AEG Electrolux 61609 lavamat Handleiding
Pagina's 52 Nederlands Wasmachine
Bekijk de handleiding van AEG Electrolux 61609 lavamat gratis online of download de PDF. 18 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Alle foutcodes AEG Electrolux Wasmachine 27 foutcodes uit 15 handleidingen, met hun betekenis.
Product specificaties
| Merk: | AEG Electrolux |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | 61609 lavamat |
Handleiding AEG Electrolux 61609 lavamat – volledige tekst
2Geachte klant,Gelieve deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te nemen.Let vooral op het hoofdstuk ”Veiligheid” op de eerste bladzijden. Berg deze gebruiksaanwijzing goed op voor latere raadplegingen en geef ze aan eventuele volgende eigenaars van het toestel door.1 Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Opgelet!, Voorzichtig!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor Uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.0 1. Dit symbool leidt U stap voor stap door de bediening van het apparaat.2.
...3 Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het prakti-sche gebruik van het apparaat.2 Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een zuinig en milieuvriendelijk gebruik van het toestel gegeven.Deze gebruiksaanwijzing bevat aanwijzingen om eventuele storingen zelf te verhelpen, zie het hoofdstuk ”Problemen?”Indien deze aanwijzingen niet voldoen, kan u altijd terecht bij onze naverkoopdienst:ELGROEP & AEG SERVICEBergensesteenweg 7191502 LembeekTel.: 02/3630444Hier krijgt u antwoord op elke vraag over de uitvoering en het gebruik van uw machine. Natuurlijk luisteren wij ook graag naar uw wensen, suggesties en kritiek.
Wij streven er naar om ten bate van onze klanten onze producten en service verder te verbeteren.In geval van technische problemen staat onze KLANTENDIENST op elk moment tot uw beschikking (Adressen en telefoonnummers vindt u in het hoofdstuk ”Adressen klantendienst”). Raadpleeg daartoe het hoofd-stuk ”Service”.Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier.Wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
Inhoud4Programmatabellen. 24Wassen. 24Afzonderlijk inweken. 25Afzonderlijk met wasverzachter spoelen/stijven/impregneren. 25Afzonderlijk spoelen. 25Afzonderlijk centrifugeren. 26Reinigen en verzorgen. 27Bedieningspaneel. 27Wasmiddellade. 27Wastrommel. 28Laaddeur. 28Problemen. Oplossingen. …. 29Oplossen van storingen. 29Het wasresultaat is niet bevredigend. 32Leegmaken in noodgeval. 32De loogpomp reinigen. 34Extra spoelgang/loogafkoeling. 34Instructies voor plaatsing en aansluiting. 36Veiligheidsvoorschriften voor de installatie. 36Afmetingen van de machine. 37Vooraanzicht en zijaanzicht. 37Achteraanzicht. 37Opstelling van de machine. 38Het toestel transporteren. 38De transportbeveiliging verwijderen. 39De plaats van opstelling voorbereiden. 40Opstelling op een betonnen sokkel. 40Opstelling op een verende ondergrond. 40Oneffenheden van de bodem wegwerken. 41.
Gebruiksaanwijzing6GEBRUIKSAANWIJZING1 VeiligheidsvoorschriftenDe veiligheid van de elektrische toestellen van AEG beantwoordt aan de erkende regels van de techniek en de Duitse wet inzake machineveilig-heid. Toch vinden wij als fabrikant dat wij u moeten vertrouwd maken met de volgende veiligheidsvoorschriften.Vóór de eerste inwerkingstelling•Hou u ook aan de ”plaatsings- en aansluitinstructies” verder ach-teraan deze gebruiksaanwijzing.•Wanneer het toestel tijdens de wintermaanden wordt geleverd bij temperaturen onder nul: de wasautomaat vóór de ingebruikneming gedurende 24 uur in een ruimte met kamertemperatuur laten staan.Gebruik volgens de voorschriften•De wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen van wasgoed zoals dat in het huishouden gebruikelijk is.
Wanneer de machine voor een ander doel gebruikt of verkeerd bediend wordt, kan er door de fabrikant geen aansprakelijkheid voor eventuele schade aanvaard worden.•De ombouw of veranderingen aan de wasautomaat zijn om veilig-heidsredenen niet toegestaan.•Gebruik alleen wasmiddelen die voor wasautomaten geschikt zijn. Neem de voorschriften bij de wasmiddelen in acht.•De was mag geen ontvlambare oplosmiddelen bevatten. Neem dit ook in acht bij het wassen van vooraf gereinigd wasgoed.•Gebruik uw wasmachine niet voor chemisch reinigen.•Verf- en bleekmiddelen mogen alleen gebruikt worden wanneer de fabrikant van deze producten dit uitdrukkelijk toelaat. Voor eventuele schade zijn wij niet aansprakelijk.•Gebruik alleen water uit de waterleiding. Regenwater of reeds gebruikt water mag enkel als het aan de eisen volgens DIN1986 en DIN1988 voldoet.•Vorstschade valt niet onder de garantie!
Wanneer de wasmachine in een niet-vorstvrije ruimte opgesteld staat, moet de machine bij vorst volledigd worden leeggemaakt (zie ”leegmaken in noodgevallen”). Daarenboven de toevoerslang van de watertoevoer afkoppelen en op de grond leggen.
Gebruiksaanwijzing7De veiligheid van kinderen•Verpakkingsonderdelen (zoals plastic en piepschuim) kunnen gevaar-lijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar. De verpakkingsonderdelen buiten bereik van kinderen houden. •Kinderen zien vaak de gevaren niet die aan de omgang met elektri-sche toestellen verbonden zijn. Zorg daarom voor het noodzakelijke toezicht tijdens de werking van de machine en laat kinderen niet met de wasautomaat spelen – het gevaar bestaat dat kinderen zich opsluiten. •Zorg ervoor dat kinderen of kleine dieren niet in de trommel van de wasautomaat kunnen klimmen. •Bij definitief buiten werking stellen van de wasautomaat: Trek de stekker uit het stopcontact, maak het deurslot onbruikbaar, knip de elektrische kabel door en gooi de stekker met de rest van de kabel weg. Zo kunnen spelende kinderen zich niet opsluiten en niet in levensgevaar komen.
Algemene veiligheid •Herstellingen aan de wasautomaat mogen enkel door vaklui uitge-voerd worden. Als gevolg van ondeskundige herstellingen kunnen er aanzienlijke gevaren ontstaan. Wend u voor een herstelling tot onze klantendienst of tot uw vakhandel. •Zet de wasautomaat nooit in werking wanneer het netsnoer bescha-digd is of het bedieningspaneel, het werkblad of het voetstuk zo beschadigd zijn dat de binnenkant van het toestel vrij toegankelijk is. •Schakel de wasautomaat uit vóór elke reiniging, elk onderhoud en alle onderhoudswerken. Bovendien de netstekker uit het stopcontact halen of - ingeval van vaste bedrading – de LS-schakelaar (stroomon-derbreker) in de zekeringkast uitschakelen of de schroefstop er hele-maal uitdraaien. •De netstekker nooit uit het stopcontact halen door aan de kabel te trekken; neem daarvoor de stekker zelf vast.
•Veelvoudige contactstoppen, verbindingsstukken en verlengsnoeren mogen niet gebruikt worden. Gevaar van oververhitting. •Spuit de wasautomaat niet af met een waterstraal. Gevaar van elek-trocutie.
Gebruiksaanwijzing8•Laat het loogwater vóór een noodgedwongen leegmaken van het toestel of vóór het reinigen van de loogpomp afkoelen. •Kleine huisdieren kunnen aan elektriciteitsleidingen en waterslangen knagen. Gevaar van elektrocutie en waterschade! Hou kleine huisdie-ren van de wasautomaat verwijderd. 2 AfvalverwijderingVerpakkingsmateriaal verwijderen!Verwijder het verpakkingsmateriaal van uw wasautomaat op de juiste wijze. Alle verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen zonder gevaar worden opgeslagen of in een vuilverbran-dingsinstallatie worden verbrand.De kunststoffen kunnen ook opnieuw worden gebruikt:•Het omhulsel en de binnenzakken bestaan uit polyethyleen (aanduiding >PEPS
Gebruiksaanwijzing92 Milieutips•Bij gemiddeld vuile was hoeft u niet voor te wassen. Zo spaart u was-middelen, water en tijd (en ontziet u het milieu!).•De wasautomaat werkt bijzonder zuinig wanneer u de vermelde capaciteit volledig benut.•Gebruik voor kleine hoeveelheden slechts de helft tot twee derde van de aangeraden hoeveelheid wasmiddel.•Door een geschikte voorbehandeling kunnen vlekken en matig vuil worden verwijderd. U kunt dan bij lagere temperaturen wassen.•Was licht tot normaal vuile witte was met het energiespaarpro-gramma.•Vaak is er geen wasverzachter nodig. Probeert u het maar eens! Als u een droger gebruikt, wordt uw was ook zonder wasverzachter zacht en wollig.•Bij een gemiddelde tot grote waterhardheid (vanaf hardheidsbereik II, zie "Was- en verzorgingsmiddelen") dient u wateronthardingsmid-delen te gebruiken.
Gebruiksaanwijzing11Bedieningspaneel Programmakiezer Met de programmakeuzeschakelaar stelt u de soort wasgang in. Opgelet! De programmakiezer enkel naar rechts draaien! De verschillende standen hebben de volgende functies: VOORWAS Koude voorwas vóór de automatisch volgende hoofdwasgang. (Niet voor de wasgang WOL). VLEKKEN Voor het wassen van sterk vervuild of vlekkerig wasgoed. Langere hoofdwasgang, op het gepaste moment tijdens het programmaverloop wordt er vlekkenzout ingespoeld. (Niet voor de wasgang WOL). HOOFDWAS Hoofdwasgang voor normaal vervuild wasgoed. KORT Kortere hoofdwas voor licht vervuild wasgoed. SPOELEN Afzonderlijk spoelen, b.v. voor het spoelen van met de hand gewassen textiel (centrifugeren overeenkomstig het ingestelde soort wasgoed of spoelstop).Programmakiezer Toetstoerental van centrifugeren/ GEEN CENTR.
Gebruiksaanwijzing123 Spoelstop betekent: het wasgoed blijft in het laatste spoelwater en wordt niet gecentrifugeerd. WASVERZACHTENAfzonderlijk met wasverzachter spoelen, afzonderlijk stijven, afzonder-lijk impregneren van vochtige witte/bonte of kreukherstellende was (1 spoelgang, vloeibaar verzorgingsmiddel uit het spoelvakje w wordt ingevoerd, centrifugeren overeenkomstig het ingestelde soort wasgoed of spoelstop). CENTRIFUG. Centrifugeren na een spoelstop of afzonderlijk centrifugeren van met de hand gewassen textiel overeenkomstig het ingestelde soort was-goed. INWEKEN Afzonderlijk inweken (de temperatuur wordt automatisch op maximaal 40°C begrensd), het wasgoed blijft op het einde in het loogwater (niet voor de wasgang WOL).
3 Na het inweken moet de gewenste hoofdwasgang ingesteld worden, het programma loopt niet automatisch verder.POMPEN Wegpompen van het water na een spoelstop (zonder centrifugeren). Temperatuurkiezer Met de temperatuurtoets kan u de volgende temperaturen instellen: KOUD, 30, 40, 50, 60, E, 70, 80, 95 2 Stand E (energiebesparend programma) is geschikt voor licht tot normaal vervuilde witte was; begrensde temperatuur van ca. 67°C. Toetsen – soorten wasgoed Met de programmakeuzeschakelaar wordt het verloop van het programma (b.v. maximaal mogelijke temperatuur, waterpeil, trommelbewe-ging, aantal spoelgangen, toerental van centrifu-geren) overeenkomstig het te wassen wasgoed ingesteld. WITTE/BONTE WAS Voor witte en bonte was (katoen/linnen).
Gebruiksaanwijzing13KREUKHERST. Voor kreukherstellend wasgoed (mixtuur). De temperatuur wordt auto-matisch op maximaal 60°C begrensd. FIJNE WAS Voor fijne was (de temperatuur wordt automatisch op maximaal 40°C begrensd). WOL Voor in de wasmachine wasbare wol en voor bijzonder gevoelig textiel (de temperatuur wordt automatisch op maximaal 40°C begrensd). Toets AAN/UIT Met deze toets zet u de wasautomaat aan en wordt het gekozen programma gestart of de wasautomaat uitgeschakeld. Verbruik en wasduur De waarden voor de gekozen programma’s vermeld in de onderstaande tabel zijn van toepassing op normale omstandigheden. Zij bieden een nuttige aanwijzing voor het gebruik in het huishouden.
Gebruiksaanwijzing14Vóór de eerste wasgang 0 1. Trek de wasmiddellade een beetje uit het bedieningspaneel. 2. Giet ongeveer 1 liter water via de wasmiddellade in de wasautomaat. Bij de volgende programmastart wordt zodoende de loogbak gesloten en kan de ÖKO-sluis naar behoren functioneren.3. Voer een wasgang uit zonder wasgoed op stand HOOFDWAS 95 met een halve hoeveelheid wasmiddel. Daardoor worden eventueel na de productie achtergebleven resten in de trommel en loogbak verwijderd.
De wasgang voorbereidenHet wasgoed sorteren en voorbereiden•Het wasgoed volgens de wasetiketten en de soort sorteren (zie "Soor-ten wasgoed en wasetiketten").•De zakken leegmaken.•Metalen deeltjes (paperclips, veiligheidsspelden, enz.) verwijderen.•Om een beschadiging en het in elkaar draaien van het wasgoed te voorkomen: ritssluitingen sluiten, dekbedovertrekken en slopen dichtknopen, losse linten – van een schort bv. – samenbinden.•Kleding met een dubbele laag omkeren (slaapzak, anorak, enz.).•Bij kleurrijk textiel met versieringen evenals wol en textiel met aan-gehechte versieringen: de binnenzijde naar buiten keren.•Kleine en kwetsbare kledingstukken (babysokjes, maillots, enz.) in een wasnet, een kussen met ritssluiting of een grote sok wassen.•Gordijnen zeer voorzichtig behandelen.
Metalen wieltjes of scherpe kunststof wieltjes verwijderen of deze in een net of een zak binden.Voor schade zijn wij niet aansprakelijk.•Bonte en witte was mag nooit samen gewassen worden. Anders wordt de witte was grauw.•Nieuw gekleurd wasgoed geeft vaak af. U kunt dergelijke stukken de eerste keer het best apart wassen.•Kleine en grote stukken wasgoed mengen! Daardoor wordt het waseffect verbeterd en wordt het wasgoed bij het centrifugeren gun-stiger verdeeld.•Het wasgoed los uitschudden voordat u het in de wasautomaat steekt.
Gebruiksaanwijzing15•Het wasgoed uiteengevouwen in de trommel steken.•Neem de verzorgingsvoorschriften "apart wassen" en "meermaals apart wassen" in acht!Soorten wasgoed en onderhoudskentekens De onderhoudskentekens helpen bij het kiezen van het juiste waspro-gramma. Het wasgoed moet volgens soort en onderhoudskenteken gesorteerd worden. De temperatuuraanduidingen op het onderhouds-kenteken zijn telkens maximale aanduidingen. Witte was çTextiel uit katoen en linnen met dit onderhoudskenteken is bestand tegen mechanische belasting en hoge temperaturen. Voor dit wasgoed is het programma WITTE/BONTE WAS geschikt.Bonte was èëTextiel uit katoen en linnen met dit onderhoudskenteken is bestand tegen mechanische belasting. Voor dit wasgoed is het programma WITTE/BONTE WAS geschikt.
Kreukherstellend wassen êíîTextiel zoals geappreteerd katoen, katoenmixturen en synthetische stoffen met dit onderhoudskenteken vergt een mechanisch mildere behandeling. Voor dit wasgoed is het programma KREUKHERSTELLEND geschikt. Fijne was ìTextiel zoals gelaagde vezel, microvezel, synthetische stoffen, gordijnen met dit onderhoudskenteken vergt een bijzonder milde behandeling. Voor dit wasgoed is het programma FIJNE WAS geschikt. Wol en bijzonder gevoelig wasgoed 9ìTextiel zoals wol, wolmixturen en zijde met dit onderhoudskenteken is bijzonder gevoelig voor mechanische belasting. Voor dit soort textiel is het programma WOL geschikt.Opgelet! Textiel met het onderhoudskenteken ï (handwas) of ñ (niet wassen!) mogen niet in de wasautomaat gewassen worden!
Gebruiksaanwijzing16Hoeveel was- en verzorgingsmiddel?De hoeveelheid wasmiddel hangt af van:•de hoeveelheid wasgoed2 Wanneer de producent geen dosis vermeldt voor kleinere ladingen, gebruikt u voor een halve trommel één derde en voor nog kleinere ladingen slechts de helft van de dosis die voor een volledig gevulde trommel aanbevolen wordt.•van de vervuilingsgraad van het wasgoed•van de hardheid van het leidingwaterLet op de informatie vanwege de producent omtrent het gebruik en de dosis van de was- en verzorgingsmiddelen.Een waterontharder gebruiken Vanaf een gemiddelde tot een hoge waterhardheid (vanaf hardheid II) moet er een ontharder gebruikt worden. De instructies van de fabrikant opvolgen! Het wasmiddel vervolgens altijd overeenkomstig hardheid I (= zacht) doseren.
Gebruiksaanwijzing17Wassen Korte handleiding Wassen gebeurt in volgende stappen: 0 1. De laaddeur openen en met wasgoed vullen. 2. De laaddeur sluiten. 3. Waspoeder en verzorgingsmiddel in de machine gieten. 4. Het juiste wasprogramma instellen: –Programma instellen met de programmakiezer; –Temperatuur instellen met de temperatuurkiezer; –Het soort wasgoed met de programmakeuzeschakelaar kiezen. 5. Op de toets AAN/UIT drukken. De wasautomaat is ingeschakeld. Het wasprogramma start automatisch na ca. zes seconden. Tijdens deze zes seconden: 6. Eventueel de starttijdkeuze instellen. 7. Eventueel het toerental van centrifugeren veranderen of spoelstop kiezen. Deze instelling en de temperatuur kan u tijdens het volledige wasproces wijzigen. Als het wasprogramma ten einde is: (Het wasprogramma is afgelopen wanneer het indicatielampje van de toets AAN/UIT uitgaat.) Opgelet!
Gebruiksaanwijzing18Wasgoed in de machine stoppen 3 Voor maximale hoeveelheden wasgoed, zie “programmatabellen”. Voor tips over de voorbereiding van de was, zie “soorten wasgoed en onder-houdstekens”. 0 1. Het wasgoed volgens soort sorteren en voorberei-den. 2. De laaddeur openen: aan de greep van de laaddeur trekken. 3. Wasgoed insteken. Opgelet! Bij het sluiten geen wasgoed tussen de deur klemmen! Het textiel en het toestel kunnen beschadigd raken! 4. Vuldeur goed sluiten. Was-/verzorgingsmiddel invoeren3 Voor tips inzake was- en verzorgingsmiddelenzie hoofdstuk ”Was- en verzorgingsmiddelen”.0 1. De schuiflade openen: de klep onderaan de schuiflade vastgrijpen (1) en de schuiflade tot aan de aanslag uittrekken (2).2.
Gebruiksaanwijzing19Opgelet! Het vak niet voorbij het merkteken MAX vullen. Dik vloeibaar product eventueel verdunnen tot aan het merkteken MAX, poedervor-mig stijfsel oplossen.3. Lade volledig in de machine schuiven.Ingeval van vloeibare wasmiddelen:Vloeibare wasmiddelen inbrengen met het doseermiddel van de was-middelproducent. De instructies op de verpakking van het wasmiddel volgen.
Gebruiksaanwijzing20Wasprogramma instellen 3 Voor het geschikte programma en de juiste temperatuur volgens het soort wasgoed, zie “programmatabellen”. Opgelet! de programmakeuzes-chakelaar enkel in wijzerzin draaien! 0 1. De programmakeuzeschakelaar op het gewenste wasprogramma instellen. 2. De temperatuurschakelaar op de gewenstetemperatuur instellen. 3. Het soort wasgoed instellen. –De aanduiding van het soort wasgoed licht op. –Op een andere toets drukken voor een andere keuze.Het wasprogramma starten/de starttijd instellen 0 1. Controleren of de waterkraan geopend is. 2. De wasautomaat inschakelen: op de toets AAN/UIT drukken. –Het wasprogramma start automatisch na onge-veer zes seconden. –Tijdens deze zes seconden kan u indien nodig een starttijdkeuze instellen om de start van het wasprogramma uit te stellen.
Gebruiksaanwijzing21Eventueel de starttijdkeuze instellen: 0 Op de starttijdkeuze blijven drukken tot het indicatie-lampje van het gewenste uitstel van het starten van het programma (2, 4, 8 of 12 uur) brandt. –De nog overblijvende tijd tot aan het starten van het programma wordt aangeduid (in gradaties van 12, 8, 4, 2uur). –Wanneer de starttijdkeuze loopt, kan u de laaddeur nog openen om wasgoed bij te vullen. De starttijdkeuze wijzigen of afbreken: 0 Op de toets blijven drukken tot de gewenste starttijdkeuze brandt. Wanneer het indicatielampje niet meer brandt, wordt het waspro-gramma gestart.
Het toerental van centrifugeren veranderen/spoelstop kiezen 0 Eventueel het toerental van centrifugeren voor het eindcentrifugeren wijzigen/spoelstop kiezen:toets toerental van centrifugeren/NIET zo vaak indrukken tot de aanduiding van het gewenste toerental van centrifugeren (of van NIET) oplicht. Wanneer u NIET instelt, blijft het wasgoed in het laatste spoelwater liggen en wordt er niet gecen-trifugeerd. 3 Wanneer u het toerental van centrifugeren niet verlaagt, wordt het eindcentrifugeren bij alle wasprogramma’ s automatisch aan 1000 toe-ren per minuut uitgevoerd. Het toerental voor het tussencentrifugeren is afhankelijk van het geko-zen programma en kan niet worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing22Tijdens het programma Aanduiding van het programmaverloop De programmakeuzeschakelaar dient als aanduiding van het program-maverloop doordat deze tot aan het einde van het programma in wij-zerzin meedraait. 3 Bij de programma’ s VLEKKEN, HOOFDWAS en KORT gaat de program-makeuzeschakelaar direct na het starten van het programma naar een positie onmiddellijk achter KORT. Daarna wordt het programmaverloop aangegeven zoals gewoonlijk. Instellingen wijzigen Tijdens het wasprogramma kan u: –Het toerental van het centrifugeren wijzigen –GEEN CENTR. kiezen –De instelling van de temperatuur veranderen Andere instellingen kunnen niet worden gewijzigd. Het programma voortijdig afbreken 0 1. Op de toets AAN/UIT drukken. 2. De programmakeuzeschakelaar in wijzerzin op POMPEN draaien. 3. Nogmaals op de toets AAN/UIT drukken. Het water wordt weggepompt.
Gebruiksaanwijzing23Wasprocedure beëindigd/Wasgoed uitnemen Het wasprogramma is afgelopen wanneer het indicatielampje van de toets AAN/UIT uitgaat. Na spoelstop: Na een spoelstop moet het water eerst worden afgepompt of moet het wasgoed worden gecentrifugeerd: 0 Ofwel op de toets toerental van centrifugeren/GEEN CENTR. blijven drukken tot het indicatielampje van het gewenste toerental van centri-fugeren oplichtofde programmakeuzeschakelaar in wijzerzin op CENTRIFUG. draaien (het wasgoed wordt overeenkomstig het afgelopen programma gecentrifu-geerd)ofde programmakeuzeschakelaar in wijzerzin op POMPEN draaien (het water wordt weggepompt). Nadat het programma afgelopen is: 0 1. De laaddeur openen. 2. Wasgoed uitnemen. Opgelet! De wasautomaat moet nog uitgeschakeld worden. 3. Op de toets AAN/UIT drukken. 4. Waterkraan sluiten. 5. Wasmiddellade iets uittrekken, zodat ze kan drogen.
Vuldeur op een kier zetten, zodat de wasautomaat kan verluchten. Opgelet! Wanneer de wasautomaat gedurende een langere tijd niet gebruikt wordt:de waterkraan sluiten en de stekker van de wasautomaat uit het stop-contact halen.
Gebruiksaanwijzing24Programmatabellen Wassen In deze tabellen staan niet alle mogelijke instellingen, maar enkel de instellingen die u meestal zult gebruiken en voor u nuttig zijn. Soort wasgoed,wasetiket Max.hoeveelheid wasgoed(droog gewicht)1)1) Een emmer van 10 liter bevat ongeveer 2,5kg droog wasgoed (katoen).
Gebruiksaanwijzing27Reinigen en verzorgenBedieningspaneelOpgelet! Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor meubelen of agres-sieve schoonmaakproducten om de onderdelen van het paneel en van de bediening te reinigen.0 Veeg het bedieningspaneel met een vochtige doek schoon. Gebruik hiervoor warm water.WasmiddelladeDe wasmiddellade moet nu en dan worden schoongemaakt.0 1. Trek de wasmiddellade uit tot aan de aanslag.2. Trek dan even kort aan de lade zodat ze uit de machine loskomt.3. Trek het sifonkapje los.4. Maak het sifonkapje onder stromend water schoon.5. Reinig de spoelbakjes door er via de achterzijde warm water in te laten lopen. Maak bij voorkeur gebruik van een borstel voor het reinigen van flessen.6. Breng het sifonkapje weer aan en duw het tegen de aanslag zodat het goed stevig vastzit.7. Reinig de zone waar de wasmiddelen in de machine worden gebracht.
Gebruiksaanwijzing28WastrommelDe wastrommel is uit roestvrij staal vervaardigd. Door verroeste vreemde voorwerpen in de trommel te brengen, kan er zich roest tegen de trommelwand afzetten.Opgelet! Gebruik geen zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor- of ijzerhoudende schuurmiddelen of staalwol om de trommel in roestvrij staal te reinigen. U kunt bij onze klantenservice terecht voor speciale onderhoudsproducten.0 Verwijder roestafzettingen op de trommel met schoonmaakmiddelen voor de behandeling van roestvrij staal.Laaddeur0 Controleer regelmatig of er geen resten of vreemde voorwerpen zijn achtergebleven in de rubberen ring achter de laaddeur. In voorkomend geval moeten deze voorwerpen worden verwijderd.
Gebruiksaanwijzing29Problemen? Oplossingen!…3 Het fluitende geruis tijdens het centrifugeren wordt door het moderne aandrijfsysteem veroorzaakt en ver-schilt enigszins van het lawaai dat wasmachines vroeger maakten.Het ratelende startgeruis – in het bijzonder bij de eerste inwerkingstelling – wordt door de loogpomp veroor-zaakt en hangt van de constructie af.Oplossen van storingen Probeer ingeval van een defect zelf het probleem op te lossen aan de hand van de hier opgesomde aanwijzingen. Indien u voor één van de hier opgesomde defecten of voor een bedieningsfout een beroep doet op de klantendienst, is het bezoek van de technicus van de klanten-dienst ook tijdens de garantieperiode niet gratis. Storing Mogelijke oorzaken Oplossing De wasautomaat func-tioneert niet. De wasmachine is niet aan-gesloten op het stroomnet. Steek de stekker in het stop-contact.
De zekering van de elektri-sche installatie is niet in orde. De zekering vervangen of inschakelen. Er loopt geen water in het toestel. De laaddeur is niet goed gesloten. De laaddeur sluiten; de deur moet hoorbaar vastklikken De waterkraan is niet geo-pend. Op de toets AAN/UIT druk-ken; De waterkraan openzetten; Opnieuw het programma instellen; Opnieuw op de toets AAN/UIT drukken; De filter in de schroef van de toevoerslang is verstopt. Koppel de slang los van de waterkraan, verwijder de fil-ter en reinig onder stromend water.
Gebruiksaanwijzing30De wasautomaat trilt of beweegt tijdens de werking. De in de hoogte verstelbare schroefvoetjes staan niet correct ingesteld. De schroefvoetjes instellen in overeenstemming met de voorschriften inzake plaat-sing en aansluiting. Er zit maar heel weinig was-goed in de trommel (b.v. maar één badjas). Dit heeft geen invloed op de werking. Het water kon vóór het cen-trifugeren niet volledig weg-gepompt worden omdat er een knik in de afvoerslang zit ofomdat de loogpomp ver-stopt is. Controleer de ligging van de afvoerslang en verwijder de eventuele knik uit de slang of reinig de loogpomp en verwijder eventuele vreemde voorwerpen uit het pomp-huis. Het loogwater van de hoofdwas schuimt sterk. Er werd waarschijnlijk teveel wasmiddel toegevoegd Doseer het wasmiddel vol-gens de instructies van de fabrikant. Het water loopt langs de onderzijde van de wasmachine weg.
De schroefverbinding van de toevoerslang werd niet vol-doende aangedraaid. De toevoerslang vastschroe-ven De afvoerslang is niet goed aangesloten. Controleer de afvoerslang en vervang indien nodig. Het deksel van de loogpomp is niet goed gesloten. Sluit het deksel correct. Het wasgoed is tussen de laaddeur klem geraakt. Stop het programma, verwij-der het wasgoed van tussen de deur en herstart het pro-gramma. De wasverzachter werd niet ingespoeld, het vakje w voor verzor-gingsmiddelen is met water gevuld. Het sifonkapje in het vak voor verzorgingsmiddelen werd niet correct aange-bracht of is verstopt. Wasmiddellade reinigen, sifonkapje stevig aanbren-gen. De wasautomaat cen-trifugeert niet, er zit water in de trommel. Spoelstop ingesteld. Spoelstop opheffen. Het weekprogramma is afge-lopen. Het water wegpompen en de gewenste hoofdwasgang instellen. Storing Mogelijke oorzaken Oplossing
Gebruiksaanwijzing31Het wasgoed is niet voldoende uitge-zwierd, er is duidelijk nog water in de trom-mel achtergebleven. Er is een knik in de afvoer-slang. Verwijder de knik. De maximale pomphoogte (afvoerhoogte 1m vanaf het vlak waarop het toestel rust) wordt overschreden. Neem contact op met de klantendienst; deze beschikt over toebehoren voor een afvoerhoogte van meer dan 1m. De loogpomp is verstopt. Schakel het toestel uit, trek de stekker uit het stopcon-tact en reinig de loogpomp. Bij sifonaansluiting: sifon is verstopt. Reinig de sifon. De laaddeur kan niet geopend worden. Het programma is nog niet afgelopen (het indicatie-lampje AAN/UIT brandt). Wachten tot het indicatie-lampje AAN/UIT uitgaat. Het spoelwater is niet helder. Het betreft vermoedelijk een wasmiddel met een hoog gehalte aan silicaat. Dit heeft geen negatieve invloed op het spoelresultaat, gebruik evtl.
een vloeibaar wasmiddel. Er blijven resten was-middel in de wasmid-dellade achter. De waterkraan is niet volle-dig opengedraaid. Draai de waterkraan volledig open. De zeef in de schroefverbin-ding van de toevoerslang aan de waterkraan is verstopt. Reinig de filter. De filter van de schroefbe-vestiging van de toevoer-slang is ter hoogte van het toestel verstopt. Reinig de filter. De programmakeuzes-chakelaar slaat VOORWAS over. VOORWAS werd met WOL gecombineerd. De VOORWAS kan niet met WOL gecombineerd worden. De programmakeuzes-chakelaar blijft op INWEKEN staan. INWEKEN werd met WOL gecombineerd. INWEKEN kan niet met WOL gecombineerd worden. Het vlekkenzout werd niet ingespoeld. VLEKKEN werd met WOL gecombineerd. VLEKKEN kan niet met WOL gecombineerd worden. Storing Mogelijke oorzaken Oplossing
Gebruiksaanwijzing32Het wasresultaat is niet bevredigendHet wasgoed ziet grauw en er heeft zich kalk in de trommel afgezet.•Er werd te weinig wasmiddel gebruikt.•Er werd een verkeerd wasmiddel gebruikt.•Sterk vervuilde was werd vooraf niet behandeld.•Er werd een verkeerd programma of een verkeerde temperatuur gekozen.•Bij gebruik van componenten-wasmiddelen werden de afzonderlijke componenten niet in de juiste verhouding gebruikt.Het wasgoed vertoont nog grauwe vlekken•Er werd niet voldoende wasmiddel gebruikt voor het wassen van lin-nen waarop vlekken van zalf, vet of olie zaten.•Er werd een te lage temperatuur geselecteerd.•Dit probleem wordt vaak veroorzaakt doordat er wasverzachter – en met name geconcentreerde wasverzachter – rechtstreeks op het was-goed is terechtgekomen.
Was dergelijke vlekken zo snel mogelijk uit en ga omzichtig tewerk met de betreffende wasverzachter.Er blijft nog schuim achter na de laatste spoelbeurt•Moderne wasmiddelen kunnen ook tijdens de laatste spoelbeurt nog schuim ontwikkelen. Het wasgoed is echter wel voldoende gespoeld.Er blijven witte resten op het wasgoed achter•Deze vlekken zijn onoplosbare bestanddelen van moderne wasmidde-len. Ze zijn niet het gevolg van het onvoldoende spoelen. Klop het wasgoed uit of borstel het af. Misschien moet u het wasgoed de vol-gende maal binnenstebuiten wassen.
Controleer het gebruikte was-middel en gebruik eventueel vloeibare wasmiddelen.Leegmaken in noodgeval•Wanneer het waswater niet meer wordt weggepompt, moet de machine overeenkomstig de voorschriften voor noodgevallen worden leeggemaakt.•Wanneer de wasautomaat in een niet-vorstvrije ruimte staat, moet deze bij vriesweer leeggemaakt worden.Daarenboven de toevoerslang van de waterkraan losschroeven en op de grond leggen.
Gebruiksaanwijzing331 Opgelet! De wasautomaat vóór het leegmaken uitschakelen en de stek-ker uit het stopcontact halen!Voorzichtig! Het waswater dat via de noodslang wegloopt, kan heet zijn. Verbrandingsgevaar! Laat het waswater eerst afkoelen, voor u de machine overeenkomstig de voorschriften voor noodgevallen leeg-maakt!0 1. Zet een vlakke kuip klaar waarin u het waswater kunt opvangen.2. Het klepje links onderaan de sokkel naar beneden klappen (1) en van het toestel lostrekken (2).3. Neem de noodafvoerslanguit de houder.4. Trek de noodafvoerslang ietsnaar voor.5. Plaats de opvangbak onder de opening.6. Draai de sluitdop van de noodafvoerslang naar links (1) en trek deze los (2).Het waswater loopt weg. Afhankelijk van de hoeveelheid waswater zal u de opvangbak eventueel een aantal maal moeten leeggieten.
Sluit de noodafvoer-slang intussen weer af met de sluitdop.Wanneer het waswater volledig is weggelopen:7. Duw de sluitdop stevig in de noodafvoerslang.8. Schuif de noodafvoerslang weer iets in de machine zodat ze in de hou-der vastgrijpt.9. Plaats het klepje weer terug op het sokkelpaneel en sluit deze.3 De werking van de Öko-sluis is bij een volledig leeggemaakte wasma-chine niet meer gewaarborgd. Vul bijgevolg voor de volgende wasbeurt ong. 1liter water bij (via de lade voor de wasmiddelen).
Gebruiksaanwijzing34De loogpomp reinigen1 Opgelet! De wasautomaat vóór het reinigen van de loogpompuitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen!0 1. Eerst leegmaken in noodgeval (zie het vorige hoofdstuk ”Leegmaken in noodgeval”).2. Leg voor het deksel van de loogpomp een doek op de grond. Het is immers niet uitgesloten dat er nog restwater uit de machine loopt.3. Schroef het deksel van de loogpomp tegen wijzerzin los (1) en verwijder het deksel (2).4. Vreemde voorwerpen uit het pomp-huis verwijderen.5. Controleer of het vleugelrad van de pomp nog kan draaien. (een onregel-matige loop van de pomp is niet abnormaal). Draait het vleugelrad in het geheel niet meer, neem dan con-tact op met de klantenservice.6. Plaats het deksel terug (1) (Druk de tussenstukken van het deksel in de geleidingsrails) en draai het deksel in wijzerzin terug vast (2).7.
Sluit de noodafvoerslang aan, schuif ze in de machine en bevestig.8. Sluit de klep.Extra spoelgang/loogafkoeling De wasautomaat is op een uiterst zuinig waterverbruik ingesteld. •Voor mensen die aan een allergie lijden, kan het echter nuttig zijn om met meer water te spoelen (extra spoelgang).
Gebruiksaanwijzing35•Het kan noodzakelijk zijn om het loogwater vóór het wegpompen te laten afkoelen om een beschadiging van de plastic afvoerleidingen te vermijden (loogafkoeling). Deze functies kan u met de meer-water-schakelaar instellen. 3 Door een extra spoelgang en/of loogafkoeling nemen het waterverbruik en de programmaduur toe. Stand “1”: loogafkoeling Het loogwater wordt vóór het wegpompen aan het einde van de hoofd-wasgang (door de toevoer van koud water) afgekoeld. (Deze instelling functioneert enkel bij WITTE/BONTE WAS in geval van een temperatuur hoger dan 40 °C.) Stand “2”: loogafkoeling en extra spoelgang Het loogwater wordt afgekoeld zoals in stand 1; bovendien wordt er bij de programma’s WITTE/BONTE WAS, KREUKHERSTELLEND en FIJNE WAS een extra spoelgang uitgevoerd. 3 Bij de levering van het toestel staat de meer-water-schakelaar in de stand 0.
Instructies voor plaatsing en aansluiting36INSTRUCTIES VOOR PLAATSING EN AANSLUITINGVeiligheidsvoorschriften voor de installatie•Kantel de wasautomaat niet op de voorzijde en niet op de linkerzijde (van voren gezien). Elektrische onderdelen zouden nat kunnen wor-den!•Controleer de wasautomaat op transportschade. Een beschadigd toe-stel mag u in geen geval aansluiten. Neem in geval van beschadiging contact op met uw leverancier.•Zorg ervoor dat alle delen van de transportbeveiliging verwijderd zijn en de spatwaterbescherming op het toestel is gemaakt, zie ”Trans-portbeveiliging verwijderen". Anders kan er tijdens het centrifugeren schade aan het toestel of aan in de nabijheid geplaatste meubels ont-staan.•De netstekker altijd in een reglementair geïnstalleerd geaard stop-contact steken.
Geen verlengsnoeren, aftakcontactdozen of adapters gebruiken.•In geval van een vaste aansluiting moet het toestel door scheidings-voorzieningen in de elektrische installatie (zekeringen, L-schakelaar, aardlekschakelaar e.d.) met contactopeningen van minstens 3 mm breed met alle polen van het elektriciteitsnet kunnen gescheiden worden. De vaste aansluiting mag enkel door een bekwame vakman geplaatst worden.•Ga vóór de ingebruikneming na dat de op het typeplaatje van het toestel vermelde nominale spanning en stroomsoort overeenkomen met de netspanning en de stroomsoort op de plaats van opstelling.
De vereiste elektrische zekering kan eveneens op het typeplaatje gevon-den worden.•De stekker uit het stopcontact trekken voor eventuele ombouwwerk-zaamheden aan het toestel (aan het werkblad of de voordeur).•De voedingsleiding mag enkel door de klantendienst of een hiertoe opgeleide vakman vervangen worden.
Instructies voor plaatsing en aansluiting38Opstelling van de machine3 Wasautomaten met gewelfd voorpaneel zijn niet geschikt voor onderbouw.Het toestel transporteren•Kantel de wasautomaat niet op de voorzijde en niet op de linkerzijde (van voren gezien). Anders zouden elektrische onderdelen nat kunnen worden.•Het toestel nooit zonder transportbeveiliging transporteren. De trans-portbeveiliging pas op de plaats van opstelling verwijderen! Transport zonder transportbeveiliging kan leiden tot beschadiging van het toe-stel.•De machine nooit aan de geopende laaddeur noch aan de sokkel optillen.•De machine heeft een gewicht van ca. 85kg.Bij transport met een steekwagen:•De steekwagen alleen van opzij aanbrengen. Het draagplateau van de steekwagen mag niet langer dan 24 cm zijn, anders kan de vlotter-schakelaar beschadigd worden.
Instructies voor plaatsing en aansluiting39De transportbeveiliging verwijderenOpgelet! Vóór opstelling en aansluiting van het toestel absoluut de transportbeveiliging verwijderen!Alle delen van de transportbeveiliging voor een mogelijk later transport (verhuizing) zorgvuldig bewaren.3 De speciale sleutel H en afsluitdopjes E (2 st.) en G (1 st.) worden met het toestel meegeleverd.0 1. Slanghouder A verwijderen.2. Twee schroeven B met speciale sleutel H verwijderen.3. Vier schroeven C verwijderen.4. Transportrail D verwijderen.5. De twee grote gaten met afsluitdopjes E afsluiten.Opgelet! De afsluitdopjes stevig aandrukken zodat ze in de achterwand vast komen te zitten (bescherming van het inwendige van het toestel tegen spatwater).6. Schroeven C weer in de vier kleine gaten schroeven.7. Schroef en drukveer F met speciale sleutel H verwijderen, gat met sluit-dopje G afsluiten.Opgelet!
Instructies voor plaatsing en aansluiting40De plaats van opstelling voorbereiden•De plaats van opstelling moet schoon en droog zijn, zonder resten van boenwas of andere gladde lagen zodat de machine niet weg-glijdt. Geen smeermiddelen als glijmiddel gebruiken.•De opstelling op hoogpolig tapijt of vloerbedekkingen met een rug van zacht schuimstof wordt niet aangeraden omdat daardoor de sta-biliteit van de machine niet gewaarborgd is.•Een in de handel verkrijgbare rubberen mat onder het toestel leggen ingeval de plaats van opstelling een vloer met kleine tegels heeft.•Kleine oneffenheden van de ondergrond nooit door het onder de machine leggen van hout, karton e.d.
compenseren maar alleen door instellen van de draaibare voetjes.•Wanneer het door plaatsgebrek niet kan vermeden worden dat het toestel vlak naast een gas- of kolenfornuis wordt opgesteld, moet er tussen het fornuis en de wasautomaat een warmte-isolerende plaat (85 x 57 cm) geplaatst worden die aan de zijde van het fornuis van aluminiumfolie is voorzien.•De wasautomaat mag niet in een ruimte met kans op vorst opgesteld worden. Vorstschade!•Toevoer- en afvoerslang mogen niet worden geknikt of gekneld.Opstelling op een betonnen sokkelBij de opstelling op een betonnen sok-kel moeten om veiligheidsredenen beslist standplaten worden gemon-teerd waarin de wasautomaat moet worden geplaatst. De standplaten zijn verkrijgbaar bij de klantenservice onder onderdeelnr.
645 425 058.Opstelling op een verende ondergrondBij een verende ondergrond, in het bijzonder een houten vloer met meeverende planken, een minstens 15 mm dikke, waterbestendige hou-ten plaat op minstens twee vloerbalken vastschroeven. Machine indien mogelijk in een hoek van de ruimte opstellen omdat de houten vloer daar het stevigst is en daardoor het minst tot resonantietrillingen neigt.
Instructies voor plaatsing en aansluiting41Oneffenheden van de bodem wegwerken Met behulp van de vier regelbare voetjes kunnen oneffenheden van de bodem weggewerkt en kan de hoogte aangepast worden over een bereik van +10 ... -5 mm.Gebruik de bijgevoegde speciale sleutel voor het verwijderen van de transportbeveiliging.0 1. De speciale sleutel op de zeskant van het voetje tot op het einde schui-ven.2. De voetjes zo afstellen dat het toestel horizontaal staat en vaststaat. Het toestel mag niet kunnen wiebelen bij belasting op een hoek.3. De opstelling indien nodig met een waterpas controleren. Opgelet! Kleine oneffenheden van de bodem nooit wegwerken door hout, karton of dergelijke aan te brengen maar wel door in principe de regelbare voetjes in te stellen. Elektrische aansluitingGegevens over netspanning, stroomsoort en de vereiste zekering vindt u op het type-plaatje.
Het typeplaatje bevindt zich boven of achter de deur.Bij een vaste aansluiting moet in de elektrische installatie een voorziening aangebracht worden waardoor het apparaat met een con-tactopeningsbreedte aan alle polen van minstens 3 mm van het elektri-citeitsnet gescheiden kan worden. Als geschikte scheidingsvoorzieningen gelden bijv. L-schakelaar, zeke-ringen (schroefzekeringen uit de fitting halen), aardlekschakelaar en beveiligingsinrichtingen. De vaste aansluiting mag alleen door een bevoegde vakman aangelegd worden.; Deze machine voldoet aan de volgende EG-richtlijnen–de "Laagspanningsrichtlijn" 73/23/EEG van 19-2-1973, inclusief wijzigingsrichtlijn 93/68/EEG–de "EMC-richtlijn" 89/336/EEG van 3-5-1989, inclusief wijzigingsrichtlijn 92/31/EEG
Instructies voor plaatsing en aansluiting42De wateraansluiting3 De wasautomaat beschikt over veiligheidsvoorzieningen die vervuiling van het drinkwater door terugstroming voorkomen en voldoen aan de voorschriften ten aanzien van de waterleiding (bv. voor Duitsland: DVGW-richtlijnen). Overige veiligheidsmaatregelen bij de installatie zijn daarom niet nodig.Opgelet! Een toestel voor aansluiting op koud water mag niet op warm water worden aangesloten!Toegestane waterdrukDe waterdruk moet minstens 1 bar (= 10N/cm2 = 0,1 MPa), hoogstens 10 bar (= 100N/cm2 = 1 MPa) bedragen.•Bij meer dan 10 bar: drukreduceerklep in de leiding opnemen.•Bij minder dan 1 bar: de toevoerslang aan de zijde van het toestel bij de magneetinlaatklep losschroeven en de debietregelaar verwijderen (daartoe de zeef met een punttang verwijderen en de er achter lig-gende rubberen schijf verwijderen).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux 61609 lavamat stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine AEG Electrolux
Alle AEG Electrolux Wasmachine handleidingen