknihall.be
KLANTENSERVICE
Fax: +32 (0) 360 55 043
ART.-NR.: 2100329 38/2024

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ambiano
Categorie: Naaimachine
Model: GT-SF-MSM-01

Handleiding Ambiano GT-SF-MSM-01 – volledige tekst

32Inhoudsopgave 2Algemeen 3Inleiding 3EU‑conformiteitsverklaring 3Gebruik volgens de voorschriften 3 Productonderdelen / Bij de levering inbegrepen 4Veiligheid 6Algemene veiligheidsaanwijzingen 6Gevaren voor kinderen en personen met beperkte vermogens 6 Gevaren bij de omgang met elektrische apparaten 7Gevaren bij het gebruik van de mini‑naaimachine 10Verklaring symbolen en verdere informatie 13Opbouw en montage 15Voor het eerste gebruik 15Bediening 16Werking met batterijen 16 Werking met netadapter 17 Voetpedaal 17 Overzicht 18Bediening 22 Onderhoud, reiniging en verzorging 28 Opbergen 28Storing en oplossing 29Technische gegevens 31Afvoeren 32Garantiekaart 35Inhoudsopgave

32InleidingHartelijk dank dat u gekozen hebt voor de mini‑naaimachine van Ambiano. Hiermee hebt u een kwa‑litatief hoogwaardig product aange‑schaft, dat voldoet aan de hoogste prestatie‑ en veiligheidsstandaards. Voor de juiste omgang en een lange levensduur raden wij u aan de volgen‑de aanwijzingen in acht te nemen. Lees de handleiding en vooral de veiligheidsaanwijzingen zorgvul‑dig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. U vindt een aantal belangrijke en nuttige aanwijzingen die voor het in gebruik nemen door iedere gebruiker begrepen en op‑gevolgd moeten worden. Bewaar de bedieningshandleiding en geef deze mee als u het apparaat aan iemand anders geeft.EU‑conformiteitsverklaringDe conformiteit van het product met de wettelijk voorgeschreven normen wordt gegarandeerd. De volledige conformi‑teitsverklaring is te vinden op het internet onder www.gt‑support.de.

De netadapter voldoet aan de eisen van de Duitse wet op productveilig‑heid. Dit wordt aangetoond met het GS‑teken van het onafhankelijke testinstituut:Gebruik volgens de voorschriften Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het stikken en aan elkaar naaien van stoffen. Bovendien is het apparaat niet bestemd voor commercieel gebruik, maar uitsluitend voor gebruik in de privéhuishouding. Ieder ander gebruik van of wijziging aan het apparaat is niet volgens de voorschriften en is principieel verboden. Voor schade die ontstaan is door niet reglementair gebruik of een verkeerde bediening, kan geen aansprakelijkheid geaccepteerd worden. Bij verkeerd gebruik bestaat o.a. het risico op verwondingen.Uitgever van de handleiding:Globaltronics GmbH & Co.

5454A) Draadgeleider (verticaal)B) DraadhevelC) BovendraadspannerD) Garenklospen (uittrekbaar)E) Draadgeleiders (horizontaal 2 x)F) SpoelhouderG) HandwielH) SpoelwinderI) Aan‑/uitknop naailichtJ) Aan‑/uitknop naaifunctieK) Snelheidsregelaar (H = hoog, L = laag)L) AchteruitnaaiknopM) Batterijvak (onderkant van het apparaat; zonder afb.)N) NaaldklemschroefO) NaaldhouderP) GeleidingsoogQ) NaaivoetR) SteekplaatS) Spoelhuis voor de onderdraadT) DraadafsnijderU) NaaivoethevelV) Aansluitbus voetpedaalW) Aansluitbus netadapterX) Netadapter (zonder afb.)Y) VoetpedaalZ) Naald (2x ‑ 1 x in het apparaat bevestigd, 1 x vervangnaald))A1) Spoeltje (6x ‑‑> 4 x met garen (waarvan 2 x in het apparaat aange‑bracht), 2 x zonder garen)B1) InrijgerC1) Gebruiksaanwijzing en garantiekaart (zonder afb.)Technische en optische wijzigingen voorbehouden.Y ZB1A1 A1 A1 A1

7676VeiligheidLees alle onderstaan‑de veiligheidsaanwij‑zingen zorgvuldig en neem deze in acht. Bij het niet in acht nemen bestaat er gevaar voor ernstige ongelukken en verwondingen en het risico voor materi‑ele schade en schade aan het apparaat.Algemene veiligheidsaanwijzingenGevaren voor kinderen en personenmet beperkte ver‑mogens‑ Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en door per‑sonen met beperkte fysie‑ke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en/of kennis, als ze onder toezicht staan of geïnstrueerd werden over het veilige gebruik van het apparaat en de eventueel daaruit voortkomende ge‑varen begrepen hebben.‑ Het reinigen en het onder‑houd door de gebruiker mogen niet uitgevoerd worden door kinderen, ten‑zij ze 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.

Het apparaat en zijn aansluit‑snoer moeten bij kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt gehouden worden. ‑ Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinde‑ren herkennen het gevaar niet dat ontstaan kan bij het omgaan met elektri‑sche apparaten. Gebruik en bewaar het apparaat daar‑om buiten het bereik van kinderen jonger dan 8 jaar. Laat het snoer niet naar beneden hangen, zodat er niet aan getrokken kan worden.‑ Houd kinderen uit de buurt van de naaimachine als ze ingeschakeld is.‑ Houd het verpakkings‑

7676materiaal verwijderd van kinderen – verstikkingsgevaar!Gevaren bij de omgang met elektrische apparaten‑ Sluit de netadapter alleen aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met een netspanning in overeen‑stemming met het type‑ plaatje.‑ Verwijder een beschadig‑de netadapter en vervang hem door een netadapter van hetzelfde type. Contro‑leer de netadapter en het netsnoer regelmatig op beschadigingen.‑ Reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door erkende werkplaatsen.

Niet deskundig gerepareerde apparaten vormen een ge‑vaar voor de gebruiker.‑ Het apparaat mag alleen worden gebruikt met de meegeleverde netadap‑ter, met de meegeleverde batterijen of met batterijen van hetzelfde type.‑ Laat het apparaat niet zonder toezicht als het aan staat om ongevallen te voorkomen.‑ Dompel de netadapter, het voetpedaal en het apparaat nooit onder in water en gebruik ze niet buiten. Ze mogen niet worden bloot‑gesteld aan regen of ander vocht! Gevaar voor een elektrische schok!‑ Indien het apparaat toch in het water gevallen zou zijn, trek dan eerst de stekker uit het stopcontact en haal dan het apparaat eruit! Ge‑bruik het apparaat daarna niet meer, maar laat het eerst controleren door een erkend servicestation. Dit geldt ook als het snoer of het apparaat beschadigd is of als het apparaat geval‑len is.

98oppervlakken of in de buurt van warmtebronnen plaatst. Leg het netsnoer zo neer dat het niet in contact komt met hete voorwerpen of voorwerpen met scherpe randen. Gevaar voor een elektrische schok!‑ Knik in geen geval het verbindingssnoer en wikkel het niet om het apparaat, want dit kan leiden tot een breuk in het snoer.‑ Koppel de netadapter altijd los en haal de batterijen uit het batterijvak in geval van storingen, vóór elke reiniging en wanneer het apparaat niet in gebruik is! Trek nooit aan het netsnoer! Gevaar voor een elektri‑sche schok!‑ Open het apparaat en/of de netadapter nooit zelf en probeer in geen geval om met metalen voorwerpen in het apparaat te komen. Ge‑vaar voor een elektrische schok!Batterijen:‑ Batterijen kunnen levens‑gevaarlijk zijn als zij inge‑slikt worden. Bewaar de batterijen daarom buiten het bereik van kleine kin‑deren.

Als er een batterij in‑geslikt werd, moet er direct medische hulp ingeroepen worden. ‑ Laat kinderen niet met de batterijen spelen.‑ Kinderen mogen de batte‑rijen van dit apparaat niet zelf vervangen.‑ Bewaar de batterijen bui‑ten bereik van kinderen.‑ Normale batterijen mogen niet geladen of met andere middelen geactiveerd wor‑den. Batterijen mogen niet uit elkaar gehaald, in het vuur geworpen of kortge‑sloten worden.‑ Contacten van de batterij‑en en het apparaat indien nodig voor het gebruik rei‑nigen. Let bij het inleggen op de juiste polariteit om onherstelbare schade aan het apparaat te voorkomen.

98‑ Stel de batterijen nooit bloot aan extreme condi‑ties, bijv. op verwarmingen of direct zonlicht! Verhoogd gevaar voor uitlopen!‑ Leeggelopen of beschadig‑de batterijen moeten on‑middellijk uit het apparaat worden verwijderd. Voor‑kom contact met de huid, de ogen en de slijmvliezen. Bij contact met batterijzuur de desbetreff ende plaatsen direct spoelen met ruim helder water en direct een arts raadplegen.‑ Haal opgebruikte batterij‑en direct uit het apparaat, want deze kunnen uitlopen en zodoende schade ver‑oorzaken.‑ Vervang lege batterijen uitsluitend door batterijen van hetzelfde type.‑ Vervang altijd alle batterij‑en tegelijk.‑ Plaats alleen batterijen van hetzelfde type, gebruik geen verschillende types of gebruikte en nieuwe batte‑rijen door elkaar.‑ Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt, verwijder dan de batterijen.

Verhoogd ge‑vaar voor uitlopen!‑ Verzeker u ervan dat het apparaat na het gebruik uitgeschakeld is.‑ BELANGRIJKE AANWIJ‑ZING: Wanneer het appa‑raat wordt gebruikt en van stroom wordt voorzien via de netadapter, gebruikt het uitsluitend energie via de netadapter en niet via het batterijvak. Om beschadiging of lekkage van de batterijen te voor‑komen, adviseren we om in dit geval de batterijen uit het batterijvak te halen.

1110Gevaren bij het gebruik van de mini‑naaimachine‑ Plaats en gebruik het appa‑raat alleen op een gemakke‑lijk toegankelijke, stabiele, vlakke, droge en slipvrije ondergrond. De werkplek moet goed verlicht zijn om ongevallen te voorkomen. Plaats de naaimachine niet aan de kant of op de rand van het werkoppervlak.‑ Wanneer de naaimachine on‑beheerd is, niet in gebruik is, wanneer u de machine reinigt of onderhoudt of wanneer er een storing optreedt, schakelt u de naaimachine altijd uit. Trek de netadapter uit het stopcontact en controleer of er zich geen batterijen in het batterijvak bevinden.‑ Schakel de naaimachine uit en koppel ze los van de stroomvoorziening voordat u accessoires van het apparaat verwijdert, erop bevestigt of aanbrengt.

Trek daartoe de netadapter uit het stopcon‑tact en controleer of er geen batterijen in het batterijvak zitten.‑ Het apparaat mag niet wor‑den gebruikt met een tijd‑schakelklok of met een aparte afstandsbediening!‑ Gebruik geen defecte acces‑soires. Het gevaar bestaat dat ze het apparaat of voorwer‑pen beschadigen of dat u zich verwondt!‑ Gebruik alleen originele ac‑cessoires. Bij het gebruik van niet‑originele accessoires be‑staat er verhoogd gevaar voor ongevallen. Bij ongevallen of schade met niet‑originele accessoires vervalt elke aan‑spraak op schadevergoeding.

Bij het gebruik van vreemde accessoires en de daaruit voortvloeiende schade aan het apparaat vervalt elke aan‑spraak op garantie.‑ Plaats geen voorwerpen op de naaimachine.‑ Probeer nooit de naaimachi‑ne te verplaatsen, te trekken of te dragen met behulp van een van de verbindingskabels (netadapter/voetpedaal).‑ Leg de verbindingskabels (netadapter/voetpedaal) zo neer dat ze geen struikelge‑vaar vormen.‑ Gebruik de naaimachine al‑leen in droge binnenruimten.

1110Gebruik ze niet in vochtige ruimtes of in de regen.‑ Naai nooit textiel dat zich op uw lichaam of op het lichaam van een andere persoon bevindt. Textiel en kleding‑stukken moeten worden uitgetrokken voordat ze worden bewerkt. Gevaar voor verwondingen!‑ Voorkom het contact met bewegende onderdelen. Zorg ervoor dat handen, haren, kle‑ding die op het lichaam wordt gedragen en andere voor‑werpen tijdens het gebruik niet in contact komen met bewegende onderdelen, om persoonlijk letsel of materiële schade te voorkomen. Als het apparaat in werking is, bewe‑gen ook het handwiel en de hefstang aan de bovenkant van het apparaat. Gevaar voor verwondingen!‑ De naald is erg scherp: er is gevaar voor ernstige verwon‑dingen bij het hanteren van de naald!‑ Zelfs als het apparaat niet is ingeschakeld of van stroom wordt voorzien, is er een gevaar voor verwondin‑gen bij het hanteren van de naald(en)!

‑ Zorg ervoor dat uw vingers tijdens het naaien niet onder de naaldhouderschroef of de naald kunnen komen. Gevaar voor verwondingen!‑ Gebruik geen verbogen of stompe naalden.‑ Houd de stof niet vast tijdens het naaien en trek niet aan de stof. De naalden kunnen breken.‑ Gebruik altijd dezelfde ga‑rendikte voor de boven‑ en onderdraad.‑ Verplaats de naaimachine niet als ze in werking is.‑ Zet de naald altijd in de hoog‑ste stand als u klaar bent met naaien.‑ Gebruik voor het reini‑gen geen stoomreiniger of scherpe reinigings‑ en schuurmiddelen. Neem alle aanwijzingen in de paragraaf "Onderhoud, reiniging en verzorging" in acht.

1312Aanvullende instructies voor werking met de netadapter‑ Verwijder altijd de batterijen voordat u de naaimachine met de netadapter gebruikt.‑ Gebruik het apparaat uit‑sluitend met de meegele‑verde netadapter (model: S012A0600800E).‑ Sluit de naaimachine resp. de netadapter alleen aan als de netspanning van het stop‑contact overeenkomt met de specificatie op het typeplaatje van de netadapter.‑ Zorg ervoor dat het stopcon‑tact goed toegankelijk is, zo‑dat u de naaimachine in geval van een storing snel van het stroomnet kunt loskoppelen.‑ Verbind altijd eerst de verbin‑dingskabel met de aansluit‑bus van het apparaat. Sluit pas daarna de netadapter aan op een volgens de voorschrif‑ten geïnstalleerd stopcontact.‑ Raak de netadapter niet aan met natte of vochtige handen.

1312Verklaring symbolen en verdereinformatieDe volgende symbolen en signaalwoorden worden in deze gebruiks‑aanwijzing, op het apparaat en/of op de verpakking gebruikt of dienen voor de weergave van extra informatie.Gebruiksaanwijzing lezen en in acht nemen!Belangrijke waarschuwingen zijn gekenmerkt met dit symbool.Gevaar – met betrekking tot persoonlijk letsel Let op – met betrekking tot materiële schadeBelangrijke informatie wordt gekenmerkt met ditsymbool.Producten met CE‑markering voldoen aan de eisen van alle toepasselijke EG‑richtlijnen.Dit symbool kenmerkt elektrische apparaten van veiligheidsklasse II.Dit symbool kenmerkt elektrische apparaten van veiligheidsklasse III.Alleen gebruiken in gesloten binnenruimtesFail‑Safe‑veiligheidstransformator voor lage veilig‑heidsspanningSchakelvoeding

15141514 Gebruik de netadapter niet als de pennen verbogen of beschadigd zijn.De netadapter voldoet aan energie‑eciëntieklasse VI.IP40De netadapter is beschermd tegen vaste vreemde voorwerpen (diameter > 1 mm). De netadapter is niet waterbestendig.Uitgangsspanning tot maximaal 24 volt.WAARSCHUWING!BATTERIJEN BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN!Polariteit aansluitstekker: buiten (–) / binnen (+)Dit symbool wijst op speciale voorschriften voor de verwijdering van oude apparaten (zie hoofdstuk ‘Verwijdering‘).Verwijder de lege batterijen zoals beschreven in het hoofdstuk „Verwijdering“.

15141514Opbouw en montageVoor het eerste gebruikControleer het apparaat na het uitpakken op volledigheid en eventuele transportschade om gevaarlijke situaties te voorkomen. Gebruik het in geval van twijfel niet, maar neem in dat geval contact op met onze klantenservice. Het serviceadres vindt u in onze Garantiebepalingen op de Garantiekaart.Uw apparaat bevindt zich in een ver‑pakking om het te beveiligen tegen transportschade.• Haal het apparaat voorzichtig uit zijn verpakking.• Verwijder alle delen van de verpak‑king.• Verwijder de stofresten van de verpakking van het apparaat en alle accessoires volgens de opgaven in hoofdstuk "Onderhoud, reiniging en verzorging".Aanwijzing: Een van de meegeleverde naalden en twee spoeltjes (met garen) zijn al aangebracht aan of in het appa‑raat.

17161716BedieningHet apparaat is na het uitpak‑ken direct klaar voor gebruik. Dit houdt in dat er al een naald is aangebracht en de boven‑ en onderdraad correct zijn ingeregen. U moet alleen nog het stuk stof verwijderen dat voor het transport van het apparaat is aangebracht tussen de naaivoet en de steekplaat, en het apparaat van een ener‑giebron voorzien. U kunt daarbij kiezen of u het appa‑raat wilt gebruiken met de meegeleverde batterijen of met de eveneens meegelever‑de netadapter. Controleer echter voor elk gebruik of alle accessoires correct zijn aange‑bracht en bevestigd, en of de draden zich in de juiste positie bevinden. Raadpleeg hiervoor ook onze handleiding. Om het apparaat met ander garen (bijv. een andere kleur) te gebruiken, raadpleegt u de beschrijving van de werkwijze vanaf pagina 24.

Tip: Bekijk het voorbereide apparaat om te zien hoe de draden zijn aan‑gebracht en ingeregen. Indien u het garen wilt wisselen, komt deze voorbe‑reiding goed van pas. Om te beginnen met naaien met de reeds aangebrachte draden, gaat u als volgt te werk. Werking met batterijenBatterijen plaatsen/vervangen:Zorg er in ieder geval voor dat het apparaat is uitgeschakeld met de aan‑/uitknop voor de naaifunctie, voordat u de batterijen in het batterijvak plaatst. Anders begint het apparaat direct te werken nadat de batterijen zijn ge‑plaatst. Gevaar voor verwon‑dingen. Let op: Bij het plaatsen van de batterij‑en moet u beslist op de juiste polariteit letten. Om de batterijen te plaatsen, gaat u als volgt te werk:1. Het batterijvak (M) bevindt zich aan de onderkant van het apparaat. Draai het apparaat dus eerst om, zodat het batterijvak (M) toeganke‑lijk is. 2.

Gebruik een geschikte schroeven‑draaier om de schroef los te draaien waarmee het deksel van het bat‑terijvak op de behuizing van het apparaat is bevestigd. 3.

171617164. Plaats nu de 4 meegeleverde bat‑terijen (1,5V; LR6; AA; mignon) of vervangende batterijen van het‑zelfde type in het batterijvak (M). Let daarbij op de juiste polariteit: raadpleeg de markeringen binnenin het batterijvak (M). 5. Plaats nu het deksel van het batte‑rijvak weer op het batterijvak (M) en sluit het deksel totdat u het vergren‑delingslipje hoort vastklikken. Zet het deksel van het batterijvak weer vast met de bijbehorende schroef. 6. Draai het apparaat weer om en plaats het rechtop op een geschikte ondergrond. Werking met netadapterAanwijzing: Zorg ervoor dat er geen batterijen in het batterijvak (M) zitten wanneer u de naaimachine met de netadapter gebruikt. Haal indien nodig de batterijen uit het batterijvak (M) voordat u de netadapter op het appa‑raat aansluit.

Zorg er in ieder geval voor dat het apparaat is uitgeschakeld met de aan‑/uitknop voor de naaifunctie, voordat u het apparaat op het stroomnet aansluit. Anders begint het apparaat direct te werken. Gevaar voor verwondingen. 1. Steek eerst de daarvoor bestemde aansluitstekker aan de verbindings‑kabel van de netadapter (X) in de aansluitbus voor de netadapter (W) van het apparaat. 2. Sluit nu de netadapter (X) op een goed toegankelijk en volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcon‑tact aan. 3. Als u het apparaat weer van het stroomnet wilt loskoppelen, trekt u eerst de stekker van de netadapter (X) uit het stopcontact. Trek ver‑volgens de aansluitstekker van de netadapter uit de aansluitbus (W) van het apparaat. VoetpedaalU kunt het naaiproces altijd starten of stoppen met de aan‑/uitknop voor de naaifunc‑tie.

U kunt het naaiproces ook activeren of stoppen met het meegeleverde voetpedaal. Controleer of het voetpedaal niet per ongeluk is ingedrukt voordat u het pedaal aansluit op het apparaat. Met inge‑drukt voetpedaal begint het apparaat onmiddellijk te werken wanneer het wordt aangesloten. Gevaar voor verwondingen. 1.

19182. Plaats het voetpedaal op een geschikte plaats op de vloer. Zorg ervoor dat u het voetpedaal niet per ongeluk indrukt. Aanwijzing: Wanneer u het voetpedaal indrukt, begint het naaiproces. Wan‑neer u het voetpedaal loslaat, stopt het apparaat. OverzichtDe bovendraad aanbrengenGebruik alleen garen dat geschikt is voor het naaien met een naaimachine, anders kan het garen te snel breken. 1. Plaats het apparaat op een gemak‑kelijk toegankelijke, stabiele, vlakke, droge en slipvrije ondergrond. 2. Trek de spoelhouder (F) naar buiten. Let op de veer die daar is aange‑bracht. 3. Neem de veer (en het eventueel aan‑gebrachte spoeltje) uit de spoelhou‑der. 4. Plaats een van de meegeleverde spoeltjes (met garen) op de spoel‑houder (F). Breng de veer aan. 5. Steek de spoelhouder (F) (met spoel‑tje en veer) tot aan de aanslag terug in de daarvoor bestemde opening in de behuizing. 6.

Breng de naaivoet (Q) met behulp van de naaivoethevel (U) in de bo‑venste stand en draai het handwiel (G) tegen de wijzers van de klok in, totdat de naald (Z) en de draadhevel (B) in hun hoogste stand staan. Gebruik indien nodig de mee‑geleverde inrijger om de draad aan te brengen en door de betreffende openingen en het naaldoog te leiden. Raadpleeg hiervoor de instructies in de paragraaf “De inrijger gebrui‑ken”. Om de draad aan te brengen, moet u hem door verschillende posities leiden. Hieronder zijn deze posities aangege‑ven als positie 1 – 7, waarbij 1 de eerste stap is. Raadpleeg ook de afbeelding hieronder, waarin de posities met pijlen zijn aangegeven en genummerd. 7. Neem het draaduiteinde vast en leid het door de dichtstbijzijnde ho‑rizontale draadgeleider (E) (positie 1). 8.

2120In plaats van een draad/garen uit de spoelhouder, kunt u ook een klosje garen op de garen‑klospen bevestigen en een draad of het garen van daaruit als bovendraad gebruiken. Trek de garenklospen tot aan de aanslag naar boven om het garenklosje te plaatsen. Voor het aanbrengen van de draad/het garen volgt u dezelfde stappen als voor een draad uit de spoelhouder (positie 1‑7).GarenklospenGarenklosjeDe inrijger gebruikenBij het apparaat wordt een zogenaamde "inrijger" (draadinsteker) meegeleverd, waarmee u de draad gemakke‑lijker door het naaldoog kunt steken. U kunt de inrijger ook gebruiken om de draad ge‑makkelijker door andere ope‑ningen te steken, bijvoorbeeld de draadgeleiders en het geleidingsoog.1. Leid de draadlus van de inrijger (B1) van rechts naar links door het oog van de naald die in de machine is bevestigd.2. Leid de draad door de draadlus van de inrijger (B1).3.

Trek de draadlus nu naar rechts uit het oog van de naald. De draad wordt hierdoor door het oog van de naald getrokken.De onderdraad aanbrengenAanwijzingen:‑ Gebruik alleen de meegeleverde spoeltjes voor het spoelhuis voor de onderdraad (S).‑ De bovendraad moet volledig zijn aangebracht en ingeregen voordat u de onderdraad correct kunt aan‑brengen.

21201. Trek de afdekking van het spoelhuis voor de onderdraad (S) naar buiten van het apparaat weg.2. Neem een van de meegeleverde spoeltjes (met draad) en wikkel ongeveer 10‑15 cm van de draad af.3. Plaats het spoeltje in het spoelhuis voor de onderdraad (S), zodat het spoeltje met de wijzers van de klok mee draait wanneer u aan de draad trekt. Leg de draad in de inkeping die in het spoelhuis voor de onder‑draad (S) zit.Inkeping4. Breng de naaivoet (Q) met behulp van de naaivoethevel (U) in de bo‑venste stand.5. Draai het handwiel (G) tegen de wijzers van de klok in (naar u toe). Houd intussen de bovendraad met de andere hand vast. De naald zakt omlaag en gaat door de opening in de steekplaat (R) naar beneden in het apparaat. De naald komt weer omhoog, neemt de onderdraad via een gevormde lus mee naar boven en trekt de onderdraad door de opening in de steekplaat (R).6.

Trek nogmaals zachtjes aan de bovendraad om de lus van de onderdraad iets verder omhoog te trekken. Trek nu het einde van de onderdraad aan de lus uit de ope‑ning. Gebruik zo nodig een hulpmid‑del (bijv. een schaar of naald) om de draad eruit te trekken.7. Neem de twee draaduiteinden en trek de draden ca. 10‑15 cm naar buiten. Leg ze onder de naaivoet (Q)

2322in de richting van de achterkant van het apparaat.8. Breng de afdekking van het spoel‑huis voor de onderdraad (S) weer aan.Bovendraadspanner – de bovendraadspanning instellenVoor een goed naairesultaat moet u de bovendraadspanning aanpassen aan de stof waarmee u werkt (bijv. dikte, stevigheid) en aan het aantal stoflagen. Zo hebben lichte en dunne stoffen vaak een hogere draadspanning nodig dan dikke stoffen.Als de draad tijdens het naaiproces afbreekt, is de draadspanning te hoog ingesteld. Als er lusjes ontstaan, is de draadspanning te laag ingesteld. Pas in beide gevallen de bovendraadspan‑ning aan met behulp van de boven‑draadspanner (C).1. Draai de bovendraadspanner (C) met de wijzers van de klok mee om de bovendraadspanning te verhogen.2.

Draai de bovendraadspanner (C) tegen de wijzers van de klok in om de bovendraadspanning te verlagen.Tip: Test voordat u begint te naaien op een geschikt restje stof of de boven‑draadspanning correct is ingesteld. Breng de nodige aanpassingen aan voordat u met het eigenlijke naaiwerk begint.Aanwijzing: De onderdraadspanning kan niet worden ingesteld.Bediening• Vermijd contact met bewe‑gende onderdelen. Zorg ervoor dat handen, haren, kleding die op het lichaam wordt gedragen en andere voorwerpen tijdens het gebruik niet in contact komen met bewegende onderdelen, om persoonlijk letsel of materiële schade te voorkomen. Als het apparaat in werking is, bewegen ook het handwiel en de hefstang aan de bovenkant van het apparaat. Gevaar voor ver‑wondingen!

2322 • De naald is erg scherp: er is gevaar voor ernstige ver‑wondingen bij het hanteren van de naald. • Ook als het apparaat niet is ingeschakeld of van stroom wordt voorzien, bestaat er gevaar voor verwondingen bij het hanteren van de naald(en). • Zorg ervoor dat uw vingers tijdens het naaien niet onder de naaldhouderschroef of de naald kunnen komen. Ge‑vaar voor verwondingen. • Trek of duw niet aan de stof wanneer de naald in de stof is verzonken of tijdens het naaiproces. Dit kan leiden tot naaldbreuk. • Controleer voordat u begint met naaien of de draden correct zijn aangebracht en ingeregen, en de boven‑draadspanning correct is ingesteld. Aanwijzing: Voor het transport van de machine is tussen de steekplaat (R) en de naaivoet (Q) een stuk stof aange‑bracht. Verwijder deze stof voordat u andere stoffen begint te naaien.

Til hiervoor de naaivoet (Q) op met be‑hulp van de naaivoethevel (U) en trek de stof weg. Knip eventueel bestaande verbindingsdraden af met een geschik‑te schaar. 1. Breng de naaivoet (Q) met behulp van de naaivoethevel (U) in de bovenste stand. Draai het handwiel (G) tegen de wijzers van de klok in, totdat de naald (Z) en de draadhevel (B) in hun hoogste stand staan. 2. Leg de te naaien stof(fen) vanaf de voorkant tussen de naaivoet (Q) en de steekplaat (R). Aanwijzing: Tijdens het naaiproces duwt de naaimachine de stof weg van u, naar achteren toe. Daarom moet u de stof vanaf de voorkant invoeren of voor de naaimachine leggen. 3. Laat de naaivoet (Q) weer zakken door de naaivoethevel (U) naar be‑neden te zetten. 4. Draai het handwiel (G) tegen de wijzers van de klok in (naar u toe), tot de naald in de stof zinkt.

2524veerd wanneer de snelheidsre‑gelaar naar de behuizing is ingedrukt. We adviseren de lage snelheidsstand voor veeleisend en nauwkeurig naai‑werk waarbij het naaiproces regelmatig wordt onderbroken. Voor langere naai‑processen zonder onderbreking, zoals het stikken van een lange naad, raden we de hoge snelheidsstand aan. 5. Stel de gewenste snelheidsstand in met de snelheidsregelaar (K). Aanwijzing: Om het naaigebied extra te verlichten, kunt u het naailampje inschakelen door op de aan‑/uitknop voor het naailicht (I) te drukken. Schakel het weer uit door opnieuw op de aan‑/uitknop voor het naailicht te drukken. Opmerking: De lichtbron kan niet worden vervangen. 6. Houd de stof lichtjes vast om deze in een geschikte positie te houden voor het naaien. Start het proces door op de aan‑/uitknop voor de naaifunctie (J) te drukken of het voetpedaal (Y) in te drukken. 7.

Om het naaiproces te stoppen, drukt u nogmaals op de aan‑/uitknop voor de naaifunctie (J) of gebruikt u het voetpedaal (Y). Aanwijzing: Als u de naairichting tijdens het stikken wilt veranderen, adviseren we om het naaiproces te stoppen, de naaivoet (Q) in de boven‑ste stand te brengen en de stof rond de naald als draaiingsas te draaien. Laat de naaivoet (Q) weer zakken. U kunt opnieuw beginnen met stikken of doorgaan met stikken. 8. Om het stikken te beëindigen, stopt u het naaiproces door te drukken op de aan‑/uitknop voor de naai‑functie (J) of het voetpedaal (Y) te gebruiken. 9. Zet de naald in de hoogste stand door aan het handwiel (G) te draai‑en en til de naaivoet (Q) op met behulp van de naaivoethevel (U). 10. Trek de stof nu voorzichtig (naar links) weg. Let op: de draden zitten nog aan de stof vast. 11. Knip de draden nu af op een ge‑schikte afstand van de stof.

Gebruik hiervoor de draadafsnijder (T) op het apparaat, of een geschikte schaar. U hebt nog wat extra draad‑lengte nodig (ongeveer 10‑15 cm) om de naad met de hand in de stof vast te zetten. 12.

2524Verwijder de batterijen uit het batterij‑vak of koppel het apparaat los van de stroomvoorziening via de netadapter, als u het apparaat niet langer wilt gebruiken.Een spoeltje opwindenAls u het apparaat met ander garen (bijv. een andere kleur) wilt gebrui‑ken of als het garen op het spoeltje is opgebruikt, kunt u met behulp van de naaimachine snel en eenvoudig garen van een garenklosje op het betreffende spoeltje winden.1. Om het garenklosje aan te brengen waarvan u de draad op een van de meegeleverde spoeltjes wilt win‑den, trekt u eerst de garenklospen (D) tot aan de aanslag naar boven uit de behuizing.2. Plaats nu een geschikt garenklosje op de garenklospen en trek het uiteinde van het garen iets naar buiten.3. Neem een leeg spoeltje en steek het garen van binnen naar buiten door een van de gaatjes in een van de randen van het spoeltje.

Trek het garen uit het spoeltje tot er een lengte van ongeveer 10‑12 cm uitsteekt.4. Druk op de spoelwinder (H) op het handwiel (G). Draai tegelijkertijd het handwiel (G) een klein stukje met de wijzers van de klok mee om de spoelwinder (H) te ontgrende‑len, waardoor deze verder uit het handwiel (G) steekt.H5. Plaats het spoeltje op de spoelwin‑der (H) en druk het stevig vast. Het naar buiten stekende gareneinde moet naar rechts wijzen. Houd daarbij het garen vast.6. Houd het gareneinde vast en druk op het voetpedaal (Y) of op de aan‑/uitknop voor de naaifunc‑tie (J). De naaimachine begint te werken en het handwiel (G) draait, waarbij het garen op het spoeltje wordt gewikkeld.7. Om ervoor te zorgen dat het garen gelijkmatig op het spoeltje wordt gewikkeld, adviseren we om het garen tijdens het wikkelen met de hand of de vingers te leiden.

27268. Stop het apparaat na enkele win‑dingen en knip het uitstekende eindje van het garen af.9. Herstart het apparaat en laat het draaien tot de gewenste lengte garen is opgewikkeld. Schakel het apparaat uit.10. Haal het opgewikkelde spoeltje van de spoelwinder (H) en knip het garen af.11. Druk de spoelwinder (H) weer in en vergrendel hem door het handwiel kort tegen de wijzers van de klok in te draaien.12. Verwijder het garenklosje van de garenklospen (D) en druk de garen‑klospen weer in de behuizing.De naald vervangenDe naald is erg scherp. Gevaar voor verwondingen!Controleer voordat u de naald vervangt dat er geen batterij‑en in het batterijvak zitten en dat het apparaat niet met de netadapter of het stroomnet verbonden is. Gevaar voor verwondingen!Aanwijzing: Om correct te kunnen naaien, moet de naald juist en recht zijn aangebracht.

De naald moet scherp/spits zijn en mag niet stomp, verbogen of gebroken zijn. Vervang indien nodig de naald.1. Zet de naald in de hoogste stand door aan het handwiel (G) te draaien en laat de naaivoet (Q) zakken met behulp van de naaivoethevel (U).2. Houd de naald (Z) bij voorkeur vast met uw linkerhand en draai met uw rechterhand de bevestigingsschroef (N) los tegen de wijzers van de klok in. Gebruik eventueel een geschikte munt of tang. 3. Verwijder nu de naald (Z) door ze naar beneden uit de naaldhouder (O) en naar voren uit het apparaat te halen.4. Neem de nieuwe naald en breng ze aan in de naaldhouder (O). Steek de naald langs voren in de naaldhou‑der (O), zodat de punt van de naald

2726terechtkomt in de opening in het midden van de naaivoet (Q). Plaats de naald zodanig in de naaldhouder (O) dat de afgeplatte kant van de naald naar rechts wijst, in de richting van de bevestigingsschroef (N).5. Houd de naald vast en draai de bevestigingsschroef stevig met de wijzers van de klok mee om de naald te fixeren. Controleer of de naald goed vastzit en recht is uitgelijnd. 6. Controleer de correcte uitlijning van de naald door aan het handwiel te draaien.7. Pas als u zeker weet dat de naald correct en veilig is aangebracht, mag u de naaimachine opnieuw naaiklaar maken of gebruiken.Achteruit naaienDe "achteruitnaaifunctie" is erg handig om bijvoorbeeld het begin en einde van een naad te versterken.Aanwijzing: Controleer de boven‑draadspanning.

Het kan nodig zijn om de bovendraadspanning iets te verhogen met behulp van de boven‑draadspanner (C) om deze functie correct te kunnen gebruiken.1. Om de functie te gebruiken naait u eerst zoals gewoonlijk vooruit. Druk dan (tijdens het naaiproces) de achteruitnaaiknop (L) in.Aanwijzing: Het gebied/spoor bij het achteruitnaaien is bij voorkeur niet langer dan 5 cm.2. Laat de schakelaar voor de achteruit‑naaiknop (L) los om weer vooruit te naaien.

2928Onderhoud, reinigingenverzorgingKoppel het apparaat voor het reinigen altijd los van de stroomvoorziening. Contro‑leer voor het reinigen dat er geen batterijen in het batterij‑vak zitten en dat het apparaat niet met de netadapter of het stroomnet is verbonden. Laat het volledig afkoelen voordat u het reinigt en opbergt! Gevaar voor verwondingen!Zorg er voor dat er geen vloeistof binnen in het appa‑raat komt. Dompel het appa‑raat nooit in water. Gevaar voor een elektrische schok!Gebruik voor het reinigen nooit scherpe of schurende reinigings‑middelen of voor‑werpen met scherpe randen. Reinig het apparaat niet in de afwasmachine.1. Verwijder eerst met een geschikt kwastje of borsteltje de eventueel aanwezige stof‑ en vezelresten uit het spoelhuis voor de onderdraad (S) en van de steekplaat (R).2.

Gebruik voor het reinigen van de buitenkant van het apparaat een droge, eventueel matig vochtige, goed uitgewrongen doek.3. Vervolgens goed droogwrijven.OpbergenBewaar het gereinigde en droge apparaat inclusief de accessoires op een droge en voor kinderen ontoe‑gankelijke plaats. Let er daarbij op dat er geen batterijen in het batterijvak (M) zitten en dat het apparaat niet met de netadapter ver‑bonden is. Trek bovendien de stekker van de voetpedaalkabel uit het appa‑raat. Breng de garenklospen (D) in de onderste stand. Leg een stuk stof onder de naaivoet (Q) en laat de naaivoet zak‑ken voordat u het apparaat opbergt.

2928Storing en oplossingStoring: Oorzaak: Oplossing: Het apparaat doet helemaal niets.Het apparaat is niet aangesloten op een stroomvoorziening.Plaats de batterijen en let daarbij op de juiste polariteit, of verbind het apparaat met de netadapter en sluit de netadapter aan op het stroomnet.Aan‑/uitknop voor de naaifunctie resp.

het voetpedaal niet geactiveerd.Start het naaiproces door op de aan‑/uitknop te drukken, of verbind het voetpedaal met het apparaat en start of stop het naaiproces met het voetpedaal.Voetpedaal of netadapter niet correct aangesloten.Controleer de aansluitingen en verbind indien nodig het voetpedaal of de netadapter opnieuw met het apparaat.De draad breekt af.Bovendraadspanning te hoog ingesteld.Pas de bovendraadspanning aan met behulp van de bovendraadspanner.Draad niet correct aangebracht.Breng de draad weer correct aan op het apparaat.Boven‑ of onderdraad in de war.Maak de draden los en rijg ze indien nodig opnieuw in.Verkeerd spoeltje gebruikt.Gebruik de meegeleverde spoeltjes.

31303130In de naad vor‑men zich lussen.Bovendraadspanning te laag.Pas de bovendraadspanning aan met behulp van de bovendraadspanner.Naaivoet niet in de onderste positie.Laat de naaivoet zakken met behulp van de naaivoethevel.De stof rimpelt tijdens het naaien.Er wordt een verkeerde naald gebruikt.Wissel de naald. Let erop dat de naald bij het garen en het type stof past.Neem bij hier niet vermelde storingen a.u.b. contact op met onze klantenservice. Onze adviseurs helpen u graag verder. Het serviceadres vindt u in onze Garantie‑bepalingen op de apart bijgevoegde Garantiekaart. Aangezien we voortdurend sleutelen aan onze producten om ze te verbeteren, kan het zijn dat we het ontwerp aanpassen en eventueel technische wijzigingen aanbrengen. Deze bedieningshandleiding kunt u ook als pdf‑bestand downloaden op onze startpagina www.gt‑support.de.

33323332AfvoerenVerpakking afvoerenGooi de verpakking soort bij soort weg. Leg karton en kartonnen dozen bij het oud papier en breng folie naar de inzameling van herbruikbare materialen. Artikel afvoerenOude apparaten mogen niet bij het huisvuil. Het symbool met de door‑streepte vuilnisbak betekent dat elektrische en elektronische apparaten niet samen met het huisvuil mogen worden weggegooid. Consu‑menten zijn wettelijk verplicht elektri‑sche en elektronische apparaten aan het einde van hun levensduur geschei‑den van ongesorteerd huishoudelijk afval in te leveren. Dit garandeert dat de recycling op een milieuvriendelijke en grondstofbesparende manier wordt uitgevoerd.

Batterijen en accu’s die niet vast in het elektrische of elektronische apparaat zijn ingesloten en die kunnen wor‑den verwijderd zonder te worden vernietigd dienen van de apparaten te worden gescheiden voordat u het apparaat inlevert bij een inzamelpunt en naar een aangewezen verwijde‑ringspunt brengt. Hetzelfde geldt voor lampen die uit het apparaat kunnen worden verwijderd zonder te worden vernietigd. Eigenaars van elektrische en elek‑tronische apparaten van particuliere huishoudens kunnen deze inleveren bij de inzamelpunten van de overheidsin‑stanties voor afvalbeheer of bij de door de fabrikanten of distributeurs opge‑zette inzamelpunten. Het inleveren van oude apparaten is gratis.

In het algemeen zijn de distributeurs verplicht ervoor te zorgen dat oude apparaten kosteloos worden terugge‑nomen door geschikte terugnamefaci‑liteiten binnen een redelijke afstand ter beschikking te stellen. Consumenten hebben de mogelijk‑heid een oud apparaat gratis terug te brengen naar een distributeur die verplicht is het terug te nemen indien u een gelijkwaardig nieuw apparaat met in wezen dezelfde functie koopt. Deze mogelijkheid bestaat ook voor leverin‑gen aan een particulier huishouden. Batterijen en accu’s mogen niet samen met het huisvuil worden weggegooid.

De consumenten zijn wettelijk ver‑plicht alle batterijen of accu’s, of ze nu schadelijke stoffen bevatten of niet, naar een inzamelpunt in hun gemeente of naar een detailhandelaar te brengen zodat ze op een milieuvriendelijke manier kunnen worden verwijderd en waardevolle grondstoffen kunnen worden teruggewonnen.

33323332Batterijen en accu’s die niet vast in het elektrische of elektronische apparaat zijn ingesloten en die kunnen worden verwijderd zonder te worden vernie‑tigd dienen van de apparaten te wor‑den gescheiden voordat u het apparaat inlevert bij een inzamelpunt en naar een aangewezen verwijderingspunt brengt.Bij lithiumhoudende batterijen en ac‑cu’s moeten de polen worden afgeplakt voordat ze worden weggegooid om kortsluiting van buitenaf te voorko‑men.Breng batterijen en accu’s alleen bin‑nen als ze leeg zijn.

353435Garantiekaart Vanaf aankoopdatum (kassabon bewaren)Artikel: Mini-naaimachine GT-SF-MSM-01 (Art. 2100329)VerkoperFirmanaam:Straat/nr:Postcode/plaats:KoperProbleem/Defect:Naam: Straat/nr:Postcode/plaats: Telefoonnummer:E-mail: Handtekening:(Voor statusmeldingen in verband met reparatie)Geachte klant,Onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderworpen. Wanneer desondanks een van onze producten onverhoopt niet naar behoren functioneert, dan verzoeken wij u contact op te nemen met ons servicebedrijf. U kunt ons telefonisch bereiken via bovenstaande servicehotline. Wij zijn u graag van dienst. Ook kunt u met het product teruggaan naar één van de ALDI‑filialen. Op uw verzoek kan ALDI de garantie‑afwikkeling voor u verzorgen.

Globaltronics Service Center, c/o teknihall Benelux bvba Brusselstraat 33, 2321 MEER, BELGIUMHotline: 0900 / 44 666 44, Fax: +32 (0) 360 55 043 E‑Mail: gt‑support@teknihall. beTen aanzien van het door u bij ALDI gekochte product heeft u recht op garantie conform de onderstaande bepalingen, zulks onverminderd eventuele overige u toekomende rechten:1) U kunt tot drie jaar na aankoopdatum aanspraak maken op garantie. De garantie is beperkt tot materi‑aal‑ en fabricagefouten en geeft u recht op herstel van deze gebreken of vervanging van het betreffende product zonder dat hieraan voor u kosten zijn verbonden. 2) Na constatering van het defect dient u binnen redelijke tijd een beroep te doen op de garantie.

Het inroe‑pen van enige garantie na afloop van de garantietermijn is niet mogelijk, tenzij het een gebrek betreft ten aanzien waarvan binnen redelijke tijd, doch in elk geval binnen twee maanden na afloop van de garantie‑termijn wordt gereclameerd. 3) U kunt het defecte product samen met uw garantiekaart en de kassabon portvrij toesturen aan het ant‑woordnummer van ons servicebedrijf.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ambiano GT-SF-MSM-01 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden