Zanussi ZEAN88ES Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zanussi ZEAN88ES (60 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Zanussi ZEAN88ES of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Zanussi |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | ZEAN88ES |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 31620 g |
| Breedte: | 548 mm |
| Diepte: | 549 mm |
| Hoogte: | 873 mm |
| Netbelasting: | 100 W |
| Snoerlengte: | 2.4 m |
| Geluidsniveau: | 36 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | E |
| Jaarlijks energieverbruik: | 143 kWu |
| Gewicht verpakking: | 32750 g |
| Nettocapaciteit vriezer: | 14 l |
| Vriescapaciteit: | 2.6 kg/24u |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 110 l |
| No Frost (koelkast): | Nee |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Aantal planken koelkast: | 2 |
| Aantal groente lades: | 1 |
| Vriezer positie: | Boven |
| No Frost (vriezer): | Nee |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 9.5 uur |
| Aantal planken vriezer: | 1 |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | 124 l |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Ja |
| Automatisch ontdooien (koelkast): | Ja |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 550 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 880 mm |
| Koelkastdeurvakken: | 4 |
| Stroombron: | Electrisch |
| Klimaatklasse: | SN-ST |
| Geluidsemissieklasse: | C |
| AC-ingangsspanning: | 230 - 240 V |
| Type beeldscherm: | LCD |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Zanussi ZEAN88ES – volledige tekst
GA NAAR ONZE WEBSITE VOOR:Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www. zanussi. com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 22. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 43. INSTALLEREN. 64. BEDIENINGSPANEEL. 95. DAGELIJKS GEBRUIK. 106. TIPS EN ADVIES. 117. ONDERHOUD EN REINIGING. 138. PROBLEEMOPLOSSING. 159. GELUIDEN. 1810. TECHNISCHE GEGEVENS. 1811. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN. 1812. MILIEUBESCHERMING. 191. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1.
1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanhet apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen inde leeftijd van 3 tot 8 jaar en personen met zeer uitgebreideen complexe beperkingen mogen het apparaat in- en2 NEDERLANDS.
• Als je het apparaat verplaatst, til het danop aan de voorrand, om krassen op devloer te voorkomen. 2. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken. WAARSCHUWING. Zorg er bij het plaatsen van het apparaatvoor dat het stroomsnoer niet klem zit ofwordt beschadigd. WAARSCHUWING. • Dit apparaat moet worden aangesloten opeen geaard stopcontact. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom. • Gebruik altijd een juist geïnstalleerdschokbestendig stopcontact. • Zorg ervoor dat de elektrische onderdelen(bijv. stekker, netsnoer, compressor) nietbeschadigd raken. Neem contact met deBevoegde Servicedienst of een elektricienom de elektrische onderdelen te wijzigen. • Het netsnoer moet onder het niveau vande stekker blijven. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid.
Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker. 2. 3 GebruikWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden ofelektrische schokken. Het apparaat bevat ontvlambaar gas,isobutaan (R600a), een aardgas met eenhoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoordat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, nietbeschadigt. • De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Elk gebruik van het ingebouwde productals vrijstaand product is ten strengsteverboden. • Zet geen elektrische apparaten (bijv. ijsvormers) in het apparaat, tenzij dit vantoepassing is op de fabrikant. • Als er schade optreedt aan het koelcircuit,zorg er dan voor dat er geen vlammen enontstekingsbronnen in de kamer aanwezigzijn. Ventileer de kamer. • Laat geen hete voorwerpen de kunststofonderdelen van het apparaat aanraken.
• Plaats geen ontvlambare producten ofartikelen die vochtig zijn met ontvlambareproducten in, bij of op het apparaat. • Raak de compressor of de condensatorniet aan. Ze zijn heet. • Verwijder of raak geen voorwerpen uit hetvriesvak als je handen nat of vochtig zijn. • Vries voedsel dat ontdooid is niet opnieuwin. • Bewaar de voedingswaren volgens deinstructies op de verpakking. • Wikkel het voedsel in eender welkcontactmateriaal voor voedsel alvorenshet in het vriesvak te plaatsen. • Zorg dat er geen voedsel in contact komtmet de binnenwanden van decompartimenten van het apparaat. 2. 4 BinnenverlichtingWAARSCHUWING. Gevaar voor elektrische schokken. • Dit product bevat een of meer lichtbronnenvan energie-efficiëntieklasse G.
te geven over de operationele status vanhet apparaat. Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten. 2. 5 Onderhoud en reinigingWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of schade aan hetapparaat. • Schakel het apparaat uit en trek destekker uit het stopcontact voordat uonderhoudshandelingen verricht. • Het koelcircuit van dit apparaat bevatkoolwaterstoffen. Enkel bevoegdepersonen mogen de eenheid onderhoudenen herladen. • Controleer regelmatig de afvoer van hetapparaat en reinig het indien nodig. Indiende afvoer verstopt is, zal er water op debodem van het apparaat liggen. 2. 6 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat. Gebruik alleen originelereserveonderdelen.
• Houd er rekening mee dat zelfreparatie ofniet-professionele reparatie gevolgen kanhebben voor de veiligheid en de garantiekan doen vervallen. • De volgende reserveonderdelen zullengedurende 7 jaar nadat het model nietmeer verkrijgbaar is verkrijgbaar zijn:thermostaten, temperatuursensoren,printplaten, lichtbronnen, deurgrepen,deurscharnieren, platen en mandjes. Houder rekening mee dat sommige van dezereserveonderdelen alleen beschikbaar zijnvoor professionele reparateurs en dat nietalle reserveonderdelen relevant zijn vooralle modellen. • Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10 jaarnadat het model is stopgezet. 2. 7 VerwijderingWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of verstikking. • Haal de stekker uit het stopcontact. • Snij het netsnoer van het apparaat af engooi dit weg. • Verwijder de deur om te voorkomen datkinderen en huisdieren opgesloten rakenin het apparaat.
• Het koelcircuit en de isolatiematerialenvan dit apparaat zijn ozonvriendelijk. • Het isolatieschuim bevat ontvlambaregassen. Neem contact met uw plaatselijkeoverheid voor informatie m. b. t. correcteafvalverwerking van het apparaat.
• Veroorzaak geen schade aan het deel vande koeleenheid dat zich naast dewarmtewisselaar bevindt. 3. INSTALLERENWAARSCHUWING. Zie de hoofdstukken over veiligheid. WAARSCHUWING. Raadpleeg het installatie-instructiedocument om uw apparaat teinstalleren. WAARSCHUWING. Zet het apparaat vast inovereenstemming met de installatie-instructies om een risico op instabiliteitvan het apparaat te voorkomen. 6 NEDERLANDS.
3.1 AfmetingenBAH1W1D1W2D2W3D390°Totale afmetingen ¹H1 mm 873W1* mm 548D1 mm 549¹ de hoogte, breedte en diepte van hetapparaat zijn exclusief de handgreep* inclusief de breedte van de onderstescharnieren (8 mm)Benodigde ruimte tijdens gebruik ²H2 (A+B) mm 916W2* mm 548D2 mm 551Benodigde ruimte tijdens gebruik ²A mm 880B mm 36² de hoogte, breedte en diepte van hetapparaat inclusief de handgreep, plus deruimte die nodig is voor vrije circulatie van dekoellucht* inclusief de breedte van de onderstescharnieren (8 mm)Totale benodigde ruimte in gebruik ³H3 (A+B) mm 916W3* mm 548NEDERLANDS 7
Totale benodigde ruimte in gebruik ³D3 mm 1071³ de hoogte, breedte en diepte van hetapparaat inclusief de handgreep, plus deruimte die nodig is voor vrije circulatie van dekoellucht, plus de ruimte die nodig is om dedeur te openen tot de minimale hoek waarbijde volledige inhoud kan worden uitgenomen. * inclusief de breedte van de onderstescharnieren (8 mm)3. 2 LocatieOm de beste werking van het apparaat tegaranderen, mag u het apparaat nietinstalleren op een plaats met direct zonlicht. Installeer het apparaat niet in de buurt vanradiatoren of fornuizen, ovens of kookplaten,tenzij anders aangegeven in de installatie-instructies. Zorg ervoor dat lucht vrij kan circuleren rondde achterkant van de kast. Dit apparaat moet op een droge, goedgeventileerde plaats binnenshuis wordengeïnstalleerd. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij eenomgevingstemperatuur variërend van 10°Ctot 38°C.
De juiste werking van het apparaat kanenkel worden gegarandeerd bij hetopgegeven temperatuurbereik. Mocht je vragen hebben over de plekwaar je het apparaat moet installeren,neem dan contact op met de leverancier,de klantenservice of het dichtstbijzijndebevoegde servicecentrum. Het moet mogelijk zijn om het apparaatvan de hoofdstroomtoevoer af te halen. De stekker moet daarom na de installatiegemakkelijk toegankelijk zijn. 3. 3 Elektrische aansluiting• Controleer, voordat je de stekker in hetstopcontact steekt, of de spanning enfrequentie die op het typeplaatje staanovereenkomen met je huishoudelijkevoeding. • Het apparaat moet geaard zijn. De stekkervan de voedingskabel is hiervoor voorzienvan een contact. Als het stopcontact voorhuishoudelijk gebruik niet geaard is, sluitje het apparaat aan op een aparte aardingin overeenstemming met de huidigevoorschriften.
4 VentilatievereistenEr moet voldoende luchtstroom mogelijk zijnachter het apparaat. 5 cmmin. 200 cm2min. 200 cm2LET OP. Raadpleeg de installatie-instructies voorde installatie. 3. 5 Omkeerbaarheid van de deurRaadpleeg het afzonderlijke document metinstructies voor installatie en omdraaien vande deur. LET OP. Bedek tijdens iedere fase van hetomdraaien van de deur de vloer met eenduurzaam materiaal om krassen tevoorkomen. 8 NEDERLANDS.
4. BEDIENINGSPANEEL1 24 31 24 31Ledcontrolelampje temperatuur2FastFreeze-indicatielampje3FastFreeze-toets4TemperatuurregelaarAan/Uittoets4. 1 Inschakelen1. Steek dan de stekker in het stopcontact. 2. Raak de toets van detemperatuurregelaar aan als alle leds uitzijn. 4. 2 UitschakelenBlijf de toets van de temperatuurregelaar 3seconden aanraken. Alle indicatielampjes zijn uit. 4. 3 TemperatuurregelingDruk om het apparaat te bedienen op detemperatuurregelaar totdat de LED die bij devereiste temperatuur hoort oplicht. Deselectie loopt progressief, van 2°C tot 8°C. Aanbevolen instelling is 4°C. 1. Raak de temperatuurregelaar aan. Het indicatielampje voor de huidigetemperatuur knippert. Bij elke aanraking vande temperatuurregelaar gaat de instelling eenstand vooruit. Het relevante LED knippert eentijdje. 2. Druk op de temperatuurregelaar tot devereiste temperatuur is geselecteerd.
De ingestelde temperatuur wordt binnen24 uur bereikt. Na een stroomstoring blijftde ingestelde temperatuur opgeslagen. 4. 4 FastFreeze -functieDe FastFreeze-functie wordt gebruikt voorhet voorvriezen en snel invriezen in volgordein het vriesvak. Deze functie versnelt hetinvriezen van vers voedsel en beschermtvoedsel dat reeds is opgeslagen in hetvriesvak tegen ongewenste opwarming. Activeer om vers voedsel in te vriezen deFastFreeze-functie ten minste 24 uurvoordat u het voedsel erin plaatst om hetvoorvriezen te voltooien. Om de FastFreeze-functie in te schakelen,drukt u op de FastFreeze-knop. HetFastFreeze-indicatielampje wordtingeschakeld. Deze functie stopt automatisch na 52uur. De functie kan te allen tijde uitgeschakeldworden door opnieuw op de FastFreeze-knopte drukken. Het FastFreeze-indicatielampjewordt uitgeschakeld. 4.
5 Deur open-alarmAls de deur van de koelkast gedurendeongeveer 5 minuten open is blijven staan, ishet geluid aan. Tijdens het alarm kan het geluid wordengedempt door op een willekeurige knop tedrukken.
5. DAGELIJKS GEBRUIK5.1 Het plaatsen van dedeurschappenVoor het bewaren van etenswaren vanverschillende groottes kunnen de deurrekkenop verschillende hoogtes worden geplaatst.1. Trek het rek enigszins omhoog totdat hetloskomt.2.
Plaats het terug op een gewenste positie.5.2 Verplaatsbare schappenDe wanden van de koelkast zijn voorzien vaneen aantal glijschoenen zodat de schappenop de gewenste plaats gezet kunnen worden.Verwijder de glasplaat boven degroentelade niet om een goedeluchtcirculatie te garanderen.5.3 GroenteladeIn het onderste deel van het apparaat bevindtzich een speciale lade die geschikt is voor deopslag van groenten en fruit.5.4 Vers voedsel invriezenHet vriesvak is geschikt voor het invriezenvan vers voedsel en voor het gedurende eenlange periode bewaren van ingevroren endiepgevroren voedsel.Activeer deFastFreezefunctie om versvoedsel in te vriezen ten minste 24 uurvoordat u het voedsel plaatst om hetvoorvriezen te voltooien.Bewaar het verse voedsel gelijkmatigverdeeld in alle vakken of laden.De maximale hoeveelheid voedsel dat kanworden ingevroren zonder ander versvoedsel toe te voegen, gedurende 24 uur,staat aangegeven op het typeplaatje (eenlabel dat zich aan de binnenkant van hetapparaat bevindt).Wanneer het invriesproces is voltooid, keerthet apparaat automatisch terug naar devorige temperatuurinstelling (zie "FastFreeze-functie").In deze toestand kan de temperatuur inde koelkast enigszins veranderen.Raadpleeg voor meer informatie "Tips voorhet invriezen".5.5 Het bewaren van ingevrorenvoedselAls u het apparaat voor het eerst of na eenperiode waarin het niet is gebruikt inschakelt,dient u voordat u de producten in het vak legthet apparaat minstens 3 uur te laten werkenmet de FastFreeze-functie ingeschakeld.10 NEDERLANDS
Bewaar het voedsel op minstens 15 mmafstand van de deur. LET OP. Bij onbedoelde ontdooiing doorbijvoorbeeld stroomuitval, waarbij destroom langer is uitgeschakeld dan dewaarde die op het typeplaatje staat onder'tijdsduur', moet het ontdooide voedselsnel worden geconsumeerd ofonmiddellijk worden bereid, vervolgensafgekoeld en daarna opnieuw wordeningevroren. 5. 6 OntdooienDiepgevroren of gevroren voedsel kan,voordat het wordt geconsumeerd, wordenontdooid in de koelkast of in een plastic zakonder koud water. Deze handeling is afhankelijk van debeschikbare tijd en het soort voedsel. Kleinestukjes kunnen zelfs nog bevroren gekooktworden. 6. TIPS EN ADVIES6. 1 Tips voor energiebesparing• Koelkast: Het meest efficiënteenergiegebruik is verzekerd in deconfiguratie waarbij de lades zich in hetonderste deel van het apparaat bevindenen de rekken gelijkmatig verdeeld zijn.
Depositie van de deurbakken heeft geeninvloed op het energieverbruik. • Open de deur niet te vaak of laat deze nietlanger open staan dan noodzakelijk. • Vriezer: Hoe kouder detemperatuurinstelling, hoe hoger hetenergieverbruik. • Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoogin om energie te besparen, tenzij dit nodigis vanwege het soort voedsel. • Als de omgevingstemperatuur hoog is, detemperatuurregeling op een lagetemperatuur staat en het apparaat vollediggevuld is, kan de compressor continuaanstaan waardoor er ijs op de verdamperontstaat. Stel in dit geval detemperatuurregeling in op een hogeretemperatuur, om automatisch ontdooienmogelijk te maken en zo energie tebesparen. • Zorg voor een goede ventilatie. Dek deventilatieroosters of -gaten niet af. 6. 2 Tips voor het invriezen• Activeer de FastFreeze-functie ten minste24 uur voordat je het voedsel in hetvriesvak legt.
• Verdeel voor efficiënter invriezen enontdooien het voedsel in kleine porties. • Het wordt aanbevolen om etiketten endatums op al je diepvriesproducten teplakken. Dit zal helpen voedingsmiddelente identificeren en te weten wanneer zemoeten worden gebruikt voordat zebederven. • Het voedsel moet vers zijn op het momenthet wordt ingevroren, om een goedekwaliteit te behouden. Vooral groenten enfruit moeten na de oogst wordeningevroren, zodat al hun voedingsstoffenbehouden blijven. • Flessen of blikken met vloeistoffen nietinvriezen, in het bijzonder dranken diekooldioxide bevatten. Ze kunnenontploffen tijdens het invriezen. • Plaats geen warm voedsel in het vriesvak. Koel het af bij kamertemperatuur voordatje het in het vak plaatst. • Om te voorkomen dat de temperatuur vanal ingevroren voedsel toeneemt, dien jevers voedsel hier niet direct naast teplaatsen.
Plaats voedsel opkamertemperatuur in het deel van hetvriesvak waar geen bevroren voedsel ligt. • IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjesniet meteen nadat ze uit de vriezer zijngehaald opeten. Gevaar voor bevriezing. • Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Als het voedsel ontdooid is, kook het dan,laat het afkoelen en vries het dan in. NEDERLANDS 11.
6.3 Tips voor het bewaren vaningevroren voedsel• Het vriesvak is het vak gemarkeerd met.• De middelhoge temperatuurinstelling zorgtvoor een goede conservering vaningevroren voedsel.Een hogere temperatuurinstelling in hetapparaat kan leiden tot een korterehoudbaarheid.• Het hele vriesvak is geschikt voor deopslag van diepvriesproducten.• Laat voldoende ruimte rond het voedselom de lucht vrij te laten circuleren.• Raadpleeg voor adequate opslag hetetiket van de voedselverpakking om dehoudbaarheid van voedsel te bekijken.• Het is belangrijk om het voedsel zodanigin te pakken dat er geen water, vocht ofcondens bij kan komen.6.4 WinkeltipsNa het boodschappen doen:• Zorg ervoor dat de verpakking nietbeschadigd is - het voedsel kan bedorvenzijn.
Als de verpakking gezwollen of nat is,is deze mogelijk niet in de optimaleomstandigheden opgeslagen en is hetontdooien mogelijk al begonnen.• Om het ontdooiproces te beperken, kooptu diepvriesproducten aan het einde vanuw boodschappen en vervoert u ze in eenthermische en geïsoleerde koeltas.• Plaats de diepvriesproducten onmiddellijkna terugkomst uit de winkel in de vriezer.• Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid is,mag u het niet opnieuw invriezen.Consumeer het zo snel mogelijk.• Respecteer de vervaldatum en debewaarinformatie op de verpakking.6.5 Houdbaarheid voor vriescompartimentSoort voedsel Houdbaarheid (maan‐den)Brood 3Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) 6 - 12Groenten 8 - 10Restjes zonder vlees 1 - 2Zuivelproducten:BoterZachte kaas (zoals mozzarella)Harde kaas (zoals Parmezaanse kaas, cheddar)6 - 93 - 46Vis/Zeevruchten:Vette vis (zoals zalm, makreel)Magere vis (zoals kabeljauw, bot)GarnalenGepelde mosselen en mosselenGekookte vis2 - 34 - 6123 - 41 - 2Vlees:GevogelteRundvleesVarkensvleesLamsvleesWorstHamRestjes met vlees9 - 126 - 124 - 66 - 91 - 21 - 22 - 312 NEDERLANDS
6. 6 Tips voor het koelen van versvoedsel• Een goede temperatuurinstelling die deconservering van vers voedsel garandeertis een temperatuur lager dan of gelijk aan+4°C. Een hogere temperatuurinstelling in hetapparaat kan leiden tot een korterehoudbaarheid van voedsel. • Bedek het voedsel met een verpakking omde versheid en het aroma te behouden. • Gebruik altijd gesloten recipiënten voorvloeistoffen en voor voedsel, om smakenof geuren in het vak te voorkomen. • Om kruisbesmetting tussen gekookt enrauw voedsel te voorkomen, bedekt je hetgekookte voedsel en scheidt je het van hetrauwe. • Het wordt aanbevolen om het voedsel inde koelkast te ontdooien. • Plaats geen warm voedsel in hetapparaat. Zorg ervoor dat het is afgekoeldbij kamertemperatuur voordat je het in hetapparaat plaatst. • Om voedselverspilling te voorkomen, moetde nieuwe voorraad voedsel altijd achterde oude worden geplaatst.
6. 7 Tips voor het koelen vanvoedsel• Het vak voor vers voedsel is het vak metde markering (op het typeplaatje) met. • Vlees (alle soorten): verpakken in geschiktmateriaal en op de glazen plaat leggen,boven de groentelade. Bewaar vleesmaximaal 1-2 dagen. • Groente en fruit: grondig reinigen (hetzand verwijderen) en in een speciale lade(groentelade) bewaren. • Het is raadzaam om exotische vruchtenzoals bananen, mango’s, papaja’s, etc. niet in de koelkast te bewaren. • Groenten zoals tomaten, aardappelen,uien en knoflook mogen niet in de koelkastworden bewaard. • Boter en kaas: in een luchtdicht bakjeleggen of in aluminiumfolie of plasticzakjes wikkelen, om zoveel mogelijk luchtuit te sluiten. • Flessen: afsluiten met een dop en op deflessenplank van de deur plaatsen of(indien beschikbaar) in het flessenrek.
1 Het reinigen van de binnenkantVoordat u het apparaat voor de eerste keergebruikt, moet u de binnenkant en de interneaccessoires wassen met lauwwarm water eneen beetje neutrale zeep om de typische geurvan een nieuw product te verwijderen. Daarna moet u het grondig drogen. LET OP. Gebruik geen reinigingsmiddelen,schuurpoeders, chloor of reinigers opoliebasis. Deze beschadigen deafwerking. LET OP. De accessoires en onderdelen van hetapparaat zijn niet vaatwasserbestendig. 7. 2 Periodieke reinigingHet apparaat moet regelmatig wordenschoongemaakt:NEDERLANDS 13.
1. Maak de binnenkant en de accessoiresschoon met lauw water en wat neutralezeep. 2. Controleer de afdichtingen regelmatig enwrijf ze schoon om u ervan te verzekerendat ze schoon en vrij van resten zijn. 3. Afspoelen en goed afdrogen. 7. 3 Ontdooien van de koelkastRijp wordt tijdens normaal gebruikautomatisch van de verdamper van hetkoelgedeelte verwijderd. Het dooiwater wordtvia een gootje afgevoerd naar een specialeopvangbak aan de achterkant van hetapparaat, boven de compressor, waar hetverdampt. Het is belangrijk om het afvoergaatje voor hetdooiwater midden in het afvoerkanaal van hetkoelgedeelte regelmatig te reinigen, om tevoorkomen dat het water overloopt en op hetvoedsel in de koelkast terechtkomt. Gebruik hiervoor de buisreiniger die ismeegeleverd met het apparaat. 7. 4 De vriezer ontdooienLET OP.
Gebruik nooit scherpe metalenhulpmiddelen om rijp van de verdamperaf te schrapen, omdat u deze hiermeezou kunnen beschadigen. Gebruik geen mechanische of anderemiddelen om het ontdooiproces teversnellen, behalve middelen die door defabrikant zijn aanbevolen. Stel ongeveer 12 uur voordat je gaatontdooien een lagere temperatuur in omvoldoende koudereserve op te bouwen ingeval van mogelijke onderbrekingentijdens de werking. Er zal altijd een bepaalde hoeveelheid rijpworden gevormd op de vriesvakken en rondhet bovenste vak. Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag eendikte van ongeveer 3-5 mm heeft. 1. Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel het apparaat uit. 2. Verwijder al het ingevroren voedsel enleg het op een koele plaats. LET OP. Een temperatuurstijging tijdens hetontdooien van de ingevrorenlevensmiddelen kan de veiligebewaartijd verkorten.
Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan. Uw handenkunnen dan aan het voedselvastvriezen. 3. Laat de deur open staan. Bescherm devloer tegen het dooiwater met bijv. eendoek of een platte opvangbak. 4. Om het ontdooiproces te versnellen, kuntu een pan met warm water in het vriesvakplaatsen.
Verwijder bovendien stukken ijsdie loskomen voordat het ontdooienvoltooid is. 5. Maak de binnenkant grondig droog naafloop van het ontdooien. 6. Zet het apparaat aan en sluit de deur. 7. Zet de thermostaatknop op de maximalekoude en laat het apparaat minstens drieuur in deze instelling werken. Plaats het eten pas na deze tijd terug in hetvriesvak. 7. 5 Periode dat het apparaat nietgebruikt wordtNeem de volgende voorzorgsmaatregelen alshet apparaat gedurende lange tijd nietgebruikt wordt:1. Koppel het apparaat los van destroomtoevoer. 14 NEDERLANDS.
2. Verwijder alle etenswaren.3. Ontdooi het apparaat.4. Reinig het apparaat en alle accessoires.5. Laat de deuren geopend omonaangename luchtjes te voorkomen.8. PROBLEEMOPLOSSINGWAARSCHUWING!Zie de hoofdstukken over veiligheid.8.1 Wat te doen als...Probleem Mogelijke oorzaak OplossingHet apparaat werkt niet. Het apparaat werd uitgeschakeld. Schakel het apparaat in. De stekker zit niet goed in het stop‐contact.Steek de stekker goed in het stop‐contact. Er staat geen spanning op het stop‐contact.Sluit het apparaat aan op een anderstopcontact. Neem contact op meteen erkend elektrotechnisch instal‐lateur.Het apparaat is lawaaiig. Het apparaat staat niet stabiel. Controleer of het apparaat stabielstaat.Er is een hoorbaar of zichtbaaralarm.De deur is open blijven staan. Sluit de deur.De compressor werkt voortdurend.
De temperatuur is verkeerd inge‐steld.Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". Er werden veel voedingsproductenin een keer opgeborgen.Wacht een paar uur en controleerdan de temperatuur opnieuw. De temperatuur in de ruimte is tehoog.Raadpleeg het hoofdstuk "Installe‐ren". De temperatuur van de voedings‐producten in het apparaat was tehoog.Laat voedingsproducten afkoelen totkamertemperatuur voordat je ze op‐bergt. De deur is niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten".De FastFreeze-functie is ingescha‐keld.Zie de rubriek over ‘FastFreeze-functie’.De compressor start niet onmiddel‐lijk na het drukken op "FastFreeze" ,of na het veranderen van de tempe‐ratuur.De compressor start niet direct. Dit is normaal en geen storing.De deur is niet goed gemonteerd ofdekt het ventilatierooster af.Het apparaat staat niet waterpas.
Probleem Mogelijke oorzaak OplossingDe verlichting werkt niet. De stand-bystand van de verlichtingis ingeschakeld. Sluit en open de deur. De lamp is defect. Neem contact op met de dichtstbij‐zijnde klantenservice. Er is te veel bevroren rijp en ijs. De deur is niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". Het deurrubber is vervormd of vuil. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". De voedingsproducten is niet goedverpakt. Verpak de voedingsproducten beter. De temperatuur is verkeerd inge‐steld. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". Apparaat is volledig geladen en isingesteld op de laagste tempera‐tuur. Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". De ingestelde temperatuur in hetapparaat is te laag en de omge‐vingstemperatuur is te hoog. Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel".
Er stroomt water over de achter‐wand van de koelkast. Tijdens automatisch ontdooiensmelt rijp op de achterwand. Dit is correct. Er condenseert teveel water op deachterwand van de koelkast. De deur werd te vaak geopend. Open de deur alleen als het nodigis. De deur is niet volledig gesloten. Zorg ervoor dat de deur volledig ge‐sloten is. Het bewaarde voedsel was niet in‐gepakt. Verpak voedsel in geschikt materi‐aal voordat je het in het apparaatplaatst. Er stroomt water in de koelkast. Opgeborgen voedingsproductenvoorkomen dat het water in de wa‐teropvangbak loopt. Zorg ervoor dat voedingsproductende achterwand niet raken. De waterafvoer is verstopt. Reinig de waterafvoer. Er stroomt water op de vloer. De smeltwaterafvoer is niet aange‐sloten op de verdampschaal bovende compressor. Sluit de smeltwaterafvoer aan op deverdampschaal. De temperatuur kan niet worden in‐gesteld.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De temperatuur van de voedings‐producten is te hoog.Laat de voedingsproducten afkoelentot kamertemperatuur voordat je zeopbergt. Er worden veel voedingsproductenin een keer opgeborgen.Berg minder voedingsproducten ineen keer op.De dikte van de rijp is groter dan 4 -5 mm.Ontdooi het apparaat. De deur werd vaak geopend. Open de deur alleen als dat nodigis.De FastFreeze-functie is ingescha‐keld.Zie de rubriek over ‘FastFreeze-functie’. Er wordt geen koude lucht gecircu‐leerd in het apparaat.Zorg ervoor dat er koude lucht in hetapparaat circuleert. Raadpleeg hethoofdstuk "Tips en advies".Sommige specifieke oppervlakkenin het koelcompartiment zijn somswarmer. Dit is normaal.De temperatuurinstellingleds knip‐peren tegelijkertijd.Er is een fout opgetreden bij het me‐ten van de temperatuur.Neem contact op met de dichtstbij‐zijnde klantenservice.
Het koelsys‐teem blijft de voedingsproductenkoelen, maar de temperatuurinstel‐ling kan niet worden gewijzigd.Bel, wanneer het advies niet totresultaten leidt, de dichtstbijzijndeservicedienst voor dit merk.8.2 Het lampje vervangenHet apparaat is uitgerust met een LED-lampjeaan de binnenkant met een lange levensduur.Alleen service mag het verlichtingsapparaatvervangen. Neem contact op met onzeerkende servicedienst.8.3 De deur sluiten1. Reinig de deurpakkingen.2. Pas zo nodig de deur aan. Raadpleeg demontage-instructies.3. Vervang indien nodig de defectedeurpakkingen. Neem contact op met deerkende servicedienst.NEDERLANDS 17
9. GELUIDENSSSRRR!CLICK!HISSS!BRRR!BLUBB!10. TECHNISCHE GEGEVENSDe technische gegevens staan op hettypeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat en op het energielabel.De QR-code op het energielabel dat bij hetapparaat wordt geleverd,biedt een internetkoppeling naar deinformatie gerelateerd aan de prestaties vanhet apparaat in de EU-EPREL-database.Bewaar het energielabel ter referentie samenmet de gebruikershandleiding en alle anderedocumenten die bij dit apparaat wordengeleverd.Het is ook mogelijk om dezelfde informatie inEPREL te vinden via de koppelinghttps://eprel.ec.europa.eu en de modelnaamen het productnummer die u vindt op hettypeplaatje van het apparaat.Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voorgedetailleerde informatie over hetenergielabel.11.
de uitsparingen en de minimale openafstanden aan de achterzijde moeten voldoenaan de voorschriften van dezegebruikershandleiding in “Installeren“. Neemcontact op met de fabrikant voor verdereinformatie, inclusief laadplannen.12. MILIEUBESCHERMINGRecycleer de materialen met het symbool .Gooi de verpakking in een geschikteafvalcontainer om het te recycleren.Bescherm het milieu en de volksgezondheiden recycleer op een correcte manier het afvalvan elektrische en elektronische apparaten.Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.Breng het product naar het milieustation bij uin de buurt of neem contact op met degemeente.NEDERLANDS 19
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zanussi ZEAN88ES stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Zanussi
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast
