Abarth 500e (2023) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Abarth 500e (2023) (316 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Abarth 500e (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Abarth |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 500e (2023) |
Handleiding Abarth 500e (2023) – volledige tekst
Beste klant,Wij feliciteren u en bedanken u voor het kiezen van de Abarth 500e. Wij hebben dit boekje samengesteld om u te helpen een volledig inzicht te krijgen in alle eigenschappen van uw auto. Dit boekje bevat informatie, adviezen en belangrijke waarschuwingen voor een juist gebruik van uw auto, zodat u het maximumuit de technologische eigenschappen van uw Abarth 500e kunt halen. Wij raden u aan het boekje in zijn geheel te lezen voordat u voor de eerste keer de weg op gaat, om bekend te raken met debedieningselementen; tegelijkertijd kunt u het gedrag van de auto op verschillende wegdekken begrijpen. Dit document bevat specificaties, speciale procedures en essentiële informatie voor de verzorging en het onderhoud van uwAbarth 500e op de langere termijn, en om er veilig en correct in te kunnen rijden.
Geadviseerd wordt het instructieboek, nadat u het gelezen hebt, in de auto te bewaren, zodat u het in de toekomst gemakkelijkkunt raadplegen en om ervoor te zorgen dat het aan boord van de auto blijft indien deze verkocht mocht worden. In het bijgesloten Garantieboekje vindt u ook een beschrijving van de Dealers Diensten die de fabrikant zijn klanten biedt, hetGarantiecertificaat en de details van de algemene voorwaarden voor het onderhoud van het voertuig. We weten zeker dat u op deze manier snel vertrouwd zult raken met uw nieuwe auto en dat u de door het Stellantis-teamaangeboden bijstand op prijs zult stellen. Veel leesplezier gewenst. En ook veel rijplezier. WAARSCHUWINGAlle versies van de Abarth 500e worden in dit Instructieboek beschreven.
Opties, uitrusting die bestemd is voorbepaalde markten of versies, worden niet expliciet in de tekst aangegeven: derhalve moet uitsluitend de informatiein beschouwing worden genomen die betrekking heeft op het uitrustingsniveau, de motor en de versie die u heeftaangeschaft.
Bijzonderheden die tijdens de fabricage van het model geïntroduceerd zijn, behalve het specialeverzoek om opties op het moment van de aanschaf, zullen aangegeven worden met de tekst (indien aanwezig). Degegevens in deze publicatie zijn slechts indicatief. Stellantis Europe S. p. A. kan op elk moment de in deze publicatiebeschreven specificaties van het automodel om technische of commerciële redenen wijzigen. Neem voor meerinformatie contact op met een dealer van het servicenetwerk.
BELANGRIJKE INFORMATIE!DE MOTOR STARTENWanneer het contactslot, met de versnellingsbak in de stand P (Parkeren), naar de stand ENGINE wordt gebracht, klinkt ereen geluidssignaal en wordt op het display van het instrumentenpaneel het bericht “READY” weergegeven om aan te gevendat het elektrische aandrijfsysteem van de Abarth 500e is gestart. De Abarth 500e is klaar om te rijden.ELEKTRISCHE ACCESSOIRESAls u na de aanschaf van de auto ervoor beslist om elektrische accessoires toe te voegen (met het risico op het geleidelijkontladen van de 12V-accu), neem dan contact op met een dealer van het servicenetwerk.
Het personeel van de dealer kande totale elektrische belasting berekenen en controleren of het elektrische systeem van de auto geschikt is voor het vereisteverbruik.GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDEen correct onderhoud van de auto is van essentieel belang om de prestaties en de veiligheidsfuncties van de auto, zijnmilieuvriendelijkheid en lage gebruikskosten gedurende langere tijd te garanderen.
GEBRUIK VAN HET INSTRUCTIEBOEKBEDIENINGSINSTRUCTIESTelkens wanneer er een instructie wordt gegeven die een richting betreft (links/rechts of vooruit/achteruit), moet deze richtinggezien worden vanuit het perspectief van de op de bestuurdersstoel gezeten persoon. Als een richting vanuit een anderperspectief gezien moet worden, wordt dit in de tekst aangegeven. De afbeeldingen in het Instructieboek zijn alleen bedoeld als voorbeeld: dit betekent dat sommige details van de afbeeldingmogelijk niet overeenkomen met de daadwerkelijke inrichting van uw auto. Bovendien is het Instructieboek geschrevenuitgaande van voertuigen met het stuurwiel aan de linkerkant; voor voertuigen met het stuur rechts is het dus mogelijk dat deplaats of de constructie van enkele bedieningselementen niet overeenkomt met het perfecte spiegelbeeld van de afbeelding.
Voor de identificatie van het hoofdstuk met de door u gewenste informatie kunt u de inhoudsopgave aan het eind van ditInstructieboek raadplegen. De hoofdstukken kunnen snel geïdentificeerd worden met behulp van de speciale grafische tabs rechts op alle onevengenummerde pagina’s. Enkele pagina's verderop vindt u een legenda door middel waarvan u de volgorde van de hoofdstukkenen de bijbehorende symbolen van de tabs kunt begrijpen. Aan de zijkant van alle even genummerde pagina’s wordt in elk gevalin tekstvorm een aanduiding gegeven van het huidige hoofdstuk. WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGSMAATREGELENTijdens het lezen van dit Instructieboek zult u een reeks WAARSCHUWINGEN aantreffen, gericht op het voorkomen vanhandelswijzen die uw auto kunnen beschadigen.
Ook worden er VOORZORGSMAATREGELEN aangegeven die strikt in acht moeten worden genomen om een onjuist gebruikvan de onderdelen van de auto, mogelijke oorzaak van ongevallen of letsel, te voorkomen. Alle WAARSCHUWINGEN en VOORZORGSMAATREGELEN moeten dus altijd nauwgezet worden nageleefd.
WAARSCHUWINGEN en VOORZORGSMAATREGELEN worden in de tekst aangeduid met de volgende symbolen:voor de veiligheid van personen;voor de intacte staat van de auto;voor de bescherming van het milieu. OPMERKING Deze symbolen zijn, indien nodig, naast de titel of aan het einde van de regel weergegeven en worden gevolgddoor een getal. Dat getal heeft betrekking op de overeenkomstige waarschuwing aan het einde van het betreffende hoofdstuk.
WIJZIGINGEN/MODIFICATIES AAN DE AUTOWAARSCHUWING Eventuele wijzigingen of modificaties aan de auto kunnen van grote invloed zijn op de veiligheid enwegligging ervan en kunnen ongevallen veroorzaken waarbij de inzittenden ernstig of dodelijk gewond kunnen raken. DOOR DE EIGENAAR AANGESCHAFTE ACCESSOIRESAls u na de aanschaf van de auto ervoor beslist om elektrische accessoires te installeren die een voortdurende elektrischevoeding behoeven (bijv. radio, satelliet anti-diefstalsysteem, enz. ) of accessoires die het elektrische systeem in elk gevalbelasten, neem dan contact op met een dealer van het servicenetwerk, waar het personeel zal controleren of het elektrischesysteem van de auto geschikt is voor het vereiste gebruik, of dat het moet worden aangevuld met een krachtigere 12V-accu.
WAARSCHUWING Let op bij de montage van extra spoilers, lichtmetalen velgen of niet-originele wieldeksels: deze accessoireszouden de ventilatie van de remmen kunnen beperken en van invloed kunnen zijn op de efficiëntie ervan bij herhaaldelijk hardremmen of op lange afdalingen. Zorg ervoor dat de beweging van de pedalen door niets wordt belemmerd (vloermatten, enz. ). INSTALLATIE VAN ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE APPARATENElektrische/elektronische apparaten die na aanschaf van de auto door de aftersalesservice worden gemonteerd, moetenvoorzien zijn van de markering. Stellantis Europe S. p. A. geeft toestemming voor de installatie van zend-/ontvangstapparatuur, op voorwaarde dat deze dooreen gespecialiseerd bedrijf, op vakkundige wijze en overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant wordt uitgevoerd.
WAARSCHUWING In geval er apparatuur wordt geïnstalleerd die de kenmerken van de auto wijzigt, kan het kentekenbewijsdoor de bevoegde instanties ingenomen worden. Dit kan ook leiden tot het vervallen van de garantie met betrekking totdefecten die direct of indirect kunnen worden veroorzaakt door de voornoemde wijziging. Stellantis Europe S. p. A.
kan nietaansprakelijk worden gesteld voor schade die het gevolg is van de installatie van accessoires die niet door de fabrikant zijngeleverd en/of aanbevolen en/of die niet conform de verstrekte aanwijzingen zijn geïnstalleerd. RADIOZENDERS EN MOBIELE TELEFOONSRadiozendapparatuur (autotelefoons, CB-zenders, amateurradio’s, enz. ) mag niet in de auto gebruikt worden, tenzij er op hetdak een aparte antenne wordt gemonteerd.
De zend- en ontvangstkwaliteit van deze apparatuur kunnen mogelijk beperkt worden door het afschermende effect van decarrosserie van de auto. Voor wat betreft het gebruik van mobiele telefoons (GSM, GPRS, UMTS, LTE) met het officiële EU-keurmerk, wordt verwezen naar de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de mobiele telefoon.WAARSCHUWING Het gebruik van deze apparaten in de auto (zonder buitenantenne) kan storingen in de elektrische systemenvan de auto veroorzaken. Dit kan de veiligheid van de auto in gevaar brengen en een potentieel gevaar voor de gezondheid vande passagiers vormen.
15WERKINGSPRINCIPEHet aandrijvingssysteem van de Abarth500e wordt volledig gevoed door deenergie van de oplaadbare lithium-ion hoogspanningsaccu van de auto.Anders dan bij traditionele of hybrideauto's, heeft deze auto geen interneverbrandingsmotor.De Abarth 500e gebruikt de elektrischeenergie die in de hoogspanningsaccu isopgeslagen en geen brandstof. Dezeaccu levert de energie die nodig is omde auto in beweging te brengen endaarom moet die voor gebruik wordenopgeladen. Als de hoogspanningsaccuhelemaal leeg is, zal de auto nietstarten.Deze auto heeft ook een 12V-accu, vanhetzelfde type als die van auto’s metinterne verbrandingsmotoren.
Als de12V-accu volledig leeg is, zal de autoniet starten.De 12V-accu levert het vermogenvoor de traditionele elektrischesystemen: lichten, ruitenwissers,veiligheidssystemen (airbags engordelspanners), audiosysteem, enz.De hoogspanningsaccu voorzietde elektrische motor en dehulpsystemen op hoogspanning vanstroom (verwarming, elektrischeaircocompressor enz.). Deelektronische omzetter die het 12V-systeem voor de algemene werking vande auto voedt, wordt ook gevoed doorde hoogspanningsaccu en laadt ook de12V-accu op.De accu kan worden opgeladendoor de laadaansluiting van de autodoor middel van de laadkabel teverbinden met het stopcontact.
Deaccu kan worden opgeladen doorde laadaansluiting van de auto doormiddel van de laadkabel te verbindenmet het stopcontact.De hoogspanningsaccu wordt ookgedeeltelijk opgeladen tijdens het rijdenals wordt gedecelereerd of geremd.In deze fasen wordt de accu via deelektrische motor opgeladen doorregeneratie. Dit is een efficiënte maniervan opladen, omdat de kinetischeenergie van de auto gebruikt wordt enwordt omgezet in elektrische energievoor het opladen.Elektrische auto's hebben specifiekegebruikskenmerken. Het is goedhiermee bekend te raken voor optimaleprestaties.De auto is milieuvriendelijk omdat hijgeen uitlaatgassen afgeeft en derhalvenul CO2-emissies heeft.
17HOOGSPANNINGSACCUDe hoogspanningsaccu bevindt zichin het onderste gedeelte van deauto, op een centrale plaats, en isonderhoudsvrij. 6 AB0A0589A. HoogspanningskabelsDe hoogspanningsaccu is eenlithiumionaccu. Lithiumionaccu’s bieden de volgendevoordelen:ze zijn veel lichter dan anderesoorten oplaadbare accu’s van gelijkeafmetingenze handhaven het oplaadniveaulangerze hebben geen geheugeneffect,waardoor ze niet volledig hoevente ontladen alvorens ze wordenopgeladen, wat bij andere soorten accuwel het geval isze kunnen worden opgeladen enontladen en de oplaadtijden variërenafhankelijk van het thuis of openbaaropladen en van het vermogenDe hoogspanningsaccu’s van deAbarth 500e hebben een nominalespanning van 350V. De hoogspanningsaccu is voorzienvan temperatuurregelsystemendie verzekeren dat hij functioneertonder de voor zijn werking optimaletemperatuuromstandigheden.
De auto is uitgerust met eenveiligheidsvoorziening die de activeringvan het hoogspanningssysteemverhindert. Deze voorziening wordtmeestal gebruikt door de dealers vanhet servicenetwerk voor het reparerenen onderhouden van de auto. 1)1) 2) 3) 4)1) 2)AFVOER VANHOOGSPANNINGSACCU’SDe hoogspanningsaccu is ontworpenom de levensduur van de auto mee tegaan. Neem contact op met een dealervan het servicenetwerk als de accumoet worden vervangen. OPMERKING De auto heeft eenhoogspanningslithiumionaccu. Bij eenverkeerde afvoer van dit type accukunnen ernstige brandwonden, eenelektrische schok en milieuschadeoptreden. In overeenstemming metnationale en internationale wet- enregelgeving voor accu's, garandeertde fabrikant een gepaste inzamelingvan dit onderdeel in samenwerkingmet gekwalificeerde verwerkers diede accu's op de juiste wijze kunnenafvoeren.
ALGEMENE INFORMATIEDe auto is ook voorzien van eenaccuregelsysteem voor:een veilige werking;een optimale actieradius;een optimale levensduur van dehoogspanningsaccu. OPMERKING Bij het starten enuitschakelen van de auto kunt u vanbinnenuit een klik waarnemen.
KENNISMAKING MET DE AUTO18omdat de accuprestaties buiten dittemperatuurbereik afnemen. BEDRIJFSMODUSNet als bij een auto met automatischeversnellingsbak is het koppelingspedaalafwezig en moet u eraan wennen dat uuw linkervoet niet hoeft te gebruiken. Als u tijdens het rijden uw voet van hetgaspedaal neemt of het rempedaalintrapt, genereert de motor tijdensde deceleratie stroom die gebruiktwordt om de auto af te remmenen de hoogspanningsaccu op teladen. Verwijs naar paragraaf “ModuseBraking” van hoofdstuk “Starten enrijden”. Speciaal geval: nadat dehoogspanningsaccu volledig isopgeladen en tijdens de eerstekilometers van gebruik van de auto,bevindt de uitlaatrem zich in eentijdelijke conditie van verminderdeefficiëntie. Pas uw rijgedragdienovereenkomstig aan. 5) 6) 7)Tijdens het rijden, kunt u dekeuzeschakelaar (A) afb. 7 op detunnelconsole activeren.
Met dezeschakelaar kunt u drie verschillenderijmodi instellen, op basis van uwrijbehoeften:SCORPION TRACKSCORPION STREETTURISMOVia de boordelektronica regelthet apparaat het dynamischeregelsysteem van de auto (motor,ESC-systeem), en de communicatiemet het instrumentenpaneel. Dekeuzeschakelaar is van het type“aangehouden actie” en keert terugnaar de middelste stand wanneer hijwordt losgelaten. De inschakeling vande vereiste rijmodus wordt op hetdisplay van het instrumentenpaneelgemeld met een specifiek bericht. Het systeem staat u niet toe om derijmodus te wijzigen als u de prestatiesvan de elektrische motor drastischvermindert (zie de paragraaf inzake deprestatiebeperking). Wanneer de motorwordt gestart, handhaaft het systeemmeestal in de rijmodus die actief wasvoordat de auto werd gestopt. De standaard werkwijze is “SCORPIONTRACK”.
Om terug te keren naarde modus “SCORPION STREET”moet de schakelaar eenmaal naarhet instrumentenpaneel toe wordengeduwd en losgelaten; duw deschakelaar een tweede keer naar hetdashboard toe en laat hem los om naarde modus “SCORPION TRACK” terugte keren. Rijmodusselectie is niet beschikbaar in“Prestatiebeperking - Modus Turtle”. 7 AB0A0490Modus “SCORPIONTRACK”In de modus “SCORPIONTRACK” heeft de auto geenprestatiebeperkingen en kan er snelgereden worden met gebruik van hetvolledige vermogen en koppel van hettractiesysteem. In deze modus is hetenergieverbruik van de auto afhankelijkvan de rijstijl. In de modus “SCORPION TRACK”zal de auto bij de vrijgave van hetgaspedaal vertragen met eenmotorremeffect, vergelijkbaar metdat van een traditioneel voertuig. Tijdens deze fase wordt de.
19hoogspanningsaccu gedeeltelijkopgeladen (regeneratie). Wanneer in “SCORPION TRACK”de eentraps-versnellingsbak op Dstaat, moet het rempedaal wordeningetrapt om de auto stilstaand tehouden (functie “One Pedal Driving”niet beschikbaar). Ook is de functie “creeping”beschikbaar. Wanneer het rempedaalwordt vrijgegeven, begint de autode beweging vooruit (met deversnellingsbak op “D”) of achteruit(met de versnellingsbak op “R”). In ditgeval moet het gaspedaal niet ingetraptworden. Modus “SCORPIONSTREET”Met de selectie van de modus“SCORPION STREET” heeft de autogeen prestatiebeperkingen en kan ersportief gereden worden met gebruikvan het volledige vermogen en koppelvan het aandrijvingssysteem. WAARSCHUWING In de modus“SCORPION STREET” wordt op hetgaspedaal de functie “One PedalDriving” geactiveerd. In dit gevalkan de auto versnellen, afremmenen stoppen met alleen de actie ophet gaspedaal.
Zie paragraaf “OnePedal Driving” in hoofdstuk “Demotor starten”. Deze modus heeft deneiging de energieterugwinning tijdenshet afremmen van het voertuig temaximaliseren. OPMERKING In deze modus is defunctie “creeping” niet actief. OPMERKING Wanneer, bij deeentraps-versnellingsbak in D, defunctie “One Pedal Driving” actief is ende auto staat stil, is het niet nodig omhet rempedaal in te trappen om deauto stilstaand te houden. Modus “TURISMO”Wanneer de modus “TURISMO” wordtgeselecteerd, worden de acceleratievan het voertuig en de kenmerken vande topsnelheid geoptimaliseerd vooreen meer comfortabele en efficiënterijervaring. De topsnelheid wordtelektronisch gelimiteerd naar 150km/uur. WAARSCHUWING In de modus“TURISMO” wordt op het gaspedaalde functie “One Pedal Driving”geactiveerd. In dit geval kan de autoversnellen, afremmen en stoppen metalleen de actie op het gaspedaal.
OPMERKING In de modus “TURISMO”is de functie “creeping” nietbeschikbaar. OPMERKING Wanneer, bij deeentraps-versnellingsbak in D, defunctie “One Pedal Driving” actief is ende auto staat stil, is het niet nodig omhet rempedaal in te trappen om deauto stilstaand te houden. OPMERKING Ook als de “OnePedal Driving” actief is, zal het doormiddel van het rempedaal bedienderemsysteem normaal functioneren. Prestatiebeperking -Modus TurtleDe modus “TURTLE” wordtautomatisch geactiveerd wanneerhet resterende actiebereik minderdan 24 km bedraagt, maar kanin noodgevallen tijdelijk wordenuitgeschakeld (bijvoorbeeld bij hetnaderen van een kruispunt) door hetgaspedaal snel en volledig in te trappen(functie kick-down). Actiebereik: 24-16 kmOranje indicator laadstatushoogspanningsaccu, symbool ophet display van het instrumentenpaneelbrandt gedurende 6 seconden.
De achterruitverwarmingen de verwarming van de voorruit,buitenspiegels en stoelen wordenautomatisch uitgeschakeld(maar kunnen handmatig wordeningeschakeld, indien nodig). Actiebereik: ≈0 km (noodtoestand)Rode indicator laadstatushoogspanningsaccu, symbool ophet display van het instrumentenpaneelknippert. Maximale snelheid: 70 km/uur. De klimaatregeling wordtuitgeschakeld en de ventilator enhet snel ontdooien kunnen wordeningeschakeld. De achterruitverwarmingen de verwarming van de voorruit,buitenspiegels en stoelen wordenautomatisch uitgeschakeld(maar kunnen handmatig wordeningeschakeld, indien nodig). OPMERKING De snelheidsbeperkendemodus “TURTLE” wordt geactiveerdzodra de snelheid van de auto lager isdan 70 km/u. De snelheidslimieten vande modus Turtle worden gedeactiveerdwanneer de Speed Limiter of deCruisecontrol actief zijn of wanneer hetgaspedaal volledig wordt ingetrapt.
Indergelijke gevallen kan de auto een“terugwinningsstrategie” toepassenen de prestaties en de acceleratiebeperken om de integriteit enduurzaamheid van de accu tebehouden. De prestaties van de autozullen na een aantal minuten volledigworden hersteld. Dit gedrag van deauto moet niet als een fout of eenstoring worden ervaren. WAARSCHUWING1)Het aandrijfsysteem van deelektrische auto is verbonden met dehoogspanningsaccu en als het systeemactief is, worden de componentenmet hoogspanning gevoed. Neemde waarschuwingen op de labelsop de auto in acht als toegang totde motorruimte wordt verkregen. Werkzaamheden aan of wijzigingen vanhet elektrische hoogspanningssysteemvan de auto (onderdelen, kabels,stekkers, hoogspanningsaccu) zijn striktverboden voor de veiligheid. Neem in datgeval contact op met een dealer vanhet servicenetwerk.
21productie van hitte of rook, ontploffing oflekkage van elektrolyt optreden.3)Als de auto wordt gesloopt zonder dehoogspanningsaccu te verwijderen, kancontact met hoogspanningscomponenten,kabels en stekkers zeer gevaarlijkeelektrische schokken tot gevolg hebben.4)Als de hoogspanningsaccu niet opcorrecte wijze wordt afgevoerd, zou hijelektrische schokken kunnen veroorzakendie kunnen resulteren in ernstig letsel of dedood.5)In geen geval mag de motorrem eenvervanging zijn voor het intrappen van hetgaspedaal.6)In geval van slecht weer enoverstroomde wegen: Rijd niet op eenoverstroomde weg als het waterpeil hogerstaat dan de onderste rand van de velgen.7)Plaats, in verband met de stille werkingvan uw elektrische auto, de versnellingaltijd in stand P, activeer de elektrischeparkeerrem en zet de motor af, voordat ude auto verlaat.
GEVAAR VOOR ERNSTIGLETSEL.BELANGRIJK1)De hoogspanningsaccu mag alleenworden losgekoppeld door gekwalificeerdpersoneel van een dealer van hetservicenetwerk.BELANGRIJK1)De accu mag niet door uzelf wordenweggegooid. Als de auto wordt gesloopt,moet hij naar een dealer van hetservicenetwerk worden gebracht voorde verwijdering en correcte verwerkingvan de hoogspanningsaccu door hetpersoneel van een dealer van het FiatServicenetwerk dat beschikt over detechnische bekwaamheden om volledigveilig te kunnen werken.2)De spanningsvoerende onderdelenvan de auto zijn gemarkeerd door labelsmet veiligheidswaarschuwingen. Dehoogspanningsaccu heeft een labelwaarop dit gevaar wordt aangegeven.
De huidige instelling kan gewijzigdworden via het menu van het displayof het Uconnect™ systeem (zie“Instellingen” in paragraaf “Modusvoertuig” van hoofdstuk “Multimedia”),om het systeem alleen hetbestuurdersportier te laten openen ofalle portieren bij de eerste druk op deknop op de afstandsbediening. Verwijsvoor meer informatie naar paragraaf“Display” van hoofdstuk “Kennismakingmet het instrumentenpaneel”. Vergrendeling van portieren enbagageruimteDruk kort op knop : vergrendelingvan de portieren en de bagageruimtemet plafondverlichting uit en eenmaalknipperen van de richtingaanwijzers(indien aanwezig). Indien een of meer portieren geopendzijn, worden de portieren vergrendelden wordt dit aangegeven door het snelknipperen van de richtingaanwijzers(waar aanwezig). De deuren bereidenzich voor op vergrendeling, die inwerking treedt op het moment dat zijgesloten worden.
Lichten aanDruk op knop om het stadslichten de koplampen op afstand in teschakelen, gedurende maximaal 90seconden. Dit is bijvoorbeeld handig om hetvoertuig terug te vinden in een drukkeparkeergarage. Druk nogmaals op knop of naafloop van de 90 seconden, de eerderingeschakelde lichten gaan uit (als defunctie parkeerlicht al was ingeschakelddan blijft dat zo). Als, na het verstrijkenvan 90 seconden, de knop wordtingedrukt, blijven de koplampen en destadslichten nog 30 seconden langerbranden. LEGE BATTERIJAls de batterij van de sleutel bijna leegis, zal de auto dit detecteren en wordter op het instrumentenpaneel eenbericht weergegeven.
KENNISMAKING MET DE AUTO24WAARSCHUWING De batterijduur issterk afhankelijk van het gebruik.BATTERIJ VERVANGEN3)Ga als volgt te werk om de batterij tevervangen:pak de sleutel vast bij de onderkant(A) afb. 10 (de zijde zonder knoppen)en gebruik de vingertoppen om hetdekseltje in de richting van het gat vande sleutelhanger te verplaatsen, tot delipjes worden vrijgegeven (beweging(1));verwijder het onderste dekseltje doorhet voorzichtig op te tillen (beweging (2)afb. 10);10 F0S1231trek de rand van de metalen sleutel(B) afb. 11 omhoog tot aan de vrijgaveen neem hem weg;verwijder het beschermende kapjevan de batterij (C) afb. 11;11 F0S1232til het bevestigingslipje (C) afb.
12 opdoor kracht te zetten op de uitsparingop het uiteinde van de sleutel, aan dezijde van de sleutelhanger (beweging(3));neem de batterij uit (D).12 F0S1233De vervangende batterij moet in hetvakje van de oude batterij geplaatstworden; let op de aanduidingen van depolariteit in de elektrische sleutel in achtte nemen. Schuif en druk de batterijdan in de voorziene zitting.Plaats het beschermende kapje vande batterij terug.Plaats de metalen baard terug in deelektronische sleutel.Plaats het dekseltjes terug en zorgervoor dat het correct op de sleutelwordt bevestigd.WAARSCHUWING Het vervangen vande batterij moet zorgvuldig gedaanworden, om de elektronische sleutelniet te beschadigen.NOODSLEUTELHOUDERDe noodsleutel (B) afb. 11 kan in deoplaadhouder worden aangebracht.Open de klep van de oplaadhouder enverwijder de houder (A) afb. 13.
25VERZOEK OM EXTRASLEUTELSOm te garanderen dat de motor starten het voertuig correct werkt, alleenelektronische sleutels gebruiken diespeciaal gecodeerd zijn voor deelektronica van het voertuig. Als een elektronische sleutel voor eenbepaald voertuig gecodeerd is, kandeze niet gebruikt worden voor anderevoertuigen. DuplicaatsleutelsAls een nieuwe sleutel metafstandsbediening of een nieuweelektronische sleutel nodig is, ga dannaar een dealer van het servicenetwerken neem een identiteitsbewijs en deeigendomsdocumenten van de automee. WEARABLE KEYDe auto kan optioneel worden voorzienvan een extra, zeer kleine, lichtgewichtelektronische voorziening die alspassieve sleutel functioneert (zonderknoppen). 14 F0S1230De Wearable Key is waterdicht (tot15 meter diepte gedurende 1 uur)en kan daarom gebruikt wordentijdens activiteiten buiten of sportieveactiviteiten in het algemeen.
Alle in dezehandleiding voor de elektronischesleutel gegeven aanwijzingen zijn ookvan toepassing voor de Wearable Key,met uitzondering van de functies die deaanwezigheid van knoppen betreffenen de procedure voor de vervangingvan de batterij. WAARSCHUWING De WearableKey mag niet gebruikt worden bijdiep duiken of bij andere activiteitenmet snel bewegend water (zoalswaterskiën, duiken, kitesurfen, enz. ). WAARSCHUWING De batterij vande Wearable Key kan niet vervangenworden. Als de inwendige batterijniet meer voldoende is geladen,neem dan contact op met een dealervan het servicenetwerk en volg deprocedure “Verzoek extra sleutels”. Denoodzaak voor de vervanging van debatterij wordt aan de eigenaar gemeldzoals hierboven beschreven voor deelektronische sleutel in paragraaf “Legebatterij”. WAARSCHUWING8)De accu niet inslikken. Gevaar voorchemische brandwonden. De sleutelsbevatten een kleine accu.
De accukan binnen 2 uur ernstige inwendigebrandwonden veroorzaken en een dodelijkgevolg hebben als deze wordt ingeslikt. Houd nieuwe en uitgeputte accu’s buitenbereik van kinderen.
Gebruik het productniet langer en bewaar het buiten bereik vankinderen als het batterijvak niet lang goedsluit. Win onmiddellijk medisch advies in uvan mening bent dat accu’s ingeslikt of inhet lichaam aangebracht zijn. BELANGRIJK2)De elektronische onderdelen in desleutels kunnen beschadigen als de sleutelaan sterke schokken wordt blootgesteld. Om een correcte werking van deinwendige elektronische componentente garanderen, mag de sleutel nooit aandirect zonlicht blootgesteld worden.
KENNISMAKING MET DE AUTO263)Leg de autosleutel niet in het vak voordraadloos laden: gevaar voor storing vanhet toegangs- en startsysteem. BELANGRIJK3)Lege accu’s moeten overeenkomstigde wet in speciale bakken gedeponeerdworden. Ze kunnen ook ingeleverd wordenbij het servicenetwerk dat voor hunverwijdering zal zorgen. CONTACTSLOTWERKING9) 10) 11)Om de startinrichting (A) afb. 15 teactiveren, moet de elektronische sleutelzich in de passagiersruimte bevinden. Het contactslot wordt ook geactiveerdals de elektronische sleutel zich in debagageruimte of op de hoedenplankbevindt. 15 AB0A0604Het contactslot kan de volgendestatussen hebben:STOP: de motor is uitgeschakeld. Enkele elektrische systemen (bijv. centrale portiervergrendeling, alarmenz. ) blijven nog beschikbaar;ENGINE: rijstand. Alle elektrischeapparaten/systemen zijn beschikbaar.
Deze status kan geselecteerd wordendoor eenmaal op de knop van destartinrichting te drukken, zonder hetrempedaal in te trappen;START: de motor starten. 12) 13)OPMERKING Het contactslot wordtNIET geactiveerd als de elektronischesleutel zich in de bagageruimte bevindten de achterklep openstaat. OPMERKING Wanneer er, bijstartinrichting op ENGINE, 30 minutenverstrijken met de versnellingsbak op P(Parkeren) en afgezette motor, zal destartinrichting automatisch verplaatstworden naar de stand STOP. OPMERKING Wanneer er, bijstartinrichting op ENGINE, 15 minutenverstrijken met de versnellingsbakop N (vrijstand), afgezette motor enstilstaande auto, zal de startinrichtingautomatisch verplaatst worden naar destand STOP. OPMERKING Het is mogelijk om deauto bij gestarte motor te verlaten ende elektronische sleutel met u mee tenemen. De motor zal blijven lopen.
OPMERKING Als de inrichting de autouitschakelt, raadpleeg dan paragraaf“Display” van hoofdstuk “Kennismakingmet het instrumentenpaneel”, indienaanwezig, en neem zo spoedigmogelijk contact op met hetservicenetwerk. Verwijs voor meerinformatie over het starten van demotor naar de inhoud van paragraaf“De motor starten” van hoofdstuk“Starten en rijden”. OPMERKING Als de elektronischesleutel in de auto achterblijft, kan hijgedeactiveerd worden voor starten. Doe hiervoor het volgende:sluit alle portieren en de achterklep;druk tweemaal op devergrendelingsknop op eenandere sleutel, of op de knop onderde handgreep met een andereelektronische sleutel, en wachtten minste 3 seconden tussen dedrukbewegingen;wacht 30 seconden, zonder de autote ontgrendelen of de portieren teopenen.
27of moet de auto ontgrendeld wordenmet een geactiveerde elektronischesleutel. WAARSCHUWING9)Aftermarket-werkzaamheden waarbijwijzigingen van de stuurinrichting of destuurkolom betrokken zijn (bijv. bij montagevan een alarmsysteem) zijn ten strengsteverboden. Dergelijke werkzaamhedenkunnen de prestaties van het systeem,de garantie en de veiligheid in gevaarbrengen waardoor de auto niet meer aande typegoedkeuring voldoet. 10)Als er geknoeid is met het contactslot(bijv. een diefstalpoging), laat het dancontroleren door een dealer van hetservicenetwerk voordat er verder geredenwordt. 11)Neem de sleutel altijd mee als hetvoertuig wordt verlaten, om te voorkomendat iemand onverhoeds gebruik van debedieningselementen maakt. Vergeet nietde elektrische parkeerrem in te schakelen. Laat kinderen nooit zonder toezicht in deauto achter.
12)Schakel de elektrische parkeerremALTIJD in met de schakelaar op detunnelconsole, voordat u het voertuigverlaat. Plaats de versnelling op P(parkeren) en plaats het contactslot in destand STOP. Vergrendel altijd de portierenals u de auto verlaat. 13)Laat de elektronische sleutel nietachter in of in de nabijheid van de autoof op een voor kinderen bereikbareplaats. Laat de auto niet achter met destartinrichting in de stand ENGINE. Eenkind zou de elektrische ruitbediening ofandere bedieningselementen kunnenactiveren of het voertuig zelfs kunnenstarten. SENTRY KEY®Het Sentry Key®-systeem voorkomtonbevoegd gebruik van de auto doorde start van de motor te belemmeren. Het systeem hoeft niet te wordenin-/uitgeschakeld: de werking isautomatisch, onafhankelijk van het feitof de portieren van het voertuig al danniet zijn vergrendeld.
Wanneer de startinrichting naarENGINE wordt gedraaid, identificeerthet Sentry Key®-systeem de codedie door de sleutel wordt verzonden. Als de code als geldig herkend wordt,maakt het Sentry Key®-systeem hetstarten van de motor mogelijk.
Wanneer de startinrichting weer naarSTOP wordt verplaatst, deactiveert hetSentry Key®-systeem de regelmodulevan de motor, zodat de motor nietgestart kan worden. Zie voor de correcte procedures voorhet starten van de motor paragraaf "Demotor starten" van hoofdstuk "Startenen rijden". ONREGELMATIGEWERKINGAls de code van de sleutel, tijdens hetstarten, niet correct herkend wordt,wordt op het instrumentenpaneelhet pictogram weergegeven(zie de aanwijzingen van paragraaf"Waarschuwingslampjes en berichten"van hoofdstuk “Kennismaking methet instrumentenpaneel"). Dezeomstandigheid leidt er toe dat de motorna 2 seconden wordt uitgeschakeld. Draai het contactslot in dat geval naarSTOP en daarna naar ENGINE; alsde motor geblokkeerd blijft, probeerhet dan met de andere bijgeleverdesleutels. Neem contact op met eendealer van het servicenetwerk als demotor nog steeds niet gestart kanworden.
Als tijdens het rijden het pictogramwordt weergegeven, betekent dit dathet systeem een zelfdiagnose uitvoert(bijv. als gevolg van een spanningsval). Neem, als het probleem aanhoudt,contact op met een dealer van hetservicenetwerk.
KENNISMAKING MET DE AUTO28ALARMIN WERKING TREDINGALARMHet alarm treedt in de volgendegevallen in werking:wanneer een van deportieren/motorkap/achterklepongeoorloofd wordt geopend(omtrekbeveiliging);bediening van de startinrichting meteen sleutel die niet gevalideerd is. De inwerkingtreding van het alarmveroorzaakt de activering van de claxonen de richtingaanwijzers. WAARSCHUWING De functie voorstartonderbreking wordt gegarandeerddoor het Sentry Key®-systeem, datautomatisch ingeschakeld wordtwanneer u uitstapt, de elektronischesleutel met u meeneemt en deportieren sluit. WAARSCHUWING De werking van hetdiefstalalarm is marktgebonden en kandus per land verschillen. INSCHAKELEN VAN HETALARMRicht, bij gesloten portieren, motorkapen achterklep en met het contactslot instand STOP, de elektronische sleutelnaar de auto en druk kort op de knop.
Het alarm kan ook wordeningeschakeld door te drukkenop de knop "portierslot" op debuitenhandgreep van het portier. Zievoor meer informatie de paragraaf"Passive Entry" van hoofdstuk"Portieren". Het systeem geeft een visueel enakoestisch signaal (indien aanwezig)en maakt het vergrendelen van deportieren mogelijk. Voordat het alarm wordt geactiveerd,wordt een zelfdiagnose uitgevoerd:als een storing wordt gevonden,dan weerklinkt nogmaals eengeluidssignaal. Als er na de inschakeling van het alarmeen tweede geluidssignaal klinkt, wachtdan ongeveer 4 seconden en schakelhet alarm uit met druk op de knop ,controleer of de portieren, motorkapen achterklep goed gesloten zijn enschakel het systeem weer in door tedrukken op de knop.
Wanneer, zelfs bij goed geslotenportieren, motorkap en achterklep,een waarschuwing klinkt, dan is ereen storing in de werking van hetsysteem gevonden, neem in dat gevalcontact op met een dealer van hetservicenetwerk. De vergrendeling van de portierenzonder activering van het alarmis ook altijd mogelijk door deportieren door middel van denoodvergrendelingsprocedure tevergrendelen.
Zie voor meer informatieparagraaf “Noodopening en -sluiting”van hoofdstuk “Portieren”. WAARSCHUWING Het alarm, alsdit eerder geactiveerd was, zalniet gedeactiveerd worden als dedeuren worden ontgrendeld door demetalen baard in het slot van hetbestuurdersportier te steken. Het alarmkan gedeactiveerd worden door hetcontactslot in ENGINE te draaien of opde knop op de afstandsbediening tedrukken. HET ALARMUITSCHAKELENDruk op knop. De volgendehandelingen worden verricht:de richtingaanwijzers knipperen tweekeer kort (indien aanwezig);er klinken twee korte geluidssignalen(indien aanwezig);de portieren worden ontgrendeld. Voor uitvoeringen met de functiePassive Entry kan het alarm wordenuitgeschakeld door de bezitter van desleutel door op de ontgrendelingsknopvan het portier op de buitenhandgreep.
29te drukken. Zie voor meer informatiede paragraaf "Passive Entry" vanhoofdstuk "Portieren".BUITEN WERKINGSTELLEN VAN HETALARMOm het alarm volledig buiten werkingte stellen (bijv. als het voertuig langetijd niet wordt gebruikt), sluit deportieren dan door middel vande noodvergrendelingsprocedurebeschreven in hoofdstuk “Portieren”.WAARSCHUWING Als de batterijenvan de sleutel met afstandsbedieningleeg raken of er sprake is van eensysteemstoring, kan het alarm wordenuitgeschakeld door het contactslot inde stand ENGINE te plaatsen.PORTIERENPORTIERENVAN BINNENUITVERGRENDELEN /ONTGRENDELENCentrale vergrendeling /ontgrendelingIndien aanwezig, zal de functie“Autoclose” de automatischevergrendeling van de portierenautomatisch activeren wanneerde snelheid van 20 km/uur wordtoverschreden. Als deze functieniet aanwezig is, gebruik dan debetreffende knop (A) afb.
16 op hetmiddelste dashboard om de portierente vergrendelen/ontgrendelen.Indien aanwezig, kan defunctie “Autoclose” wordeningeschakeld/uitgeschakeld doormiddel van het Uconnect™-systeem(zie “Portieren & Vergrendelingen”in paragraaf “Modus voertuig” vanhoofdstuk “Multimedia”).De portieren kunnen in elk gevalvergrendeld worden door middel vande knop (A) op het middelstedashboard. De led van de knop gaatbranden om de vergrendeling tebevestigen. Druk, bij vergrendeldeportieren, nogmaals op de knop omze te ontgrendelen. De led van deknop gaat uit om de ontgrendeling tebevestigen.16 AB0A0554Het portier openenHet portier kan geopend worden doorte drukken op de knop (B) afb. 17 diezich boven elk portier bevindt. Als defunctie aanwezig is, zal het drukken opde knop boven één van de portierenhet betreffende portier openen en deandere portieren en de achterklepontgrendelen.
De functie moetgeactiveerd worden in het menu ophet display van het instrumentenpaneelof door middel van het Uconnect™-systeem (zie “Instellingen” in paragraaf“Modus voertuig” van hoofdstuk“Multimedia”).
KENNISMAKING MET DE AUTO3017 AB0A0513Druk binnen twee seconden driemaalop de knop (B) afb. 17 om het portierte openen bij snelheden boven de5 km/uur (om een spontane openingvan het portier tijdens het rijden tevoorkomen). Bij snelheden lager dan5 km/uur zal het portier bij de eerstedruk op de knop openen. De rodeled rond de knop gaat branden alshet portier is vergrendeld en gaat uitwanneer het portier wordt ontgrendeld. PORTIERENVAN BUITENAFVERGRENDELEN /ONTGRENDELENVan buitenaf vergrendelenDruk, bij gesloten portieren, op de knopop de sleutel. Het portierslot kan ook geactiveerdworden als alle portieren en deachterklep geopend zijn. Als er op de knop op de sleutelwordt gedrukt, worden alle slotengesloten, inclusief dat van de openachterklep. Wanneer het open portierof de open achterklep wordt gesloten,wordt hij vergrendeld en kan hij nietmeer van buitenaf geopend worden.
Van buitenaf ontgrendelenDruk op de knop voor opening opde sleutel. Trek vervolgens aan dehandgreep (E) afb. 18 op een vande twee portieren om in de auto testappen. PASSIVE ENTRY4)Het Passive Entry-systeem kan deaanwezigheid van een elektronischesleutel in de buurt van de portierenidentificeren. Met dit systeem kunnen deportieren (en de achterklep)vergrendeld/ontgrendeld worden,zonder dat er op een knop op deelektrische sleutel gedrukt hoeft teworden. Als het systeem de buiten de autogedetecteerde elektronische sleutel alsgeldig identificeert, kan de bezittervan de sleutel eenvoudig aan dehandgreep (E) afb. 18 van het portieraan de bestuurderszijde trekken om hetalarm uit te schakelen en het portierte openen. De andere portieren en deachterklep worden ontgrendeld.
18 F0S1100Indien de functie aanwezig is, ishet door middel van de knop op hetbestuurdersportier mogelijk om alleenhet portier aan de bestuurderszijde teopenen, terwijl de andere portieren ende achterklep vergrendeld blijven, ofom het portier aan de bestuurderszijdete openen en de andere portieren ende achterklep te ontgrendelen; dit isafhankelijk van de modus ingesteldop het menu van het display in hetUconnect™-systeem (zie “Instellingen”in paragraaf “Modus voertuig” vanhoofdstuk “Multimedia”). PortiervergrendelingGa als volgt te werk om de portieren tevergrendelen:verzeker u ervan dat u in het bezitbent van de elektronische sleutel en.
31zich in de nabijheid van het portier aande bestuurderszijde bevindt;druk op de knop (B) afb. 18 opde handgreep: alle portieren en deachterklep worden vergrendeld. Metde vergrendeling van de portierenwordt ook het alarm geactiveerd (indienaanwezig). WAARSCHUWING Na het indrukkenvan de knop "portiervergrendeling”(B) moet u twee seconden wachtenvoordat de portieren weer ontgrendeldkunnen worden met behulp van dehandgreep (E). Het is dus mogelijk omte controleren of het voertuig correct isvergrendeld door binnen 2 secondenaan de handgreep te trekken. Deportieren zullen niet weer ontgrendeldworden. De portieren en de achterklepvan de auto kunnen in elk geval vanbuiten de auto vergrendeld wordendoor te drukken op de knop op deelektronische sleutel, of van binneninde auto door middel van de knop (A)afb. 16 op het middelste dashboard.
PREVENTIE TEGEN HETONBEDOELD INSLUITEN VANDE SLEUTEL IN DE AUTO(FOBIK-SAFE)De sleutel heeft een automatischefunctie voor portierontgrendeling om tevoorkomen dat hij per ongeluk in deauto wordt achtergelaten. Er zijn drie situaties die het FOBIK-Safe-systeem activeren:Een verzoek voor vergrendeling meteen geldige elektronische sleutel terwijlhet portier open staat. Een verzoek voor vergrendeling doormiddel van de vergrendelingsknop opde buitenhandgreep (B) afb. 18 terwijler een portier open staat. Een verzoek voor vergrendeling doormiddel van de vergrendelingsknop (A)afb. 16 op het middelste dashboardterwijl er een portier open staat. Wanneer alle portieren zijn gesloten,controleert het FOBIK-Safe-systeembinnen en buiten de auto op deaanwezigheid van geactiveerdeelektronische sleutels.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Abarth 500e (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Abarth
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto