AEG Electrolux Santo K 98840 I Handleiding

AEG Electrolux Koelkast Santo K 98840 I

Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Santo K 98840 I (24 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Santo K 98840 I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
SANTO
Koelkast
Gebruiksaanwijzing
PERFEKT IN FORM UND FUNKTION

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Koelkast
Model: Santo K 98840 I

Handleiding AEG Electrolux Santo K 98840 I – volledige tekst

2Geachte klant,Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieu-we koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatieover een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud vanhet apparaat.De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kun-nen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorge-ven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbaremodellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwij-zingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigdop aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juistfunctioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.☞1.

Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.2.Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het prak-tisch gebruik van het apparaat.Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economischen milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwij-zingen om deze zelf op te lossen, zie hoofdstuk "Wat te doen als...". Alsdeze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze servi-ce-afdeling u te allen tijde ter beschikking.Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papierwie ecologisch denkt, handelt ook zo ...

3InhoudVeiligheid. 4Weggooien. 6Informatie over de verpakking van het apparaat. 6Weggooien van oude apparaten. 6Transportbescherming verwijderen. 6Opstellen. 7Opstelplaats. 7Het apparaat heeft lucht nodig. 8Inbouw. 9Elektrische aansluiting. 9Beschrijving van het apparaat. 10Vooraanzicht. 10Voor ingebruikname. 10In gebruik nemen en temperatuurregeling. 11Apparaa uitschakelent. 12Interieur. 13Legvlakken. 13Variabele binnendeur. 13Flessenhouder. 13Vochtigheidsregeling. 14Variabele box. 14Juist bewaren. 15Invriezen en diepvriesproducten bewaren. 15IJsblokjes maken. 16Ontdooien. 17De koelruimte wordt automatisch ontdooid. 17Vriesvak ontdooien. 17Reiniging en onderhoud. 18Tips om energie te besparen. 19Wat te doen als. 20Hulp bij storingen. 20Lamp vervangen. 21Geluiden tijdens de werking. 22Bepalingen,normen, richtlijnen. 22Vaktermen. 23.

4VeiligheidDe veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese enNederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met devolgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:Toepassing volgens de voorschriften• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschiktvoor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmid-delen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doel-einden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemenvoor eventuele schade.• Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uitveiligheidsoverwegingen niet toegestaan.• Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voorhet koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelengebruikt wordt, s.v.p.

letten op de hiervoor van kracht zijnde wette-lijke bepalingen.Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomenwordt• Controleer het apparaat transportschadeop . Een beschadigd appa-raat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot deleverancier.• Overtuig u er van dat het apparaat niet op het aan-na de installatie sluitsnoer staat.

Belangrijk: Het aansluitsnoer mag alleen door vak-mensen vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bijonze service-afdeling.KoelmiddelenHet apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobu-taan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter welbrandbaar is.•Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaaterop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit bescha-digd worden.• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.Veiligheid van kinderen• Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderengevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinde-ren weghouden!• Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit

Veiligheid5het stopcontact trekken, doorknippen, eventueel aanwe-aansluitsnoer zige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoorwordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgeslotenraken (verstikkingsgevaar. ) of in andere levensgevaarlijke situatiesterecht komen. • Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijkeapparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodi-ge toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen. In het dagelijks gebruik• Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lekraken door de inwerking van koude. Explosiegevaar. Leg geen bussenof flessen met brandbare stoffen zoals , aanstekers,spuitbussennavullingen aanstekers etc. in het koelapparaat. voor • Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen alsde inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen.

Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vries-vak. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol-percenta-ge kan in het vriesvak gelegd worden. • Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in demond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezenen verwondingen veroorzaken. • Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handenkunnen daaraan vastvriezen. •Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsma-chines, mixers etc. ) in het koelapparaat gebruiken. •Waarschuwing - Om het functioneren van het apparaat niet nadeligte beïnvloeden, mogen de ventilatie-openingen van het apparaat ofhet inbouwmeubel niet worden afgedekt of versperd. •Waarschuwing - Gebruik m. u. v.

de in deze gebruiksaanwijzing aan-bevolen hulpmiddelen geen mechanische of kunstmatige hulpmidde-len om het ontdooiproces te bespoedigen. •Waarschuwing - Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitscha-kelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in dehuisinstallatie uitschakelen.

• De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken,nooit aan het snoer. Bij storing• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaan-wijzing kijken onder “Wat te doen als. ”. Als de daar gegeven aan-wijzingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aanhet apparaat uitvoeren.

6Transportbescherming verwijderenHet apparaat en de onderdelen van het interieur zijn voor het trans-port beschermd.• Koelapparaten mogen alleen door gerepareerd worden.vakmensenDoor ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren . Wendontstaanu bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.WeggooienInformatie over de verpakking van het apparaatGooi het verpakkingsmateriaal van uw apparaat op de juiste wijze weg.Alle gebruikte zijn materialen niet schadelijk voor het milieu en kun-nen hergebruikt worden! De : de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt materialen wordenen hebben de volgende aanduidingen:>PEPS

7OpstellenOpstelplaatsHet apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.Het apparaat daarom– niet aan directe straling van de zon blootstellen;– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.De klimaatklasse staat op het typeplaatje dat zich links aan de binnen-kant van het apparaat bevindt.De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welkeklimaatklasse behoort:Montage onder een kookplaat is niet toegestaan. De temperatu-direct ren van de kookplaat, die op sommige plaatsen hoog zijn, kunnen hetapparaat beschadigen.

Indien een kookplaat in de buurt van het apparaat geïnstalleerd wordt,dienen de betreffende montage- en veiligheidsvoorschriften in achtgenomen te worden. Gezien de veelzijdigheid van de mogelijkeinbouwsituaties is het onmogelijk hier gedetailleerde informatie te ver-schaffen.Men dient te voorkomen dat de kast warm wordt, door koel voldoendeafstand van de warmtebron aan te houden en door middel van hetgebruik van een geschikte isolatieplaat. correcte ventilatie van hetEen apparaat gegarandeerd te worden.dient Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur vanSN +10 tot +32 °CN +16 tot +32 °CST +18 tot +38 °CT +18 tot +43 °C☞1. Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.2. Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.

Het apparaat heeft lucht nodigIntegreerbare modellen (i-apparaten)De geïntegreerde deur van de meubelkastsluit de inbouwnis bijna geheel af. Daarommoet bij i-apparaten ventilatie de volgensafb. door een opening in de meubelsokkelplaatsvinden. De verwarmde lucht moet doorde luchtschacht aan de achterzijde van hetmeubel naar boven weg kunnen. De ventila-tie-openingen moeten minimaal 200 cm2bedragen.Attentie! Om het functioneren van hetapparaat niet nadelig te beïnvloeden, venti-latie-openingen niet afdekken of blokkeren.Modellen met decorlijsten (E- )apparatenInbouwmogelijkheid 1 (optimaal):Optimale ventilatie apparatenvoor E-bestaat, als frisse lucht zowel onder hetapparaat als door een opening in demeubelsokkel kan binnenkomen. De ver-warmde lucht moet door de lucht-schacht (min.

200 cm2) aan de achterzij-de van het meubel naar boven weg kun-nen.Inbouwmogelijkheid 2:Ook zonder ventilatie-opening in demeubelsokkel is het gebruik van E-appa-raten mogelijk. De frisse lucht die onderhet kan binnenkomen, is vol-apparaat doende voor de . Fun tie enventilatie clevensduur van het worden nietapparaat nadelig beïnvloed. De verwarmde luchtmoet door de luchtschacht (min. 200cm2) aan de achterzijde van het meubelnaar boven weg kunnen. Bij ventilatiezonder sokkelopening kunnen echterafwijkingen in het energieverbruik t.o.v.de opgaven in de folder voorkomen.8Opstellenmin. 200 cm2min. 200 cm250

9OpstellenInbouwZie meegeleverde montage-aanwijzing.Controleer na het inbouwen van het apparaat, vooral na overzettenvan het deurscharnier, of de deurafdichting rondom goed afdicht. Eenondichte deurafdichting kan tot versterkte rijpvorming en daardoor tothoger energieverbruik leiden (zie ook hoofdstuk „Wat te doen als ...“).Attentie! Om het functioneren van het apparaat niet nadelig te beïn-vloeden, ventilatie-openingen niet afdekken of blokkeren.Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïn-stalleerd stopcontact met randaarde vereist. moetHet stopcontact zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit het stopcontactkan worden getrokken.Het voor de aansluiting van het apparaat benodigde stopcontact moetzich links of rechts naast de inbouwnis bevinden.De elektrische zekering dient minsten mpère te zijn.

Indien hets /16 a10stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is,dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dathet apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering,beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controlerenof de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden vanhet lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of220 ... 240 V ~50 Hz(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 hertz)Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.☞

10Beschrijving van het apparaatVooraanzicht(diverse modellen)1 = Temperatuurregelaar en binnenverlichting2 = Boter-/kaasvak met klep3 = Variabele box (uitvoering afhankelijk van model, niet bij alle modellen)4 = Deurvak5 = FlessenvakFlessenhouder (niet bij alle modellen)6 = Fruit-/groenteladen7 = Legvlakken8 = Vriesvak (voor bewaren en invriezen)9 = Universeelbox (niet bij alle modellen)10 = Vochtigheidsregeling (niet bij alle modellen)11 = Flessen-/blikkenhouder (niet bij alle modellen)12 = TypeplaatjeVoor ingebruiknameHet interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voorhet eerste gebruik (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).☞

11In gebruik nemen en temperatuurregelingAttentie! Het apparaat alleen gebruiken als het ingebouwd is!De temperatuurregelaar bevindt zich inde koelruimte rechts boven. Hij dienttegelijkertijd als AAN/UIT-schakelaar.Stand "0" = koeling uitStand "1" = warmste binnentempera-tuurStand "6" = koudste binnentempera-tuurAEG6211☞1. Stekker in het stopcontact steken.2. Gewenste temperatuur instellen door de temperatuurregelaar te draai-en. De binnenverlichting gaat aan. De compressor start en werkt danautomatisch.Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor nietdirect als op dat ogenblik automatisch ontdooid wordt.Aangezien de bewaartemperatuur in de koelruimte snel bereikt wordt,kunnen direct na inschakeling producten opgeborgen worden.Belangrijk!

Wacht met het opbergen van diepvriesartikelen tot detemperatuur in het vriesvak -18°C bereikt heeft.Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is een bewaartem-peratuur van ca. +5°C in de koelruimte en -18°C in het diepvriesvak inde regel koud genoeg.De temperaturen in koelruimte en vriesvak kunnen niet gescheidengeregeld worden.De volgende zaken zijn van invloed op de binnentemperatuur:– omgevingstemperatuur;– en temperatuur van de opgeslagen levensmiddelen;hoeveelheid – of lang openen van de deurvaak ;– een storing in apparaat.aan Daarom moet de instelling van de temperatuurregelaar eventueel aande omstandigheden van dat moment aangepast worden.Tips m.b.t. de instelling:Voorbeelden:omgevingstemperatuur stand van de temperatuurregelaarca. 10°C tot 1ca. 16°C rond 2

12Apparaat uitschakelen☞1. Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand “0”draaien.Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:☞1. Levensmiddelen uit koelruimte en vriesvak nemen.2. Apparaat uitschakelen, daartoe de temperatuurregelaar op stand “0”draaien. De binnenverlichting gaat uit.3. Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatieuitschakelen.4. Vriesvak ontdooien en grondig reinigen (zie hoofdstuk “ enReinigingonderhoud”).5. Deuren daarna open laten om geurvorming te voorkomen.omgevingstemperatuur stand van de temperatuurregelaarca. 25°C rond 2ca. 32°C 2 tot 3ca. 38°C 1 tot 2Aanwijzing: Bij instelling volgens de tabel heerst een gemiddelde koel-ruimtetemperatuur van ca. +5°C. De gemiddelde temperatuur in hetvriesvak bedraagt dan -18°C of kouder. Dit geldt voor omgevingstem-peraturen van +10°C tot +38°C.

Bij hoge omgevingstemperatuur wor-den bij een stand van de temperatuurregelaar rond "2" verse levens-middelen op betrouwbare wijze ingevroren, zonder dat het in de koel-ruimte te koud wordt.3. Als u een hogere of lagere temperatuur wenst, draait u de tempera-tuurregelaar op een warmere resp. koudere stand.Belangrijk! Hoge omgevingstemperatuur (bijv. op hete zomerdagen) enkoude instelling van de temperatuurregelaar (stand “5” tot “6”) kunnener voor zorgen dat de compressor continu werkt.Reden: De compressor moet ononderbroken lopen om bij een hogereomgevingstemperatuur de lage temperatuur van het apparaat te kun-nen handhaven. De koelruimte ontdooit dan niet meer – automatischontdooien van de koelruimte is alleen bij stilstaande compressor moge-lijk (zie hoofdstuk “Ontdooien”).

Sterke rijpvorming aan de achterwandvan de koelruimte is dan het gevolg.Zet in dat geval de temperatuurregelaar op een warmere stand (stand“4” tot “5”). Bij deze instelling wordt de compressor geregeld en beginthet ontdooien weer automatisch.

13InterieurLegvlakkenAfhankelijk van model en uitrusting zijn legvlakken van glas of roos-ters meegeleverd.Het glazen legvlak boven de groente- en fruitbakken moet altijd blij-ven liggen, opdat fruit en groente langer vers blijven.De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:☞1. Daartoe het legvlak zover naar vorentrekken tot het naar boven of onde-ren bewogen kan worden en eruitgehaald kan worden.2.

Om de legvlakken op een anderehoogte te zetten in omgekeerdevolgorde te werk gaan.Plaatsen van grote verpakkingen (nietbij alle modellen):☞De voorste helft van het tweedeligeglazen legvlak eruit halen en op eenandere hoogte erin schuiven.Hierdoor wordt ruimte gewonnen omop het daaronder gelegen legvlak groteverpakkingen te plaatsen.Variabele binnendeurNaargelang de behoefte kunnen de deurvakken er naar boven uit-genomen worden en op andere plaatsen gezet worden.Flessenhouder (niet bij alle modellen)Sommige modellen hebben een flessen-houder in het flessenvak. Hij dient alsbescherming tegen het omvallen van losseflessen en kan aan de zijkant verschovenworden worden.

14InterieurVochtigheidsregeling (niet bij alle modellen)Voor het legvlak boven de groente- en fruitbakken bevindt zich bijenkele modellen een verstelbaarventilatierooster.De opening van de ventilatiesleuvenkan m.b.v. een schuifje traploosgeregeld worden.Schuifje rechts:ventilatiesleuven geopend.Schuifje links:ventilatiesleuven gesloten.Als de ventilatiesleuven open zijn, heerst t.g.v. sterkere luchtcirculatieeen laag luchtvochtigheidsgehalte in de groente- en fruitbakken.Als de ventilatiesleuven dicht zijn, blijft het natuurlijke vochtigheidsge-halte van de levensmiddelen in de groente- en fruitbakken langerbehouden.Variabele box (niet bij alle modellen, uitvoering afhankelijk van model)Sommige modellen hebben een variabele box die naar de zijkant ver-schoven kan worden en onder een deurvak is aangebracht.De box kan onder ieder deurvak worden aangebracht.☞1.

Voor het omzetten het deurvakmet de variabele box naar bovenuit de houders in de deur tillen ende beugel uit de geleider onderhet deurvak nemen.2. Inzetten op een andere hoogtegeschiedt in omgekeerde volgorde.De variabele box kan ook in de koel-ruimte aan de zijkant van een legvlakgehangen worden:☞1. Trek daartoe het legvlak zo ver naarvoren tot het naar boven of naarbeneden weggedraaid en er uitgehaald kan worden.2. De beugel aan de zijkant aan het leg-vlak hangen en het weer in legvlak de schuiven.geleiders

Waar in de koel-ruimte de juiste temperatuur heerstvoor de diverse soorten levensmid-delen laat het voorbeeld hiernaastzien.Tip: Levensmiddelen dienen altijdafgedekt of verpakt in de koelruimtegezet te worden om uitdrogen engeur- of smaakoverdracht op andereartikelen te voorkomen.Voor het verpakken zijn geschikt:– vershoudzakken en -folies van polyethyleen;– kunststof dozen met deksel;– speciale kappen van met rubber band;kunststof – aluminiumfolie.Invriezen en diepvriesproducten bewarenHet vriesvak dient voor het invriezen en diepgevroren bewaren vanlevensmiddelen.Attentie!• Voor het invriezen van levensmiddelen alsmede voor het bewarenvan reeds bevroren diepvriesartikelen dient de temperatuur in hetvriesvak –18°C of lager te zijn (zie de tabel in hoofdstuk "In gebruiknemen en temperatuurregeling").• Let op het op het typeplaatje aangegeven invriesvermogen.

Hetinvriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen24 uur ingevroren kan worden. Als er gedurende meerdere dagenachter elkaar ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van dehoeveelheid aangegeven op het typeplaatje.• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmteleidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.• Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriespro-ducten.

16• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking(bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keerinvriezen.• Niet te grote hoeveelheden, maximaal 2 kg per 24 uur, invriezen. Dekwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.☞1. Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat zeniet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op ande-re diepvriesproducten overgebracht wordt.Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. Dehanden kunnen daaraan vast vriezen.2. De verpakte levensmiddelen op de bodem van het vriesvak leggen.Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reedsbevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.3.

Deur van het vriesvak goed sluiten.Tips:• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;– speciale diepvriesdozen;– aluminiumfolie, extra sterk.• Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt: plastic klemmen,elastiekjes of plakband.• Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folies strijken omdat luchthet uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibarediepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.IJsblokjes maken☞1. IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in het vriesvak plaatsen enlaten bevriezen.2. Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje verdraaien of kort onderstromend water houden.Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje nooit met spitse ofscherpe voorwerpen losmaken.

17OntdooienDe koelruimte wordt automatisch ontdooidHet ontdooien van de verdamper in de achterwand van de koelruimtegeschiedt automatisch.Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van dekoelruimte opgevangen, door het afvoergat naar een bakje aan decompressor gevoerd en verdampt daar.Het dooiwaterafvoergat moet regelmatig worden gereinigd (zie hoofd-stuk "Reiniging en onderhoud").Vriesvak ontdooienTijdens het gebruik en bij het openen van de vocht als rijpdeur slaat neer in het vriesvak. Verwijder deze rijp van tijd tot tijd met een zachtekunststof schraper. Gebruik in geen geval harde of spitse voorwerpen.Het vriesvak dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca.4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar.

Een geschikt momentvoor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar wei-nig artikelen in liggen.Waarschuwing!• Geen elektrische verwarmingsapparaten en andere mechanischegeen of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te ver-snellen, met uitzondering van die in deze gebruiks-de hulpmiddelen aanwijzing aanbevolen worden.• Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor degezondheid zijn en/of stoffen bevatten die aantasten.kunststof Voorzichtig! Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. Dehanden kunnen daaraan vastvriezen.☞1. Enkele uren vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op stand 6draaien, om te zorgen voor een koudereserve in de diepvriesproducten.2. Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wik-kelen en op een koele plaats leggen, bijv. in de koelkast.3.

184. Afs t luitstopje ui de dooiwateruitloopverwijderen. Bakje eronder zetten omhet dooiwater op te vangen.Tip: Het ontdooien kan versneld wor-den door een pan met heet water inhet vriesvak te zetten en de deur tesluiten. Verwijder stukken ijs die erafvallen voor ze geheel ontdooid zijn.5. Na het ontdooien apparaat incl.accessoires grondig reinigen (ziehoofdstuk "Reiniging en onderhoud").6. Levensmiddelen terugplaatsen en apparaat weer in gebruik nemen.Reiniging en onderhoudOm hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant incl.toebehoren geregeld gereinigd te worden.Waarschuwing!• Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteits-net aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! voor hetSchakel schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontactof schakel de zekering uit.• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken.

Erkan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schok-ken! Hete damp kan onderdelen beschadigen.kunststof • Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik geno-men wordt.Let op!• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststofonderdelen aantasten, bijv.- sap van citroen– of sinaasappelschillen;- boterzuur;- schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder-delen.• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.☞1. Koel– en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerderelagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.2. Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk “Ontdooien”)

193. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of dezekering in de huisinstallatie uitschakelen.4. Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.5. Daarna met schoon water afnemen en droogwrijven.6. Het dooiwaterafvoergat aan de ach-terzijde van de koelruimte schoon-maken m.b.v. de in het afvoergatgeplaatste groene reinigingsstift.7. Als alles droog is, de levensmiddelener weer in doen en het apparaatweer in bedrijf nemen.Tips om energie te besparen• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen ofandere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera-tuur werkt de compressor vaker en langer.• Zorgen voor voldoende ventilatie van het apparaat.Ventilatieopeningen nooit afdekken.• Geen warme spijzen in het apparaat zetten.

Warme spijzen eerstlaten afkoelen.• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. Dekoude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koel-ruimte gebruikt.

20Storing Mogelijke oorzaken OplossingLamp is defect.Zie hoofdstuk “Lamp ver-vangen”.Binnenverlichting werktniet.Wat te doen als ...Hulp bij storingenHet kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de handvan de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verderewerkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallenniet verder helpt.Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen doorvakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnengrote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie altijdtot onze service-afdeling.Apparaat werkt niet. Het apparaat is niet inge-schakeld.De stekker zit niet of nietgoed in het stopcontact.De zekering is doorgesla-gen of defect.Het stopcontact is defect.

Een het defectelektricien aan het stroomnet latenverhelpen.Het apparaat inschakelen.De stekker in het stopcon-tact steken.De zekering controleren eneventueel vervangen.Het apparaat koelt te sterk. Temperatuur is te koudingesteld.Temperatuurregelaar tijde-lijk op warmere instellingdraaien.De levensmiddelen zijn tewarm.Temperatuur is niet juistingesteld.Zie hoofdstuk “In gebruiknemen en temperatuurre-geling”.Deur heeft te lang openge-staan.Deur slechts zo lang openlaten als nodig is.In de laatste 24 uur zijngrotere hoeveelhedenwarme levensmiddelenopgeslagen.Temperatuurregelaar tijde-lijk op een koudere standzetten.Het apparaat staat naasteen warmtebron.Zie hoofdstuk “Opstel-plaats”.

21Wat te doen als ...Storing Mogelijke oorzaken OplossingWater op de bodem van dekoelruimte of op de legvlakken.Dooiwaterafvoer is ver-stopt.Zie hoofdstuk “Reinigingen onderhoud”.Dit is normaal, het betreftgeen storing.De compressor start naenige tijd automatisch.Na het wijzigen van detemperatuurinstelling startde compressor niet direct.Lamp vervangenWaarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangenvan de lamp het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcon-tact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E 14☞1. Om het apparaat uit te schakelen de temperatuurregelaar op stand “O”draaien.2. Stekker uit het stopcontact trekken.3. Voor het vervangen van de lamp debevestigingsschroef eruit draaien. 4. Volgens de afbeelding op de lampaf-dekking drukken en deze naar achte-ren wegschuiven.5.

Defecte lamp vervangen.6. Lampafdekking weer monteren en de bevestigingsschroef aandraaien.7. Apparaat weer in gebruik nemen.AEG65Op de ondichte plaatsende deurafdichting voor-zichtig met een haardrogerverwarmen (niet heter danca. 50 °C).Tegelijkertijd de verwarm-de deurafdichting met dehand zo in vorm trekkendat hij weer sluit.helemaal Deurafdichting is ondicht(eventueel na het overzet-ten van het deurscharnier).Sterke rijpvorming in hetapparaat, eventueel ookaan de deurafdichting.

22Geluiden tijdens de werkingDe volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten: •KlikkenElke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.•ZoemenZodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.•Borrelen/klotsenWanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u eenborrelend of klotsend geluid horen. Ook na het uitschakelen van decompressor is dit geluid nog korte tijd te horen.Bepalingen, normen, richtlijnenHet koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is metinachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijnvolgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitsevoorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties(VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechni-ci (VDE).

23Vaktermen• KoelmiddelVloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, wor-den koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijseen laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levens-middelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel totverdampen kan brengen.•KoelmiddelkringloopGesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. Dekoelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor,condensor en leidingen.•VerdamperIn de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof,heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Dezewarmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelappa-raat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de bin-nenruimte geplaatst of gelijk de binnenwand endirect ingeschuimd daardoor niet zichtbaar. •CompressorDe compressor ziet eruit als een tonnetje.

Hij wordt aangedrevendoor een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkantvan het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat hetdampvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt envervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.•CondensorDe condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de conden-sor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecon-denseerd. Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van decondensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor isdaarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het appa-raat, aangebracht.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Santo K 98840 I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden