Airwell RC7 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Airwell RC7 (7 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Airwell RC7 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Airwell |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RC7 |
Handleiding Airwell RC7 – volledige tekst
VOORBEREIDINGInstalleren van de batterijen•Verwijder het deksel aan de achterzijde van de afstandsbediening. •Plaats de twee AAA alkaline batterijen (1,5 V-DC). Zorg ervoor dat de batterijen in de juiste richting worden geplaatst. •De batterijen hebben een gemiddelde levensduur van 6 maanden (afhankelijk van hoe vaak u de afstandsbediening gebruikt). Verwijder de batterijen wanneer u de afstandsbediening langer dan één maand niet gebruikt. Druk gelijktijdig op de +, -, SET en CLEAR toetsen nadat u de batterijen heeft geplaatst of vervangen. (hiermee reset u de afstandsbediening en kunt u deze opnieuw instellen)•Vervang de batterijen wanneer het display van de afstandsbediening niet meer oplicht of wanneer de airconditioner niet meer reageert op de signalen van de afstandsbediening. (De batterijen bevatten zware metalen en mogen niet worden afgevoerd met het huishoudelijke afval.
U dient de lege batterijen als klein chemisch afval af te voeren). TEMPERATUUR SENSOR SELECTEREN•Onder normale condities wordt de ruimtetemperatuur gemeten en gecontroleerd door de sensor in het binnendeel van de airconditioner. •Druk op de “I FEEL” toets van de afstandsbediening om de ingebouwde temperatuursensor van de afstandsbediening te activeren. Deze functie is ontworpen om ervoor te zorgen dat de gewenste temperatuur wordt bereikt op die plaats waar de afstandsbediening zich bevindt. De communicatie vindt plaats d. m. v. infrarood signalen*. Hiervoor dient de afstandsbediening op het binnendeel van de airconditioner gericht te zijn, zonder obstakels ertussen. *Opmerking: De afstandsbediening zendt iedere 2 minuten een signaal naar de airconditioner.
Wanneer dit signaal meer dan 5 minuten niet wordt ontvangen, schakelt de temperatuur regeling automatisch terug naar de sensor van het binnendeel. In dit geval kan de temperatuur in de omgeving van de afstandsbediening afwijken van de temperatuur die de airconditioner detecteert. GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENINGLET OP.
Controleer of de voedingsspanning aanwezig is; het STAND BY lampje op de airconditioner moet branden. Wanneer u de afstandsbediening gebruikt dient u het infrarood signaal aan de bovenzijde van de afstandsbediening rechtstreeks op de ontvanger van de airconditioner te richten. AANZETTEN VAN DE AIRCONDITIONERDruk op de ON/OFF toets van de afstandsbediening om de airconditioner aan te zetten. Op de airconditioner gaat het OPERATION lampje branden. Hiermee wordt aangegeven dat de unit in werking is. AFSTANDSBEDIENINGInfrarood signaalONTVANGERBINNENDEELRC 7 Bedieningsvoorschriften - NL2.
“I FEEL” functieTemperatuur instel toetsen-= kouder+= warmerVentilatorstandautomatischhoog toerenmidden toerenlaag toerenSET toetsDruk op deze toets om:-De actuele tijd in te stellen-De Timer functie te activeren / stoppenVoor instructies zie het hoofdstuk:“Actuele tijd instellen” en “Timer functie gebruiken”Timer en tijd insteltoetsenDoor op de + en – toetsen te drukken kunt u de actuele tijd en de in- en uitschakeltijden van de timer functie instellenAAN/UIT toetsHiermee start en stopt u de airconditionerMODE toetsDoor op deze toets te drukken selecteert u de modus van de airconditioner:AutomatischAan de hand van het setpoint, regelt de airconditioner automatisch de juiste stand (koelen of verwarmen)VerwarmenDe airconditioner verwarmt de ruimteOntvochtigenDe airconditioner vermindert het vochtgehalte in de ruimteKoelenDe airconditioner koelt de ruimteVentilerenDe airconditioner laat de ruimtelucht circulerenNachtstandVoor details zie “Nachtstand”.
“I FEEL” toetsDruk op de “I FEEL” toets om de temperatuur sensor in de afstandsbediening te activerenRuimte temperatuurDruk op de ROOM toets om de actuele ruimte temperatuur weer te gevenCLEAR toetsDruk op de CLEAR toets om alle timer functies te wissenTIMER toetsDruk op de TIMER toets om de in-enuitschakeltijden van de timer te programmeren. Voor details zie “Timer functie gebruiken”. Afstandsbediening blokkerenDoor op deze toets te drukken wordt de huidige instelling van de afstandsbediening vastgehouden. Wanneer dit symbool in het display aanwezig is kunt u de airconditioner NIET met de afstandsbediening controleren. Om deze stand op te heffen drukt u nogmaals deze toets in.
Druk op de Lamellen toets om de gewenste luchtrichting in te stellen (zie “ aanpassen van de luchtrichting”)In het display verschijnt de ingestelde temperatuurVERWARMEN1. Selecteer met de MODE toets de stand verwarmen:2. Door nu op de AAN/UIT toets te drukken zet u de airconditioner aan. 3. Druk op de temperatuur instel toetsen (3) om de gewenste ruimte temperatuur in te stellen. (het temperatuurbereik ligt tussen maximaal 30°C en minimaal 16°C)4. Druk op de Ventilator toets om de gewenste ventilator snelheid te selecteren. 5. Druk op de Lamellen toets om de gewenste luchtrichting in te stellen (zie “aanpassen van de luchtrichting”)Opmerking:Bij het inschakelen van de verwarmingsfunctie zal de ventilator van het binnendeel pas na enkele minuten, als de warmtewisselaar voldoende is opgewarmd, beginnen met draaien. Dit is om tochtverschijnselen te voorkomen.
ONTDOOI CYCLUSWanneer de buitenlucht temperatuur laag is, kan er rijp ofijsvorming op de warmtewisselaar van het buitendeel ontstaan. Dit heeft een nadelige invloed op de verwarmingscapaciteit. Wanneer dit gebeurt, schakelt de microprocessor het systeemover in de ontdooi stand.
De ventilator van het binnendeel zal stoppen met draaien en het OPERATION lampje op het binnendeel zal gedurende de ontdooi cyclus knipperen. Na enkele minuten zal de airconditioner de verwarmingsfunctie weer hervatten. (deze tijd is afhankelijk van de ruimte- en buitenlucht temperatuur). VERWARMINGS CAPACITEITEen airconditioner met warmtepomp functie verwarmt een ruimte door warmte aan de buitenlucht te onttrekken. De verwarmingscapaciteit neemt af naarmate de buitenlucht temperatuur lager is. Wanneer de airconditioner niet voldoende verwarmingscapaciteit levert, dient er een secundaireverwarmingsbron in combinatie met de airconditioner te wordengebruikt. AUTOMATISCHE FUNCTIE1. Selecteer met de MODE toets de stand Automatisch:2. Door nu op de AAN/UIT toets te drukken zet u de airconditioner aan. 3. Druk op de temperatuur instel toetsen (3) om de gewenste ruimte temperatuur in te stellen.
(het temperatuurbereik ligt tussen maximaal 30°C en minimaal 16°C)Wanneer deze functie is geselecteerd, meet de microprocessor het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de werkelijke temperatuur en past automatisch de juiste functie (koelen of verwarmen) toe. 4. Druk op de Ventilator toets om de gewensteventilator snelheid te selecteren. Voorbeeld van de werking in Auto mode met een ingestelde temperatuur van 23 °C. RC 7 Bedieningsvoorschriften - NL4.
ONTVOCHTIGEN1. Selecteer met de MODE toets de stand ontvochtigen:2. Door nu op de AAN/UIT toets te drukken zet u de airconditioner aan. 3. Druk op de temperatuur instel toetsen (3) om de gewenste ruimte temperatuur in te stellen. (het temperatuurbereik ligt tussen maximaal 30°C en minimaal 16°C)Opmerkingen:• Gebruik de ontvochtigingsfunctie wanneer u de vochtigheidsgraad in de ruimte wilt reduceren. • Wanneer de ingestelde temperatuur wordt bereikt, zal de airconditioner automatisch uit- en aanschakelen. • Gedurende de ontvochtigingsfunctie schakelt de ventilator automatisch over op laag toeren of stopt geheel met draaien om onderkoeling te voorkomen. • De ontvochtigingsfunctie is niet mogelijk bij een ruimtetemperatuur van 15 °C of lager. LET OP. Bovenstaande werking geldt wanneer de temperatuur sensor van de afstandsbediening is ingeschakeld.
Wanneer de sensor op het binnendeel van de airconditioner is ingeschakeld kan de werking enigszins afwijken. HANDMATIGWanneer u zelf de ventilatorstand wilt bepalen kiest u eenvoudigweg de door u gewenste stand:Hoog toeren Midden toeren Laag toerenNACHT STANDMet de nacht stand bespaart u energie zonder dat dit ten kostegaat van het comfort. • Selecteer met de MODE toets de stand koelen, verwarmen of ontvochtigen• Druk op de SLEEP toets • Het symbool verschijnt op het display (door nogmaals op de SLEEP toets te drukken verlaat u de nachtstand). Hoe werkt de nachtstand. In deze stand koelt of verwamt de airconditioner de ruimte tot de gewenste temperatuur, waarna de unit ca. 1 uur wordt uitgeschakeld.
1 uur wordt de ingestelde ruimte temperatuur wederom met 1 °C verhoogd (in koel stand) of met 1 °C verlaagd (in verwarmingsstand). Dit heeft een energie besparing tot gevolg zonder dat het ten koste gaat van het comfort. In het display verschijnt de ingestelde temperatuurVENTILERENWanneer u de airconditioner wilt laten draaien zonder temperatuur instelling dient u als volgt te werk te gaan:1. Selecteer met de MODE toets de stand “FAN”:2. Door nu op de AAN/UIT toets te drukken zet u de airconditioner aan. VENTILATORSNELHEID AANPASSENAutomatischZet de ventilator stand op In deze stand regelt de microprocessor de juiste ventilatorstand. Bij het starten van de airconditioner wordt het verschil tussen de ruimte temperatuur en de ingestelde temperatuur gemeten en de microprocessor regelt de ventilator in de meest ideale stand.
TIMER FUNCTIE GEBRUIKENMet de afstandsbediening kunnen vier timers worden geselecteerd. Twee dag timers (aangeduid met T1 en T2) en twee optionele weekend timers (WKT1 en WKT2). Iedere timer kan met de TIMER toets geselecteerd worden. De in- en uitschakeltijden van de twee dag timers T1 en T2 kunnen onafhankelijk van elkaar worden geprogrammeerd. De instellingen blijven gehandhaafd totdat een nieuwe instelling wordt ingevoerd. De twee weekend timers WKT1 en WKT2 werken hetzelfde als de dag timers echter voor twee achtereenvolgende dagen. Deze timers werken op de dag van instellen en de dag hierop volgend (de weekend timers dienen handmatig geactiveerd te worden). Om 24. 00 uur van de tweede dag treedt de (eventuele) dag timer weer in werking. WKT1 - actief op de eerste dag van instellenWKT2 - actief op de tweede dag na instellenOpmerking:1.
Wanneer WKT1 en WKT2 actief zijn, zijn de dag timers T1 en T2 uitgeschakeld2. De weekend timers moeten voor elk weekend ingeschakeld worden. A) Instellen van de inschakeltijd1. Druk op de TIMER toets om de gewenste timer te selecteren2. Druk op de SET toets; het ON symbool gaat knipperen3. Druk op de + of – toets (HOUR) totdat het gewenste tijdstip wordt weergegeven4. Druk op de SET toets om de timer te activeren5. Druk op de CLEAR toets; de ingestelde tijd is niet langer zichtbaar. B) Instellen van de uitschakeltijd1. Druk op de TIMER toets om de gewenste timer te selecteren2. Druk op de SET en CLEAR toetsen tot het OFF symbool gaat knipperen3. Druk op de + of – toets (HOUR) totdat het gewenste tijdstip wordt weergegeven4. Druk op de SET toets om de timer te activerenC) Instellen van dag programma1. Druk op de TIMER toets om de gewenste timer te selecteren2.
Druk op de SET toets tot het ON symbool gaat knipperen3. Druk op de + of – toets (HOUR) totdat het gewenste tijdstip wordt weergegeven4. Druk op de SET toets, het OFF symbool gaat nu knipperen5.
Druk op de + of – toets (HOUR) totdat het gewenste tijdstip wordt weergegeven6. Druk op de SET toets om de timer te activeren. D) Wissen van de timer functie1. Druk op de TIMER toets om de timer te selecteren2. Druk op de CLEAR om de instellingen van de geselecteerde timer te wissen. Opmerking:Wanneer tijdens het instellen van de timer niet met de SETtoets wordt afgesloten, zal na 15 seconden de oude instelling worden hervat. Aanpassen van de luchtrichtingHorizontaal (handmatig)De horizontale luchtrichting kan aangepast worden door de verticale lamellen handmatig naar links of naar rechts te bewegen. (zie onderstaande figuur)Verticale lamellen linksrechtsLET OP. Wanneer de vochtigheidsgraad in de ruimte erg hoog is, dient u de verticale lamellen naar voren te plaatsen in de koel en ontvochtigings stand.
Aanpassen van de luchtrichting (vervolg)Verticaal (met afstandsbediening)De verticale luchtrichting kan op twee manieren worden aangepast worden met behulp van de afstandsbediening. 1. Druk op de toets om de lamel automatisch te laten bewegen. Wanneer u nogmaals op deze toets drukt, stopt de lamel met bewegen. 1. Druk op de toets om de lamel stap voor stap te laten bewegen. LET OP. Beweeg de lamel niet met uw handen wanneer de airconditioner aanstaat. Uitblaas roosterLamelSweep functieDe lamel beweegt automatisch heen en weer en zorgt voor een optimale luchtverdeling. Opmerkingen:- De lamel sluit wanneer de airconditioner wordt uitgeschakeld. - In de verwarmingsstand zal de ventilator langzaam draaien en zal de lamel in horizontale positie staan.
Wanneer de lucht voldoende is opgewarmd zullen de ventilatorsnelheid én de lamel stand de ingestelde waarden innemen die met de afstandsbediening zijn ingegeven. LET OP. Gebruik de FLAP toets op de afstandsbediening om de lamel positie te veranderen. Wanneer u dit met de hand doet, kan de actuele positie van de lamel afwijken met de ingestelde waarde van de afstandsbediening. Wanneer dit toch gebeurt dient u de unit uit te schakelen, wacht tot de lamel dicht gelopen is en vervolgens de unit weer starten. Zet de lamel tijdens koelen niet naar beneden. Er bestaat de mogelijkheid dat condensvorming optreedt met als gevolg lekkage. Bediening zonder afstandsbedieningWanneer de afstandsbediening niet meer werkt of kwijt is geraaktkunt u de airconditioner als volgt bedienen: 1.
DE AIRCONDITIONER STAAT AANWanneer u de unit wilt uitzetten, drukt u met een pen op de MODE knop op de unit tot het COOL of HEAT lampje uitgaat. MODE knopSpanningsuitval tijdens bedrijfIn geval van een spanningsuitval wanneer de unit in bedrijf is, zal de unit stoppen. Wanneer de spanning weer hersteld is zal de unit automatisch herstarten na 3 minuten. OnderhoudWAARSCHUWING Zet de airconditioner uit en onderbreek de spanning voordat u de unit reinigt. Gooi geen water op het binnendeel. Dit zal de interne componenten beschadigen en kan een elektrische schok tot gevolg hebben. OMKASTING EN AANZUIGROOSTERReinig de omkasting m. b. v. een stofzuiger met zachte borstel of wrijf de unit schoon met een schone doek met eventueel een niet-agressief schoonmaak middel. Wanneer u het uitblaasrooster reinigt, let er op dat u de lamellen niet forceert.
Het aanzuigrooster kan worden gedemonteerd om deze met water te reinigen. Opmerking:Gebruik geen chemische reinigingmiddelen. Reinig het plastic alleen met lauw water. Sommige metalen delen zijn scherp en kunnen verwondingen veroorzaken. Ga voorzichtig te werk bij het reinigen van deze delen. De warmtewisselaar en andere componenten dienen jaarlijks gereinigd te worden. Vraag uw installateur naar de mogelijkheden van een service- en onderhoudscontract. RC 7 Bedieningsvoorschriften - NL7.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Airwell RC7 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Airwell
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco