Zanker Prima 111 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zanker Prima 111 (25 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Zanker Prima 111 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Zanker |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | Prima 111 |
Handleiding Zanker Prima 111 – volledige tekst
2Enkele paragrafen in deze gebruiksaanwijzing zijn voorzien van symbolen die de volgende betekenis hebben:Met de waarschuwingsdriehoek geven wij aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor hetfunctioneren van de machine. Let goed op deze aanwijzingen.Bij dit symbool vindt u aanvullende informatie m.b.t. bediening en praktisch gebruik van het toestel.Dit symbool staat voor tips en aanwijzingen m.b.t. economisch en milieuvriendelijk gebruik van hettoestel.Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier.Geachte Klant,Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.Lees vooral de aanwijzingen m.b.t. de veiligheid op de eerste pagina’s van deze gebruiksaanwijzing!
Bewaarde gebruiksaanwijzing goed, zodat u nog eens iets kunt nalezen en geef hem door aan een eventuele volgendeeigenaar van het toestel.TransportschadenIndien u tijdens de aflevering schade aan het apparaat vastgesteld hebt, meldt u dit dan, vóór u het toestelinstalleert en/of in gebruik neemt, direct aan uw leverancier.
Inhoud3 Waarschuwingen 4-5 Afvalverwerking 5 Milieutips 5 Technische gegevens 6 Installatie 7● Transportbeveiliging 7● Plaatsen 7● Watertoevoer 8● Waterafvoer 8● Elektrische aansluiting 8 Uw nieuwe wasautomaat 9 Beschrijving van de machine 9● Controlelampje “deurvergrendeling” 9● Wasmiddellade 9 Gebruik 10●Bedieningspaneel 10● Beschrijving van de bedieningselementen 10-11● Het einde van het programma 12● Het wijzigen van het programma 12● Het onderbreken van het programma 12● Het annuleren van het programma 12●Het openen van de deur tijdens een lopend programma 12● Adviezen en tips voor het wassen 13 Was niet te lang opsparen 13 Sorteren 13 Temperaturen 13 Hoeveel wasgoed in de trommel? 13 Vóór u het wasgoed in de trommel doet 14 Welke wasmiddelen gebruiken?
4Aanwijzingen m. b. t. de veiligheidInstallatie●Alle delen die tot de transportbeveiliging behorenmoeten beslist zijn verwijderd, alvorens hetapparaat in gebruik te nemen. Ernstige schadeaan het apparaat of andere zaken kan het gevolgzijn van het niet of niet geheel verwijderen van detransportbeveiliging. ●Een eventueel noodzakelijke wijziging aan deelektrische huisinstallatie ten behoeve van deinstallatie van dit apparaat, mag uitsluitend dooreen daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. ●Een eventueel noodzakelijke wijziging van dewatertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoevevan de installatie van dit apparaat mag uitsluitenddoor een daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. ●Overtuig u ervan dat het apparaat na deinstallatie of het verplaatsen niet op hetaansluitsnoer staat. Gebruik●Was geen artikelen in de wasautomaat die hierniet voor geschikt zijn.
Raadpleeg hettextielonderhoudsetiket. ●Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg debetreffende adviezen in de gebruiksaanwijzing. ●Met vluchtige stoffen, zoals spiritus, benzine,terpentine en dergelijke, gereinigde artikelenmogen niet in de wasautomaat. Indien zulkereinigingsmiddelen gebruikt werden om voortijdsvlekken te verwijderen, dan moet met het wassenin de wasautomaat gewacht worden tot hetartikel volledig uitgedampt is. ●Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuursen dergelijke in een sloop. Zulke kleine artikelenkunnen tussen de trommel en de kuip slippen. ●Overtuig u ervan dat, vóór u een kledingstuk in dewasautomaat doet, de borst- en broekzakkenleeg zijn, ritssluitingen zijn gesloten en eventueelloshangende knopen verwijderd of eerstaangenaaid zijn. Was geen rafelig of gescheurdgoed; herstel het voortijds. Verwijder voortijdsverf-, inkt-, roest- en grasvlekken.
●Objecten zoals flippo’s, munten, veiligheids-spelden, naalden, spijkers, schroeven en andereharde of scherpe materialen behoren niet in dewasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schadeveroorzaken. ●Wees voorzichtig met wasverzachter. Een tegrote dosering kan schade aan het wasgoedtoebrengen. Raadpleeg de instructies van defabrikant van de wasverzachter. ●Kijk, vóór u de vuldeur (voorlader) opent, altijdeerst of het water weggepompt is. Indien dat niethet geval is, laat de machine dan eerst het waterafpompen. Raadpleeg in twijfelgeval degebruiksaanwijzing. ●Laat de vuldeur (voorlader) op een kier staanindien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat isbeter voor de rubbermanchet en u voorkomt hetontstaan van een muffe lucht.
●Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer afdoor, afhankelijk van de wijze van installatie, destekker uit het stopcontact te nemen of debadkamertrekschakelaar op de UlT-stand teschakelen. Draai na het gebruik altijd dewatertoevoerkraan dicht. Algemene veiligheid●Tracht, in geval van een storing of defect, ditapparaat niet zelf te repareren. Reparaties welkedoor niet-deskundige personen uitgevoerdworden, kunnen tot schade of letsel leiden. Raadpleeg ELGROEP FABRIEKSSERVICE. ●Netsnoer nooit aan het snoer uit het stopcontacttrekken, maar aan de stekker. Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen tehebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.
5Milieutips●Normaal verontreinigd wasgoed hoeft u niet voorte wassen. Zo bespaart u wasmiddel, water entijd (en u ontziet het milieu).●De wasautomaat werkt het zuinigst met een volletrommel.●Door een geschikte voorbehandeling kunnenvlekken en lichte verontreinigingen verwijderdworden. Dan kunt u op een lagere temperatuurwassen.●Doseer het wasmiddel altijd volgens deaanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.●Was normaal verontreinigde witte was op de E-stand.●Kies voor licht vuile was een kortprogramma.Veiligheid van kinderen●Kinderen zien de gevaren niet die ontstaan doorondeskundige omgang met elektrische toestellen.Zorg daarom voor het nodige toezicht als demachine aanstaat en laat kinderen niet met demachine spelen - ze zouden zichzelf of anderekinderen in de machine kunnen opsluiten.●Houd de verpakking uit de buurt van kinderen;vooral folie en styropor kunnen gevarenopleveren.
Verstikkingsgevaar!●Zorg ervoor dat kinderen of kleine huisdieren nietin de trommel van de wasautomaat kunnenklimmen.●Als u het toestel afdankt, maak het dan dadelijkonbruikbaar: stekker uit het stopcontact trekken,aansluitsnoer afsnijden en weggooien. Maakbovendien het deurslot onbruikbaar. Zo kunnenkinderen zichzelf of andere kinderen niet in demachine opsluiten.VerpakkingsmateriaalAlle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen zonder gevaar bij het afvalworden gezet.De kunststoffen kunnen hergebruikt worden enhebben de volgende aanduidingen:>PEPSPP
7InstallatieTransportbeveiligingWij adviseren u de verwijderde delen te bewaren; ingeval van verhuizing moeten ze wederomaangebracht worden. U gaat als volgt te werk: 1. Schroef met de sleutel de rechter schroef aan deachterkant van de machine los. 2. Leg de machine voorzichtig op z’n achterkant;zodanig dat de slangen niet kunnen beschadigen. 3. Verwijder het polystyrene vulblok uit de onderkantvan de machine en het plakband waarmee de 2plastic zakken aan de voorkant van het apparaatbevestigd zijn. 4. Trek voorzichtig de plastic zak (1) uit derechtermachine, terwijl hij naar het midden van demachine getrokken wordt. Trek nu ook de linker plastic zak (2) uit demachine. 5. Zet de machine rechtop en verwijder de 2 overigeschroeven uit de achterwand. 6. Verwijder de drie plastic afstandshulzen uit degaten waar de schroeven in zaten.
P023321P0234P0255Het is beslist noodzakelijk dat u detransportbeveiligingen verwijdert voor u demachine in gebruik neemt. 7. Dicht de vrijgekomen gaten af met demeegeleverde stopsels. U vindt deze stopsels opde achterkant van de machine. PlaatsenPlaats de machine op een vlakke, harde vloer. Laateen houten vloer met een 5 cm dikkehardhoutenplaat versterken, over tenminste tweedraagbalken. De verstevigingsplaat moet aan allekanten enkele centimeters buiten de machinesteken. Indien de machine op een bovenverdieping geplaatstwordt, neem dan zodanige maatregelen dat bij eeneventuele lekkage het water niet naar de verdiepingeronder kan lekken. Raadpleeg uw leverancier/installateur. Zorg ervoor dat de machine niet tegen de muur ofandere keukenmeubels kan leunen.
Wij gaan er van uit dat de waterkraan, deafvoermogelijkheid en de elektriciteitsvoorzieningzich binnen het bereik van de machineslangen enhet aansluitsnoer bevinden. Als dat niet zo is, danadviseren wij u uw installateur de kraan en/of deafvoer en/of het stopcontact te laten verplaatsen. Stel de machine waterpas op. Dat doet u doormiddel van het in- of uitdraaien van de verstelbarevoetjes.
8WatertoevoerDraai, nadat u eerst het filter (A) in de wartel hebtgelegd, de wartel van de toevoerslang stevig op de3/4" schroefdraad van de kraan. Het andere eind van de toevoerslang, aan demachinekant, kan naar alle richtingen wordenverdraaid. Wartel iets losdraaien, haakse bochtverdraaien en wartel weer stevig vastdraaien. De toevoerslang mag niet verlengd worden. Mochtde slang te kort zijn en wilt u de kraan niet latenverplaatsen, koop dan een langere, complete,hogedrukslang welke speciaal voor dit doel gemaaktis. WaterafvoerDe bocht, aan het eind van de afvoerslang, kunt u opdrie manieren plaatsen:Over de rand van een wasbak. U moet er danvoor zorgen dat de bocht niet, door het snel uitstromende water, van de rand kan schieten. Bijvoorbeeld door de bocht met een touwtje aan dekraan of aan een haak in de muur op te hangen. In een aftakking van de wasbakafvoer.
Dieaftakking moet boven de sifon (stankafsluiter) zittenen zodanig dat de bocht van de slang zich optenminste 60 cm van de vloer bevindt. In een afvoerpijp. Wij adviseren een standpijp van65 cm hoogte; in ieder geval niet lager dan 60 cm enniet hoger dan 90 cm. P0022P0021AP0003Het eind van de afvoerslang moet altijd beluchtzijn, dat wil zeggen dat de binnendiameter van depijp groter moet zijn dan de buitendiameter van hetslangeind. De afvoerslang legt u vanaf de machinekant over devloer en laat u pas bij de afvoermogelijkheid omhooglopen. Elektrische aansluitingDe machine is voor 220-230V / 50Hz gemaakt. De machine is voorzien van een drie-aderigaansluitsnoer en stekker met randaarde. De stekker mag u uitsluitend plaatsen in eenstopcontact met randaarde; de machine dientdeugdelijk geaard te zijn. Het aansluitsnoer mag u niet verlengen.
Indien hetsnoer te kort blijkt te zijn, laat uw installateur dan ofeen langer snoer aan de machine monteren of hetstopcontact verplaatsen. Het gebruik van een verlengsnoer of kabelhaspel isniet toegestaan.
In bad- of doucheruimten moet doorgaans eenzogeheten «vaste aansluiting» gemaakt worden;raadpleeg uw installateur. De fabrikant is niet aansprakelijk voorschade of letsel, ontstaan door het nietvoldoen aan bovenstaande veiligheids-voorschriften. Het aansluitsnoer mag uitsluitend door deELGROEP FABRIEKSSERVICE vervangenworden. P0023.
9Uw nieuwe wasautomaatDeze nieuwe wasmachine voldoet aan alle eisenvoor een moderne behandeling van uw wasgoed,met besparing van water, stroom en wasmiddel.Doordat de wasmachines de laatste jaren steedszuiniger zijn geworden met energie, is de wastijdlanger geworden. U zult echter merken dat hetwasresultaat optimaal is. ● De programmakeuzeknop zorgt voor eeneenvoudig gebruik van de wasmachine; hiermeeworden zowel het programma als de temperatuurgekozen. ● De indicatie van het programmaverloop geeftinformatie over het programma dat afgewerktwordt. ● De automatische sopafkoeling voor het afpompen voorkomt dat de was verkreukelt. ● Het behandelt wollenspeciale wolprogramma goed uiterst voorzichtig. ● Stabilisatie-controlesysteem: stabiliteit enrustige loop.
10GebruikBedieningspaneel 1 BedrijfscontrolelampjeGaat branden als de machine wordt ingeschakeld engaat uit als toets AAN/UIT opnieuw wordt ingedrukt. 2 Toets AAN/UITMet deze toets schakelt u de machine in resp. uit. KeuzetoetsenAfhankelijk van het programma kunnen verschillendefuncties met elkaar gecombineerd worden. Deze moeten worden gekozen nadat het programmais ingesteld en voordat toets START/PAUZE wordtingedrukt. Als een toets wordt ingedrukt, gaat het betreffendelampje branden. Als de toets nogmaals wordtingedrukt, gaat het lampje uit. Als het lampje ca. 3 seconden knippert, betekent datdat een onjuiste keuze is gemaakt. 3 EXTRA SPOELENMet deze toets kunt u het aantal spoelgangenverhogen van 3 naar 4. Aan te raden voor mensen met eenwasmiddelallergie of in gebieden met erg zachtwater. Deze functie kan voor alle programma’s behalve hetwolwasprogramma gekozen worden.
4 SPOELSTOPAls u deze toets bij de programma’s voor witte enbonte was indrukt blijft het wasgoed in het laatstespoelwater liggen; het wordt niet gecentrifugeerd. Na beëindiging van het programma knippert hetlampje van het programmaverloop. Hiermee wordtaangegeven dat het water nog moet wordenweggepompt, voordat de deur kan worden geopend. U hebt 3 mogelijkheden:●toets START/PAUZE indrukken; de machinepompt het water weg en centrifugeert daarnaovereenkomstig het type wasgoed;●een centrifugesnelheid instellen en toetsSTART/PAUZE indrukken;●programma POMPEN kiezen om het water wegte pompen. Er wordt dan niet gecentrifugeerd. Attentie. Voordat u programma POMPEN kuntinstellen, moet u eerst de programmakiezer op standANNULEREN draaien. Als het water niet afgevoerd wordt, loost demachine het automatisch na 18 uur. Belangrijk.
De programma’s voor synthetica en fijne was eindigenautomatisch met spoelstop. Door het indrukken vande SPOELSTOP-toets na het kiezen van dezeprogramma’s wordt het water afgepompt en de waskort gecentrifugeerd.
5 KORTAls u deze toets indrukt, worden de wastijden alsvolgt verminderd: ●45 minuten voor witte en bonte was ●25 minuten voor synthetica●15 minuten voor fijne wasDit programma is geschikt voor wasgoed dat lichtverontreinigd is. Deze functie kan bij instellingniet WOL en bij het energie-spaarprogramma gekozenE worden. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10AANUITVOORWASHOOFDWASSPOELENSPOELSTOPPOMPENCENTRIFUGERENALARM3040506095EKOUD605040KOUDKOUD30404030WITTE WASBONTE WASFIJNE WASWOLprima 111EINDEANNULERENSNELWAS 30CENTRIFUGERENPOMPENWASVERZACHTENSPOELENINWEKEN30SYNTHETICA 700 900CENTRIFUGERENEXTRASPOELENSPOEL- STOP KORTVOOR-WASSTARTPAUZE1100500.
11 6 VOORWASVoorwassen op max. 40°C vóór de automatischvolgende hoofdwas (kan niet bij instelling WOLgekozen worden). De voorwas eindigt met een korte centrifugegangmet 650 tpm bij de programma’s witte/bonte was ensynthetica en met alleen pompen bij fijne was. 7 Toets “Start/Pauze”Deze toets heeft 3 functies: Start - Pauze - Wegpompen van het waterDoor indrukken van deze toets wordt het ingesteldeprogramma gestart. Het lampje van deSTART/PAUZE toets knippert niet meer maar brandtcontinu tijdens de duur van het programma. Om een lopend programma te onderbreken, toetsSTART/PAUZE indrukken: het betreffende lampjegaat knipperen. Als u opnieuw de toets indrukt, wordt hetprogramma voortgezet. Door indrukken van toets START/PAUZE wordt:• bij programma INWEKEN het water weggepompt;• bij programma’s met spoelstop het water weggepompt en gecentrifugeerd.
8 CENTRIFUGERENDoor indrukken van deze toets kunt u het maximalecentrifugetoerental voor het ingestelde programmareduceren. Het lampje dat overeenkomt met de gekozen stand,gaat branden. De centrifugetoerentallen zijn aangepast aan debetreffende textielsoort. De volgende toerentallen zijn mogelijk●Witte en bonte was:500/700/900 max 1100 toeren/min. ●Synthetica/Wol:500/700 max 900 toeren/min. ●Fijne was:500 max 700 toeren/min. Wegpompen van het waterPauzeStart9 Indicatie van het programma-verloop Bij het kiezen van een programma geeft de indicatievan het programmaverloop aan, uit welkeonderdelen het programma bestaat. Na begin van het programma geeft de indicatie vanhet programmaverloop aan, met welk deel van hetprogramma de machine bezig is. Het einde van het programma wordt optischaangegeven: de deur kan geopend worden.
Tegelijkertijd knippert een van de volgende lampjesom het type storing aan te duiden: ●SPOELSTOP = storing bij de watertoevoer; ●SPOELEN = storing bij de waterafvoer; ●HOOFDWAS = deur open. Raadpleeg het hoofdstuk “Eenvoudige storingen”om het defect op te heffen. 10 ProgrammakiezerDeze knop is in 5 sectoren verdeeld:●Witte en bonte was●Synthetica ●Fijne was ●Wol ●Extra programma's De programmakiezer kan zowel naar rechts als naarlinks gedraaid worden. ANNULERENSNELWAS 30CENTRIFUGERENPOMPENWASVERZACHTENSPOELENINWEKEN 3040506095EKOUD605040KOUDKOUD30404030WITTE WASBONTE WASFIJNE WASWOL30 SYNTHETICAVOORWASHOOFDWASSPOELENSPOELSTOPPOMPENCENTRIFUGERENALARMEINDE.
12Symbolen op de keuzeknop● E = Energie besparen● KOUD. De machine wast met koud water.Aan het einde van het programma moet deprogrammakiezer op stand ANNULERENgedraaid worden.Het einde van het programmaWanneer het lampje van de deur uitgaat, kunt u dedeur openen. Het lampje EINDE gaat branden. Dewasautomaat uitschakelen en het wasgoed eruithalen. De programmakiezer op stand ANNULEREN zetten. Het wijzigen van het programmaHet programma kan gewijzigd worden zolang u nogniet op de START/PAUZE toets gedrukt heeft. Alshet programma al gestart is, kunt u het alleenveranderen door het programma eerst te annuleren,vervolgens het nieuwe programma te kiezen en opde START/PAUZE toets te drukken.
Het onderbreken van hetprogrammaAls u een reeds lopend programma wiltonderbreken, drukt u op de START/PAUZE-toets.Het annuleren van het programmaDraai de programmakiezer op stand ANNULERENvoor het annuleren van een ingesteld programma. U kunt nu een ander programma kiezen. Het openen van de deur tijdens eenlopend programmaDe wasautomaat dient eerst in PAUZE gezet teworden (druk op de START/PAUZE toets)U kunt de deur openen wanneer het lampje naast dehandgreep van de deur gedoofd is. Als u de deur niet kunt openen, betekent dit dat demachine met de opwarmfase bezig is of dat hetwaterniveau boven de onderrand van de deuruitkomt.Deze veiligheidsfunctie verhindert het uitstromen vangrote hoeveelheden water uit de machine.
13Adviezen en tips voor hetwassenWas niet te lang opsparenIn de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet al telang op te sparen, in ieder geval niet als het vochtigis want het gaat dan schimmelen en veroorzaakt eenmuffe geur. Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen is»;weervlekken krijgt u er niet meer uit. SorterenNeemt u vooral even de tijd om de in dit boekjeafgedrukte kaart voor de behandelingssymbolenaandachtig te lezen. Een streep onder de tobbe betekent dat u het artikel met de krachtige katoenprogramma’snietmag wassen. Was gekleurd goed, met name donker gekleurd,eerst een keer apart. De kans is groot dat hetafgeeft. Sterke kreukherstellende stoffen, zoalspolyester/katoen, vallen onder «synthetica». Tere stoffen, zoals acryl en meestal ook vitrages,vallen onder «fijne was». Het wolwasprogramma is een speciaal programmavoor «zuivere scheerwol».
Bij alle andere wolsoortenen mengsels kan niet worden uitgesloten dat dezekrimpen en/of vervilten in de wasmachine. TemperaturenIn principe kiest u voor een bepaalde wasbeurt desoptemperatuur niet hoger dan het gevoeligste stukwasgoed nog kan verdragen. 95°C: voor witte- of kookecht-gekleurd katoen enlinnen, zoals beddegoed, tafellakens, theedoeken,handdoeken, zakdoeken en ondergoed. Gemakshalve wordt deze groep vaak “witte was”genoemd. 60°C: voor normaal vuile witte was, voorlichtgekleurde bontwas en voor witte- enlichtgekleurde synthetica. 40°C: vrijwel alle textielsoorten kunnen op 40°Cgewassen worden. U kiest deze temperatuur ten eerste als dit door hetwasetiket aangegeven wordt, bijvoorbeeld voordonkergekleurde textiel en fijne was. Daarnaast kiest u 40°C als het wasgoed zo weinigvuil is dat het met een lage temperatuur ook nogschoon wordt.
30°C: alhoewel machine-wasbare wol als regelzondermeer op 40°C gewassen mag worden, zult uop het etiket, voorzichtigheidshalve, toch vaak 30°Ctegenkomen. Ook bij teer wasgoed, de fijne was, isdat vaak het geval.
Wij adviseren u zich altijd aan de etiket-temperatuurte houden. Hoeveel wasgoed in de trommel. Wilt u optimale resultaten bereiken, dan adviserenwij u, naast het kiezen van het juiste programma,ook de maximaal toegestane belading van detrommel niet te overschrijden. Wasgoed droog wegen voor u het in de trommeldoet, is erg omslachtig, dus helpen wij u op eenandere manier op weg:●Volle belading (maar niet proppen) voor katoen enlinnen. ●Halfvolle of iets meer dan halfvolle belading voorsterke synthetica en mengsels. Ook zogeheten“kreukherstellende stoffen” vallen ondersynthetica. ●Eenderde van de trommel voor fijne was enmachine-wasbare wol. In onderstaande tabel geven wij u een indruk watwasgoed, bestaande uit katoen en linnen, ongeveerweegt. Voor synthetica, mengsels en fijne was is hetonmogelijk om gewichten op te geven, daar dezestoffen zeer verschillend van aard zijn.
14Vóór u het wasgoed in de trommeldoetHerstel scheuren, gaten en halen voortijds. Naai loshangende knopen eerst aan of knip ze af. Sluit drukknopen en ritssluitingen. Was geen rafelig goed; herstel eerst de zomen. Haal de haken uit vitrage en doe de vitrage in eensloop of linnen zak. Verwijder voortijds achtergebleven kleinevoorwerpen uit borst- en broekzakken. Behandel voortijds vlekken die er in de wasautomaatmoeilijk of in het geheel niet uit zullen gaan:Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een botmes voorzichtig afschrapen. Tussen twee papierenzakdoekjes de overgebleven was met de warmestrijkbout er uit strijken. Niet te heet bij synthetischestoffen. Inkt en ballpoint: Deppen met spiritus. De kleurvan de stof kan aangetast worden door zowel de inktals de spiritus. Weer- en schroeivlekken. Bleken met eenverdunde oplossing van bleekwater ofchloorbleekmiddel. Roest.
Verwijderen met citroenzuur of een speciaalbehandelingsmiddel. Eerst koud spoelen en daarnawassen. Geen wasmiddel met bleekmiddelgebruiken. Kauwgom. Wegwrijven met ijsblokjes. Restantverwijderen met nagellak-remover. Pas op metremover bij synthetische stoffen. Verf. Geef de vlek geen kans om op te drogen. Metwitte schone katoenen doek en een oplosmiddel(terpentine, wasbenzine of thinner) behandelen. Lippenstift. Deppen met spiritus. Metfijnwasmiddel nawassen. Nagellak. Verwijderen met nagellak-remover. Dit isniet mogelijk bij stoffen als acetaat, triacetaat enchloorvezel. Olie en teer. Met boter insmeren en latenintrekken. Daarna met terpentine deppen. Gras. Met spiritus vochtig maken en met eenzeepoplossing deppen. Als de kleur of de stof ertegen kan, nableken met bleekwater. Chocolade, thee, wijn, koffie en vruchtensap. Voorweken in warm water met een biologischvoorweekmiddel.
Verse vlekken met lauw water uitspoelen. Oude vlekken voorweken met een biologischvoorweekmiddel. Transpiratie- en deodorantvlekken. Versevlekken met sodawater deppen. Oude vlekken metazijn of spiritus deppen. Hars. Met een speciale vlekkenoplosserbehandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en linnen,met terpentine, wasbenzine of spiritus behandelen. Het gebruik van verdampende middelen, zoalsterpentine, wasbenzine, spiritus, thinner, aceton endergelijke is gevaarlijk; niet roken en geen open vuurgebruiken. Doe het karweitje buiten en laat het kledingstuk eerstuitdampen voor u het in de wasautomaat of dedroogautomaat doet. De fabrikant van uw was- of droogautomaat is nietaansprakelijk voor schade of letsel ontstaan door hetgebruik van gevaarlijke stoffen. Welke wasmiddelen gebruiken. Een gouden regel is: gebruik altijd machine-wasmiddelen, dus nooit handwasmiddel of zeep inde machine.
Een nauwelijks minder belangrijke regel is: probeergewoon uit welk wasmiddel u het beste bevalt. Houdt u aanvankelijk aan de doseringen die defabrikant van het wasmiddel op z'n verpakkingaangeeft en let daarbij op de waterhardheid (kunt uopvragen bij het waterleidingbedrijf). Het is demoeite waard om daarna uit te proberen of bijminder doseren uw wasgoed ook nog voldoendeschoon wordt. In ieder geval kunt u bij een kleinwasje aanzienlijk minder doseren. Er zijn totaal-wasmiddelen voor witte of bonte was,bleekvrije wasmiddelen voor bonte was, specialefijnwasmiddelen, machine-wolwasmiddelen enbiologische voorwas- of voorweekmiddelen. LET OPObjecten zoals flippo’s, munten,veiligheidsspelden, schroeven en andereharde materialen behoren niet in dewasautomaat; zij kunnen aanzienlijkeschade veroorzaken. Was bh’s met beugels niet in dewasautomaat.
15Eigenschap FranseschaalKalk slaat uit het water neer op zowel het wasgoedals op machinedelen Bekend is onder andere het. stug worden van wasgoed en het verkalken van hetverwarmingselement. Om dat te voorkomen doet de wasmiddelfabrikanteen «kalkbindende» stof in het wasmiddel Voorheen. was dat fosfaat Tegenwoordig, om redenen van. milieutechnische aard, een fosfaatvervanger. Het wasmiddel bestaat echter uit vele ingrediënten. Gaat u meer doseren, dan doet u dat feitelijk slechtsom mee kalkbindende stoffen aan het water toe tervoegen. Automatisch doseert u dan eigenlijk teveel van al dieandere actieve stoffen. U kunt dat verhelpen doorminder wasmiddel te doseren en het verschil op tevangen door een onthardingsmiddel, zoals Calgon,mee te doseren. Houdt u zich aan de aanwijzingenvan de fabrikant van het onthardingsmiddel.
Bereik1234zachtgemiddeldhardzeer hard0 00- 708-1415-21meer dan 210,0-15 16-25 26-37meer dan 37DuitseschaalWaterha dheidrTraditionele poede -wasmiddelenr Deze wasmiddelen doet u in de vakje voor des voorwas e voor de hoofdwas. n Vloeiba e wasmiddelenrGebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat,mits u geen voorwas doet, direct in het vakje voor het hoofdwasmiddel gieten. Wel meteen daarnade machine starten. Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor lagewastemperaturen, dus 30°C en 40°C Voor hogere. temperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren wij u eenpoedervormig wasmiddel te gebruiken. Geconcent ee de poede -wasmiddelenr r r(U TR s, MICRO s en dergelijke). L A’ ’Geconcentreerde wasmiddelen kunt u op dezelfdemanier als vloeibare wasmiddelen doseren. Uiteraard past u de hoeveelheid aan, omdat u vandeze wasmiddelen minder nodig hebt.
Uw nieuwe machine is van een sopcirculatie-systeem voorzien, waardoor het wasmiddeluitstekend en zonder verspilling verdeeld wordt. WasverzachterTijdens de laatste spoelgang doseert de machineautomatisch een hoeveelheid vloeibarewasverzachter.
U hoeft geen wasverzachter tegebruiken maar dit kan soms toch wenselijk zijn. Bijvoorbeeld als u katoen binnenshuis droogt: hetwasgoed voelt dan minder stug aan. Of als usynthetisch wasgoed in de machine droogt: hetwordt dan niet statisch (knetteren, kleven). Houdt u aan de aanwijzingen van de fabrikant vande wasverzachter, maar de hoeveelheidwasverzachter mag nooit hoger dan het filternet inhet doseervakje of de maximum aanduiding komen. Erg dikke vloeistof voortijds met wat waterverdunnen. Wate ontha derr rWater is «harder» naarmate er meer calcium enmagnesium in voorkomt. In Nederland wordt dehardheid aangegeven in «DH» (Duitse graden). Op deverpakking van het wasmiddel vindt u, in drie globalezones verdeeld, hoeveel wasmiddel u moet doseren. U ziet dat dat meer is naarmate de hardheid hoger is.
16Volgorde van handelenVoer een wasgang zonder wasgoed uit, opdatvetresten (die bij de fabricage zijn ontstaan) uit dewastrommel en de kuip worden verwijderd.Programma: bonte was 60°C, met een halvemaatbeker wasmiddel.1. Wasgoed in de machine doenOpen de vuldeur . Doe de stukken wasgoed éénvoor één in de trommel. Haal opgevouwen wasgoedeerst uit elkaar. Sluit de vuldeur; druk hem goed inhet slot.2. Wasmiddel doserenTrek de wasmiddellade uit het bedieningspaneel tothij stuit.Meet de gewenste hoeveelheid wasmiddel in eenmaatbekertje af en giet het in het vakje voor hethoofdwasmiddel .Gaat u ook voorwassen, doe dan een biologisch voorwasmiddel in het vakje .3. Wasverzachter doserenGiet, indien gewenst, wasverzachter in het daarvoor bestemde vakje .Overschrijd het niveau MAX niet.P0005P0006P00044.
Machine inschakelenToets AAN/UIT indrukken om de machine in teschakelen; het bedrijfscontrolelampje gaat branden.5. Het gewenste programma kiezenDraai de programmakiezer op het gewensteprogramma. De indicatie van het programmaverloopgeeft aan, uit welke onderdelen het programmabestaat. 6. Centrifugetoerental instellenToets CENTRIFUGEREN indrukken tot het gewenstetoerental ingesteld is; het betreffende controlelampjegaat branden. 500 700 1100CENTRIFUGEREN900VOORWASHOOFDWASSPOELENSPOELSTOPPOMPENCENTRIFUGERENALARMEINDEANNULERENSNELWAS 30CENTRIFUGERENPOMPENWASVERZACHTENSPOELENINWEKEN 3040506095EKOUD605040KOUDKOUD30404030WITTE WASBONTE WASFIJNE WASWOL30 SYNTHETICAT0007SAANUIT
177. Afhankelijk van het typewasgoed en de verontreiniginghiervan eventueel de functieVOORWAS of KORT kiezenHet betreffende controlelampje gaat branden.8. Eventueel de functie EXTRASPOELEN en/of SPOELSTOPkiezenHet betreffende controlelampje gaat branden.9. Het programma startenOp de START/PAUZE-toets drukken om hetingestelde programma te starten; het betreffendelampje knippert niet meer en het controlelampje vande programmafase, die de machine op dat momentuitvoert, blijft ingeschakeld.Het controlelampje van de deur gaat branden omaan te geven dat de deurbeveiliging werkt. Hetprogramma start na ongeveer 15 seconden.STARTPAUZEEXTRA-SPOELENSPOEL-STOPKORTVOOR-WAS10. Einde van het programmaDe machine stopt automatisch.Het lampje EINDE, de lampjes van de gezokencentrifugesnelheid en van gezoken functie blijvenbranden.
Als u voor de functie SPOELSTOP gekozen heeft,dan knippert het betreffende lampje van hetprogrammaverloop en het lampje van deSTART/PAUZE-toets. U moet het water afpompenvoordat u de deur kunt openen. De machine is uitgerust met een veiligheids-voorziening die ervoor zorgt dat de deur pas 2 à 3minuten na het beëindigen van het programmageopend kan worden. Wanneer het betreffendecontrolelampje op de deur uitgegaan is, kunt u dezeopendoen. Het openen van de deur wordt ook aangegeven doorgeluidssignalen. Draai de programmakiezer op stand ANNULEREN. Schakel de machine uit door de AAN/UIT-toets in tedrukken. Het bedrijfscontrolelampje gaat uit.Open de vuldeur en neem het wasgoed uit detrommel.Controleert u of de trommel helemaal leeg is, anderszou wasgoed bij de volgende wasbeurt kunnenbeschadigen (bijv.
18WASPROGRAMMA’SENERGIE BESPARENIn plaats van het programma witte was 95°C kan bij licht tot normaal verontreinigd wasgoed het programmaENERGIE BESPAREN gekozen worden. De temperatuur wordt verlaagd tot 67°C en daardoor wordt energieE bespaard. De wastijd blijft gelijk.Het programma Bonte was 60°C is het referentie programma voor de gegevens op het verbruiksetiket, volgensEEGnorm 92/75.* De verbruikswaarden zijn indicatieve waarden en hangen af van het type en de hoeveelheid wasgoed, van detemperatuur van het leidingwater en van de omgevingstemperatuur. Deze waarden hebben betrekking op dehoogste soptemperatuur welke voor het programma voorzien is.Soort textielE-standEnergie-Spaar-programmaTemperatuurWasprogrammaEventueleaanvullendefunctiesMax.
TEXTIELBEHANDELINGSSYMBi404060609595GewoonprogrammaAnti-kreuk-programma De getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare temperaturen aan: deze niet overschrijden.Tot de gewone wasprogramma's behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma's.Anti-kreukprogramma's: voor artikelen die synthetische vezels bevatten en/of kreukherstellend zijn beladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud. Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het internationaal Wol Secretaria programma's. Belading:1/3tot 1/4van het maximale gewicht.Artikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden met tetra of tri.ontvlekt De zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger. Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan.
21Onderhoud1. De buitenkantDe buitenkant van de machine kunt u, naar behoefte,reinigen met een vochtige doek en een neutraalhuishoudschoonmaakmiddel. Moderneschoonmaakmiddelen drogen doorgaans streeploosop.Nalappen met schoon water en daarna droogzemen. Belangrijk: Gebruik nooit spiritus, terpentine endergelijke oplosmiddelen.2. De wasmiddelladeWasmiddelen en wasverzachter koeken na verloopvan tijd aan.Maak de wasmiddellade af en toe schoon onder destromende kraan. U kunt daartoe de lade geheel uitde machine nemen door op de pal, links achterin, inte drukken.De bovenkant van het vakje voor de wasverzachterkunt u, ten behoeve van het schoonmaken,verwijderen.Ook in de behuizing van de wasmiddellade kan zichop den duur wasmiddel verzamelen.
Maak debinnenkant met een oude tandenborstel schoon.Plaats de lade terug in z'n behuizing en laat demachine, zonder wasgoed, een spoelgang doen.P0038P0009P00103. Het toevoerfilter Wanneer u merkt dat de machine langer over hetwateropnemen gaat doen, verdient het aanbevelingom het toevoerfilter te controleren op verstopping.Daartoe draait u eerst de kraan dicht en vervolgensdraait u de slangwartel van de kraan af.Trek nu het filter uit z’n behuizing.Reinig het met een borsteltje en plaats het weerterug.Draai de wartel weer stevig op de kraan.4. Het afvoerfilterHet afvoerfilter is bedoeld voor het opvangen vangrove pluis en rafels.
Raakt het filter verstopt, danzal onherroepelijk programmastoring optreden.Controleer regelmatig of het filter schoon is.Open het klepje.Plaats een schaaltje onder het filter en schroef hetfilter linksom los.Trek het filter uit het filterhuis.Reinig het filter onder de stromende kraan.P0040P0859P0860P0861P0041
225. Waterafvoer in noodgevallenAls de machine niet leegpompt (afvoerpompgeblokkeerd of afvoerleiding verstopt) moet u alsvolgt te werk gaan om het water uit de machine telozen:●haal de stekker uit het stopcontact●draai de waterkraan dicht●wacht (indien nodig) totdat het zeepsopafgekoeld is●plaats een bakje onder het filter om het water opte vangen●draai het filter voorzichtig los zodat het waterrustig uit de machine kan stromen.6. Voorzorgsmaatregelen bijvorstIndien de wasautomaat wordt blootgesteld aantemperaturen onder 0°C moeten enkelevoorzorgsmaatregelen worden getroffen. ● Draai de waterkraan dicht en schroef detoevoerslang los. ● Leg het uiteinde van de toe- en afvoerslang ineen bak. ● Stel het programma “POMPEN” in en laat demachine tot aan het einde draaien. ● Draai de programmakiezer op ANNULEREN. ● Schakel de machine uit.
●Wasmiddel is ongeschikt omdat het teveelschuimt. Teveel schuim veroorzaakt lekkage. ●Een van de toevoerslangwartels lekt. U zietnauwelijks dat er water langs de slang loopt;voelt u dus even of de slang nat is. ●Is de wasmiddellade schoon. Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen. Tijdens de werking van de machine kan het ALARM controlelampje, het lampje van de Start/Pauze-toets eneen van de volgende lampjes gaan knipperen: SPOELSTOP: Storing tijdens de watertoevoer SPOELEN: Storing bij de waterafvoer HOODFWAS: Deur openNadat u eventuele oorzaken verwijderd heeft, drukt u op de START/PAUZE-toets om het onderbrokenprogramma te hervatten. Indien de storing niet opgeheven kan worden, contact opnemen met hetservicecentrum. ● De machine dreunt of is ergluidruchtig:●Zijn alle transportbeveiligingen verwijderd.
24●Het elektronische stabilisatie-controlesysteem isin werking getreden. Het wasgoed wordt, doordatde draairichting van de trommel gewijzigd wordt,losgemaakt, beter verdeeld en er wordt opnieuwmet centrifugeren begonnen. Dit kan herhaaldelijkhet geval zijn, totdat de onbalans opgeheven isen het centrifugeren definitief afgewerkt kanworden, eventueel met een lager toerental als hetwasgoed nog niet goed verdeeld is. ●Het centrifugeren begint traag ofhet wasgoed wordt nietvoldoende gecentrifugeerd:●De machine heeft een modern aandrijfsysteem,dat in vergelijking met oudere wasautomaten eenafwijkend geluid maakt. Het nieuweaandrijfsysteem maakt de trage aanloop bijcentrifugeren mogelijk. Hierdoor wordt destabiliteit verbeterd. ●De machine maakt eenongewoon geluid: ● De deur kan niet geopendworden:●Is de machine in bedrijf. ●Is de deur nog vergrendeld. Het deur-controlelampje brandt nog.
●Het waterniveau in de machine komt boven deonderkant van de deur uit. ●De machine is aan het verwarmen. ● Het wasresultaat is niet alsgewoonlijk:●Misschien hebt u te weinig of te veel wasmiddelgedoseerd. Onderdosering leidt tot vergrauwing van hetwasgoed en tot kalkaanslag in het toestel. Nauwkeuriger doseren. ●Hebt u bijzondere vlekken voorbehandeld. ●Hebt u het juiste programma en de juistetemperatuur gekozen. ●Is de machine overbeladen. ● Na beëindiging van hetprogramma zijn op het wasgoedwitte wasmiddelresten te zien:●Hierbij gaat het meestal om onoplosbarebestanddelen van moderne wasmiddelen. Ze zijnniet het gevolg van een onvoldoende spoeleffect. Mogelijke oplossingen: uitborstelen ofuitschudden, evt. ook het wasgoed binnenstebuiten wassen.
Storingen Mogelijke oorzaken ● Na de laatste spoelgang is nogschuim zichtbaar:●Moderne wasmiddelen kunnen ook in het laatstespoelwater nog schuim veroorzaken, wat echtergeen invloed op het spoelresultaat heeft. Kunt u de storing niet zelf opsporen of verhelpen,raadpleegt u dan de servicedienst.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zanker Prima 111 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Zanker
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine