Al-ko Robolinho 500 W Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Al-ko Robolinho 500 W (504 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen. Heb je een vraag over Al-ko Robolinho 500 W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Al-ko |
| Categorie: | Robotmaaier |
| Model: | Robolinho 500 W |
| Kleur van het product: | Grijs |
| Gewicht: | 7600 g |
| Soort: | Robotgrasmaaier |
| Stroombron: | Batterij/Accu |
| Internationale veiligheidscode (IP): | IPX1 |
| Accu/Batterij voltage: | 20 V |
| Geluidsdrukniveau: | 60 dB |
| Batterij capaciteit: | 2.5 Ah |
| Rotatiesnelheid: | 3400 RPM |
| Maximale grasoppervlakte: | 500 m² |
| Maaibreedte: | 200 mm |
| Aantal maaihoogte standen: | Ja |
| Minimale maaihoogte: | 25 mm |
| Maximale maaihoogte: | 55 mm |
| Aantal bladen: | 4 |
| Batterijtechnologie: | Lithium-Ion (Li-Ion) |
| Geluidsvermogensniveau: | 58 dB |
| Accuduur (min): | 55 min |
Handleiding Al-ko Robolinho 500 W – volledige tekst
442811_a 63Vertaling van de originele gebruikershandleidingVERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDINGInhoudsopgave1 Over deze gebruikershandleiding. 641. 1 Symbolen op de titelpagina. 641. 2 Verklaring van pictogrammen en sig-naalwoorden. 642 Productomschrijving. 642. 1 Leveringsomvang. 652. 2 Robot-grasmaaier. 652. 3 Symbolen op het apparaat. 662. 4 Bedieningsoppervlak. 662. 5 Display. 672. 6 Menustructuur. 682. 7 Basisstation. 692. 8 Accu. 692. 9 Beschrijving van de werking. 692. 10 Wifi-module en AL-KO inTOUCH app 703 Veiligheid. 703. 1 Beoogd gebruik. 703. 2 Mogelijk foutief gebruik. 713. 3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen. 713. 3. 1 PIN- en PUK-invoer. 713. 3. 2 Sensoren. 723. 4 Veiligheidsinstructies. 723. 4. 1 Gebruiker. 723. 4. 2 Persoonlijke beschermingsmid-delen. 733. 4. 3 Veiligheid van personen en die-ren. 733. 4. 4 Veiligheid van het apparaat. 733. 4.
5 Elektrische veiligheid. 744 Montage. 744. 1 Apparaat uitpakken. 744. 2 Maaigebieden plannen (01). 744. 3 Maaigebieden voorbereiden. 744. 4 Basisstation opbouwen(03/a). 754. 5 Begrenzingskabel installeren. 754. 5. 1 Begrenzingskabel op het basis-station aansluiten (03/b). 754. 5. 2 Begrenzingskabel leggen (01). 754. 5. 3 Obstakels afzetten. 754. 5. 4 Doorgangen afzetten (01/h). 764. 5. 5 Hellingen afzetten (11). 764. 5. 6 Kabelreserves aanleggen (07). 764. 5. 7 Typische fouten bij het leggenvan de kabel (02). 764. 6 Basisstation op voeding aansluiten(04). 774. 7 Verbindingen aan het basisstationcontroleren (04). 775 Inbedrijfstelling. 775. 1 Accu opladen (08). 775. 2 Basisinstellingen uitvoeren. 775. 3 Maaihoogte instellen. 785. 4 Automatische kalibratierit uitvoeren. 786 Bediening. 786. 1 Apparaat met de hand starten. 786. 2 Maaiwerking staken. 786. 3 Nevenoppervlak maaien (01/NF).
NL64 RobolinhoOver deze gebruikershandleiding7. 11 Opnieuw kalibreren. 827. 12 Terugzetten op fabrieksinstellingen. 828 Informatie weergeven. 829 Onderhoud en verzorging. 829. 1 Reiniging. 829. 2 Regelmatige controle. 839. 3 Messen vervangen. 8310 Transport. 8411 Opslag. 8411. 1 Robot-grasmaaier opbergen. 8411. 2 Laadpaal opbergen. 8411. 3 Begrenzingskabel overwinteren. 8412 Verwijderen. 8413 Hulp bij storingen. 8513. 1 Apparaat- en bedieningsfouten ver-helpen. 8513. 2 Foutcodes en -oplossing. 8714 Klantenservice/service centre. 9015 Garantie. 901 OVER DEZEGEBRUIKERSHANDLEIDING■De Duitse versie is de originele gebruiksaan-wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing. ■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over het appa-raat nodig heeft.
■Draag het apparaat alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover. ■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1. 1 Symbolen op de titelpaginaSymbool BetekenisLees voor de ingebruikname dezegebruiksaanwijzing absoluut zorg-vuldig door. Dit is de voorwaardevoor veilig werken en een storings-vrij gebruik. Symbool BetekenisGebruiksaanwijzingLiGa voorzichtig met Li-Ion accu´som. Neem met name de aanwijzin-gen voor transport, opslag en afval-verwijdering in acht. 1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoorden GEVAAR. Wijst op een direct gevaarlijke si-tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieelgevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme-den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kanleiden. VOORZICHTIG.
Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei-den. LET OP. Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële schade kanleiden.
NL66 RobolinhoProductomschrijving2.3 Symbolen op het apparaatSymbool BetekenisHoud anderen uit de buurt van degevarenzone!Vereist extra voorzichtigheid tijdensgebruik!Blijf met uw handen en voeten bijhet maaimechanisme vandaan!Houd voldoende afstand!Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing!Voer voor het starten van het appa-raat het PIN in!Rijd niet op het apparaat mee!2.4 Bedieningsoppervlak1 2* 3 48 7 6 56ONOFFSTARTPAUSEMENUHOME* alleen Robolinho 700/1200/2000Nr. Component1(Home-toets): Maaiwerking staken,het apparaat rijdt terug naar het basis-station.
Het start de volgende dag weerautomatisch op de ingestelde maaitijd.2 Regensensor (Robolinho700/1200/2000): Stelt vast of het regent(zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instel-len (Robolinho 700/1200/2000)", pagi-na79).3 Display: Toont de huidige bedrijfsstatusvan het apparaat, de naam van het ge-selecteerde menu, de menupunten ende functies die geselecteerd kunnenworden (zie Hoofdstuk 2.5 "Display", pa-gina67).4 (pijltjestoetsen): Selecteer demenupunten, verhoog en verlaag de ge-talwaarden en kies tussen de instellin-gen.5(Start/pauze-toets): Maaiwerkingmet de hand starten en onderbreken ofmaaiwerking na het indrukken vanmeteen weer voortzetten.6 (functietoetsen): De functieoproepen die zojuist boven de toets ophet display wordt weergegeven.7(On/Off-toets): Apparaat in- en uit-schakelen.
442811_a 67ProductomschrijvingNr. Component8(Menutoets): Hoofdmenu oproepen.2.5 DisplayHoofdmenuInstellingenInformatieTerugBevestigen*12 334Nr. Indicatie1 Naam van het geselecteerde menu(hier: Hoofdmenu)2 Menupunten in het menu: Er worden tel-kens slechts twee menupunten weerge-geven (hier: Instellingen en In-formatie). Met en kunnen erverdere menupunten worden weergege-ven.3 Functies voor het geselecteerde menu-punt (hier: Instellingen). Met en kunnen de functies worden op-geroepen.4 Sterretje voor de markering van het ge-selecteerde menupunt (hier: Instel-lingen)
442811_a 69Productomschrijving2. 7 Basisstation63 31 2857 694Nr. Component1 Bodemplaat2 Leds voor statusweergave3 Laadcontact4Home-toets( ) *5 Laadzuil6 Kabelschacht7 Wielkuip8 Boring voor schroefspijkers (9)9 Schroefspijkers* Robolinho 700/1200/20002. 8 AccuDe accu kan door de gebruiker worden vervan-gen. OPMERKING De accu moet voor het eerstegebruik compleet worden opgeladen. De accu kanin elke willekeurige laadtoestand worden opgela-den. Het is niet slecht voor de accu als het opladenwordt onderbroken. De accu kan alleen wordenopgeladen als het apparaat is ingeschakeld. ■De accu is bij oplevering gedeeltelijk opgela-den. Bij normaal gebruik wordt de accu regel-matig opgeladen. Het apparaat rijdt hiervoorterug naar het basisstation. ■De geïntegreerde bewakingselectronica be-eindigt het opladen automatisch als er eenoplaadstatus van 100% is bereikt.
■Het opladen werkt alleen bij een onberispelijkcontact van de laadcontanten van het basis-station met de contactoppervlakken van hetapparaat. ■Bij een temperatuur hoger dan 45°C blok-keert de ingebouwde beveiliging het opladenvan de accu. Op deze wijze wordt een ac-custoring voorkomen. ■Als de bedrijfsduur van de accu ondanks eenvolledige oplading duidelijk korter is gewor-den, moet hij bij een AL-KO dealer, technicusof AL-KO servicepartner door een origineleaccu worden vervangen. ■Als de accu door veroudering of een te langeopslagduur ontladen raakt tot beneden dedoor de fabrikant vastgelegde drempelwaar-de, kan hij niet meer worden opgeladen. Laatde accu en de controle-elektronica controle-ren door uw AL-KO dealer, technicus of ser-vicepartner. ■De laadconditie van de accu wordt getoondop het display. De accustatus na ca. 3 maan-den opslag controleren.
Schakel hiervoor hetapparaat in en lees de accustatus af. Als deaccu slechts nog maar voor ca. 30% of min-der is geladen moet het apparaat in het ba-sisstation geplaatst en ingeschakeld wordenzodat de accu wordt opgeladen.
Als de laad-zuil voor het opbergen van het basisstationwerd verwijderd (zie Hoofdstuk 11. 2 "Laad-paal opbergen", pagina84), moet die eerstweer in omgekeerde volgorde gemonteerd enhet basisstation weer op het stroomnet aan-gesloten worden. ■Als er elektrolyt uit het huis is vrijgekomen:Apparaat door een AL-KO servicepunt latenrepareren. ■Indien de accu uit het apparaat werd verwij-derd: Als er ogen of handen met het vrijgeko-men elektrolyt in aanraking zijn gekomenmoeten die onmiddellijk met water wordengespoeld. Daarna onmiddellijk een arts raad-plegen. 2. 9 Beschrijving van de werkingBewegen op het gazonHet apparaat beweegt zich vrij op een door eenbegrenzingskabel afgezet gebied. De oriëntatievan het apparaat gebeurt met sensoren die hetmagneetveld van de begrenzingskabel herken-nen. Als het apparaat tegen een obstakel stoot blijfthet staan en beweegt verder in een andere rich-.
NL70 RobolinhoVeiligheidting. Als het apparaat in een situatie komt waariner geen werking mogelijk is, wordt dit met en mel-ding op het display aangegeven. Robolinho 700/1200/200: Als het apparaat bijeen ingeschakelde regensensor vocht herkent,gaat het automatisch terug naar het basisstation. Maaiwerking en laadwerkingDe maaifasen worden afgewisseld door laadfa-sen. Als de lading van de accu bij het maaien toteen bepaalde waarde (weergave: 0%) is ge-daald, gaat het apparaat langs de begrenzings-kabel terug naar het basisstation. Maaiprogramma´s zijn vooraf ingesteld en kun-nen op het apparaat of in de app aangepast wor-den. Bij elke start van de maaimotor wordt zijn draai-richting omgekeerd, waardoor de levensduur vande maaimessen wordt verdubbeld. 2. 10 Wifi-module en AL-KO inTOUCH appDe robot-grasmaaier is uitgevoerd met een wifi-module.
Dit maakt een comfortabele bediening,instelling en bewaking via een app vanaf een mo-biel apparaat (smartphone, tablet) mogelijk. OPMERKING Het gebruikte mobiele appa-raat heeft een internetverbinding nodig voor ge-bruik van de inTOUCH app. OPMERKING Om de robot-grasmaaier up-to-date te houden, moet hij via een wifi-netwerkmet het internet verbonden zijn. De AL-KO in-TOUCH app geeft informatie als er nieuwe soft-ware updates voor de robot-grasmaaier zijn. Dieworden automatisch gedownload. AL-KO inTOUCH appDe AL-KO inTOUCH app is voor Android-geba-seerde apparaten verkrijgbaar in de Google PlayStore en voor iOS-gebaseerde apparaten in deApple App Store:Na het installeren van de app moet u zich eerstaanmelden. De eerste keer dat de app wordt gestart, wordtde beknopte installatiehandleiding;snelle installa-tiehandleiding automatisch opgeroepen.
Volg deinstructies op om de robot-grasmaaier in de tuinte installeren en vervolgens met de AL-KO in-TOUCH app te verbinden. OPMERKING De robot-grasmaaier maaktuitsluitend verbinding met een 2,4 GHz wifi. 5GHz wifi-netwerken worden niet ondersteund.
Om een verbinding te maken met de AL-KO in-TOUCH app moeten de robot-grasmaaier en desmartphone zich binnen het bereik van een rou-ter met voldoende signaalsterkte (aanbeveling:min. 50%) bevinden. 1. AL-KO inTOUCH app starten. 2. Gebruikersaccount aanmaken met „REGIS-TREREN“. Gebruikersnaam en wachtwoordinvoeren. 3. Aanmelden met het tevoren aangemaaktegebruikersaccount. 4. Verbindingsassistent starten via „APPARA-TEN“ en „NIEUW APPARAAT“. 5. Volg de verdere instructies. OPMERKING Als de robot-grasmaaierzich in een gedeelte van de tuin met een slecht ofzonder wifi-ontvangst bevindt, worden de instel-lingen van de AL-KO inTOUCH app pas uitge-voerd als de robot-grasmaaier binnen een ge-deelte met een goed signaal terugkomt. Als deplaatselijke wifi-sterkte van de router niet de heletuin afdekt, kan de reikwijdte ervan met een ge-bruikelijke repeater uitgebreid worden.
Bij functiestoringen kan een dealer u met de ge-installeerde AL-KO inTOUCH app behulpzaamzijn. De robot-grasmaaier moet via de AL-KO in-TOUCH app voor de dealer vrijgegeven worden. Naast de toegang op afstand tot geïntegreerderobot-grasmaaiers biedt de AL-KO inTOUCH Appnog andere functies zoals productregistratie, tuin-tips, plantadviezen of pushmeldingen in gevalvan een storing. 3 VEILIGHEID3. 1 Beoogd gebruikDit apparaat is uitsluitend be-doeld voor particulier gebruik. El-ke andere toepassing, alsookeen verboden om- of aanbouw,.
442811_a 71Veiligheidworden beschouwd als niet be-oogd gebruik en leiden tot uit-sluiting van de garantie, het ver-lies van de conformiteit (CE-mar-kering) en de afwijzing van elkeverantwoordelijkheid vanwegede fabrikant wat betreft schadeaan de gebruiker of derden.De toepassingsgrenzen van hetapparaat zijn:■max. oppervlak:■Robolinho 500: 500m2■Robolinho 700: 700m2■Robolinho 1150: 1200m2■Robolinho 1200: 1200m2■Robolinho 2000: 2000m2■max. helling/daling:45%(24°)■max. zijwaartse helling: 45%(24°)■Temperatuur:■Opladen: 0–45°C■Maaien: 0–55°C3.2 Mogelijk foutief gebruikDit apparaat is niet geschikt voorgebruik in een openbare omge-ving, parken, op sportterreinenof in de land- en bosbouw.3.3 Veiligheids- en beveili-gingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaarvoor letsel.
Defecte en buitenwerking gestelde veiligheids- enbeschermingsapparatuur kunnenernstig letsel veroorzaken.■Laat defecte veiligheids- enbeschermingsapparatuur re-pareren.■De veiligheids- en bescher-mingsuitrusting nooit buitenwerking stellen.3.3.1 PIN- en PUK-invoerHet apparaat kan alleen door in-voeren van een PIN (personalIdentification Number) wordengestart. Daardoor wordt het in-schakelen door onbevoegde per-sonen voorkomen. De PIN-codeis in de fabriek ingesteld op0000. De PIN-code kan wordengewijzigd, zie Hoofdstuk 5.2 "Ba-sisinstellingen uitvoeren", pagi-na77.Als de pincode 3 keer verkeerdwordt ingevoerd, is de invoervan de PUK (Personal UnlockingKey) noodzakelijk. Als die ookverkeerd wordt ingevoerd moeter 24 uur voor de volgende in-voer worden gewacht.■Bewaar de PIN- en PUK-codeontoegankelijk voor onbe-voegde personen.
NL72 RobolinhoVeiligheid3.3.2 SensorenHet apparaat heeft meerdereveiligheidssensoren. Hij schakeltna het uitschakelen door eenveiligheidssensor niet automa-tisch weer in. De foutmeldingwordt op het display weergege-ven en moet bevestigd worden.De reden voor de activering vande sensor moet worden verhol-pen.HefsensorAls het apparaat tijdens de wer-king aan het huis wordt opgetild,wordt de rijaandrijving uitgescha-keld en de snijmessen wordengestopt.Stootsensoren voorobstakelherkenningHet apparaat is uitgevoerd metsensoren die er bij contact meteen obstakel voor zorgen dat derijrichting wordt aangepast.
Wan-neer het apparaat tegen een ob-stakel aanstoot, verschuift hetbovendeel van de behuizing ietsen de stootsensor wordt geacti-veerd.Hellingsensor in rijrichting/zijkantAls er in rijrichting een helling ofeen daling of een schuine zij-waartse stand van 24° (45%)wordt bereikt, keert het apparaatom of verandert van rijrichting.Regensensor (Robolinho700/1200/2000)Het apparaat is uitgevoerd meteen regensensor die in geacti-veerde hoedanigheid bij regende maaibeurt onderbreekt en er-voor zorgt dat het apparaat te-rugrijdt naar het basisstation. OPMERKING Het apparaatkan betrouwbaar in de buurt vanandere robot-grasmaaiers wor-den gebruikt. Het in de begren-zingskabel gebruikte signaal vol-doet aan de door EGMF (Euro-pean Garden Machinery Federa-tion) vastgelegde standaardswat betreft de elektromagneti-sche emissies.
442811_a 73Veiligheid■Bedien het apparaat niet als uonder invloed bent van alco-hol, drugs of geneesmiddelen.3.4.2 Persoonlijkebeschermingsmiddelen■Om letsel te voorkomen moeter doelmatige kleding en moe-ten er persoonlijke bescher-mingsmiddelen worden gedra-gen.■De persoonlijke bescher-mingsmiddelen bestaan uit:■lange broek en stevigeschoenen.■bij onderhoud en verzor-ging: Veiligheidshand-schoenen.3.4.3 Veiligheid van personenen dieren■Op openbaar toegankelijketerreinen moeten rondom hetmaaigebied waarschuwings-borden met het volgende op-schrift aangebracht worden: LET OP! Automatischegrasmaaier in werking! Komniet in de buurt van het appa-raat!
Houd kinderen onder toe-zicht!■Zorg er tijdens de werkingvoor dat er geen kinderen ofpersonen in de buurt van hetapparaat komen of zijn en datze niet met het apparaat spe-len.■Het is verboden om op het ap-paraat te gaan zitten of om inde snijmessen te grijpen!■Blijf met lichaam en kleding uitde buurt van het maaimecha-nisme.3.4.4 Veiligheid van hetapparaat■Zorg er voor het begin van dewerkzaamheden voor dat ergeen voorwerpen (takken,glazen of metalen voorwer-pen, kledingstukken, stenen,tuinmeubelen, tuingerei ofspeelgoed) in het werkgedeel-te van het apparaat liggen.Die kunnen de snijmessenvan het apparaat beschadigenof door het apparaat bescha-digd worden.■Gebruik het apparaat alleenonder de volgende voorwaar-den:■Het apparaat is niet ver-vuild.■Het apparaat vertoont geenbeschadigingen of slijtage.■Alle bedieningselementenwerken.■Basisstation en voeding ende elektrische voedingska-bels zijn niet beschadigden werken.
NL74 RobolinhoMontage■Vervang defecte onderdelenaltijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant. ■Laat het apparaat reparerenwanneer het beschadigd raak-te. ■De gebruiker van het appa-raat is verantwoordelijk voorletsel bij derden of voor mate-riële schade. 3. 4. 5 Elektrische veiligheid■Gebruik het apparaat nooit alser tegelijkertijd een tuinsproei-er in het maaigebied in bedrijfis. ■Spuit het apparaat niet metwater af. ■Open het apparaat niet. 4 MONTAGE4. 1 Apparaat uitpakken1. Open de verpakking voorzichtig. 2. Haal alle componenten voorzichtig uit de ver-pakking en controleer ze op transportschade. Opmerking:Neem bij transportschade directcontact op met uw dealer of servicepartnervan AL-KO. 3. Controleer de leveringsomvang, zie Hoofd-stuk 2. 1 "Leveringsomvang", pagina65.
Indien het apparaat wordt doorverzonden moetende originele verpakking en de meegeleverde do-cumenten worden bewaard. Die zijn tevens bij re-tourzending vereist. 4. 2 Maaigebieden plannen (01)Locatie van het basisstation (01/1)■Kortste mogelijke afstand naar het grootstemaaigebied■Vlakke ondergrond■Tegen direct zonlicht en sterke weersinvloe-den beschermd■aansluitmogelijkheid voor voeding■Vrije toegankelijkheid voor de robot-gras-maaierLeggen van de begrenzingskabel (01)De begrenzingskabel moet in een doorlopendelus rechtsom worden gelegd. Doorgangen tussen de maaigebieden (01/h)Een doorgang is een nauwe strook op het gazonen kan ertoe dienen om twee maaigebieden teverbinden. Hoofdoppervlak en nevenoppervlak(ken) (01)■Hoofdoppervlak (01/HF): Is het gazon waar-op zich het basisstation bevindt en dat doorhet apparaat over het gehele oppervlak auto-matisch gemaaid kan worden.
■Nevenoppervlak (01/NF): Is een gazon datdoor het apparaat vanaf het hoofdoppervlakniet kan worden bereikt; apparaat indien no-dig met de hand naar het nevenoppervlakdragen. Nevenoppervlakken kunnen methandmatige werking worden bewerkt.
Hoofd- en nevengebied zijn echter alleen doordezelfde, ononderbroken begrenzingskabel om-heind. Positie van de startpunten (01/X0–01/X3)Het apparaat beweegt op de vastgelegde maai-tijd langs de begrenzingskabel tot aan het vast-gelegde startpunt en begint daar met maaien. Met de startpunten kan er vastgelegd wordenwelke gedeeltes van het maaioppervlak er meerworden gemaaid. 4. 3 Maaigebieden voorbereiden1. Controleer of het gazon groter is dan de op-pervlaktecapaciteit van het apparaat. Bij eente groot gazon ontstaat er een onregelmatiggemaaid gazon. Verklein het te maaien ge-bied indien nodig. 2. Voor de montage van basisstation en be-grenzingskabel en voor de inbedrijfstellingvan het apparaat: Het gazon met een gras-maaier op een kleine snijhoogte maaien. 3. Obstakels op het gazon verwijderen of metde begrenzingskabel afzetten (zie Hoofdstuk4. 5.
442811_a 75Montage■Gaten in en verheffingen op het gazon(bijv. molshopen, woelgaten, dennenap-pels, gevallen fruit enz. )■Steile hellingen van meer dan 45% (24°)■Water (bijv. vijvers, beken, zwembadenenz. ) en de afzetting ervan t. o. v. het ga-zon■Struiken en heggen die breder kunnenworden4. 4 Basisstation opbouwen(03/a)1. Basisstation (01/1) haaks t. o. v. de positie vande begrenzingskabel als volgt plaatsen. ■Vlak op de gron (met een waterpas con-troleren)■Rechte en vlakke in- en uitrit■Niet overhellend (bij het aansluiten en in-draaien van de schroefspijkers mag delaadzuil niet gebogen raken of hellen)2. Basisstation (03/2) met vier schroefspijkers(03/1) op de grond vastzetten. 4. 5 Begrenzingskabel installeren OPMERKING Robolinho 500/1150: Alsde meegeleverde begrenzingskabel te kort is,kan bij de AL-KO dealer of de servicepartner eenverlengkabel verkregen worden. 4. 5.
1 Begrenzingskabel op het basisstationaansluiten (03/b)1. Begrenzingskabel (03/4) uit de verpakkingtrekken. 2. Afdekking van de kalbelschacht(03/3) aande aansluiting(03/A) verwijderen. 3. Isolatie van het uiteinde van de begrenzings-kabel(03/6) een stuk verwijderen en in deklem (03/7) steken. 4. Klem sluiten. 5. Begrenzingskabel door de trekontlasting(03/5) met kabelreserve uit de kabelschachtleiden. OPMERKING Met de kabelreserve kunnenook op een later tijdstip nog kleine correcties aande kabelgeleiding uitgevoerd worden. 6. Afdekking van de kabelschacht weer plaat-sen. 4. 5. 2 Begrenzingskabel leggen (01)De begrenzingskabel kan zowel op het gazonworden gelegd of kan 10 cm onder het gazonop-pervlak worden ingewerkt. Het inwerken onderhet gazonoppervlak kan door uw dealer uitge-voerd worden. Beide varianten kunnen met elkaar gecombi-neerd worden. LET OP.
In dat geval moet de begrenzings-kabel gerepareerd of vervangen worden. Begren-zingskabels zijn verkrijgbaar bij AL-KO. ■Leg de begrenzingskabel altijd direct op degrond. Bevestig hem indien nodig met eenextra gazonpen. ■Bescherm de begrenzingskabel bij het leg-gen en tijdens de werking tegen beschadigin-gen. ■Graaf en verticuteer niet in de buurt van debegrenzingskabel. 1. Bevestig de begrenzingskabel met regelmati-ge afstanden met gazonpennen of leg hemondergronds (max. 10 cm diep). 2. Begrenzingskabel om obstakels heen leggen:zie Hoofdstuk 4. 5. 3 "Obstakels afzetten", pa-gina75. 3. Doorgangen tussen de afzonderlijke maaige-bieden aanleggen: zie Hoofdstuk 4. 5. 4"Doorgangen afzetten (01/h)", pagina76. 4. Te grote stijgingen of dalingen afzetten: zieHoofdstuk 4. 5. 5 "Hellingen afzetten (11)", pa-gina76. 5. Kabelreserves aanleggen: zie Hoofdstuk4. 5.
6 "Kabelreserves aanleggen (07)", pagi-na76. 6. Sluit de begrenzingskabel na het leggen aanop de aansluiting (03/B) van het basisstation:zie Hoofdstuk 4. 5. 1 "Begrenzingskabel ophet basisstation aansluiten (03/b)", pagi-na75. 4. 5. 3 Obstakels afzettenAfhankelijk van de omgeving van het werkge-deelte moet de begrenzingskabel met verschil-lende afstanden t. o. v. de obstakels worden ge-legd. Gebruik voor de bepaling van de juiste af-stand de liniaal die van de verpakking afgehaaldkan worden.
NL76 RobolinhoMontage OPMERKING Afzettingen zijn alleen nood-zakelijk als ze door de stootsensoren van het ap-paraat niet kunnen worden herkend. Vermijd teveel of onnodige afzettingen. Niveauverschillendie kleiner zijn dan 6cm, moeten worden uitge-sloten, omdat het apparaat anders schade kanveroorzaken. Afstand t. o. v. muren, hekken, bloembedden:min. 20cm(01)Het apparaat beweegt met een afstand naar bui-ten van 20cm langs de begrenzingskabel. Legdaarom de begrenzingskabel met een afstandvan ten minste 20cm t. o. v. muren, hekken ofbloembedden. Afstand t. o. v. terrasranden en verhardepaden(05)Als de rand van het terras of het pad hoger is danhet gazon moet er een afstand van ten minste20cm aangehouden worden. Als de rand van hetterras of het pad op gelijke hoogte van het gazonligt kan de kabel precies op de rand worden ge-legd. Afstand van obstakels t. o. v.
debegrenzingskabel(01)Als de begrenzingskabels van het obstakel wegof naar het obstakel toe precies samenvallen,d. w. z. met een afstand van 0 cm, beweegt hetapparaat over de begrenzingskabels heen. Debegrenzingskabels hierbij niet over elkaar heen(02/c), maar evenwijdig leggen (01/e). Leggen van de begrenzingskabel rondhoeken (06)■Bij naar binnen verlopende hoeken (06/a):Begrenzingskabel diagonaal leggen om tevoorkomen dat het apparaat in de hoek vastkomt te zitten. ■Bij buitenhoeken met obstakels (06/b): Be-grenzingskabel in een punt leggen om tevoorkomen dat het apparaat tegen de hoekaan botst. ■Bij buitenhoeken zonder obstakels: Begren-zingskabel met een hoek van 90° leggen. 4. 5. 4 Doorgangen afzetten (01/h)De volgende afstanden moeten in de doorgangaangehouden worden:■Totale breedte: min. 60cm■Afstand van de begrenzingskabel t. o. v.
De begrenzingskabel mag niet over een hellingvan meer dan 20 % worden gelegd. Om proble-men bij het keren te vermijden moet er een af-stand van 50 cm tot 20 % helling worden nage-leefd. Als de helling aan de buitenrand van hetwerkgedeelte op een punt meer dan 20 % is,moet de begrenzingskabel met een afstand van20 cm op het vlakke terrein voor het begin van dehelling worden gelegd. 4. 5. 6 Kabelreserves aanleggen (07)Om na de inrichting van het maaibereik het ba-sisstation nog te kunnen verplaatsen of het maai-bereik te vergroten, moet er op regelmatige af-standen een reservelengte in de begrenzingska-bel worden ingebouwd. Kies het aantal kabelreservelengtes naar eigengoeddunken. OPMERKING Vorm bij reservelengtesgeen open lussen. 1. Leg de begrenzingskabel rond de actuele ga-zonpen (07/1) en weer terug naar de vorigegazonpen (07/3). 2.
Leid de begrenzingskabel dan weer terugnaar de actuele gazonpen. Er ontstaat eenlus. De kabels moeten bij elkaar liggen. 3. Indien nodig de lus in het midden met eenextra gazonpen (07/2) aan de grond bevesti-gen. 4. 5. 7 Typische fouten bij het leggen van dekabel (02)■De reserves van de begrenzingskabel wor-den niet in een gelijkmatige, langgerekte lusgelegd (02/a). ■De begrenzingskabel wordt niet deskundigrond de hoeken gelegd (02/b). ■De begrenzingskabel wordt gekruist of nietrechtsom gelegd (02/c). ■De begrenzingskabel wordt te onnauwkeuriggelegd, zodat randgedeeltes van het gazonniet gemaaid kunnen worden (02/d). ■De begrenzingskabel wordt bij het heen- enterugleiden van de rand naar een obstakelbinnen het gazon niet direct naast elkaar lig-gend gelegd (02/e). ■De startpunten worden te ver weg van hetbasisstation vastgelegd (02/f).
442811_a 77Inbedrijfstelling■De begrenzingskabel wordt over de rand vanhet gazon heen gelegd (02/g).■Bij het leggen van de begrenzingskabel wordtde minimum afstand voor doorgangen van20cm onderschreden (02/h).■De begrenzingskabel wordt te dicht, d.w.z.met een afstand van minder dan 20cm t.o.v.niet te passeren obstakels gelegd (02/i).4.6 Basisstation op voeding aansluiten (04)1. Voeding (04/4) op een droge en tegen zon-licht beschermde plek voldoende in de buurtvan het basisstation (04/1) plaatsen.2. Laagspanningskabel van de voeding (04/5)en kabel van het basisstation (04/6) met el-kaar verbinden.3. Netstekker van de voeding (04/2) in eenstopcontact (04/3) steken. OPMERKING Wij adviseren om de voe-ding op het spanningsnet via een aardlekschake-laar met een nominale lekstroom van PIN invoe-ren het vooraf ingestelde PIN 0000 invoe-ren.
Hiervoor na elkaar met of het cij-fer 0 selecteren en telkens met overne-men. Na de invoer van het PIN wordt de toe-gang vrijgeschakeld.5. In het menu PIN wijzigen:■Bij Nieuwe PIN invoeren een zelfgekozen nieuw PIN van vier plaatsen in-voeren. Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen.■Bij Nieuwe PIN herh. het nieuwe PINopnieuw invoeren. Als beide invoerenidentiek zijn, wordt PIN met succesgewijzigd weergegeven.6. In het menu Datum invoeren de actueledatum instellen (formaat:DD-MM-20JJ).Hiervoor na elkaar met of een cijferselecteren en telkens met overnemen.7. In het menu Tijdstip invoeren > 24h-formaat de actuele tijd instellen (for-maat:HH:MM). Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen.
NL78 RobolinhoBedieningDe basisinstellingen zijn voltooid. De status On-gekalibreerd starttoets indrukkenwordt weergegeven. 5. 3 Maaihoogte instellenDe maaihoogte kan traploos tussen de 25 -55mm met de hand worden versteld. OPMERKING Voor de kalibratierit (zieHoofdstuk 5. 4 "Automatische kalibratierit uitvoe-ren", pagina78) en voor het leren van de start-punten (zie Hoofdstuk 7. 5. 2 "Startpunten instel-len", pagina80) wordt een maaihoogte van55mm aanbevolen. 1. Afdekking (10/1) openen. 2. De maaihoogte instellen (de actuele maai-hoogte wordt op het scherm (10/3) in millime-ter aangegeven):■Maaihoogte (d. w. z. gazonhoogte) verho-gen: Draaiknop(10/2) rechtsom(10/+)draaien. ■Maaihoogte (d. w. z. gazonhoogte) verla-gen: Draaiknop(10/2) linksom(10/-)draaien. 3. Afdekking sluiten. 5.
4 Automatische kalibratierit uitvoeren OPMERKING Voer voor de inbedrijfstellingeen kalibratie uit (zie Hoofdstuk 5. 4 "Automati-sche kalibratierit uitvoeren", pagina78) of voerhet teachen van de stanrtpunten uit (zie Hoofd-stuk 7. 5. 2 "Startpunten instellen", pagina80). Zet het apparaat op de beginstand (09)1. Zet het apparaat binnen het maaigebied opde startpositie:■min. 1m links en 1m voor het basisstati-on■met de voorkant op de begrenzingskabeluitgelijndKalibratierit starten1. Controleer dat er binnen het te voorspellenbewegingsgedeelte van het apparaat geenobstakels aanwezig zijn. Het apparaat moetmet beide voorwielen over de begrenzingska-bel heen kunnen rijden. Indien nodig obsta-kels verwijderen of kabel tijdelijk naar binnenleggen (min35cm noodzakelijk). 2. Met apparaat starten. Op het displaywordt weergegeven:■. Waarschuwing.
■Op het display wordt de melding Kalibra-tie voltooid gegeven. ■De accu wordt opgeladen. OPMERKING Het apparaat moet bij hetbinnenrijden in het basisstation blijven staan. Alshet apparaat bij het binnenrijden in het basisstati-on de contacten niet raakt, rijdt het verder langsde begrenzingskabel. Als het apparaat niet doorhet basisstation rijdt is de kalibratieproceduremislukt. In dat geval moet het basisstation beteruitgelijnd en de kalibatieprocedure herhaald wor-den. Na de kalibratieDe vooraf ingestelde actuele maaitijd wordt aan-gegeven. Voor alle andere instellingen zie Hoofdstuk 7 "In-stellingen", pagina79. Robolinho 700/1200/2000 OPMERKING Om voor een correcte wer-king te zorgen en foutmeldingen te reducerenmoet de lengte van de lus worden gemeten. Zie ook2 Startpunten instellen [}80]6 BEDIENING6. 1 Apparaat met de hand starten1. Met apparaat inschakelen.
Voor randen maaien buiten de planning: zieHoofdstuk 7. 7 "Randen maaien bij handmati-ge start", pagina81. 2. Met apparaat met de hand starten. 6. 2 Maaiwerking staken■Robolinho 500/1150: op het apparaat in-drukken. ■Robolinho 700/1200/2000: op het basis-station (08/4) of op het apparaat indrukken. Het apparaat rijdt automatisch naar het basissta-tion. Het wist het maaischema van de actuele.
442811_a 79Instellingendag en start de volgende dag weer op het inge-stelde tijdstip. ■ op het apparaat indrukken. De maaiwerking wordt gedurende een halfuur onderbroken. ■ op het apparaat indrukken. Het apparaat wordt uitgeschakeld. OPMERKING In gevaarlijke situaties kanhet apparaat met de STOP-toets(08/2) wordengestopt. 6. 3 Nevenoppervlak maaien (01/NF)1. Apparaat optillen en met de hand op het ne-venoppervlak plaatsen. 2. Met apparaat inschakelen. 3. Met hoofdmenu oproepen. 4. of * Instellingen 5. of * Nevenoppervlak maaien6. Met of maaitijd selecteren. 7. Met apparaat met de hand starten. Afhankelijk van de instelling: Het apparaat maaitgedurende de ingestelde tijd en schakelt vervol-gens uit of maait verder tot de accu leeg is. Na het maaien van het nevenoppervlak het appa-raat weer met de hand in het basisstation plaat-sen. 7 INSTELLINGEN7. 1 Instelling oproepen - Algemeen1.
Met hoofdmenu oproepen. Opmerking:Het sterretje * voor het menu-punt geeft aan dat het zojuist is geselecteerd. 2. of * Instellingen 3. Met of het gewenste menupunt selec-teren en met overnemen. 4. Instellingen uitvoeren. Opmerking:De menupunten worden in deparagrafen hierna beschreven. 5. Met teruggaan naar het hoofdmenu. OPMERKING Verdere menupunten: zieHoofdstuk 5. 2 "Basisinstellingen uitvoeren", pagi-na77. 7. 2 Geluidssignaal knopbedieningactiveren/deactiveren1. of * Geluidssignaal knopbe-diening 2. Geluidssignaal knopbediening activeren/de-activeren:■ of Activeren :toetstonen activeren. ■ of gedeact. :toetstonen deactiveren. 7. 3 Eco-Mode activeren/deactiveren(Robolinho 700/1200/2000)In de Eco-modus schakelt het apparaat om naarde energie besparende modus. Daardoor wordthet energieverbruik en de geluidsemissie geredu-ceerd.
4 Regensensor instellen (Robolinho700/1200/2000) OPMERKING Maaien van een droog ga-zon vermindert vervuiling. Door het activeren vande regensensor en het instellen van een vertra-gingstijd kan er worden voorkomen dat het appa-raat bij een nat gazon maait. Als de regensensor geactiveerd is, rijdt het appa-raat terug naar het basisstation als het begint teregenen. Daar blijft het tot de regensensor is ge-droogd. Vervolgens wacht het nog de tijd af dieals vertraging is ingesteld voordat het doorgaatmet maaien. De gevoeligheid van de regensen-sor is instelbaar. 1. of * Regensensor 2. Regensensor activeren/deactiveren:■ of Activeren :Regensensor activeren.
Het apparaat be-weegt langs de begrenzingskabel. ■ of Hier , als het apparaathet gewenste startpunt heeft bereikt. Hetstartpunt wordt opgeslagen. 8. of Stel startpunt 1 in ,als bij de teachrun geen startpunt is vastge-legd. Als er hier geen startpunt wordt vastge-legd, worden de startpunten automatischvastgelegd. 9. of Startpunt x: XXm , alshet laatste startpunt is bereikt. Startpunten met de hand vastleggen (01)Het eerste startpunt (01/X0) is vooraf ingestelden bevindt zich 1m rechts naast het basisstation.
Achter dit punt kunnen verdere startpunten wor-den gedefinieerd:■Robolinho 500/700/1150: maximaal driestartpunten(X1–X3)■Robolinho 1200: maximaal zes startpunten(X1–X6)■Robolinho 2000: maximaal negen startpunten(X1–X9)Houd bij het vastleggen van de startpunten reke-ning met het volgende:■Stel de startpunten niet te ver verwijderd vanhet basisstation en niet te dicht bij elkaar in(02/f). ■Gebruik slechts zoveel startpunten als nodig. 1. of * Startpunten 2.
of * Punt X1 bij [020m] Met of na elkaar een cijfer selecterenen telkens met overnemen. 3. of * Punt X2 bij [075m] Met of na elkaar een cijfer selecterenen telkens met overnemen. 4. Verdere startpunten vastleggen indien nodig. 5. Met teruggaan naar het hoofdmenu. 7. 5. 3 Maaitijden instellen OPMERKING Tussen de programmeringvan de maaitijden en het starten van het maaienmoeten 30 minuten liggen. Indien niet start hetapparaat op zijn vroegst 30min na de laatstetoetsbediening. In het menupunt Weekprogramma worden dedagen van de week en de tijdstippen ingesteldwaarop het apparaat moet maaien. Pas deze in-stellingen indien nodig aan op de afmetingen vanhet gazon. Als er na ongeveer een week nog on-.
442811_a 81Instellingengemaaide gebieden te zien zijn moeten de maai-tijden verlengd worden. 1. of * Weekprogramma ■ of * Elke dag [X]: Het appa-raat maait iedere dag op de ingesteldetijdstippen. Als Elke dag [] wordtaangegeven, maait het apparaat alleenop de ingestelde weekdagen. ■ of * Maandag [X]. * Zondag[X]: Het apparaat maait op de ingestel-de weekdag op de ingestelde tijdstippen. Als bijv. Maandag [] wordt weergege-ven, maait het apparaat op de betreffen-de dag niet. ■ of Wijzigen : De betreffen-de dag activeren [X] of deactiveren[], tijden, manier van maaien en start-punten instellen. 2. Instellingen voor alle dagen of de betreffendedag uitvoeren:■bijv. *[M] 07:00-10:00 [. ]: Nor-maal maaien [M] van 07:00 – 10:00uurmet automatisch wisselend startpunt 0 –9 [. ]. ■bijv.
*[R] 16:00-18:00 [1]: Het ap-paraat start om 16:00uur met het maaienvan randen [R] en beweegt langs degehele begrenzingskabel. Daarna beginthet maaien van het oppervlak op start-punt 1 [1]. Om 18:00uur of zodra deaccu leeg is, rijdt het apparaat terug naarhet basisstation. ■ of Wijzigen : Geselecteer-de instelling wijzigen. ■ of Verder : Gewijzigde in-stelling bevestigen en verder naar de vol-gende instelling. 3. of Opslaan : Alle gewijzigde in-stellingen van het menupunt opslaan. 7. 6 inTOUCHEen bestaande verbinding met een gateway kanverbroken worden. Daardoor staat het apparaatgedurende 30 minuten open voor een nieuweverbindingsopbouw. OPMERKING Om later een verbinding opte bouwen moet de verbinding eerst opnieuwworden verbroken, ook als het apparaat voorafniet met een gateway was verbonden. 1. of *inTOUCH 2. Verbinding verbreken apparaat meldt: Voltooid. 3.
of * Randen maaien 2. of * bij handmatige start 7. 8 Maaien van nevenoppervlakkeninstellen1. of * Nevenoppervlak maaien2. Maaitijden instellen:■ of inactief :Maaien van nevenoppervlakken is uitge-schakeld. ■ of actief :Het apparaat maait tot de accu leeg is. ■ of Mähzeit in min :Het apparaat maait gedurende de inge-stelde tijd het nevenoppervlak. De vol-gende maaitijden kunnen ingesteld wor-den:30/60/90/120/tot accu leeg. 7. 9 Displaycontrast instellenAls het display bijv. in zonlicht slecht af te lezenvalt, kan de weergave door wijziging van het dis-playcontrast verbeterd worden. 1. of * Displaycontrast 2. Met of het displaycontrast verhogen/verlagen en met overnemen. 7. 10 InstellingsbeschermingAls de instellingsbescherming gedeactiveerd ishoeft alleen bij het bevestigen van voor de veilig-heid belangrijke fouten de PIN-code ingevoerd teworden.
NL82 RobolinhoInformatie weergeven1. of * Instellingsbescherming2. Instellingsbescherming activeren/deactive-ren:■ of Activeren :Instellingsbescherming activeren. ■ of gedeact. :Instellingsbescherming deactiveren. 7. 11 Opnieuw kalibrerenAls de positie of de lengte van de begrenzingska-bel werd gewijzigd of het apparaat de begren-zingskabel niet meer kan vinden, moet er op-nieuw gekalibreerd worden. 1. of Opnieuw kalibreren 2. Kalibratie terugzetten. 3. Kalibratierum uitvoeren: zie Hoofdstuk 5. 4"Automatische kalibratierit uitvoeren", pagi-na78. 7. 12 Terugzetten op fabrieksinstellingenDe fabrieksinstelling van het apparaat kunnenbijv. voor een doorverkoop teruggezet worden. 1. of * Fabrieksinstellingen apparaat meldt: Instellingen met suc-ces hersteld8 INFORMATIE WEERGEVENHet menu Informatie dient voor de weergavevan de apparaatgegevens.
In dit menu kunnenverder geen instellingen worden gedaan. 1. Met hoofdmenu oproepen. 2. of * Informatie 3. Met of menupunt selecteren en met overnemen. Opmerking:De menupunten worden in deparagrafen hierna beschreven. 4. Met teruggaan naar het hoofdmenu. MessenserviceGeeft aan over hoeveel bedrijfsuren er een mes-senservice noodzakelijk is. De teller kan met dehand teruggezet worden. De messenservice vaneen AL-KO dealer, technicus of een servicepart-ner uit laten voeren. Teller voor de messenservice terugzetten:1. of Bevestigen HardwareGeeft informatie weer over het apparaat, als bijv. type, fabricagejaar, bedrijfsuren, serienummer,aantal maaibeurten, totale maaitijd, aantal laad-cycli, totale oplaadtijd, lengte van de lus van debegrenzingskabel. SoftwareGeeft de software-versie aan. OPMERKING Houd de software van deRobolinho maairobot altijd actueel.
StoringenGeeft de als laatste opgetreden storingsmeldin-gen met datum, tijd en foutcode weer. 9 ONDERHOUD EN VERZORGING VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. On-derdelen met scherpe randen en draaiende on-derdelen kunnen letsel veroorzaken. ■Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaam-heden altijd beschermende handschoenen. 9. 1 ReinigingLET OP. Gevaar door water. Water in de ro-bot-grasmaaier en in het basisstation leidt totschade aan elektrische componenten. ■Spuit de robot-grasmaaier en het basisstationniet met water af. Robot-grasmaaier reinigen VOORZICHTIG. Kans op letsel door snij-messen. De snijmessen zijn erg scherp en kun-nen snijwonden veroorzaken. ■Draag veiligheidshandschoenen. ■Let erop dat lichaamsdelen niet in de snij-messen terechtkomen. Een keer per week uitvoeren:1. Met apparaat uitschakelen. 2.
442811_a 83Onderhoud en verzorging3. Onderkant, maaidek en snijmessen met eenborstel afborstelen. 4. Snijmessen op beschadigingen controleren. Indien nodig vervangen: zie Hoofdstuk 9. 3"Messen vervangen", pagina83. Basisstation reinigen1. Grasrestanten en loof of andere voorwerpenregelmatig uit het basisstation verwijderen. 2. Oppervlak van het basisstation met eenvochtige doek of een fijne spons afvegen. 9. 2 Regelmatige controleAlgemene controle1. Controleer één keer per week de gehele in-stallatie op beschadigingen:■Apparaat■Basisstation■Begrenzingskabel■Voeding2. Vervang defect onderdelen door originele on-derdelen van AL-KO of door een servicepuntvan AL-KO. Wielen controleren op vrije bewegingEen keer per week uitvoeren:1. De omgeving van de rollen grondig van gras-restanten en vervuiling ontdoen. Gebruikhiervoor een stoffer en een doek. 2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Al-ko Robolinho 500 W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Robotmaaier Al-ko
Handleiding Robotmaaier
Nieuwste handleidingen voor Robotmaaier