AEG COMPETENCE 61016VI Handleiding
Pagina's 57 Nederlands Kookplaten en fornuizen
Bekijk de handleiding van AEG COMPETENCE 61016VI gratis online of download de PDF. 64 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG |
| Categorie: | Kookplaten en fornuizen |
| Model: | COMPETENCE 61016VI |
Handleiding AEG COMPETENCE 61016VI – volledige tekst
2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar de gebruiks-aanwijzing zodat deze later kan worden geraadpleegd.Geef deze gebruiksaanwijzing door aan een eventuele volgende eige-naar van het apparaat.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1VeiligheidsvoorschriftenWaarschuwing! Aanwijzingen ten behoeve van uw persoonlijke veilig-heid.Let op! Aanwijzingen om beschadiging van het apparaat te voorkomen.3Aanwijzingen en praktische tips2Milieu-informatie
3InhoudGebruiksaanwijzing. 5Veiligheidsvoorschriften. 5Afvalverwerking. 7Beschrijving van het apparaat. 8Totaalaanzicht. 8Bedieningspaneel. 9Kookplaat. 9Uitrusting oven. 10Accessoires oven. 10Voor het in gebruik nemen. 11Dagtijd instellen en wijzigen. 11Reinigen voor het in gebruik nemen. 12Bediening van de kookplaat. 13Kookstand instellen. 14Tweekrings-kookzone en braadzone inschakelen. 15Restwarmte-indicatie. 15Bedienen van de oven. 16Oven in- en uitschakelen. 16Ovenfuncties. 17Rooster, bakplaat en braadslede plaatsen. 18Vetfilter plaatsen/verwijderen. 19Klokfuncties. 20Uitschakelen van de tijdsaanduiding. 21Toepassingen, tabellen, tips. 26Pannen. 26Kooktabel. 27Bakken. 28Baktabel. 31Tabel voor ovenschotels en gegratineerde gerechten. 35Tabel diepgevroren kant-en-klare gerechten. 35Braden. 36Braadtabel. 37Vlak-grilleren. 39Grilltabel. 39Ontdooien. 40Ontdooitabel. 40Wecken. 41.
5Gebruiksaanwijzing1Veiligheidsvoorschriften5Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:–73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn–89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richt-lijn 92/31/EEG–93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijnElektrische veiligheid•Het apparaat mag uitsluitend door een erkend installateur worden aangesloten.•Bij storingen aan het apparaat of beschadiging van het glaskeramiek (breuken, sprongen resp. scheuren) moet het apparaat worden uitge-schakeld en worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.•Reparaties aan het apparaat mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Door onvakkundig uitgevoerde reparaties kunnen grote gevaren ontstaan.
Wend u bij reparaties altijd tot onze service-afdeling of uw vakhandel.Veiligheid voor kinderen•Kleine kinderen nooit alleen laten terwijl het apparaat in gebruik is.Veiligheid tijdens het gebruik•Dit apparaat mag alleen in het huishouden worden gebruikt voor het koken, braden en bakken van levensmiddelen.•Gebruik de kookplaat niet om de ruimte te verwarmen.•Oververhit vet en olie zijn licht ontbrandbaar. Wanneer u levensmid-delen in vet of olie (bijvoorbeeld patat) bereidt, moet u tijdens de be-reiding in de buurt blijven en opletten.•Wanneer u pannen met met een lange steel gebruikt, dient u de steel zodanig te draaien dat deze niet buiten de kookplaat uitsteekt. Let daarbij tevens op dat de steel zich niet boven een hete of warme kookzone bevindt.•Wees voorzichtig bij het aansluiten van elektrische apparaten op stopcontacten in de buurt van het apparaat.
6•Waarschuwing: Gevaar voor verbranding. Tijdens het gebruik wordt de binnenzijde van de oven heet. •Wanneer u alcoholische ingrediënten in de oven gebruikt, kan er eventueel een licht ontvlambaar alcohol-luchtmengsel ontstaan. Doe de deur in dit geval voorzichtig open. Werk daarbij niet met gloeien-de voorwerpen, vonken of vuur. 3Aanwijzing met betrekking tot acrylamideVolgens de laatste wetenschappelijke inzichten kan een intensieve brui-ning van levensmiddelen, met name bij zetmeelhoudende producten, een gevaar voor de gezondheid door acrylamide veroorzaken. Om die reden adviseren wij levensmiddelen zoveel mogelijk bij lage temperatu-ren te bereiden en de gerechten niet te veel te bruinen. Op deze manier voorkomt u beschadiging van het apparaat•Gebruik de kookplaat niet als werkblad of aanrecht. •Gebruik de kookzones niet met lege pannen of zonder pan.
•Let op dat geen zuurhoudende vloeistoffen, bijvoorbeeld azijn, ci-troensap of kalkoplossende middelen, op de kookplaat terecht komen, omdat hierdoor doffe plekken ontstaan. •Scherpe en harde voorwerpen die op de kookplaat vallen, kunnen deze beschadigen. •Houd alle voorwerpen en materialen die kunnen smelten uit de buurt van het glaskeramische vlak, bijvoorbeeld kunststof, aluminiumfolie of huishoudfolie. Mocht er toch iets op de glaskeramische plaat smel-ten, dan moet dit direct met de glasschraper worden verwijderd. •Bekleed de oven niet met aluminiumfolie en plaats geen bakplaten, pannen, enzovoort op de bodem omdat daarmee het email van de oven door de ontstane hitteconcentratie wordt beschadigd. •Fruitsappen die van de bakplaat druppelen, veroorzaken vlekken die niet kunnen worden verwijderd. Gebruik een diepe bakplaat voor ge-bak dat erg vochtig is.
11Voor het in gebruik nemenDagtijd instellen en wijzigen3De oven functioneert alleen als u de tijd hebt ingesteld.Na het aansluiten van de elektrici-teit of na een stroomstoring knip-pert het functielampje Dagtijd automatisch. 1. Om een reeds ingestelde dagtijd te veranderen drukt u de toets Selectie zo vaak in, tot het func-tielampje Dagtijd knippert.2. Met de toets of de juiste tijd instellen. Na ca. 5 seconden stopt het knippe-ren en geeft de klok de ingestelde tijd aan. Het apparaat is klaar voor gebruik.
12Reinigen voor het in gebruik nemenVoordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, moet u het gron-dig reinigen.De glaskeramische kookplaat afnemen met een vochtige doek.1Let op: gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen! U zou de oppervlakken hiermee kunnen beschadigen.3Gebruik bij metalen oppervlakken de hiervoor in de handel verkrijgbare onderhoudsmiddelen.1. Functiekiezer instellen op verlichting .2. Neem alle toebehoren en inschuifroosters uit de oven en reinig ze met een warm sopje.3. Maak ook de oven schoon met een warm sopje en wrijf deze vervolgens droog.4. Neem de voorzijde van het apparaat af met een vochtige doek.
13Bediening van de kookplaat3Bij het inschakelen van een kookzone kan deze kort zoemen. Dat is een eigenschap van alle glaskeramische kookzones en heeft geen negatieve invloed op het functioneren of de levensduur van het apparaat.Kookstanden•U kunt de kookstanden instellen in de bereiken 1 - 9.•Tussenstanden zijn mogelijk in de bereiken 2 - 7. 1 = laagste vermogen9 = hoogste vermogen= inschakeling tweekrings-kookzone2Schakel de kookzone ca. 5-10 minuten voor het einde van de kooktijd uit om gebruik te maken van de restwarmte. Zo bespaart u elektrische energie.3Het fornuis is met verzonken kookzoneschakelaars uitgerust.Voor het gebruik de kookzoneschakelaar indrukken. De schakelaar komt dan naar buiten.Kookzoneschakelaarlinks voor links achter rechts achter rechts voor
15Tweekrings-kookzone en braadzone inschakelen1De schakelaar voor de tweekrings-kookzone of braadzone wordt rechtsom ingeschakeld en mag niet voorbij de aanslag worden ge-draaid!1. Draai de schakelaar voor de twee-krings-/braadzone rechtsom. Verder draaien voorbij stand 9 en voorbij een lichte weerstand tot op het symbool , tot een duidelijk voelbare aanslag. 2. Vervolgens terugdraaien naar de ge-wenste kookstand.3. Om te stoppen met koken terugdraaien naar de uit-stand. 3Bij het opnieuw inschakelen van de tweekrings-/braadzone moet de grootste verwarmingskring weer worden ingeschakeld.Restwarmte-indicatieDe restwarmte-indicatie gaat branden, zodra de betreffende kookzone heet is.1Waarschuwing! Verbrandingsgevaar door restwarmte. Na het uitscha-kelen duurt het nog enige tijd voordat de kookzones zijn afgekoeld.
16Bedienen van de oven3De oven is van verzinkbare schakelaars voor oven-functies en tempe-ratuurkeuze uitgerust. Druk voor het gebruik ervan op de betreffende schakelaar. De schakelaar komt dan naar buiten.Oven in- en uitschakelen 1. Zet de functiekiezer van de oven in de gewenste stand.2. Zet de temperatuurkiezer op de gewenste temperatuur.Het bedrijfscontrolelampje is aan zolang de oven in gebruik is.Het temperatuurcontrolelampje is aan zolang de verwarming van de oven aan staat.3. Om de oven uit te schakelen moet u de functiekiezer en de tempera-tuurkiezer van de oven beide in de UIT stand zetten.3KoelventilatorZodra de oven in gebruik wordt genomen wordt de ventilator automa-tisch ingeschakeld om de oppervlakken van het apparaat koel te hou-den.
17OvenfunctiesVoor de oven zijn de volgende functies beschikbaar:Ovenfunctie Toepassing Verwarmingsele-ment/ventilatorOvenverlichting Met deze functie kunt u de bin-nenzijde van de oven verlichten, bijvoorbeeld om deze schoon te maken.---Hetelucht Voor het bakken op maximaal twee niveaus.Stel de temperatuur van de oven 20 tot 40 °C lager in dan bij bo-ven-/onderwarmte.Bovenwarmte, onderwarmte, ventilatorMulti Hetelucht Voor het bakken op maximaal drie niveaus tegelijk.Stel de temperatuur van de oven 20 tot 40 °C lager in dan bij bo-ven-/onderwarmte.Verwarmingsele-ment achterwand, ventilatorBoven- en onder-warmteVoor het bakken en braden op één niveau.Bovenwarmte, onderwarmteOnderwarmte Voor het afbakken van gebak met een brosse bodem.OnderwarmteOntdooien Voor het gedeeltelijk of geheel ontdooien van bijvoorbeeld ge-bak, boter, brood, fruit of andere bevroren levensmiddelen.VentilatorGrill Voor het grilleren van vlakke le-vensmiddelen, die in het midden van het rooster worden geplaatst en om te roosteren.GrillGrote grill Voor het grilleren van vlakke le-vensmiddelen in grotere hoeveel-heden en om te roosteren.Grill, bovenwarmteInfratherm Voor het braden van grotere stuk-ken vlees of gevogelte op één ni-veau.Deze functie is ook geschikt voor gratineren.Grill, bovenwarmte, ventilator
18Rooster, bakplaat en braadslede plaatsen3KantelbeveiligingAlle inschuifdelen hebben links en rechts een kleine uitholling. Deze uitholling dient als kantelbeveiliging en moet altijd naar achteren wij-zen.Bakplaat resp. braadslede plaat-sen: De kantelbeveiliging moet naar ach-teren wijzen.Rooster plaatsen: Plaats het rooster zodanig, dat de beide geleiders naar boven wijzen. De kantelbeveiliging moet naar on-deren wijzen en moet zich achter in de oven bevinden.Rooster en braadslede plaatsen: Bij het gelijktijdig gebruik van het rooster en de braadslede moet de kantelbeveiliging van het rooster precies in de welvingen van de braadslede worden geplaatst.
20Klokfuncties KookwekkerOm een korte tijd in te stellen. Na afloop klinkt een signaal.Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven.DuurOm in te stellen hoe lang de oven ingeschakeld moet zijn.EindeOm in te stellen wanneer de oven weer moet worden uitgeschakeld.DagtijdMet deze functie kunt u de dagtijd instellen, veranderen of opvragen(zie ook het hoofdstuk „Voor het in gebruik nemen“).Toets Selectie ToetsToetsTijdsindicatie FunctielampjesFunctielampjes
213Aanwijzingen met betrekking tot de klokfuncties•Na het selecteren van een functie knippert het bijbehorende functie-lampje ca. 5 seconden. Gedurende deze tijd kunnen met de toetsen of de gewenste tijden worden ingesteld.•Na het instellen van de gewenste tijd knippert het functielampje op-nieuw ca. 5 seconden. Daarna blijft het functielampje branden. De in-gestelde tijd begint te lopen.•De signaaltoon kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets te drukken.•De gewenste ovenfunctie en oventemperatuur kunnen voor of na het instellen van de klokfuncties Duur en Einde worden gekozen.
•Na afloop van het bereidingsproces draait u de schakelaars voor de ovenfunctie en de temperatuurkeuze weer op de positie UIT.2Uitschakelen van de tijdsaanduidingDoor het uitschakelen van de tijdsaanduiding kunt u energie besparen.Tijdsaanduiding uitschakelenDruk twee willekeurige toetsen net zo lang in tot de aanduiding donker wordt (ca. 10 seconden).Tijdsaanduiding inschakelenDruk twee willekeurige toetsen zo lang in tot de dagtijd weer in het display verschijnt (ca. 10 seconden).3Het display kan alleen worden uitgeschakeld wanneer niet een van de klokfuncties Duur , Einde of Kookwekker in gebruik is.
22Kookwekker1. Toets Selectie zo vaak indrukken, tot het functielampje Kookwekker knippert.2. Met de toets of de gewenste Kookwekker instellen (max. 2 uur 30 minuten).Na ca. 5 seconden geeft de indicatie de resterende tijd aan.Het functielampje Kookwekker brandt.Wanneer de tijd is verstreken, knip-pert het functielampje en klinkt er gedurende 2 minuten een signaal.De signaaltoon kan worden uitge-schakeld door op een willekeurige toets te drukken.
23Duur1. Toets Selectie zo vaak indrukken, tot het functielampje Duur knip-pert.2. Met de toets of de gewenste bereidingstijd instellen.Na ca. 5 seconden schakelt de indi-catie terug naar de dagtijd. Het functielampje Duur brandt.Wanneer de tijd is verstreken, knip-pert het functielampje, klinkt er ge-durende 2 minuten een signaal en wordt de oven uitgeschakeld.3. De signaaltoon en het programma kunnen worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets te druk-ken.
24Einde1. Toets Selectie zo vaak indrukken, tot het functielampje Einde knip-pert.2. Met de toets of de gewenste uitschakeltijd instellen.Na ca. 5 seconden schakelt de indi-catie terug naar de dagtijd. Het functielampje Einde brandt.Wanneer de tijd is verstreken, knip-pert het functielampje, klinkt er ge-durende 2 minuten een signaal en wordt de oven uitgeschakeld. 3. De signaaltoon en het programma kunnen worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets te druk-ken.
25Duur en Einde gecombineerd3Duur en Einde kunnen gelijktijdig worden gebruikt wanneer de oven op een later tijdstip automatisch moet worden in- en uitgescha-keld.1. Met de functie Duur de tijd in-stellen, die het gerecht nodig heeft.In dit geval 1 uur.2. Met de functie Einde het tijdstip instellen, waarop het gerecht klaar moet zijn.In dit geval 14:05.De functielampjes Duur en Einde branden en in het display wordt de tijd aangegeven. In dit geval 12:05.De oven wordt op het berekende tijdstip automatisch ingeschakeld.In dit geval 13:05.En na afloop van de ingevoerde duur wordt de oven weer uitgeschakeld.In dit geval 14:05.
26Toepassingen, tabellen, tipsPannen•Goede pannen herkent u aan de bodem. De bodem moet zo dik en vlak mogelijk zijn.•Let bij het kopen van pannen op de diameter van de bodem. Fabri-kanten geven vaak de diameter van de bovenste rand van de pan aan.•Pannen met een aluminium of koperen bodem kunnen metaalachtige verkleuringen op de glaskeramische plaat achterlaten die moeilijk of helemaal niet meer te verwijderen zijn.•Gebruik geen pannen van gietijzer of pannen met een beschadigde bodem met ruwe plekken en bramen. Bij het verschuiven kunnen blij-vende krassen ontstaan.•In koude toestand is de panbodem normaliter iets naar binnen ge-welfd (hol). De panbodem mag in geen geval naar buiten gewelfd (bol) zijn. •Let op de aanwijzingen van de fa-brikant, als u speciale pannen ge-bruikt (bijv.
snelkookpan wok, enz.).2Tips voor het besparen van energie•De kookzone pas inschakelen als er een pan op staat.•Pannen indien mogelijk altijd met een deksel afsluiten.•Kookzones vóór het einde van de kooktijd uitschakelen om gebruik te maken van de restwarmte, bijv. om gerechten warm te houden of om levensmiddelen te smelten.•Panbodem en kookzone moeten even groot zijn.
283Wij adviseren om bij het aan de kook brengen of het aanbraden de hoogste kookstand in te stellen en vervolgens gerechten met een langere kooktijd op de gewenste kookstand gaar te laten worden.1Oververhit vet en olie is licht ontbrandbaar. Wanneer u levensmiddelen in vet of olie (bijvoorbeeld patates frites) bereidt, dient u in de buurt te blij-ven.BakkenOvenfunctie: Hetelucht , Multi Hetelucht of Boven- en onderwarmte .Bakvormen•Voor Boven- en onderwarmte zijn vormen van donker metaal en gecoate vormen geschikt.•Voor Hetelucht resp. Multi Hetelucht zijn ook vormen van licht metaal geschikt.Gebruiksniveaus•Bakken met Boven- en onderwarmte en Hetelucht is op één ni-veau mogelijk.•Met Multi Hetelucht kunt u op maximaal 3 bakplaten tegelijk bak-ken:1 bakplaat:bijvoorbeeld inzetniveau 31 bakvorm:bijvoorbeeld inzetniveau 1
30Algemene aanwijzingen•Bakblik met de schuine kant naar voren plaatsen!•U kunt met Boven- en onderwarmte of Hetelucht ook twee vormen tegelijk naast elkaar op het rooster bakken. Het bakproces duurt nauwelijks langer.3Bij diepgevroren gerechten kunnen de geplaatste bakplaten tijdens het gaarproces kromtrekken. Dit wordt veroorzaakt door het grote tempe-ratuurverschil tussen het diepgevroren gerecht en de oventemperatuur. Als de bakplaten zijn afgekoeld trekken ze weer recht.Aanwijzigen bij de baktabellenIn de tabellen vindt u een keuze aan gerechten met de bijbehorende temperatuurvoorschriften, baktijden en inzetniveaus.•De temperaturen en baktijden zijn richtwaarden.
De waarden zijn na-melijk afhankelijk van de samenstelling van het deeg, de hoeveelheid en de bakvorm.•Als u voor de eerste keer gaat bakken, raden wij aan de laagste tem-peratuurwaarde in te stellen en pas als het nodig is een hogere tem-peratuur te kiezen (bijvoorbeeld wanneer het gebak niet bruin genoeg is of wanneer de baktijd te lang is).•Als u geen concrete aanwijzingen kunt vinden voor uw eigen recept, kijkt u dan bij een soortgelijk gebak.•Bij het bakken van gebak op bakplaten of in vormen op meerdere ni-veaus kan de baktijd zo’n 10-15 minuten langer zijn.•Bereid vochtig gebak, zoals bijvoorbeeld pizza's en vruchtengebak, op één niveau.•Als het gebak niet overal even hoog is, wordt het in het begin van het bakproces niet overal even bruin. Verander in dit geval de tempera-tuurinstelling niet.
In de loop van het bakproces wordt het gebak overal even bruin.2Bij langere baktijden kunt u de oven ca. 10 minuten voor het einde van de baktijd uitschakelen, om te profiteren van de restwarmte.Tenzij anders aangegeven, gelden de waarden in de tabellen voor het plaatsen van een gerecht in de koude oven.
34Baktips Bakresultaat Mogelijke oorzaak OplossingDe onderkant van het gebak is te licht van kleurVerkeerde inschuifhoogte Gebak lager inschuivenHet gebak zakt in (wordt klef, papperig, vochtig)Te hoge baktemperatuur Baktemperatuur iets lager instellenTe korte baktijd Baktijd verlengenBaktijden kunnen niet worden verkort door een hogere baktemperatuurTe veel vocht in het deeg Gebruik minder vloeistofLet op de kneedtijden, in het bijzonder bij het gebruik van keukenmachinesGebak is te droog Te lage baktemperatuur Baktemperatuur hoger in-stellenTe lange baktijd Baktijd verkortenGebak wordt ongelijk-matig bruin Te hoge baktemperatuur en te korte baktijd Baktemperatuur lager instel-len en baktijd verlengenHet deeg is ongelijkmatig ver-deeld Het deeg gelijkmatig over de bakplaat verdelenVetfilter is geplaatst Vetfilter verwijderenGebak wordt niet gaar binnen de aangege-ven baktijdTe lage temperatuur Baktemperatuur iets hoger instellenVetfilter is geplaatst Vetfilter verwijderen
36BradenOvenfunctie: Boven- en onderwarmte of InfrathermPlaats voor het braden het vetfilter!Braadservies•Om te braden is ieder hittebestendig servies geschikt (zie opgave fa-brikant!).•Grote braadstukken kunt u direct in de braadslede braden of op het rooster met hieronder de braadslede.•Wij adviseren alle magere vleessoorten in een braadpan met deksel te braden.
Op deze manier blijft het vlees sappiger.•Alle soorten vlees die een korstje moeten krijgen, kunt u in een braadpan zonder deksel braden.3Aanwijzingen met betrekking tot de braadtabelDe gegevens in de volgende tabel dienen slechts als richtlijn.•Wij raden u aan vlees en vis pas vanaf 1 kg in de oven te braden.•Om het inbranden van vrijkomende vleessappen of vet te voorkomen, adviseren wij een beetje vloeistof in het braadservies te doen.•Braadstukken naar behoefte (na 1/2 - 2/3 van de braadtijd) keren.•Grote braadstukken en gevogelte gedurende de braadtijd meerdere keren met braadvocht begieten. Daarmee bereikt u een beter braad-resultaat.•Schakel de oven ca. 10 minuten voor het einde van de braadtijd uit, om te profiteren van de restwarmte.
39Vlak-grillerenOvenfunctie: Grill of Grote grill met maximale tempera-tuurinstelling1Let op: bij het grilleren moet de ovendeur altijd gesloten zijn.3•De lege oven met de grillfuncties altijd 5 minuten voorverwarmen!•Voor het grilleren moeten zowel het rooster als de braadslede worden gebruikt.•De grilltijden zijn richtwaarden.•Grilleren is bijzonder geschikt voor platte stukken vlees en vis.GrilltabelGerecht Inzetniveau Tijd1e zijde 2e zijdeFrikadellen 48-10 min. 6-8 min.Varkenshaas 410-12 min. 6-10 min.Braadworst 48-10 min. 6-8 min.Runderhaas, kalfsfilet 46-7 min. 5-6 min.Runderfilet, rosbief (ca. 1 kg) 310-12 min. 10-12 min.Geroosterd brood 1)1) Grillrooster zonder braadslede gebruiken32-3 min. 2-3 min.Snacks op toast 36-8 min. ---
40OntdooienOvenfunctie: Ontdooien (zonder temperatuurinstelling)•Uitgepakte etenswaren op een bord op het rooster plaatsen.•Gebruik voor het afdekken geen borden of schotels, omdat deze de ontdooitijd aanzienlijk verlengen.•Om te ontdooien plaatst u het rooster op het eerste niveau van on-deren.OntdooitabelGerechtOntdooi-tijd min.Nadooitijd min. OpmerkingKip, 1000 g 100-140 20-30 Kip op een omgekeerd schoteltje in een groot bord leggenNa de helft van de tijd kerenVlees, 1000g 100-140 20-30 Na de helft van de tijd kerenVlees, 500g 90-120 20-30 Na de helft van de tijd kerenForel, 150g 25-35 10-15 ---Aardbeien, 300g 30-40 10-20 ---Boter, 250g 30-40 10-15 ---Slagroom, 2 x 200g 80-100 10-15 Slagroom kan ook met nog licht be-vroren deeltjes goed worden gekloptGebak, 1400g 60 60 ---
41WeckenOvenfunctie: Onderwarmte•Gebruik voor het inmaken/wecken alleen in de handel gebruikelijke glazen van hetzelfde formaat.•Glazen met een schroefdeksel - of bajonetsluiting en metalen blikken zijn ongeschikt.•Voor het wecken gebruikt u het eerste inzetniveau van onderen.•Gebruik voor het wecken de bakplaat. Hierop kunt u maximaal zes glazen met elk een inhoud van één liter plaatsen.•De glazen moeten allemaal tot dezelfde hoogte zijn gevuld en zijn dichtgeklemd.•Plaats de glazen zodanig op het bakblik, dat ze elkaar niet aanraken.•Giet ca. 1/2 liter water in het bakblik, zodat er voldoende vocht in de oven ontstaat.•Zodra de vloeistof in de eerste glazen begint te parelen (bij 1-liter-glazen na ca. 35-60 minuten), schakelt u de oven uit of verlaagt u de temperatuur tot 100°C (zie de tabel).
43Reiniging en onderhoud1Waarschuwing: voor het schoonmaken moet het apparaat zijn uitge-schakeld en afgekoeld.Waarschuwing: uit veiligheidsoverwegingen is het niet toegestaan het apparaat met een stoom- of een hogedrukreiniger schoon te ma-ken.Let op: gebruik geen schuurmiddelen, agressieve schoonmaakmid-delen of schurende voorwerpen.Buitenzijde van het apparaat•Neem de voorzijde van het apparaat af met een zachte doek en een warm sopje.•Gebruik bij metalen oppervlakken de hiervoor in de handel verkrijg-bare onderhoudsmiddelen.Kookplaat1Let op: Schoonmaakmiddelen mogen niet op de hete glaskeramische plaat terecht komen! Alle schoonmaakmiddelen moeten na het schoon-maken met voldoende schoon water worden verwijderd, omdat ze bij het weer verwarmen bijtend werken.
De kookplaat mag alleen worden schoongemaakt wanneer deze koud is!Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, zoals bijvoorbeeld grill- of ovensprays, grove schuurmiddelen resp. krassende pannensponzen.3Maak de glaskeramische kookplaat na ieder gebruik schoon, wanneer deze nog slechts handwarm of koud is. Zo voorkomt u het inbranden van vuil.Kalk- en watersporen, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleu-ringen kunnen met een in de handel verkrijgbaar schoonmaakmiddel voor glaskeramiek of roestvrij staal worden verwijderd. Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.Lichte verontreinigingen1. Maak de glaskeramische plaat schoon met een vochtige doek en een klein beetje handafwasmiddel.2. Wrijf de plaat vervolgens droog met een schone doek. Er mogen geen restanten van schoonmaakmiddelen achterblijven op het oppervlak.
44Vastzittend vuil1. Voor het verwijderen van overgekookte etenswaren of vastzittende spatten gebruikt u een glasschraper.2. Plaats de glasschraper schuin op de glaskeramische plaat.3. Verwijder verontreinigingen door de schraper over het oppervlak te la-ten glijden. 3Glasschrapers en speciaal schoonmaakmiddel voor glaskeramiek zijn verkrijgbaar in de vakhandel.1Speciale verontreinigingen1. Ingebrande suiker, gesmolten kunststof, aluminiumfolie of andere ma-terialen die kunnen smelten direct, nog in hete toestand verwijderen met een glasschraper.1Let op: bij het gebruiken van de glasschraper op de hete kookzone be-staat er gevaar voor verbranding!2.
Maak de afgekoelde kookplaat vervolgens normaal schoon.3Wanneer de kookzone met daarop gesmolten materiaal reeds is afge-koeld, dient u de kookplaat opnieuw te verwarmen voordat u deze schoonmaakt.Krassen of donkere vlekken op de glaskeramische plaat, die bijvoorbeeld zijn veroorzaakt door scherpkantige pannenbodems, kunnen niet wor-den verwijderd. Deze hebben echter geen invloed op het functioneren van de kookplaat.
45Raam van de kookplaat1Attentie! Geen azijn, citroen of kalkoplossende middelen op het raam aanbrengen omdat anders matte plekken ontstaan.1. Raam met een vochtige doek en wat afwasmiddel afnemen. 2. Ingedroogde verontreinigingen met een natte doek inweken. Daarna wegvegen en droogwrijven.Binnenkant ovenReinig het apparaat na elk gebruik. Op deze manier brandt het vuil na-melijk niet in en kunt u het makkelijk verwijderen.1. Schakel de ovenverlichting in om de oven goed schoon te kunnen ma-ken.2. Maak de oven na elk gebruik schoon met een sopje en droog de oven na.3Hardnekkig vuil kan worden verwijderd met een speciale ovenreiniger.1Let op: neem bij gebruik van ovenspray altijd de aanwijzingen van de fabrikant in acht!AccessoiresAlle inschuifdelen (rooster, bakplaat, inschuifroosters enz.) elke keer na het gebruik afwassen en goed afdrogen.
Kort laten inweken zorgt voor makkelijker schoonmaken.Vetfilter1. Het vetfilter in een heet sopje of in de afwasautomaat reinigen.2. Als het vuil sterk is ingebrand in wat water en 2-3 eetlepels afwasmiddel voor afwasautomaten uitkoken.
47Ovenverlichting1Waarschuwing: Kans op kortsluiting! Voor het vervangen van de oven-lamp:–oven uitschakelen!–zekeringen in de huisinstallatie uitdraaien resp. uitschakelen.3Om de ovenlamp en het afdekglas te beschermen een doekje op de bo-dem van de oven leggen.Ovenlamp vervangen/glas reini-gen 1. Afdekglas linksom draaien, losne-men en schoonmaken.2. Indien nodig:oververlichting 40 watt, 230 V 300 °C hittebestendigvervangen.3. Afdekglas weer aanbrengen.
48Bovenwand van de ovenOm het reinigen van de bovenwand van de oven te vereenvoudigen kan het bovenste verwarmingselement worden neergeklapt.Verwarmingselement neerklappen1Waarschuwing: Verwarmingsele-ment alleen neerklappen als de oven is uitgeschakeld en er geen verbran-dingsgevaar meer bestaat!1. Inschuifroosters aan de zijkant los-nemen.2. Het verwarmingselement van voren vastpakken en over het nokje aan de binnenkant van de oven naar voren trekken.3. Het verwarmingselement klapt nu naar beneden.1Attentie: Druk het verwarmingsele-ment niet met geweld naar bene-den! Het verwarmingselement kan afbreken.Bovenwand van de oven reinigenVerwarmingselement bevestigen1. Verwarmingselement tegen de bo-venwand van de oven drukken.2. Het verwarmingselement tegen de veerkracht naar voren trekken en over het nokje geleiden.3. In de klemmen laten vallen.4.
Inschuifroosters inzetten.1Attentie: Het verwarmingselement moet aan beide kanten boven het nokje in de binnenwand van de oven liggen en goed op z'n plek zitten.
49OvendeurVoor het reinigen kunt u de ovendeur losnemen.Ovendeur losnemen 1. Ovendeur geheel openen.2. Messingkleurige klemhendels aan beide deurscharnieren geheel openklappen.3. Ovendeur met twee handen opzij vastpakken en over de weerstand heen ongeveer 3/4 sluiten.4. Deur van de oven wegtrekken (voorzichtig: zwaar!)5. Deur met de buitenkant naar bene-den op een zachte, egale onder-grond leggen, bijv. op een deken, om krassen te voorkomen.Ovendeur inzetten 1. Deur met de buitenkant naar u toe met twee handen opzij vastpakken. 2. Deur onder een hoek van ca. 60° houden. 3. Deurscharnieren tegelijk zo ver mo-gelijk in de twee uitsparingen rechts en links onder aan de oven schui-ven.4. Deur zo ver mogelijk naar boven op-tillen en dan geheel openen.5. Messingkleurige klemhendels aan beide deurscharnieren in de oor-spronkelijke stand terugklappen.6. Ovendeur sluiten.
50Deurruit van de ovenDe ovendeur is voorzien van twee achter elkaar aangebrachte ruiten. De binnenste ruit is uitneembaar, zodat deze kan worden schoonge-maakt.1Waarschuwing: voer de volgende stappen alleen uit wanneer de oven-deur uit de scharnieren is genomen! Als de deur nog in de scharnieren van de oven hangt, kan de deur bij het verwijderen van de ruit door de gewichtsvermindering omhoogklappen en u in gevaar brengen.1Let op: als gevolg van heftige stoten, vooral op de randen van de bui-tenste glasplaat, kan het glas breken.Deurruit verwijderen1. Til de ovendeur uit de scharnieren en leg de deur met de handgreep naar beneden op een zachte, vlakke ondergrond.2. Pak de bovenste glasplaat bij de on-derste rand vast en schuif de glas-plaat in de richting van de handgreep van de oven. U voelt wat weerstand. Schuif de glasplaat door totdat deze onder vrij ligt.3.
Til de glasplaat aan de onderkant licht op en trek deze naar buiten. Deurruit schoonmakenDeurruit terugplaatsen1. Schuif de bovenste glasplaat schuin van boven in het deurprofiel aan de kant van de greep.2. Laat de glasplaat zakken. Schuif de glasplaat aan de kant van de hand-greep door de weerstand heen naar het houderprofiel aan de onderkant van de deur en schuif de glasplaat onder het houderprofiel. De glasplaat moet goed vastzitten!Hang de ovendeur weer in de oven.
51ServiesladeDe servieslade onder de oven is uit-neembaar, zodat deze makkelijk kan worden schoongemaakt. Servieslade verwijderen / weer te-rugplaatsen.1. Trek de servieslade zo ver mogelijk uit het fornuis naar buiten.2. Til de servieslade iets op, zodat deze schuin omhoog uit de ladegeleiders kan worden getild.3. Let bij het terugplaatsen op dat de middelste geleider van de serviesla-de in de middelste geleidingsrails valt. 4. De servieslade horizontaal laten zakken en naar binnen schuiven.1Waarschuwing: bij gebruik van de oven kan in de servieslade een warmteophoping ontstaan. Bewaar in de lade daarom geen brandbare materialen zoals bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen, plastic zak-ken, pannenlappen, papier, enzo-voort.In geen geval ovenreinigingsspray in de servieslade bewaren!
52Wat is er aan de hand als …Als u de storing niet met behulp van deze storingstabel kunt op-heffen, neem dan contact op met uw vakhandelaar of onze servi-ce-afdeling.1Waarschuwing: Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vak-mensen worden uitgevoerd! Door ondeskundige reparaties kunnen aan-zienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan.Bij bedieningsfouten wordt het bezoek van de servicetechnicus ook tij-dens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.3Aanwijzingen voor apparaten met een metalen voorzijde:Vanwege de koele voorzijde van uw apparaat kan er zich, na het ope-nen van de ovendeur tijdens of kort na het bakken of braden, geduren-de korte tijd condens vormen op de binnenkant van het deurvenster.Storing Mogelijke oorzaak OplossingDe kookzones functio-neren niet. De betreffende kookzone is niet ingeschakeld.
Kookzone inschakelen.De zekering in de huisinstal-latie (stoppenkast) is uitge-schakeld.Zekering controleren.De oven wordt niet warm. De oven is niet ingeschakeld. Oven inschakelen.De dagtijd is niet ingesteld. Dagtijd instellen.De noodzakelijke instellin-gen hebben niet plaatsge-vonden.Instellingen controleren.De zekering in de huisinstal-latie (stoppenkast) is uitge-schakeld.Zekering controleren. Mochten de zekeringen va-ker uitschakelen, neem dan contact op met een erkend elektro-installateur.De ovenverlichting valt uit. De ovenlamp is kapot. Ovenlamp vervangen.
53Montageaanwijzing1Attentie! Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen al-leen door een erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.Volg deze aanwijzing op, omdat anders bij schade de aanspraak op ga-rantie vervalt.Plaatsen•Bij aangrenzende meubels moeten fineer of kunststof bekledingen zijn aangebracht met hittebestendige lijm (100°C).
Wanneer de kunststof bekledingen of lijm onvoldoende hittebestendig zijn, kan de bekleding vervormen of loslaten.•Het apparaat mag aan één kant worden ingebouwd naast hoge kas-ten of tegen wanden.•De afstand tussen de kookplaat en afzuigkap moet minimaal zo groot zijn, als is aangegeven in de montage-instructies van de afzuigkap.•Wanneer het apparaat op een voetstuk wordt geplaatst, moeten maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat het apparaat van het voetstuk glijdt.Apparaat waterpas stellenOnder het apparaat bevinden zich 4 stelvoeten waarmee kleine onef-fenheden in de vloer kunnen wor-den opgeheven. 1. Servieslade verwijderen.2. Stelvoeten naar behoefte hoger of lager draaien, tot het fornuis hori-zontaal staat.3. Servieslade weer terugplaatsen.3De stelvoeten kunnen gemakkelijker worden gedraaid wanneer het for-nuis wordt ontlast door dit iets te kantelen.
541Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur•In de elektrische installatie moet een voorziening worden aange-bracht, waardoor het mogelijk is het apparaat met een contactope-ningsafstand van minimaal 3 mm meerpolig van het stroomnet te scheiden. Als geschikte scheidingsinrichtingen gelden bijvoorbeeld beveili-gingsschakelaars, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de fit-ting worden genomen), aardlekschakelaars en -beveiligingen.•Vermijd situaties waarin het apparaat direct naast deuren of onder vensters wordt gemonteerd. Openslaande deuren en openvallende ra-men kunnen anders hete pannen van de kookplaat slaan.•De elektrische aansluiting van het apparaat moet worden uitgevoerd volgens het aansluitschema op de buitenzijde van het aansluitdeksel.•De aansluiting op het elektriciteitsnet moet minimaal voldoen aan de isolatiekwaliteit H05VV-F (=227 IEC 53).
55ServiceIn het hoofdstuk ”Wat is er aan de hand als …” vindt u enkele storingen die u zelf kunt opheffen. Lees in geval van storing eerst dit hoofdstuk. Gaat het om een technische storing?Neem dan contact op met onze service-afdeling. (Adres en telefoon-nummers vindt u in de lijst „Adres klantenservice”.)Bereid het gesprek in ieder geval goed voor. Dat vereenvoudigt de dia-gnose en de vaststelling of bezoek van een servicetechnicus nodig is:Geef zo nauwkeurig mogelijk op:•Hoe uit de storing zich?•Onder welke omstandigheden treedt de storing op?Noteer voor het gesprek beslist de volgende gegevens van uw apparaat op het typeplaatje: •Model,•PNC-nr. (9 cijfers),•S-nr. (8 cijfers).Wij raden u aan de nummers hier te noteren zodat u ze altijd bij de hand hebtWanneer ontstaan er voor u ook tijdens de garantieperiode kos-ten?•als u de storing m.b.v.
de storingstabel (zie hoofdstuk ”Wat is er aan de hand als …”) zelf had kunnen opheffen,•als de service-technicus u verschillende malen moet bezoeken, omdat hij vóór zijn bezoek niet alle belangrijke informatie heeft gekregen en daarom bijv. onderdelen moet halen. Dit kunt u voorkomen als u uw telefoongesprek goed voorbereidt zoals boven beschreven.Model: . . . . . . . . . . .PNC: . . . . . . . . . . .S-nr: . . . . . . . . . . .
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG COMPETENCE 61016VI stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kookplaten en fornuizen AEG
Alle AEG Kookplaten en fornuizen handleidingen