AEG Lavamat 74800 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG Lavamat 74800 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen. Heb je een vraag over AEG Lavamat 74800 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | Lavamat 74800 |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Links |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 85000 g |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 600 mm |
| Hoogte: | 850 mm |
| Type lader: | Voorbelading |
| Energieverbruik wassen: | 1.02 kWu |
| Waterconsumptie per cyclus: | 45 l |
| Wasklasse: | A |
| Centrifuge-droger klasse: | B |
| Geluidsniveau (wassen): | 54 dB |
| Maximale centrifugesnelheid: | 1400 RPM |
| Nominale capaciteit: | 6 kg |
| Wasprogramma's: | Hygiene/anti-allergy, Black |
Handleiding AEG Lavamat 74800 – volledige tekst
2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar het boekje zodat u nog eens iets kunt nalezen.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar van het apparaat door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1VeiligheidsaanwijzingenWaarschuwing! Aanwijzingen die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Aanwijzingen die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.3Aanwijzingen en praktische tips2Milieu-informatie
3InhoudGebruiksaanwijzing. 5Veiligheid. 5Afvalverwerking. 6Beschrijving van het apparaat. 7Bedieningspaneel. 7Programmaoverzicht. 8Voor de eerste keer wassen. 10Wasgoed voorbereiden en sorteren. 10Wasprogramma uitvoeren. 11Deur openen/Wasgoed in de machine doen. 11Was-/nabehandelingsmiddel doseren. 11Apparaat inschakelen/Programma kiezen. 12Centrifugetoerental wijzigen/Spoelstop kiezen. 13Extra programma’s kiezen. 13SPOELEN+. 13KORT. 13VOORWAS. 14VLEKKEN. 14BEHOEDZAAM. 14Starttijdkeuze instellen. 14Programma starten. 15Verloop van het programma. 15Programma onderbreken/Wasgoed bijvullen. 15Programma beëindigd/Wasgoed uit de machine nemen. 16Overdosering. 16Kinderbeveiliging. 17Reiniging en onderhoud. 18Wat te doen als. 19Kleine storingen zelf oplossen. 19Als het wasresultaat niet bevredigend is. 21Water aftappen. 22Afvoerpomp. 23Technische gegevens. 24Verbruikswaarden. 24.
5Gebruiksaanwijzing1VeiligheidVoor de eerste ingebruikname•Volg de “Opstel- en aansluitinstructies” op.•Als het apparaat in de wintermaanden wordt geleverd bij temperatu-ren onder het vriespunt: de wasautomaat voor de ingebruikname ge-durende 24 uur op kamertemperatuur laten acclimatiseren.Gebruik volgens de voorschriften•De wasautomaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik, voor het wassen van wasgoed. •Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan.•Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishou-delijke wasautomaten geschikt zijn.•Het wasgoed mag geen ontvlambare oplosmiddelen bevatten. Explosiegevaar!•De wasautomaat niet voor chemische reiniging gebruiken.•Kleur- en ontkleurmiddelen mogen alleen in de wasautomaat worden gebruikt als de fabrikant van dit product dit uitdrukkelijk vermeldt.
Voor eventuele schade zijn wij niet aansprakelijk.Veiligheid van kinderen•Verpakkingsonderdelen buiten bereik van kinderen houden. Verstik-kingsgevaar!•Kinderen kunnen de gevaren die aan het omgaan met elektrische ap-paraten verbonden zijn, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zon-der toezicht bij de wasautomaat.•Controleer of kinderen of huisdieren niet in de trommel kunnen klau-teren. Levensgevaar!Algemene veiligheid•Reparaties aan wasautomaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. •Neem de wasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer bescha-digd is of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel van het apparaat dermate beschadigd zijn dat de binnenzijde van het ap-paraat open toegankelijk is.
6•Voor reiniging, onderhoud en reparatiewerkzaamheden dient de was-automaat uitgeschakeld te worden. Bovendien de stekker uit het stopcontact trekken of ñbij een vaste aansluiting ñ de beveiligings-schakelaar in de zekeringkast uitschakelen of de schroefzekering ge-heel uitdraaien.•Als het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt zal gaan worden, dient het apparaat van de stroomvoorziening geschei-den te worden en dient de waterkraan gesloten te worden.•De netstekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar aan de stekker.•Meerwegstekkers, koppelingen en verlengingsnoeren mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar door oververhitting! •De wasautomaat niet met een waterstraal afspuiten. Risico op elektri-sche schokken!•Bij wasprogrammaís op hoge temperaturen wordt het glas van de vuldeur heet.
Niet aanraken!•Voor het aftappen van water, het reinigen van de afvoerpomp of noodontgrendeling van de vuldeur dient het sop eerst af te koelen.•Huisdieren kunnen snoeren en waterslangen doorbijten. Risico op elektrische schokken en gevaar voor wateroverlast! Huisdieren uit de buurt van de wasautomaat houden.Afvalverwerking2VerpakkingsmateriaalDe verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu en her-bruikbaar. De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen, bijv. >PEPS
8ProgrammaoverzichtProgrammaMax. vulgewicht 1) (droog wasgoed)1) Een emmer van 10 liter bevat ongeveer 2,5 kg droog wasgoed (katoen).Extra programma’s CentrifugetoerentalSPOELSTOPSPOELEN +KORTVOORWASVLEKKENBEHOEDZAAM14001000700500ECO2)2) Programma-instellingen voor tests conform resp. in navolging van EN 60 456 en IEC 60 456 zijn in het hoofdstuk “Verbruikswaarden” beschreven.6kg •-••••••••WITTE WAS /BONTE WAS95, 60, 40, 30 6kg • • • •3)3) VLEKKEN - pas vanaf 40° instelbaar omdat het vlekkenzout alleen op hogere temperaturen werkzaam wordt.••••••40-60 MIX 6kg • - • • • • • • • •KREUKHERSTELLEND60, 50, 40, 30 3kg • • • •3) • - • • • •STRIJKVRIJ 40 1kg • • • • - - • • • •FIJNE WAS40, 30 3kg • • • - - - • • • •WOL/ZIJDE H (handwas) 40, 30, KOUD 2kg - - - - - - • • • •SPOELEN 3kg - - - - - - • • • •POMPEN - - - - - - - - - - -CENTRIFUGEREN 6kg - - - - - • • • • -30 MIN.
9Gebruik/Eigenschappen Behandelingssymbolen1) 1) Het cijfer in het behandelingssymbool geeft de maximale temperatuur aan.Energiesparend programma bij 60 °C voor licht tot normaal vervuild wit of bont was-goed van katoen/linnen. M OProgramma voor normaal tot sterk vervuild wit of bont wasgoed van katoen/linnen. J M OProgramma voor wit en bont wasgoed dat op verschillende temperaturen moet wor-den gewassen. Wasgoed dat volgens de behandelingssymbolen op 40 °C of op 60 °C apart gewassen moet worden, kan met dit programma samen worden gewassen. Zo benut u de capaciteit van de trommel beter en bespaart u energie. Door de verlengde wastijd is het wasresultaat gelijk aan dat van een normaal 60°-programma. J MProgramma voor kreukherstellende mengweefsels en synthetische weefsels.
I K NSpeciaal programma bij 40 °C voor kreukherstellend textiel, dat na dit programma nog slechts licht of zelfs helemaal niet hoeft te worden gestreken. K NVoorzichtig programma voor fijne weefsels zoals textiel dat uit meer lagen bestaat, microvezels, synthetische stoffen en vitrage (max. 20 tot 25 m2 vitrage in de wasma-chine doen). Met SPOELSTOP ook geschikt voor textiel met speciaal ademend mem-braan, bijvoorbeeld outdoorkleding.I KBijzonder voorzichtig programma voor met de hand en wasmachine wasbare wol/zij-de. Q L HApart voorzichtig spoelen (3 spoelgangen, vloeibaar nabehandelingsmiddel wordt uit het inspoelvak w ingespoeld, voorzichtig centrifugeren). I K NQ L HWegpompen van het water na een spoelstop. Pompen en centrifugeren bijv. na spoelstop of apart centrifugeren van handgewas-sen witte was/bonte was. J M OSpeciaal programma bij 30 °C, ca.
10Voor de eerste keer wassen1. Open de wasmiddellade.2. Giet ca. 1 liter water in de wasmiddellade van de wasautomaat. De volgende keer dat het programma wordt gestart wordt daardoor de kuip gesloten en kan de ÖKO-sluis op de juiste wijze functioneren.3. Om eventuele bij de fabricage ontstane resten in de trommel en kuip te verwijderen, dient de eerste wasgang zonder wasgoed uitgevoerd te worden. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 60, toets KORT indruk-ken, ca. 1/4 meetbeker waspoeder toevoegen. Wasgoed voorbereiden en sorterenWasgoed voorbereiden•Zakken leegmaken. Vreemde voorwerpen (bijv. muntstukken, paper-clips, spijkers, enz.) verwijderen.•Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen, dit om schade aan wasgoed te voorkomen.•Gordijnrolletjes verwijderen of in een net/waszak binden.•Kwetsbare delen en klein wasgoed in een net/kussensloop wassen, bijv.
vitrage, nylonkousen, sokjes, zakdoeken, behaís.Let op! Behaís en ander wasgoed met beugels uitsluitend in een net wassen. Beugels kunnen losraken en het apparaat beschadigen.Wasgoed sorteren•Op kleur: Wit en gekleurd wasgoed apart wassen. Wasgoed kan kleur-stof afgeven. •Op temperatuur, soort wasgoed en behandelingsetiket.Let op! Wasgoed met het behandelingsetiket G (= niet wassen!) niet in de wasautomaat wassen.
11Wasprogramma uitvoerenDeur openen/Wasgoed in de machine doen1.Vuldeur openen: aan de greep van de vuldeur trekken.De indicaties DEUR en START/PAUZE geven bij een ingeschakeld appa-raat aan of de vuldeur kan worden geopend. Tijdens het wasprogramma is de vuldeur bij hoge waterstand of hoge temperatuur vergrendeld. De indicatie DEUR is uit.2.Wasgoed uitvouwen en losjes in de wasmachine doen. Grote en kleine stukken wasgoed mengen.Let op! Geen wasgoed tussen de vuldeur en de rubberen afdichting inklemmen. 3.Vuldeur goed dichtdrukken. De slui-ting dient hoorbaar vast te klikken.Was-/nabehandelingsmiddel doserenLet op! Alleen was- en nabehandelingsmiddel gebruiken die voor huis-houdelijke wasautomaten geschikt zijn.Was-/nabehandelingsmiddel volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het was-/nabehandelingsmiddel doseren.
Volg de aanwijzingen op de verpakkingen op.De dosering is afhankelijk van:–de mate van vervuiling van het wasgoed,–de hoeveelheid wasgoed–en de hardheid van het leidingwater. •Als de fabrikant geen aanwijzingen voor kleine hoeveelheden was-goed op de verpakking geeft: bij een halve lading een derde minder wasmiddel, bij de laagste belading slechts de helft van het wasmiddel dat bij een volledige belading wordt geadviseerd.Indicatie DEUR Indicatie START/PAUZE Vuldeur openen moge-lijk?brandt groen knippert rood of is uit jabrandt groen brandt rood ja, na het indrukken van de toets START/PAUZE
12•Vanaf waterhardheid 2 (=middel) dient waterontharder gebruikt te worden. Het wasmiddel kan dan voor waterhardheid 1 (=zacht) wor-den gedoseerd. Informatie over de plaatselijke waterhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.1.De wasmiddellade zo ver mogelijk uittrekken.2.Was-/nabehandelingsmiddel doseren.3.De wasmiddellade geheel inschuiven.Waspoeder/-tabletten voor de hoofdwas Als u gebruik maakt van een waterontharder en het rechtervakje voor voorwasmiddel nodig heeft, de waterontharder op het hoofdwasmiddel in het linkervakje doseren.Wasverzachter, stijfsel Het vakje ten hoogste tot de markering MAX vullen. Dikvloeibaar con-centraat voor het doseren volgens de aanwijzingen van de fabrikant verdunnen.
Poedervormig stijfsel oplossen.Als u vloeibaar wasmiddel gebruikt: Vloeibaar wasmiddel met de door de wasmiddelfabrikant aangeboden doseerhouder doseren.Apparaat inschakelen/Programma kiezenProgramma en temperatuur met de programmakiezer instellen 3Als u een programma kiest, schakelt u gelijk het apparaat in.–De indicatie van het programma-verloop geeft de programmastap-pen aan die door het gekozen programma worden uitgevoerd.–In de multidisplay verschijnt de vermoedelijke programmaduur (in minuten).Vlekkenzout/-tablettenWaspoeder/-tablettenvoor de hoofdwasWasverzachter/stijfselWaspoeder/-tablettenvoor de voorwasof waterontharder
13Centrifugetoerental wijzigen/Spoelstop kiezenDe wasautomaat stelt het maximaal toelaatbare toerental voor dat ge-schikt is voor het gekozen program-ma. U kunt het toerental verlagen:Druk daarvoor zo vaak op de toets Centrifugeren/SPOELSTOP tot de gewenste indicatie brandt.3Het toerental voor het uiteindelijke centrifugeren kan tijdens het programma nog worden gewijzigd. Daarvoor:1.Op de toets START/PAUZE drukken.2.Het toerental wijzigen.3.Nogmaals op de toets START/PAUZE drukken.SPOELSTOPBij SPOELSTOP blijft het wasgoed in het laatste spoelwater staan. Er zal geen centrifugeerproces plaatsvinden, er zal tussentijds gecentrifu-geerd worden. Het tussentijds centrifugeren is programma-afhankelijk en kan niet worden gewijzigd.Extra programma’s kiezenDruk, indien gewenst, toets(en) voor extra programma’s in. De bijbeho-rende indicatie brandt.
3Als “Err“ in de multidisplay knip-pert is het gekozen extra program-ma niet met het ingestelde wasprogramma te combineren.SPOELEN+Bij de programma’s ECO, WITTE WAS/BONTE WAS, FIJNE WAS, KREUK-HERSTELLEND en STRIJKVRIJ worden twee extra spoelgangen uitge-voerd.KORTKort wasprogramma voor licht vervuilde was.
14VOORWASWarme voorwas voor de automatisch volgende hoofdwas; met tussen-door centrifugeren bij WITTE WAS/BONTE WAS en KREUKHERSTELLEND, zonder tussendoor centrifugeren bij FIJNE WAS. VLEKKENVoor sterk vervuild wasgoed of wasgoed met vlekken. Het vlekkenzout wordt op het optimale tijdstip tijdens het verloop van het programma in de wasautomaat gespoeld. Dit programma kan uitsluitend worden ingesteld vanaf 40°C, aangezien vlekkenmiddelen pas bij hogere temperaturen werkzaam zijn.BEHOEDZAAMVerhoogde spoelwerking door extra spoelgang bij gelijktijdig verminderde beweging van de trommel (voorzichtig voor wasgoed). Ideaal wanneer er vaak moet worden gewassen, bijvoorbeeld bij overgevoeligheid van de huid.Starttijdkeuze instellen3Met de toets STARTTIJDKEUZE kunt u de start van een programma 30 minuten (30') tot max. 23 uur (23h) uitstellen. 1. Programma kiezen. 2.
De toets STARTTIJDKEUZE zo vaak indrukken tot het gewenste starttij-duitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het programma over 12 uur moet starten. De indicatie STARTTIJDKEUZE brandt. 3Wordt 23h aangegeven en drukt u nogmaals dan is de starttijdkeuze weer opgeheven. Op de indicatie verschijnt 0' en aansluitend de loop-tijd van het ingestelde programma.3. Om de starttijdkeuze te activeren, op de toets START/PAUZE drukken. De resterende tijd tot de start van het programma wordt doorlopend aangegeven, bijv. 12h 10h, 11h, , ... 30' enz.).
15Programma starten1.Controleer of de waterkraan geopend is.2.Druk op toets START/PAUZE. Het wasprogramma wordt gestart of start na afloop van de ingestelde starttijdkeuze.3Als na het indrukken van de toets START/PAUZE E40 in de multidisplay knippert, de indicatie EINDE 4x knippert en tegelijkertijd 4x een sig-naaltoon klinkt, is de vuldeur niet goed gesloten. Druk de vuldeur goed dicht en druk nogmaals op de toets START/PAUZE.Verloop van het programma•De indicatie van het programmaverloop geeft de programmafase aan die wordt uitgevoerd.•De multidisplay geeft de vermoedelijke resterende tijd (in minuten) tot aan het einde van het programma aan.3De resterende looptijd kan tijdens het wasprogramma langer worden of kort blijven staan omdat het programma zich aan de verschillende om-standigheden bij het wassen aanpast (bijv.
soort en hoeveelheid was-goed, onbalansherkenning bij het centrifugeren, extra spoelen, enz.).Programma onderbreken/Wasgoed bijvullenProgramma onderbreken•Als gevolg van het indrukken van de toets START/PAUZE kan een pro-gramma op ieder gewenst moment worden onderbroken en door het opnieuw indrukken van de toets START/PAUZE weer worden voortge-zet.•Voor het voortijdig afbreken van een programma dient de program-makiezer op UIT gedraaid te worden. Let op! Op het water in het ap-paraat letten!Was bijvullenWas bijvullen is mogelijk, zolang de indicatie DEUR groen brandt.1.Druk op de toets START/PAUZE. Vuldeur kan worden geopend.2.De vuldeur sluiten en nogmaals op de toets START/PAUZE drukken. Het programma gaat verder.
16Programma beëindigd/Wasgoed uit de machine nemenAan het einde van het programma brandt EINDE op de indicatie van het programmaverloop. Zodra de indicatie DEUR gedoofd is kan de vuldeur worden geopend.1.Vuldeur openen en het wasgoed uitnemen.2.Programmakiezer op UIT draaien.3.Na het wassen de wasmiddellade iets naar buiten trekken, zodat deze kan drogen. De vuldeur iets openzetten opdat de wasautomaat kan luchten.Als SPOELSTOP is gekozen: Na spoelstop brandt EINDE op de indicatie van het programmaverloop.Eerst moet het water worden weggepompt:–de programmakiezer op UIT en aansluitend op POMPEN draaien en op de toets START/PAUZE drukken (er wordt zonder centrifugeren weg-gepompt),–of de programmakiezer op UIT en aansluitend op CENTRIFUGEREN draaien.
Afhankelijk van het soort wasgoed eventueel het toerental aanpassen en op de toets START/PAUZE drukken (er wordt gepompt en gecentrifugeerd).Overdosering3Als de indicatie OVERDOSERING brandt, dan is in het afgelopen pro-gramma te veel wasmiddel gebruikt. Let de volgende keer op de do-seeraanwijzingen van de wasmiddelfabrikant en op het vulgewicht!
17KinderbeveiligingBij een geactiveerde kinderbeveiliging kan de vuldeur niet meer geslo-ten worden.Kinderbeveiliging instellen: De draaiknop (aan de binnenkant van de vuldeur) met een muntstuk zover mogelijk rechtsom draaien. 1Waarschuwing! De draaiknop mag zich na het instellen niet in inge-drukte positie bevinden omdat an-ders de kinderbeveiliging niet functioneert! De draaiknop moet volgens de afbeelding uitgetrokken zijn. Kinderbeveiliging opheffen: De draaiknop met een muntstuk zo-ver mogelijk linksom draaien.
18Reiniging en onderhoudLet op! Gebruik voor het reinigen van het apparaat geen reinigings-middelen voor meubels of agressieve reinigingsmiddelen. Neem het bedieningspaneel en de behuizing met een vochtige doek af.WasmiddelladeDe wasmiddellade dient regelmatig gereinigd te worden.1. Trek de wasmiddellade met een krachtige ruk uit het apparaat.2. Neem het inzetstuk voor de wasver-zachter uit het middelste vak. 3. Reinig alle delen met water.4. Het inzetstuk voor de wasverzachter zo ver mogelijk insteken, zodat het vast zit.5. Maak ook het gehele inspoelgedeelte van de wasautomaat en vooral ook de sproeiers aan de bovenkant van de inspoelvakjes met een borstel schoon.6. De wasmiddellade in de geleidings-rails plaatsen en naar binnen schuiven.WastrommelAls gevolg van roestende voorwerpen in het wasgoed of ijzerhoudend leidingwater kan roestvorming op de trommel ontstaan.Let op!
De trommel niet met zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor of ijzer bevattende schuurmiddelen of staalwol reinigen.1. Eventuele roestafzettingen op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.2. Wasgang zonder wasgoed uitvoeren om schoonmaakmiddelrestanten weg te spoelen. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 60, toets KORT indrukken, ca. 1/4 maatbeker waspoeder toevoegen.Vuldeur en rubberen ringRegelmatig controleren, of afzettingen of vreemde voorwerpen zich in de naden van de rubberen ring of aan de binnenkant van het deurven-ster hebben afgezet. Deurvenster en rubberen ring regelmatig reinigen.
19Wat te doen als...Kleine storingen zelf oplossenAls tijdens het gebruik een van de volgende foutmeldingen in de multi-display wordt aangegeven:–E10 (probleem met de watertoevoer),–E20 (probleem met de waterafvoer),–E40 (vuldeur open),kijk dan in onderstaande tabel.Druk nadat de storing is opgelost op de toets START/PAUZE.Bij andere foutmeldingen (E en getal of letter): schakel het apparaat uit en weer in. Het programma opnieuw instellen. Druk op toets START/PAUZE. Als de storing nogmaals wordt aangegeven neem dan contact op met de service-afdeling en noem de foutcode.Storing Mogelijke oorzaak OplossingWasautomaat werkt niet.De stekker zit niet in het stopcontact of de zekering is niet in orde.De stekker in het stopcontact steken.
De zekering controle-ren.De vuldeur is niet goed ge-sloten.Sluit de vuldeur tot de sluiting hoorbaar vastklikt.De toets START/PAUZE is niet lang genoeg ingedrukt.De toets START/PAUZE langer indrukken.De vuldeur kan niet ge-sloten worden.De kinderbeveiliging is ge-activeerd.De kinderbeveiliging ophef-fen.Bij het indrukken van een toets verschijnt Err in de multidisplay.De gekozen functie is niet te combineren met het inge-stelde programma.Maak een andere keuze.E40 verschijnt. De indicatie EINDE knippert 4x, tegelijker-tijd klinkt er 4x een zoemer.De vuldeur is niet goed ge-sloten.De vuldeur goed sluiten. Het programma nogmaals star-ten.E10 verschijnt.De indicatie EINDE knippert 1x, tegelijker-tijd klinkt er 1x een zoemer.(Problemen met de wa-tertoevoer)De kraan is gesloten. Draai de kraan open.De zeef in de schroefverbin-ding van de toevoerslang is verstopt.Draai de kraan dicht.
20Wasautomaat trilt tij-dens het wassen of staat niet stil.De transportbeveiliging is niet verwijderd.De transportbeveiliging ver-wijderen.De schroefvoeten zijn niet goed ingesteld.De voeten volgens de opstel- en aansluitaanwijzing afstel-len.Er zit slechts zeer weinig wasgoed in de trommel (bij-voorbeeld één badjas).De werking ondervindt hier-van geen nadelige gevolgen.Er loopt water loopt on-der de wasautomaat uit .De schroefverbinding van de toevoerslang lekt.De toevoerslang vastschroe-ven.De afvoerslang lekt. De afvoerslang vervangen.De deksel van de afvoer-pomp is niet goed gesloten. De deksel goed sluiten.Wasgoed zit tussen de deur geklemd.De volgende keer de machine zorgvuldig beladen.De aftapslang lekt. De aftapslang goed sluiten.EF0 verschijnt.
De indi-catie EINDE knippert 15x, tegelijkertijd klinkt er 15x een zoemer.De afvoerpomp loopt voortdurend, ook bij een uitgeschakeld ap-paraat.De beveiliging tegen wa-teroverlast, aqua-control, is in werking getreden.Draai de kraan dicht, trek vervolgens de stekker uit het stopcontact en neem contact op met de service-afdeling.Het sop schuimt sterk. Aan het einde van het wasproces breekt het centrifugeren af. Indi-catie OVERDOSERING brandt.Waarschijnlijk is er te veel wasmiddel gebruikt.Wasmiddel precies volgens de aanwijzingen van de fabri-kant doseren.E20 verschijnt. De indicatie EINDE knippert 2x, tegelijker-tijd klinkt er 2x een zoemer.(Problemen met de wa-terafvoer)Er zit een knik in de afvoer-slang. Leg de slang recht.De maximale pomphoogte van 1 m is overschreden.Neem a.u.b. contact op met de service-afdeling.De afvoerpomp is verstopt.Het apparaat uitschakelen.
21Als het wasresultaat niet bevredigend isHet wasgoed is grauw en kalk heeft zich in de trommel vastgezet.•Er is onvoldoende wasmiddel gebruikt.•Niet het juiste wasmiddel is gebruikt. •Speciale vervuilingen zijn niet voorbehandeld.•Programma of temperatuur zijn niet correct ingesteld.Op het wasgoed zijn grijze vlekken aanwezig •Met zalf, vet of olie vervuild wasgoed is met te weinig wasmiddel ge-wassen.•Er is op te lage temperatuur gewassen.•De meest voorkomende oorzaak is dat wasverzachter, en met name in geconcentreerde vorm, op het wasgoed terecht is gekomen.
Dergelij-ke vlekken dienen zo snel mogelijk uitgewassen te worden en de be-treffende wasverzachter dient voorzichtig gebruikt te worden.Er is geen wasverzach-ter ingespoeld, het vak-je w voor nabehandelingsmiddel is met water gevuld.Het inzetbakje voor de was-verzachter in het vakje voor nabehandelingsmiddel is niet goed bevestigd of is verstopt.De wasmiddellade reinigen, het inzetbakje voor de was-verzachter goed plaatsen.De vuldeur kan bij een ingeschakeld apparaat niet worden geopend.De vuldeur is vergrendeld: Wachten tot de indicatie DEUR groen brandt.Stroomuitval! (Alle indica-ties zijn uit.)De vuldeur blijft ca.
4 tot 10 minuten vergrendeld.Het programma gaat verder wanneer de stroomuitval voorbij is.Voor het uitnemen van het wasgoed:Als water in het apparaat zichtbaar is, dient voor het openen van de vuldeur eerst het water afgevoerd te wor-den (zie hoofdstuk „Water aftappen“).Het wasgoed is erg ge-kreukt.Er is mogelijk te veel was-goed in de machine gedaan.De maximale vulhoeveelheid dient aangehouden te wor-den.Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
22Na de laatste spoelgang is nog schuim zichtbaar •Moderne wasmiddelen kunnen ook in de laatste spoelgang nog schuim veroorzaken. Het wasgoed is echter voldoende gespoeld.Witte restanten op het wasgoed •Het betreft niet opgeloste bestanddelen van moderne wasmiddelen. Dit is niet het gevolg van onvoldoende spoelen. Wasgoed uitschudden of afborstelen. Eventueel het wasgoed in de toekomst voor het wassen binnenste buiten keren. Gekozen wasmid-del controleren en eventueel vloeibaar wasmiddel gebruiken.Water aftappen1Waarschuwing! Voor het aftappen de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken!Waarschuwing! Het sop dat uit de aftapslang komt kan heet zijn. Ver-brandingsgevaar! VÛÛr het aftappen het sop laten afkoelen!1. Het klepje van de sokkel open klappen en lostrekken.2. De aftapslang uitnemen.3. Een vlakke opvangbak onder de slang plaatsen.
Aansluitend de afsluit-stoppen linksom draaien en lostrekken.4. Het sop loopt weg. Indien noodzakelijk de opvangbak meerdere keren legen en de aftapslang tussentijds met de afsluitstoppen sluiten.Als het sop afgetapt is:5. De afsluitstoppen goed in de aftapslang plaatsen en rechtsom vast-draaien.6. De aftapslang weer in de houder terug plaatsen.7. Het klepje van de sokkel inzetten en sluiten.
23AfvoerpompDe afvoerpomp is onderhoudsvrij. Het openen van de pompdeksel is al-leen in geval van een storing vereist, als er geen water weg wordt ge-pompt, bijv. bij een geblokkeerd pompwiel. Controleer altijd voor het vullen met wasgoed of er geen vreemde voorwerpen in de zakken zitten of tussen het wasgoed aanwezig zijn. Paperclips, spijkers, enz. die eventueel met het wasgoed in de wasauto-maat terechtkomen blijven in het pomphuis liggen (filter voor vreemde voorwerpen dat het pompwiel beschermt). 1Waarschuwing! Voor het openen van de pompdeksel de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken!1. Tap eerst het water uit de wasautomaat af.2. Leg een doek op de vloer voor het deksel van de afvoerpomp. Er kan restwater uitlopen.3. Het pompdeksel linksom losschroeven en uitnemen.4.
Eventuele vreemde voorwerpen en textielpluizen uit het pomphuis en van het pompwiel verwijderen.5. Controleer of het pompwiel helemaal achter in het pomphuis rond kan worden gedraaid. (Het is normaal als het pompwiel stootsgewijs draait.) Als het pompwiel niet kan worden gedraaid dient u contact op te ne-men met de service-afdeling.6. Pompdeksel weer terugplaatsen. Lipjes van de deksel zijdelings in de geleidingssleuven in-schuiven en de deksel rechtsom vastdraaien. 7. De aftapslang sluiten en in de houder plaat-sen.8. Klepje van de sokkel sluiten.
24Technische gegevens5Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:–73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn–89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richt-lijn 92/31/EEG–93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijnVerbruikswaardenDe verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Ze kun-nen bij het gebruik in het huishouden afwijken. hoogte x breedte x diepte 850 x 598 x 640 mmDiepte bij geopende vuldeur. 1017 mmIn hoogte verstelbaar: ca. +10/-5mmVulhoeveelheid (programma-afhan-kelijk) max. 6 kgToepassingsgebied HuishoudenTrommeltoerental centrifugeren zie kenplaatjeWaterdruk 1-10bar (=10–100N/cm2=0,1–1,0MPa)Programmakiezer(Temperatuur)Vulhoeveelheidin kg1)1) De bepaling van de vulhoeveelheid geschiedt volgens EN 60456 Standardload.
25Opstel- en aansluitaanwijzing1Veiligheidsaanwijzingen voor de installa-tie•Deze wasautomaat is niet geschikt voor onderbouw.•Voor de ingebruikname dient het apparaat op transportschade ge-controleerd te worden. Een beschadigd apparaat in geen geval aan-sluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.•Voor de ingebruikname dienen alle delen van de transportbeveiliging verwijderd te zijn.
Anders kan er bij het centrifugeren schade aan het apparaat of aan naburige meubels ontstaan.•Voor de inbedrijfname dient de spatwaterbeveiliging op het apparaat tot stand gebracht te zijn (zie “Transportbeveiliging verwijderen”).•De stekker altijd in een volgens de voorschriften geÔnstalleerd geaard stopcontact steken.•Bij een vaste aansluiting: Een vaste aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.•Controleer voor de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat vermelde nominale spanning en stroomsoort met netspan-ning en stroomsoort op de plaats van de opstelling overeenkomen.
Ook de elektrische zekering die nodig is kunt u van het typeplaatje aflezen.•Zijn voor de juiste wateraansluiting van de wasautomaat werkzaam-heden aan de waterinstallatie noodzakelijk, dan moeten deze door een erkend installateur worden uitgevoerd.•Zijn voor de juiste elektrische aansluiting van de wasautomaat werk-zaamheden aan het stroomnet noodzakelijk, dan moeten deze door een erkend installateur worden uitgevoerd.•Het aansluitsnoer van de wasautomaat mag uitsluitend door de servi-ce-afdeling of een erkend vakman worden vervangen.
26Opstelling van het apparaatHet apparaat transporteren1Waarschuwing! De wasautomaat heeft een hoog gewicht. Kans op ver-wonding! Voorzichtig bij het optillen.•Het apparaat niet op de voorzijde en niet op de rechter zijkant (vanaf de voorzijde gezien) neerleggen. De elektrische componenten kunnen nat worden.•Het apparaat nooit zonder transportbeveiliging transporteren. De transportbeveiliging dient pas op de plaats van de opstelling verwij-derd te worden! Het transporteren zonder transportbeveiliging kan tot beschadigingen aan het apparaat leiden.•Het apparaat niet aan de geopende vuldeur en ook niet aan de sokkel optillen.Bij het transporteren met een steekwagen:•De steekwagen alleen vanaf de zijkant onder het apparaat plaatsen.
Het blad van de steekwagen mag niet langer dan 24 cm zijn omdat anders delen van het waterbeveiligingssysteem kunnen worden be-schadigd.Transportbeveiliging verwijderenLet op! Voor de ingebruikname die-nen alle delen van de transport-beveiliging verwijderd te worden! Transportbeveiliging voor een moge-lijk later transport (verhuizing) bewaren.1. Op de achterzijde van het apparaat de beide slanghouders openen en de slangen en het aansluitsnoer uitnemen.
272. De beide slanghouders met een krachtige ruk van het apparaat aftrekken.3De speciale sleutel A en de afsluit-doppen B (2 stuks) en C (1 stuk) zijn bij het apparaat gevoegd.3. Schroef D incl. drukveer met de spe-ciale sleutel A verwijderen.4. Opening met de afsluitdop C afsluiten.5. De twee schroeven E met de speciale sleutel A losschroeven.6. De vier schroeven F met de speciale sleutel A losschroeven.7. Transportrail G afnemen.8. De vier schroeven F weer indraaien.9. De twee grote openingen met de af-sluitdoppen B afsluiten.Let op! Alle afsluitdoppen B (2 stuks) en C (1 stuk) zo krachtig in-drukken dat deze in de achterwand vastklikken (spatwaterbescher-ming!).Plaats van opstellingLet op! Het apparaat mag niet in ruimte waar het kan vriezen worden gebruikt. Vorstschade of negatieve invloed op de functies! Vorstschade valt niet onder de garantie!•De vloer dient stevig en egaal te zijn.
Het apparaat niet op tapijt of zachte vloerbedekking opstellen.•De vloer dient schoon en droog te zijn en vrij te zijn van vettige aan-slag zodat het apparaat niet weg kan glijden.•Bij opstellingsplaatsen op een vloer voorzien van een klein formaat tegels dient een in de handel verkrijgbare en daarvoor geschikte rub-bermat onder het apparaat geplaatst te worden.
28Als het apparaat op een sokkel moet staan: opdat het apparaat veilig op de sok-kel staat, moeten borgplaten*) wor-den gemonteerd waarin het apparaat wordt geplaatst. Als het apparaat op een zwevende vloer moet staan, bijv. een vloer van houten balken en houten vloerdelen: het apparaat indien mogelijk in een hoek van de ruimte plaatsen.1. Een waterbestendige houten plaat (minimale dikte: 15 mm) op ten minste twee vloerbalken vastschroeven.2. Borgplaten*) op de houten plaat monteren, waarin het apparaat wordt geplaatst.*) De borgplaten zijn bij de service-afdeling verkrijgbaar.Het apparaat juist afstellenDe vier voeten van het apparaat zijn vooraf ingesteld.Grove oneffenheden kunnen door het individueel instellen van de vier apparaatvoeten worden gecompen-seerd.Hiervoor dient de bijgeleverde spe-ciale sleutel gebruikt te worden. Let op!
Kleine oneffenheden in de vloer niet met behulp van stukjes hout, karton of soortgelijke materi-alen compenseren, maar door het afstellen van de verstelbare schroefvoeten.Elektrische aansluitingGegevens over de netspanning, stroomsoort en de vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is bij de vulopening aangebracht.
29WateraansluitingLet op! •Dit apparaat mag niet aan de warmwatervoorziening worden aange-sloten!•Bij het aansluiten dient uitsluitend een nieuwe slangenset gebruikt te worden.•Het apparaat uitsluitend aan de drinkwaterleiding aansluiten. Regen-water alleen dan gebruiken als het aan de eisen volgens DIN1986 en DIN1988 voldoet.•Toevoer- en afvoerslang niet in een knik leggen of platdrukken!Toegestane waterdrukDe waterdruk dient ten minste 1 bar (=10 N/cm2 = 0,1 MPa) te zijn en mag ten hoogste 10 bar (= 100 N/cm2 =1 MPa) bedragen. –Bij een druk hoger dan 10bar: een drukverlagingsventiel plaatsen. –Bij een druk lager dan 1bar: de toevoerslang aan de kant van het ap-paraat bij de magneetinlaatklep losschroeven en de doorstroomrege-laar uitnemen (daarvoor de zeef met een spitse tang verwijderen en de daarachter gelegen rubberen ring uitnemen). De zeef weer terug-plaatsen.
30WatertoevoerEen drukslang met een lengte van 1,5meter is meegeleverd. Indien een langere toevoerslang vereist is, dient uitsluitend een origine-le slang gebruikt te worden. De klantendienst heeft slangensets in di-verse lengtes beschikbaar.3Afdichtringen zijn of in de kunststof moeren van de slangverbindingen geïntegreerd of in een separate verpakking bijgevoegd. Geen andere af-dichtingen gebruiken! Let op! Alle slangverbindingen mo-gen uitsluitend met de hand vastge-draaid worden. 1. De slang met de afgewikkelde aan-sluiting aan de machine aansluiten.Let op! De toevoerslang niet loodrecht naar beneden, maar vol-gens de afbeelding naar rechts of naar links leggen. 2. De slang met de rechte aansluiting aan de waterkraan met schroefdraad R 3/4 (duim) aansluiten. 3. De kraan geleidelijk openen en con-troleren of alle aansluitingen dicht zijn.
31WaterafvoerHet hoogteverschil tussen de onderkant van de wasautomaat en de wa-terafvoer mag ten hoogste 1 meter zijn.Voor een verlenging mogen uitsluitend originele slangen worden ge-bruikt. (max. 3 meter, op de vloer gelegd en tot een hoogte van 80 cm). De service-afdeling heeft afvoerslangen in diverse lengtes beschikbaar.Waterafvoer in een sifonHet verbindingspunt tuit/sifon met een slangklem (in de vakhandel ver-krijgbaar) vastzetten. Waterafvoer in een wastafel/badkuip1Let op! –Kleine wastafels zijn hier niet voor geschikt. Het water kan overlopen! –Het uiteinde van de afvoerslang mag niet in het uitgepompte wa-ter ondergedompeld zijn. Anders kan het water in het apparaat te-ruggezogen worden!–Bij afvoer in een wastafel of een badkuip dient de afvoerslang met het meegeleverde bochtstuk tegen wegglijden geblokkeerd te worden.
Het uitlopende water kan anders de slang uit de wastafel duwen. –Bij het wegpompen controleren of het water voldoende snel weg-loopt.Afvoerhoogtes van meer dan 1 meterDe afvoerpomp van de wasautomaat voert het sop tot op een hoogte van 1meter af, dit gerekend vanaf de onderkant van het apparaat. Let op! Bij afvoerhoogtes van meer dan 1 meter kunnen storingen en beschadigingen aan het apparaat optreden.Voor afvoerhoogtes van meer dan 1 meter is een ombouwset verkrijg-baar. Neem hiervoor a.u.b. contact op met de service-afdeling.
32GarantievoorwaardenNederlandOnze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebrui-ker.
In geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voor tweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. De garan-tieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststelling is gemeld. 4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te wor-den overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te worden overlegd. 5.
chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoor-delijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onder-houd, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezon-den naar onze servicedienst.
Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of in-gebouwde producten. 11. Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de beno-digde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12. Indien binnen de garantieperiode de herstelling van hetzelfde defect herhaaldelijk mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige ver-vanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder garantie heeft geen verlenging van de garantietermijn noch aanvang van een nieuwe garantietermijn tot gevolg. 14.
Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het pro-duct, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd. 16. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het product niet over-treffen, tenzij wettelijk anders is bepaald. Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruik zijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het pro-duct voldoet aan de technische voorwaarden ( o. a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte.
33producten dient de gebruiker zich te vergewissen van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, en kunnen niet altijd worden aange-bracht. Ook na afloop van de garantietermijn staat onze servicedienst u ter beschikking. Adres Servicedienst:Electrolux ServiceVennootsweg 12404 CG ALPHEN AAN DEN RIJNReparatievoorwaardenOnze reparatievoorwaarden zijn conform de afspraak tussen de Consumentenbond en Vle-han*. Art. 1 Aan de consument zal na een melding van een storing zo mogelijk direct, doch uiterlijk bin-nen één werkdag worden medegedeeld op welke dag het bezoek van de technicus zal plaatsvin-den. De reparatie zal als regel binnen zeven werkdagen na de melding zijn uitgevoerd. Art. 2a) Alvorens de reparatie wordt verricht zal de technicus een onderzoek uitvoeren naar de vermoe-delijke oorzaak van de gemelde storing.
Aan de hand hiervan zal hij een zo nauwkeurig mogelijke, gespecificeerde begroting maken van de totale reparatiekosten inclusief voorrijkosten en dia-gnose-kosten. Desgevraagd zal deze begroting door de technicus schriftelijk worden vastgelegd. b) Indien de consument met het begrote bedrag niet akkoord gaat, zal op verzoek het te repareren toestel worden teruggebracht in de staat waarin het aan de technicus werd aangeboden. Nadat dit is geschied, zullen alleen de kosten van voorrijden en arbeidsloon in rekening worden gebracht op basis van de werkelijke bestede tijd, danwel van een vooraf vastgesteld tarief. Art.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Lavamat 74800 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine AEG
Alle AEG Wasmachine handleidingen