AEG WSP 5010 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG WSP 5010 (62 pagina’s), behorend tot de categorie Klimaatbeheersing. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 65 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over AEG WSP 5010 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG |
| Categorie: | Klimaatbeheersing |
| Model: | WSP 5010 |
| Kleur van het product: | Wit |
| Timer: | Nee |
| Breedte: | 1130 mm |
| Diepte: | 275 mm |
| Hoogte: | 650 mm |
| Snoerlengte: | 1.5 m |
| Soort: | Radiator |
| Vermogen: | 5000 W |
| Beeldscherm: | Nee |
| Instelbare thermostaat: | Ja |
| Ophangsysteem voor aan de muur: | Ja |
| AC-ingangsspanning: | 400 V |
| Verwarmingsvermogen: | 5000 W |
| Plaatsingsopties: | Muur |
| Verwarming power (min): | - W |
Handleiding AEG WSP 5010 – volledige tekst
49Nederlands1. Gebruiksaanwijzing1. 1 Omschrijving van het apparaatMet warmteaccumulatoren wordt tijdens de laag tarief periode (afhankelijk van het nutsbedrijf,meestal nachtstroom) elektrisch opgewekte warmte opgeslagen. Deze wordt overeenkomstig detemperatuur in de ruimte via een ventilator als warme lucht, en voor een gering deel ook alsuitstralingswarmte van het oppervlak van het apparaat, weer afgegeven. 1. 2 BedieningDe bediening van het apparaat gebeurt op het bedieningspaneel (1) op de rechter zijwand (afb. 1). 1. 2. 1 WarmteaccumulatieMet de keuzeschakelaar (afb. 17) wordt accumulatiegraad (opladen) bepaald. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de werking van de warmteaccumulator metof zonder centrale, weersafhankelijke oplaadbesturing (zit in de onderverdeling). Wanneer geen centrale, weersafhankelijke oplaadbesturing beschikbaar is (handmatige werking,afb.
18), dan moet de keuzeschakelaar als volgt worden ingesteld: •= Er wordt niet opgeladen 1 = Overgangstijd (voorjaar/herfst) – komt overeen met ca. 1/3 van de volledige lading 2 = Milde winterdagen – komt overeen met ca. 2/3 van de volledige lading 3 = Komt overeen met de volledige ladingNa een korte gewenningsperiode zult u de nodige ervaring hebben opgedaan om de op datmoment juiste instelling te vinden. Wanneer een centrale, weersafhankelijke oplaadbesturing beschikbaar (automatische werking),moet de keuzeschakelaar op stand 3 staan. Het weersafhankelijke opladen zorgt er dan voor dat dewarmteaccumulator op de juiste wijze wordt opgeladen. Ook bij een beschikbare oplaadbesturing kan de op te laden hoeveelheid van de afzonderlijkewarmteaccumulatoren handmatig met de keuzeschakelaar worden aangepast. 1. 2.
2 WarmteafgifteDe warmteafgifte (ontladen) wordt met een aan de wand gemonteerde of in het apparaatintegreerbare AEG-thermostaat (speciale accessoires) geregeld.
De gewenste temperatuur in de ruimte kan daarbij op de thermostaat worden ingesteld, die danautomatisch de warmteafgifte via de ventilator regeld, zo dat de ruimte op een constantetemperatuur kan worden gehouden. Op zeer koude dagen wordt het aanbevolen de thermostaat bij afwezigheid meerdere dageningeschakeld te laten, om de temperatuur in de ruimte op bijv. ca. 10 °C te houden, zodat hetgebouw c. q. de ruimte niet afkoelt (bescherming tegen bevriezing). Voor de gebruiker.
50Voor de gebruiker1. 3 VeiligheidsvoorschriftenHet apparaat mag niet– in ruimten worden gebruikt die brand- of explosiegevaarlijk zijn door de aanwezigheid vanchemicaliën, stof, gassen of dampen;– in de onmiddellijke nabijheid van leidingen of reservoirs worden gebruikt, die brandbare ofexplosieve stoffen bevatten;– worden gebruikt wanneer de minimale afstand tot aangrenzende objecten niet in acht wordtgenomen. •Montage (elektrische installatie) alsmede de eerste inbedrijfstelling en het onderhoud van ditapparaat mogen alleen door een daartoe bevoegde vakman en overeenkomstig dezeaanwijzingen worden uitgevoerd. •In geen geval mag het apparaat worden gebruikt wanneer in de opstellingsruimtewerkzaamheden zoals verleggen, slijpen, verzegelen, reinigen met benzine en onderhoud (spray,vloerwas) van vloeren en dergelijke worden uitgevoerd.
Bovendien moet de ruimte voor het opladen in voldoende mate worden geventileerd. •Het oppervlak van de behuizing van het apparaat en het luchtafvoerrooster kunnen tot eentemperatuur van meer dan 80 °C worden verwarmd. Daarom mogen op het apparaat of in deonmiddellijke nabijheid daarvan geen brandbare, ontvlambare of warmte-isolerende stoffen, alswasgoed, dekens, tijdschriften, reservoirs met boenwas of benzine, spuitdozen en dergelijke wor-den geplaatst. Ook mag geen wasgoed over het apparaat worden gehangen om dit te drogen. Gevaar voor brand. •Voor alle soorten voorwerpen, zoals bijv. meubels, gordijnen, vitrage en textiel of anderebrandbaar of niet brandbaar materiaal, moet de volgende minimale tussenruimte, in hetbijzonder ten opzichte van luchtafvoerroosters, ten opzicht van het apparaat wordenaangehouden (afb. 2): t. o. v. luchtafvoerrooster ⇒500 mm t. o. v.
deksel (vitrage, gordijnen, brandbaar materiaal) ⇒100 mmDe warme lucht moet ongehinderd uit het apparaat kunnen stromen (afb. 19). •De bij deze gebruiks- en montagehandleiding meegeleverde verwijzingsstickers „Geen voorwer-pen op of tegen het apparaat zetten“ moeten in zakelijk gebruikte ruimten, zoals bijv. in hotelsvakantiehuisjes, scholen enz. , goed zichtbaar op het deksel van het apparaat worden geplakt. 1. 4 Verzorging en onderhoudWanneer op de behuizing van het apparaat lichte bruine verkleuringen optreden, moeten dezewaar mogelijk onmiddellijk met een vochtige doek worden verwijderd. Het apparaat moet in koude toestand met de gebruikelijke onderhoudsmiddelen wordenschoongemaakt. Het gebruik van schurende en bijtende onderhoudsmiddelen moet worden vermeden. Geen reinigingsspray in de ventilatiegleuvel spuiten.
het ventilatiekanaal achter het luchtafvoerrooster (5) moet iedere twee jaar door een vakmanworden gecontroleerd. Hier kan in lichte mate vuilafzettingen voorkomen. Geadviseerd wordt om tijdens regelmatig onderhoud ook de controle- en regelorganen te latencontroleren. Op z’n laatst 10 jaar na de eerste ingebruikstelling moeten veiligheids-, controle- enregelorganen alsmede het gehele op- en ontlaadsysteem door een vakman worden gecontroleerd. 1. 4. 1 Reiniging van het pluizenfilter (afb. 3)Het in het luchttoevoerrooster (6) aangebrachte pluizenfilter (7) moet regelmatig wordenschoongemaakt, zodat het storingsvrije ontladen van de warmteaccumulator is gewaarborgd. Bij een dichtgeslibd pluizenfilter worden de ventilatoren uitgeschakeld.
Het pluizenfilter als volgt schoonmaken:– Het luchttoevoerrooster (6) aan beide kanten lichtjes naar beneden drukken, aan de bovenkantnaar voren Tuimelen en verwijderen;– Het pluizenfilter met bijv.
een schroevendraaier uit het rooster drukken en met borstel,stofzuiger of vergelijkbare hulpmiddelen schoonmaken;Het pluizenfilter weer in het rooster plaatsen en over de noppen vast laten klikken;– Het luchttoevoerrooster aan de onderkant schuin op de noppen op de bodem van het apparaatzetten en met lichte druk onder het luchtafvoerrooster vastklikken (afb. 16).
51NederlandsVoor de gebruiker en de installateur1.5 Belangrijke aanwijzingDeze aanwijzing zorgvuldig bewaren, bij eventuele verkoop van het apparaat aan de nieuweeigenaar overhandigen.Tijdens eventuele reparatiewerkzaamheden ter inzage aan de vakman geven.Wat te doen wanneer . . . ?Voor de gebruikercontroleer of . . . . . . de keuzeschakelaarop stand 3 staat. . . . in uw zekeringenkast debijbehorende zekeringendefect zijn of de aardlek-schakelaar is geactiveerd.Oorzaak verhelpen!Wanneer dewarmteaccumulator op dedaaropvolgende dag nog nietis opgewarmd moet u contactopnemen met een vakman.Voor de vakmancontroleer of . . . . . . de aansturing van deverwarmingselementbeveiligingin orde is. . . . spanning op de klemmenL1/L2/L3 staat. . . . of de veiligheidstemperatuur-begrenzer (F1) is geactiveerd.
•de warmte-accumulator nietwarm wordt •de warmte-accumulator ook bijmilde weersom-standigheden eenbuitengewoon hogebehuizingstemperatuurlaat zien.CLICKLH LH LENNNNNLL SHTA LE LH LH LENNNNNLL-SHcontroleer of . . . . . . de ventilator met dethermostaat kan wordeningeschakeld.Wanneer dit niet het gevalcontact opnemen met devakman. . . . het pluizenfilter in het lucht-toevoerrooster verstopt is.De oorzaak overeenkomstpunt 1.4.1 verhelpen!controleer of . . . . . . de thermostaat is ingeschakelden er spanning op de klem LEstaat. . . . of de ventilatoren draaien. . . . de veiligheidstemperatuur-regelaar (N5, zie pagina 3,afb. 1) in de luchtafvoer isuitgeschakeld. . . . het besturingssignaal Z1 van deoplaadbesturing op klem A1/Z1in de warmteaccumulator isingeschakeld. "CLIC"
17) wordt hetopladen traploos ingesteld.Begin en duur van het opladen worden bepaald door de verantwoordelijke energieleverancier(nutsbedrijf).Twee ingebouwde veiligheidsthermostaten (19, 20) alsmede een veiligheidstemperatuurbegrenzer(21) voorkomen dat het apparaat oververhit raakt. Terwijl de veiligheidsthermostaten automatischopnieuw inschakelen, moet de veiligheidstemperatuurbegrenzer door de vakman, door hetindrukken van de in het midden van de begrenzer aangebrachte knop, na het verhelpen van destoring opnieuw worden ingeschakeld.De op deze manier opgeslagen warmte wordt dan met behulp van een ventilator, deels ook via hetoppervlak van het apparaat, afgegeven.
Hierbij wordt de lucht in de ruimte door de ventilator (18)door het luchttoevoerrooster (6) aangezogen en door de luchtkanalen van de accumulatiestenen(9) geblazen, waarbij de lucht wordt verwarmd.Voordat de aldus verwarmde lucht via het luchtafvoerrooster (5) de ruimte instroomt, wordt zy viatwee mengluchtkleppen met koude lucht uit de ruimte gemengd, zodat de lucht die de ruimteinstroomt de toelaatbare maximum temperatuur niet overschrijdt. De stand van de menglucht-kleppen en zodoende de mengverhouding van de lucht, wordt met een bimetaalregelaar geregeld.Voor de installateur
542. 2. 2 Aansluitvermogen reducerenDoor het omleggen c. q. verwijderen van bruggen op de aansluitklemmen kan hetaansluitvermogen, dat af fabriek op 100 % is ingesteld, in combinatie met een oplaadgraadreductieop de oplaadregelaar 3 vermogenstrappen (zie pagina 12) worden gereduceerd. De afmetingen van de leidingdiameters en de beveiliging moeten overeenkomstig het maximaalmogelijke vermogen van het apparaat worden uitgevoerd.
•De plaats waar het apparaat wordt geplaatst moet voldoende draagkracht hebben. In geval van twijfel moet een bouwdeskundige om advies worden gevraagd (Zie de „Technischegegevens„ voor het gewicht van de accumulatoren). •De minimale afstand tot aangrenzende objecten moet worden aangehouden (afb. 2 en 2a). •Alle elektrische aansluit- en installatiewerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd conform deVDE-bepalingen 0100, de voorschriften van de verantwoordelijke elektriciteitsbedrijven en debetreffende nationale en regionale voorschriften.
•Het apparaat moet met een aanvullende voorziening met een scheidingstraject van minimaal3 mm over alle polen van het net kunnen worden gescheiden. Hiervoor kunnen beveiligingen,zekeringen en dergelijke worden geïnstalleerd. •Een latere verhoging van het aansluitvermogen moet door de verantwoordelijkeenergieleverancier worden goedgekeurd. Wanneer de latere verhoging van het vermogen nietaan de energieleverancier wordt gemeld, betekent het dat u contractbreuk pleegt. •De bedrijfsmiddelen moeten geconstrueerd zijn voor het nominale verbruik van het apparaat. •De gegevens op het typeplaatje van het apparaat moeten in acht worden genomen. De aangegeven spanning moet overeenstemmen met de netspanning. •Om de standveiligheid overeenkomstig VDE te kunnen garanderen moet de warmteaccumulatorworden bevestigd. 75 % Pnom. 100 % Pnom. (standaard bedrading)91,6 % Pnom. 83,3 % Pnom. 100 % Pnom.
55Nederlands2. 4 Montageplaats Het apparaat mag niet– in ruimten worden gebruikt die brand- of explosiegevaarlijk zijn door de aanwezigheid vanchemicaliën, stof, gassen of dampen;– in de onmiddellijke nabijheid van leidingen of reservoirs worden gebruikt, die brandbare ofexplosieve stoffen bevatten; – worden gebruikt wanneer de minimale afstand tot aangrenzende objecten niet in acht wordtgenomen. In ruimten waarin uitlaatgassen, olie- en benzine, vluchtige stoffen enz. te ruiken zyn, kanlangdurige stank en eventueel verontreinigingen ontstaan. PlaatsingswandPlaatsingswandPlaatsingswandPlaatsingswandPlaatsingswandEr moet worden gecontroleerd of een voldoende sterke wand voor de bevestiging van het apparaatbeschikbaar is.
Wanneer geen geschikte bevestigingswand beschikbaar is, moet het apparaat op de vloer wordenbevestigd (rechtstreeks op de vloer of met een vloerbeugel [speciaal accessoire]). VloerVloerVloerVloerVloerDe vloer waarop het apparaat wordt geplaatst moet vlak zijn en voldoende draagkracht hebben,zodat de behuizing niet krom trekt. De temperatuurbestendigheid van de bevestigingswand moet minimaal 85 °C bedragen, die van devloer minimaal 80 °C. De warmteaccumulatoren kunnen op iedere gewone vloer worden neergezet,maar bij de onderstukken kunnen bij PVC- en parketvloeren en ook bij tapijten met lange harendoor de druk en de inwerking van de warmte veranderingen optreden. In deze gevallen moetenwarmtebestendige onderplaten worden gebruikt (ter plaatse aan te schaffen). 2. 5 Montage van het apparaat (afb.
3-14)Om de standveiligheid overeenkomstig VDE te kunnen garanderen moet de warmteaccumulatormet een wand- of vloerbevestiging (afb. 8) worden beveiligd. De noodzakelijke schroeven en pluggen voor de bevestiging van het apparaat worden nietmeegeleverd. Deze moeten, afhankelijk van het materiaal waaruit de desbetreffende wand issamengesteld, door de vakman worden gekozen en geleverd.
WandbevestigingIn de achterwand van het apparaat is in de buurt van de schakelruimte een gat aangebracht,waardoor het apparaat met een geschikte schroef aan een voldoende sterke wand kan wordenbevestigd (afb. 8)Voordat het apparaat wordt bevestigd moet erop worden gelet dat de toegestane minimale afstandtot aangrenzende objecten wordt aangehouden. VloerbevestigingDe vloerbevestiging gebeurt door de bodem van het apparaat aan de vloer vast te schroevenmiddels de vier gaten met een diameter van 9 mm (zie voor de afmetingen „Technische gegevens“,pagina 9). Deze bevestiging kan alleen bij gedemonteerde luchtafvoer- en luchttoevoerroosters alsmedeverwijderde ventilatorenchuiflade worden uitgevoerd. Voor de installateur.
562. 5. 1 Plaatsing van het apparaat (afb. 3-6) •Het luchttoevoerrooster (6) aan beide kanten lichtjes naar beneden drukken, aan de bovenkantnaar voren tuimelen en verwijderen; Op het luchtafvoerrooster (5) beide schroeven aan debovenkant losdraaien en het rooster verwijderen (afb. 3). •De voorwand (4) met 2 schroeven aan de onderkant losdraaien (inwendige schroefdraadgaten),de voorwand aan de onderkant lichtjes optillen en verwijderen (afb. 4). De binnenste voorwandmet 2 schroeven aan de onderkant losdraaien, lichtjes optillen en verwijderen (afb. 5). •Demontage van de rechter zijwand (3): De draaiknop (a) verwijderen, schroef (b) aan de zijwand(3) losdraaien, de zijwand aan de achterkant een beetje aan de kant trekken (c), naar vorendrukken (d), optillen en verwijderen (afb. 6).
•Netaansluitleidingen alsmede aansluitleidingen voor op- en ontlaadregelaar door de opening inde achterwand van het apparaat (15) in het apparaat steken en, met inachtneming van punt2. 5. 2 aansluiten (aansluitleiding ca. 260 mm invoeren en naar behoefte inkorten, zodat deze nietin de buurt van de ventilatiegleuvel in de zijwand kan komen te liggen); •Het apparaat op de gewenste plaats neer zetten en aan de bevestigingswand (bij noodzakelijkevloerbevestiging op de vloer) vastzetten. •Afdekplaat (10), karton en bedieningsknop uit het interieur verwijderen (afb. 9). Het interieurmoet volledig ontdaan zijn van vreemde voorwerpen zoals verpakkingsresten e. d. Warmte-isolatie op transportbeschadigingen controleren, eventueel vervangen. Accumulatiestenen plaatsen (afb. 10 en 11)De accumulatiestenen worden afzonderlijk verpakt geleverd.
Accumulatiestenen met lichte transportbeschadigingen mogen worden gebruikt. De werking vanhet apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. Voor de bevestiging van de accumulatiestenen (9) moeten de verwarmingselementen (17) een kleinstukje worden opgetild (afb. 10).
De eerste accumulatorentenen met de kom voor het verwarmingselement naar boven toe op enigeafstand tot de rechter warmte-isolatie onder het verwarmingselement plaatsen en tegen zowel derechter als de achterste warmte-isolatie schuiven. De slobgaten vormen de verwarmingskanalen. Er tijdens het optillen van de verwarmingselementen op letten dat de doorlopende gaten in dewarmte-isolatie aan de zijkant niet groter worden. Als afsluiting de uit het interieur verwijderde afdekplaat (10) over de bovenste accumulatiestenenschuiven (afb. 12). 2. 5. 2 Elektrische aansluitingDe verwarmingselementen worden met 3/N/PE ~ 50 Hz 400 V of 3/N/A ~ 50 Hz 400 V met 1/N/A ~50 Hz 230 V aangesloten, 3 x 230 V + A, 3 x 230 + T of 2 x 230 + T. Een rechtstreekse aansluiting met NYM is ook mogelijk.
Het aantal voedingsleidingen enleidingaders alsmede de leidingdiameter zijn afhankelijk van de aansluitwaarde van het apparaaten de wijze waarop het apparaat op het net is aangesloten, alsmede van de bijzonderevoorschriften van de energieleverancier. Hierbij de bijbehorende schakelschema's in acht nemen. Bij het aansluiten van het apparaat op een automatische oplaadbesturing kan er ook spanning opde klemmen A1/Z1 - A2/Z1 staan wanneer de zekeringen zijn verwijderd. AansluitingBij de elektrische aansluitleidingen eventueel zorgen voor een trekontlasting en overeenkomstighet schakelschema in het apparaat (op de binnenkant van de rechter zijwand) of hetaansluitschema aansluiten.
57Nederlands2L1L1X13/N/PE ~ 50 Hz 400 VL2L312391,6 % PNennL2L3NL1N L1X13/N/PE ~ 50 Hz 400 V1L2L3123100 % PNenn(Serienverdrahtung)L2L33L1L1X13/N/PE ~ 50 Hz 400 VL2L312383,3 % PNennL2L3N 8 h 9 h 10 hVoor de werking met "enkeldraadsbesturing" ** moet een brug tussen "N" en "A2/Z2" wordengemaakt. Aanpassing van het vermogen overeenkomstig de nominale oplaadduurDoor het omleggen c. q. verwijderen van bruggen op de aansluitklemmen kan het aansluitvermogenop de door de nutsbedrijf bepaalde nominale oplaadduur worden aangepast. Typeplaatje van het apparaatDe markering op het typeplaatje en het schakelschema in acht nemen. Na de elektrische aansluiting moet het bij het aansluitvermogen en de nominale oplaadduur vanhet apparaat horende vierkantje met een wisbestendige ballpoint worden gemarkeerd. 2. 5. 3 Apparaat bedrijfsklaarHet apparaat schoonmaken (afb.
13 en 14)Het open apparaat moet na het opstellen en de bevestiging van de accumulatiestenen wordenschoongemaakt. Hiervoor moeten de ventilatoren en het luchtgeleidingscomponent worden gedemonteerd. Het luchtgeleidingscomponent (16) losschroeven en naar buiten trekken. •De ventilator (18) na het losdraaien (niet volledig uitdraaien) van de voor aan debevestigingsbeugels zittende schroeven opttillen en uittrekken (let op de kabels. ). bij enkele apparaten moet hiervoor de temperatuurregelaar – ontlading (19) iclusief debevestigingsplaat worden losgeschroefd. Bij het neerleggen van de gedemonteerde onderdelen moet erop worden gelet dat de dradenniet beschadigd worden. •Bodemplaat en ventilator schoonmaken (de lamellen niet beschadigen. ). Daarna de ventilator,eventueel de temperatuurbegrenzer alsmede het luchtgeleidingscomponent weer monteren(let er op dat de kabels verlegd worden. ).
15 en 16) •De binnenste voorwand met warmte-isolatie iets schuin naar voren gedraaid aan de bovenkantinhangen en met 2 schroeven aan de onderkant vastschroeven; •De rechter zijwand aan de onderkant inhangen en naar boven Tuimelen, aan de bovenkantinhangen en met een schroef bevestigen; (zie voor omgekeerde volgorde 2. 5. 1 – Demontagerechter zijwand afb. 6) •De voorwand aan de bovenkant inhangen, onder tegen het apparaat zwenken en met 12schroeven bevestigen (hierbij steeds de inwendige schroefdraadgaten gebruiken) (afb. 15); •Het luchtafvoerrooster bevestigen, daarbij de schroeven handvast vastdraaien en weer ca. 1 omwenteling terugdraaien (afb. 16); •Het luchttoevoerrooster aan de onderkant schuin op de noppen op de bodem van het apparaatzetten, aan de bovenkant omzwenken en achter het luchtafvoerrooster vastklikken (afb. 16).
59Nederlands2. 6 Eerste inbedrijfstelling2. 6. 1 WerkingscontroleDe werking van de ventilator voor het accumulatordeel door het inschakelen van de thermostaatcontroleren. 2. 6. 2 OpladenDe apparaten kunnen na een succesvolle werkingscontrole zonder eerste opwarming in gebruikworden genomen. Het opladen gebeurt hetzij met de hand met de instelling van de elektronischeoplaadregelaar of automatisch met de beschikbare Elfamatic-oplaadbesturing. Tijdens het voor de eerste keer opladen moet het opladen in kWh worden vastgesteld en met de inde "Technische gegevens" aangegeven maximaal toelaatbare waarde in koude toestand wordenvergeleken. Deze vastgestelde waarde mag de maximaal toelaatbare waarden van het opladen inkoude toestand niet overschrijden. Tijdens de eerste keer opladen kan een vreemde geur optreden.
Op grond daarvan moet de ruimtein voldoende mate worden geventileerd (1,5-voudige luchtverversing, bijv. met gekantelde ramen). Het voor de eerste keer opladen mag in een slaapkamer niet ‚s nachts worden uitgevoerd. 2. 7 Reparatie, ombouwen van het apparaatWanneer een apparaat na tijdens een reparatie gedemonteerd te zijn geweest, of wanneer dezereeds op een andere plaats in gebruik is geweest, moet net als bij de eerste inbedrijfstelling enovereenkomstig deze montagehandleiding tewerk worden gegaan. In deze gevallen moet in het bijzonder worden gelet op het onderstaande: Delen van de warmte-isolatie, waaraan schade of wijzigingen zijn te herkennen, die van invloed zijn op de veiligheid,moeten door nieuwe worden vervangen. Voor de inbedrijfstelling moet de isolatiecontrole en hetmeten van het nominale verbruik worden gemeten. 2. 1.
1 Ombouwen van het apparaatvoor ombouw-, aanbouw- en inbouwwerkzaamheden is de met het desbetreffende componentmeegeleverde handleiding maatgevend. 2. 8 AfleveringLeg de gebruiker de functies van het apparaat uit. Maak hem of haar in het bijzonder attent op deveiligheidsvoorschriften. Geef de gebruiker de gebruiks- en montagehandleiding.
61NederlandsAttentie! Bij 3/PE AC 50 Hz 230 V netvoedingHet is noodzakelijk dat de originele bedrading van de accumulator wordt omgezet!Elektrisch schema voor 3/PE AC 50 Hz 230 VHet is noodzakelijk dat de originele bedrading wordt omgezet!E1 - E6:Verwarmingselement F1: Veiligheidstemperatuurbegrenzer N1: Temperatuurbegrenzer - verwarming X1: Aansluitklem netvoeding N4: Temperatuurbegrenzer - verwarmingBruggen moeten ter plaatse worden gemaaktxxx Draad vi van E2 lostrekken en op E6 aansluitenxx Draad br van E6 lostrekken en op E4 aansluitenx Draad ws van E4 lostrekken en op E2 aansluitenVoor de installateur
62Milieu en recycling3. Milieu en recyclingWij verzoeken u ons bij de bescherming van het milieu behulpzaam te zijn. Verwijder de verpakkingdaarom overeenkomstig de voor de afvalverwerking geldende nationale voorschriften.GarantieAanspraak op garantie bestaat uitsluitend in het land waar het toestel gekocht is.U dient zich te wenden tot de vestiging van AEG of de importeur hiervan in het betreffende land.De montage, de electrische installatie, het onderhoud en de eerste inbedrijfname mag uitsluitendworden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.De fabrikant is niet aansprakelijk voor defecte toestellen, welke niet volgens de bijgeleverdegebruiks- en montageaanwijzing zijn aangesloten of worden gebruikt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG WSP 5010 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Klimaatbeheersing AEG
Handleiding Klimaatbeheersing
Nieuwste handleidingen voor Klimaatbeheersing