Zanussi S42886DTR Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zanussi S42886DTR (26 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Zanussi S42886DTR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Zanussi |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | S42886DTR |
Handleiding Zanussi S42886DTR – volledige tekst
144Geachte klant,Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat U Uw nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren voor latere naslag. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven.Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op Uw apparaat betrekking hebben.1Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor Uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat.
Hier absoluut op letten.0Dit symbool leidt Uw stap voor stap door de bediening van het apparaat.3Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.2Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.Verklaringen van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing gebruikt worden, vindt U aan het eind in het Hoofdstuk "Vaktermen".Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze klantendienst U te allen tijde ter beschikking.Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papierwie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
145InhoudVeiligheid. 147Weggooien. 149Informatie over de verpakking van het apparaat. 149Weggooien van oude apparaten. 149Transport apparaat. 149Transportbescherming verwijderen. 150Opstellen. 150Opstelplaats. 150Het toestel heeft lucht nodig. 151Apparaat uitlijnen. 151Elektrische aansluiting. 151Beschrijving van het apparaat. 152Voorkant apparaat. 152Voor ingebruikneming. 153In gebruik nemen - temperatuur instellen. 153Apparaat uitzetten. 154Het openen van de deur van de diepvriesruimte. 154Interieur. 155Legvlakken/roosters. 155Variabele binnendeur. 155Juist opslaan. 156Invriezen. 157Diepgevroren opslaan. 158Het maken van ijsblokjes. 158Ontdooien. 158De koelruimte wordt automatisch ontdooid. 158Vriesruimte ontdooien. 159Reiniging en onderhoud. 160Apparaat van binnen. 160Apparaat van buiten. 161.
1471VeiligheidDe veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de erkende regels der techniek en aan de Duitse wet op de veiligheid van apparaten. Desondanks zien wij ons genoodzaakt U met de volgende veiligheidsa-anwijzingen vertrouwd te maken:Reglementaire toepassing•Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoor-ding nemen voor eventuele schaden.•Het ombouwen van of veranderingen aan het koelapparaat aanbren-gen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.•Als het koelapparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmid-delen gebruikt wordt, s.v.p.
letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt•Controleer het koelapparaat op transportschade. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wendt U in geval van schade tot de leverancier.KoelmiddelenHet apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.•Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.•Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:–open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;–het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.Veiligheid van kinderen•Verpakkingsdelen (bijv. foliën, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar!
Veiligheid148zige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar. ) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen. •Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen. Bij dagelijks gebruik•Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar. Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het koelapparaat. •Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs explode-ren. Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte.
Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol-percentage kan in de vriesruimte gelegd worden. •Consumptieïjs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken. •Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen. •Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc. ) in het koelapparaat gebruiken. •Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de woning uitschakelen c. q. er uit draaien. •De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer. Bij storing•Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaan-wijzing kijken onder “Wat te doen als. ”.
Als de daar gegeven aanwij-zingen niet verder helpen zelf niet verder aan het apparaat werken. •Koelapparaten mogen alleen dooor geschoold personeel gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ont-staan.
149WeggooienInformatie over de verpakking van het apparaatAlle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt wor-den en worden als volgt gekarakteriseerd:>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnenin. >PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe CFK-vrij.De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bij het oud-papier gedaan worden.Weggooien van oude apparatenWegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor Uw huidige apparaat en - als het ook aan ver-vanging toe is - ook voor Uw nieuwe apparaat.1Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden.
Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapot-maken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het appa-raat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.Aanwijzingen voor het weggooien:•Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.•Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.•Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis. Transport apparaatEr zijn twee personen nodig om het apparaat te transporteren. 0Om het apparaat op de definitieve plaats te schuiven voorzichtig boven aan de bovenste deur duwen en het apparaat iets naar achteren kante-len.
150Transportbescherming verwijderenHet apparaat alsmede de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.0Alle plakband alsmede bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.OpstellenOpstelplaatsHet apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik en het onberispelijk functioneren van het apparaat.Het apparaat daarom–niet aan directe straling van de zon blootstellen;–niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaat-sen;–alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatcategorie waarvoor het apparaat is ont-worpen.De klimaatcategorieën staan op het merk- en type-aanduidingsplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatcategorie behoort:Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:–tot elektrische kachels 3 cm;–tot olie- en kolenkachels 30 cm.Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isola-tieplaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat, is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.
Opstellen151Het toestel heeft lucht nodigLucht wordt onder de deur toege-voerd via de ventilatieopeningen in de sokkel en gaat dan via de ontluchting langs de achterwand naar boven. Deze ventilatieope-ningen nooit afdekken of versper-ren zodat de lucht kan circuleren.Let op! Als het apparaat bijv. onder een kast geplaatst wordt, dient een afstand van minstens 5 cm tussen de bovenkant van het apparaat en het daarboven aange-brachte meubel aangehouden te worden. Apparaat uitlijnen0Het apparaat dient horizontaal en stevig te staan. Oneffenheden van de bodem compenseren door in- of uitdraaien van de beide stelvoetjes aan de voorkant. Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstal-leerde stopcontact met randaarde vereist.
De elektrische zekering dient minstens 10 Ampère te zijn.Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegan-kelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zor-gen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).0Voor ingebruikneming op het merk– en type–aanduidingsplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenko-men met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of220 ... 240 V ~50 Hz(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
152Beschrijving van het apparaatVoorkant apparaat(diverse modellen)Temperatuurregelaar en lichtschakelaarBoter-/kaasvakken met klep en eiervakDeurvak FlessenvakGroentelade met serveertableauLegvlakkenVriesvak (voor bewaren en invriezen)Vak in de deur van het vriesvak(2-sterren-vak, alleen voor het bewaren van diepvriesproducten bij -12°C)Typeplaatje
153Voor ingebruikneming1Laat het apparaat, voordat u het op het elektriciteitsnet aansluit en voor de eerste ingebruikname, 30 minuten staan, als het rechtop vervo-erd is. Als het liggend vervoerd is, moet het apparaat voor ingebruik-name eerst 4 uur staan, zodat de olie naar de compressor kan terugstromen. Anders kan de compressor beschadigd worden.0Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie Hoofdstuk “Reiniging en Onderhoud”).In gebruik nemen - temperatuur instellenKoelruimte en diepvriesruimte kunnen niet apart van elkaar bediend en geregeld worden.0Stekker in stopcontact steken.De temperatuurregelaar bevindt zich in de koelruimte rechts boven. Hij dient tegelijkertijd als AAN/UIT-schakelaar.
Stand „•“ = koeling uitStand „1“ = warmste binnentenperatuurStand „5“ = koudste binnentenperatuurInstellingsaanbeveling: 2 - 3Gewenste temperatuur instellen door de temperatuurregelaar te draaien. De compressor start en werkt dan automatisch.Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor niet direct als op dat ogenblik automatisch ontdooid wordt.3 Aangezien de opslagtemperatuur in de koelruimte snel bereikt wordt, kunnen direct na inschakeling producten opgeborgen worden.Belangrijk! Wacht met het opbergen van diepvriesartikelen tot de tem-peratuur in het vriesvak -18 °C bereikt heeft. 3 Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is een bewaartem-peratuur van ca.
154Apparaat uitzetten3Koelruimte en diepvriesruimte kunnen niet apart van elkaar bediend en geregeld worden. 0Voor het uitzetten van de koeling de temperatuurregelaar op stand “•” draaien.Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:0Apparaat uitzetten, daartoe de temperatuurregelaar op stand “•” draaien.0Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp. uithalen.0Diepvriesruimte ontdooien en apparaat grondig reinigen (zie hoofdstuk “Reiniging en Onderhoud”).0Deuren daarna open laten om geurvorming te voorkomen.Het openen van de deur van de diepvries-ruimteAls het apparaat ingeschakeld is en de deur van de diepvriesruimte ge-sloten wordt, kan hij niet direct weer geopend worden omdat er onder-druk in de diepvriesruimte ontstaat die de deur gesloten houdt tot de druk weer gelijk is. Na een paar minuten kan de deur weer geopend worden.
155InterieurLegvlakken/roostersNaargelang het model is het apparaat voorzien van glas legvlakken of van roosters.Het legvlak van glas boven de groente- en fruitbakken moet altijd op die plaats blijven liggen, opdat groente en fruit langer vers blijven.De legvlakken kunnen in hoogte versteld worden:0Daartoe het legvlak zo ver naar voren trekken tot het er uit gehaald kan worden.0Het plaatsen op een andere hoogte in omgekeerde volgorde uitvoeren.Variabele binnendeurNaargelang de behoefte kunnen de deurvakbodems er naar boven uit-genomen worden en op andere plaatsen gezet worden.
156Juist opslaanIn de koelruimte heersen, fysisch bepaald, diverse temperaturen. De laagste temperatuur bevindt zich op de onderste legvlak. Warmer is het op de bovenste legvlak en de vakken in de deur. Waar in de koelruimte de juiste temperatuur heerst voor de diverse soorten levensmiddelen laat het voor-beeld hiernaast zien. Het 2-sterren-vak in de deur van het vriesvak dient alleen voor het bewaren van diepvriesproducten bij -12°C (bewaartijd 2 - 3 weken, afhankelijk van de levensmiddelen).Tip: Levensmiddelen dienen altijd afgedekt of verpakt in de koelruimte gezet te worden om uitdrogen en geur- of smaakoverdracht op andere artikelen te voorkomen.Voor het verpakken zijn geschikt:–Vershoudzakken en -folien van polyethyleen;–Plastic dozen met deksel;–Speciale kappen van plastic met elastieken band;–Aluminiumfolie.
157Invriezen Attentie! •Voor het invriezen van levensmiddelen alsmede voor het opslaan van reeds bevroren diepvriesartikelen dient de temperatuur in het vries-vak –18 °C of lager te zijn.•Let op het invriesvermogen op het merk- en type-aanduidingsplaatje. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse producten die binnen 24 uur ingevroren kan worden. Neem slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid die aangegeven staat op het typeplaatje als er gedu-rende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt.•Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen.
De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.•Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.0Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen kunnen daaraan vast vriezen.0De verpakte levensmiddelen op de bodem van het vriesvak leggen.
Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen ontdooien kunnen.Tips:•Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:–diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;–speciale diepvriesdozen;–aluminiumfolie, extra sterk.•Voor het sluiten van zakken en folie zijn geschikt:plastic klemmen, elastiekjes of plakband.•Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folie strijken omdat lucht het uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.•Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.•Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.
158Diepgevroren opslaanAttentie! Voor het invriezen van levensmiddelen alsmede voor het opslaan van reeds bevroren diepvriesartikelen dient de temperatuur in het vriesvak –18 °C of lager te zijn.Het 2-sterren-vak in de deur van het vriesvak dient alleen voor het bewaren van diepvriesproducten bij -12°C (bewaartijd 2 - 3 weken, afhankelijk van de levensmiddelen).•Alleen verpakte diepvriesproducten bewaren opdat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de geur- of smaak niet op andere pro-ducten overgedragen wordt.•Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriespro-ducten.Het maken van ijsblokjes0IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in het vriesvak plaatsen en laten bevriezen.0Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje omdraaien of kort onder stro-mend water houden.Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje nooit met spitse of scherpe voorwerpen losmaken.
Gebruik daarvoor een lepelsteel of iets dergelijks.OntdooienDe koelruimte wordt automatisch ontdooidDe achterwand van de koelruimte wordt met rijp bedekt als de com-pressor loopt en ontdooit weer als de compressor stilstaat.Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van de koelruimte opgevangen, door het afvoergat naar een bakje aan de motorkompressor gevoerd en verdampt daar.Het dooiwaterafvoergat moet regelmatig worden gereinigd (zie hoofd-stuk "Reiniging en onderhoud").
Ontdooien159Vriesruimte ontdooienAls het apparaat aanstaat en tijdens het openen van de deur van het vriesvak slaat vocht als rijp neer in het vriesvak. Verwijder deze rijp van tijd tot tijd met een zachte plastic schaaf, bijv. een deegkrabber. Gebruik in geen geval harde of spitse voorwerpen.Het apparaat dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca. 4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt moment voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar weinig artikelen in liggen.1 Waarschuwing! •Geen electrische verwarmingsapparaten en andere mechanische of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen, met uitzondering van die die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden.•Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor de gezondheid zijn en/of stoffen bevatten die plastic aantasten.Voorzichtig!
Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.0Enkele uren vóór het ontdooien de temperatuurregelaar op stand 5 draaien, zodat er een koudereserve in de diepvriesproducten ontstaat.0Diepvriesproducten uit het apparaat nemen, in enkele lagen krantenpa-pier wikkelen en op een koele plaats bewaren.0Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen c.q. er uitdraaien.0Afluitstopje uir de dooiwateruit-loop verwijderen. Bakje eronder zetten om het dooiwater op te vangen.Attentie! Na het ontdooien de afsluitstop weer in de dooiwa-terafvoer zetten.Tip: Het ontdooien kan versneld worden door een pan met heet water in het vriesvak te zetten en de deur te sluiten. Verwijder stukken ijs die er afvallen voor ze geheel ontdooid zijn.0Na het ontdooien apparaat incl.
160Reiniging en onderhoudOm hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met toebehoren geregeld gereinigd te worden.1Waarschuwing! •Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteits-net aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonma-ken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel c.q. draai de zekering er uit.•Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken!
Hete damp kan kunstoffen onderdelen beschadigen.•Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik geno-men wordt.Let op!•Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.–Sap van citroen– of sinaasappelschillen;–Boterzuur;–Schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder-delen.•Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.Apparaat van binnen 0Koel– en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerdere lagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.0Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk “Ontdooien”).0Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen c.q. er uitdraaien.0Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.
Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.0Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.0Het dooiwater-afvoergat aan de achterwand van de koelruimte contro-leren. Een verstopt dooiwater–afvoergat met behulp van een draad schoonmaken. Hiertoe het kunststoffen neerzetplankje aan de onder-kant van de achterwand van de koelruimte er uitnemen en er na het schoonmaken weer inzetten.
161Apparaat van buiten Roestvrijstalen oppervlakteVoor het onderhoud van de roestvrijstalen oppervlakte kunt u de nor-male onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Deze onderhoudsmiddelen vormen tegelijkertijd een beschermlaag tegen vingerafdrukken. 1Voorzichtig: Zorg dat reinigingsmiddelen voor roestvrij staal niet in contact komen met kunststof onderdelen, omdat deze daardoor aange-tast worden. Gelakt oppervlak0Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.0Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.2Stof op de condensor vermindert het koelvermogen en verhoogt het energieverbruik.
Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achter-kant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.0Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaat weer in bedrijf nemen.2Tips om energie te besparen•Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera-tuur werkt de compressor vaker en langer.•Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onderkant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.•Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.•Deur slechts zo lang open laten als nodig is.•De temperatuur niet lager dan nodig instellen.•Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen.
162Wat te doen als ...Hulp bij storingenHet kan bij een storing om kleine defecten gaan die zelf aan de hand van de volgende aanwijzingen opgelost kunnen worden. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.1Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door geschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wendt U bij repara-tie tot Uw vakhandel of onze klantendienst.Storing Mogelijke oorzaken VerhelpenApparaat werkt niet.Apparaat is niet aangezet. Apparaat aanzetten.Stekker zit niet in het stop-contact of zit los.Stekker in stopcontact ste-ken.Zekering is los of kapot. Zekering controleren, eventueel vernieuwen.Stopcontact is kapot.Storingen in het lichtnet door Uw elektrovakman laten verhelpen.Apparaat koelt te sterk.
Temperatuur is te laag ingesteld.Temperatuurregelaar tijde-lijk op een hogere stand zetten.De levensmiddelen zijn te warm.Temperatuur is niet juist ingesteld.Zie hoofdstuk “Ingebruik-neming”.Deur heeft te lang openge-staan.Deur slechts zo lang open laten als nodig is.In de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen.Temperatuurregelaar op een koudere stand zetten.Het apparaat staat naast een warmtebron.Zie hoofdstuk “Opstel-plaats”.Binnenverlichting werkt niet. Lamp is kapot. Zie hoofdstuk “Lamp ver-wisselen”.
Wat te doen als ...163Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting.Deurafdichting is lek (eventueel na het verwisse-len van de deuraanslag).Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voorzichtig met een föhn® verwarmen (niet heter dan ca. 50 °C). Tegelijkertijd de ver-warmde deurafdichting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer hele-maal sluit.Ongewone geluiden.Apparaat staat niet recht. Instelvoetjes bijstellen.Apparaat komt tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan.Apparaat iets wegtrekken.Een onderdeel, bijv.
een lei-ding, aan de achterkant van het apparaat komt tegen een ander onderdeel van het apparaat aan of tegen de muur.Dit onderdeel voorzichtig wegbuigen.Na het wijzigen van de temperatuurinstelling start de compressor niet direct.Dit is normaal, het betreft geen storing.De compressor start na enige tijd automatisch.Water op de bodem van de koelruimte of op de leg-vlakken.Dooiwaterafvoer is verst-opt.Zie hoofdstuk “Reiniging en Onderhoud”.Storing Mogelijke oorzaken Verhelpen
Wat te doen als ...164Lamp verwisselen1Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het verwisselen van de lamp het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen c.q. eruit draaien.Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E 140Om het apparaat uit te zetten de temperatuurregelaar op stand „•" draaien.0Stekker uit het stopcontact trekken.0Voor het verwisselen van de lamp de lampbehuizing afnemen. 0Defecte lamp verwisselen.0Lampbehuizing er weer op plaat-sen.
165KlantenserviceAls bij een storing geen oplossing in deze gebruiksaanwijzing gevonden kan worden, gelieve men zich tot de handelaar of tot onze klantenser-vice te wenden. Adressen en telefoonnummers staan in bijgevoegd boe-kje "Garantievoorwaarden/Klantendienst".Een gerichte onderdeelvoorbereiding kan onnodige moeite en kosten besparen. Vermeld daarom de volgende gegevens van het apparaat:Deze gegevens staan op het merk- en type-aanduidingsplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Aanbevolen wordt deze gegevens hier in te vullen om ze snel bij de hand te hebben.Aanwijzing: Voor het ten onrechte contact opnemen met de klanten-dienst tijdens de garantieperiode worden kosten berekend. •Modelnaam•Productnummer (PNC)•Productienummer (S-No.)
166Geluiden als apparaat in bedrijf isDe volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:•Klikken Altijd als de compressor in- of uitgeschakeld wordt, is een klikgeluid te horen.•Zoemen Zodra de compressor werkt, is een zoemgeluid te horen.•Borrelen/Kabbelen Als koelvloeistof door dunne buisjes stroomt, is een borrelend of kab-belend geluid te horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen. Doel, Normen, RichtlijnenHet koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.
167Vaktermen•KoelmiddelenVloeistoffen die gebruikt worden voor het opwekken van koude noemt men koelmiddelen. Ze hebben een in verhouding laag kook-punt, zo laag dat de warmte van de in het koude-apparaat opgesla-gen levensmiddelen het koelmiddel tot koken c.q. verdampen brengt.•KoelmiddelcircuitGesloten circuit waarin het koelmiddel zich bevindt. Het koelmiddel-circuit bestaat in principe uit verdamper, compressor, condensor als-mede leidingen.•VerdamperIn de verdamper verdampt het koelmiddel. Zoals alle vloeistoffen heeft een koelmiddel warmte nodig om te verdampen. Deze warmte wordt aan het interieur van het apparaat onttrokken dat daardoor afkoelt. Daarom zit de verdamper in het apparaat direct achter de binnenwand en daardoor niet zichtbaar.•CompressorDe compressor lijkt op een klein tonnetje.
Hij wordt door een inge-bouwde elektromotor aangedreven en zit achter de sokkel van het apparaat. Het is de taak van de compressor dampvormig koelmiddel uit de verdamper weg te halen, te verdichten en naar de condensor te leiden.•CondensorDe condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt het door de compressor verdichte koelmiddel gecondenseerd. Daarbij komt warmte vrij die via de oppervlakte van de condensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor is aan de onderkant van het apparaat aangebracht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zanussi S42886DTR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Zanussi
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast