AGPO Econpact service handboek Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AGPO Econpact service handboek (79 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen. Heb je een vraag over AGPO Econpact service handboek of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AGPO |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | Econpact service handboek |
Handleiding AGPO Econpact service handboek – volledige tekst
2Wij behouden ons het recht voor wijzigingen in tekst, tekeningen, grafieken e. d. aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving. Documentnummer: DRS1052 versie: 1 datum: oktober 2002AGPO b. v. Postbus 3364, 4800 DJ BredaKonijnenberg 24, 4825 BD BredaBedrijfsnummer: 3108Internet: www. agpo. nlE-mail: info@agpo. nlConsumenten-informatielijn076 - 5 725 740(storingen melden bij uw installateur)TelefoonnummersAGPO serviceafdeling:Helpdesk 076 - 5 725 730Meldingen 076 - 5 725 735Planning 076 - 5 725 784Fax 076 - 5 725 775Geachte installateur, servicetechnicus,Dit serviceboek is samengesteld om het zoeken enoplossen van storingen te vergemakkelijken. Er wordt onderscheid gemaakt in twee seriesECONPACT-toestellen: een serie met de DMF02-elektronica en een serie met de DMF04-elektronica. Dit serviceboek is samengesteld op basis van desituatie t/m september 2002.
Door nieuweontwikkelingen zijn er wijzigingen ten opzichte van devermelde informatie mogelijk. Voor het bestellen van onderdelen kunt u zich wendentot de afdeling onderdelenverkoop. Er is een onderdelenboek verkrijgbaar. Ondanks de zorg die aan het samenstellen van dezedocumentatie is besteed, kunnen er nog suggestiestot verbetering zijn. Dit horen wij uiteraard graag van u. Voor uw veiligheid: let op. De ECONPACT-toestellen voldoen aan de strengeEuropese veiligheidsnormen. Het CE-keurmerk(Conform de Europese normen) geeft dit aan. Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaaktvan aardgas en 230V voedingsspanning, willen wij uop een aantal zaken attenderen:230V elektrische spanningIn het toestel zijn componenten aanwezigdie aangesloten zijn op een spanning van230V. Dit zijn onder andere beide pompen,de print, de maximaalthermostaat, detransformator, het gasblok en de brander-automaat.
De DMF04 / DMF04A / DMF04B-print, met geïntegreerdedisplayprint (de naam is op de printplaat vermeld). De DMF02-print,met apartedisplayprint. Het display van de DMF02. Alle ECONPACT-toestellen hebben op de voorzijde eensticker met daarop het typenummer van het toestel enhet serienummer vermeld (ook vermeld op het type-plaatje aan de binnenkant van de mantel). Deze type-aanduiding kunt u gebruiken om te herken-nen welke print er in het toestel zit. Er zijn namelijk tweeverschillende printen toegepast, de DMF02 en DMF04,en bij deze printen hoort een bepaald deel van ditserviceboek. Het display van de DMF04. De extra “C-toets” geeftduidelijk het verschil aan metde DMF02. ECONPACT met DMF02-elektronica:Verschillen tussen DMF04 en DMF04 A/BHet is mogelijk dat achter de aanduiding DMF04 deletter A of B is vermeld.
Deze letters houden verband met de softwareversie:• De DMF04 heeft een softwareversie tot en met 1. 4• De DMF04A(of B) heeft een softwareversie vanaf 1. 7Herkenning van de elektronica bij een Econpact• Bij het opstarten van het toestel wordt de softwareversie getoond.
Als u de stekker van het toestel10 seconden uit het stopcontact haalt en er weerterug in doet, verschijnt de softwareversie op hetdisplay. • Tevens staat de naam, bijv. DMF04A, op de printplaatvermeld. Herkenning van deze verschillen in dit serviceboekDe aanduiding DMF04 of DMF04A/B achter of bij eenopmerking in dit serviceboek geeft aan welke informatiebetrekking heeft op de betreffende print. Verschillende softwareversiesBij de DMF02-print zijn gedurende de produktie verschil-lende softwareversies toegepast. Als de veranderinginvloed heeft op de uitleg in dit serviceboek wordt ditvermeld. Herkenning van de softwareversieBij het opstarten van het toestel wordt de softwareversiegetoond. Als u de stekker van het toestel 10 secondenhet stopcontact haalt en er weer terug in doet, verschijntde softwareversie op het display.
4Inhoudsopgave:1 ECONPACT 27/35 A/C, 50 A/B (DMF02-elektronica)1. 1 Werking van de toestellen. 61. 2 Bediening van het toestel. 101. 2. 1 Het bedieningspaneel en gebruikersmenu. 101. 2. 2 Het installateursmenu. 121. 2. 3 Het historiemenu. 121. 2. 4 Lijst met parameters. 131. 2. 5 Uitleg parameters. 141. 2. 6 Uitleg WA-regeling. 151. 3 Storingsanalyse. 16A01 Vlamstoring. 16A02 Maximaalthermostaat onderbroken. 18A03 Te hoge rookgastemperatuur. 19A04 Wegvallen ionisatie-signaal 3 maal in 1 minuut. 19E05 Waterdruk cv-installatie te laag. 21E06 Ventilatorfout. 21E07 Te hoge rookgastemperatuur. 21E08 Te hoge cv-aanvoertemperatuur. 22E09 Te hoge cv-retourtemperatuur. 22L10 Cv-aanvoersensorfout. 22L11 Cv-retoursensorfout. 22L12 Tapwater- of boilersensorfout. 23E13 Rookgassensorfout. 23L14 Buitenvoelerfout. 23--- Geen warmtapwater en ook geen cv-verwarming. 24--- Problemen met warm tapwater.
52 ECONPACT 125/225/235 C, 127/135 A/C (DMF04-elektronica)2. 1 Werking van de toestellen. 442. 2 Bediening van het toestel. 462. 2. 1 Het bedieningspaneel en gebruikersmenu. 462. 2. 2 Het installateursmenu. 482. 2. 3 Het historiemenu. 482. 2. 4 Lijst met parameters. 492. 2. 5 Uitleg parameters. 502. 2. 6 Uitleg WA-regeling. 512. 3 Storingsanalyse. 53A1 Vlamstoring. 53A2 Maximaalthermostaat onderbroken. 55A3 Te hoge rookgastemperatuur. 56A4 Wegvallen ionisatiesignaal 3 maal in 1 minuut. 56F5 Waterdruk cv-installatie te laag. 58F6 Ventilatorfout. 58F7 Te hoge rookgastemperatuur. 58F8 Te hoge cv-aanvoertemperatuur. 59F9 Te hoge cv-retourtemperatuur. 59F10 Cv-aanvoersensorfout. 59F11 Cv-retoursensorfout. 59F12 Tapwater- of boilersensorfout. 60F13 Rookgassensorfout. 60F14 Buitenvoelerfout. 60F15 Te hoge waterdruk. 60A16 Geen ionisatiesignaal na 1 minuut. 61F17 Fout met de E2prom van de print.
Afdichtdop200. Aftapkraan cv-water202. Transformator 230V/24V207. Toestelconnector209. Boiler-aanvoer210. Boiler-retourTapwater verwarming bij de ECONPACT 27/35 CEen tapwatervraag heeft altijd voorrang op werking voorde cv-installatie. Als het toestel in werking is voor decv-installatie, wordt er bij een vraag voor tapwaterbedrijfdirect overgeschakeld. Als de tapwaterpomp (130) in bedrijf komt, sluit deexterne terugslagklep (179), waardoor de doorgang naarde cv-installatie is afgesloten. Om snel warm water te kunnen leveren, is er een cv-zijdig voorraadvat (195) ingebouwd dat, samen met eensnelle ontsteking van de brander, het tapwater snel opde gewenste temperatuur brengt. Boilerverwarming bij de ECONPACT 27/35 AHet is mogelijk dat een Econpact A-toestel gekoppeld ismet een indirect gestookte boiler. In dit geval heeft eenboilervraag altijd voorrang op werking voor de cv-installa-tie.
7Opstartcyclus1. De stekker wordt in het stopcontact gestoken. 2. De ventilator (16) draait ca. 45 seconden op hetmaximum toerental (aanduiding FHI). 3. Tegelijkertijd draaien de beide pompen (32 en 130)(30 sec. aan, 15 sec. uit; vanaf software versie S2. 7). Afhankelijk van de omstandigheden, eindigt het opstartenin de volgende situaties:o: standby (ruststand);t/b : werking voor tapwater-/boilerverwarming;c: werking voor de cv-installatie;A /E /L : storing. OntstekingOntstekingsprocedure:1. Warmtevraag aanwezig:t/b : tapwater-/ boilerverwarming;c: centrale verwarming. 2. t/b : bij tapwatervraag gaat de tapwater- ofboilerpomp (130) draaien;c: bij cv-vraag gaat de cv-pomp draaien (32). 3. De ventilator (16) wordt aangestuurd. 4. De gloeiontsteker (188) gaat gloeien(ca. 2 seconden na ventilator-aansturing). 5. Het gasblok (44) opent de gastoevoer(ca. 4 seconden na ventilator-aansturing). 6.
Na de ventilator wordt het gas in de luchtstroomgespoten, waarna het wordt verdeeld en gemengd. 7. Bij de brander wordt het mengsel door degloeiontsteker (188) tot ontsteking gebracht, waarnade warmte via de wisselaar (161) aan het langs-stromende water wordt overgedragen. 8. De gloeiontsteker schakelt uit als er een ionisatie-signaal is. Dit signaal wordt met de ionisatie-elektrode (82) gemeten. De brander moet inmaximaal 10 seconden na het openen van de gasklepontsteken. Indien dit niet gebeurt, geeft het toestel eenvlamstoring (A01) aan. Als het ionisatiesignaal wordtgemeten verschijnt er een punt op het display. 9. De ventilator blijft gedurende de eerste 20 secondenop ca. 60% van zijn vermogen draaien (vanaf S2. 7). 10. Hierna volgt vrijgave van de regeling. HerstartAls na de ontsteekfase het ionisatiesignaal weer weg valt,doet de brander nog een ontsteekpoging (max.
drie keer,binnen 2 minuten). Als het toestel nu niet is ontstoken,geeft het toestel een A04-storing aan. Werking van de modulatieVanuit de hoofdprint wordt het toerental van de ventilator(16) geregeld.
Door de pneumatische koppeling via desiliconen slang (198) wordt het gasblok (44) voorzien vaneen pneumatisch signaal en wordt de gasregelklep opengestuurd. Hoe hoger het toerental van de ventilator, hoehoger de druk in de slang en andersom. Deze druk wordtin het gasblok als signaal gebruikt om meer of mindergas te geven. Door deze directe koppeling blijft de druk-verhouding van gas en lucht 1:1. Bij een aangeslotenAAN/UIT-thermostaat bepaalt de toestelregeling zelf opwelk vermogen het toestel warmte aflevert. Bij eenaangesloten OpenTherm-regelaar regelt deze kamer-thermostaat de cv-aanvoertemperatuur. Einde warmtevraag1. Gasblok (44) stopt de gastoevoer. 2. De ventilator (16) draait 30 seconden na. 3. Na cv-verwarming draait de cv-pomp 7 minuten na(afhankelijk van de instelling). Na tapwater- of boiler-verwarming draait de tapwater- of boilerpomp2 minuten na (instelbare parameter).
WachttijdenNa tapwater- of boilervraag schakelt het toestel pas naeen wachttijd van 2 minuten (instelbare parameter) overop eventueel cv-bedrijf. Wachttijd voor cv / anti-pendelcyclus (34)Als de cv-aanvoertemperatuur 5oC boven het setpoint komt,schakelt de brander uit. Pas na 4 minuten (instelbare parameter) kan het toestelweer opstarten. Dit geldt ook na iedere cv-vraag. Directe beveiligingenIonisatie-elektrode (82)Gedurende het ontsteken en branden controleert debranderautomaat (83) of de vlam aanwezig blijft. De puntop het functiedisplay geeft aan of dit signaal aanwezig is. Als het signaal er niet is of wegvalt, geeft het toestel eenA01-storing aan die is op te heffen met de RESET-toets.
Delta-T beveiliging warmtewisselaar (34 en 186)Om de warmtewisselaar (161) te beveiligen tegen een tegroot temperatuurverschil, wordt het temperatuurverschiltussen cv-aanvoer- en cv-retoursensor gemeten. Bij over-schrijding van dit temperatuurverschil wordt het vermogenterug gemoduleerd (evt. naar laagstand). (Instelling: 22oC).
Maximaalthermostaat (49)Als deze thermostaat een cv-aanvoertemperatuur van meerdan 100oC meet, geeft het toestel een A02-storing aan. Laagwaterdrukbeveiliging (114)Als de waterdruk onder ± 0,8 bar komt, schakelt het toesteluit en geeft een E05-storing aan. Als de druk weer vol-doende is, wordt deze storing automatisch opgeheven. Overstortventiel cv-zijdig (14)Dit overstortventiel treedt bij een cv-druk die hoger is dan3 bar in werking. Vorstbeveiliging (34)Het toestel wordt d. m. v. een vorstbeveiligingsfunctie via decv-aanvoersensor (34) beveiligd tegen bevriezing. Als detemperatuur bij deze sensor onder de 4oC komt, gaat hettoestel op laagstand branden en schakelt weer uit na eentemperatuurverhoging tot 15oC.
Voorkomen van het vastzitten van de cv-pomp (32)Om te voorkomen dat de cv-pomp (32) in de zomerperiodevast gaat zitten, wordt deze indien er geen cv-vraag isgeweest, iedere 24 uur enkele seconden aangestuurd. Back to basic-regeling (tot softwareversie S2. 6)Om te voorkomen dat bij een defecte sensor het toestelhelemaal geen warmte kan leveren, is hiervoor een aparteregeling getroffen. Bij een defecte temperatuursensor(34, 42 of 186) kan het toestel altijd op laagstand branden. In de tijd voordat het toestel gerepareerd is, is er nu eenminimale warmtelevering mogelijk. De maximaalthermostaat (49) voorkomt bij een L-storinghet ontstaan van een onveilige situatie. 27/35 A/C 1. 1 Werking van de toestellen (2) DMF02.
8 50 A/B1. 1 Werking van de toestellen (3)5. Gesloten ruimte6. Bedieningspaneel7. Gastoevoer10. Aanvoer-cv11. Retour-cv14. Overstortventiel cv-zijdig16. Ventilator19. Verbrandingskamer29. Toesteluitgang verbrandingsgassen32. Toestel cv-pomp34. Cv-aanvoersensor35. Luchtafscheider met zeefDe zeef is toegepast vanafserienummer 0040L. 36. Automatische vlotterontluchter44. GasblokECONPACT 50AOp dit toestel kan geen boiler aangesloten worden. Het toestel dient altijd op een openverdeler aangeslotente worden. Er zijn 2 mogelijkheden:1. Als er 1 toestel op een cv-installatie wordt aangeslo-ten moet een open verdeler worden toegepast. 2. Als er een cascade opstellling is van 2 of meertoestellen dienen de toestellen op 1 grote open ver-deler te worden aangesloten. Op de open verdeler moet een installatiepomp (500)worden aangesloten om de watercirculatie in de cv-installatie te verzorgen.
ECONPACT 50BOp dit toestel kan een indirect gestookte boiler aange-sloten worden. Dit toestel heeft een ingebouwde openverdeler. Een boilervraag heeft altijd voorrang op werkingvoor de cv-installatie. Als het toestel in werking is voor decv-installatie wordt er bij een vraag voor boilerbedrijfdirect overgeschakeld. Als de boilerpomp (130) in bedrijf komt, sluit de externeterugslagklep (179), waardoor de doorgang naar de cv-installatie is afgesloten. ECONPACT 50B ECONPACT 50A49. Maximaalthermostaat68. Elektrakast82. Ionisatie-elektrode83. Branderautomaat98. AAN/UIT-voedingsschakelaar(indien toegepast)101. Hoofd-print DMF02114. Watergebrekschakelaar125. Gasregelkraan (indien aangesloten)130. Boilerpomp / tapwaterpomp142. Displayprint145. Manometer154. Condensafvoerslang161. Condenserende cv-warmtewisselaar179. Terugslagklep (voor de cv en boiler)186. Cv-retoursensor188. Gloeiontsteker191.
9Opstartcyclus1. De stekker wordt in het stopcontact gestoken. 2. De ventilator (16) draait ca. 45 seconden op hetmaximum toerental (aanduiding FHI). 3. Tegelijkertijd draaien de beide pompen (32 en 130)(30 sec. aan, 15 sec. uit; vanaf software versie 2. 7). Afhankelijk van de omstandigheden, eindigt het opstartenin de volgende situaties:o: standby (ruststand);b: boilerverwarming;c: werking voor de cv-installatie;A /E /L : storing. OntstekingOntstekingsprocedure:1. Warmtevraag aanwezig:b: boilerverwarmingc: centrale verwarming2. b: bij boilerwatervraag gaat de boilerpomp (130)draaien. c: bij cv-vraag gaat de cv-pomp draaien (32). 3. De ventilator (16) wordt aangestuurd. 4. De gloeiontsteker (188) gaat gloeien(ca. 2 seconden na ventilator-aansturing). 5. Het gasblok (44) opent de gastoevoer(ca. 4 seconden na ventilator-aansturing). 6.
Na de ventilator wordt het gas in de luchtstroomgespoten, waarna het wordt verdeeld en gemengd. 7. Bij de brander wordt het mengsel door degloeiontsteker (188) tot ontsteking gebracht, waarnade warmte via de wisselaar (161) aan het langs-stromende water wordt overgedragen. 8. De gloeiontsteker schakelt uit als er een ionisatie-signaal is. Dit signaal wordt met de ionisatie-elektrode(82) gemeten. De brander moet in maximaal 5seconden na het openen van de gasklep ontsteken. Indien dit niet gebeurt, geeft het toestel een vlamstoring(A01) aan. Als het ionisatiesignaal wordt gemetenverschijnt er een punt op het display. 9. De ventilator blijft gedurende de eerste 20 secondenop ca. 60% van zijn vermogen draaien (vanaf S2. 7). 10. Hierna volgt vrijgave van de regeling. HerstartAls na de ontsteekfase het ionisatiesignaal weer weg valt,doet de brander nog een ontsteekpoging (max.
drie keer,binnen 2 minuten). Als het toestel nu niet is ontstoken,geeft het toestel een A04-storing aan. Werking van de modulatieVanuit de hoofdprint wordt het toerental van de ventilator(16) geregeld.
Door de pneumatische koppeling via desiliconen slang (198) wordt het gasblok (44) voorzien vaneen pneumatisch signaal en wordt de gasregelklep opengestuurd. Hoe hoger het toerental van de ventilator, hoehoger de druk in de slang en andersom. Deze druk wordtin het gasblok als signaal gebruikt om meer of mindergas te geven. Door deze directe koppeling blijft de druk-verhouding van gas en lucht 1:1. Bij een aangeslotenAAN/UIT-thermostaat bepaalt de toestelregeling zelf opwelk vermogen het toestel warmte aflevert. Bij eenaangesloten OpenTherm-regelaar regelt deze kamer-thermostaat de cv-aanvoertemperatuur. Einde warmtevraag1. Gasblok (44) stopt de gastoevoer;2. De ventilator (16) draait 30 seconden na. 3. Na cv-verwarming draait de cv-pomp 7 minuten na(afhankelijk van de instelling). Na boilerverwarmingdraait de boilerpomp 2 minuten na(instelbare parameter).
WachttijdenNa tapwater- of boilervraag schakelt het toestel pas naeen wachttijd van 2 minuten (instelbare parameter) overop eventueel cv-bedrijf. Wachttijd voor cv / anti-pendelcyclus (34)Als de cv-aanvoertemperatuur 5oC boven het setpointkomt, schakelt de brander uit. Pas na 4 minuten (instelbare parameter) kan het toestelweer opstarten. Dit geldt ook na iedere cv-vraag. Directe beveiligingenIonisatie-elektrode (82)Gedurende het ontsteken en branden controleert debranderautomaat (83) of de vlam aanwezig blijft. De puntop het functiedisplay geeft aan of dit signaal aanwezig is. Als het signaal er niet is of wegvalt, geeft het toestel eenA01-storing aan. Deze storing is met de RESET-toets opte heffen.
Delta-T beveiliging warmtewisselaar (34 en 186)Om de warmtewisselaar (161) te beveiligen tegen een tegroot temperatuurverschil, wordt het temperatuurverschiltussen de cv-aanvoer- en cv-retoursensor gemeten. Bij overschrijding van dit temperatuurverschil wordt hetvermogen terug gemoduleerd (evt. naar laagstand). (instelling: 22oC).
Maximaalthermostaat (49)Als deze thermostaat een cv-aanvoertemperatuur vanmeer dan 100oC meet, geeft het toestel een A02-storingaan. Laagwaterdrukbeveiliging (114)Als de waterdruk onder ± 0,8 bar komt, schakelt hettoestel uit en geeft een E05-storing aan. Als de druk weer voldoende is, wordt deze storingautomatisch opgeheven. Overstortventiel cv-zijdig (14)Dit overstortventiel treedt in werking bij een cv-druk diehoger is dan 3 bar. Vorstbeveiliging (34)Het toestel wordt d. m. v. een vorstbeveiligingsfunctie viade cv-aanvoersensor (34) beveiligd tegen bevriezing. Alsde temperatuur bij deze sensor onder de 4oC komt, gaathet toestel op laagstand branden en schakelt na eentemperatuur verhoging tot 15oC weer uit.
Voorkomen van het vastzitten van de cv-pomp (32)Om te voorkomen dat de cv-pomp (32) in de zomer-periode vast gaat zitten, wordt deze, indien er geen cv-vraag is geweest, iedere 24 uur enkele secondenaangestuurd. Temperatuursensor rookgassen (191)Als de rookgastemperatuur de maximale waardeoverschreidt (85°C), geeft het toestel een E07-storing aan. Bij daling van temperatuur onder de 75°C heft de storingzich op. Als deze situatie zich echter 3 maal binnen 24 uurvoordoet, geeft het toestel een A03-storing aan. 50 A/B1. 1 Werking van de toestellen (4) DMF02.
101. 2 Bediening van het toestel (1) 27/35 A/C, 50 A/BDMF021 Manometer cv-installatie2 AAN/UIT-schakelaar (indien aanwezig)3Functietoets4Functiedisplay5Vlamindicator: licht op als de branderin bedrijf is. 6Resettoets7 Temperatuur / code-display8Toets9Toets1. 3. 1 Het bedieningspaneel en gebruikersmenuTapwaterbedrijf, weergegeven met een temperatuur. Deze aanduiding komt voor bij een C-toestel. De weergegeven temperatuur is cv-zijdig. De uitstromende tapwatertemperatuur is bij eeninstelling van 65 altijd ca. 60-65oC (bij nominalevolumestroom). De indicatie op het temperatuurdisplay is ca. 55 - 65oC. Ruststand, weergegeven met de cv-aanvoertemperatuur. Cv-bedrijf, weergegeven met de cv-aanvoertemperatuur. Het kan even duren voordat het toestel in bedrijf komt. Boilerbedrijf, weergegeven met de boilertemperatuur. Deze meting komt voor bij een A- of B-toestel.
• Meting via een sensor: de weergegeven temperatuuris de watertemperatuur ter plaatse van de sensor. De temperatuur van het water is bij een setpoint van 55ca. 60 - 65ºC. • Meting via een boilerthermostaat (of geen boiler):de aangegeven temperatuur is fictief (+/-25) eneen wijziging van het boilersetpoint heeft geen functie. Vergrendelde storingcodes: reset is noodzakelijk. Door herhaald drukken op doorloopt u het gebruikersmenu (wijzigingen d. m. v. en zijn direct actief). c(knipperend) Ingesteld cv-setpoint. t of bt: (knipperend) ingesteld tapwatersetpoint (C-toestel). b: (knipperend) ingesteld boilersetpoint (A/B-toestel). Zie voor uitleg over deze instelling op bladzijde 11. cHuidige cv-aanvoertemperatuur. rHuidige cv-temperatuur bij de retoursensor. t of bt: huidige temperatuur bij tapsensor (C-toestel). b: huidige temperatuur bij boilersensor (A/B-toestel).
FToerental van de ventilator (in % van het maximum). Terugkeer naar normale bedrijfsstatus:• Druk nogmaals op of;• Druk 1 minuut geen toets meer in. Met het indrukken van de reset-toets wordt de elektronicaontgrendeld en kan het toestel opnieuw worden opgestart. Dit resetten geldt uitsluitend bij een A-foutcode. Na het indrukken van de reset-toets kan het 10 secondenduren voordat het toestel weer in bedrijf gaat. Druk op de reset-toets bij A-storing. Resetten heeft geen effect bij een E- of L-storing. Het bedieningspaneel. Mogelijke aanduidingen op het linker display:Blokkerende storingscodes: heffen zich op als destoring weg is. Laagstandstoringcodes: er is een sensor defect. Het toestel kan op laagstand branden(toestellen tot eind 1998). Zie vanaf blz. 16 voor uitleg over storingen.
Met een kamerthermostaat die een comfortschakelaar voor tapwater heeft, is het mogelijk om de warmhoudstandvan het interne cv-zijdige voorraadvat aan en uit te schakelen. Uiteraard geeft het toestel nog wel warm water, maarde wachttijd is nu wat langer. Er zijn twee mogelijkheden:1. Er is een AAN/UIT-kamerthermostaat met een comfortschakelaar aangesloten. 2. Er is een OpenTherm-kamerthermostaat met een comfortinstelling aangesloten. Aan dit logo kunt ueen OpenTherm-kamerthermostaatherkennen. Let op. Als er een zonneboiler is aangesloten gaat het regelen van de comfortstand via de zonneboiler. Hieraan mag niets veranderd worden. Zie voor de aansluitingen blz. 31. 1. 2 Bediening van het toestel (2) 27/35 A/C, 50 A/BDMF02Instelling cv-setpoint. Voor bijna alle woningen is een setpoint-waarde van90°C een goede instelling (fabrieksinstelling).
Bijlaagtemperatuurverwarming kunt u het cv-setpointverlagen, bijvoorbeeld naar 75°C. Het bijstellen dient als volgt te gebeuren:1. Druk op totdat een knipperende “c” op hetdisplay verschijnt;2. Druk op om de temperatuur-instelling te verlagen. De temperatuur is nu direct ingesteld. 3.
Terugkeer naar normale bedrijfsstatus:•Druk enkele malen op of;•Druk 1 minuut geen toets meer in. Instelling tapwater- of boilersetpoint. Indien gewenst kan de tapwatertemperatuur verlaagd ofverhoogd worden. Het ingestelde setpoint is:•C-toestel: 65•A/B-toestel: 55De uitstromende watertemperatuur is dan ca. 60-62°C. Het bijstellen dient als volgt te gebeuren:1. Druk op tot dat een knipperende “t” of “b” op hetdisplay verschijnt;2. Druk op om de temperatuur-instelling te verlagen;Druk op om de temperatuur-instelling te verhogen;De temperatuur is nu direct ingesteld. 3. Terugkeer naar normale bedrijfsstatus:•Druk enkele malen op of;•Druk 1 minuut geen toets meer in. Waarschuwing. In verband met gezondheidsaspecten adviserenwij u om het tapwater- of boilersetpoint niet lagerin te stellen dan de fabrieksinstelling(zie hierboven). Bij een zonneboiler absoluut niet wijzigen.
12DMF02 27/35 A/C, 50 A/B1. 2 Bediening van het toestel (3)1. Wanneer de wijzigen parameter zichtbaar is dient u kortéénmaal op te drukken om deze te selecteren. Hetlinker display gaat knipperen. U ziet nu de ingesteldewaarde van de parameter. 2. Nu kunt u met of de waarde van de parameterwijzigen. 3. Druk hierna kort éénmaal op om de instelling in hetgeheugen te zetten. Het knipperen stopt. Terugkeer naar normale bedrijfsstatus:•Druk tegelijk weer op en of;•Druk 1 minuut geen toets meer in. Het indrukken van de en de is alleen effectief vanuit denormale bedrijfsstatus of bij een storing. In het linker displaymoet één van de volgende letters zichtbaar zijn:Het linker display geeft het parameternummer aan. In het rechter display wordt de waarde van de betreffendeparameter zichtbaar. Op de volgende pagina is de complete lijst opgenomen.
Toegang tot het historiemenu: druk minimaal 5 seconden tegelijk op en. Druk eerst op en dan op. 1. Lijst met de laatste 20 voorgekomen foutcodes(zie hierboven). 2. Aantal branduren voor cv-bedrijf. Bijvoorbeeld:afwisselend c 16. (met punt) en c 78: branduren = 1678. 3. Aantal branduren voor tap-/ boilerbedrijf. Bijvoorbeeld:afwisselend d 1. (met punt) en d 23: branduren = 123. Bij een C-toestel geldt een “t”, bij een A-toestel een “b”. Met het herhaald kort indrukken van doorloopt u de 3 delen van het historiemenu. Met het herhaald kort indrukken van verschijnen de laatste 20 voorgekomen foutcodes. Bij het herhaald kort indrukken van doorloopt u de lijst met parameters. Het veranderen van een waarde van een parameter. Toegang tot het installateursmenu: druk minimaal 5 seconden tegelijk op en. Druk eerst op en dan op. 1. 2.
4) parameter 4)7 Instelling maximum capaciteit 99% (= maximaal vermogen) 35 - 99%voor cv-bedrijf8 t/m S2.6* Deze parameter komtniet voorvanaf S2.7* Minimum tapwatersetpoint 40°C 40 - 65°C(het setpoint in het gebrui-kersmenu kan niet onderdeze waarde worden inge-steld)9 t/m S2.6* Deze parameter komtniet voorvanaf S2.7* Maximum toegestane 22°C (zie blz. 14) 15 - 35°Cdelta-T tussen aanvoer-en retoursensor(regeling brander)1.2.4 Lijst met parameters 27/35 A/C, 50 A/B1.2 Bediening van het toestel (4)* Herkenning van de softwareversieBij het opstarten van het toestel wordt de softwareversie getoont. Als u de stekker van het toestel 10 secon-den uit het stopcontact haalt en hem er weer in terug steekt, verschijnt de softwareversie op het display.Softwareversie 2.7 wordt met S2.7 op het display aangegeven.DMF02
14DMF02 27/35 A/C, 50 A/Bgewenste T cv-aanvoer = cv-stijgingslijnwerkelijke T cv-aanvoerTijd in minutenTemperatuur in °C2°C/minUitleg parameter 2Met deze parameter wordt de instelling ten behoeve vande tapwatervoorbereiding ingesteld:• 00 = tapwaterregeling voor een combi-toestel. • 01 = boilerregeling voor een aangesloten indirectgestookte boiler. Deze parameter is bij de produktie van het toestel goedingesteld. Een serviceprint is standaard ingesteld vooreen combi-toestel. Daarom dient deze waarde bij deplaatsing van een serviceprint in een A- of B-toestel juistingesteld te worden. Uitleg parameter 3Met deze parameter wordt de stijlheid van decv-stijgingslijn ingesteld. Deze cv-stijgingslijn is de basis van de cv-regeling vanhet toestel. Er zijn twee verschillende regelingentoegepast (afhankelijk van de softwareversie). 1: Tot en met S2. 7 geldt:Cv-regeling vanaf S2.
8Tijd in minutenTemperatuur in °C4°C/min1. 2 Bediening van het toestel (5)De cv-stijgingslijn begint altijd bij 0°C en loopt op met deingestelde stijging (standaard 4°C/minuut). • Werkelijke T cv-aanvoer > gewenste T cv-aanvoer:terugmoduleren of branden op laaglast. • Werkelijke T cv-aanvoer < gewenste T cv-aanvoer:opmoduleren of branden op vollast. AGPO adviseert deze waarde niet aan te passen ominstabiliteit van de ruimtetemperatuurregeling tevoorkomen. 2: Vanaf S2. 8 geldt:gewenste T cv-aanvoer = cv-stijgingslijnwerkelijke T cv-aanvoerCv-regeling t/m S2. 7Het beginpunt van de cv-stijgingslijn wordt bepaald doorde retourtemperatuur van het cv-water: 20 seconden nahet ontsteken van de brander wordt de retourtemperatuurgemeten. Deze temperatuur vormt het startpunt van destijgingslijn. In dit voorbeeld is het bij 40°C.
• Werkelijke T cv-aanvoer > gewenste T cv-aanvoer:terugmoduleren of branden op laaglast:• Werkelijke T cv-aanvoer < gewenste T cv-aanvoer:opmoduleren of branden op vollast:AGPO adviseert deze waarde niet aan te passen ominstabiliteit van de ruimtetemperatuurregeling tevoorkomen. Uitleg parameter 5C-toestel:Als een C-toestel in de comfortstand staat, wordt het cv-zijdige voorraadvat op temperatuur gehouden. De waarde van de hysterese bepaalt mede wanneer deverwarming van het voorraadvat start. De regeling hiervoor geldt als volgt:Starten met opwarmen:T tapwatersensor < tapsetpoint – hysterese:T tapwatersensor < 34 (= 62 – 28; fabrieksinstellingen). Stoppen met opwarmen:T tapwatersensor > tapsetpoint + 10:T tapwatersensor > 72 (= 62 + 10; fabrieksinstelling).
A- of B-toestel:Starten met opwarmen van de boiler:T boilersensor < boilersetpoint – hysterese:T boilersensor < 53 (= 55 – 02; fabrieksinstellingen). Stoppen met opwarmen van de boiler:T boilersensor > boilersetpoint:T boilersensor > 55 (fabrieksinstelling). Uitleg parameter 9 (aanwezig vanaf S2. 7)De maximum toegestane delta-T is een beveiliging vande cv-wisselaar. Als de ingestelde waarde wordt over-schreden moduleert de brander terug en schakeltuit als het temperatuurverschil te groot wordt. AGPO adviseert deze waarde niet aan te passen. 1. 2. 5 Uitleg parametersUitleg parameter 1Er zijn twee mogelijke instellingen die het volgendeeffect hebben op de toestelregeling:Parameter 1 = 00 (fabrieksinstelling)De regeling reageert op warmtevraag van zowel eenOpenTherm- als een AAN/UIT-kamerthermostaat. Deze instelling is bijna altijd de juiste.
De volgende kamerthermostaat aansluitingen zijnmogelijk:• één OpenTherm-kamerthermostaat, of• één of meerdere AAN/UIT-kamerthermostaten(parallel aangesloten). In dit geval reageert hettoestel op beide thermostaten. Een combinatie van een Open Therm-kamer-thermostaat met een AAN/UIT kamerthermostaat is nietmogelijk.
Er is één uitzondering op de fabrieksinstellingvan deze parameter. Parameter 1 = 01Alleen in het volgende geval dient deze parameter op dewaarde 1 gezet te worden: als de weersafhankelijkeregeling van de toestelelektronica wordt gebruikt incombinatie met een OpenTherm-kamerthermostaat. Dit is nodig, omdat de OpenTherm-regeling “voorrang”heeft op de AAN/UIT-regeling. Dit is in dit geval nietgewenst omdat de WA-regeling dan niet werkt.
15DMF02 27/35 A/C, 50 A/B1. 2 Bediening van het toestel (6)1. 2. 6 Uitleg WA-regelingHet is mogelijk om een ECONPACT weersafhankelijk teregelen. De ECONPACT kan namelijk aangestuurdworden door een aparte WA-regelaar. Weersafhankelijk regelen met een aparteWA-regelaarIn dit geval zijn er twee mogelijkheden. •Er is een AGPO Modulation klokthermostaataangesloten. Zie hieronder voor extra uitleg. •Er is een andere WA-regelaar dan de AGPOModulation klokthermostaat aangesloten. Kijk in de handleiding van deze regelaar. De AGPO Modulation klokthermostaatDe AGPO Modulation klokthermostaat heeft een inge-bouwde weersafhankelijke regeling. In combinatie metde buitenvoeler van de ECONPACT kan deze thermostaatde installatie weersafhankelijk regelen. De thermostaatkrijgt de buitentemperatuur via het OpenTherm-commu-nicatie signaal doorgegeven vanaf de ECONPACT. a.
Sluit de Modulation klokthermostaat aan op deOpen-Therm aansluiting van de ECONPACTOmdat de ECONPACT standaard de goede instellingvoor dit type thermostaat heeft, hoeft u hiervoor nietsaparts in te stellen. b. Activeren van de weersafhankelijke regelingOp de achterzijde van de AGPO Modulation zitten 4dipswitches. Switch 1 moet op ON staan om deweersafhankelijke regeling te activeren. c. Uitschakelen van de ruimtetemperatuur-compensatieOmdat deze compensatieregeling afhankelijkheidcreëert van zoninvloed in de woning, adviseren wij omdeze regeling niet te gebruiken. Schakel deze rege-ling uit door swith 2 op ON te zetten. d. Schakel het zelflerende aanwarmgedrag van deAGPO Modulation uitZet switch 3 op ON om het zelflerende aanwarm-gedrag uit te schakelen. Dit is nodig, omdat deingestelde waarde op de kamerthermostaat nooitwordt bereikt.
Als dit niet wordt uitgeschakeld, gaat hettoestel ’s morgens steeds vroeger beginnen met hetopwarmen van de woning. e. Instelling van de stooklijnenU kunt de stooklijnen van de thermostaat instellen.
U kunt het installateursmenu oproepen door enigeseconden tegelijkertijd op de knoppen ”opstaan” en“slapen” te drukken. De parameter HC xx is deinstelling van de stooklijn. Standaard staat deze op 16. Kijk voor meer informatie in de handleiding van dezethermostaat. Instelling van de kamerthermostaatProgrammeer de gewenste kamertemperatuur van deAGPO Modulation hoger dan de instelling op dethermostatische radiatorventielen. Algemene voorwaarden bij een WA-regelingOm een weersafhankelijk geregelde cv-installatie goed telaten werken, moet er o. a. aan de volgende voorwaardenworden voldaan:•Er dient een buitenvoeler aangesloten te zijn(een NTC 10kOhm sensor). Zie het elektrischschema van het betreffende toestel voor de juisteaansluiting van de sensor. De sensor dient op denoord-of noord-oost zijde van het huis gemonteerdte zijn.
•Op alle radiatoren en andere verwarmings-elementen dienen thermostatisch geregeldeventielen geplaatst te zijn. •Omdat er overal thermostatisch geregelde ventielengemonteerd zijn, is een bypass noodzakelijk. Deze dient een minimale flow van ca. 200 l/h tehebben.
16Druk op R (reset). Mogelijkheid 1De gloeiontsteker gloeitniet of gloeit zwak. 1. Is de branderautomaat fase-gevoelig. De stekker kan bij deze toestellen maar op 1 goede manier in het stop-contact worden gestoken. Draai eventueel de stekker om en druk op R. Branderautomaten tot december 1998 zijn fasegevoelig. Erna niet meer. (toestel-serienummers beginnend met of 97. of 98. zijn fasegevoelig)2. Krijgt het gasblok voldoende gas toegevoerd. •Staat de gaskraan open. Zo niet: open de gaskraan en druk op R;•Is de gasleiding goed ontlucht (vooral bij de eerste inbedrijfstelling). Ontlucht de leiding door middel van de gasvoordrukmeetnippel op hetgasblok (linker meetnippel) of herstart het toestel een aantal keren. •Controleer de statische en dynamische gasvoordruk:Sluit een drukmeter aan op het linker meetnippel van het gasblok.
(statisch: toestel niet in bedrijf; dynamisch: toestel in bedrijf). Zowel bij laaglast als bij vollast meten: (zowel statisch als dynamisch):- Aardgas: juiste gasvoordruk tussen 20 en 30 mbar;- Propaan: juiste gasvoordruk tussen 30 en 50 mbar. •Als de statische voordruk in orde is maar de dynamische niet:- De gastoevoer is niet in orde. Controleer of de gasleiding verstopt isof dat de gasdrukregelaar bij de gasmeter niet defect is (B-klep). - Bij een propaantank: is de tank leeg. Is de tank wel goed ontlucht. 3. Krijgt het gasblok een pneumatisch signaal. •Is de slang goed op de ventilator en het gasblok gemonteerd. Is deze niet gescheurd of afgeklemd (bijv. door de metalen kap). •Meet het pneumatische signaal door een t-stuk in de siliconen slang temonteren. Als u de stekker van het toestel uit het stopcontact haalt ener weer in stopt, zal het toestel met zijn opstartcyclus beginnen.
Neem de twee voorste draden, een roze en een zwarte, aan derechterzijde van de branderautomaat los en verbindt deze door(buiten de branderautomaat om). Nu krijgt de gloeiontsteker directvoeding van de hoofdprint. Drie mogelijke situaties:a. De gloeionsteker gloeit niet: gloeiontsteker waarschijnlijk defect. b. De gloeiontsteker gloeit, maar is te laat op temperatuur. Meet deweerstand. De weerstand hoort kleiner dan 5 Ohm te zijn (in koudetoestand). Bij een hogere weerstand: vervang de gloeiontsteker. Let op. Als de gloeiontsteker is vervangen en hij gloeit nu nog niet of telaat: is de soldering van de connector X4 die op de print vast zit wel inorde. Controleer dit door de connector naar achteren te duwen of op tetillen. Als de gloeiplug nu wel goed gloeit: soldeer alle aansluitingen vanX4 aan de achterzijde van de print (kleine soldeerbout: ± 35W).
Let wel: een mogelijke losse soldering is moeilijk te zien. c. De gloeiontsteker gloeit en de weerstand is in orde. Doe het volgende:Sluit de gloeiontsteker weer normaal aan, druk op R en doe een nieuweopstartpoging. Als de gloeiontsteker nu niet gloeit en het toestel geeftdirect een A01-storing aan: vervang de defecte branderautomaat. Let op. Plaats de juiste branderautomaat:- ECONPACT 27A/C/CST 35A/C: Honeywell nr: S4575B1009. 1(rode kap; 10 sec. veiligheidstijd) Agpo artikelnummer: 3286134- ECONPACT 50A/B: Honeywell nr: S4575B1025. 1(zwarte kap; 5 sec. veiligheidstijd) Agpo artikelnummer: 3286135Het toestel wordt gereset. Draai een kraan open of zet de kamer-thermostaat hoger en het toestel zal met zijn opstartcyclus beginnen. Deze storing treedt op als tijdens een start of een herstart, binnen debeveiligingstijd, geen ionisatiestroom wordt gemeten.
Mogelijkheid 2: De gloeiontsteker gloeit, blijft 10* seconden gloeien en het toestel valt erna in een A01-storing. * Bij de ECONPACT 50 is dit 5 seconden. Mogelijkheid 3: De brander ontsteekt en het toestel functioneert goed (storing komt slechts af en toe voor). Mogelijkheid 4: Er komt een A02-storing op het display: zie de uitleg bij storingscode A02. 27/35 A/C, 50 A/B1. 3 Storingsanalyse (1) DMF02.
174. Is het ionisatiesignaal voldoende. Als u een punt op het display ziet, meet de branderautomaat eenionisatiesignaal. Als er geen punt is, controleer dan het volgende:•Zitten de klemmen op de ionisatiepen en de branderautomaat goed vast. •Is de ionisatiepen tot de aanslag in de houder gestoken. •Is de ionisatiepen vuil of raakt de pen het isolatiemateriaal in debranderkamer. Een klein beetje (vochtig) vuil, bijvoorbeeld isolatie-materiaal, kan al zorgen voor een lekstroom:•Controleer of de ionisatiestroom (DC) nog voldoende is;- Toestel t/m 1998: minimaal 0,8 µ Ampère (brander op laagstand). - Toestel vanaf 1999: minimaal 0,5 µ Ampère (brander op laagstand). (Zet de (-) op de ionisatiepen en de (+) op de branderautomaat)•Bij twijfel: de ionisatiepen niet schoonmaken, maar vervangen. 5. Is het gasblok defect. Sluit een gasdrukmeter aan op de linker meetnippel van het gasblok.
Is er een kleine drukdaling te zien bij een opstartpoging. Er zijn twee mogelijkheden:a. Als u geen drukdaling ziet, controleer dan de weerstand van beidespoelen in het gasblok. - V1 = 2,8 kOhm (linkse 2 aansl. ; weerstand tussen 2,4 en 3,2kOhm). - V2 = 1,3 kOhm (rechtste 2 aansl. ; weerstand tussen 1,1 en 1,5kOhm). Bij te veel afwijking van deze weerstand: vervang het gasblok. b. Als u een drukdaling ziet, openen de kleppen en is het gasblok waar-schijnlijk in orde. Het kan nu mogelijk zijn dat de drukregelaar van hetgasblok defect is. 6. Is het gasblok correct afgesteld. Vanaf de fabriek is het gasblok goed afgesteld en verzegeld. Het isechter mogelijk dat in de loop van de tijd deze afstelling iets gaatverlopen. Controleer het gas-/luchtdrukverschil. Uitleg gas-/luchtdrukverschilmeting. blz. 367. Zijn het condensafvoer- en rookgasafvoersysteem in orde.
Is de branderautomaat defect. Als de gloeiontsteker in orde is, het ionisatiesignaal in orde, het gasblokniet defect en correct afgesteld en het pneumatische signaal in orde,kan mogelijk de branderautomaat het ionisatiesignaal niet meten. Vervang in dit geval de branderautomaat. Let op. Plaats de juiste branderautomaat:- ECONPACT 27A/C/CST 35A/C: Honeywell nr: S4575B1009. 1(rode kap; 10 sec. veiligheidstijd) AGPO artikelnummer:3286134- ECONPACT 50A/B: Honeywell nr: S4575B1025. 1(zwarte kap; 5 sec. veiligheidstijd) AGPO artikelnummer:32861359. Is de aarding van het stopcontact goed. Meet de spanning tussen 0 en aarde. Als dit meer dan 10 VAC is, of alshet erg schommelt tussen b. v. 2 en 6 VAC: zorg voor goede aarding. 1. Controleer de historie op voorgekomen foutcodes. Zie voor uitlezen van de historie. blz. 122. Als er veel A02-storingen voorkomen: kijk bij de uitleg van deze storing.
3. Als er veel A01-storingen zijn, kan dit de volgende oorzaken hebben:•Mogelijk is het keramiek van de ionisatiepen vervuild of beschadigd:vervang de pen. •Controleer of de pen de isolatie van de branderruimte niet raakt. •Controleer de solderingen op de print van connector X4. Soldeer deze opnieuw met een kleine soldeerbout van ± 35 W. 4. Speciaal bij A01-storingen die meestal ’s morgens vroeg voorkomen:•De gasvoordruk kan gedurende de nacht door een defecte gasdruk-regelaar hoog oplopen, bijvoorbeeld naar 60 mbar. Het gasblok opentdan soms niet. Controleer dit als de A01-storing blijft optreden. •Mogelijk is de branderautomaat vochtig. Controleer of er ergens eenlekkage is, waarbij verdampend vocht dit probleem veroorzaakt. •Als de A01-storing blijft terugkomen en alle mogelijkheden zijn bekeken:controleer of de branderstenen niet gescheurd zijn.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AGPO Econpact service handboek stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden