Zibro sm 18 113 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Zibro sm 18 113 (98 pagina’s), behorend tot de categorie Airconditioner. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 65 mensen. Heb je een vraag over Zibro sm 18 113 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/98
SM 18 113
Installation Manual
2
18
34
50
66
82
2
5
3
4
1
:
INSTALLATIONS HANDBUCH
MANUAL DE INSTALACIÓN
MANUEL D’INSTALLATION
INSTALLATION MANUAL
INSTALLATIEHANDLEIDING
INSTRUKCJA MONTAŻU

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Zibro
Categorie: Airconditioner
Model: sm 18 113

Handleiding Zibro sm 18 113 – volledige tekst

166BELANGRIJKE OPMERKING:Deze onderhoudshandleiding is bedoeld voor personen die beschikken over voldoende kennis en ervaringop het gebied van elektrische apparaten, elektronica, koeltechniek en mechanische inrichtingen. Pogingenom het apparaat te installeren of te repareren kunnen leiden tot lichamelijk letsel en materiële schade. Defabrikant of verkoper is niet verantwoordelijk voor de interpretatie van deze informatie, en is niet aan-sprakelijk voor een ondoelmatig gebruik van deze informatie.De informatie, specificaties en parameters kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigdnaar aanleiding van technische aanpassingen of verbeteringen.

De correcte specificaties worden aangege-ven op het typeplaatje.• Lees deze installatiehandleiding zorgvuldig door alvorens het product te installeren.• Wanneer het netsnoer beschadigd is, mag dit uitsluitend worden vervangen door bevoegd personeel.• Installatiewerkzaamheden mogen uitsluitend in overeenstemming met de desbetreffende bekabe-lingsnormen en door bevoegd personeel worden uitgevoerd.•Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een veiligheidsbril, mondkapje, oorbe-schermers, handschoenen etc.• De afbeeldingen in deze manual zijn alleen bedoeld voor uitleg en duidelijkheid. Ze kunnen dus afwij-ken van het type airconditioner dat u gekocht heeft.RESERVEONDERDELEN BESTELLEN:Om uw bestelling snel en correct te kunnen afhandelen, hebben wij de volgende informatie nodig:1. Modelnummer plus vermelding ‘binnen’ of ‘buiten’2. Nummer in de opengewerkte tekening3.

167INHOUDVEILIGHEIDSMAATREGELEN 68INSTALLATIE VAN BINNEN- EN BUITENUNIT 69ELEKTRISCHE INSTALLATIE 76REINIGEN MET LUCHT 79PROEFDRAAIEN 80GWAARSCHUWING!Installeer, verwijder of herinstalleer de unit niet zelf.• Een ondeskundige installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrischeschokken, koelmiddellekkage of brand. Raadpleeg voor de installatieeen geautoriseerde dealer of specialisten op het gebied vanairconditioning. Let op: storingen veroorzaakt door een ondeskundigeinstallatie vallen niet onder de garantie.• De unit moet worden geïnstalleerd op een gemakkelijk toegankelijkeplaats. Alle bijkomende kosten voor het huren van speciale apparatuur omde unit te onderhouden zijn voor rekening van de klant.

VEILIGHEIDSMAATREGELENNeem altijd het volgende in acht met betrekking tot de veiligheid:• Lees de volgende WAARSCHUWING alvorens de airconditioning te installeren. • Neem de hier genoemde waarschuwingen in acht, aangezien deze belangrijke informatie bevatten metbetrekking tot veiligheid. • Bewaar deze instructies, na het lezen ervan, samen met de gebruikershandleiding op een geschikteplaats, zodat u deze documenten gemakkelijk kunt raadplegen. De airconditioning bevat een koelmiddel en kan worden geclassificeerd als apparatuur onder druk. Neemdaarom altijd contact op met een installateur voor de installatie en het onderhoud van de airconditioning. Het is aan te raden om de airconditioning jaarlijks te laten controleren en onderhouden door een geauto-riseerde airconditioningspecialist. GWAARSCHUWINGInstalleer de airconditioning niet zelf.

• Een ondeskundige installatie kan leiden tot letsel als gevolg van brand, elektrische schokken,het vallen van de unit of waterlekkage. Raadpleeg de dealer bij wie u de unit hebt gekocht ofeen installateur. Installeer de unit op een veilige manier op een locatie die het gewicht van de unit kan dragen. • Wanneer de unit wordt geïnstalleerd op een locatie die onvoldoende sterk is, kan de unitvallen en letsel veroorzaken. Gebruik de voorgeschreven elektrische bekabeling om de binnen- en buitenunit op een veiligemanier aan te sluiten, en sluit de kabels stevig aan op de aansluitgedeelten van het klem-menbord, zodat de spanning van de kabels niet op deze gedeelten wordt overgebracht. • Een onjuiste aansluiting kan leiden tot brand. Gebruik de meegeleverde of voorgeschreven onderdelen voor de installatie.

• Het gebruik van defecte onderdelen kan leiden tot letsel als gevolg van brand, elektrischeschokken, het vallen van de unit etc. Voer de installatie op veilige wijze uit aan de hand van de installatie-instructie.

• Een ondeskundige installatie kan leiden tot lichamelijk letsel als gevolg van brand, elektrischeschokken, het vallen van de unit of waterlekkage. Voer werkzaamheden met betrekking tot de elektrische installatie altijd uit in overeenstemmingmet de installatiehandleiding en gebruik een gesloten circuit. • Indien de capaciteit van het voedingscircuit onvoldoende is, of als de elektrische installatie nietvolledig is, kan dit leiden tot brand of elektrische schokken. Controleer of het koelgas tijdens of na de installatie niet lekt. • Weglekkend koelmiddel is schadelijk voor het milieu en draagt mogelijk bij aan de opwarmingvan de aarde. Monteer de afdekking van de elektrische delen stevig op de binnenunit en het servicepaneel opde buitenunit.

• Als de afdekkingen van de elektrische delen van de binnenunit en/of het servicepaneel van debuitenunit niet goed worden bevestigd, kan dit leiden tot brand of elektrische schokken alsgevolg van stof, water etc. 168.

169INSTALLATIE VAN BINNEN- EN BUITENUNITHet normale koelvermogen van de buitenunit SM 18113 bedraagt 8 kW. Dit wordt getest bij een buiten-lucht-omgevingstemperatuur (droge bol/natte bol) van 35 ºC / 24 ºC. Het werkelijke max. uitgangsvermo-gen is afhankelijk van de buitenluchtomgevingstemperatuur en de aansluitmethode en kan afwijken vande nominale waarde. Met het oog op de wensen van gebruikers, is dit apparaat zo ontworpen dat het ookkan werken als het vereiste totale vermogen van de binnenunits hoger is dan de nominale waarde. Indienhet totale vermogen van de binnenunits de nominale waarde van de buitenunit overschrijdt, kan het wer-kelijke uitgangsvermogen van de verschillende binnenunits minder worden. Lees de informatie volledig door en ga vervolgens stap voor stap te werk. Binnenunit• Stel de binnenunit niet bloot aan warmte of stoom.

• Kies een plaats waar zich geen obstakels vóór of rondom de unit bevinden. • Zorg ervoor dat condenswater continu omlaag kan worden afgevoerd. • Plaats de unit niet in de buurt van een deuropening. • Zorg ervoor dat de ruimte links en rechts van de unit meer dan 12 cmbedraagt. • Gebruik een leidingzoeker om draadeinden op te sporen, zodat onnodige beschadiging van de wand kanworden voorkomen. • Er is een minimale leidinglengte van 3 meter vereist om trillingen en storende geluiden tot een minimumte beperken. • De binnenunit moet op de wand worden geïnstalleerd op een hoogte van ten minste 2,3 meter van de vloer. • De binnenunit moet zodanig worden geïnstalleerd, dat een minimale afstand tot het plafond van 15 cmwordt aangehouden. • Bij eventuele variaties in de lengte van de leidingen moet de hoeveelheid koelmiddel worden aangepast.

GWAARSCHUWINGENInstalleer de unit niet op een plaats waar brandbaar gas lekt. • Als gas weglekt en zich verzamelt in het gebied rondom de unit, kan dit leiden tot eenontploffing. Breng de afvoer-/pijpleidingen aan in overeenstemming met de installatie-instructie.

Outdoor unit• Indien er een afdak over de buitenunit wordt gebouwd om blootstelling aan direct zonlicht of regente voorkomen, dient ervoor te worden gezorgd dat de condensor niet geblokkeerd is. • Zorg ervoor dat de ruimte rond de achterzijde van de unit meer dan 45 cm bedraagt en de ruimte rondde linkerzijde meer dan 30 cm. Aan de voorzijde van de unit moet de ruimte meer dan 200 cm bedra-gen, terwijl bij de aansluitzijde (rechterzijde) een ruimte van 60 cm moet worden aangehouden. • Zet geen dieren en planten of andere obstakels voor de luchtinlaat of -uitlaat. • Houd rekening met het gewicht van de airconditioning en kies een plaats waar geluid en trillingengeen overlast opleveren. • Kies een zodanige plaats, dat de warme lucht en het geluid van de airconditioning geen overlast voorde buren opleveren.

• Opmerking: de buitenunit produceert geluid wanneer deze in bedrijf is; dit kan in strijd zijn met deplaatselijke wetgeving. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om dit te controleren enervoor te zorgen dat de apparatuur volledig voldoet aan de plaatselijke wetgeving. • Zorg dat de unit waterpas staat. ALGEMEEN• Zorg ervoor dat de ondersteuningsconstructie en de verankeringsmethode voldoende zijn voor de des-betreffende locatie van de unit. • Raadpleeg de plaatselijke wetgeving met betrekking tot het opstellen en installeren van airconditio-ningapparatuur. • Als de buitenunit op dakconstructies of buitenwanden wordt geïnstalleerd, kan dit leiden tot storendegeluiden en trillingen, en kan de unit tevens worden geclassificeerd als niet-onder e installatie. houdbar• Breng de airconditioning altijd op een gemakkelijk toegankelijke plaats aan.

De afbeeldingen kunnenverschillen van de airconditioning die u hebt gekocht.• Koperen leidingen moeten afzonderlijk van elkaar worden geïsoleerd.GWAARSCHUWING• Zorg ervoor dat de ruimte links en rechts van de binnenunit meer dan 12 cm bedraagt.De binnenunit moet zodanig worden geïnstalleerd, dat een minimale afstand tot het plafondvan 15 cm wordt aangehouden.• Gebruik een leidingzoeker om draadeinden op te sporen, zodat onnodige beschadiging van dewand kan worden voorkomen.Er is een minimale leidinglengte van 3 meter vereist om trillingen en storende geluiden tot eenminimum te beperken.• De binnenunit moet op de wand worden geïnstalleerd op een hoogte van ten minste 2,3 metervan de vloer.• Ten minste twee van de richtingen A, B en C moeten vrij zijn van obstakels.Correcte montagevan installatieplaatFig.

1. Installatieplaat aanbrengen1. Breng de installatieplaat horizontaal op structurele delen van de wand aan en houd een ruimte ronda de installatieplaat aan.2. Als de wand is gemaakt van baksteen, beton of een vergelijkbaar materiaal, dienen acht gaten metheen diameter van 5 mm in de wand te worden geboord. Breng de verankeringsklem voor de desbe-btreffende bevestigingsschroeven caan.3. Monteer de installatieplaat op de wand met acht schroeven van het type “A” a h c.2. Boor een gat in de wand1. Bepaal de positie van de gaten aan de hand van het schema in Fig. 6. Boor één gat (65mm) enigs-azins schuin omlaag in de richting van de buitenzijde; dit voorkomt dat er water naar binnen dringt.2.

Maak altijd gebruik van een boorgeleider bij het boren in metalen roosters, metalen platen of verge-lijkbare materialen.GOPMERKINGMonteer de installatieplaat en boor gaten in de wand in overeenstemming met de wandstructuuren de desbetreffende bevestigingspunten op de installatieplaat. (afmetingen zijn in “mm” tenzijanders aangegeven).172Ten minste 150 mm tot het plafondOmtrek van binnenunitInstallatieplaatMeer dan 12 cm vanaf de wand Meer dan 12 cm vanaf de wandGat Ø65 koelmiddel-leiding linksachter Gat Ø65 koelmiddel-leiding rechtsachter Fig. 5WandBinnenBuitenFig. 6≥5°5 - 7 mm per 100 mm< 3,5 kW≥ 3,5 kWTen minste 150 mm tot het plafondOmtrek van binnenunit InstallatieplaatMeer dan 12 cm vanaf de wand Meer dan 12 cm vanaf de wandGat Ø65 koelmiddel-leiding linksachter Gat Ø65 koelmiddel-leiding rechtsachter

1733. Installatie van aansluitleiding en waterafvoer1. Laat de afvoerslang altijd helemaal schuin naar beneden lopen. Plaats de afvoerslang niet zoalsgetoond in de onderstaande afbeelding.2. Bij het aansluiten van een verlenging van de afvoerslang dient het aansluitgedeelte van het verleng-stuk te worden geïsoleerd met een afschermpijp, zodat de afvoerslang niet omlaag zakt.AansluitleidingSluit eerst de binnenunit aan, vervolgens de buitenunit en buig en installeer de buis voorzichtig1. Verwijder de afdekking van de leiding bij het leidingwerk links en rechts van het zijpaneel. De afdek-king van de leiding moet worden bewaard, aangezien deze opnieuw kan worden gebruikt wanneer deairconditioning naar een andere locatie wordt verplaatst.2. Installeer de leidingen rechts- en linksachter zoals getoond.

Bij een geknikte leiding: probeer de geknikte leiding niette installeren, aangezien dit koelmiddellekkage kan veroorzaken.Blokkeer de waterstroom niet dooreen verhoging.Leg het uiteinde van de afvoerslangniet in water.LeidinghouderAfdekking van leiding (links)Leidingwerk linksLeidingwerk linksachterLeidingwerk rechtsachterLeidingwerk rechtsAfdekking van leiding (rechts)Omtrek van binnenunit AansluitleidingFig. 7 Fig. 8Bovenste haakOnderste haakOpvulmateriaalFig. 9

4. Installatie van binnenunit1. Voer de leiding door het gat in de wand. 2. Breng de bovenste klem aan op de achterzijde van de binnenunit, op de bovenste haak van de instal-latieplaat, beweeg de binnenunit horizontaal om te controleren of deze stevig vastzit. 3. Het leidingwerk kan gemakkelijk worden aangebracht door de binnenunit op te tillen met een opvul-materiaal tussen de binnenunit en de wand. Verwijder het opvulmateriaal nadat de leidingen zijn aan-gebracht. 4. Duw het onderste gedeelte van de binnenunit omhoog tegen de wand. Beweeg de binnenunit vervol-gens horizontaal en verticaal om te controleren of deze stevig vastzit. 5. Leidingwerk aanbrengen en omwikkelenVoeg de leidingen, verbindingskabel en afvoerslang met behulp van tape stevig samen tot een bundel, enzorg dat dit gelijkmatig gebeurt (zie Fig. 10).

INSTALLATIE VAN DE BUITENUNITVoorzorgsmaatregelen bij buiteninstallatie• Plaats de buitenunit op een stevige ondergrond om ongewenste geluiden en trillingen zo veel moge-lijk te beperken. • Kies de richting van de luchtuitlaat zodanig, dat de afgevoerde lucht niet wordt belemmerd. • Indien de installatieplaats wordt blootgesteld aan sterke wind, bijvoorbeeld aan zee, moet ervoor wor-den gezorgd dat de ventilator goed werkt door de unit in de lengterichting langs de wand te plaatsenof door stof- of windleiplaten te gebruiken. GWAARSCHUWING• Sluit eerst de binnenunit aan en pas daarna de buitenunit. • Laat de leidingen niet aan de achterzijde van de binnenunit naar buiten komen. • Zorg ervoor dat de afvoerslang niet slap hangt. • Breng warmte-isolatie aan op de beide hulpleidingen. • Zorg ervoor dat de afvoerslang zich aan de onderzijde van de bundel bevindt.

• Laat de afvoerslang over de volledige lengte schuin omlaag lopen, zodat het condenswatergemakkelijk wordt afgevoerd. GLET OPHet condenswater van de achterzijde van de binnenunit wordt verzameld in de opvangkast en uitde ruimte afgevoerd. Plaats geen andere objecten in de opvangkast. 174BinnenunitOpvangkastLeidinggedeelteAansluitleidingWikkelbandVerbindingskabeAfvoerslang Fig. 10.

175• Met name in gebieden met veel wind moet de unit zodanig worden geplaatst, dat blootstelling aanwind wordt voorkomen.• Zorg ervoor dat de luchtstroom niet door obstakels wordt belemmerd.Bevestiging van de buitenunitVeranker de buitenunit met bouten, borgringen en moeren 10 mm of 8 mm stevig en horizontaal opø øeen betonnen of stabiele ondergrond.GLET OPAls de installatie wordt opgehangen, moet de montagesteun voldoen aan alle technischevoorschriften. De montagewand moet sterk genoeg zijn. Als dit niet het geval is, moet dezeverstevigd worden. De verbindingen tussen steun en wand en tussen steun en airconditioningmoeten stevig, stabiel en duurzaam zijn. Bij twijfel of onzekerheid hierover mag de unit nietworden geplaatst, en moet de benodigde ondersteuning worden berekend en geconstrueerddoor een deskundige technicus.ABLuchtinlaatLuchtinlaatLuchtuitlaatFig.

Installatie van afvoerverbinding (Zie Fig. 13)Breng de afdichtring in het afvoerkniestuk aan, plaats vervolgens de afvoer verbinding in het gat in debodem van de buitenunit, en draai de verbinding 90° om de onderdelen stevig met elkaar te verbinden.Sluit de afvoerverbinding aan met een verlenging van de afvoerslang (niet meegeleverd). Zo kan het con-denswater, dat zich vormt in de verwarmingsstand van de airconditioning, worden afgevoerd.AANSLUITEN VAN DE KOELMIDDELLEIDINGEN• Pas de juiste aanhaalmomenten toe (zie tabel 1) om te voorkomen dat de leidingen, verbindingsstuk-ken en moeren beschadigd raken.ELEKTRISCHE INSTALLATIEVeiligheidsvoorschriften met betrekking tot eerste elektrische installatie1. Bij een onveilige situatie (met betrekking tot elektrisch/mechanisch gedeelte en/of koelmiddel etc.)mag de airconditioning niet worden geïnstalleerd.2.

De geleverde voedingsspanning moet binnen een bereik van 95%~105% van de nominale spanningvolgens de tabel met nominale waarden liggen.3. Het voedingscircuit moet worden voorzien van een kruipstroombeveiliging met een capaciteit van 1,5maal de maximale stroomsterkte van de unit.4. Zorg ervoor dat de airconditioning goed geaard is.5. Sluit de kabels aan volgens het bijgevoegde elektrisch aansluitschema, dat zich op het paneel van debuitenunit bevindt.GLET OP• Als gevolg van een te hoog koppel kan de moer onder bepaalde montage-omstandighedenbreken.• Alle werkzaamheden met betrekking tot het koelgedeelte en de koelmiddelleidingen moetenvoldoen aan de plaatselijke wetgeving, normen en codes, en mogen uitsluitend wordenuitgevoerd door bevoegde en deskundige technici.A176Fig.

1776. Alle kabels moet voldoen aan plaatselijke en landelijke normen en codes met betrekking tot elektrischeinrichtingen, en moeten worden geïnstalleerd door bevoegde en deskundige elektriciens. 7. Speciaal voor deze airconditioning moeten een afzonderlijke afgetakt circuit en een enkel stopcontactaanwezig zijn. Zie onderstaande tabel voor aanbevolen kabeldiameters en zekeringspecificaties: Sluit de kabel op de binnenunit aan1. Verwijder het paneel en de schroef, en verwijder vervolgens de vensterafdekking. 2. Sluit de kabels overeenkomstig hun markeringen op de aansluitklemmen aan. 3. Omwikkel de kabels de niet met de aansluitklemmen zijn verbonden met isolatietape, zodat ze geencontact maken met elektrische onderdelen. 4. Bevestig de klem van het netsnoer. Sluit de kabel op de buitenunit aan(Zie Fig. 21)1. Verwijder de afdekking van de elektrische onderdelen van de buitenunit. 2.

Sluit de verbindingskabels op de aansluitingen aan volgens de desbetreffende nummers op het aan-sluitblok van de binnen- en buitenunit. 3. Om binnendringen van water te voorkomen, dient de verbindingskabel in een lus te worden aange-bracht, zoals wordt getoond in het installatieschema voor de binnen- en buitenunit. 4. Isoleer ongebruikte snoeren (geleiders) met PVC-tape. Zorg dat deze geen elektrische of metalen delenaanraken. GLET OPZorg er altijd voor dat de elektrische verbindingskabels van de binnenunit naar de buitenunitcorrect zijn aangebracht. Wanneer bijv. een groene elektrische kabel is bevestigd op de klemaangeduid met code “L” op de binnenunit, moet het andere uiteinde van dezelfde groeneelektrische kabel worden verbonden met de klem aangeduid met code “L” op de buitenunit. 10mm 40mmGBELANGRIJKHet apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten.

Als de stroomvoorziening niet geaard is,mag u het apparaat absoluut niet aansluiten. De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijnals het apparaat is aangesloten.

GWAARSCHUWINGNadat is voldaan aan bovenstaande voorwaarden, dient de bekabeling als volgt te wordengeprepareerd: • Breng altijd een afzonderlijk voedingscircuit speciaal voor de airconditioning aan. Raadpleeg hetelektrische schema aan de binnenzijde van de afdekking van de regeling voor informatie over dejuiste bekabelingsmethode. • De schroeven waarmee de bekabeling is vastgezet in de behuizing van elektrische aansluitingenkunnen losraken als gevolg van trillingen waaraan de unit tijdens transport is blootgesteld. Controleer al deze schroeven en zorg ervoor dat ze stevig vastgedraaid zijn. (Bij loszittendeschroeven kunnen de kabels doorbranden. )• Controleer de specificatie van de voedingsbron. • Controleer of het geleverde elektrische vermogen voldoende is.

• Zorg ervoor dat de startspanning op meer dan 90 procent wordt gehouden van de nominalespanning die op het typeplaatje wordt vermeld. • Controleer of de kabeldikte overeenkomt met de specificatie van de voedingsbron. • Plaats altijd een aardlekschakelaar. • Een spanningsdaling kan leiden tot het volgende: trilling van een magneetschakelaar, waardoorhet contactpunt beschadigd raakt, de zekering doorbrandt en de normale werking van deoverstroombeveiliging wordt verstoord. • De vaste bekabeling moet zijn voorzien van een inrichting om een scheiding van de voeding tebewerkstelligen, en moet een luchtspleet vormen van ten minste 3 mm in elke actieve(fase)geleider. • De condensator niet aanraken, zelfs niet als de stroom uitgeschakeld is. De condensator blijftonder stroom staan waardoor u een schok kunt krijgen.

Voor uw eigen veiligheid dient u pas 5minuten na het uitschakelen van de stroom met reparatiewerkzaamheden te beginnen. • De buitenunit voorziet de binnenunits van stroom. De binnenunits zijn via een draadleiding op debuitenunit aangesloten (draadleiding niet inclusief). Controleer of de draadleidingen enstroomkabels goed aangesloten zijn anders werkt de airconditioner niet goed.

179REINIGEN MET LUCHTAls er lucht en vocht , bijvoorbeeld na de installatie, in het koelsysteem achterblijft, kan dat ongewensteeffecten of schade veroorzaken, zoals hieronder wordt vermeld:• Druk in het systeem stijgt. • Werkstroom neemt toe. • Koel- of verwarmingsrendement neemt af. • Door vocht in het koelmiddelcircuit kunnen capillaire leidingen bevriezen en geblokkeerd raken. • Water kan corrosie van onderdelen in het koelsysteem veroorzaken. • Beschadiging van de compressor. Daarom moeten de binnenunit en het leidingwerk tussen de binnen- en de buitenunit altijd worden getestop lekkages en worden leeggepompt met behulp van een vacuümpomp om eventueel aanwezige niet-con-denseerbare stoffen en vocht uit het systeem te verwijderen. LENGTE VAN DE LEIDINGEN EN HOEVEELHEID KOELMIDDEL• Wanneer de unit naar een andere locatie wordt verplaatst, moet deze worden leeggepompt met eenvacuümpomp.

• Zorg ervoor dat het koelmiddel waarmee de airconditioning wordt gevuld altijd vloeibaar is. • Gebruik uitsluitend koelmiddel van het type dat wordt vermeld op het typeplaatje. • De max. buislengte per binnenunit is 15 meter. Elke bocht is equivalent aan 1,2 meter buislengte. CONTROLE OP ELEKTRISCHE VEILIGHEID EN GASLEKKAGEWij adviseren voor ingebruikname van de airconditioner zorgvuldig te controleren op veilige aansluitingvan de bedrading en eventuele gaslekken. • Controle op elektrische veiligheidControleer na afloop van de installatie de elektrische veiligheid:1. IsolatieweerstandDe isolatieweerstand moet meer dan 2M bedragen.

2. MassaverbindingNa het aanbrengen van de aardverbinding moet de aardingsweerstand visueel worden gecontro-leerd met behulp van een aardingsweerstandmeter. Zorg ervoor dat de aardingsweerstand minderdan 4 bedraagt.3. Controle op lekstroom (uitvoeren tijdens proefdraaien)Gebruik na afloop van de installatie en tijdens het proefdraaien een elektrosonde en een multi-meter om te controleren op lekstroom. Schakel de unit onmiddellijk uit als er sprake is van lek-stroom. Controleer het systeem en zoek een oplossing totdat de unit weer normaal werkt.• Controle op gaslekkage1. Zeepsopmethode2. Speciale lekdetectorPROEFDRAAIENNa afloop van de gaslektest en de controle op elektrische veiligheid moet het systeem worden proefge-draaid.1. Til het paneel omhoog totdat het vergrendeld is. Til het paneel niet verder omhoog wanneer het eenklikgeluid heeft gegeven.2.

Druk de knop voor handmatige bediening tweemaal in totdat de bedrijfsindicator gaat branden; deunit werkt nu in de modus Geforceerde koeling.3. Controleer tijdens het proefdraaien of alle functies goed werken. Controleer met name of de afvoer uitde binnenunit soepel verloopt.4. Druk de knop voor handmatige bediening na afloop van het proefdraaien opnieuw in. De bedrijfsin-dicator gaat uit, de werking van de unit wordt stopgezet en de unit is nu gereed voor gebruik. Test running180AUTO/COOLKnop voorhandmatigebediening

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Zibro sm 18 113 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden